Wet van 14 juli 1960, houdende voorziening nopens het weren van bepaalde besmettelijke ziekten, welke door internationaal verkeer worden verbreid
- BWB-id
- BWBR0002343
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2004-05-01 t/m 2008-11-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002343
- ELI
- /eli/nl/wet/1964/quarantainewet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1964/quarantainewet/2004-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002343&g=2004-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002343&z=2026-06-06&g=2004-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002343/2004-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1964/quarantainewet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: Trb. "de Internationale Gezondheidsregeling": de Internationale Gezondheidsregeling met Bijlagen (1970, 30); "Onze Minister": Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; "de inspecteur": de regionale inspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid. 2004 154 15-04-2004 04-03-2004 28868 2004 154 15-04-2004 04-03-2004 28868 16-04-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Voor de toepassing van de Internationale Gezondheidsregeling en het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: "haveninrichting": los-, laad- en ligplaats van schepen, en zich in de nabijheid daarvan bevindende bedrijven, magazijnen, vemen en andere opslagplaatsen, alsmede terreinen en gebouwen, welke op grond van hun ligging en bestemming of gebruik moeten worden geacht daartoe te behoren; "pokken": variola major en variola minor. 1971 752 25-11-1971 11003 1971 752 25-11-1971 11003 30-12-1971
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde gelden mede de definities van artikel 1 van de Internationale Gezondheidsregeling. 1971 752 25-11-1971 11003 1971 752 25-11-1971 11003 30-12-1971
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 In Nederland worden de taken van de "gezondheidsadministratie", als bedoeld in artikel 1 van de Internationale Gezondheidsregeling, vervuld door Onze Minister. 1971 752 25-11-1971 11003 1971 752 25-11-1971 11003 30-12-1971
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De burgemeester van de gemeente, waar de gezondheidsmaatregelen, toegestaan of voorgeschreven bij de Internationale Gezondheidsregeling of deze wet, worden genomen, treedt op als "gezondheidsautoriteit", als bedoeld in artikel 1 van de Internationale Gezondheidsregeling. 2 Wij kunnen bepalen, dat, in daarbij aangewezen gevallen, een andere burgemeester bepaalde taken van de gezondheidsautoriteit vervult. 1971 752 25-11-1971 11003 1971 752 25-11-1971 11003 30-12-1971
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De bevoegde hoofdinspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid geeft van het vermoeden of het vastgesteld zijn van een quarantainabele ziekte bij een uit het buitenland komende persoon daarvan onverwijld kennis aan de gezondheidsadministratie van het gebied waaruit die persoon vertrokken is. 2 Indien een besmetting met pest onder knaagdieren door de dienst, bedoeld in artikel 15 van de Internationale Gezondheidsregeling, is vastgesteld, is het hoofd van die dienst verplicht daarvan binnen twee uren mededeling te doen aan de burgemeester, die de inspecteur onverwijld en op de snelste wijze op de hoogte stelt. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Indien een ingevolge de Internationale Gezondheidsregeling onder toezicht gesteld persoon naar het buitenland vertrekt, doet de burgemeester van de gemeente waar het toezicht laatstelijk werd uitgeoefend, hiervan onverwijld mededeling aan de bevoegde hoofdinspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid, die zorg draagt voor de in artikel 27, tweede lid, van de Internationale Gezondheidsregeling vereiste kennisgeving. 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het hoofd van de dienst, bedoeld in artikel 15 van de Internationale Gezondheidsregeling, is verplicht de burgemeester eenmaal per kwartaal verslag uit te brengen van zijn werkzaamheden ter uitvoering van de Internationale Gezondheidsregeling en van deze wet. 2 De in het eerste lid bedoelde burgemeester brengt, met inachtneming van de ter zake door Onze Minister gegeven voorschriften, eenmaal per kwartaal verslag uit van zijn verrichtingen en van de maatregelen, welke hij ter uitvoering van de Internationale Gezondheidsregeling en van deze wet heeft genomen. Het verslag wordt uitgebracht aan de inspecteur, in wiens ambtsgebied de gemeente is gelegen. 1971 752 25-11-1971 11003 1971 752 25-11-1971 11003 30-12-1971
