Wet van 18 februari 1966, inzake een arbeidsongeschiktheidsverzekering
- BWB-id
- BWBR0002524
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002524
- ELI
- /eli/nl/wet/1966/wet-op-de-arbeidsongeschiktheidsverzekering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1966/wet-op-de-arbeidsongeschiktheidsverzekering/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002524&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002524&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002524/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1966/wet-op-de-arbeidsongeschiktheidsverzekering
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; c. artikel 112 van de Wet financiering sociale verzekeringen Arbeidsongeschiktheidsfonds: het fonds genoemd in; d. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die maatschappelijk kunnen worden gelijkgesteld met verenigingen, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens; e. vervallen; f. vervallen; g. Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de; h. onbetaald verlof: een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen verlof, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht; i. Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten artikel 2.3 van de Wet forensische zorg rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de, in deen in; j. artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in; k. reïntegratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert; l. artikel 18 resterende verdiencapaciteit: datgene dat de verzekerde, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering nog met arbeid kan verdienen zoals dat bij of krachtensis vastgesteld; m. artikel 1, onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen overheidswerkgever: de overheidswerkgever, bedoeld in; n. Wetboek van Strafrecht vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het; o. artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in. 2 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt gelijkgesteld met: a. echtgenoot: geregistreerde partner; b. echtgenoten: geregistreerde partners; c. gehuwd: als partner geregistreerd. 3 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt: a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid. 6 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. 7 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid. 8 Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige. 9 Wet op de jeugdzorg Jeugdwet Algemene Kinderbijslagwet Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van deof de, of kinderbijslag ontving op grond van de. 2023 202 19-06-2023 24-05-2023 35936 2023 307 28-09-2023 25-09-2023 01-10-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen die binnen Nederland hun thuishaven hebben, beschouwd als deel van Nederland. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Vervallen 1997 175 29-04-1997 24-04-1997 24698 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 Artikel 78, zevende lid, derde en vierde volzin, treedt in
werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemers verzekeringen in werking treedt.
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b Vervallen 1997 175 29-04-1997 24-04-1997 24698 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 Artikel 78, zevende lid, derde en vierde volzin, treedt in
werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemers verzekeringen in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Werknemer is de natuurlijke persoon die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt, die in privaatrechtelijke of in publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. 2 Wie zijn dienstbetrekking buiten Nederland vervult, wordt niet als werknemer beschouwd, tenzij hij in Nederland woont en zijn werkgever eveneens in Nederland woont of gevestigd is. Voor zover een werkgever: wordt hij voor de toepassing van de eerste volzin gelijkgesteld met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever. a. in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger heeft; of b. in Nederland een of meer personen in dienst heeft en hij door of vanwege Onze Minister als werkgever is aangewezen, 3 artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 In afwijking van het eerste en tweede lid wordt niet als werknemer beschouwd de vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat: a. personen, die buiten Nederland wonen ook als werknemer worden beschouwd, voor zover zij hun dienstbetrekking buiten Nederland vervullen; b. personen, die in Nederland wonen, ook als werknemer worden beschouwd, voor zover zij hun dienstbetrekking buiten Nederland vervullen en hun werkgever buiten Nederland woont of gevestigd is. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan van het eerste, tweede en derde lid worden afgeweken ten aanzien van: a. vreemdelingen; b. personen, op wie een regeling van toepassing is inzake verzekering tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de sociale wetgeving van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van een andere mogendheid, of van een volkenrechtelijke organisatie; en c. personen, die slechts tijdelijk in Nederland verblijven of tijdelijk in Nederland werkzaam zijn. 6 Bij een maatregel, als bedoeld in het vijfde lid, kan worden afgeweken van het derde lid ten aanzien van: a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland arbeid verrichten, dan wel hebben verricht; b. artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 3 Zo nodig in afwijking vanen de daarop berustende bepalingen: a. wordt als werknemer beschouwd de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie; b. wordt niet als werknemer beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is. 1998 267 14-05-1998 29-04-1998 25873 1998 267 14-05-1998 29-04-1998 25873 15-05-1998 01-01-1992 Werkt terug tot en met 1 januari 1992.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als dienstbetrekking wordt mede beschouwd de arbeidsverhouding van: a. artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek degene, die anders dan als zelfstandige en anders dan als thuiswerker, ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in, persoonlijk een werk tot stand brengt; b. a degene, die de onderbedoelde persoon bij het tot stand brengen van dat werk bijstaat; c. degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; d. degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans niet door meer dan twee andere personen laat bijstaan; e. vervallen; f. degene, die als lid van de bemanning van een vissersvaartuig aanspraak heeft op een aandeel in de besomming, tenzij hij 1. als zodanig tegen geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid verzekerd is bij het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij of 2. exploitant of mede-exploitant van het vaartuig is; g. vervallen; h. artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek degene, die als bestuurder werkzaam is ten behoeve van een coöperatie die met haar leden uitsluitend arbeidsovereenkomsten als bedoeld insluit, indien hij lid is van de coöperatie en deze blijkens haar statuten en met inachtneming van de vereisten gesteld in het derde lid en krachtens het vierde lid kan worden beschouwd als een coöperatie met werknemerszelfbestuur. 2 a b a Het bepaalde in het vorige lid, onderen, blijft buiten toepassing, indien de onderbedoelde overeenkomst rechtstreeks is aangegaan met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden. 3 h Een coöperatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel, dient te voldoen aan de vereisten, dat: a. artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek doorgaans ten minste twee derde deel van het aantal personen met wie de coöperatie een arbeidsovereenkomst als bedoeld inheeft gesloten, lid van de coöperatie is; b. a het lidmaatschap van de coöperatie door ieder van de in onderdeelbedoelde personen onder dezelfde voorwaarden kan worden verkregen en voorwaarden van geldelijke aard geen wezenlijke belemmering vormen voor de verkrijging van het lidmaatschap; c. de leden van de coöperatie ieder één stem hebben; d. de arbeidsvoorwaarden van de leden van de coöperatie niet wezenlijk verschillen van hetgeen gebruikelijk is bij gelijksoortige ondernemingen in de desbetreffende sector; e. b een lid van de coöperatie, behoudens in geval van liquidatie van de coöperatie, bij beëindiging van zijn lidmaatschap ten hoogste aanspraak kan maken op het door hem uit hoofde van een geldelijke voorwaarde als bedoeld in onderdeel, hetzij uit anderen hoofde aan de coöperatie betaalde bedrag, herrekend naar geldontwaarding. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarbij de in het derde lid genoemde vereisten a. nader worden bepaald; b. worden aangevuld met andere vereisten op grond waarvan de coöperatie kan worden beschouwd als een coöperatie met werknemerszelfbestuur. 5 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder zelfstandige verstaan de persoon die: a. paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming geniet als bedoeld in, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; of b. afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming geniet als bedoeld in, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; c. artikel 6, eerste lid, onderdeel d directeur-grootaandeelhouder is als bedoeld in, en het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is. 2004 720 29-12-2004 23-12-2004 29677 2004 721 29-12-2004 23-12-2004 01-01-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld, ingevolge welke eveneens als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van: a. degene, die als thuiswerker arbeid verricht; b. a degene, die de onderbedoelde persoon als hulp bij het verrichten van de arbeid bijstaat; c. degene, die als musicus of anderszins als artiest optreedt dan wel als beroep een tak van sport beoefent; d. degene, die tegen beloning persoonlijk arbeid verricht en wiens arbeidsverhouding niet reeds ingevolge de voorgaande bepalingen als dienstbetrekking wordt beschouwd, doch hiermede maatschappelijk gelijk kan worden gesteld. 1966 84 18-02-1966 7171 1967 105 15-01-1967 01-07-1967
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van: a. degene, die minister, staatssecretaris, Nationale ombudsman, substituut-ombudsman, lid van gedeputeerde staten of wethouder, is; b. degene, die een verplichting naleeft, hem opgelegd door de wet of voortvloeiende uit een verbintenis anders dan bij arbeidsovereenkomst door hem jegens de Overheid aangegaan ten aanzien van ’s lands verdediging of ter bescherming van de openbare orde en de veiligheid der bevolking, alsmede van degene, die als vrijwilliger al dan niet tegen loon werkzaamheden verricht bij de brandweer; c. degene die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat; d. de directeur-grootaandeelhouder; e. artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 degene die als vrijwilliger als bedoeld in, uitsluitend vergoedingen of verstrekkingen als bedoeld in dat lid ontvangt met een gezamenlijke waarde van ten hoogste de in dat artikellid genoemde bedragen per maand en per kalenderjaar. 2 Geen dienstbetrekking wordt geacht aanwezig te zijn op dagen, waarop geen arbeid wordt verricht en geen uitkering of een uitkering van minder dan de helft van het normale loon van de werkgever wordt genoten, tenzij het niet verrichten van de arbeid zijn oorzaak vindt in: a. een normale onderbreking van of verhindering tot het verrichten van de arbeid, zolang deze onderbreking of verhindering niet langer dan een maand heeft geduurd; b. weersinvloeden, gebrek aan materialen of dergelijke omstandigheden; c. vervallen; d. de omstandigheid, dat de dienstbetrekking er toe strekt, dat slechts een gedeelte van een normale werkweek arbeid wordt verricht; e. de omstandigheid, dat de dienstbetrekking er toe strekt, dat niet regelmatig in elke kalenderweek arbeid wordt verricht, voor zover het betreft de kalenderweek waarin arbeid wordt verricht of arbeid zou worden verricht, indien de betrokkene niet arbeidsongeschikt was geworden; f. Ziektewet arbeidsongeschiktheid, ter zake waarvan ziekengeld ingevolge deof arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge deze wet is toegekend. 3 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder het verrichten van diensten ten behoeve van een huishouden mede verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden. 4 Het eerste en tweede lid zijn alleen van toepassing op de aldaar bedoelde arbeidsverhoudingen. 5 Door Onze Minister worden, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, regels gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt verstaan. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2004 720 29-12-2004 23-12-2004 29677 2004 721 29-12-2004 23-12-2004 01-01-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Voor de toepassing van deze wet wordt als werknemer beschouwd: a. Werkloosheidswet Stb. degene, die krachtens de verplichte verzekering op grond van de(1986, 566) uitkering ontvangt; b. artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de Werkloosheidswet in door Onze Minister aan te wijzen gevallen degene, die ten minste vijf of ten minste de helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren als bedoeld in, doch aan wie geen uitkering wordt verleend op grond van enige bepaling van die wet of van het uitkeringsreglement werkloosheidsverzekeringen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of van een regeling als bedoeld in onderdeel c; c. degene, die wegens werkloosheid niet werkt en die ingevolge een door Onze Minister aan te wijzen, van overheidswege getroffen regeling uitkering ontvangt. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd: a. Ziektewet degene, die krachtens de verplichte verzekering ingevolge deziekengeld ontvangt; b. Ziektewet in door Onze Minister aan te wijzen gevallen degene, die wegens arbeidsongeschiktheid niet werkt, doch aan wie geen ziekengeld wordt verleend op grond van enige bepaling van de; c. artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet Toeslagenwet degene, die wegens arbeidsongeschiktheid niet werkt, doch aan wie geen ziekengeld wordt betaald op grond vanmaar wel een toeslag op grond van de. 2003 555 30-12-2003 19-12-2003 29231 2003 556 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b 1 Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd degene, die op grond van de verplichte verzekering ingevolge deze wet uitkering ontvangt. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op diegene die niet in Nederland woont. 2005 718 29-12-2005 22-12-2005 30223 2005 719 29-12-2005 22-12-2005 01-01-2006
Artikel 7c — Artikel 7c#
