Wet van 15 oktober 1964, houdende regelen met betrekking tot de geneeskundige verzorging door middel van ziekenfondsverzekering
- BWB-id
- BWBR0002460
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2005-12-29 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002460
- ELI
- /eli/nl/wet/1965/ziekenfondswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1965/ziekenfondswet/2005-12-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002460&g=2005-12-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002460&z=2026-06-06&g=2005-12-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002460/2005-12-29
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1965/ziekenfondswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, b. artikel 1a het College zorgverzekeringen: het college, genoemd in, c. artikel 1u het College toezicht: het college, genoemd in, d. artikel 34 ziekenfonds: een rechtspersoon, toegelaten overeenkomstig, e. artikel 33 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 38 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten uitvoeringsorgaan: een ziekenfonds, een ziektekostenverzekeraar, toegelaten overeenkomstigen een uitvoerend orgaan als bedoeld in, f. instelling: 1°. artikel 8a een instelling, toegelaten overeenkomstig; 2°. een in het buitenland gevestigde rechtspersoon die in het desbetreffende land zorg verleent in het kader van het in dat land geldende socialezekerheidsstelsel, dan wel zich richt op het verlenen van zorg aan specifieke groepen van publieke functionarissen, g. verzekerde: een verzekerde ingevolge deze wet en, tenzij het tegendeel blijkt, een medeverzekerde, h. Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de, i. ziekenfondsverzekering: de verzekering ingevolge deze wet, j. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten algemene verzekering bijzondere ziektekosten: de verzekering ingevolge de, k. artikel 1q, eerste lid Algemene Kas: de kas, genoemd in, l. artikel 38 van de Wet financiering volksverzekeringen Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten: het fonds, genoemd in, m. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in, n. particuliere ziektekostenverzekering: een overeenkomst van directe verzekering die strekt tot vergoeding van kosten van geneeskundige hulp, met uitzondering van overeenkomsten van arbeidsongeschiktheidsverzekering, overeenkomsten van ongevallenverzekering, overeenkomsten van reisverzekering en andere overeenkomsten van verzekering waarbij kosten van geneeskundige hulp uitsluitend aanvullend worden gedekt, o. artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek groep: een groep als bedoeld in; p. paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 winst uit onderneming: de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in; q. afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 winst uit Nederlandse onderneming: de belastbare winst uit Nederlandse onderneming, bedoeld in. 2 Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a. echtgenoot: geregistreerde partner; b. echtgenoten: geregistreerde partners; c. gehuwd: als partner geregistreerd; d. gehuwde: als partner geregistreerde. 3 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. 4 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid. 6 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. 7 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 Er is een College voor zorgverzekeringen, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het College zorgverzekeringen is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats. 2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Wet financiering volksverzekeringen Overgangswet verzorgingshuizen Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 Wet tarieven gezondheidszorg Wet ziekenhuisvoorzieningen Het College zorgverzekeringen is belast met de taken die hem zijn opgedragen bij of krachtens deze wet, de, de, de, de, de, de, een andere wet of een internationale overeenkomst. 3 Het College zorgverzekeringen wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b 1 Het College zorgverzekeringen bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste negen leden, onder wie de voorzitter. 2 Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden. Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van het College zorgverzekeringen alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Van een besluit tot benoeming, schorsing of ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 3 Het lidmaatschap van het College zorgverzekeringen is onverenigbaar met het lidmaatschap van het College toezicht. Bij ministeriële regeling kunnen andere functies of werkzaamheden worden aangewezen, die niet verenigbaar zijn met het lidmaatschap van het College zorgverzekeringen. 4 Bij de samenstelling van het College zorgverzekeringen wordt gestreefd naar evenredige deelneming van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele minderheidsgroepen. 5 De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 6 Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door Onze Minister. 7 Bij ministeriële regeling worden de vergoeding van reis- en verblijfkosten en verdere vergoedingen aan leden van het College zorgverzekeringen en leden van commissies vastgesteld en kunnen nadere regels over hun rechtspositie worden vastgesteld. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c 1 Het College zorgverzekeringen stelt een bestuursreglement vast. Daarin worden in ieder geval regels gesteld omtrent de wijze waarop besluiten worden voorbereid, genomen en uitgevoerd, alsmede omtrent de wijze waarop afspraken over samenwerking met het College toezicht tot stand komen ten aanzien van aangelegenheden die het College zorgverzekeringen en het College toezicht beide aangaan. 2 In het bestuursreglement kan het College zorgverzekeringen voorzien in de instelling van commissies. In commissies kunnen personen deelnemen die geen lid van het College zorgverzekeringen zijn. In het reglement worden regels gesteld over de samenstelling en taken van de ingestelde commissies. 3 Vergaderingen van het College zorgverzekeringen en van commissies zijn openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald. 4 Het bestuursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1d — Artikel 1d#
Artikel 1d 1 Het College zorgverzekeringen benoemt, schorst en ontslaat het personeel. 2 Het College zorgverzekeringen stelt met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van het personeel regels vast. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1e — Artikel 1e#
Artikel 1e Het College zorgverzekeringen zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar. Het werkprogramma behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister zendt het werkprogramma aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College zorgverzekeringen stelt het werkprogramma algemeen verkrijgbaar. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1f — Artikel 1f#
Artikel 1f Het College zorgverzekeringen zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een begroting van zijn beheerskosten voor het volgende kalenderjaar, alsmede een meerjarenraming. De begroting en de meerjarenraming behoeven de instemming van Onze Minister. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1g — Artikel 1g#
Artikel 1g Het College zorgverzekeringen zendt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een verslag van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder, alsmede gegevens omtrent de uitvoering van het werkprogramma in het afgelopen kalenderjaar. Onze Minister zendt het verslag aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College zorgverzekeringen stelt het verslag algemeen verkrijgbaar. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1h — Artikel 1h#
Artikel 1h 1 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het College zorgverzekeringen brengt jaarlijks voor 1 juli aan Onze Minister een financieel verslag over zijn beheerskosten over het afgelopen kalenderjaar uit, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid van de ontvangsten en uitgaven, afgegeven door een accountant als bedoeld in, alsmede van een rapport van de accountant over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële beheer. 2 Het financieel verslag behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister zendt het financieel verslag aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College zorgverzekeringen stelt het financieel verslag algemeen verkrijgbaar. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1i — Artikel 1i#
Artikel 1i Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole. 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 1j — Artikel 1j#
Artikel 1j De beheerskosten van het College zorgverzekeringen worden volgens bij ministeriële regeling te stellen regels tot ten hoogste de in de begroting aangegeven bedragen gedekt uit de Algemene Kas en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1k — Artikel 1k#
Artikel 1k Onze Minister kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot de werkwijze en de uitoefening van de taken van het College zorgverzekeringen. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1l — Artikel 1l#
Artikel 1l 1 Een besluit van het College zorgverzekeringen kan bij koninklijk besluit worden vernietigd. 2 Van een besluit tot vernietiging wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1l1 — Artikel 1l1#
Artikel 1l1 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 14 artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het College zorgverzekeringen bevordert de rechtmatige en doelmatige uitvoering van deze wet en dedoor de uitvoeringsorganen en door de rechtspersonen, bedoeld invan deze wet en. 2 artikel 14 artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het College zorgverzekeringen kan met het oog op de rechtmatige en doelmatige uitvoering beleidsregels stellen voor de uitvoeringsorganen en de rechtspersonen, bedoeld invan deze wet en. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1m — Artikel 1m#
Artikel 1m artikel 14 artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het College zorgverzekeringen geeft aan de uitvoeringsorganen en aan de rechtspersonen, bedoeld invan deze wet en, aan personen en instellingen die vormen van hulp of zorg verlenen, alsmede op verzoek van Onze Minister aan verzekerden voorlichting over het beleid op het terrein van de ziektekostenverzekeringen. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1n — Artikel 1n#
Artikel 1n 1 Het College zorgverzekeringen rapporteert desgevraagd aan Onze Minister omtrent de uitvoerbaarheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid op het terrein van de ziekenfondsverzekering of de algemene verzekering bijzondere ziektekosten. 2 Het College zorgverzekeringen signaleert gevraagd en ongevraagd aan Onze Minister feitelijke ontwikkelingen op het terrein van de ziekenfondsverzekering of de algemene verzekering bijzondere ziektekosten. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1o — Artikel 1o#
Artikel 1o 1 Het College zorgverzekeringen bevordert de afstemming van de uitvoering van: a. de ziekenfondsverzekering en de algemene verzekering bijzondere ziektekosten, b. de ziekenfondszekering met de uitvoering van de algemene verzekering bijzondere ziektekosten, c. de ziekenfondsverzekering en de algemene verzekering bijzondere ziektekosten met de uitvoering van het beleid op andere terreinen van de volksgezondheid, en d. de ziekenfondsverzekering en de algemene verzekering bijzondere ziektekosten met de uitvoering van het beleid op andere terreinen van sociale zekerheid. 2 artikel 14 artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het College zorgverzekeringen kan met het oog op de afstemming beleidsregels stellen voor de uitvoeringsorganen en de rechtspersonen, bedoeld invan deze wet en. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1p — Artikel 1p#
Artikel 1p 1 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het College zorgverzekeringen ten laste van de Algemene Kas dan wel ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, overeenkomstig in die regeling gestelde regels subsidies verstrekt: a. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voor voorzieningen, ten aanzien waarvan het voornemen bestaat deze te doen opnemen in de aanspraken ingevolge deze wet of de; b. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voor voorzieningen die aan verzekerden ingevolge deze wet of dekunnen worden geboden in plaats van een voorziening waarop ingevolge die wetten aanspraak bestaat; c. voor activiteiten welke ten doel hebben verbetering van de zorgverlening te bevorderen; d. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten ten behoeve van verzekerden ingevolge deze wet of deom hen de mogelijkheid te geven om in plaats van het tot gelding brengen van een aanspraak ingevolge die wetten zelf te voorzien in de zorg die zij behoeven; e. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voor onderzoek met betrekking tot de uitvoering van deze wet en de; f. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voor andere bij die regeling aan te wijzen doeleinden, verband houdende met de verzekering ingevolge deze wet of deof de volksgezondheid in het algemeen. 2 artikel 14 artikel 16 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten In een regeling als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat daarbij aan te wijzen bevoegdheden met betrekking tot de verstrekking van subsidies worden uitgeoefend door een of meer door het College zorgverzekeringen aan te wijzen rechtspersonen als bedoeld invan deze wet of. 3 In een regeling als bedoeld in het eerste lid kan aan het College zorgverzekeringen worden opgedragen nadere regels te stellen. De nadere regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. Goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het belang van de volksgezondheid. 4 Onze Minister kan jaarlijks voor een categorie van subsidies het subsidieplafond voor het komende jaar bekendmaken. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1q — Artikel 1q#
Artikel 1q 1 artikel 14a, eerste lid, onder a de artikelen 17 18, tweede lid artikel 14a, eerste lid, onder b, en tweede lid Er is een Algemene Kas, waarin gestort worden de gelden, bedoeld in, met uitzondering van de nominale premies, bedoeld inen, alsmede de gelden, bedoeld in. 2 Het College zorgverzekeringen is belast met het beheer van de Algemene Kas. 3 De middelen van de Algemene Kas worden aangewend: a. ten behoeve van gehele of gedeeltelijke dekking van de kosten van de ziekenfondsverzekering; b. ten behoeve van uitgaven voor de ziekenfondsverzekering, voortvloeiende uit enige andere wettelijke regeling of uit overeenkomsten; c. artikel 1p ten behoeve van het verstrekken van subsidies als bedoeld in; d. ten behoeve van het vormen van een reserve, overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels. 2002 583 10-12-2002 14-11-2002 28478 2002 628 23-12-2002 10-12-2002 01-01-2003 Bij Stb. 2002/583 is in artikel II een bepaling betreffende de
toepassing gepubliceerd.