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Onze Minister is bevoegd voorschriften te geven in het belang van een goede uitvoering van artikel 14, tweede en derde lid, van de Internationale Gezondheidsregeling. 1971 752 25-11-1971 11003 1971 752 25-11-1971 11003 30-12-1971
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Onze Minister wijst de havens aan, welke moeten beschikken over voorzieningen, als bedoeld in artikel 15 van de Internationale Gezondheidsregeling. 1971 752 25-11-1971 11003 1971 752 25-11-1971 11003 30-12-1971
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Onze Minister treft regelingen met betrekking tot ontratting, de afgifte van certificaten van ontratting en de afgifte van certificaten tot vrijstelling van ontratting, als bedoeld in artikel 53 van de Internationale Gezondheidsregeling. Daarbij worden de havens aangewezen, welke moeten beschikken over personeel, dat bevoegd en bekwaam is schepen te ontratten en te inspecteren ten behoeve van de afgifte van certificaten. 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Onze Minister wijst, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, de luchthavens aan, welke voorzien moeten zijn van een terrein voor direct doorgaand verkeer. 2 Indien het luchthavens betreft in gebruik bij de krijgsmacht, wijst Onze Minister deze luchthavens aan in overeenstemming met Onze Minister van Defensie. 1960 335 14-07-1960 5838 1963 408 24-09-1963 01-01-1964
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 14, eerste lid De burgemeester neemt, na advies van de arts, bedoeld in, de noodzakelijke ingevolge de Internationale Gezondheidsregeling en deze wet voorgeschreven maatregelen om de verbreiding van quarantainabele ziekten door het internationale verkeer te voorkomen of tegen te gaan. Hij neemt ook overigens bij de toepassing van deze wet geen maatregelen of besluiten zonder deze arts te hebben gehoord. 2 Infectieziektenwet De in het eerste lid bedoelde maatregelen, alsmede de maatregelen bedoeld in de, kunnen eveneens genomen worden om de verbreiding in Nederland van infectieziekten behorende tot groep A of groep B als bedoeld in die wet tegen te gaan, indien naar het oordeel van de burgemeester: a. een persoon daadwerkelijk lijdt aan één van de bedoelde infectieziekten, er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat hij daaraan lijdt, dan wel dat hij recentelijk gezichtscontact met een lijder aan een zodanige infectieziekte heeft gehad; b. ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat door verspreiding van die infectieziekte; c. dit gevaar niet op een andere wijze effectief kan worden afgewend; en d. de persoon niet tot vrijwillige onderwerping aan een maatregel bereid is. 2004 154 15-04-2004 04-03-2004 28868 2004 154 15-04-2004 04-03-2004 28868 16-04-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De burgemeester wordt bij de uitoefening van zijn taak ingevolge de Internationale Gezondheidsregeling en deze wet bijgestaan, hetzij door een of meer door hem benoemde artsen, hetzij door de inspecteur, welke laatste zich kan doen bijstaan door een door hem aan te wijzen deskundige. 2 De burgemeester benoemt een arts als bedoeld in het eerste lid niet dan na overleg met de inspecteur. Indien de in het eerste lid bedoelde taak moet worden uitgeoefend op een luchthaven in gebruik bij de krijgsmacht, geschiedt het overleg met de inspecteur van de betrokken geneeskundige dienst van de krijgsmacht. Van de benoeming doet de burgemeester mededeling aan de inspecteur en de bevoegde hoofdinspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid. 3 Onze Minister kan gemeenten aanwijzen waarvan de burgemeester verplicht is een of meer artsen als bedoeld in het eerste lid te benoemen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14, eerste lid Bij verschil van mening tussen de burgemeester en een arts als bedoeld in, over maatregelen, te nemen ter uitvoering van de Internationale Gezondheidsregeling of deze wet, beslist de burgemeester niet dan na overleg met de inspecteur. Van zijn beslissing doet hij onverwijld mededeling aan de inspecteur. 