Artikel 7c Voor de toepassing van deze wet wordt mede als werknemer beschouwd: a. artikel 3:6, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van die wet de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld inaan wie uitkering wordt betaald op grond van; b. artikel 29a van de Ziektewet hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg in door Onze Minister aan te wijzen gevallen, degene die in verband met zwangerschap en bevalling niet werkt, anders dan bedoeld in, doch aan wie geen uitkering wordt betaald op grond van; c. artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a, van de Wet arbeid en zorg artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid 6:3, eerste tot en met zesde lid de werknemer, bedoeld inaan wie een uitkering wordt betaald op grond van de, of. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Werkgever is de overheidswerkgever onderscheidenlijk de natuurlijke persoon tot wie of het lichaam tot welk een of meer natuurlijke personen in dienstbetrekking staan. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Als werkgever wordt beschouwd: 1°. artikel 4, eerste lid in de gevallen, bedoeld in, onder: a b: ende aanbesteder; c d: endegene, met wie de overeenkomst tot bemiddeling is gesloten; e: vervallen; f: de exploitant of mede-exploitant van het vaartuig; g: vervallen; h : de coöperatie; 2°. artikel 5 in de gevallen, bedoeld in, onder: a: de opdrachtgever; b: de thuiswerker; c: degene, met wie het optreden of de sportbeoefening is overeengekomen; d: artikel 5 degene, die bij de inbedoelde algemene maatregel van bestuur als werkgever wordt aangewezen; 3°. artikel 6, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 de aangewezen inhoudingsplichtige, bedoeld in. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 7, onderdeel a artikel 7a, onderdelen a en c artikel 7b artikel 7c, onderdelen a en c Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt als werkgever beschouwd in de gevallen, bedoeld in,,en. 2 artikel 7, onderdeel b en c artikel 7a, onderdeel b artikel 7c, onderdeel b In de gevallen, bedoeld in,, en, wordt als werkgever beschouwd degene, die door Onze Minister als werkgever wordt aangewezen. 3 artikel 42 van de Zorgverzekeringswet artikel 8 9 11 Ingeval het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering of toeslag, bedoeld in de artikelen genoemd in het eerste lid, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, betaalt aan de werkgever, bedoeld in,of, teneinde deze uitkering of toeslag door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het eerste lid, deze in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever. 4 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de door de werkgever verschuldigde premies, bedoeld in het derde lid, nadere regels worden gesteld. 2018 451 11-12-2018 14-11-2018 34967 2019 483 17-12-2019 11-12-2019 35275 2018 452 11-12-2018 17-11-2018 01-07-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 8 9 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, in afwijking van het bepaalde in deeneen ander dan de aldaar bedoelde personen aanwijzen als werkgever met betrekking tot: a. degene, die krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander; b. degene, die een thuiswerker als hulp bij het verrichten van de arbeid bijstaat; c. degene, die als musicus of anderszins als artiest optreedt dan wel als beroep een tak van sport beoefent. 1988 655 28-12-1988 20854 1988 655 28-12-1988 20854 01-01-1990
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De werkgever is verplicht de verzekerde gelegenheid te geven tot het uitoefenen van de hem bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden en tot het nakomen van de hem bij of krachtens deze wet opgelegde verplichtingen, voor zover de uitoefening van die bevoegdheden en de nakoming van die verplichtingen niet buiten de arbeidstijd kan geschieden. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 44 hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen Deze wet, met uitzondering van, verstaat onder loon het loon in de zin van. 2 artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikelen 7, derde lid artikel 15 van die wet Minimumloon is het minimumloon per maand, bedoeld inof, indien het een werknemer jonger dan 21 jaar betreft, het op grond van de, en 8, derde lid, van die wet voor zijn leeftijd geldende minimumloon, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag, bedoeld in, en vervolgens gedeeld door 21,75. 3 Loon, door verschillende personen tezamen onverdeeld genoten, wordt, voor zover niet blijkt van een andere verdeling, geacht door ieder van hen voor een gelijk deel te zijn genoten. 4 artikel 7, onderdeel c Degene, die krachtens een regeling als bedoeld in, uitkering ontvangt, wordt geacht op elke dag, waarover hij die uitkering ontvangt, een loon te ontvangen, gelijk aan die uitkering. 2023 168 23-05-2023 12-05-2023 35335 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Voor de berekening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat wordt als dagloon beschouwd 1/261 deel van het loon dat de werknemer in de periode van één jaar, die eindigt op de laatste dag van het aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden, verdiende, doch ten hoogste het bedrag, bedoeld in, met betrekking tot een loontijdvak van een dag. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van de vaststelling van het dagloon, bedoeld in het eerste lid, en de herziening ervan nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld. 2012 657 27-12-2012 27-09-2012 33133 2012 657 27-12-2012 27-09-2012 33133 28-12-2012
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag De daglonen worden herzien met ingang van de dag waarop en in de mate waarin het bedrag genoemd inwordt herzien. 2 Door of namens Onze Minister wordt in de Staatscourant medegedeeld met ingang van welke dag en met welk percentage een herziening als bedoeld in het eerste lid plaatsvindt. 3 Een herziening van de uitkering als gevolg van een herziening van het dagloon vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 4 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de herziene uitkering, bedoeld in het derde lid, bij de eerstvolgende uitkeringsbetaling nadat de herziening, bedoeld in het eerste lid, heeft plaatsgevonden. 2023 168 23-05-2023 12-05-2023 35335 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De persoon die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt is geworden en op het tijdstip waarop hij arbeidsongeschikt werd, verzekerd was op grond van de verplichte verzekering blijft verzekerd: a. artikel 19 gedurende de wachttijd, bedoeld in; b. artikel 19 gedurende vier weken na afloop van de wachttijd, bedoeld in, indien hij na afloop van die wachttijd minder dan 15% arbeidsongeschikt is, doch binnen die vier weken 15% of meer arbeidsongeschikt is; c. gedurende de periode waarover hij recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering. 2 De persoon die arbeidsongeschikt is geworden en op het tijdstip waarop hij arbeidsongeschikt werd, verzekerd was op grond van de verplichte verzekering blijft verzekerd: a. artikel 43 artikel 43a, eerste lid artikel 43a, vierde lid gedurende vijf jaar na de intrekking, bedoeld in, indien, geen toepassing vindt omdat, van toepassing is; b. artikel 19 artikel 43a, eerste lid artikel 43a, vierde lid gedurende vijf jaar na het bereiken van het einde van de wachttijd, bedoeld in, na welke wachttijd hij ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken, maar geen recht had op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was, indien, geen toepassing vindt omdat, van toepassing is. 2006 703 22-12-2006 30-11-2006 30682 2006 704 22-12-2006 15-12-2006 01-01-2007
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 3 De persoon die binnen vier weken na het einde van zijn verzekering meer arbeidsongeschikt wordt, wordt voor het recht op herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering beschouwd alsof hij verzekerd was gebleven. Indien de verzekering berust op een dienstbetrekking als bedoeld inontstaat de in de eerste zin bedoelde aanspraak op herziening van de uitkering eerst na het beëindigen van de dienstbetrekking. 2 artikel 6, eerste lid, onder a of b Het eerste lid blijft buiten toepassing ten aanzien van degene, die in verband met, niet verzekerd is. 3 artikel 37, tweede lid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan personen die niet verzekerd zijn en die arbeidsongeschikt of, die in gevallen als bedoeld in, meer arbeidsongeschikt worden als gevolg van bij die maatregel aan te wijzen beroepsziekten, voor het recht op toekenning, onderscheidenlijk herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering worden beschouwd alsof ze verzekerd zijn. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Arbeidsongeschikt, geheel of gedeeltelijk, is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen gezonde personen, met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. 2 Degene die op en sedert het tijdstip dat zijn verzekering een aanvang neemt, reeds gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van het eerste lid, wordt voor wat de door hem aan deze wet te ontlenen aanspraken betreft als geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt aangemerkt, indien hij als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen, hetgeen soortgelijke personen, die in dezelfde mate arbeidsongeschikt zijn in de zin van het eerste lid, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen. De eerste zin blijft buiten toepassing ten aanzien van degene die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop de verzekering een aanvang nam, ononderbroken onbetaald verlof, tot een maximum van achttien maanden, heeft genoten, behoudens voorzover het betreft gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid, die bestond op de dag, voorafgaande aan de eerste dag van dit verlof. Als ononderbroken onbetaald verlof wordt aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen. 3 Indien de bij de aanvang van de verzekering aanwezige arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid naderhand is afgenomen vindt het tweede lid vervolgens overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de aanvang van de verzekering in de plaats treedt het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid is afgenomen. 4 Het tweede en derde lid vinden geen toepassing indien bij de aanvang van de verzekering de betrokkene uit hoofde van een vroegere verzekeringsperiode reeds een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt. 5 In het eerste en tweede lid wordt onder de eerstgenoemde arbeid verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is. 6 Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt buiten beschouwing gelaten of de verzekerde de arbeid feitelijk kan verkrijgen. 7 Vervallen. 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld. 9 De voordracht voor een krachtens het achtste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 10 Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in deze wet maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van arbeidsongeschiktheid kunnen ondersteunen. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De verzekerde, die arbeidsongeschikt wordt, heeft, zodra hij onafgebroken 104 weken arbeidsongeschikt is geweest, recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij na afloop van deze periode nog arbeidsongeschikt is. Als eerste dag van de arbeidsongeschiktheid geldt de eerste werkdag waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld en kunnen dagen waarop niet zou worden gewerkt als werkdag worden aangemerkt. 2 artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor het bepalen van het tijdvak van 104 weken, bedoeld in het vorige lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 3 Recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, die na afloop van het in het eerste, tweede, en zevende lid bedoelde tijdvak niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. 4 Voor de toepassing van het bepaalde in de vorige leden wordt niet als arbeidsongeschikt beschouwd degene, die minder dan 15% arbeidsongeschikt is. 5 Ziektewet Voor het bepalen van het tijdvak van 104 weken, bedoeld in de vorige leden, worden steeds in aanmerking genomen tijdvakken, gedurende welke aanspraak bestaat op ziekengeld krachtens deen worden niet in aanmerking genomen tijdvakken gedurende welke een uitkering wordt genoten als bedoeld in het tweede lid. 6 Ziektewet artikelen 19a 19b 19c 29 30 31 44 45 van de Ziektewet Voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid wordt een belanghebbende geacht aanspraak te hebben op ziekengeld krachtens de, indien hem in verband met de,,,,,,engeen ziekengeld wordt uitgekeerd. 7 artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 29 artikel 29a, eerste of vierde lid, van de Ziektewet artikel 76a van de Ziektewet onderdeel a van artikel 76c van die wet De wachttijd, bedoeld in het eerste lid, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verlengd op gezamenlijk verzoek van de verzekerde en de werkgever jegens wie de verzekerde, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, recht heeft op loon als bedoeld in, tenzijofvan toepassing is dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond van, tenzijvan toepassing is, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten. De verlengde wachttijd eindigt op de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangegeven datum. De verlengde wachttijd kan op verzoek van de werkgever of de verzekerde worden verkort of wordt op hun gezamenlijk verzoek verder verlengd tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt bij verkorting van de verlengde wachttijd een nieuwe datum vast waarop de verlengde wachttijd eindigt, met dien verstande dat de wachttijd niet eerder eindigt dan vijftien weken na dat verzoek tenzij de werkgever voor het verstrijken van het tijdvak van die vijftien weken geen loon meer verschuldigd is, omdat de dienstbetrekking is geëindigd. Bij de bekendmaking van de beschikking maakt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen melding van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag voor de toekenning van de uitkering alsmede van de termijn binnen welke die aanvraag wordt gedaan. Het tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit lid. 2012 657 27-12-2012 27-09-2012 33133 2012 657 27-12-2012 27-09-2012 33133 28-12-2012
Artikel 19aa — Artikel 19aa#
Artikel 19aa artikel 19 De verzekerde, bedoeld in, heeft geen recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan reeds recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft. 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 artikel 19 artikel 19b De verzekerde, bedoeld in, heeft geen recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan dan wel de dag na afloop van de toepassing vanmet betrekking tot dat recht op uitkering, is gelegen in een periode dat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen. 2 artikel 19b van de Ziektewet Artikel 19, vierde lid artikelen 18, tweede tot en met vierde lid 30, eerste lid, onderdeel a artikel 18, eerste lid De persoon, die op grond van het eerste lid geen recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft alsmede de persoon die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt is, maar op grond vangeen recht heeft op ziekengeld, wordt vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld weer als verzekerde aangemerkt en heeft met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is., is van overeenkomstige toepassing. De, enzijn niet van toepassing, behoudens voorzover het betreft de op de dag voorafgaande aan de eerste dag dat die persoon rechtens zijn vrijheid is ontnomen aanwezige arbeidsongeschiktheid in de zin van. 3 Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. 4 Artikel 19, vierde lid Artikel 30, eerste lid, onderdeel b De persoon, bedoeld in het tweede lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na die dag, wordt vanaf de dag dat hij in vrijheid is gesteld weer als verzekerde aangemerkt en heeft met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering., is van overeenkomstige toepassing., is niet van toepassing. 5 Het eerste lid is niet van toepassing en het tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt. 2010 838 28-12-2010 16-12-2010 32520 2010 839 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 19b — Artikel 19b#