Artikel 1r — Artikel 1r#
Artikel 1r 1 Het College zorgverzekeringen houdt de financiële middelen die deel uitmaken van de Algemene Kas, in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën. 2 Het College zorgverzekeringen kan, voor de uitvoering van zijn wettelijke taken, beschikken over de financiële middelen die hij in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën houdt. 3 In afwijking van het eerste lid kan het College zorgverzekeringen een deel van de in het eerste lid bedoelde financiële middelen buiten de in het eerste lid bedoelde rekening-courant houden. 4 Onze Minister van Financiën stelt in overeenstemming met Onze Minister, na overleg met het College zorgverzekeringen, de omvang van het in het derde lid bedoelde deel van de financiële middelen vast. 5 Bij een tekort aan financiële middelen maakt het College zorgverzekeringen gebruik van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden verleend. 6 Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het College zorgverzekeringen ten aanzien van de rekening-courant, in elk geval met betrekking tot: a. de slotstanden per dag; b. alle dagelijks geboekte mutaties of transacties in de rekening-courant. 7 Het College zorgverzekeringen informeert Onze Minister van Financiën ten aanzien van de rekening-courant in elk geval met betrekking tot de prognoses van de saldi van de rekening-courant. 8 Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de rekening-courant geen kosten in rekening. 9 Onze Minister van Financiën stelt in overeenstemming met Onze Minister, na overleg met het College zorgverzekeringen, regels omtrent de rente die over de saldi van de in het eerste lid bedoelde rekening-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht. 10 Onze Minister van Financiën kan in overeenstemming met Onze Minister, na overleg met het College zorgverzekeringen, regels stellen omtrent het eerste, zesde en zevende lid. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1s — Artikel 1s#
Artikel 1s 1 Het College zorgverzekeringen zendt met betrekking tot de Algemene Kas en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten jaarlijks voor 31 december aan Onze Minister een financieel verslag over de uitgaven en ontvangsten in het voorafgaande kalenderjaar en de toestand van die kas en dat fonds per 31 december van dat jaar. Artikel 1i is van overeenkomstige toepassing. 2 Het financieel verslag gaat vergezeld van: a. artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een verklaring over de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in; b. een verklaring van de accountant over de rechtmatigheid van het beheer met betrekking tot de uitgaven en ontvangsten van de Algemene Kas en van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten; c. een rapport van de accountant over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financieel beheer; d. een rapport over de mate waarin de uitgaven en ontvangsten van de Algemene Kas en van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten zijn gedekt door rechtmatigheidsverklaringen of rechtmatigheidsrapportages van derden. 3 Het financieel verslag behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister zendt het financieel verslag aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College zorgverzekeringen stelt het financieel verslag algemeen verkrijgbaar. 4 Het College zorgverzekeringen rapporteert Onze Minister gevraagd en ongevraagd omtrent: a. de benodigde omvang van de ten laste van de Algemene Kas en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten besteedbare middelen voor de ziekenfondsverzekering onderscheidenlijk de algemene verzekering bijzondere ziektekosten; b. artikel 15, eerste lid artikel 39, eerste lid, onder a, van de Wet financiering volksverzekeringen de hoogte van de premie, bedoeld in, en van de premie, bedoeld in. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1t — Artikel 1t#
Artikel 1t 1 Het College zorgverzekeringen is tegenover personen of instellingen, die terzake van aan verzekerden op grond van deze wet verleende zorg vorderingen hebben op een ziekenfonds, aansprakelijk voor de betaling daarvan, wanneer dat ziekenfonds verkeert in de toestand, dat het heeft opgehouden te betalen. 2 Het Rijk is tegenover het College zorgverzekeringen aansprakelijk voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 1u — Artikel 1u#
Artikel 1u 1 Er is een College van toezicht op de zorgverzekeringen, dat rechtspersoonlijkheid bezit. Het College toezicht is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats. 2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het College toezicht is belast met het toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van deze wet en dedoor de uitvoeringsorganen. Het College toezicht kan bij algemene maatregel van bestuur tevens worden belast met het toezicht op andere organen voor zover deze taken vervullen die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de ziekenfondsverzekering of de algemene verzekering bijzondere ziektekosten. 3 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Wet financiering volksverzekeringen In een krachtens deze wet, de, deof een andere wet vast te stellen algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling kan het nemen van een voor de toepassing van die wetten te nemen besluit, voor zover dat voor de goede uitoefening van taken door het College toezicht wenselijk is, worden opgedragen aan het College toezicht. 4 Het College toezicht wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1v — Artikel 1v#
Artikel 1v 1 Het College toezicht bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste vijf leden, onder wie de voorzitter. 2 Artikel 1b, tweede tot en met zevende lid , is van overeenkomstige toepassing. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1w — Artikel 1w#
Artikel 1w De artikelen 1c, eerste, derde en vierde lid 1d tot en met 1l , enzijn van overeenkomstige toepassing. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x — Artikel 1x#
Artikel 1x 1 Het College toezicht wijst de medewerkers aan die zijn belast met het toezicht. 2 artikelen 5:12 5:13 5:15 tot en met 5:17 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht De,,enzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de op grond van het eerste lid aangewezen personen. 3 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x1 — Artikel 1x1#
Artikel 1x1 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het College toezicht rapporteert voor 1 november aan Onze Minister en aan het College zorgverzekeringen per uitvoeringsorgaan over de rechtmatigheid van de uitvoering van deze wet en dein het voorafgaande kalenderjaar. Daarbij wordt per uitvoeringsorgaan een verklaring gegeven over de rechtmatigheid van de in de financiële verantwoording over het voorafgaande kalenderjaar door het uitvoeringsorgaan opgenomen posten. Indien het College toezicht uitgaven of besparingen op beheerskosten van een uitvoeringsorgaan als niet verantwoord heeft aangemerkt, vermeldt het dat in zijn verklaring. 2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het College toezicht zendt voor 1 november aan Onze Minister en aan het College zorgverzekeringen een samenvattend rapport over de rechtmatigheid van de uitvoering van deze wet en dedoor de uitvoeringsorganen in het voorafgaande kalenderjaar. 3 artikel 1s Onze Minister zendt het rapport, bedoeld in het tweede lid, tegelijk met het financieel verslag, bedoeld in, aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College toezicht stelt het rapport, bedoeld in het tweede lid, algemeen verkrijgbaar. 4 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van de rapportages, bedoeld in het eerste en tweede lid. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x2 — Artikel 1x2#
Artikel 1x2 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het College toezicht zendt jaarlijks aan Onze Minister en aan het College zorgverzekeringen rapportages over de resultaten van de door hem uitgevoerde onderzoeken naar de doelmatigheid van de uitvoering van deze wet en dedoor de uitvoeringsorganen. 2 Onze Minister zendt de rapportages, bedoeld in het eerste lid, aan beide kamers der Staten-Generaal. Het College toezicht stelt de rapportages, bedoeld in het eerste lid, algemeen verkrijgbaar. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de inhoud en inrichting van de rapportages, bedoeld in het eerste lid. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x3 — Artikel 1x3#
Artikel 1x3 1 Het College toezicht maakt, onverminderd zijn bevoegdheid tot eigen onderzoek, zoveel mogelijk gebruik van de resultaten van door anderen verrichte controles. 2 De uitvoeringsorganen verstrekken desgevraagd aan het College toezicht de informatie over de uitgevoerde werkzaamheden van hen die met de controle zijn belast en lichten hem volledig in over de resultaten van de controle door overlegging van rapporten of op andere door het College toezicht aan te geven wijze. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x4 — Artikel 1x4#
Artikel 1x4 Het College toezicht stelt naast het in het werkprogramma opgenomen onderzoek, op verzoek van Onze Minister onderzoek in bij uitvoeringsorganen. Het College toezicht kan tevens op verzoek van het College zorgverzekeringen onderzoek bij de uitvoeringsorganen instellen. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x5 — Artikel 1x5#
Artikel 1x5 1 Het College toezicht adviseert desgevraagd of uit eigen beweging het College zorgverzekeringen over de intrekking van: a. artikel 36, eerste lid artikel 35, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een toelating als bedoeld in, van deze wet en, b. artikel 41, derde lid een toestemming als bedoeld in, c. artikel 42, vijfde lid artikel 41, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een ontheffing als bedoeld in, van deze wet en. 2 Het College toezicht brengt een advies als bedoeld in het eerste lid onverwijld ter kennis van Onze Minister. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x6 — Artikel 1x6#
Artikel 1x6 Het College toezicht rapporteert desgevraagd aan Onze Minister over de uitvoerbaarheid en doelmatigheid van voorgenomen beleid in verband met de uitoefening van zijn toezichthoudende taak. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x7 — Artikel 1x7#
Artikel 1x7 Het College toezicht, onderscheidenlijk het College zorgverzekeringen kan in overeenstemming met het College zorgverzekeringen, onderscheidenlijk het College toezicht regels stellen met betrekking tot: a. de administratie en controle door de uitvoeringsorganen, b. artikel 43e artikel 43f de inhoud en inrichting van het verslag, bedoeld inen het financieel verslag, bedoeld in, c. artikel 43f de accountantscontrole en de inhoud en inrichting van het rapport, bedoeld in. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 1x8 — Artikel 1x8#
Artikel 1x8 1 Het College toezicht kan uit hoofde van zijn toezichthoudende taak een aanwijzing geven aan een uitvoeringsorgaan. 2 Een aanwijzing kan geen betrekking hebben op de besluitvorming betreffende de toekenning van een verstrekking of een vergoeding aan een verzekerde. 3 Bij de aanwijzing stelt het College toezicht een termijn waarbinnen het uitvoeringsorgaan aan de aanwijzing moet voldoen. 4 Indien het uitvoeringsorgaan niet binnen de termijn, bedoeld in het derde lid, aan de aanwijzing voldoet, is het College toezicht bevoegd tot toepassing van bestuursdwang. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 1x9 — Artikel 1x9#
Artikel 1x9 1 Het College toezicht kan een ziekenfonds geheel of gedeeltelijk onder bewind stellen indien het van oordeel is dat bij het ziekenfonds sprake is van wanbeheer of dat een toestand dreigt te ontstaan waarin het ziekenfonds zijn taak niet naar behoren vervult. De onderbewindstelling beslaat ten hoogste twee jaar en kan telkens met ten hoogste een jaar worden verlengd. 2 Onder onderbewindstelling wordt verstaan het slechts mogen uitoefenen van bevoegdheden met toestemming van een of meer door het College toezicht aangewezen personen en met inachtneming van de opdrachten van deze personen. 3 Een besluit tot onderbewindstelling of tot verlenging daarvan bevat ten minste: a. de tijdstippen waarop het bewind ingaat en eindigt, b. de naam van de persoon of personen die het bewind voeren, c. een beschrijving van de taken en bevoegdheden van de bewindvoerders, d. voor zover het niet betreft alle activiteiten of onderdelen van een ziekenfonds, een aanduiding van de activiteiten of onderdelen van het ziekenfonds waarop de onderbewindstelling betrekking heeft. 4 Het College toezicht brengt een besluit tot onderbewindstelling onverwijld ter kennis van het ziekenfonds, het College zorgverzekeringen en Onze Minister. 5 Het ziekenfonds is verplicht te handelen overeenkomstig de opdrachten van de bewindvoerders. 6 Het College toezicht kan een bewindvoerder tussentijds vervangen. 7 Voor schade ten gevolge van een handeling die is verricht in strijd met het besluit tot onderbewindstelling, is degene die deze handeling als orgaan van het ziekenfonds heeft verricht, persoonlijk aansprakelijk tegenover het ziekenfonds. De vernietigbaarheid van de handeling kan worden ingeroepen door het ziekenfonds, indien de wederpartij wist of daarvan niet onkundig kon zijn, dat deze handeling in strijd was met het besluit tot onderbewindstelling. 8 De kosten die de bewindvoerders maken ter uitvoering van de aan hen opgedragen taken, alsmede het honorarium van de bewindvoerders komen ten laste van het ziekenfonds. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x10 — Artikel 1x10#
Artikel 1x10 artikel 1x9, zevende lid, eerste volzin Het College toezicht kan, optredende voor een uitvoeringsorgaan een schadevergoeding vorderen van een bestuurder of gewezen bestuurder voor schade, veroorzaakt door diens nalatigheid of wanbeheer. De voorgaande volzin is ten aanzien van ziekenfondsen eveneens van toepassing ten aanzien van degenen, bedoeld in, voor schade als in dat lid bedoeld. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x11 — Artikel 1x11#
Artikel 1x11 1 Een uitvoeringsorgaan verstrekt op verzoek van het College zorgverzekeringen dan wel het College toezicht, overeenkomstig de daarbij door het desbetreffende college gestelde eisen en binnen de daarbij gestelde termijn, kosteloos alle gegevens en inlichtingen die het desbetreffende college nodig acht voor de uitoefening van zijn taak. 2 Een uitvoeringsorgaan verleent op verzoek van het College zorgverzekeringen dan wel het College toezicht aan door het desbetreffende college aangewezen personen toegang tot en inzage in alle gegevens die het desbetreffende college nodig acht voor de uitoefening van zijn taak. De aangewezen persoon is bevoegd van de gegevens kopieën te maken. 3 Het eerste en tweede lid zijn tevens van toepassing op een rechtspersoon waaraan een uitvoeringsorgaan een deel van zijn werkzaamheden heeft opgedragen of overgedragen, voor zover het die werkzaamheden betreft. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x12 — Artikel 1x12#
Artikel 1x12 1 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het College toezicht, onderscheidenlijk het College zorgverzekeringen kan na overleg met het College zorgverzekeringen, onderscheidenlijk het College toezicht regels stellen welke gegevens en inlichtingen regelmatig door de uitvoeringsorganen moeten worden verstrekt. De regels kunnen mede omvatten het tijdstip en de wijze waarop de gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt, alsmede dat een accountant als bedoeld inde juistheid van de verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt. 2 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke statistische gegevens de uitvoeringsorganen verzamelen betreffende verstrekking van zorg, vergoeding van kosten van zorg dan wel vormen van zorg. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 1x13 — Artikel 1x13#
Artikel 1x13 1 Een natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie een uitvoeringsorgaan werkzaamheden verricht of heeft verricht, verstrekt op verzoek van het College zorgverzekeringen dan wel het College toezicht, overeenkomstig de door het desbetreffende college gestelde eisen en binnen de daarbij gestelde termijn, kosteloos alle gegevens en inlichtingen voor zover dat voor de vervulling van de taak van het desbetreffende college strikt noodzakelijk is. 2 Een natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wie een uitvoeringsorgaan werkzaamheden verricht of heeft verricht, verleent op verzoek van het College zorgverzekeringen dan wel het College toezicht aan door het desbetreffende college aangewezen personen toegang tot en inzage in alle gegevens voor zover dat voor de vervulling van de taak van het desbetreffende college strikt noodzakelijk is. De aangewezen persoon is bevoegd van de gegevens kopieën te maken. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x14 — Artikel 1x14#
Artikel 1x14 1 Indien een uitvoeringsorgaan behoort tot een groep, verstrekt het aan het College zorgverzekeringen dan wel het College toezicht, voor zover dat voor de vervulling van de taak van het desbetreffende college redelijkerwijs noodzakelijk is, op verzoek overeenkomstig de door het desbetreffende college gestelde eisen en binnen de daarbij gestelde termijn, kosteloos alle gegevens en inlichtingen over: a. de zeggenschapsstructuur van de groep, b. de financiële structuur van de groep, c. de inrichting van de administratieve organisatie en interne controle van de groep, d. de activiteiten van de leden van de groep, e. de personen die het beleid van de groep, of van leden van de groep bepalen of medebepalen en wier beleid uit dien hoofde van belang is voor het uitvoeringsorgaan. 2 Onder de overeenkomstig het eerste lid gestelde voorwaarden verleent het daar bedoelde uitvoeringsorgaan op verzoek van het desbetreffende college aan door dat college aangewezen personen toegang tot en inzage in alle in dat lid bedoelde gegevens. Het uitvoeringsorgaan biedt voorts gelegenheid tot het kopiëren van die gegevens. 3 Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn verstrekt of verkregen over de groep of de andere leden van de groep worden niet gepubliceerd en zijn geheim. 4 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Wet financiering volksverzekeringen Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van het eerste of tweede lid enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge het eerste of tweede lid verstrekt of verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van deze wet, deof dewordt vereist. 5 Wetboek van Strafvordering Het derde en vierde lid laten, ten aanzien van degene op wie het derde lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van hetdie betrekking hebben op het als getuige of deskundige in strafzaken afleggen van een verklaring over gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak. 6 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 66 van de Faillissementswet Het derde en vierde lid laten evenzo, ten aanzien van degene op wie het vierde lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van heten vandie betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring over gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen over een lid van een groep als bedoeld in het eerste lid, die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. Het in de voorgaande volzin bepaalde geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op leden van een groep, die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging het desbetreffende lid van de groep in staat te stellen zijn bedrijf voort te zetten. 7 Het College zorgverzekeringen en het College toezicht zijn, in afwijking van het derde en vierde lid, bevoegd met gebruikmaking van gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hen ingevolge deze wet opgedragen taak, mededelingen te doen mits deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke leden van de groep niet zijnde uitvoeringsorganen. 8 artikel 59 van de Comptabiliteitswet artikel 59 Het derde en vierde lid laten onverlet de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer ingevolge. De Rekenkamer is bij het doen van mededelingen als bedoeld in, elfde tot en met veertiende lid, van de Comptabiliteitswet, verplicht tot geheimhouding voor zover het betreft gegevens en inlichtingen die haar ingevolge de eerste volzin bekend zijn geworden. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x15 — Artikel 1x15#