2 De inspecteur kan binnen achtenveertig uren nadat de beslissing te zijner kennis is gebracht, daartegen beroep instellen bij Onze Minister. De beslissing van de burgemeester wordt niet uitgevoerd zolang de termijn van achtenveertig uren niet is verstreken en, indien beroep is ingesteld, zolang daarop niet is beslist. De burgemeester houdt zich aan de beslissing van Onze Minister. 3 De inspecteur kan de burgemeester verzoeken binnen een door de inspecteur gestelde termijn de door hem ter uitvoering van de Internationale Gezondheidsregeling noodzakelijk geachte maatregelen te nemen. Indien de burgemeester aan het verzoek geen gevolg geeft, kan de inspecteur binnen achtenveertig uren na afloop van de gestelde termijn beroep instellen bij Onze Minister. De burgemeester houdt zich aan de beslissing van Onze Minister. 4 hoofdstukken 6 7 van de Algemene wet bestuursrecht Deenzijn niet van toepassing. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De burgemeester geeft de nodige aanwijzingen of neemt de nodige maatregelen met betrekking tot de verdelging en wering van knaagdieren in haveninrichtingen. 2 Aanwijzingen of maatregelen, strekkende tot het ontoegankelijk maken van haveninrichtingen voor ratten door middel van afbraak of verbouwing, worden door de burgemeester slechts gegeven of genomen, nadat hij daaromtrent advies van de inspecteur heeft ingewonnen. 3 Van de beslissing van de burgemeester wordt binnen vierentwintig uren schriftelijk of telegrafisch mededeling gedaan aan de inspecteur en de eigenaar en de exploitant van de haveninrichting. 4 Van een beslissing van de burgemeester, houdende een aanwijzing of een maatregel, als bedoeld in het eerste lid, kunnen de inspecteur en de eigenaar en de exploitant van de haveninrichting binnen achtenveertig uren, nadat deze beslissing te hunner kennis is gebracht, bij Onze Minister beroep instellen. De beslissing van de burgemeester treedt niet in werking binnen de genoemde termijn van achtenveertig uren, dan wel, indien beroep is ingesteld, voordat daarop is beslist. 5 Indien de burgemeester in gebreke blijft de noodzakelijke aanwijzingen te geven of de noodzakelijke maatregelen te nemen, is Onze Minister op voorstel van de inspecteur bevoegd zodanige aanwijzing te geven of zodanige maatregel te nemen. Alvorens te beslissen stelt de Minister de eigenaar en de exploitant van de haveninrichting in de gelegenheid hun gevoelen te doen kennen. 6 hoofdstukken 6 7 van de Algemene wet bestuursrecht Deenzijn niet van toepassing. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De burgemeester beslist, of zich voordoet een noodgeval, waarin ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat, als bedoeld in artikel 28 van de Internationale Gezondheidsregeling. 2 In een noodgeval, bedoeld in het voorgaande lid, kan de burgemeester aanwijzingen geven aan de gezagvoerder van een schip of een luchtvaartuig betreffende het lossen of laden van vracht of voorraden en het innemen van brandstof of water. 3 De burgemeester draagt, indien zulks door de voor het vervoermiddel verantwoordelijke persoon wordt geëist, zorg voor de verwijdering van een besmette persoon, als bedoeld in artikel 38 van de Internationale Gezondheidsregeling. 4 Ter uitvoering van het bepaalde in het tweede en derde lid kan de burgemeester zich bedienen van de hulp van de sterke arm. 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Het ingevolge de Internationale Gezondheidsregeling aan de gezondheidsautoriteit opgedragen medisch onderzoek geschiedt door of onder verantwoordelijkheid van de arts die de burgemeester bijstaat. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De gezagvoerder van een schip, die een Nederlandse haven wil aandoen en weet of vermoedt, dat zijn schip als besmet of verdacht moet worden beschouwd of een haven in een besmette kring heeft aangedaan, draagt zorg: a. dat hij van zijn wetenschap of vermoeden, zo mogelijk per radio, kennis geeft aan de burgemeester van de gemeente, waarbinnen de haven ligt, welke zijn schip zal aandoen, zodra het binnen de Nederlandse wateren is aangekomen; b. dat, zodra het schip in het gezicht van de wal komt, een door Onze Minister vast te stellen sein wordt gevoerd, totdat het schip tot het vrije verkeer is toegelaten, of totdat dit het Nederlandse gebied heeft verlaten; c. dat geen gemeenschap van het schip met de wal of met andere schepen plaatsheeft, alvorens het medische onderzoek is beëindigd en het schip tot het vrije verkeer zal zijn toegelaten. 