Wet van 1 augustus 1964, houdende vaststelling van overgangsregelen met het oog op de inwerkingtreding van de nieuwe voorschriften nopens de ruimtelijke ordening en de volkshuisvesting
- BWB-id
- BWBR0002452
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 1994-01-01 t/m 2008-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002452
- ELI
- /eli/nl/wet/1965/overgangswet-ruimtelijke-ordening-en-volkshuisvesting
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1965/overgangswet-ruimtelijke-ordening-en-volkshuisvesting/1994-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002452&g=1994-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002452&z=2026-06-06&g=1994-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002452/1994-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1965/overgangswet-ruimtelijke-ordening-en-volkshuisvesting
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op de Ruimtelijke Ordening Woningwet Bepalingen in provinciale en gemeentelijke verordeningen betreffende onderwerpen, waarvoor bij deof devoorschriften zijn gegeven, blijven van kracht, voor zover zij niet met die voorschriften in strijd zijn. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Stb. De Woningwet (wet van 22 juni 1901,158) voortaan aan te halen als Woningwet 1901 wordt, behoudens het bepaalde in de volgende artikelen, ingetrokken. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 149 van de Gemeentewet hoofdstuk II der Woningwet Stb. afdeling 1 van genoemd hoofdstuk der Woningwet Voorschriften, als bedoeld in artikel 1 of artikel 2, eerste lid, der Woningwet 1901, alsmede overeenkomstig het bepaalde in(1992, 96) vastgestelde voorschriften, welke voorzien in onderwerpen, als omschreven in, worden geacht voorschriften te zijn als bedoeld in. 2 Op voorschriften, als in de aanhef van het eerste lid bedoeld, welke bij de inwerkingtreding van deze wet zijn vastgesteld, doch nog niet zijn goedgekeurd of ten aanzien waarvan bij die inwerkingtreding de beslissing omtrent goedkeuring nog niet in beroep onaantastbaar is, blijft artikel 11 van de Woningwet 1901 van toepassing. 3 Woningwet artikel 21 der Woningwet De gemeenteraden brengen de in het eerste lid bedoelde voorschriften met dein overeenstemming. Indien de raad hieraan binnen drie jaren na de inwerkingtreding van deze wet niet heeft voldaan passen Gedeputeerde Statentoe. 1993 610 11-11-1993 22893 1993 610 11-11-1993 22893 01-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 bis artikel 3, vijfde lid, van de Woningwet Voorschriften, gegeven ter uitvoering van artikel 1van de Woningwet 1901, blijven van kracht en worden geacht ter uitvoering vante zijn gegeven. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Op verzoeken om een vergunning, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, der Woningwet 1901, ingekomen vóór de inwerkingtreding van deze wet, beslissen burgemeester en wethouders volgens het ten tijde van de indiening van het verzoek geldende recht. Op deze beslissing blijft artikel 7 der Woningwet 1901 van toepassing. 2 a artikel 47 van de Woningwet Vergunningen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder, van de Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld inte zijn. 3 b artikel 55 van de Woningwet Vergunningen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder, van de Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld inte zijn. 4 Op een besluit, als bedoeld in artikel 6, zesde lid, der Woningwet 1901, ten aanzien waarvan bij de inwerkingtreding van deze wet de beroepstermijn nog niet is verstreken, blijft artikel 7 der Woningwet 1901 van toepassing. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 49, zevende lid, van de Woningwet In de gevallen, dat vergunning is verleend ingevolge artikel 8 van de Woningwet 1901 isvan overeenkomstige toepassing. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 87, vierde lid, der Woningwet Door Gedeputeerde Staten ingevolge artikel 13, tweede lid, der Woningwet 1901 vastgestelde regelingen worden geacht krachtenste zijn vastgesteld. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 25 artikel 29 der Woningwet Aanschrijvingen, als bedoeld in paragraaf 3 der Woningwet 1901, alsmede daartoe strekkende adviezen van de inspecteur worden geacht onderscheidenlijk krachtensente zijn uitgebracht. 