Artikel 1x15 1 de artikelen 1x11, eerste en tweede lid 1x14, eerste en tweede lid Het College zorgverzekeringen en het College toezicht zijn bevoegd ter handhaving van, en, een last onder dwangsom op te leggen. 2 artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht De, enzijn van toepassing. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1x16 — Artikel 1x16#
Artikel 1x16 Het College zorgverzekeringen en het College toezicht verstrekken elkaar wederzijds die inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de uitoefening van de uit deze wet voortvloeiende taken. Artikel 1x14, derde lid, is daarbij niet van toepassing. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1y — Artikel 1y#
Artikel 1y 1 Het College zorgverzekeringen en het College toezicht verstrekken desgevraagd aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen en gegevens. 2 Het College zorgverzekeringen en het College toezicht verlenen aan door Onze Minister aangewezen personen toegang tot en inzage in alle gegevens die Onze Minister nodig acht voor de uitoefening van zijn taak. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 1z — Artikel 1z#
Artikel 1z Wet tarieven gezondheidszorg Wet ziekenhuisvoorzieningen Het College zorgverzekeringen en het College toezicht verstrekken desgevraagd aan het College tarieven gezondheidszorg, bedoeld in de, en aan het College bouw ziekenhuisvoorzieningen en het College sanering ziekenhuisvoorzieningen, bedoeld in de, de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. De bedoelde colleges kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 Vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijf genieten als bedoeld in, zijn niet verzekerd ingevolge deze wet. 2000 496 07-12-2000 23-11-2000 26975 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking als de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Verzekerd is: a. Ziektewet Ziektewet per 1 januari 2005: € 33.000,– de werknemer in de zin van de, wiens loon, verdiend in een of meer dienstbetrekkingen in de zin van de, niet meer bedraagt dan f 62 200per jaar, met dien verstande dat: 1e. artikel 7 van de Ziektewet ten aanzien van degene die ingevolgeals werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd, gedurende het eerste jaar voor zover hij recht heeft op een werkloosheidsuitkering berekend naar 70% van het dagloon, de verzekering ingevolge deze wet wordt beoordeeld naar zijn verzekeringssituatie op de dag voorafgaande aan die waarop dat artikel op hem van toepassing werd; 2e. artikel 8 8c van de Ziektewet ten aanzien van degene die ingevolgeofals werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd, de verzekering ingevolge deze wet wordt beoordeeld naar zijn verzekeringssituatie op de dag voorafgaande aan die waarop dat artikel op hem van toepassing werd; b. degene die naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is en: – Algemene nabestaandenwet een uitkering ontvangt ingevolge de, tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, dan wel – Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 45% dan wel – Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op grond van de, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van tenminste 45% of – hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg een uitkering ontvangt op grond van, indien betrokkene op de dag, voorafgaande aan de dag waarop haar recht op die uitkering ingaat, verzekerde was; c. vanaf de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar zal bereiken, degene die naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is en op de laatste dag van de voorafgaande maand verzekerde was; d. degene, die behoort tot de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen groepen van personen. 2 a a artikel 3 Indien bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur bedoeld in het eerste lid, onder d, een groep van personen als verzekerd wordt aangewezen, geldt deze aanwijzing niet voor tot die groep behorende personen, wier loon, verdiend in een of meer dienstbetrekkingen, meer bedraagt dan het in het eerste lid, onder, genoemde bedrag per jaar, herzien overeenkomstigvan deze wet. Het bepaalde in de eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid, onder b, bedoelde personen. 3 Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, onder d, kan worden bepaald: a. dat daarbij aan te wijzen andere inkomsten voor de toepassing van het bepaalde in het tweede lid als overeengekomen vast loon in geld, verdiend in een of meer dienstbetrekkingen, zullen gelden; b. uit welken hoofde een verzekerde voor de toepassing van deze paragraaf als verzekerde geldt, indien hij op grond van meer dan één bepaling verzekerd is. 4 Voor de toepassing van het bepaalde bij het eerste lid, onder a, en bij of krachtens het tweede lid, wordt: a. onder loon verstaan: - elke overeengekomen vaste, naar tijdsruimte en in geld vastgestelde uitkering, welke de verzekerde als vergoeding voor zijn arbeid of gedurende staking van de arbeid van zijn werkgever ontvangt, met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen uitkeringen of bestanddelen van zodanige uitkeringen; - Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de; - Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 1, onderdeel l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge deniet zijnde de uitkering van een overheidswerknemer in de zin van, of van een gewezen overheidswerknemer, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%; - Ziektewet een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge dedan wel een uitkering of bijdrage als bedoeld in artikel 59 van die wet, voor zover die laatstbedoelde uitkering of bijdrage door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als zodanig loon is aangewezen. - Werkloosheidswet artikel 1, onderdeel l, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge dedan wel hoofdstuk IV van die wet niet zijnde de uitkering van een overheidswerknemer in de zin van, of van een gewezen overheidswerknemer; - Toeslagenwet een toeslag ingevolge de; - hoofdstuk IIIb Werkloosheidswet artikel 25 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid een loonsuppletie als bedoeld invan deen; – hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg een uitkering op grond vanaan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet; b. het over een of meer gedeelten van een jaar verdiende loon tot jaarloon herleid; c. tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van het loon, welke tijdens de duur van de dienstbetrekking onderscheidenlijk van de uitkering, bijdrage, toeslag of loonsuppletie na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden, d. artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet geen rekening gehouden met de wijzigingen van het loon, die tijdens de duur van de dienstbetrekking plaatsvinden of hebben plaatsgevonden als gevolg van het genieten van onbetaald verlof in de zin vandan wel een publiekrechtelijke regeling inzake onbetaald verlof of ouderschapsverlof;. e. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geen rekening gehouden met de wijzigingen van het loon, welke tijdens de duur van de dienstbetrekking plaatsvinden of hebben plaatsgevonden als gevolg van een verhindering de arbeid te verrichten wegens ziekte, tenzij de betrokkene ter zake van de verhindering inmiddels een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge degeniet. 5 artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Ziektewet Voor de toepassing van het bepaalde bij het eerste lid, onder a, en bij of krachtens het tweede lid wordt het loon, verdiend in een arbeidsverhouding als bedoeld indan wel artikel 8b van die wet geacht te zijn verdiend in een dienstbetrekking in de zin van die wet. 6 Voor de toepassing van het bepaalde bij het eerste lid, onder a, sub 2e, wordt, wanneer uitkering wordt ontvangen op grond van: a. artikel 46 van de Ziektewet artikel 8 van die wet artikel 46 , als dag voorafgaande aan die, waaropvan toepassing werd, aangemerkt de dag, waarop de verzekering eindigde ter zake waarvanis toegepast; b. artikel 3:10 van de Wet arbeid en zorg artikel 8c van de Ziektewet artikelen 3 tot en met 8 van de Ziektewet artikel 3:10 van de Wet arbeid en zorg , als dag voorafgaande aan die, waaropvan toepassing werd, aangemerkt de dag waarop de verzekering op grond van deeindigde laatstelijk voorafgaande aan de toepassing van. 7 Het eerste lid, onder c, is slechts van toepassing indien betrokkene in het tijdvak van vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, tenminste drie jaar verzekerde is geweest. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor daarbij aan te wijzen categorieën van personen als bedoeld in het eerste lid, onder c, niet van toepassing is de in de eerste volzin genoemde voorwaarde of de voorwaarde dat zij op de laatste dag van de maand, voorafgaande aan de maand waarin zij de leeftijd van 65 jaar bereiken, verzekerde waren. 8 De voorwaarde dat de persoon, bedoeld in het eerste lid, onder b of c, naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is, is niet van toepassing op degene die naar de omstandigheden beoordeeld woonachtig is op het grondgebied van een andere lid-staat van de Europese Unie, dan wel een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een staat waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten, indien betrokkene met toepassing van de desbetreffende verordening van de Raad van de Europese Unie onderscheidenlijk met toepassing van het desbetreffende verdrag recht op prestaties kan doen gelden, welke in beginsel worden verleend ten laste van de middelen van de ziekenfondsverzekering. 9 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van personen, bedoeld in het eerste lid, van de verzekering worden uitgezonderd. 10 artikel 2 Bij de algemene maatregel van bestuur bedoeld in het eerste lid, onder d, kunnen in afwijking vanvreemdelingen als verzekerden worden aangewezen, voor zover het betreft: a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht; b. artikel 8, onder a tot en met e en l , van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen die, na in Nederland rechtmatig verblijf te hebben genoten als bedoeld in, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in; c. artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 hier te lande verblijvende vreemdelingen anders dan bedoeld in, ter uitvoering van een verdrag dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. 11 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, categorieën van personen, behorende tot de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde personen aanwijzen, die, indien zij de wens daartoe te kennen geven, niet verzekerd zijn ingevolge deze wet. Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de eerste volzin. 12 artikel 3d artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op degene die uitsluitend vanwege de hoogte van zijn inkomen niet verzekerd is ingevolge. Op degene die in de loop van een kalenderjaar voor het eerst verzekerd is geworden ingevolge, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen is de eerste volzin van toepassing met ingang van 1 januari van het daarop volgende kalenderjaar. 13 Werkloosheidswet artikel 21 van die wet Werkloosheidswet Ziektewet Voor de toepassing van het eerste lid, onder a, sub 1e, worden perioden waarin recht op uitkering op grond van debestaat samengeteld indien het recht op uitkering na gehele eindiging van dat recht herleeft op grond van. Voor de toepassing van de eerste volzin worden met perioden waarin recht op uitkering op grond van debestaat gelijkgesteld, perioden waarin geen recht bestaat op die uitkering op grond van het feit dat betrokkene een uitkering krachtens deontvangt. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 a artikel 3, eerste lid, onder Het bedrag, genoemd in, wordt door Onze Minister telkens herzien met ingang van 1 januari. Bij die herziening wordt, met inachtneming van het bij en krachtens het tweede lid bepaalde, dit bedrag verhoogd of verlaagd overeenkomstig het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 juli daaraan voorafgaande en het indexcijfer, dat bij de laatste herziening is gehanteerd. 2 Onder indexcijfer der lonen wordt verstaan het indexcijfer van de CAO-lonen per maand inclusief bijzondere uitkeringen, sector particuliere bedrijven, zoals dat op basis van het jaar 2000 wordt berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek naar de stand op de laatste werkdag van elke kalendermaand en voor de eerste maal, al dan niet voorlopig, wordt gepubliceerd in het «Statistisch Bulletin van het Centraal Bureau voor de Statistiek». Het in de eerste volzin genoemde jaartal kan bij ministeriële regeling worden gewijzigd. Bij de eerstvolgende herziening nadat een dergelijke regeling is getroffen, wordt, in afwijking van het eerste lid, het procentuele verschil gehanteerd tussen het indexcijfer der lonen op 31 juli daaraan voorafgaande en het indexcijfer, dat bij de laatste herziening zou zijn gehanteerd, ware de indexcijferreeks reeds op het gewijzigde jaartal gebaseerd. 3 Het op grond van de vorige leden berekende bedrag wordt naar boven afgerond op een veelvoud van € 50. 4 a artikel 3, eerste lid, onder Het overeenkomstig de vorige leden herziene bedrag treedt in de plaats van het bedrag, genoemd in, met dien verstande, dat de afronding, bedoeld in het vorige lid, bij de eerstvolgende toepassing van het eerste lid buiten beschouwing blijft. 5 a artikel 3, eerste lid, onder a artikel 3, eerste lid, onder Indien daartoe naar Ons oordeel een bijzondere aanleiding bestaat, kan het bedrag, genoemd in, bij algemene maatregel van bestuur worden herzien. Het ingevolge de vorige volzin herziene bedrag treedt in de plaats van het bedrag, genoemd in, met dien verstande, dat de herziening voor de eerstvolgende toepassing van het eerste lid geacht wordt niet te hebben plaatsgevonden. 6 Indien een herziening als in het vorige lid bedoeld zou samenvallen met een herziening als bedoeld in het eerste lid, blijft laatstbedoelde herziening achterwege. 7 a artikel 3, eerste lid, onder Wanneer een herziening van het bedrag, genoemd in, overeenkomstig het bepaalde in de vorige leden er naar Ons oordeel toe zou leiden, dat het aantal verzekerde werknemers in de zin van deze wet beduidend zou toenemen dan wel afnemen, kan: a. bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, dat herziening achterwege blijft, of b. bij algemene maatregel van bestuur die herziening op zodanige wijze plaatsvinden, dat het bedoelde toenemen dan wel afnemen niet of niet ten volle zal optreden. 2003 203 21-10-2003 10-10-2003 2003 203 21-10-2003 10-10-2003 23-10-2003 01-07-2003
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 Artikel 3, eerste lid, onder b , is niet van toepassing op: a. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 4, zestiende lid, onder b degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de, indien hij deelneemt dan wel op de dag, voorafgaande aan de dag waarop zijn recht op die uitkering ingaat, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, als bedoeld in; b. Algemene nabestaandenwet artikel 4, zestiende lid, onder b degene die een uitkering ingevolge deontvangt, wegens het overlijden van een persoon die op de dag van zijn overlijden deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, als bedoeld in, indien die uitkering met ingang van de eerste dag van de maand van dat overlijden wordt ontvangen; c. Algemene nabestaandenwet artikel 4, zestiende lid, onder b degene die een uitkering ingevolge deontvangt, indien hij deelneemt dan wel op de dag, voorafgaande aan de eerste dag van de maand met ingang waarvan de uitkering wordt ontvangen, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, als bedoeld in. 2 artikel 3, eerste lid, onder b Bij ministeriële regeling kunnen door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, andere categorieën van personen worden aangewezen, op wie, niet van toepassing is. 3 artikel 3, eerste lid, onder b Bij ministeriële regeling kunnen door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen worden aangewezen op wie, indien zij de wens daartoe te kennen geven,, niet van toepassing is. Bij die regeling wordt voorzien in hetgeen verder terzake regeling behoeft. 1997 777 30-12-1997 24-12-1997 25687 1997 777 30-12-1997 24-12-1997 25687 01-01-1998
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c 1 per 1 januari 2005: € 21.000,– Verzekerde is voorts degene van 65 jaar of ouder, die zich daartoe heeft aangemeld bij een ziekenfonds indien hij naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is, en het inkomen van hem en zijn eventuele echtgenote niet hoger is dan f 39 550. Bij de aanmelding bij een ziekenfonds overlegt de verzekerde een verklaring van de Sociale verzekeringsbank waaruit blijkt dat het inkomen van hem en zijn eventuele echtgenote niet hoger is dan het bedrag genoemd in de eerste volzin. 2 De verzekering ingevolge het eerste lid gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de dag van aanmelding. 3 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder inkomen verstaan het gecorrigeerde verzamelinkomen, onderscheidenlijk het gecorrigeerde belastbare loon. Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld welk tijdvak voor de bepaling van het inkomen in aanmerking wordt genomen en worden regels gesteld ter uitvoering van de tweede volzin van het eerste lid. 4 Artikel 3a is van overeenkomstige toepassing op het bedrag, genoemd in het eerste lid. 5 artikel 4, zestiende lid, onder b Het eerste lid geldt niet voor degene die op de laatste dag van de maand voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren als bedoeld in, of als gezinslid in de zin van die regeling werd aangemerkt. 6 artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het gecorrigeerde verzamelinkomen is het verzamelinkomen, bedoeld in, verminderd met: a. artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001 indien in het tijdvak de zelfstandigenaftrek, bedoeld in, is toegepast: € 1 355; b. indien in het tijdvak loon wordt genoten: het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen: 1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605; 2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487; c. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen kosten van woon-werkverkeer (reiskostenforfait), maar niet meer dan € 939; d. indien in het kalenderjaar 2000 loon uit dienstbetrekking wordt genoten: het bedrag van de in dat jaar in aanmerking genomen aftrekbare kosten terzake van inkomsten uit arbeid andere dan kosten van woon-werkverkeer, na toepassing van artikel 37, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, verminderd met 12% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in dat jaar, maar met niet minder dan € 119 en met niet meer dan € 1 605; e. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen renten van schulden, kosten van geldleningen daaronder begrepen, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964; f. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen premies voor lijfrenten, maar niet meer dan € 2 804, verminderd met € 1 036, maar niet verder dan tot nihil; indien bij de echtgenoot van degene van wie het gecorrigeerd verzamelinkomen wordt berekend geen premies voor lijfrenten in aanmerking genomen zijn, worden de bedragen van € 2 804 en € 1 036 verhoogd tot € 5 608 respectievelijk € 2 072; g. het bedrag van de in het kalenderjaar 2000 in aanmerking genomen uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud van kinderen en pleegkinderen van 27 jaar en ouder, alsmede andere bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. 7 Wet inkomstenbelasting 2001 In het zesde lid wordt onder loon verstaan loon in de zin van de. 8 Het gecorrigeerde belastbare loon is het belastbare loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met: a. het hoogste van de uit de toepassing van de volgende onderdelen voortvloeiende bedragen: 1°. bij loon uit tegenwoordige dienstbetrekking: 12% van dat loon, maar niet minder dan € 119 en niet meer dan € 1 605; 2°. bij loon uit vroegere dienstbetrekking: € 487; b. de bedragen, bedoeld in het zesde lid, onderdelen c tot en met g. 9 Voor de toepassing van het eerste lid wordt het inkomen voorts verminderd met € 315. 10 De in het zesde lid, onderdelen c tot en met g, en achtste lid, onderdeel b, bedoelde correctieposten, worden over het tijdvak 2001 voor het geheel in aanmerking genomen, over het tijdvak 2002 voor 2/3 deel en over het tijdvak 2003 voor 1/3 deel. 11 Met loon uit tegenwoordige dienstbetrekking wordt gelijkgesteld: a. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten loon genoten wegens tijdelijke arbeidsongeschiktheid, anders dan ingevolge de, de, debehoudens uitkeringen in verband met bevalling, en de; b. loon in de vorm van uitkeringen ingevolge de Wet financiering loopbaanonderbreking en aanvullingen daarop door degene tot wie de belastingplichtige in dienstbetrekking staat. 12 artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Onverminderd het bepaalde in het negende lid wordt over het tijdvak 2004 en volgende tijdvakken, in afwijking van het derde lid, onder inkomen verstaan het verzamelinkomen, bedoeld in, verminderd met € 487. 13 artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen De inspecteur, onder wie de verzekerde of zijn eventuele echtgenoot krachtensressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting, bepaalt op verzoek van de Sociale Verzekeringsbank het inkomen, bedoeld in het derde lid, over de tijdvakken 2001, 2002 of 2003 van de desbetreffende verzekerde of zijn eventuele echtgenoot. 14 De in het dertiende lid bedoelde inspecteur verstrekt de gegevens inzake het inkomen bedoeld in het derde lid over de tijdvakken 2001, 2002 of 2003 aan de Sociale verzekeringsbank. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen hiervoor nadere regels worden gesteld. 15 Indien het inkomen moet worden bepaald over een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand tijdvak, wordt in afwijking van het derde lid uitgegaan van alle inkomsten waarover ingevolge de artikelen 3 en 48 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 inkomstenbelasting verschuldigd is. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 3d — Artikel 3d#
