Wet van 23 december 1964, houdende uitvoering van het op 23 juli 1964 te Wenen ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot vereenvoudiging van het rechtsverkeer, zoals dit is geregeld bij het Haagse Verdrag van 1 maart 1954
- BWB-id
- BWBR0002476
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002476
- ELI
- /eli/nl/wet/1965/uitvoeringswet-verdrag-nederland-oostenrijk-tot-vereenvoudig
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1965/uitvoeringswet-verdrag-nederland-oostenrijk-tot-vereenvoudig/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002476&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002476&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002476/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1965/uitvoeringswet-verdrag-nederland-oostenrijk-tot-vereenvoudig
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Trb. In deze wet wordt onder "het verdrag" verstaan het op 23 juli 1964 te Wenen ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk tot vereenvoudiging van het rechtsverkeer, zoals dit is geregeld bij het Haagse verdrag van 1 maart 1954 (1954, 40). 1964 562 23-12-1964 7878 1959 78 01-03-1954 10-09-1965
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De aanvragen om overmaking van stukken en de verzending van rogatoire commissies op de voet van de artikelen 1 en 3 van het verdrag geschieden aan Nederlandse zijde door de officieren van justitie bij de arrondissementsparketten. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Artikel 30 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken De bij de overmaking van stukken gemaakte kosten, waarvan ingevolge artikel 5, tweede lid, van het verdrag door de Republiek Oostenrijk opgave wordt gedaan, worden in rekening gebracht aan degene te wiens verzoeke de Officier van Justitie de overmaking heeft aangevraagd.is van overeenkomstige toepassing. 2010 715 28-10-2010 30-09-2010 31758 2010 726 28-10-2010 26-10-2010 01-11-2010 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Stb. Met betrekking tot kosten die zijn gemaakt bij de uitvoering van een rogatoire commissie en waarvan ingevolge artikel 5, tweede lid, van het verdrag door de Republiek Oostenrijk opgave wordt gedaan, is artikel 16 van de wet van 24 december 1958 (677) houdende uitvoering van het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. 1964 562 23-12-1964 7878 1959 78 01-03-1954 10-09-1965
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag waarop het verdrag voor Nederland in werking treedt. 1964 562 23-12-1964 7878 1959 78 01-03-1954 10-09-1965