2 artikel 20 Ten aanzien van adviezen en aanschrijvingen, als in het eerste lid bedoeld, blijvenen, voor zover de termijn om voorziening te vragen bij de inwerkingtreding van deze wet nog niet is verstreken, artikel 24 van de Woningwet 1901 van toepassing. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 33 artikel 34 der Woningwet Besluiten tot onbewoonbaarverklaring genomen ingevolge paragraaf 4 der Woningwet 1901, alsmede daartoe strekkende adviezen van de inspecteur worden geacht onderscheidenlijk krachtensente zijn genomen of uitgebracht. 2 Ten aanzien van onbewoonbaarverklaringen en adviezen, als in het eerste lid bedoeld, blijft voor zover de termijn om voorziening te vragen bij de inwerkingtreding van deze wet nog niet is verstreken, artikel 26 der Woningwet 1901 van toepassing. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 2, tweede lid artikel 35 paragraaf 7 Wet op de Ruimtelijke Ordening Bijzondere voorschriften ter bepaling van voor- of achtergevelrooilijnen, als bedoeld in, bouwverboden, als bedoeld in, plannen van uitbreiding, als bedoeld in, met daarbij behorende bebouwingsvoorschriften en voorschriften, als bedoeld in artikel 43 der Woningwet 1901, worden geacht bestemmingsplannen in de zin van dete zijn. Zij behouden het rechtsgevolg, dat zij bij de inwerkingtreding van deze wet hadden. 2 artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Op de in het vorige lid aangegeven, ingevolge de Woningwet 1901 tot stand gekomen, planologische maatregelen isgedurende 5 jaren na het in werking treden van deze wet niet van toepassing. Gemeentelijke schadevergoedingsverordeningen, van toepassing op in dit lid bedoelde planologische maatregelen, blijven ten hoogste tot dit tijdstip van kracht. 3 Wet op de Ruimtelijke Ordening De gemeenteraden brengen de in het eerste lid bedoelde maatregelen binnen vijf jaren na de inwerkingtreding van deze wet met dein overeenstemming. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10, eerste lid Indien vóór de inwerkingtreding van deze wet volgens de voorschriften van de Woningwet 1901 een ontwerp voor een maatregel, als bedoeld in, van deze wet ter inzage is gelegd, kan die maatregel ook na die inwerkingtreding nog volgens de voorschriften van de Woningwet 1901 worden vastgesteld. 2 artikel 10, eerste lid a Op maatregelen, vastgesteld ingevolge het eerste lid, en op maatregelen, als bedoeld in, van deze wet, welke bij de inwerkingtreding van deze wet zijn vastgesteld, doch nog niet zijn goedgekeurd, of ten aanzien waarvan bij die inwerkingtreding de beslissing omtrent goedkeuring nog niet in beroep onaantastbaar is, blijven de artikelen 11, onderscheidenlijk 35 en 37, 38, 40 en 43der Woningwet 1901 van toepassing. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikelen 36, vijfde lid 44, eerste lid artikel 38, tweede lid artikel 37, tweede lid artikel 30 artikel 40 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Een verplichting ingevolge de, en,of de artikelen 40 en 44, vierde lid, van de Woningwet 1901 wordt geacht een verplichting ingevolge, onderscheidenlijk, onderscheidenlijkte zijn. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 21, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Een besluit, genomen ingevolge artikel 36, vierde lid, van de Woningwet 1901 wordt geacht ingevolgegenomen te zijn. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De voorwaarde van terugbetaling, genoemd in de artikelen 52 en 57 van de Woningwet 1901 en verbonden aan op grond van de artikelen 52 en 56, derde lid, van die wet verleende bijdragen, vervalt. 2 Woningwet Voorschriften, gegeven ter uitvoering van de paragrafen 8 en 9 van de Woningwet 1901 - voorzover zij niet krachtens artikel 52, derde lid, van die wet zijn uitgevaardigd - alsmede de op die voorschriften berustende uitvoeringsbepalingen blijven van kracht en worden geacht ter uitvoering van dete zijn gegeven. 3 Wijzigt de wet van 14 juni 1934, Stb. 316. 4 artikel 78 van de Onteigeningswet De verplichting tot terugbetaling, verbonden aan bij of krachtens besluit van de gemeenteraad op andere wijze dan door middel van bijdragen, als bedoeld in het eerste lid, verleende geldelijke steun ter tegemoetkoming in ongedekte jaarlijkse tekorten, die voortspruiten uit de exploitatie van - vóór 1 januari 1946 tot stand gekomen - woningen door ingevolgetoegelaten verenigingen, vennootschappen en stichtingen, vervalt. 1975 384 26-06-1975 11092 1977 218 19-04-1977 01-05-1977