Artikel 3d 1 Verzekerd gedurende een kalenderjaar is de persoon, jonger dan 65 jaar: a. die in Nederland woont en die winst uit onderneming geniet, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening drijft; b. per 1 januari 2005: € 21.050,– die niet in Nederland woont en die winst uit Nederlandse onderneming geniet, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening drijft; en wiens inkomen niet meer bedraagt dan € 20 800. 2 De inspecteur van de rijksbelastingdienst verstrekt bij voor bezwaar vatbare beschikking aan de persoon, bedoeld in of krachtens het eerste lid, een verklaring waaruit blijkt dat hij voldoet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden. 3 Voor de toepassing van het eerste lid blijven buiten beschouwing wijzigingen in het inkomen die door de inspecteur van de rijksbelastingdienst na 1 oktober worden vastgesteld. 4 Hoofdstukken 3 4 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3c, zesde lid, onderdelen a tot en met g Voor de toepassing van het eerste en het derde lid wordt onder inkomen verstaan de som van het belastbare inkomen uit werk en woning, het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, bedoeld in de,en, verminderd met de correctieposten bedoeld in, met dien verstande dat indien de berekening van het belastbare inkomen uit werk en woning of het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang tot een negatief bedrag leidt, dat inkomen op nul wordt gesteld. Bij ministeriële regeling wordt bepaald over welk tijdvak het inkomen in aanmerking wordt genomen en kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste, tweede en derde lid. 5 Artikel 3a is van overeenkomstige toepassing op het bedrag, genoemd in het eerste lid. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan uitbreiding of beperking worden gegeven aan de in het eerste lid bedoelde verzekering. 7 Artikel 3c, tiende lid , is van overeenkomstige toepassing. 8 Hoofdstukken 3 4 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Over het tijdvak 2004 en volgende tijdvakken wordt, in afwijking van het vierde lid, onder inkomen verstaan de som van het belastbare inkomen uit werk en woning, het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en het belastbare inkomen uit sparen en beleggen, bedoeld in de,en, verminderd voor de tijdvakken 2004 en 2005 met € 1 355; met dien verstande dat indien de berekening van het belastbare inkomen uit werk en woning of het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang tot een negatief bedrag leidt, dat inkomen op nul wordt gesteld. 9 Indien het inkomen moet worden bepaald over een aan het kalenderjaar 2001 voorafgaand kalenderjaar, wordt, in afwijking van het vierde lid, onder inkomen verstaan: voor binnenlands belastingplichtigen, het inkomen bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de inkomensbelasting 1964 en voor buitenlands belastingplichtigen het binnenlandse inkomen bedoeld in artikel 48, eerste lid, van die wet met dien verstande dat indien de berekening van het inkomen tot een negatief bedrag leidt, dat inkomen op nul wordt gesteld. 10 artikel 2.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 1.2, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikelen 1.2, eerste lid, onderdeel b 2.17, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 Voor de toepassing van het eerste lid, geschiedt de toerekening van de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en bestanddelen van de rendementsgrondslag van de verzekerde en zijn partner overeenkomstig. Onder partner wordt verstaan degene die partner is in de zin vanen degene die geen keuze voor behandeling als binnenlandse belastingplichtige als bedoeld inheeft gedaan of heeft kunnen doen. In geval de verzekerde en zijn partner beiden belastingplichtig zijn, geldt de gemaakte keuze, bedoeld in de, enook voor de toepassing van het eerste lid. 2005 347 12-07-2005 16-06-2005 29623 2005 348 12-07-2005 27-06-2005 13-07-2005 01-01-2001
Artikel 3e — Artikel 3e#
Artikel 3e 1 Verzekerd is degene jonger dan 65 jaar die naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is en die: a. een periodieke uitkering of verstrekking op grond van een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting ontvangt, tenzij deze uitkering of verstrekking wordt ontvangen van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, en b. medeverzekerd is ingevolge artikel 4, eerste lid, op de dag voorafgaande aan de dag waarop hij niet langer behoort tot het huishouden van de in die bepaling bedoelde verzekerde. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. degene die verzekerd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 of 3d, dan wel die uitsluitend in verband met overschrijding van de voor de ziekenfondsverzekering geldende loon- of inkomensgrens niet verzekerd is; b. artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 degene wiens inkomen bedoeld in, meer bedraagt dan het in artikel 3d, eerste lid, genoemde bedrag; c. Wet van 28 april 1994 tot vaststelling van regels met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Wet verevening pensioenrechten bij scheiding) degene die niet langer de in het eerste lid bedoelde periodieke uitkering of verstrekking ontvangt, tenzij de beëindiging van deze periodieke uitkering of verstrekking voortvloeit uit het ontvangen van een bij wijze van pensioenverevening ingevolge de(Stb. 1994, 342) ontvangen pensioen. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel. 2001 386 30-08-2001 16-07-2001 27586 2001 547 20-11-2001 06-11-2001 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Medeverzekerde is de echtgenote of echtgenoot van de verzekerde, indien deze jonger is dan 65 jaar en behoort tot het huishouden van de verzekerde en de verzekerde als haar of zijn kostwinner is aan te merken. 2 Medeverzekerden zijn voorts de eigen en aangehuwde kinderen en de pleegkinderen van de verzekerde, voor wie de verzekerde als kostwinner is aan te merken en die: a. jonger dan 16 jaar zijn en tot zijn huishouden behoren; b. jonger dan 16 jaar zijn, niet tot zijn huishouden behoren, en die in belangrijke mate op zijn kosten worden onderhouden; c. de Wet studiefinanciering 2000 16 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar zijn, wier voor werkzaamheden beschikbare tijd grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding, en die in belangrijke mate op zijn kosten worden onderhouden, tenzij het kind studiefinanciering geniet ingevolge; d. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 16 jaar of ouder, doch jonger dan 27 jaar zijn, ten gevolge van ziekte of gebreken buiten staat zijn om 55 procent te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen die overigens in gelijke omstandigheden verkeren, kunnen verdienen, en daartoe ook hetzij in het afgelopen jaar buiten staat zijn geweest hetzij vermoedelijk in het eerstkomende jaar buiten staat zullen zijn, en die in belangrijke mate op zijn kosten worden onderhouden, tenzij bedoelde kinderen recht hebben op toekenning van een uitkering op grond van deof de. e. 16 jaar of ouder doch jonger dan 18 jaar zijn, werkloos zijn en die in belangrijke mate op zijn kosten worden onderhouden; f. 18 jaar of ouder, doch jonger dan 21 jaar zijn, na beëindiging van de studie of de beroepsopleiding werkloos zijn, dan wel na vestiging in of terugkeer naar het Rijk werkloos zijn en die in belangrijke mate op zijn kosten worden onderhouden. 3 Medeverzekerd is voorts één eigen of aangehuwd kind dan wel pleegkind van 16 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar van de verzekerde, indien dat tot het huishouden van de verzekerde behoort, de verzekerde als zijn kostwinner is aan te merken en zijn voor werkzaamheden beschikbare tijd grotendeels in beslag wordt genomen door het verzorgen van dat huishouden of, mits tot dat huishouden ten minste drie andere kinderen jonger dan 27 jaar behoren, door het medeverzorgen van dat huishouden en dat in belangrijke mate op kosten van de verzekerde wordt onderhouden. De vorige volzin is niet van toepassing ten aanzien van een kind dat ten gevolge van ziekte of gebreken buiten staat is om 55 procent te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen die overigens in gelijke omstandigheden verkeren, kunnen verdienen. 4 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens dit artikel wordt, indien het volgen van onderwijs of van de beroepsopleiding tijdens de loop van een kalenderkwartaal wordt beëindigd, het kind geacht het volgen van onderwijs of van de beroepsopleiding eerst aan het einde van dat kalenderkwartaal te hebben beëindigd. Indien het volgen van onderwijs of van de beroepsopleiding wordt beëindigd tijdens of bij het begin van een door de onderwijsinstelling vastgestelde vakantie dan wel het onderwijs of de beroepsopleiding wordt afgesloten met een eindexamen dat kort voor het begin van de laatste door de onderwijsinstelling vastgestelde vakantie van het desbetreffende studiejaar wordt afgelegd, wordt het kind geacht het volgen van onderwijs of van de beroepsopleiding eerst te hebben beëindigd aan het einde van het kalenderkwartaal waarin de vakantie eindigt. 5 e Voor de toepassing van het tweede lid, onder, wordt een kind dat de leeftijd van 18 jaar bereikt, anders dan op de eerste dag van een kalenderkwartaal, geacht die leeftijd eerst te hebben bereikt op de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal. 6 f Voor de toepassing van het tweede lid, onder, wordt een kind dat de leeftijd van 21 jaar bereikt, anders dan op de eerste dag van een kalendermaand, geacht die leeftijd eerst te hebben bereikt op de eerste dag van de volgende kalendermaand. 7 e f Een kind als bedoeld in het tweede lid, onderofwordt slechts als werkloos aangemerkt, indien en zolang het bij de Centrale organisatie werk en inkomen als werkzoekende is ingeschreven en indien deze inschrijving binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden. 8 f Een kind als bedoeld in het tweede lid, onderis slechts medeverzekerd zolang het werkloos is, doch ten hoogste gedurende de twee kalenderkwartalen volgende op dat waarin de beëindiging van het onderwijs of de beroepsopleiding heeft plaatsgevonden dan wel volgende op dat waarin de vestiging in of de terugkeer naar het Rijk heeft plaatsgevonden. In afwijking van de vorige volzin is een kind dat het onderwijs of de beroepsopleiding kort voor of met ingang van de zomervakantie heeft beëindigd, slechts medeverzekerd zolang het werkloos is, doch uiterlijk tot 1 januari volgende op die beëindiging. 9 Medeverzekerden zijn bovendien de door Onze Minister aan te wijzen personen als wier kostwinner de verzekerde is aan te merken. 10 Een kind wordt als pleegkind beschouwd, indien het als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed. 11 Onze Minister kan bepalen in welke gevallen: a. een kind te wiens aanzien niet wordt voldaan aan het bepaalde in het tiende lid, nochtans met een pleegkind wordt gelijkgesteld; b. de echtgenote of echtgenoot van een verzekerde met wie de verzekerde nog niet samenwoont, geacht wordt tot het huishouden van de verzekerde te behoren; c. een eigen of aangehuwd kind of pleegkind of een met een pleegkind gelijkgesteld kind geacht wordt tot het huishouden van de verzekerde te behoren. 12 Onze Minister kan regelen stellen, naar welke wordt beoordeeld: a. of een kind in belangrijke mate op kosten van de verzekerde wordt onderhouden; b. of een kind buiten staat zal zijn om 55 procent te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen die overigens in gelijke omstandigheden verkeren, kunnen verdienen; c. of een verzekerde als kostwinner wordt aangemerkt. 13 Voor het vaststellen van de mate, waarin een eigen kind, een aangehuwd kind, een pleegkind dan wel een met een pleegkind gelijkgesteld kind door de verzekerde wordt onderhouden, wordt het inkomen van het kind geacht te zijn aangewend voor het onderhoud van dat kind. 14 Onze Minister kan voorschriften geven ter bepaling van het inkomen van het kind als bedoeld in het dertiende lid. Tevens kan Onze Minister, in afwijking van het dertiende lid, bepalen dat uitkeringen welke aan de verzekerde ten behoeve van het kind worden verstrekt, voor de toepassing van dat lid als inkomen van het kind worden aangemerkt. 15 Onze Minister kan nadere regelen stellen met betrekking tot de toepassing van de voorafgaande leden. 16 In afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede, derde en negende lid worden niet als medeverzekerden aangemerkt: a. de artikelen 3, eerste lid de artikelen 3, eerste of negende lid de verzekerde ingevolge het bepaalde bij of krachtens, of 3d dan wel degene die uitsluitend in verband met overschrijding van de voor de ziekenfondsverzekering geldende loon- of inkomensgrens niet verzekerd is ingevolge genoemde artikelen dan wel bij of krachtens, dan wel 3b van de ziekenfondsverzekering is uitgezonderd, tenzij bij of krachtens algemene maatregel van bestuur anders wordt bepaald. b. degene, die krachtens zijn arbeidsverhouding deelnemer is in een door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, aan te wijzen publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren. 17 Onze Minister kan bepalen uit welken hoofde een medeverzekerde voor de toepassing van dit hoofdstuk als medeverzekerde geldt, indien hij uit verschillenden hoofde verzekerd is. 18 artikel 2 artikel 8, onder f tot en met k, van de Vreemdelingenwet 2000 In afwijking vanwordt als medeverzekerde als bedoeld in dit artikel aangemerkt, de vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf heeft als bedoeld in. 2002 241 28-05-2002 18-04-2002 28228 2002 357 11-07-2002 01-10-2002 01-07-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3d, eerste lid artikel 3d, tweede lid De verzekerde, die de aanspraken, welke hem en zijn medeverzekerden ingevolge dit hoofdstuk toekomen, geldend wil maken, meldt zich daartoe aan bij een ziekenfonds, werkende in de gemeente of in het deel van de gemeente waar hij woont, welk ziekenfonds verplicht is hem als zodanig in te schrijven. De verzekerde ingevolge, legt daartoe de verklaring, bedoeld in, over. Waar iemand woont wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Het College zorgverzekeringen kan nadere en zonodig afwijkende regelen vaststellen; Onze Minister kan ten aanzien van bepaalde groepen van verzekerden een of meer ziekenfondsen aanwijzen, waarbij deze zich bij uitsluiting aanmelden, en kan daarbij bepalen dat een desbetreffend ziekenfonds in afwijking van de eerste volzin geen andere verzekerden die zich bij dat ziekenfonds aanmelden, inschrijft. 2 Al hetgeen verder de inschrijving als verzekerde betreft wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld. Daarbij kunnen verplichtingen worden opgelegd aan verzekerden, gewezen verzekerden, alsmede aan hun werkgevers of vroegere werkgevers. 3 Ziektewet de artikelen 3, eerste lid, onder b, c en d 3d Werkgever is de werkgever in de zin van de. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven wie werkgever is van degenen, bedoeld in, en. 4 Van degene, die de regelen, bedoeld in het tweede lid, niet naleeft, kan het ziekenfonds een vergoeding vorderen van de deswege geleden schade. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald overeenkomstig regelen, te stellen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. 5 Het bepaalde in het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op degene die niet verzekerd is, dan wel anderszins niet voor inschrijving als verzekerde in aanmerking komt en zich niettemin als zodanig heeft doen inschrijven. 6 artikel 4, eerste lid Tot inschrijving van een persoon, als bedoeld in, wordt door het ziekenfonds slechts overgegaan indien deze persoon op hetzelfde woonadres als de verzekerde aan wiens verzekering de medeverzekering wordt ontleend, is ingeschreven in een gemeentelijke basisadministratie, met uitzondering van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen. 2002 583 10-12-2002 14-11-2002 28478 2002 628 23-12-2002 10-12-2002 01-01-2003
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht De verzekerde is verplicht desgevraagd aan het ziekenfonds waarbij hij zich aanmeldt onderscheidenlijk waarbij hij is ingeschreven, een document als bedoeld interstond ter inzage te verstrekken, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de medeverzekerde die door de verzekerde bij het ziekenfonds wordt aangemeld, onderscheidenlijk waarbij de medeverzekerde is ingeschreven. 3 artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht Het ziekenfonds stelt voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet de identiteit vast van de personen bedoeld in het eerste en tweede lid aan de hand van een document als bedoeld inen neemt daarvan aard en nummer op in de administratie. 4 artikel 9, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 4:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Het ziekenfonds verlangt van de vreemdeling die zich als verzekerde of medeverzekerde aanmeldt een kopie van het document of de schriftelijke verklaring bedoeld in, dat wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in. 2000 496 07-12-2000 23-11-2000 26975 2001 144 29-03-2001 20-03-2001 01-04-2001 Treedt in werking als de Vreemdelingenwet 2000 in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het beding, waarbij een verzekerde zich tegenover zijn werkgever verbindt zich te doen inschrijven bij een door die werkgever aangewezen ziekenfonds, is nietig. 1991 587 20-11-1991 21592 1991 721 19-12-1991 01-01-1992