Artikel 19b artikel 19 De verzekerde, bedoeld in, heeft geen recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering indien en voor zolang hij zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. 2010 838 28-12-2010 16-12-2010 32520 2010 839 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19 De verzekerde, bedoeld in, heeft geen recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan, is gelegen in een periode dat hij niet in Nederland woont. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de verzekerde op die dag woont in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering kan bestaan. 3 artikel 19a van de Ziektewet De persoon, die op grond van het eerste lid geen recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft alsmede de persoon die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt is, maar op grond vangeen recht heeft op ziekengeld, wordt vanaf de dag: Artikel 19, vierde lid artikelen 18, tweede tot en met vierde lid 30, eerste lid, onderdeel a weer als verzekerde aangemerkt en heeft met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is., is van overeenkomstige toepassing. De, en, zijn niet van toepassing. a. dat hij in Nederland woont; of b. dat hij in een land woont waarmee een verdrag in werking is getreden dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie van kracht is geworden, op grond waarvan recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering kan bestaan; 4 Artikel 19, vierde lid Artikel 30, eerste lid, onderdeel b De persoon, bedoeld in het derde lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na die dag, wordt vanaf die dag weer als verzekerde aangemerkt en heeft met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering., is van overeenkomstige toepassing., is niet van toepassing. 5 artikel 19 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verzekerde, bedoeld in, recht heeft op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan is gelegen in een periode dat de verzekerde niet in Nederland woont ingeval van: a. een verzekerde die werkzaamheden verricht in het algemeen belang; b. een verzekerde die in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba woont; of c. de gezinsleden van de in de onderdelen a of b bedoelde verzekerde. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2025
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet bestaat achtereenvolgens uit een loondervingsuitkering, waarvoor het dagloon als maatstaf geldt en een vervolguitkering, waarvoor het vervolgdagloon als maatstaf geldt. 2 De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag, de zaterdagen en zondagen niet meegerekend, bij een arbeidsongeschiktheid van: 15-25% 14% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon 25-35% 21% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon 35-45% 28% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon 45-55% 35% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon 55-65% 42% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon 65-80% 50,75% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon 80% of meer 75% van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon 3 Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt, zoveel doenlijk, rekening gehouden met verkregen nieuwe bekwaamheden. 2007 567 27-12-2007 20-12-2007 31106 2007 567 27-12-2007 20-12-2007 31106 28-12-2007 01-07-2007
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a De duur van de loondervingsuitkering is voor degene, die op de datum met ingang waarvan hem een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend: 58 jaar of ouder is zes jaar; 53 jaar of ouder is drie jaar; 48 jaar of ouder is twee jaar; 43 jaar of ouder is anderhalf jaar; 38 jaar of ouder is één jaar; 33 jaar of ouder is een half jaar, en jonger is dan 33 jaar nihil. 1993 412 07-07-1993 22824 1993 413 19-07-1993 01-08-1993
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b 1 artikel 21a Na afloop van de inbedoelde periode bestaat recht op vervolguitkering met als maatstaf het vervolgdagloon. 2 Het vervolgdagloon is gelijk aan het minimumloon verhoogd met een percentage van het verschil tussen het dagloon en het minimumloon. 3 Voor de berekening van het vervolgdagloon geldt een percentage van 2 maal het aantal verstreken jaren tussen het 15e jaar en de leeftijd van de betrokkene op de datum met ingang waarvan hem een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend. 4 Indien het dagloon lager is dan het minimumloon wordt het vervolgdagloon vastgesteld op het dagloon. 5 artikel 21a artikel 35, tweede lid Voor de toepassing vanen het derde lid wordt voor degene ten aanzien van wie, wordt toegepast als datum met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend in aanmerking genomen de datum waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering zou zijn toegekend als dat lid niet was toegepast. 1993 412 07-07-1993 22824 1993 413 19-07-1993 01-08-1993
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, wordt, indien de betrokkene in een althans voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid, welke geregeld oppassing en verzorging nodig maakt, verkeert, voor de duur van die hulpbehoevendheid tot ten hoogste 100/108 maal zijn dagloon of zijn vervolgdagloon verhoogd. Het bepaalde in de vorige volzin vindt geen toepassing, indien de betrokkene in een inrichting is opgenomen en de kosten van verblijf ten laste van een zorgverzekering of een verzekering inzake ziektekosten komen. 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 hoofdstuk IIB Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, zo vaak hij dat nodig oordeelt de persoon die aanspraak maakt op of in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, oproepen of doen oproepen en op een door of vanwege het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te bepalen plaats ondervragen of doen ondervragen in verband met de aanspraak op of het genot van een arbeidsongeschiktheidsuitkering of de toekenning dan wel verstrekking van een reïntegratie-instrument als bedoeld in. 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de in het eerste lid bedoelde personen op een door of vanwege het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te bepalen plaats door een of meer daartoe door hem aangewezen deskundigen doen onderzoeken. 3 De daartoe door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aangewezen deskundige kan, ook zonder opdracht van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de in het eerste lid bedoelde personen oproepen, ondervragen, onderzoeken, doen oproepen, doen ondervragen en doen onderzoeken door een of meer door hem daartoe aangewezen deskundigen. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 30a, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de door hem daartoe aangewezen deskundige kunnen de persoon die aanspraak maakt op of in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering voorschriften geven in het belang van een behandeling of van genezing dan wel voorzover dit voortvloeit uit de taak tot bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces, bedoeld in. 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan in het kader van de uitvoering van het eerste lid voorschrijven dat de persoon, bedoeld in het eerste lid, zich laat registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 23, eerste lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigert de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk indien een persoon als bedoeld in, na tijdig opgeroepen te zijn, niet verscheen of weigerde: a. vragen te beantwoorden die zijn gesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem daartoe aangewezen deskundige; b. zich te laten onderzoeken door de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daartoe aangewezen deskundige; of c. te voldoen aan het voorschrift, gegeven door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de daartoe aangewezen deskundige, om zich ter observatie te doen opnemen of te verblijven in een aangewezen inrichting. 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen handelt overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid bij toeneming van de arbeidsongeschiktheid, voor zover deze toeneming kennelijk is voortgekomen uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid, ter zake waarvan het niet voldoen aan de oproeping of de weigering plaatsvond. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Opgeroepenen en, indien hun toestand geleide nodig maakt, mede hun geleiders, worden reiskosten, verblijfkosten en tijdverlies vergoed in de gevallen en volgens regels, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd controlevoorschriften vast te stellen. Deze voorschriften mogen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 25 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen handelt overeenkomstig het bepaalde in: a. artikel 24 indien de belanghebbende de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem daartoe aangewezen deskundige krachtensin het belang van een behandeling of genezing of tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en tot registratie als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegeven voorschriften zonder deugdelijke grond niet opvolgt; b. indien de belanghebbende zich niet, zolang als het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de door hem daartoe aangewezen deskundige te kennen heeft gegeven dit noodzakelijk te achten, onder geneeskundige behandeling stelt of indien hij de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt; c. indien de belanghebbende zich schuldig maakt aan gedragingen, waardoor zijn genezing wordt belemmerd of nalaat voldoende mede te werken om aanpassing aan zijn ziekte of gebrek te verkrijgen; d. artikel 27 artikel 80 artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen indien de belanghebbende de controlevoorschriften, bedoeld in, of de verplichting bedoeld in, niet of niet behoorlijk is nagekomen dan wel de verplichting bedoeld inniet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen; e. indien de belanghebbende zijn arbeidsongeschiktheid opzettelijk heeft veroorzaakt; f. artikel 34, derde lid artikel 34a, eerste lid artikel 34a, vierde lid indien belanghebbende zich niet houdt aan de voorschriften, bedoeld in,, of; g. artikel 658a, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 30, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen indien de belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of opleiding die door zijn werkgever of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uit hoofde van de uitoefening van hun taak op grond vanrespectievelijkwenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid; h. artikel 34, derde lid artikel 34a, eerste lid artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet indien de belanghebbende zonder deugdelijke grond weigert of heeft geweigerd mee te werken aan door zijn werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de belanghebbende in staat te stellen passende arbeid te verrichten dan wel indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in, en bij de beoordeling als bedoeld in, blijkt dat de belanghebbende zonder deugdelijke grond onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht. Voor de toepassing van dit onderdeel wordt onder werkgever mede verstaan de eigenrisicodrager, bedoeld in; i. artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen indien de belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan het opstellen van de re-integratievisie, bedoeld in, of het re-integratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet; j. artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen indien de belanghebbende de verplichtingen die zijn opgenomen in de reïntegratievisie, bedoeld in, of in het reïntegratieplan, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van die wet, niet of niet behoorlijk is nagekomen; k. indien de belanghebbende die bij deelname aan een reïntegratietraject zijn reïntegratieverplichtingen niet naleeft, de reden daarvan niet onmiddellijk aan het reïntegratiebedrijf heeft medegedeeld; l. indien de belanghebbende zich niet onthoudt van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 25 28 Een maatregel als bedoeld inofwordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 2 artikel 28 artikel 80 artikel 34, derde lid artikel 34a, eerste lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld inen volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of ter zake van het zich niet houden aan de voorschriften, bedoeld in, of in, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting of het zich niet houden aan de voorschriften plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven. 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 4 artikel 29a Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld inwordt opgelegd. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a 1 artikel 80 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de belanghebbende of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 80, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 80, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2 artikel 80 In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is ontvangen. 3 artikel 80 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de belanghebbende of diens wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in. 4 artikel 80 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de belanghebbende of diens wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in, in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven. 5 artikel 80 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de belanghebbende of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichtingen, bedoeld in, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden. 6 artikelen 80 25 van de Werkloosheidswet 12 van de Toeslagenwet 12, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen 31, eerste lid 49 van de Ziektewet Onder eenzelfde gedraging als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in devan deze wet,,,,, of, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering, ziekengeld of toeslag is verleend. 7 In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, de belanghebbende of zijn wettelijke vertegenwoordiger is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. 8 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 9 Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn. 10 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete. 11 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij de bestuurlijk boete is opgelegd. 12 artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijk boete is vastgesteld ook ten nadele van de belanghebbende of diens wettelijke vertegenwoordiger wijzigen. 13 Artikel 58, eerste, derde en vierde lid Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid is begaan, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling., is van overeenkomstige toepassing. 14 Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het dertiende lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding is begaan wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid. 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 29b — Artikel 29b#
Artikel 29b Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 29c — Artikel 29c#
Artikel 29c Vervallen 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 29d — Artikel 29d#
Artikel 29d Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 29e — Artikel 29e#
Artikel 29e Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 29f — Artikel 29f#
Artikel 29f Vervallen 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 29g — Artikel 29g#
Artikel 29g 1 artikel 29a, vijfde lid Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Wet arbeid en zorg Toeslagenwet Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verrekent de bestuurlijke boete en een eerdere bestuurlijke boete wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in, met een uitkering op grond van deze wet, de, de, de, de, de, de, de, deof een toeslag op grond van de, die de degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd ontvangt. 2 Onverminderd het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de bestuurlijke boete verrekenen met een vordering die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd op hem heeft. 3 Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Participatiewet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de, de, de, deof de. 4 artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De inaan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van, door middel van toezending per post aan degene aan wie de boete is opgelegd. 5 artikel 29a, negende lid Zolang de belanghebbende of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn verplichting, bedoeld in, niet of niet behoorlijk nakomt: a. artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in afwijking vanbevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn; b. artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de, in afwijking van, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel. 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017