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Op verzoeken om een vergunning, als bedoeld in artikel 73 der Woningwet 1901, ingekomen vóór de inwerkingtreding van deze wet, beslissen burgemeester en wethouders volgens het ten tijde van de indiening van het verzoek geldende recht. Op deze beslissing blijft artikel 73, vierde lid, der Woningwet 1901 van toepassing. 2 artikel 47 der Woningwet artikel 49 der Woningwet Vergunningen, als bedoeld in artikel 73 der Woningwet 1901 worden geacht vergunningen, als bedoeld inte zijn. In deze vergunningen wordt voor de toepassing vangeacht een termijn van vijf jaren te zijn gesteld. 3 Met betrekking tot beslissingen omtrent vergunning, ten aanzien waarvan bij de inwerkingtreding van deze wet de termijn om voorziening te vragen nog niet is verstreken, blijft artikel 73, vierde lid, der Woningwet 1901 van toepassing. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Stb. Stb. Onze Minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid kan toestaan, dat woningen, waarvan de bewoning ingevolge artikel 2 van de Woningnoodwet 1918 (379, vervallen 6 maanden na de inwerkingtreding van het Koninklijk besluit van 12 september 1931,396) na een bepaalde termijn moest ophouden, langer worden bewoond. De toestemming wordt telkens voor een bepaalde termijn verleend, die voor verlenging vatbaar is. Na de dag, waarop de bewoning ingevolge de beschikking van voornoemde Minister moet ophouden, moet het gemeentebestuur de woning onverwijld doen ontruimen en afbreken, tenzij voor zoveel het afbreken betreft, met goedkeuring van die Minister aan de woning een andere bestemming wordt gegeven. 2 Stb. De bepalingen, die ingevolge de Woningnoodwet 1918 (379) golden ten aanzien van woningen als bedoeld in het eerste lid, blijven van kracht, behoudens wijziging, aanvulling of intrekking door Ons. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Stb. artikel 32 De wet van 28 september 1950,K 415, houdende voorlopige regeling inzake het Nationale Plan en de streekplannen, hierna aangehaald als: voorlopige wet, wordt, behoudens hetgeen bijwordt bepaald, ingetrokken. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 hoofdstuk III van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Streekplannen, als bedoeld in de voorlopige wet, voor zover zij bij de inwerkingtreding van deze wet zijn goedgekeurd en die, omtrent welker goedkeuring bij die inwerkingtreding nog niet is beslist, worden geacht streekplannen, als bedoeld inte zijn. 2 Indien vóór de inwerkingtreding van deze wet volgens de voorschriften van de voorlopige wet een ontwerp voor een streekplan ter inzage is gelegd, kan dat plan ook na die inwerkingtreding nog volgens de voorschriften van de voorlopige wet worden vastgesteld. 3 Op streekplannen, die ingevolge het tweede lid zijn vastgesteld, is het eerste lid van toepassing. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 8, tweede lid Besluiten, als bedoeld in, der voorlopige wet, blijven nog 5 jaren na de inwerkingtreding van deze wet van kracht. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1965 324 07-07-1965 7718 1965 324 07-07-1965 7718 23-07-1965
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 b artikel 40der Onteigeningswet Op ingevolge de Woningwet 1901 tot stand gekomen bouwverboden en bijzondere voorschriften ter bepaling van een voorgevelrooilijn blijftvan toepassing. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 80 van de Onteigeningswet Titel IV van de Onteigeningswet Op onteigeningen, ten aanzien waarvan de ter inzage legging, als bedoeld in, heeft plaats gehad vóór de inwerkingtreding van deze wet, blijven de bepalingen van, zoals die vóór evenbedoeld tijdstip golden, van kracht. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 78 van de Onteigeningswet artikel 59, eerste lid, van de Woningwet Verenigingen, vennootschappen en stichtingen, toegelaten ingevolge, worden geacht toegelaten te zijn ingevolge. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1964 344 01-08-1964 5455 1965 340 24-07-1965 01-08-1965
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 Deze wet kan worden aangehaald als Overgangswet ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. 2 het derde en vierde lid van artikel 14 Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Wij kunnen een ander tijdstip vaststellen, waarop het eerste en, alsmede de uitzondering, gemaakt op het tweede lid van dat artikel, in werking treden. 1975 384 26-06-1975 11092 1977 218 19-04-1977 01-05-1977