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een overeenkomst met betrekking tot de verzekering van geneeskundige verzorging of de kosten daarvan, gesloten door degene, die als verzekerde bij een ziekenfonds wordt ingeschreven, vervalt met ingang van de dag, waarop de verzekeraar van de verzekerde mededeling van de inschrijving ontvangt, voor zover aan de overeenkomst rechten kunnen worden ontleend, gelijkwaardig aan die, welke uit de verzekering voortvloeien. 2 De premie, welke degene, wiens verzekering krachtens het bepaalde in het eerste lid geheel of gedeeltelijk is vervallen, heeft vooruitbetaald, wordt door de verzekeraar al naar gelang van het vervallen gedeelte der overeenkomst terugbetaald, onder aftrek van ten hoogste 25 pct. van het terug te betalen bedrag voor administratiekosten. 1997 777 30-12-1997 24-12-1997 25687 1997 777 30-12-1997 24-12-1997 25687 01-01-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten De verzekerden hebben, voor zover daarop geen aanspraak bestaat ingevolge de, ter voorziening in hun geneeskundige verzorging aanspraak op de navolgende verstrekkingen: a. medisch-specialistische zorg, verleend door of vanwege een ziekenhuis, al dan niet gepaard gaande met opneming gedurende het etmaal of een deel daarvan, verpleging, verzorging, paramedische hulp of farmaceutische hulp. b. revalidatiezorg van medisch-specialistische, paramedische, gedragswetenschappelijke en revalidatie-technische aard; c. medisch-specialistische zorg, anders dan bedoeld onder a; d. huisartsenzorg; e. verloskundige zorg; f. kraamzorg; g. tandheelkundige zorg; h. paramedische zorg; i. zorg bestaande uit hulpmiddelen; j. farmaceutische zorg. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat op verstrekking van andere zorg dan de zorg, bedoeld in het eerste lid, aanspraak bestaat. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan de inhoud en omvang van de aanspraken nader worden geregeld en kunnen voor het tot gelding brengen van de aanspraken voorwaarden worden gesteld. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kan als voorwaarde voor het tot gelding brengen van aanspraken worden bepaald dat de verzekerde een bijdrage in de kosten betaalt. Daarbij kan worden bepaald dat het vaststellen van de hoogte van de bijdrage en een maximum van bijdragen bij ministeriële regeling geschiedt. De bijdrage hoeft niet voor alle verzekerden gelijk te zijn. 5 Ziekenfondsen dragen er zorg voor dat de bij hen ingeschreven verzekerden hun aanspraken tot gelding kunnen brengen. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikel 8 Een instelling die zorg als bedoeld inverleent, moet als zodanig zijn toegelaten. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een instelling, behorende tot een bij de maatregel aan te wijzen categorie van instellingen, voor de toepassing van deze wet als toegelaten wordt aangemerkt. 3 Het College zorgverzekeringen beslist op aanvragen om toelating. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan de aard van de te leveren gegevens worden bepaald, alsmede de wijze waarop en de termijn waarbinnen aanlevering van deze gegevens geschiedt. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b Vervallen 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 8c — Artikel 8c#
Artikel 8c Een toelating wordt geweigerd: a. Wet ziekenhuisvoorzieningen met betrekking tot instellingen die een ziekenhuisvoorziening in de zin van dein stand houden: voor zover de instelling niet voldoet aan de ingevolge die wet geldende voorschriften inzake spreiding en behoefte; b. met betrekking tot de overige instellingen: voor zover de instelling niet voldoet aan de door Onze Minister vast te stellen voorschriften inzake spreiding en behoefte. 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 8d — Artikel 8d#
Artikel 8d Vervallen 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 8e — Artikel 8e#
Artikel 8e Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 8f — Artikel 8f#
Artikel 8f Indien bij de aanvraag tot toelating gegevens over de omvang van de te verlenen zorg of de werkwijze van de instelling zijn verstrekt, verricht de instelling zijn werkzaamheden volgens die gegevens, behoudens voor zover bij de toelating anders is bepaald. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 8g — Artikel 8g#
Artikel 8g Een toelating wordt ingetrokken: a. c a b artikel 8, onderen voor zover de instelling niet meer voldoet aan de voorschriften, bedoeld in; b. f artikel 8 indien de instelling in strijd handelt met. 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 8h — Artikel 8h#
Artikel 8h Een toegelaten instelling is verplicht, voor zover het College zorgverzekeringen zulks voor de toepassing van dit hoofdstuk behoeft, deze alle gevraagde mondelinge en schriftelijke inlichtingen en gegevens te verstrekken en inzage te geven van boeken en bescheiden, welke betrekking hebben op het gevoerde beheer en de verrichte werkzaamheden. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 8i — Artikel 8i#
Artikel 8i a a Wet ziekenhuisvoorzieningen artikel 77 Indien een maatregel als bedoeld in artikel 18, eerste lid, eerste volzin, aanhef en onder, of tweede volzin, van deis getroffen, wordt de toelating geacht dienovereenkomstig te zijn gewijzigd dan wel ingetrokken. In afwijking vankan ter zake geen beroep worden ingesteld. 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 44 De verzekerde die zijn aanspraak op een verstrekking geldend wil maken, wendt zich daartoe tot een persoon of een instelling met wie of met welke het ziekenfonds waarbij hij is ingeschreven tot dat doel een overeenkomst als bedoeld inheeft gesloten. 2 Wet ambulancevervoer De verzekerde wordt de keuze gelaten uit de in het eerste lid bedoelde personen en instellingen, behoudens het vijfde lid en behoudens de. 3 In afwijking van het eerste lid kan een ziekenfonds een verzekerde die een aanspraak op een verstrekking geldend kan maken toestemming verlenen zich voor de onder die verstrekking vallende zorg tot een niet door het ziekenfonds gecontracteerde persoon of instelling te wenden. In dit geval heeft de verzekerde in plaats van aanspraak op de verstrekking, aanspraak op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de voor deze zorg gemaakte kosten. 4 Bij ministeriële regeling: a. wordt bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden de verzekerde voor het verkrijgen van een aanspraak op vergoeding als bedoeld in het derde lid, geen toestemming van het ziekenfonds behoeft; b. wordt de hoogte van de vergoeding bepaald, waarbij deze voor verschillende gevallen verschillend kan worden vastgesteld; c. kunnen voorwaarden worden bepaald waaraan de verzekerde moet voldoen, wil toestemming kunnen worden verleend; d. kan worden bepaald in welke gevallen geen toestemming wordt verleend. 5 In de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat verzekerden, om hun aanspraak op de desbetreffende verstrekking geldend te kunnen maken, door het ziekenfonds ingeschreven moeten zijn op naam van een persoon of instelling. Tevens kunnen daarin bepalingen worden opgenomen ter beperking van het aantal ten name van een persoon of een instelling in te schrijven verzekerden. Bij reglement van het ziekenfonds kan het aantal overschrijvingen van een verzekerde in een bepaald tijdvak aan een maximum worden gebonden en kunnen regels worden gesteld betreffende de tijdstippen van overschrijving. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Vervallen 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006 Artikel 2.1.2 van Stb. 2005/525 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2005 347 12-07-2005 16-06-2005 29623 2005 348 12-07-2005 27-06-2005 01-01-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 9 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke mate en onder welke voorwaarden aanspraak bestaat op een verstrekking of op een vergoeding wegens kosten van geneeskundige verzorging, verleend in of buiten Nederland, in gevallen, waarin een verzekerde als gevolg van in die algemene maatregel van bestuur omschreven omstandigheden geneeskundige hulp heeft ingeroepen, welke hij, hadden die omstandigheden zich niet voorgedaan, op de inomschreven wijze had kunnen verkrijgen. 1965 555 16-12-1965 8361 1965 557 17-12-1965 01-01-1966
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 47, eerste lid artikel 48, eerste lid artikel 8, eerste en tweede lid Wet tarieven gezondheidszorg Indien voor een vorm van zorg de verplichtingen, bedoeld in, en, niet gelden en bovendien door het College tarieven gezondheidszorg geen tarief als bedoeld in dedient te worden goedgekeurd of vastgesteld, hebben de bij het ziekenfonds ingeschreven verzekerden in afwijking van, jegens hem de keuze tussen aanspraak op verstrekking van de desbetreffende zorg (natura) of aanspraak op vergoeding van kosten (restitutie). Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop de hoogte van de restitutie wordt vastgesteld. 2 Artikel 8, derde tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 9, eerste lid Indien het eerste lid toepassing vindt, is, niet van toepassing. 4 De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 212 28-04-2005 18-04-2005 01-05-2005
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 artikel 44 Indien een ziekenfonds in de onmogelijkheid verkeert op voor hem aanvaardbare voorwaarden met een genoegzaam aantal personen of instellingen ter zake van een of meer vormen van zorg overeenkomsten als bedoeld inte sluiten, kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat de bij het ziekenfonds ingeschreven verzekerden tijdelijk in plaats van aanspraak op deze zorg, jegens hun ziekenfonds aanspraak hebben op vergoeding van de voor deze zorg gemaakte kosten. 2 In de ministeriële regeling wordt tevens bepaald onder welke voorwaarden en tot welk bedrag aanspraak op vergoeding bestaat en kunnen nadere regels voor de aanspraak op een vergoeding worden gesteld. 3 artikel 44 Voor zover een ziekenfonds in de onmogelijkheid verkeert op voor hem aanvaardbare voorwaarden met een genoegzaam aantal personen of instellingen ter zake van een of meer vormen van zorg overeenkomsten te sluiten als bedoeld in, kan het College toezicht hem ontheffen van de verplichting zodanige overeenkomsten te sluiten. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 212 28-04-2005 18-04-2005 01-05-2005
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke omvang, in welke mate en onder welke voorwaarden een verstrekking wordt voortgezet na het tijdstip waarop de verzekering is geëindigd of tot welke hoogte en onder welke voorwaarden aanspraak op een vergoeding bestaat voor zorg die wordt verleend na dat tijdstip. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 11c — Artikel 11c#
Artikel 11c 1 artikelen 8 tot en met 11b Onverminderd het bij of krachtens deze wet bepaalde kan het ziekenfonds bij reglement de voorwaarden vaststellen waaronder de aanspraken, bedoeld in de, geldend worden gemaakt. 2 Het ziekenfonds zorgt er voor dat de bij hem ingeschreven verzekerden bij inschrijving en vervolgens periodiek het reglement of een weergave van de inhoud daarvan ontvangen. 3 Het ziekenfonds verstrekt eenieder op diens verzoek het reglement of een weergave van de inhoud daarvan. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De verzekerde kan aan de verzekering geen aanspraak ontlenen, indien en voor zover hij ingevolge een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen regeling op geneeskundige behandeling of vergoeding van de kosten daarvan recht heeft. 1965 555 16-12-1965 8361 1965 557 17-12-1965 01-01-1966
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Ten aanzien van het verlenen van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen verstrekkingen van verpleging en behandeling kan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen deel van de administratie en de controle worden uitgeoefend door de door Onze Minister aan te wijzen rechtspersonen, welke deze taak voor het gehele land of voor een gedeelte van het land dan wel voor groepen van ziekenfondsen vervullen, overeenkomstig door het College zorgverzekeringen. vast te stellen beleidsregels. Het College zorgverzekeringen. regelt tevens de wijze, waarop de kosten, voortvloeiende uit de werkzaamheden van de aangewezen rechtspersonen, worden gedekt uit de Algemene Kas. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 De middelen tot dekking van de uitgaven van de verzekering worden gevonden door: a. het heffen van premies; b. Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden het verlenen van een bijdrage door het uitvoeringsorgaan als bedoeld in artikel 1, onder e, van de. 2 Onze Minister kan jaarlijks een bijdrage verlenen aan de Algemene Kas, tot het bedrag dat daarvoor in de wet tot vaststelling van de begroting voor zijn ministerie voor dat jaar is toegestaan. De bijdrage wordt betaald in gelijke maandelijkse delen. 3 Onze Minister kan in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad besluiten de bijdrage te wijzigen. Van zodanig besluit wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de beide kamers van de Staten-Generaal, indien de bijdrage daardoor met meer dan € 11 000 000 toeneemt of afneemt. De maandelijkse betalingen worden met het genomen besluit in overeenstemming gebracht, tenzij in een geval als bedoeld in de tweede volzin binnen veertien dagen door een der kamers van de Staten-Generaal de wens te kennen wordt gegeven nadere inlichtingen te ontvangen over de wijziging van de bijdrage. Indien een der kamers van de Staten-Generaal na het ontvangen van de bedoelde inlichtingen als haar oordeel uitspreekt dat de wijziging van de bijdrage voorafgaande machtiging bij wet behoeft, zal de wijziging eerst plaatsvinden nadat een daarop betrekking hebbend voorstel van wet tot wijziging van de begroting tot wet zal zijn verheven. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 17 a artikel 3, eerste lid, onder artikel 415 van het Wetboek van Koophandel artikel 7 artikel 8 van de Ziektewet artikel 415 van het Wetboek van Koophandel artikel 7 van de Ziektewet Onverminderd hetgeen bij of krachtensomtrent de daarbedoelde nominale premie is bepaald, wordt voor de verzekering van de verzekerden, bedoeld in, een procentuele premie geheven, in een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen te bepalen percentage van het loon, dat in het tijdvak, waarover de betaling loopt, door de verzekerden is genoten. Voor verzekerden, op wie de regeling vanvan toepassing is, alsmede voor de verzekerden die ingevolge het bepaalde bij of krachtens, dan welals werknemer in de zin van die wet worden beschouwd, indien zij een uitkering ontvangen op grond van een arbeidsverhouding dan wel een beëindigde arbeidsverhouding terzake waarvan zij behoorden tot de verzekerden op wie de regeling vanvan toepassing was, wordt door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen de premie op een lager percentage bepaald. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop het in de tweede volzin bedoelde premiepercentage wordt berekend. Ten aanzien van degenen die bij of krachtensals werknemer in de zin van die wet worden beschouwd, is de tweede volzin slechts van toepassing gedurende het eerste jaar zolang en voor zover zij recht hebben op een werkloosheidsuitkering, berekend naar 70% van het dagloon. 2 Onze Minister bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij ministeriële regeling welk deel van de procentuele premie, bedoeld in het eerste lid, door de werkgever en welk deel door de werknemer is verschuldigd, met dien verstande dat bedoelde premie geheel door de werkgever is verschuldigd ten aanzien van de verzekerde, wiens loon geheel bestaat uit verstrekkingen in natura, met of zonder huisvesting en onderricht. Alvorens een regeling krachtens de eerste volzin wordt vastgesteld, wordt de zakelijke inhoud ervan schriftelijk medegedeeld aan de beide kamers der Staten-Generaal. De regeling treedt niet eerder in werking dan nadat vier weken zijn verstreken na die mededeling. 3 Coördinatiewet Sociale Verzekering De werkgever is gehouden zowel de door de verzekerde als door hem zelf verschuldigde premie te betalen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt de verschuldigde premie vast voor alle sectoren van het bedrijfs- en beroepsleven en vordert deze in overeenkomstig de bepalingen van de. Indien een herziening van het in de eerste of de tweede volzin van het eerste lid bedoelde premiepercentage ingaat op een ander tijdstip dan met ingang van 1 januari, gaat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij de vaststelling en de invordering van de premie uit van een door hem, onder goedkeuring van Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, vast te stellen gemiddeld percentage dat zal gelden voor het gehele kalenderjaar. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan regels stellen waarin gevallen worden aangewezen waarbij wordt uitgegaan van de percentages bedoeld in het eerste lid. 4 De werkgever is bevoegd op het loon van de verzekerde in te houden het door deze verschuldigde deel der premie over de tijd, waarover dat loon wordt betaald. Indien de verschuldigde premie na de loonuitbetaling met terugwerkende kracht wordt verhoogd of indien een voorschotpremie wordt gevorderd, mag bij de definitieve vaststelling van de kosten niets van een eventueel door de werkgever bij te betalen of bijbetaald bedrag op de werknemer worden verhaald. 5 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stort de ontvangen bedragen in de Algemene Kas. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld betreffende de afdracht en de verantwoording van de ontvangen bedragen. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de premie, verschuldigd voor de verzekering van de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aangewezen groepen van personen, andere organen worden aangewezen voor de premie-inning en kunnen andere regelen worden gesteld voor de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie. 2002 225 21-11-2002 20-11-2002 Z/F-23311780 2002 225 21-11-2002 20-11-2002 Z/F-23311780 01-01-2003 Bij Stcrt. 2002/225 zijn de premiepercentages genoemd in lid 1
vastgesteld op 8,45 resp. 4,6. 2002 583 10-12-2002 14-11-2002 28478 2002 628 23-12-2002 10-12-2002 01-01-2003
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 artikel 17 artikel 3d, eerste lid artikel 3d, vierde, zevende en achtste lid Onverminderd hetgeen bij of krachtensomtrent de daarbedoelde nominale premie is bepaald, is de verzekerde, bedoeld in, een premie verschuldigd tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage over het inkomen, bedoeld in. 2 artikel 3d, eerste lid Het inkomen wordt voor de premieheffing ten hoogste in aanmerking genomen tot het bedrag, genoemd in, zoals dat geldt voor het kalenderjaar waarop de verzekering betrekking heeft. 3 artikelen 3 154 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 De verschuldigde procentuele premie wordt geheven en ingevorderd door de rijksbelastingdienst overeenkomstig de voor de heffing en de invordering van de inkomstenbelasting geldende regels, met dien verstande dat deenbuiten toepassing blijven. 4 artikel 3d, eerste lid artikel 3 artikel 15, eerste lid artikel 18 Voor de toepassing van het eerste lid wordt ten aanzien van degene die bij of krachtens, verzekerd is en die tevens ingevolgeverzekerd is, de reeds uit hoofde van, en bij of krachtensbetaalde procentuele premie in mindering gebracht tot maximaal de ingevolge het eerste lid verschuldigde premie. 5 De aanslag ziekenfondspremie en de aanslag inkomstenbelasting kunnen op een aanslagbiljet worden verenigd. In dat geval worden de bedragen van de aanslagen afzonderlijk vermeld. 6 Met betrekking tot het eerste tot en met vijfde lid kunnen bij ministeriële regeling door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld. 7 Indien een herziening van het in het eerste lid bedoelde premiepercentage ingaat op een ander tijdstip dan met ingang van 1 januari, stelt Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een gemiddeld premiepercentage vast dat zal gelden voor het gehele kalenderjaar. 2002 225 21-11-2002 20-11-2002 Z/F-23311780 2002 225 21-11-2002 20-11-2002 Z/F-23311780 01-01-2003 Bij Stcrt. 2002/225 zijn de premiepercentages vastgesteld op 8,45.