Artikel 29h — Artikel 29h#
Artikel 29h Vervallen 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 29i — Artikel 29i#
Artikel 29i Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de verzekerde de uitkering op grond van deze wet tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk heeft geweigerd dan wel hem een bestuurlijke boete heeft opgelegd, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het reïntegratiebedrijf dat ten behoeve van die verzekerde werkzaamheden gericht op vergroting van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid of op inschakeling in arbeid verricht, van die beschikking in kennis voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden door het reïntegratiebedrijf. 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013 Voorheen art. 29h.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd met betrekking tot uit deze wet voortvloeiende aanspraken geheel of ten dele, tijdelijk of blijvend, buiten aanmerking te laten: a. algehele arbeidsongeschiktheid, welke bestond op het tijdstip, dat de verzekering een aanvang nam; b. arbeidsongeschiktheid, welke binnen een half jaar na het tijdstip, dat de verzekering een aanvang nam, is ingetreden, terwijl de gezondheidstoestand van de betrokkene ten tijde van de aanvang van zijn verzekering het intreden van arbeidsongeschiktheid binnen een half jaar kennelijk moest doen verwachten. 2 Het eerste lid blijft buiten toepassing ten aanzien van degene die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop de verzekering een aanvang nam, ononderbroken onbetaald verlof, tot een maximum van achttien maanden, heeft genoten, behoudens voorzover het betreft arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid, die bestond op de dag, voorafgaande aan de eerste dag van dit verlof. Als ononderbroken onbetaald verlof wordt aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen. 3 b De in het eerste lid, onder, bedoelde bevoegdheid strekt zich mede uit tot toeneming van de arbeidsongeschiktheid, voor zover deze toeneming kennelijk is voortgekomen uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid, welke binnen een half jaar na de aanvang van de verzekering is ingetreden. 4 b artikel 6, eerste lid, onder a of b Het bepaalde in het eerste lid, onder, blijft buiten toepassing ten aanzien van degene, die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, dat de verzekering een aanvang nam, in verband met het bepaalde in, niet verzekerd was. 5 Onze Minister kan met betrekking tot de bij dit artikel aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegeven bevoegdheid nadere regelen stellen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a Indien voor het vaststellen van het recht op uitkering op grond van deze wet, in het kader van een aanvraag voor de toekenning van een uitkering op grond van deze wet, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een medisch onderzoek nodig is en de betrokkene niet meewerkt aan dat onderzoek, blijven eventuele uit deze wet voortvloeiende aanspraken op een uitkering op grond van deze wet buiten aanmerking, voor zolang het recht op uitkering niet kan worden vastgesteld. 2006 703 22-12-2006 30-11-2006 30682 2006 704 22-12-2006 15-12-2006 01-01-2007
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikelen 25 28 30 30a artikel 18, tweede lid Zolang het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de,,, enarbeidsongeschiktheid buiten aanmerking laat, vindt, overeenkomstige toepassing met betrekking tot de door de betrokkene aan deze wet nog te ontlenen aanspraken, met dien verstande, dat voor de aanvang van de verzekering in de plaats treedt het tijdstip, met ingang waarvan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen arbeidsongeschiktheid buiten aanmerking laat. 2006 703 22-12-2006 30-11-2006 30682 2006 704 22-12-2006 15-12-2006 01-01-2007
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 64 van de Wet financiering sociale verzekeringen Met betrekking tot uit deze wet voortvloeiende aanspraken wordt buiten aanmerking gelaten arbeidsongeschiktheid, welke is ingetreden tijdens een periode, gedurende welke de verzekerde op grond vanontheffing was verleend van verplichtingen op grond van deze wet. 2 Artikel 30, tweede lid artikel 31 , enzijn van overeenkomstige toepassing. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt op aanvraag toegekend. 2 artikel 19, eerste lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt de belanghebbende van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag schriftelijk in kennis uiterlijk vier maanden vóór de datum waarop de wachttijd van 104 weken, bedoeld in, verstrijkt. 3 artikel 19, eerste lid De belanghebbende, die in aanmerking wenst te komen voor toekenning van de uitkering, dient zijn aanvraag te doen binnen 21 maanden na aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid. Indien de wachttijd, bedoeld in, is verlengd op grond van het zevende lid van dat artikel wordt de aanvraag voor de toekenning van de uitkering, in afwijking van de eerste zin, uiterlijk 13 weken voor het verstrijken van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde verlengde wachttijd gedaan. 4 Onverminderd het in deze wet terzake van herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering bepaalde wordt ten aanzien van personen die na 1 juli 1954 zijn geboren, op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald tijdstip door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bezien of er in verband met wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid gronden zijn voor herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. Het tijdstip kan voor verschillende groepen van personen verschillend worden vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de eerste zin niet van toepassing is op bepaalde groepen van personen. 5 Een aanvraag wordt geacht tijdig te zijn ingediend, indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de kennisgeving als bedoeld in het tweede lid, niet heeft gedaan dan wel indien bij een latere kennisgeving dan bedoeld in het tweede lid de aanvraag wordt ingediend binnen vier weken nadat deze kennisgeving is ontvangen. 6 Indien de toepassing van het derde lid zou leiden tot kennelijke hardheid, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd de uitkering ambtshalve toe te kennen. 7 artikel 19, eerste lid zevende lid van dat artikel Indien de wachttijd, bedoeld in, is verlengd op grond van het, besluit het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aanvraag, bedoeld in het derde lid, niet te behandelen, indien deze is ingediend vóór het verzoek tot de verlenging. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a 1 artikel 71a artikel 71b, eerste lid artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet De aanvraag voor de toekenning van de uitkering gaat vergezeld van een reïntegratieverslag als bedoeld in. De eerste volzin is niet van toepassing voorzover, toepassing vindt. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt of de werkgever en de verzekerde dan wel de eigenrisicodrager, bedoeld inen de personen, bedoeld in, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, in redelijkheid hebben kunnen komen tot de reïntegratie- inspanningen, die zijn verricht. 2 artikel 71a, negende lid artikel 71b, derde lid, tweede zin Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen toepassing heeft gegeven aan, of, wijst het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aanvraag af. 3 Bij de bekendmaking van de beschikking, bedoeld in het tweede lid, maakt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen melding van de mogelijkheid tot het doen van een nieuwe aanvraag voor de toekenning van de uitkering alsmede van de termijn binnen welke die aanvraag wordt gedaan. 4 De termijn, waarbinnen de belanghebbende een nieuwe aanvraag voor de toekenning van de uitkering doet, is: a. artikel 629 lid 11, onderdeel d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a, zesde lid, onderdeel c, van de Ziektewet uiterlijk dertien weken voor het verstrijken van het tijdvak waarover de werkgever op grond van, verplicht is het loon te betalen dan wel op grond van, verplicht is bezoldiging te betalen. b. artikel 629 lid 11, onderdeel d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a, zesde lid, onderdeel c, van de Ziektewet zo spoedig mogelijk, indien het tijdvak waarover de werkgever op grond van, verplicht is het loon te betalen dan wel op grond van, verplicht is bezoldiging te betalen, minder bedraagt dan 13 weken of indien de werkgever vóór het verstrijken van dat tijdvak geen loon meer verschuldigd is; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet artikel 29, tiende lid, van die wet uiterlijk dertien weken voor het verstrijken van het tijdvak waarover de eigenrisicodrager, bedoeld in, op grond vanverplicht is het ziekengeld te betalen; d. artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet artikel 29, tiende lid, van die wet zo spoedig mogelijk, indien het tijdvak waarover de eigenrisicodrager, bedoeld in, op grond vanverplicht is het ziekengeld te betalen, minder bedraagt dan 13 weken. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 De arbeidsongeschiktheidsuitkering gaat in op de dag, met ingang van welke de belanghebbende aan de vereisten voor het recht op toekenning van die uitkering voldoet. 2 In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet vroeger ingaan dan een jaar vóór de dag, waarop de aanvraag werd ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan voor bijzondere gevallen van het bepaalde in de vorige volzin afwijken. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt herzien wanneer degene, aan wie zij is toegekend, ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde voor een hogere of lagere uitkering in aanmerking komt. 2 artikelen 37 tot en met 40 Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaats met inachtneming van het bepaalde in de. 2004 416 02-09-2004 09-07-2004 29498 2004 433 02-09-2004 17-08-2004 01-10-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a 1 Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een beschikking tot toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering en terzake van weigering van een zodanige uitkering, herziet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een dergelijke beschikking of trekt hij die in: a. artikel 30 ter uitvoering van een beschikking als bedoeld in; b. artikel 25 28 80 indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van,ofheeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering; c. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; d. artikel 25 28 80 indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van,ofertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op uitkering bestaat. 2 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking als bedoeld in het eerste lid af te zien. 3 artikel 65c artikel 65d Een beschikking tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in, of van inkomenssuppletie als bedoeld inwordt ingetrokken of herzien indien onderscheidenlijk de loonsuppletie, de inkomenssuppletie of de voorziening ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. 2009 589 30-12-2009 03-12-2009 31955 2009 590 30-12-2009 17-12-2009 01-01-2010
Artikel 36b — Artikel 36b#
Artikel 36b 1 De intrekking of verlaging van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die voortvloeit uit het door de werkgever ingesteld bezwaar of beroep, vindt niet eerder plaats dan zes weken na de dag waarop de beslissing op bezwaar is bekendgemaakt of de uitspraak is gedaan. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in geval van intrekking van het bezwaar of beroep omdat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geheel of gedeeltelijk is tegemoet gekomen aan het bezwaar of beroep van de werkgever. 2 Het eerste lid geldt niet, indien de uitkering door eigen schuld of toedoen van de verzekerde ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikelen 39 39a Terzake van toeneming van arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, onverminderd deen, plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken 104 weken heeft geduurd. 2 artikel 7b De in het eerste lid bedoelde herziening vindt niet plaats indien de uitkeringsgerechtigde bij het intreden van de toegenomen arbeidsongeschiktheid uitsluitend op grond vanals werknemer wordt beschouwd en de toeneming kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die waaruit de ongeschiktheid, terzake waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ontvangen, is voortgekomen. 3 artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor het bepalen van het tijdvak van 104 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van 104 weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,, ofwordt genoten, buiten beschouwing. 2006 703 22-12-2006 30-11-2006 30682 2006 704 22-12-2006 15-12-2006 01-01-2007
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 39 Terzake van toeneming van arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, onverminderd, plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. 2 artikel 37 Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, doch minder dan 80%, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%, doch binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan die uitkering is herzien, de arbeidsongeschiktheid weer toeneemt, is het eerste lid van toepassing, onder afwijking van. 3 artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van de eerstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,, ofwordt genoten, buiten beschouwing. 2005 65 15-02-2005 03-02-2005 27826 2005 206 26-04-2005 15-04-2005 01-09-2005
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 37 Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering in afwijking vansteeds plaats zodra de toeneming van de arbeidsongeschiktheid intreedt, indien deze intreedt: a. binnen vier weken na de dag, met ingang van welke de arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend; b. binnen vier weken na de dag, met ingang van welke de arbeidsongeschiktheidsuitkering reeds eerder wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd herzien; c. binnen vier weken na de dag, met ingang van welke de arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke voordien was berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80 % of meer, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80 %; d. binnen een door Onze Minister aan te geven termijn in door Onze Minister aan te wijzen gevallen. 2 artikel 35, tweede lid artikel 42, tweede lid artikel 35, tweede lid artikel 42, tweede lid a b Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend, onderscheidenlijk eerder wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd herzien, met toepassing van, onderscheidenlijk, geldt met betrekking tot het bepaalde in het vorige lid, onderen, als dag met ingang van welke de arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend onderscheidenlijk herzien de dag, met ingang van welke die uitkering zou zijn toegekend onderscheidenlijk herzien, indien, onderscheidenlijk, geen toepassing zou hebben gevonden. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 39a — Artikel 39a#