2 Een aan boord genomen loods is verplicht de gezagvoerder op zijn in lid 1 genoemde verplichtingen te wijzen. 3 Hij, die de leiding heeft bij trein- of wegvervoer en weet of vermoedt, dat in zijn middel van vervoer bij aankomst in Nederland personen aanwezig zijn, die afkomstig zijn uit een besmette kring òf lijden aan, dan wel verdacht worden gevaar op te leveren voor verspreiding van, een quarantainabele ziekte, draagt zorg, dat hiervan onverwijld mededeling wordt gedaan aan de burgemeester van de gemeente, waar het vervoermiddel zich bevindt. Totdat hij terzake nadere aanwijzingen heeft ontvangen van de burgemeester of de arts, die deze bijstaat, draagt hij zorg, dat geen gevaar voor besmetting van anderen ontstaat. 4 Degenen, die zich in de trein of in het middel van wegvervoer bevinden, zijn verplicht zich te gedragen naar de aanwijzingen, die de leider van trein- of wegvervoer hun verstrekt ter uitvoering van het bepaalde in de tweede volzin van het derde lid. Zij zijn in elk geval verplicht in de trein of in het middel van wegvervoer of in de onmiddellijke nabijheid daarvan te blijven en contacten te vermijden, totdat op hen van toepassing zijn de aanwijzingen, gegeven door de burgemeester of de arts, die deze bijstaat. 5 Hij, die de leiding heeft bij het vervoer, wijst de in het vierde lid bedoelde personen op de in dat lid bedoelde verplichtingen. 6 artikel 14 De gezagvoerder van een luchtvaartuig is gehouden, gelijktijdig met het overleggen van het gezondheidsgedeelte van de algemene verklaring voor luchtvaartuigen aan de burgemeester of aan de arts, bedoeld in, mede te delen, of het luchtvaartuig gedurende zijn laatste internationale reis een besmette kring heeft aangedaan. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Het verbod van gemeenschap met de wal of met andere schepen brengt mede, dat, behoudens in de hierna te noemen gevallen, niemand zich aan boord van het schip mag begeven of het schip mag verlaten. 2 artikel 14 Het verbod om zich aan boord van het schip te begeven en het schip te verlaten, geldt niet voor de loods, voor de ambtenaren van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, de burgemeester en de arts, bedoeld in, de personen belast met de uitvoering van de ingevolge de Internationale Gezondheidsregeling of deze wet dan wel krachtens deze wet te nemen maatregelen, de artsen, het verplegend personeel en de geestelijken, belast met het verlenen van geneeskundige hulp, verpleging of geestelijke bijstand, en de rijksambtenaren der belastingen tot uitoefening van hun functies, de ambtenaren van justitie en politie, wanneer hun ambtsverrichtingen dit vereisen, alsmede, mits met toestemming van de burgemeester, de personen die zijn belast met het overbrengen van goederen aan boord. 3 Het verbod om het schip te verlaten geldt niet voor degenen, die daarvoor toestemming hebben gekregen van de burgemeester. De burgemeester mag besluiten, dat hij slechts toestemming verleent, indien te zijnen genoege is aangetoond, dat de betrokkene zich zal doen inenten, zich onder toezicht zal stellen of zich zal laten afzonderen. 4 Het verbod van gemeenschap met de wal brengt mede, dat geen goederen gelost en geen andere goederen aan boord gebracht mogen worden dan die, welke ingevolge artikel 44 van de Internationale Gezondheidsregeling mogen worden ingenomen. 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 14 De gezagvoerder van een zeeschip, komende uit een buitenlandse haven, overhandigt bij aankomst in de eerste Nederlandse haven de maritieme gezondheidsverklaring aan de aan boord gekomen loods, die zorg draagt, dat deze verklaring onverwijld wordt ingeleverd bij de burgemeester of de arts, bedoeld in. 2 artikel 14 In het geval, dat een zeeschip niet wordt beloodst, geeft de gezagvoerder de maritieme gezondheidsverklaring uiterlijk binnen een uur na aankomst van het schip aan de eigenaar of de rompbevrachter of de gemachtigde van één dezer, die zorg draagt, dat deze verklaring onverwijld wordt ingeleverd bij de burgemeester of de arts, bedoeld in. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De gezagvoerder van een schip of luchtvaartuig en zij, die de leiding hebben bij trein- of wegvervoer, dragen zorg voor de naleving van de voorschriften, welke op grond van bij of krachtens deze wet, dan wel op grond van de Internationale Gezondheidsregeling, zijn gegeven en van de maatregelen, welke ter uitvoering zijn genomen. 2 Indien ingevolge de Internationale Gezondheidsregeling, dan wel bij of krachtens deze wet, een verplichting bestaat ten aanzien van een haven, een luchtvaartterrein of een haveninrichting, is de eigenaar of exploitant, alsmede het toezichthoudende personeel daarvan, voor de nakoming dier verplichting aansprakelijk. 1971 752 25-11-1971 11003 1971 752 25-11-1971 11003 30-12-1971
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 De inenting tegen pokken en cholera ter verkrijging van een internationaal geldig certificaat geschiedt onder door Onze Minister vast te stellen voorwaarden, door of onder directe verantwoordelijkheid van een arts. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Onze Minister stelt de vorm vast van de afdruk van het officiële stempel, bedoeld in aanhangsel 2 van de Internationale Gezondheidsregeling. 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De arts gebruikt voor de enting tegen pokken en cholera de entstoffen, toegelaten door Onze Minister. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Onze Minister bepaalt, wie gerechtigd zijn met de door hem aan te geven entstof te enten tegen gele koorts ter verkrijging van een internationaal geldig certificaat. 1960 335 14-07-1960 5838 1963 408 24-09-1963 01-01-1964
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 16, eerste en tweede lid De kosten van het medische onderzoek, hetwelk krachtens de Internationale Gezondheidsregeling of deze wet wordt verricht, en die van algemene onderzoekingen, nodig voor de uitvoering van artikel 16 van de Internationale Gezondheidsregeling en vanvan deze wet, komen voor rekening van de gemeente. 2 De noodzakelijke kosten van de maatregelen, welke door een burgemeester naar aanleiding van een medisch onderzoek van een schip, luchtvaartuig, trein of middel van wegvervoer worden genomen, komen voor rekening van de gemeente. Deze kosten kunnen niet van derden worden teruggevorderd. Zij, op wie, dan wel op wier goederen, deze maatregelen zijn toegepast, hebben geen recht op vergoeding van schade, tenzij schade is veroorzaakt door onjuiste of gebrekkige toepassing van de maatregelen. 3 De vergoeding voor de werkzaamheden van een arts tot bijstand van de burgemeester ter uitvoering van de Internationale Gezondheidsregeling of deze wet komt ten laste van de gemeente. 4 artikel 14, eerste lid De vergoeding voor de werkzaamheden van de deskundige, bedoeld in, komt voor rekening van de gemeente. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 16 artikel 29 De kosten, voortvloeiende uit de toepassing van de artikelen 14, 15, 16, 17 en 18 van de Internationale Gezondheidsregeling, alsmede uit de toepassing vanvan deze wet, komen, behoudens het invan deze wet bepaalde, ten laste van de exploitant van de betreffende haveninrichting of luchthaven. 2 In afwijking van het bepaalde in het vorige lid komen de kosten van de toerusting voor de onmiddellijke afzondering en verpleging van besmette en verdachte personen ten laste van het Rijk. Deze kosten van toerusting behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 16, tweede lid De schade, welke het gevolg is van de uitvoering van maatregelen, als bedoeld in, van deze wet, komt voor rekening van de exploitant van de betreffende haveninrichting. Deze schade kan worden verhaald op het Rijk, indien de maatregelen noodzakelijk zijn geworden buiten de schuld van de exploitant. 1960 335 14-07-1960 5838 1963 408 24-09-1963 01-01-1964