Artikel 15b — Artikel 15b#
Artikel 15b 1 Wet inkomstenbelasting 2001 Onverminderd hetgeen bij of krachtens artikel 17 omtrent de daar bedoelde nominale premie is bepaald, is de verzekerde, bedoeld in artikel 3e, een premie verschuldigd tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage over de periodieke uitkering of verstrekking. De geldswaarde van bedoelde verstrekking wordt gesteld op het bedrag dat bij de heffing ingevolge dein aanmerking wordt genomen. 2 De premie wordt per maand berekend en door het ziekenfonds waarbij de verzekerde is ingeschreven vastgesteld. Het ziekenfonds int de premie bij de verzekerde. 3 artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering Voor de toepassing van dit artikel isvan overeenkomstige toepassing. 4 Het ziekenfonds stort de in het tweede lid bedoelde premie in de Algemene Kas. Onze Minister kan aan het in het tweede lid bedoelde orgaan verplichtingen opleggen en voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie. 5 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de premieheffing nadere regels worden gesteld. 2001 386 30-08-2001 16-07-2001 27586 2001 547 20-11-2001 06-11-2001 01-01-2002
Artikel 15c — Artikel 15c#
Artikel 15c 1 artikel 15a De ontvanger van de rijksbelastingdienst stort de ingevolgeontvangen bedragen in de Algemene Kas. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën regels stellen betreffende de afdracht en de verantwoording van de ontvangen bedragen. 2001 386 30-08-2001 16-07-2001 27586 2001 547 20-11-2001 06-11-2001 01-01-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Coördinatiewet Sociale Verzekering Voor de toepassing van artikel 15 wordt onder loon verstaan het loon in de zin van de. 2 Loon, door verschillende personen tezamen onverdeeld genoten, wordt, voor zover niet blijkt van een andere verdeling, geacht door ieder van hen voor een gelijk deel te zijn genoten. 1967 416 20-07-1967 9140 1967 416 20-07-1967 9140 01-07-1967
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 15 15a 15b artikel 3, eerste lid, onder a artikel 3d artikel 3e artikel 4, eerste lid Onverminderd hetgeen bij of krachtens de artikelen,ofomtrent de daar bedoelde procentuele premie is bepaald, wordt voor de verzekering van de verzekerde, bedoeld in,of, van 18 jaar of ouder, en zijn medeverzekerde, bedoeld in, een nominale premie geheven, waarvan de hoogte volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen wordt bepaald door het ziekenfonds waarbij de verzekerde is ingeschreven. 2 De nominale premie is verschuldigd door de verzekerde voor zich en zijn medeverzekerde, in maandelijkse termijnen bij vooruitbetaling te voldoen. In geval vooruitbetaling plaatsvindt over een langere termijn kan het ziekenfonds, rekening houdende met rente en incasso-kosten, op de verschuldigde nominale premie een korting verlenen. 3 artikel 5, eerste lid De nominale premie is verschuldigd vanaf het tijdstip van aanvang van de verzekering. Indien de aanmelding bij het ziekenfonds, bedoeld in, plaatsvindt later dan zestig dagen na de aanvang van de verzekering is de premie slechts verschuldigd vanaf de zestigste dag voor die van de aanmelding, met dien verstande dat in dat geval het ziekenfonds de premie over die zestig dagen kan verhogen. De verhoging bedraagt ten hoogste de op het tijdstip van aanmelding geldende nominale premie op jaarbasis. De tweede en derde volzin zijn van overeenkomstige toepassing indien de inschrijving van de verzekerde bij het ziekenfonds volgens de krachtens deze wet gestelde regels is beëindigd en de verzekerde, zonder dat zijn verzekering ingevolge deze wet is geëindigd, zich later dan zestig dagen na beëindiging van die inschrijving opnieuw bij een ziekenfonds aanmeldt. 4 De verzekerde betaalt de nominale premie aan het ziekenfonds, bedoeld in het eerste lid, dat de verschuldigde premie vaststelt en invordert. Bij de vaststelling van de nominale premie kan het ziekenfonds uitgaan van peildata, gelegen op de eerste dag van iedere kalendermaand. Indien de verzekerde nalatig blijft de verschuldigde nominale premie volgens de gestelde regelen te betalen kan het ziekenfonds het verschuldigde bedrag verhogen met administratie- en invorderingskosten. Het ziekenfonds kan voor de betaling, de vaststelling en de invordering van de nominale premie met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens deze wet bij reglement nader regelen stellen. 5 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een bedrag bepalen hetwelk ten hoogste als nominale premie in rekening mag worden gebracht. Onze Minister kan omtrent het in de eerste volzin bedoelde besluit de Pensioen- & Verzekeringskamer horen. 6 De door het ziekenfonds geheven nominale premie wordt aangewend ter dekking van de aan de uitvoering van deze wet voor dat ziekenfonds verbonden kosten. 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot al hetgeen de in dit artikel bedoelde nominale premie betreft, verschuldigd voor de verzekering van de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aangewezen groepen van personen, andere regelen worden gesteld. 2002 241 28-05-2002 18-04-2002 28228 2002 357 11-07-2002 01-10-2002
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a Vervallen 1997 779 30-12-1997 24-12-1997 23652 1997 779 30-12-1997 24-12-1997 23652 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1989. 1997 779 30-12-1997 24-12-1997 23652 1997 779 30-12-1997 24-12-1997 23652 01-01-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 3, eerste lid, onder b en c artikel 3, eerste lid, onder d artikel 3c Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt voor de verzekerden, bedoeld in, voor elke krachtens, aangewezen groep van verzekerden, alsmede voor de verzekerden, bedoeld in, bepaald of premie en, zo ja, welke premie verschuldigd is, naar welke regelen die premie wordt berekend, wie de premie verschuldigd is, wie de premie afdraagt en welk orgaan voor de premie-inning wordt aangewezen. Bij of krachtens de bedoelde algemene maatregel van bestuur worden de nodige voorschriften gegeven betreffende de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie, kunnen verplichtingen worden opgelegd tot het verstrekken van inlichtingen en tot het geven van inzage in boeken en bescheiden, nodig voor de beoordeling van de verzekeringsplicht en de vaststelling van de premie, en kunnen de nodige regelen worden gesteld met betrekking tot de controle op inhouding en afdracht van de premie. 2 artikel 4, eerste lid artikel 17 artikel 5, eerste lid Indien voor de verzekering van een of meer groepen van verzekerden, bedoeld in het eerste lid, en hun medeverzekerde, bedoeld in, een nominale premie verschuldigd is als bedoeld in, wordt die nominale premie door het ziekenfonds waarbij de verzekerde die die nominale premie verschuldigd is, overeenkomstig, is ingeschreven, aangewend ter dekking van de aan de uitvoering van deze wet voor dat ziekenfonds verbonden kosten. 3 de artikelen 3, eerste lid, onder c, en 3c artikel 15, eerste lid, eerste volzin Algemene Ouderdomswet Onverminderd het bepaalde in het eerste lid zijn de verzekerden, bedoeld in, over hun uitkering ingevolge deeen procentuele premie verschuldigd naar hetzelfde percentage als ingevolge, voor de verzekering van de aldaar bedoelde verzekerden wordt vastgesteld. 1997 777 30-12-1997 24-12-1997 25687 1997 777 30-12-1997 24-12-1997 25687 01-01-1998
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 artikelen 9, derde lid 10 11 11a Indien een verzekerde in enig kalenderjaar geen of weinig gebruik heeft gemaakt van zorg waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat, heeft hij jegens het ziekenfonds waarbij hij ingeschreven was aanspraak op een uitkering. Voor de toepassing van dit artikel worden vergoedingen als bedoeld in de,,ofgelijkgesteld aan het gebruik maken van zorg waarop aanspraak bestaat. 2 Het bedrag van de uitkering voor de verzekerde die geen gebruik heeft gemaakt van zorg, wordt bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. Indien de ten laste van de ziekenfondsverzekering komende kosten van zorg waarvan een verzekerde gebruik heeft gemaakt, lager zijn dan het in de eerste volzin bedoelde bedrag, is de uitkering voor de verzekerde gelijk aan het verschil tussen dat bedrag en de kosten van de zorg. 3 artikel 8, vierde lid Voor de toepassing van het eerste lid wordt het gebruik van verloskundige zorg, kraamzorg en huisartsenzorg buiten beschouwing gelaten. Voor de toepassing van het eerste lid worden tevens buiten beschouwing gelaten de bedragen die de verzekerde op grond van, als bijdrage in de kosten van zorg heeft betaald. 4 Indien de zorg in de vorm van een diagnose behandel combinatie wordt verleend, geldt als tijdstip van gebruik van zorg het tijdstip waarop de diagnose behandel combinatie is geopend. 5 Verzekerden voor wie geen nominale premie verschuldigd is, hebben geen aanspraak op de uitkering. 6 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald: a. binnen welke termijn en op welke wijze de uitkering wordt betaald; b. welk ziekenfonds de uitkering betaalt indien de verzekerde in het kalenderjaar achtereenvolgens bij meer dan een ziekenfonds was ingeschreven; c. welke uitkering wordt betaald indien de verzekerde slechts een deel van het kalenderjaar bij een ziekenfonds was ingeschreven dan wel indien voor de verzekerde slechts een deel van het kalenderjaar een nominale premie verschuldigd was; d. de gevolgen van het bekend worden van gebruik van zorg in een kalenderjaar waarvoor reeds uitbetaling van de uitkering heeft plaatsgevonden; e. welk bedrag aan kosten voor de onderscheiden vormen van zorg voor de toepassing van dit artikel in aanmerking wordt genomen; f. het indexcijfer waarmee het in het tweede lid bedoelde bedrag jaarlijks bij ministeriële regeling wordt herzien, de berekeningswijze en de afronding die bij die herziening worden gehanteerd. 2004 725 30-12-2004 23-12-2004 29483 2005 101 08-03-2005 19-02-2005 09-03-2005 2004 725 30-12-2004 23-12-2004 29483 2005 101 08-03-2005 19-02-2005 09-03-2005 De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt voor het eerst
gedaan in 2006).