Artikel 39a 1 Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid die intreedt binnen vijf jaar na de datum van toekenning of herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en die voortkomt uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan uitkering wordt genoten, vindt herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats, zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. 2 artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor het bepalen van de periode van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van de eerstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,, ofwordt genoten, buiten beschouwing. 3 artikel 38 39, eerste lid, onderdelen a tot en met c, of derde lid Dit artikel vindt geen toepassing, indien recht bestaat op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond vanof. 2007 567 27-12-2007 20-12-2007 31106 2007 567 27-12-2007 20-12-2007 31106 28-12-2007 22-02-2007
Artikel 39b — Artikel 39b#
Artikel 39b artikelen 37 38 39 39a 39c Ziektewet artikel 45 van de Ziektewet Indien als gevolg van de toeneming van de arbeidsongeschiktheid zowel recht op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat of is ontstaan op grond van de,,,en, als op ziekengeld op grond van de, wordt het bedrag waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of wordt verhoogd uitbetaald voor zover dit het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond vangeheel of gedeeltelijk is geweigerd. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 39c — Artikel 39c#
Artikel 39c 1 artikelen 38 39 39a Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt, in afwijking van de,en, herziening plaats zodra de toegenomen arbeidsongeschiktheid 104 weken heeft geduurd, indien ter zake van deze toegenomen arbeidsongeschiktheid: a. Ziektewet recht bestaat op ziekengeld op grond van de; b. artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek uit hoofde van de dienstbetrekking op grond waarvan de werknemer arbeid behoort te verrichten recht bestaat op loon als bedoeld in, dan wel indien het recht op loon door toepassing van het derde, vijfde, zesde of negende lid van dat artikel geheel of gedeeltelijk ontbreekt; of c. artikel 76a, eerste lid van de Ziektewet artikel 76b, eerste, tweede of derde lid van de Ziektewet recht bestaat op bezoldiging als bedoeld in, dan wel indien het recht op die bezoldiging op grond van artikel 76a, derde of zevende lid, ofgeheel of gedeeltelijk ontbreekt. 2 artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor het bepalen van het tijdvak van 104 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van 104 weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 19aa artikel 14 Het dagloon van de verzekerde, bedoeld in, wordt met ingang van de dag waarop het tweede recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou zijn ontstaan opnieuw vastgesteld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens, mits dat leidt tot een hoger dagloon dan het dagloon dat voor de berekening van de laatstelijk ontvangen loondervingsuitkering of vervolguitkering in aanmerking werd genomen. In afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 14 wordt bij de dagloonvaststelling, bedoeld in de eerste zin, de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet niet aangemerkt als loon. 2 artikel 14, eerste lid Voor de toepassing van het eerste lid wordt in, in plaats van de woorden «voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ingetreden» gelezen: voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de arbeidsongeschiktheid is ontstaan waaruit het tweede recht op arbeidsongeschiktheiduitkering zou zijn ontstaan. 3 artikel 19aa artikel 21a Ingeval tijdens het ontvangen van een vervolguitkering ten aanzien van de verzekerde die na het ontstaan van recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering ziek is geworden, als gevolg van de toepassing van, geen tweede recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering ontstaat wordt, met inachtneming van de tweede tot en met vierde zin, met ingang van de dag waarop het tweede recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou zijn ontstaan, een loondervingsuitkering toegekend. Voor de duur van die loondervingsuitkering is, in afwijking van, de leeftijd van de betrokkene op de dag waarop het tweede recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou zijn ontstaan bepalend. Toekenning van de loondervingsuitkering is slechts mogelijk indien de duur van die uitkering langer is dan de duur van de loondervingsuitkering waarop recht bestond onmiddellijk voorafgaande aan de datum van ingang van de vervolguitkering. De duur van de toe te kennen loondervingsuitkering wordt verminderd met de duur van de laatstelijk ontvangen loondervingsuitkering. Tijdens de duur van die loondervingsuitkering bestaat geen recht op vervolguitkering. 4 artikel 21b, derde lid Na afloop van de in het derde lid bedoelde loondervingsuitkering geldt voor de berekening van het vervolgdagloon, in afwijking van, een percentage van 2 maal het aantal verstreken jaren tussen het 15e jaar en de leeftijd van de betrokkene op de dag van ingang van de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. 5 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld. 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering vindt op aanvraag of ambtshalve plaats. 2 Ziektewet artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet Verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt in elk geval ambtshalve plaats, indien de betrokkene aansluitend aan de uitkering van ziekengeld krachtens dedan wel na afloop van het inof inbedoelde tijdvak van 104 weken in aanmerking komt voor een hogere arbeidsongeschiktheidsuitkering. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering gaat in op de dag, met ingang van welke de belanghebbende ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde voor een hogere of lagere uitkering in aanmerking komt. 2 artikel 35, tweede lid Met betrekking tot de herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke een verhoging van die uitkering tot gevolg heeft, is het bepaalde in, van overeenkomstige toepassing. 3 De herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering ter zake van afneming van de arbeidsongeschiktheid gaat in op de dag, welke in de beschikking wordt genoemd als de dag, waarop de arbeidsongeschiktheid was afgenomen. 4 Indien herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze herziening niet eerder in dan één jaar na voltooiing van die scholing of opleiding. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken wanneer de arbeidsongeschiktheid is geëindigd of beneden 15 % is gedaald. 2 De intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering gaat in op de dag, welke in de beschikking wordt genoemd als de dag, waarop de arbeidsongeschiktheid was geëindigd of beneden 15 % was gedaald. 3 artikel 42, vierde lid Indien intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide opleiding of scholing, is, van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 44, eerste lid De arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene die deelneemt aan een opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet ingetrokken of herzien in verband met een daaruit voortvloeiende afname van de arbeidsongeschiktheid. Indien de belanghebbende tijdens de opleiding of scholing inkomen verwerft, is, van overeenkomstige toepassing. 5 De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken, indien degene die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering rechtens zijn vrijheid is ontnomen, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming één maand heeft geduurd. 6 De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken, indien degene die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. 7 Voor de verzekerde die op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van het zesde lid, eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het vijfde lid, vanaf de dag dat de vrijheidsontneming ingaat. 8 Voor de toepassing van het vijfde lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. 9 De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken, indien degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering een uitreiziger is. 2017 78 09-03-2017 16-01-2017 34577 2017 354 29-09-2017 22-09-2017 01-10-2017
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a 1 Indien degene binnen vijf jaar na de datum van die intrekking dan wel binnen vijf jaar na het bereiken van het einde van die wachttijd arbeidsongeschikt wordt en deze arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten dan wel als die op grond waarvan hij ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken, vindt toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats, zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. a. artikel 43, eerste lid wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afneming van arbeidsongeschiktheid op grond van, is ingetrokken, of b. artikel 19 die aan het einde van de in, bedoelde wachttijd ongeschikt was tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebreken, maar geen recht had op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was, 2 artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor het bepalen van de periode van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van de eerstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,, ofwordt genoten, buiten beschouwing. 3 artikel 20 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 3:21 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 29b van de Ziektewet Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 7, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 3:3, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 8 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 3:7 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten In de gevallen, waarinonderscheidenlijkgeen toepassing vindt omdattoepassing kan vinden, wordt het aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag te leggen dagloon niet lager gesteld dan 108/100 maal de grondslag die voor de berekening van de laatstelijk ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deonderscheidenlijk dein aanmerking werd genomen, dan wel 108/100 maal de grondslag die in aanmerking zou zijn genomen, indien na het einde van de wachttijd, bedoeld inonderscheidenlijk, recht zou hebben bestaan op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een laatstbedoelde wet, zoals die sinds de beëindiging van die uitkering onderscheidenlijk sinds het einde van die wachttijd op grond vanonderscheidenlijkzou zijn herzien. 4 artikel 47 Dit artikel vindt geen toepassing, indien op grond vanaanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. 5 artikelen 19a 19b Deenen de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing. 6 Ziektewet artikel 45 van de Ziektewet Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel wordt toegekend en tevens recht op ziekengeld op grond van debestaat, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond vangeheel of gedeeltelijk is geweigerd. 2014 270 15-07-2014 02-07-2014 33161 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 43b — Artikel 43b#
Artikel 43b 1 De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken indien de verzekerde niet meer in Nederland woont. 2 Artikel 20, tweede en vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2025
Artikel 43c — Artikel 43c#
Artikel 43c artikel 43a artikel 19 artikel 15 In de gevallen waarintoepassing vindt wordt het aan de toe te kennen arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag te leggen dagloon niet lager gesteld dan het dagloon dat voor de berekening van de laatstelijk ontvangen loondervingsuitkering in aanmerking werd genomen, dan wel het dagloon dat in aanmerking zou zijn genomen indien na het einde van de in, bedoelde wachttijd recht zou hebben bestaan op een loondervingsuitkering, zoals dat sinds de beëindiging van de uitkering onderscheidenlijk sinds het einde van die wachttijd op grond vanzou zijn herzien. 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 43d — Artikel 43d#
Artikel 43d artikelen 37 38 39 39a 39c artikel 29, tiende lid, van de Ziektewet artikel 629 lid 11, onderdeel d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a, zesde lid, van de Ziektewet De arbeidsongeschiktheidsuitkering, onderscheidenlijk de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in geval van herziening van die uitkering op grond van de,,,en, wordt niet uitbetaald gedurende het verlengde tijdvak waarin recht bestaat op ziekengeld op grond van, op loon op grond van, dan wel op bezoldiging op grond van. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 artikel 18, vijfde lid Indien degene, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, inkomen geniet doordat hij arbeid is gaan verrichten, wordt die arbeid gedurende een aaneengesloten tijdvak van vijf jaar niet aangemerkt als arbeid als bedoeld in, en wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien, doch wordt de uitkering: artikel 18, vijfde lid Na afloop van het in de aanhef genoemde tijdvak wordt de arbeid aangemerkt als arbeid als bedoeld in. a. artikel 18, vijfde lid niet uitbetaald indien het inkomen zodanig is, dat als die arbeid wel de in, bedoelde arbeid zou zijn, niet langer sprake zou zijn van een arbeidsongeschiktheid van ten minste 15%; of b. artikel 18, vijfde lid indien het bepaalde onder a niet van toepassing is, uitbetaald tot een bedrag ter grootte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, zoals deze zou zijn vastgesteld, indien die arbeid wel de in, bedoelde arbeid zou zijn. 2 Indien degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering in dienstbetrekking arbeid als bedoeld in het eerste lid verricht of heeft verricht, wordt het loon geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever of de inhoudingsplichtige van dat loon opgave heeft gedaan. 3 Het in het eerste lid, aanhef, genoemde tijdvak van vijf jaar vangt aan op de eerste dag waarop het eerste lid, onderdeel a of b, is toegepast. Indien diegene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en ten aanzien van wie het eerste lid, onderdeel a of b, is toegepast andere arbeid gaat verrichten, dan vangt een nieuw tijdvak als bedoeld in het eerste lid aan op de eerste dag dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege het verrichten van die andere arbeid wordt vastgesteld door toepassing van het eerste lid, onderdeel a of b. 4 Indien op de laatste dag van het in het eerste lid genoemde tijdvak van vijf jaar inkomen wordt genoten, maar geen arbeid wordt verricht, wordt dit tijdvak verlengd tot en met de laatste dag waarop dat inkomen wordt genoten. 5 hoofdstukken 2 3 van de Wet sociale werkvoorziening Indien degene, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, inkomen geniet, dat bestaat uit loon ingevolge een arbeidsovereenkomst als bedoeld in deen, is het eerste lid voor onbeperkte duur van toepassing. 6 Onze Minister kan bepalen dat het eerste lid voor onbeperkte duur toepassing vindt ten aanzien van bepaalde groepen personen. 7 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben in elk geval betrekking op de gevallen waarin het eerste lid buiten toepassing blijft. 8 Bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder inkomen en loon als bedoeld in dit artikel wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten. 9 Bij de bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid, bedoeld in het eerste lid, kan loon niet meer dan eenmaal in aanmerking worden genomen. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 11-12-2015 01-07-2015
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a Vervallen 1992 82 26-02-1992 22228 1992 82 26-02-1992 22228 01-03-1992
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 1993 412 07-07-1993 22824 1993 413 19-07-1993 01-08-1993
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2001 628 18-12-2001 29-11-2001 27678 2001 685 27-12-2001 13-12-2001 27678 01-04-2002
Artikel 46a — Artikel 46a#
Artikel 46a Vervallen 1997 175 29-04-1997 24-04-1997 24698 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 Artikel 78, zevende lid, derde en vierde volzin, treedt in
werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemers verzekeringen in werking treedt.