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 De kosten van het onderzoek van schepen, noodzakelijk ter verkrijging van één der certificaten, bedoeld in artikel 53, tweede lid, der Internationale Gezondheidsregeling, alsmede de kosten der ter verkrijging van zodanig certificaat verrichte ontrattingen van schepen, komen ten laste van de gezagvoerder van het desbetreffende schip. Onze Minister stelt het tarief vast voor het onderzoek en voor de ontrattingen, als bedoeld in de vorige volzin, hetwelk in geheel Nederland geldt en gelijkluidend is voor elk schip, varende onder welke vlag ook. 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Behoudens het bepaalde in artikel 82 van de Internationale Gezondheidsregeling alsmede in andere door Onze Minister te bepalen gevallen komen de kosten van inenting ter verkrijging van een internationaal geldig certificaat van inenting ten laste van belanghebbende. 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Indien in een land, dat niet door de Internationale Gezondheidsregeling gebonden is, een besmette kring is, is Onze Minister bevoegd deze kring besmet te verklaren. 2 Ten aanzien van verkeer uit zodanig land stelt de burgemeester de eisen en neemt hij de maatregelen, welke hij nuttig en nodig acht, ten einde verbreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen en tegen te gaan, een en ander voor zover de in artikel 86 van de Internationale Gezondheidsregeling bedoelde internationale sanitaire verdragen hem dit ten aanzien van de landen, waarmede Nederland ter zake verbonden is gebleven, toestaan. 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De burgemeester, de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid en alle anderen, die met de uitvoering van de ingevolge de Internationale Gezondheidsregeling en deze wet voorgeschreven maatregelen zijn belast, zijn na behoorlijke legitimatie en voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is bevoegd schepen, luchtvaartuigen, treinen, andere middelen van vervoer en haveninrichtingen met inbegrip van woningen te betreden, zelfs zonder toestemming van de op of in het vervoermiddel of op de haveninrichting verantwoordelijke personen of van hen, die met de leiding van een haveninrichting zijn belast. Zij zijn tevens bevoegd alle plaatsen te betreden teneinde schepen, luchtvaartuigen, andere middelen van vervoer en haveninrichtingen te bereiken. Degene, die de leiding heeft op het betreffende voertuig of op de betreffende haveninrichting, stelt hem in de gelegenheid zich aldaar toegang te verschaffen. 1994 573 22-06-1994 22539 1994 683 02-09-1994 01-10-1994
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gegeven ter uitvoering van deze wet en van de Internationale Gezondheidsregeling. 1971 752 25-11-1971 11003 1971 752 25-11-1971 11003 30-12-1971
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid. 2 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De in het eerste lid bedoelde ambtenaren beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Hij, die handelt in strijd met de bepalingen van deze wet of de Internationale Gezondheidsregeling, of niet voldoet aan bij of krachtens deze wet en bij de Internationale Gezondheidsregeling te zijnen aanzien gegeven aanwijzingen of voorgeschreven maatregelen, dan wel voorwerpen of dieren onttrekt aan bij of krachtens deze wet en de Internationale Gezondheidsregeling te dien aanzien gegeven aanwijzingen en voorgeschreven maatregelen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één jaar of geldboete van de derde categorie. 2 Het strafbare feit is een overtreding. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Hij, die bij een medisch onderzoek opzettelijk onjuiste inlichtingen geeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de derde categorie. 2 Het strafbare feit is een misdrijf. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Stb. Stb. Stb. De wet van 28 maart 1877,35, tot wering van besmetting door uit zee aankomende schepen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 maart 1922,135, en de wet van 26 oktober 1935,626, tot regeling van het sanitaire toezicht op de luchtvaart, worden ingetrokken. 1960 335 14-07-1960 5838 1963 408 24-09-1963 01-01-1964
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Quarantainewet". Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Wij kunnen het inwerkingtreden van de verschillende onderdelen van deze wet op verschillende tijdstippen bepalen. 1960 335 14-07-1960 5838 1963 408 24-09-1963 01-01-1964