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het College zorgverzekeringen verstrekt aan de ziekenfondsen ten laste van de Algemene Kas jaarlijks een uitkering ter gehele of gedeeltelijke dekking van de kosten van de verzekering ingevolge deze wet. 2 Bij ministeriële regeling wordt jaarlijks geregeld welke middelen beschikbaar zijn voor de uitkeringen aan ziekenfondsen voor het volgende kalenderjaar. In die regeling worden tevens regels gesteld met betrekking tot de vaststelling van de uitkeringen, alsmede met betrekking tot de nadere vaststelling van de uitkeringen, bedoeld in het vijfde lid. 3 Het College zorgverzekeringen stelt beleidsregels vast, waarin wordt aangegeven op welke wijze het toepassing geeft aan de in het tweede lid bedoelde regels. De beleidsregels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 4 Het College zorgverzekeringen stelt de uitkering van elk ziekenfonds vast vóór de aanvang van het kalenderjaar waarop de uitkering betrekking heeft. De betaling van de uitkering geschiedt overeenkomstig door het College zorgverzekeringen te stellen beleidsregels. 5 Het College zorgverzekeringen stelt na afloop van het kalenderjaar waarop de uitkering betrekking heeft, de uitkering nader vast. Naar het oordeel van het College toezicht onverantwoorde besparingen op de beheerskosten worden in mindering gebracht op de uitkering. Het verschil tussen het bedrag van de vooraf vastgestelde uitkering en de nader vastgestelde uitkering wordt verrekend. Voor de rente die het College zorgverzekeringen dan wel het ziekenfonds over het verschil heeft gederfd, wordt overeenkomstig door het College zorgverzekeringen te stellen beleidsregels aan het ziekenfonds een vergoeding in rekening gebracht onderscheidenlijk aan het ziekenfonds een vergoeding toegekend. 6 Ook na aanvang van het kalenderjaar kan bij ministeriële regeling worden geregeld dat middelen beschikbaar zijn voor het doen van uitkeringen. In dat geval zijn de tweede volzin van het tweede lid en het derde, vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing. 7 Bij ministeriële regeling kunnen ter zake van de verstrekking van uitkeringen nadere regels worden gesteld. 2003 69 25-02-2003 30-01-2003 28678 2004 256 17-06-2004 25-05-2004 01-01-2005
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Indien een verzekerde schuldig nalatig blijft de door hem verschuldigde premie volledig te voldoen, kan het ziekenfonds waarbij hij is ingeschreven: a. de kosten van aan hem of aan zijn medeverzekerden verleende verstrekkingen, geheel of gedeeltelijk op die verzekerde verhalen; b. vergoedingen waarop de verzekerde wegens de voor zorg gemaakte kosten aanspraak heeft, geheel of gedeeltelijk weigeren of wegens deze kosten betaalde vergoedingen geheel of gedeeltelijk van de verzekerde terugvorderen. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Een ziekenfonds besteedt de middelen waarover het ten behoeve van de verzekering ingevolge deze wet de beschikking heeft gekregen, ter dekking van zijn ten behoeve van de uitvoering van de verzekering ingevolge deze wet noodzakelijke uitgaven. 2 artikel 16, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten De beheerskosten van een ziekenfonds worden aangemerkt als kosten voor de uitvoering van de verzekering ingevolge deze wet, voor zover zij niet worden gedekt door vergoedingen voor beheerskosten die het ziekenfonds ontvangt anders dan voor de uitvoering van de verzekering ingevolge deze wet. Indien het ziekenfonds is aangewezen als een rechtspersoon, bedoeld in, worden de beheerskosten die het in of in verband met die hoedanigheid maakt en de vergoeding die het daarvoor ontvangt voor de toepassing van de eerste volzin buiten beschouwing gelaten. 3 Het College toezicht is bevoegd vast te stellen dat uitgaven van een ziekenfonds niet verantwoord waren voor zover deze door hem niet noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de verzekering ingevolge deze wet. 4 Het College zorgverzekeringen kan voor de toepassing van het tweede lid nadere regels stellen. 2003 69 25-02-2003 30-01-2003 28678 2004 256 17-06-2004 25-05-2004 01-01-2005
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1986 123 27-03-1986 18972 1986 124 27-03-1986 27-03-1986 01-04-1986
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2000 42 01-02-2000 20-01-2000 26368 2000 42 01-02-2000 20-01-2000 26368 02-02-2000
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Een rechtspersoon welke als ziekenfonds werkzaam is, moet daartoe zijn toegelaten door het College zorgverzekeringen. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een beschikking tot toelating isvan toepassing. 3 Toelating als ziekenfonds wordt verleend indien de aanvrager een stichting of onderlinge waarborgmaatschappij is: a. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten die ingevolge haar statuten ten doel heeft in een daarin aangegeven werkgebied het ziektekostenverzekeringsbedrijf uitsluitend uit te oefenen ter uitvoering van deze wet en de, b. die direct noch indirect beoogt winst te maken, c. die in haar statuten waarborgen biedt voor een redelijke mate van invloed van de verzekerden op het bestuur, d. waarvan de dagelijkse leiding wordt gevormd door ten minste twee personen, e. waarvan het beleid wordt bepaald door natuurlijke personen van wie de deskundigheid naar het oordeel van het College zorgverzekeringen voldoende is voor de uitoefening van de taken van een ziekenfonds, f. waarvan het beleid wordt bepaald of mede bepaald door natuurlijke personen wier voornemens, handelingen of antecedenten het College zorgverzekeringen geen aanleiding geven tot het oordeel dat de betrouwbaarheid van deze personen, met het oog op de belangen van de verzekerden die ingevolge deze wet moeten worden gediend, niet buiten twijfel staat, g. waarvan de onafhankelijke besluitvorming gewaarborgd is, h. die voldoet aan de overige bij of krachtens deze wet aan ziekenfondsen gestelde eisen, en i. waarvan ook overigens is te verwachten dat zij de taak van een ziekenfonds naar behoren zal uitoefenen. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de mate van invloed die verzekerden ten minste op het bestuur van een ziekenfonds dienen te hebben. 5 Behoort de aanvrager tot een groep dan zijn de onderdelen e en f van het derde lid van overeenkomstige toepassing op de personen die het beleid bepalen van de groep waartoe de aanvrager behoort, voor zover uit dien hoofde hun beleid van belang is voor de aanvrager. 2005 347 12-07-2005 16-06-2005 29623 2005 348 12-07-2005 27-06-2005 13-07-2005
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a Vervallen 1988 305 16-06-1988 19775 1988 542 01-12-1988 01-01-1989
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Bij de beschikking tot toelating als ziekenfonds kunnen aan het ziekenfonds met het oog op een goede uitvoering van deze wet en deverplichtingen worden opgelegd. 2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Ook op een later tijdstip kunnen aan het ziekenfonds met het oog op een goede uitvoering van deze wet en deverplichtingen worden opgelegd. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin treedt niet in werking dan na verloop van vier weken na de dag waarop zij is bekendgemaakt. 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De toelating wordt ingetrokken indien het ziekenfonds: a. artikel 34, derde en vijfde lid niet meer voldoet aan de eisen, vervat in, of de aan hem opgelegde verplichtingen, of b. in ernstige mate handelt in strijd met de bij enig wettelijk voorschrift ten aanzien van ziekenfondsen gestelde eisen of anderszins zijn taak niet naar behoren vervult. 2 Op aanvraag van het ziekenfonds wordt de toelating met ingang van een daarbij te bepalen datum ingetrokken. 3 Het College zorgverzekeringen regelt de gevolgen van de intrekking van de toelating en de afwikkeling der lopende zaken. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 de artikelen 34 35, tweede lid 36 Van beschikkingen ingevolge,, enwordt mededeling gedaan in de Staatscourant, onder vermelding van het werkgebied van het betrokken ziekenfonds. 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 38a — Artikel 38a#
Artikel 38a De leden of oud-leden van een ziekenfonds dat een onderlinge waarborgmaatschappij is, zijn niet verplicht om in een tekort bij te dragen. Het ziekenfonds moet aan het slot van zijn naam de letters U.A. plaatsen. 1976 229 08-04-1976 11416 1976 342 22-06-1976 26-07-1976
Artikel 38b — Artikel 38b#
Artikel 38b 1 De toestemming van het College zorgverzekeringen is vereist voor de overdracht van verbintenissen van een ziekenfonds aan een ander ziekenfonds. 2 Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. 3 Bij de samenvoeging van ziekenfondsen tot een nieuw ziekenfonds gaan alle rechten, welke derden hebben jegens elk der ziekenfondsen welke ophouden te bestaan, over op het nieuwe ziekenfonds. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 38c — Artikel 38c#
Artikel 38c Een ziekenfonds is verplicht zijn werkzaamheden op een doelmatige wijze uit te voeren. Het treft de nodige maatregelen ter voorkoming van onnodige verstrekkingen en van uitgaven, welke hoger dan noodzakelijk zijn. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Een ziekenfonds maakt voor de uitwisseling van gegevens ten behoeve van de uitvoering van deze wet gebruik van een elektronische infrastructuur. 2 Het College zorgverzekeringen kan regels stellen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevensuitwisseling. De regels kunnen betrekking hebben op: a. de wijze waarop het gebruik van de infrastructuur wordt georganiseerd en beheerd, waaronder begrepen de inrichting en instandhouding van een gemeenschappelijke database; b. de wijze waarop de uitwisseling van gegevens plaatsvindt, waaronder begrepen de aansluiting van ziekenfondsen op deze infrastructuur; c. de aard en omvang van de gegevensuitwisseling en de voorschriften waaraan de gegevensuitwisseling ten minste moet voldoen; d. de financiering van het gebruik van de infrastructuur en de wijze waarop de kosten ervan worden verdeeld. 2005 347 12-07-2005 16-06-2005 29623 2005 348 12-07-2005 27-06-2005 13-07-2005
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen In de administratie van de ziekenfondsen ter zake van de uitvoering van deze wet wordt het sociaal-fiscaalnummer van de verzekerde, bedoeld in, opgenomen, tenzij aan de verzekerde geen sociaal-fiscaalnummer is toegekend of bekendgemaakt. 2 de artikelen 73b 73c Bij de verstrekking van gegevens door de ziekenfondsen en de inengenoemde organen en personen wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik gemaakt van dit sociaal-fiscaalnummer. 2001 50 01-02-2001 21-12-2000 27253 2001 51 01-02-2001 17-01-2001 27253 01-08-2001
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Een ziekenfonds is bevoegd met toestemming van het College zorgverzekeringen administratieve werkzaamheden te verrichten ten behoeve van natuurlijke en rechtspersonen die zich bezighouden met werkzaamheden op het gebied van de volksgezondheid. Het ziekenfonds brengt de kosten van zodanige werkzaamheden aan de opdrachtgever in rekening. 2 Een toestemming ingevolge het vorige lid kan onder beperkingen worden verleend; aan de toestemming kunnen voorschriften worden verbonden. Ook na het verlenen van een toestemming kunnen daaraan beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden dan wel kunnen beperkingen of voorschriften worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. 3 Een toestemming ingevolge het eerste lid kan worden ingetrokken: a. indien wordt gehandeld in strijd met aan de toestemming verbonden voorschriften; b. indien gedurende drie achtereenvolgende jaren geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking daarvan. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 8 artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het is een ziekenfonds verboden zelf de bij of krachtensofgeregelde zorg te verlenen. 2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het is een ziekenfonds verboden aan een instelling in de zin van deze wet of degelden voor bedrijfsuitoefening te verschaffen, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar voor die instelling te verbinden, zich voor die instelling sterk te maken, zich tot zekerheid voor een schuld van die instelling te verbinden, dan wel aan die instelling bestuurlijk deel te nemen. 3 Het is een ziekenfonds verboden, behoudens voor zover deze wet anders bepaalt, zelf tegen betaling andere dan de in het eerste lid bedoelde diensten of zaken aan verzekerden te leveren. 4 De in het eerste en derde lid bedoelde verboden gelden niet ten aanzien van het in gebruik geven van medische hulpmiddelen. 5 De in het eerste en tweede lid bedoelde verboden gelden niet in door het College zorgverzekeringen aan te geven gevallen. Het College zorgverzekeringen kan ontheffing van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid verlenen in bijzondere gevallen. 6 Een ontheffing ingevolge het vijfde lid kan onder beperkingen worden verleend; aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Ook na het verlenen van een ontheffing kunnen daaraan beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden dan wel kunnen beperkingen of voorschriften worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. 7 Een ontheffing kan worden ingetrokken: a. indien wordt gehandeld in strijd met aan de ontheffing verbonden voorschriften; b. indien gedurende drie achtereenvolgende jaren geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking daarvan. 8 Van besluiten als bedoeld in het vijfde, zesde en zevende lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2000 42 01-02-2000 20-01-2000 26368 2000 42 01-02-2000 20-01-2000 26368 02-02-2000
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a Het is een ziekenfonds verboden personen als verzekerden in te schrijven die woonachtig zijn buiten de gemeente, gemeenten of delen daarvan, waar de rechtspersoon volgens zijn statuten zijn werkzaamheden als ziekenfonds wil uitoefenen. 1991 587 20-11-1991 21592 1991 721 19-12-1991 01-01-1992
Artikel 43b — Artikel 43b#
Artikel 43b 1 artikel 66, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Een ziekenfonds is verplicht toereikende technische voorzieningen bedoeld in, aan te houden. De technische voorzieningen dienen volledig door waarden te zijn gedekt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere regels worden gesteld. 2 artikel 68, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Een ziekenfonds beschikt over een solvabiliteitsmarge als bedoeld in, waarvan de omvang volgens door Onze Minister te stellen regels wordt bepaald. Onze Minister kan omtrent in de vorige volzin bedoelde regels de Pensioen- & Verzekeringskamer horen. 3 Een ziekenfonds houdt een reserve Ziekenfondswet aan. Bij ministeriële regeling wordt een maximum aan deze reserve gesteld. Indien het College zorgverzekeringen vaststelt dat de reserve Ziekenfondswet het gestelde maximum te boven gaat, stort het ziekenfonds het door het College zorgverzekeringen vastgestelde bedrag van de overschrijding binnen vier weken in de Algemene Kas. 4 Het saldo van baten en lasten van een ziekenfonds over enig boekjaar wordt toegevoegd aan onderscheidenlijk gebracht ten laste van de reserve Ziekenfondswet. Voor de toepassing van de eerste volzin blijven uitgaven, waarvan het College toezicht heeft vastgesteld dat deze niet verantwoord waren, buiten beschouwing, tenzij het College toezicht anders besluit. De eerste volzin is niet van toepassing op baten en lasten die in redelijkheid moeten worden toegerekend aan andere onderdelen van het eigen vermogen. 5 Het ontwerp van een ministeriële regeling krachtens het derde lid wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal. De regeling treedt niet eerder in werking dan nadat vier weken zijn verstreken sedert de overlegging. 6 artikel 5, eerste lid artikel 15, eerste lid, tweede volzin artikel 5, eerste lid, eerste volzin artikel 5, eerste lid, eerste volzin artikel 15, eerste lid, tweede volzin artikel 19 artikel 15, eerste lid, tweede volzin Indien krachtens, een ziekenfonds wordt aangewezen, waarbij de verzekerden, bedoeld in, zich bij uitsluiting dienen aan te melden en Onze Minister daarbij bepaalt dat het ziekenfonds in afwijking van, geen andere verzekerden die zich bij dat ziekenfonds aanmelden, inschrijft, gelden het eerste, tweede en derde lid niet ten aanzien van dat ziekenfonds. Indien Onze Minister niet heeft bepaald dat het ziekenfonds in afwijking van, geen andere verzekerden die zich bij dat ziekenfonds aanmelden, inschrijft, blijven, voor zover krachtens de op grond van dit artikel te stellen regels de omvang van technische voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in het tweede lid of van de reserve, bedoeld in het derde lid, wordt bepaald of mede wordt bepaald door verzekerdenaantallen, de verzekerden, bedoeld in, buiten beschouwing. De eerste en tweede volzin zijn slechts van toepassing indien op grond van de regels krachtenshet desbetreffende ziekenfonds voor de kosten ten behoeve van zijn verzekerden, bedoeld in, aanspraak heeft op uitkeringen naar werkelijke kosten onder aftrek van de opbrengsten ingevolge deze wet. 2002 583 10-12-2002 14-11-2002 28478 2002 628 23-12-2002 10-12-2002 01-01-2003
Artikel 43c — Artikel 43c#
Artikel 43c Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de belegging van gelden waarover ziekenfondsen beschikken. 2000 42 01-02-2000 20-01-2000 26368 2000 42 01-02-2000 20-01-2000 26368 02-02-2000
Artikel 43d — Artikel 43d#
Artikel 43d 1 In geval van liquidatie of intrekking van de toelating van een ziekenfonds heeft het College zorgverzekeringen ten behoeve van de Algemene Kas een vordering op het ziekenfonds ten belope van de som van de reserve Ziekenfondswet en de middelen, waarover het ziekenfonds ten behoeve van de uitvoering van de verzekering ingevolge deze wet de beschikking heeft gekregen, voor zover deze door het ziekenfonds niet zijn aangewend ter dekking van zijn ten behoeve van de uitvoering van de verzekering ingevolge deze wet noodzakelijke uitgaven. Uitgaven waarvan het College toezicht vaststelt dat deze niet verantwoord zijn, blijven daarbij buiten beschouwing, tenzij het College toezicht anders besluit. 2 Het eerste lid is niet van toepassing bij overdracht van verbintenissen van een ziekenfonds aan een ander ziekenfonds en bij samenvoeging van ziekenfondsen tot een nieuw ziekenfonds, voor zover het in het eerste lid bedoelde bedrag is overgedragen aan het andere onderscheidenlijk het nieuwe ziekenfonds. 2001 386 30-08-2001 16-07-2001 27586 2001 386 30-08-2001 16-07-2001 27586 31-08-2001 Art. 3d, subonderdeel 1 werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Art. 17 werkt terug tot en met 1 juli 2001.