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 43, eerste lid Degene, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45 %, in verband met het bepaalde in, is ingetrokken, heeft, indien hij binnen vier weken na de dag, met ingang van welke de uitkering is ingetrokken, weer arbeidsongeschikt wordt, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. 2 artikel 43, eerste lid Het bepaalde in het vorige lid is mede van toepassing met betrekking tot degene, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45 %, in verband met het bepaalde in, is ingetrokken, indien hij weer arbeidsongeschikt wordt binnen 4 weken na de dag, met ingang van welke die uitkering, welke voordien was berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45 %, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%. 3 artikel 43, eerste lid Artikel 39, tweede lid Degene, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45 %, in verband met het bepaalde in, is ingetrokken met ingang van een dag, die gelegen is binnen vier weken na de dag, met ingang waarvan die uitkering werd toegekend of wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid werd herzien, heeft, indien hij binnen die periode van vier weken weer arbeidsongeschikt wordt, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering., is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 43, eerste lid Degene, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45 %, in verband met het bepaalde in, is ingetrokken, heeft, onverminderd het bepaalde in het tweede en het derde lid, indien hij binnen vier weken na de dag, met ingang van welke de uitkering is ingetrokken, weer arbeidsongeschikt wordt, niet kennelijk uit een andere oorzaak dan die, waaruit de arbeidsongeschiktheid, ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten, is voortgekomen, aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. 5 artikel 43, eerste lid artikel 34, vijfde lid Ten aanzien van degene wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken in verband met, en die weer arbeidsongeschikt is geworden op grond van een herbeoordeling als bedoeld in, vindt heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering plaats met ingang van 22 februari 2007. 6 De heropening gaat in op de dag, met ingang van welke de betrokkene weer arbeidsongeschikt is geworden en vindt plaats naar de mate van arbeidsongeschiktheid op die dag. 7 Indien zowel recht bestaat of is ontstaan op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel als op ziekengeld op grond van de Ziektewet, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd. 8 artikelen 17, tweede lid 19, vierde lid 19a 19b 35, tweede lid De,,,en de daarop berustende bepalingen, en, zijn van overeenkomstige toepassing. 9 De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt op aanvraag of ambtshalve heropend. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 2010 838 28-12-2010 16-12-2010 32520 2010 839 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 47a — Artikel 47a#
Artikel 47a 1 artikel 43b, eerste lid De persoon, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van, is ingetrokken, heeft vanaf de dag: met inachtneming van de bepalingen van de wet aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. a. dat hij in Nederland woont; of b. waarop een verdrag in werking is getreden dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie van kracht is geworden in het land waar betrokkene woont, op grond waarvan recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering kan bestaan; 2 Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de persoon, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. 3 artikelen 19, vierde lid 35 47, achtste lid De,en, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit artikel. 2007 567 27-12-2007 20-12-2007 31106 2007 567 27-12-2007 20-12-2007 31106 28-12-2007 22-02-2007
Artikel 47b — Artikel 47b#
Artikel 47b 1 artikel 43, vijfde lid De persoon, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van, is ingetrokken, heeft vanaf de dag dat hij in vrijheid wordt gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. 2 Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de persoon, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. 3 artikelen 19, vierde lid 35 47, achtste lid De,, en, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit artikel. 4 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt. 2007 567 27-12-2007 20-12-2007 31106 2007 567 27-12-2007 20-12-2007 31106 28-12-2007 22-02-2007
Artikel 47c — Artikel 47c#
Artikel 47c 1 artikel 43, zesde lid De persoon, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van, is ingetrokken, heeft vanaf de dag dat hij zich niet langer onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel met inachtneming van de bepalingen van deze wet aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. 2 Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de persoon, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. 3 artikelen 19, vierde lid 35 47, achtste lid De,, en, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit artikel. 2010 838 28-12-2010 16-12-2010 32520 2010 839 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 47d — Artikel 47d#
Artikel 47d 1 artikel 43, negende lid artikel 1, eerste lid, onderdeel o De persoon, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van, is ingetrokken, heeft vanaf de dag dat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in, met inachtneming van de bepalingen van deze wet aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is. 2 Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de persoon, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak. 3 artikelen 19, vierde lid 35 47, negende lid De,, en, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit artikel. 2017 78 09-03-2017 16-01-2017 34577 2017 354 29-09-2017 22-09-2017 01-10-2017
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt heropend door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2 artikelen 38, derde lid 39, eerste lid, onderdeel c 39a De heropende arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt beschouwd als een voortzetting van de ingetrokken uitkering. Voor de toepassing van de,, enwordt daarbij met herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid gelijk gesteld intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering. 3 artikel 14 artikel 15 Voor de berekening van de heropende arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt als dagloon of vervolgdagloon beschouwd het dagloon of vervolgdagloon, waarnaar de ingetrokken uitkering op de dag van ingang van de heropende uitkering zou zijn berekend, indien de uitkering niet was ingetrokken, tenzij hernieuwde vaststelling van een dagloon overeenkomstig het bepaalde bij of krachtensen met inachtneming vantot een hoger dagloon of vervolgdagloon leidt, in welk geval de heropende uitkering aan de hand van dit dagloon of vervolgdagloon wordt berekend. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet De arbeidsongeschiktheidsuitkering neemt een einde met ingang van de dag waarop de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, bereikt. 2 Toekenning of heropening van arbeidsongeschiktheidsuitkering vindt niet plaats, indien de uitkering onderscheidenlijk de heropening zou ingaan op of na de in het eerste lid bedoelde dag. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt betaalbaar gesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De betaling geschiedt als regel in termijnen van niet langer dan een maand. 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op of schorst het de betaling, indien het op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft dat: a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat; b. recht op een lagere uitkering bestaat; c. artikel 25 28 80 degene, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in,ofniet of niet behoorlijk is nagekomen. 3 artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering in het buitenland wordt uitbetaald, geschiedt de betaling in afwijking vanop het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd. 4 Wanneer degene, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, een ander machtigt om de uitkering in ontvangst te nemen, onderscheidenlijk een verleende machtiging intrekt, wordt daaraan gevolg gegeven met ingang van een betalingstermijn, aanvangende na de dag waarop de machtiging wordt ingediend, onderscheidenlijk waarop van haar intrekking mededeling wordt gedaan, doch niet later dan de eerste dag van de tweede maand na de dag van indiening onderscheidenlijk intrekking der machtiging. 5 Onze Minister kan regelen vaststellen inzake de betaalbaarstelling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering door organen, welke belast zijn met de uitbetaling van invaliditeitsuitkering of van pensioen uit anderen hoofde dan ingevolge deze wet. 6 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd om, onder door hem te stellen voorwaarden, op verzoek van de in het vorige lid bedoelde organen, gelijktijdig met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, invaliditeitsuitkeringen of pensioenen, verschuldigd door die organen, betaalbaar te stellen. 7 Werkloosheidswet Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt regels omtrent de betaalbaarstelling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in gevallen waarin de verzekerde recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering over een periode waarover hij tevens een uitkering op grond van deontvangt. 8 Indien een reïntegratiebedrijf aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon aan wie een uitkering op grond van deze wet is toegekend, onvoldoende medewerking verleent aan de op hem betrekking hebbende werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een beschikking omtrent de gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing van de betaling van de uitkering aan die persoon voor de duur van ten hoogste acht weken. 9 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het reïntegratiebedrijf in kennis van een beschikking tot opschorting of schorsing als bedoeld in het achtste lid. 2010 838 28-12-2010 16-12-2010 32520 2010 839 28-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 50a — Artikel 50a#
Artikel 50a 1 artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van een uitkering ingevolge deze wet op indien degene aan wie uitkering is toegekend een vreemdeling is die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt als bedoeld in. 2 De betaling van een uitkering ingevolge deze wet wordt hervat indien betrokkene daartoe een aanvraag indient en het het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is gebleken dat hij feitelijk buiten Nederland woont of verblijf houdt. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Voor zover betreft het in ontvangst nemen van een uitkering ingevolge deze wet en het verlenen van kwijting voor de betaling daarvan, wordt een minderjarige met een meerderjarige gelijkgesteld. Indien de wettelijke vertegenwoordiger zich tegen de betaling aan de minderjarige schriftelijk verzet bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geschiedt de uitbetaling aan de wettelijke vertegenwoordiger. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 Is van de aanvrager of ontvanger van een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken. 2 Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering aan de persoon, aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, op. 3 De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen. 4 Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 Na het overlijden van degene, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, wordt met ingang van de dag na het overlijden, de arbeidsongeschiktheidsuitkering in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald: a. aan de langstlevende van de echtgenoten; b. a bij ontstentenis van de in onderdeelbedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond; c. a b bij ontstentenis van de in de onderdelenenbedoelde personen, aan degenen met wie de overledene in gezinsverband leefde. 2 De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering over één maand, doch niet over de zaterdagen en zondagen, berekend naar de hoogte van die uitkering op de dag of laatstelijk voor de dag van overlijden, van degene aan wie die arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend. 3 artikel 49, eerste lid In verband met het overlijden van degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, is, niet van toepassing. 4 De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden genoemd in het eerste lid, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uitbetaald. 5 De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens uitbetaald. 6 Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat, over na het overlijden gelegen dagen reeds is uitbetaald. 2012 2 10-01-2012 08-12-2011 32846 2012 109 20-03-2012 08-03-2012 01-04-2012
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Wet langdurige zorg artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet Indien de degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, aanspraak heeft op verstrekking of vergoeding van zorg als bedoeld in deen op grond van die wet een bijdrage voor die zorg verschuldigd is, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd de arbeidsongeschiktheidsuitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene aan wie de arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het Zorginstituut Nederland, genoemd in. 2 artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wet artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg Indien aan degene aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor beschermd wonen als bedoeld in, en hij op grond van diehiervoor een bijdrage is verschuldigd, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd die uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie de uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het CAK, genoemd in, dat voor de gemeente de bijdrage int. 3 Indien degene, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, van de desbetreffende inrichting of van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die de opnamekosten betaalt, het verzoek ontvangt om de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan die inrichting of die gemeente uit te betalen, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd dat verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen. 4 Indien het eerste of tweede lid toepassing vindt, heeft de in het derde lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dat niet aan de in het eerste of tweede lid genoemde instantie wordt uitbetaald. 5 Een herziening van de uitkering op grond van het eerste of tweede lid als gevolg van een wijziging van de verschuldigde bijdrage vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 1995 696 29-12-1995 21-12-1995 24258 1995 696 29-12-1995 21-12-1995 24258 01-01-1997
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 De termijnen van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke niet zijn ingevorderd binnen twee jaren na de dag der betaalbaarstelling, worden niet meer uitbetaald. 1966 84 18-02-1966 7171 1966 365 08-09-1966 01-09-1966