Artikel 43e — Artikel 43e#
Artikel 43e Een ziekenfonds zendt voor 1 maart aan het College zorgverzekeringen en aan het College toezicht een verslag over de uitvoering van deze wet in het voorafgaande kalenderjaar. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 43f — Artikel 43f#
Artikel 43f 1 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Een ziekenfonds zendt voor 1 maart aan het College zorgverzekeringen en aan het College toezicht een financieel verslag over het voorafgaande kalenderjaar, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in, alsmede van een rapport van de accountant over de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële beheer. 2 In het financieel verslag wordt een onderscheid gemaakt tussen de beheerskosten en de kosten van verstrekkingen en vergoedingen. 3 artikel 44 Op aanvraag van een uitvoeringsorgaan is het College toezicht bevoegd voor in zijn besluit aan te wijzen baten en lasten te besluiten dat het ontbreken van een overeenkomst als bedoeld in, geen gevolgen heeft voor de inhoud van de verklaring, bedoeld in het eerste lid. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 8 Ziekenfondsen sluiten schriftelijke overeenkomsten met personen en instellingen die zorg kunnen verlenen op verstrekking waarvan bij of krachtensaanspraak bestaat. 2 De duur van een overeenkomst bedraagt maximaal vijf jaar. 3 Indien na beëindiging door het ziekenfonds van een overeenkomst voor een bepaalde vorm van zorg geen aansluitende overeenkomst voor die vorm van zorg met dezelfde persoon of instelling tot stand komt, behoudt de verzekerde zolang die zorg noodzakelijk is jegens het ziekenfonds aanspraak op ononderbroken voortzetting van die vorm van zorg, te verlenen door dezelfde persoon of instelling, wanneer die zorg is aangevangen voor de datum waarop de overeenkomst met die persoon of instelling voor die desbetreffende vorm van zorg is beëindigd. 4 Gedurende de tijdelijke voortzetting van de zorg, bedoeld in het derde lid, gelden tussen het ziekenfonds en de persoon of instelling de voorwaarden van de overeenkomst waaronder de zorg aan de in het derde lid bedoelde verzekerde is aangevangen. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 De overeenkomsten bevatten ten minste bepalingen over: a. het tijdstip waarop de overeenkomst aanvangt te werken, de duur van de overeenkomst en tussentijdse beëindiging van de overeenkomst; b. de aard, de kwaliteit, de doelmatigheid en de omvang van de te verlenen zorg; c. de prijs van de te verlenen zorg; d. de wijze waarop de verzekerden van informatie worden voorzien; e. de controle op de naleving van de overeenkomst, waaronder begrepen de controle op de te verlenen dan wel verleende zorg en op de juistheid van de daarvoor in rekening gebrachte bedragen; f. de administratieve voorwaarden die partijen bij de uitvoering van de overeenkomst in acht zullen nemen. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels over de inhoud van de overeenkomsten worden gesteld. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikelen 44 45 Overeenkomsten die in strijd met het bij of krachtens deofbepaalde zijn gesloten, zijn nietig. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 44, eerste lid Een ziekenfonds is verplicht met iedere instelling die binnen het werkgebied van het ziekenfonds is gelegen of waarvan de bevolking van het werkgebied van het ziekenfonds naar verwachting regelmatig gebruik zal maken, op haar verzoek een overeenkomst te sluiten als bedoeld in, tenzij het ziekenfonds daartegen ernstige bezwaren heeft. artikel 42, vijfde lid eerste lid van dat artikel Het College zorgverzekeringen kan bij het verlenen van een ontheffing als bedoeld in, van het bepaalde in het, bepalen of en in hoeverre van het gestelde in de eerste volzin kan worden afgeweken. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg of categorieën van instellingen worden aangewezen waarvoor het eerste lid niet geldt. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 1, onderdeel f, onder 1° artikel 44, eerste lid Een instelling als bedoeld in, die met een ziekenfonds een overeenkomst als bedoeld in, heeft gesloten, is gehouden op daartoe door een ander ziekenfonds gedaan verzoek met dat ziekenfonds een gelijke overeenkomst te sluiten, tenzij die instelling daartegen ernstige bezwaren heeft. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg of categorieën van instellingen worden aangewezen waarvoor het eerste lid niet geldt. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 62a — Artikel 62a#
Artikel 62a Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 68a — Artikel 68a#
Artikel 68a Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 72a — Artikel 72a#
Artikel 72a Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 73a — Artikel 73a#
Artikel 73a Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 73b — Artikel 73b#
Artikel 73b 1 Een ieder verstrekt op verzoek aan het College zorgverzekeringen, het College toezicht, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, de Rijksbelastingdienst, het gemeentebestuur, ziekenfondsen of aan een daartoe door of vanwege een van deze instanties aangewezen persoon kosteloos alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door de desbetreffende rechtspersoon ten opzichte van: a. hemzelf; b. degenen die in aanmerking kunnen komen voor medeverzekering; c. degene die ten opzichte van hem bij of krachtens deze wet is of was aangewezen als werkgever; d. degene die in zijn dienst dan wel te zijnen behoeve werkt of gewerkt heeft; e. degene van wie een pensioen of uitkering wordt, zal worden of is verkregen; f. degene aan wie een pensioen of uitkering wordt, zal worden of is verstrekt; g. degene van wie inkomen uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven wordt, zal worden of is ontvangen; h. degene aan wie inkomen uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven wordt, zal worden of is verstrekt. 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen worden op verzoek verstrekt in schriftelijke vorm, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen een termijn die schriftelijk wordt gesteld bij het in het eerste lid bedoelde verzoek. 3 Een ieder geeft op verzoek van een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent de terzake verlangde medewerking, voorzover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet door de desbetreffende rechtspersoon. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 73c — Artikel 73c#
Artikel 73c 1 b artikel 73, eerste lid De in, bedoelde instanties zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan elkaar of aan een daartoe door of vanwege een van deze instanties aangewezen persoon de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet. De verstrekking van de gegevens geschiedt kosteloos, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald. 2 Publiekrechtelijke lichamen zijn verplicht hun medewerking te verlenen bij het verkrijgen van inlichtingen, benodigd voor de uitvoering van deze wet. De verstrekking van de gegevens geschiedt kosteloos, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald. Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen regelen stellen met betrekking tot de wijze waarop en de vorm waarin de inlichtingen worden verstrekt. 3 b artikel 73, eerste lid Alle ambtenaren tot afgifte van uittreksels uit registers van burgerlijke stand bevoegd, zijn verplicht aan een in, bedoelde instantie de door deze gevraagde uittreksels uit de registers kosteloos toe te zenden. 4 Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, verstrekken op verzoek, kosteloos, aan het College zorgverzekeringen, aan het College toezicht en aan de ziekenfondsen alle gegevens, inlichtingen en uittreksels uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door de desbetreffende rechtspersoon. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 73d — Artikel 73d#
Artikel 73d Vervallen 2001 50 01-02-2001 21-12-2000 27253 2001 51 01-02-2001 17-01-2001 27253 01-08-2001
Artikel 73e — Artikel 73e#
Artikel 73e Vervallen 2001 50 01-02-2001 21-12-2000 27253 2001 51 01-02-2001 17-01-2001 27253 01-08-2001
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 Een beslissing op bezwaar inzake een aanspraak op een verstrekking of op een vergoeding ingevolge deze wet wordt niet genomen dan nadat daaromtrent door het College zorgverzekeringen op verzoek van het bestuursorgaan advies is uitgebracht. 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het bezwaarschrift betrekking heeft op een ingevolge het bepaalde krachtens deze wet verschuldigde bijdrage, waarvan de hoogte niet afhankelijk is van een medisch oordeel. 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien: a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, b. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen, of c. het College zorgverzekeringen geen advies heeft uitgebracht binnen de in het vierde lid genoemde termijn of heeft medegedeeld geen advies te zullen uitbrengen. 4 Het College zorgverzekeringen brengt een advies als bedoeld in het eerste lid uit binnen tien weken na ontvangst van alle gegevens en bescheiden die voor de beoordeling van het verzoek noodzakelijk zijn, en zendt gelijktijdig afschrift daarvan aan de belanghebbende. 5 artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien het College zorgverzekeringen is verzocht advies uit te brengen, wordt de beslissing op bezwaar in afwijking vangenomen binnen een en twintig weken na ontvangst van het bezwaarschrift. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 afdeling 8.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht Het beroep en het hoger beroep inzake een geschil van uitsluitend geneeskundige aard worden behandeld met toepassing van. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 artikel 3d, tweede lid hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake een beschikking als bedoeld in, isvan overeenkomstige toepassing. 2004 672 23-12-2004 15-12-2004 29251 2004 692 28-12-2004 16-12-2004 01-01-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 1p, tweede lid Een belanghebbende kan tegen ingevolge deze wet genomen besluiten, niet zijnde besluiten als bedoeld in, van Onze Minister, van het College zorgverzekeringen, het College toezicht, en van rechtspersonen als bedoeld in, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De eerste volzin geldt niet ten aanzien van een besluit, genomen jegens een persoon die behoort tot het personeel van de genoemde colleges. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanwordt de belanghebbende in een bezwaarschriftprocedure ten aanzien van een besluit inzake de verschuldigde premie gehoord op zijn verzoek. 2 artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbeslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de in het eerste lid bedoelde bezwaarschriftprocedure binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 artikel 47, eerste lid, eerste volzin Bij afwijzing van een verzoek als bedoeld in, kan de beslissing van het College zorgverzekeringen worden ingeroepen. 2 artikel 48 Eveneens kan de beslissing van het College zorgverzekeringen worden ingeroepen bij afwijzing van het verzoek, als bedoeld in. 3 artikel 44 Het eerste lid geldt niet voor zover er voor ziekenfondsen of instellingen op grond van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels geen verplichting bestaat tot het sluiten van inbedoelde overeenkomsten. 2005 27 25-01-2005 09-12-2004 28994 2005 42 31-01-2005 25-01-2005 01-02-2005
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 83a — Artikel 83a#
Artikel 83a Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van een feit, dat aanleiding geeft tot het verlenen van verstrekkingen of vergoedingen ingevolge de verzekering, houdt de rechter rekening met de aanspraken, die de verzekerde krachtens deze wet heeft. 1997 777 30-12-1997 24-12-1997 25687 1997 777 30-12-1997 24-12-1997 25687 01-01-1998
Artikel 83b — Artikel 83b#
Artikel 83b 1 a artikel 83 Behoudens toepassing van het derde lid, eerste volzin, heeft een ziekenfonds voor de krachtens de verzekering gemaakte kosten verhaal op degene, die in verband met het veroorzaken van het inbedoelde feit jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens de verzekering naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar burgerlijk recht is gehouden. 2 Voorzover de geldswaarde van de in het eerste lid bedoelde verleende verstrekkingen niet kan worden vastgesteld, wordt deze bepaald op een geschat bedrag. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels stellen. 3 Het College zorgverzekeringen kan met verzekeraars een overeenkomst sluiten inhoudende een door die verzekeraars aan het College zorgverzekeringen te betalen afkoopsom voor de voor de komende periode te verwachten schadelast tengevolge van de schadeplichtigheid van diens verzekerden ingevolge het eerste lid. De overeenkomst heeft geen betrekking op de schadelast van een ziekenfonds dat voor de aanvang van de onderhandelingen over de bedoelde overeenkomst aan het College zorgverzekeringen te kennen heeft gegeven van zijn bevoegdheid in het eerste lid gebruik te maken. Het College zorgverzekeringen stelt voor aanvang van de periode waarvoor een afkoopsom is overeengekomen, ziekenfondsen op de hoogte van de totstandkoming van bedoelde overeenkomst. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 83c — Artikel 83c#
Artikel 83c 1 a artikel 83 Het bepaalde in het vorige artikel geldt ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van de verzekerde, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte verzekerde, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien het inbedoelde feit is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk verzekerde. 2 a artikel 16der Coördinatiewet Sociale Verzekering Voor de toepassing van het vorige lid wordt mede als werkgever beschouwd degene, die krachtens het bepaalde bij het eerste lid vanmede als werkgever wordt beschouwd, ongeacht de bij het tweede lid van dat artikel bedoelde uitzonderingen. 1965 555 16-12-1965 8361 1965 557 17-12-1965 01-01-1966
Artikel 83d — Artikel 83d#
Artikel 83d 1 Een ziekenfonds kan van hem, die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, opzettelijk aanspraken als verzekerde bij hem doet gelden onderscheidenlijk deed gelden, alsmede van hem, die daaraan opzettelijk zijn medewerking verleent onderscheidenlijk heeft verleend, geheel of gedeeltelijk het bedrag vorderen van de verstrekkingen of van de vergoedingen die hem te veel of ten onrechte zijn verleend. Voorzover de geldswaarde van de in de eerste volzin bedoelde verstrekkingen niet vaststaat, kan deze worden vastgesteld op een geschat bedrag. 2 Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de in het eerste lid bedoelde terugvordering. 2005 347 12-07-2005 16-06-2005 29623 2005 348 12-07-2005 27-06-2005 13-07-2005
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Overtreding van het bepaalde bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur, strekkende tot uitvoering van deze wet, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, indien en voor zover deze overtreding bij die algemene maatregel van bestuur als strafbaar feit is aangeduid. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Vervallen 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 artikel 34 artikel 36 Hij die werkzaamheden verricht, welke ingevolge deze wet uitsluitend aan ingevolgetoegelaten ziekenfondsen zijn toegestaan, of die zodanige werkzaamheden blijft verrichten nadat zijn toelating overeenkomstig het bepaalde inis ingetrokken, of die voorwaarden overtreedt, waaronder toelating is verleend, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 artikel 1x11, tweede en derde lid artikel 1x13, tweede lid artikel 1x14, tweede lid Hij die niet voldoet aan een hem bij,, en, opgelegde verplichting, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 a artikel 43 Overtreding vanwordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 artikelen 73b, derde lid 73c Hij die niet voldoet aan een hem bij de, enopgelegde verplichting of ter zake onjuiste inlichtingen verstrekt, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. 2002 241 28-05-2002 18-04-2002 28228 2002 357 11-07-2002 01-10-2002
Artikel 89a — Artikel 89a#
Artikel 89a Vervallen 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 89b — Artikel 89b#
Artikel 89b Vervallen 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Vervallen 1976 377 23-06-1976 13655 1976 377 23-06-1976 13655 01-09-1976
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 1 artikelen 225 tot en met 227b 447c 447d van het Wetboek van Strafrecht artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 179 tot en met 182 184 van het Wetboek van Strafrecht Met de opsporing van feiten die zijn strafbaar gesteld bij of krachtens deze wet, alsmede, voor zover het feit voor de toepassing van deze wet van belang is, van de feiten omschreven in de,enzijn, onverminderd, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in deen, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 De bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen. 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 92a — Artikel 92a#
Artikel 92a Vervallen 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 17-05-1995
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Voor zover deze wet niet anders bepaalt, wordt hetgeen tot haar uitvoering nodig is bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld. 1964 392 15-10-1964 6808 1965 130 02-04-1965 15-04-1965
Artikel 93a — Artikel 93a#
Artikel 93a 1 artikelen 3a 8 15, eerste en zesde lid 17, eerste lid 18 De voordracht tot het vaststellen van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de,,,, enwordt gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2 artikel 8 artikel 15 Indien een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in, geen zodanige invloed heeft op de geldelijke omvang van de verstrekkingen dat zulks verhoging of verlaging van de inbedoelde premie tot gevolg heeft, zal, in afwijking van het eerste lid, een voordracht tot het vaststellen daarvan worden gedaan door Onze Minister. 3 c de artikelen 4, twaalfde lid, onder, en veertiende lid De bevoegdheden van Onze Minister, als bedoeld in, worden door hem uitgeoefend in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 2004 32 03-02-2004 17-12-2003 29230 01-05-2004
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, zo nodig in afwijking van deze wet, tijdelijke voorzieningen worden getroffen voor het geval het College zorgverzekeringen of het College toezicht zijn uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit artikel en vervolgens telkens na vier jaar aan de beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het College zorgverzekeringen. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit artikel en vervolgens telkens na vier jaar aan de beide kamers der Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van het College toezicht. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001 Artikel 1x1 van de Ziekenfondswet is eerst van toepassing op het
boekjaar 2001.
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Vervallen 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Vervallen 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 Vervallen 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 Vervallen 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Vervallen 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Vervallen 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Vervallen 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Vervallen 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 Vervallen 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Vervallen 1995 684 28-12-1995 20-12-1995 24142 1996 193 28-03-1996 28-02-1996 01-04-1996
Artikel 106a — Artikel 106a#
Artikel 106a Vervallen 1997 706 23-12-1997 11-12-1997 25342 1997 706 23-12-1997 11-12-1997 25342 01-01-1998
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 Deze wet wordt aangehaald als: Ziekenfondswet. 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999