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 65c artikel 65d artikel 36a De uitkering, de loonsuppletie, bedoeld in, en de inkomenssuppletie, bedoeld in, die als gevolg van een beschikking als bedoeld inonverschuldigd is betaald, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd. 2 artikel 629, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De uitkering die onverschuldigd aan de werkgever is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van de werkgever teruggevorderd, indien de werkgever de uitkering op grond vanin mindering heeft kunnen brengen op het loon. 3 In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd: a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost. 4 artikel 80 De in het derde lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in. 5 De in het derde lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar indien: a. artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in deniet te boven is gegaan; en b. artikel 80 de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in. 6 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. 7 Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. 8 In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. 2017 110 24-03-2017 08-03-2017 34628 2020 499 08-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 57a — Artikel 57a#
Artikel 57a 1 artikel 57, eerste en tweede lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in, invorderen bij dwangbevel. 2 Artikel 29g artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in deniet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt. 2017 110 24-03-2017 08-03-2017 34628 2020 499 08-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 57b — Artikel 57b#
Artikel 57b Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat onverschuldigd is betaald. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 57, eerste lid In afwijking van, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van de belanghebbende of zijn wettelijke vertegenwoordiger, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien door medewerking aan een schuldregeling, indien: a. redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; c. artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbaar voorstel voor een schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in; d. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en e. artikel 349 van de Faillissementswet uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig. 2 artikel 80 artikel 29a Wetboek van Strafrecht Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld niet nakomen door de belanghebbende van de verplichting, bedoeld in, en hiervoor een boete als bedoeld inis opgelegd, dan wel indien hiervoor aangifte is gedaan op grond van het. 3 Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van belanghebbende gewijzigd indien: a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid; b. de belanghebbende zijn schuld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. 4 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te werken aan schuldregelingen. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 21-12-2021 15-11-2021
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikel 57 58 artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld inenis bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in. 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 59a — Artikel 59a#
Artikel 59a Degene, die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering, heeft recht op een vakantie-uitkering. 1967 367 30-06-1967 8984 1967 367 30-06-1967 8984 01-07-1967
Artikel 59b — Artikel 59b#
Artikel 59b 1 De vakantie-uitkering bedraagt 8 pct. van het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarop recht bestond in de periode van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei. 2 artikel 39b 43a, zesde lid 44 47, zevende lid Indien,,of, is toegepast, wordt onder het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in het eerste lid verstaan het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, nadat artikel 39b, 43a, zesde lid, 44 of 47, zevende lid, is toegepast. 3 De uitbetaling van de vakantie-uitkering vindt eenmaal per jaar ambtshalve plaats in de maand mei. 4 artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikelen 21, tweede lid 22 Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in, wordt gewijzigd, wordt het percentage van de in het eerste lid bedoelde vakantie-uitkering, alsmede de noemer van de in deen, bedoelde breuk dienovereenkomstig aangepast. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop recht bestaat over de periode aanvangende met de dag waarop de wijziging ingaat. Het aldus gewijzigde percentage en de aldus gewijzigde noemer treden in de plaats van het in het eerste lid genoemde percentage onderscheidenlijk de in de artikelen 21, tweede lid en 22, genoemde noemer. 5 De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 6 In afwijking van het derde lid vindt, indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt beëindigd en het niet aannemelijk is dat binnen korte tijd wederom recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering zal ontstaan, uitbetaling van de vakantieuitkering plaats gelijktijdig met de uitbetaling van de laatste termijn van de arbeidsongeschiktheidsuitkering of zo spoedig mogelijk daarna. 7 Indien na de toepassing van het zesde lid wederom recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontstaat en dientengevolge het derde lid of het zesde lid moet worden toegepast, wordt daarbij rekening gehouden met hetgeen met toepassing van het zesde lid reeds werd uitbetaald. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017
Artikel 59c — Artikel 59c#
Artikel 59c artikel 65 Onze Minister kan nadere regelen stellen ter berekening van de vakantie-uitkering van degene, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering met toepassing van het bepaalde krachtensniet of niet ten volle wordt uitbetaald en die naast de uitkering ingevolge de wetgeving van een andere Mogendheid eveneens recht heeft op een vakantie-uitkering ingevolge die wetgeving. 2012 657 27-12-2012 27-09-2012 33133 2012 657 27-12-2012 27-09-2012 33133 28-12-2012
Artikel 59d — Artikel 59d#
Artikel 59d artikelen 50 53 54 56 57 80 Het bepaalde bij of krachtens de,,,,envindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vakantie-uitkering voor zover bij of krachtens deze paragraaf niet anders is bepaald. 1997 175 29-04-1997 24-04-1997 24698 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 Artikel 78, zevende lid, derde en vierde volzin, treedt in
werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemers verzekeringen in werking treedt.
Artikel 59e — Artikel 59e#
Artikel 59e Onze Minister kan met betrekking tot het bepaalde in deze paragraaf nadere regelen stellen. 2012 657 27-12-2012 27-09-2012 33133 2012 657 27-12-2012 27-09-2012 33133 28-12-2012
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 1998 290 26-05-1998 23-04-1998 25478 1998 369 30-06-1998 19-06-1998 01-07-1998 De artikelen 75a, 76f, 77b, 77c, 77d en 77e werken terug tot en
met 1 januari 1998.
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 artikel 15 van deze wet artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien een persoon die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op of na de dag waarop hij de leeftijd van 45 jaar heeft bereikt inkomen gaat verdienen in verband waarmee zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt beëindigd, binnen vijf jaar na de datum van die beëindiging opnieuw recht heeft op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt het aan die uitkering ten grondslag te leggen dagloon niet lager gesteld dan het dagloon of vervolgdagloon dat voor de berekening van de laatstelijk ontvangen loondervingsuitkering of vervolguitkering in aanmerking werd genomen, zoals dat vanaf de beëindiging tot aan de datum van de in dit artikel bedoelde toekenning op grond van, al dan niet in verbinding met, zou zijn herzien indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet was beëindigd. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 1995 635 27-12-1995 15-12-1995 24458 01-01-1999 Treedt in werking als de Wet afschaffing malus en bevordering
reïntegratie voor 1 januari 1999 tot wet is verheven.
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 1998 290 26-05-1998 23-04-1998 25478 1998 369 30-06-1998 19-06-1998 01-07-1998 De artikelen 75a, 76f, 77b, 77c, 77d en 77e werken terug tot en
met 1 januari 1998.
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 1998 290 26-05-1998 23-04-1998 25478 1998 369 30-06-1998 19-06-1998 01-07-1998 De artikelen 75a, 76f, 77b, 77c, 77d en 77e werken terug tot en
met 1 januari 1998.
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van andere wetten. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter voorkoming of beperking van samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkering met uitkering op grond van de sociale wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, de sociale wetgeving van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of van een andere Mogendheid. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 65a — Artikel 65a#
Artikel 65a 1 Onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding en belening zijn: a. de arbeidsongeschiktheidsuitkering; b. de vakantie-uitkering; c. artikel 65c de loonsuppletie, bedoeld in; d. artikel 65d de inkomenssuppletie, bedoeld in. 2 Volmacht tot ontvangst van een uitkering onder welke vorm of benaming ook verleend, is steeds herroepelijk. 3 Elk beding, strijdig met dit artikel, is nietig. 2009 589 30-12-2009 03-12-2009 31955 2009 590 30-12-2009 17-12-2009 01-01-2010
Artikel 65b — Artikel 65b#
Artikel 65b Niet vatbaar voor beslag zijn: a. artikel 22 de verhoging, bedoeld in; b. artikel 53 de overlijdensuitkering, bedoeld in. 2009 589 30-12-2009 03-12-2009 31955 2009 590 30-12-2009 17-12-2009 01-01-2010
Artikel 65c — Artikel 65c#
Artikel 65c 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de verzekerde die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en die arbeid in dienstbetrekking aanvaardt of verricht, op aanvraag loonsuppletie toekennen, indien zijn loon lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit. 2 De loonsuppletie wordt verstrekt over perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal loonsuppletie is toegekend. 3 Ziektewet hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg Als perioden waarin loon uit dienstbetrekking wordt ontvangen als bedoeld in het tweede lid worden eveneens aangemerkt, perioden waarin een uitkering op grond van deof op grond vanwordt ontvangen, tenzij de dienstbetrekking is geëindigd. 4 De loonsuppletie wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van deze wet. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de loonsuppletie. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 65d — Artikel 65d#
Artikel 65d 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan aan de verzekerde die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die arbeid als zelfstandige verricht of gaat verrichten, op aanvraag inkomenssuppletie toekennen, indien zijn inkomen uit het bedrijf of beroep lager is dan zijn resterende verdiencapaciteit. 2 De inkomenssuppletie wordt verstrekt over perioden waarin het bedrijf of beroep wordt uitgeoefend, doch ten hoogste over een periode van vier jaar te rekenen vanaf de dag met ingang waarvan voor de eerste maal inkomenssuppletie is toegekend. 3 Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen De inkomenssuppletie wordt voor de toepassing van de wettelijke bepalingen inzake premieheffing aangemerkt als een uitkering op grond van de. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de inkomenssuppletie. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 65e — Artikel 65e#
Artikel 65e Vervallen 2009 589 30-12-2009 03-12-2009 31955 2009 590 30-12-2009 17-12-2009 01-01-2010
Artikel 65f — Artikel 65f#
Artikel 65f De verzekerde die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, heeft recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en, met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke bepalingen, op de naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 65g — Artikel 65g#
Artikel 65g 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, in het kader van de bevordering van de inschakeling in de arbeid, toestemming verlenen aan de verzekerde die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, om op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten. 2 Tijdens het verrichten van werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken of herzien. 3 De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats als bedoeld in het eerste lid zijn: a. werkzaamheden, waartoe de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, met zijn krachten en bekwaamheden in staat is; b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheidsverzekering ten behoeve van de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, heeft afgesloten; c. werkzaamheden, die de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en d. werkzaamheden waarbij er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden. 4 Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 65h — Artikel 65h#
Artikel 65h artikel 65c artikel 65d artikel 65g Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag van loonsuppletie, bedoeld in, van inkomenssuppletie, bedoeld in, de termijn waarbinnen die aanvraag wordt ingediend, alsmede omtrent de rechtsgevolgen die aan overschrijding van die termijn zijn verbonden, en met betrekking tot de aanvraag en van toestemming als bedoeld in. 2009 589 30-12-2009 03-12-2009 31955 2009 590 30-12-2009 17-12-2009 01-01-2010
Artikel 65i — Artikel 65i#
Artikel 65i Vervallen 2008 590 30-12-2008 29-12-2008 31577 2011 608 20-12-2011 06-12-2011 01-01-2012
Artikel 65j — Artikel 65j#
Artikel 65j Vervallen 2008 590 30-12-2008 29-12-2008 31577 2011 608 20-12-2011 06-12-2011 01-01-2012
Artikel 65k — Artikel 65k#
Artikel 65k Artikel 10a, tweede tot en met tiende lid, van de Participatiewet Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de verzekerde, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten gedurende maximaal twee jaar.is van overeenkomstige toepassing. 2014 270 15-07-2014 02-07-2014 33161 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 65l — Artikel 65l#
Artikel 65l 1 De persoon die op 1 juli van het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet bij een arbeidsongeschiktheid van 35% of meer heeft recht op een tegemoetkoming. 2 De persoon, bedoeld in het eerste lid, ontvangt per kalenderjaar een tegemoetkoming van € 226,28. 3 artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het bedrag, genoemd in het tweede lid, wordt jaarlijks per 1 januari gewijzigd overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. 4 In afwijking van het derde lid kan het bedrag, genoemd in het tweede lid, bij algemene maatregel van bestuur met ingang van een bij die maatregel aan te geven datum worden vervangen door een ander bedrag. 5 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt de tegemoetkoming ambtshalve in het derde kwartaal van het kalenderjaar. 6 De tegemoetkoming is niet vatbaar voor beslag. 7 De tegemoetkoming blijft buiten beschouwing bij de verlening van op het inkomen of vermogen afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen en verstrekkingen. 8 De tegemoetkoming is niet vatbaar voor terugvordering of verrekening met openstaande vorderingen in verband met een uitkering op grond van deze wet. 9 artikelen 63a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 67i van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 3:75 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten De tegemoetkoming wordt slecht één keer uitgekeerd in het geval er tevens aanspraak gemaakt kan worden op de tegemoetkoming op grond van,of. 10 De tegemoetkoming en de daarmee gepaard gaande beheerskosten komen ten laste van het Rijk. 2025 43553 18-12-2025 10-12-2025 2025-0000238547 2025 43553 18-12-2025 10-12-2025 2025-0000238547 01-01-2026
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 De verzekerde is verzekerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Voor de toepassing van deze wet gelden aaneensluitende verzekeringen bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als één verzekering. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 1998 290 26-05-1998 23-04-1998 25478 1998 369 30-06-1998 19-06-1998 01-07-1998 De artikelen 75a, 76f, 77b, 77c, 77d en 77e werken terug tot en
met 1 januari 1998.
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 71a — Artikel 71a#
Artikel 71a 1 artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet De werkgever jegens wie de verzekerde, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, recht heeft op loon als bedoeld indan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond vanhoudt aantekening van het verloop van de arbeidsongeschiktheid en de reïntegratie van de verzekerde. 2 De werkgever, bedoeld in het eerste lid, stelt binnen een door Onze Minister nader te bepalen termijn, in overeenstemming met de verzekerde een plan van aanpak op. De afspraken die in het plan van aanpak zijn gemaakt worden door werkgever en verzekerde nageleefd. Het plan van aanpak wordt periodiek geëvalueerd. 3 artikel 34, derde lid, eerste volzin Uiterlijk twee weken voordat de termijn is verstreken waarbinnen de belanghebbende op grond van, zijn aanvraag voor toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dient te doen stelt de werkgever, bedoeld in het eerste lid, in overleg met de verzekerde een reïntegratieverslag op en verstrekt de werkgever hiervan een afschrift aan de verzekerde. 4 artikel 19, zevende lid Indien, toepassing heeft gevonden: a. artikel 19, zevende lid stelt de werkgever in overleg met de verzekerde, indien hij nog geen reïntegratieverslag heeft opgesteld, in afwijking van het derde lid, het reïntegratieverslag uiterlijk 14 weken voor het verstrijken van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde verlengde wachttijd, bedoeld in, op en verstrekt een afschrift daarvan aan de verzekerde; b. artikel 19, zevende lid artikel 34, derde lid artikel 34a, tweede lid vult de werkgever in overleg met de verzekerde, indien hij reeds een reïntegratieverslag heeft opgesteld dit reïntegratieverslag uiterlijk 14 weken voor het verstrijken van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde verlengde wachttijd, bedoeld in, aan en verstrekt een afschrift daarvan aan de verzekerde, tenzij de verzekerde verzoekt dit, in verband met het doen van een aanvraag als bedoeld in, eerder te doen. De werkgever komt binnen twee weken aan dit verzoek tegemoet. Dit lid is van overeenkomstige toepassing bij een aanvraag voor de uitkering na toepassing van. 5 artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet Arbeidsomstandighedenwet Bij de uitvoering van het eerste tot en met het vierde lid laat de werkgever zich bijstaan door een persoon, als bedoeld indie belast is met de bijstand, bedoeld inof een arbodienst als bedoeld in de. 6 De verzekerde verleent zijn medewerking bij het opstellen van het plan van aanpak en het opstellen van het reïntegratieverslag. 7 Bij ministeriële regeling kunnen regels met betrekking tot het eerste tot en met zesde lid worden gesteld. 8 artikel 34, derde lid Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in, blijkt dat de werkgever zijn verplichting om een reïntegratieverslag op te stellen niet of niet volledig is nagekomen, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de werkgever een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt of aangevuld. 9 artikel 34, derde lid artikel 34a artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in, en de beoordeling als bedoeld inblijkt dat de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van het eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid dan wel de krachtens het zevende lid gestelde regels niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een tijdvak vast, gedurende welke de verzekerde jegens die werkgever recht op loon heeft op grond vandan wel aanspraak op bezoldiging op grond van. Dit tijdvak is ten hoogste 52 weken en wordt afgestemd op de periode die nodig wordt geacht om alsnog voldoende reïntegratie-inspanningen te leveren. 10 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de toepassing van het negende lid nadere regels worden gesteld. 2006 673 21-12-2006 30-11-2006 30552 2006 675 21-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 71b — Artikel 71b#
Artikel 71b 1 artikel 71a artikel 71a, tweede tot en met het tiende lid artikel 71a, eerste lid artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b, c of d, van de Ziektewet In afwijking van, is op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten aanzien van de verzekerde die op grond vanrecht heeft op ziekengeld,niet van toepassing en is, van overeenkomstige toepassing. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt, binnen een door Onze Minister nader te bepalen termijn, in overleg met die verzekerde, een plan van aanpak op. Het plan van aanpak wordt periodiek geëvalueerd. 2 artikel 71a artikel 71a, vierde, achtste, negende en tiende lid artikel 29, tweede lid, onderdeel e, f of g , van de Ziektewet artikel 29a, eerste of vierde lid, van die wet In afwijking van, is, niet van toepassing op de werkgever, wiens verzekerde op grond vandan wel op grond vanrecht heeft op ziekengeld. 3 artikel 71a, eerste, tweede, derde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid artikel 34, derde lid artikel 34a artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet artikel 29 van de Ziektewet In afwijking van het eerste lid is, van overeenkomstige toepassing op de eigenrisicodrager, bedoeld inten aanzien van de personen, bedoeld in, die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden. Indien bij de behandeling van de aanvraag, bedoeld in, en de beoordeling, bedoeld in, blijkt dat de eigenrisicodrager, bedoeld in de eerste zin, zonder deugdelijke grond de uit die zin voortvloeiende verplichtingen dan wel de krachtens het zevende lid gestelde regels niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een tijdvak vast, gedurende welke de persoon, bedoeld in de eerste zin, recht op ziekengeld heeft op grond van. Dit tijdvak is ten hoogste 52 weken en wordt afgestemd op de aard en de ernst van het verzuim, alsmede op de periode die nodig wordt geacht om alsnog voldoende reïntegratie-inspanningen te leveren. 4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van dit artikel. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 2005 708 28-12-2005 22-12-2005 30238 2005 709 28-12-2005 22-12-2005 01-01-2006
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 72a — Artikel 72a#
Artikel 72a Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 73a — Artikel 73a#
Artikel 73a Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 75a — Artikel 75a#
Artikel 75a Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 75b — Artikel 75b#
Artikel 75b Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 75c — Artikel 75c#
Artikel 75c Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 75d — Artikel 75d#
Artikel 75d Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 75e — Artikel 75e#
Artikel 75e Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 75f — Artikel 75f#
Artikel 75f Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 75g — Artikel 75g#
Artikel 75g Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 75h — Artikel 75h#
Artikel 75h Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 76a — Artikel 76a#
Artikel 76a Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 76b — Artikel 76b#
Artikel 76b Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 76c — Artikel 76c#
Artikel 76c Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 76d — Artikel 76d#
Artikel 76d Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 76e — Artikel 76e#
Artikel 76e Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 76f — Artikel 76f#
Artikel 76f Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 76g — Artikel 76g#
Artikel 76g Vervallen 1998 290 26-05-1998 23-04-1998 25478 1998 369 30-06-1998 19-06-1998 01-07-1998 De artikelen 75a, 76f, 77b, 77c, 77d en 77e werken terug tot en
met 1 januari 1998.
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 77a — Artikel 77a#
Artikel 77a Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 77b — Artikel 77b#
Artikel 77b Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 01-01-2002
Artikel 77c — Artikel 77c#
Artikel 77c Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 01-01-2002
Artikel 77d — Artikel 77d#
Artikel 77d Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 01-01-2002
Artikel 77e — Artikel 77e#
Artikel 77e Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 2001 644 21-12-2001 14-12-2001 28016 01-01-2002
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 78a — Artikel 78a#
Artikel 78a Vervallen 2004 296 30-06-2004 29-06-2004 29292 2004 297 30-06-2004 29-06-2004 01-07-2004 01-01-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 79a — Artikel 79a#
Artikel 79a Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 79b — Artikel 79b#
Artikel 79b Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 19 artikel 54 Degene, die de wachttijd, bedoeld indoormaakt, dan wel aanspraak maakt op of in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, diens wettelijke vertegenwoordiger alsmede de instelling aan welke ingevolgede arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt uitbetaald, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten of omstandigheden, waarvan het hun redelijkerwijs duidelijk is, dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de arbeidsongeschiktheidsuitkering of het bedrag, dat daarvan wordt uitbetaald. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is. 2 hoofdstuk IIB Degene aan wie een reïntegratie-instrument als bedoeld inis verstrekt of toegekend, of aan wie verstrekking of toekenning daarvan wordt overwogen, alsmede diens wettelijk vertegenwoordiger, is verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk is dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekking of toekenning of op de duur of de hoogte van het reïntegratie-instrument. 2007 555 21-12-2007 12-12-2007 30970 2007 556 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008
Artikel 80a — Artikel 80a#
Artikel 80a Vervallen 2006 703 22-12-2006 30-11-2006 30682 2006 704 22-12-2006 15-12-2006 23-12-2006 01-01-2006
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat op verzoek tot de vrijwillige verzekering toe, mits hij hier te lande woont: a. de persoon aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%; b. de persoon wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%, wegens afneming van de arbeidsongeschiktheid is herzien naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%. 2 Op de persoon die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt is geworden en op het tijdstip waarop hij arbeidsongeschikt werd verzekerde was op grond van de vrijwillige verzekering, blijft de vrijwillige verzekering op grond van dit hoofdstuk van toepassing: a. artikel 19 gedurende de wachttijd, bedoeld in; b. artikel 19 gedurende vier weken na afloop van de wachttijd, bedoeld in, indien hij na afloop van die wachttijd minder dan 15% arbeidsongeschikt is, doch binnen die vier weken 15% of meer arbeidsongeschikt is; c. gedurende de periode waarover hij recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering. 2006 703 22-12-2006 30-11-2006 30682 2006 704 22-12-2006 15-12-2006 23-12-2006 01-01-2001 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 Het verzoek tot toelating tot de vrijwillige verzekering wordt binnen dertien weken na de dagtekening van de beschikking waarbij de arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend of herzien ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2 Een verzoek tot toelating wordt geacht binnen dertien weken na de dagtekening van het besluit te zijn gedaan, indien dit verzoek geschiedt binnen vier weken na de dag waarop de persoon die het verzoek heeft gedaan redelijkerwijze kennis heeft kunnen nemen van het besluit. 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd te verklaren dat een verzoek tot toelating tot de vrijwillige verzekering, ingediend na de daartoe op grond van deze wet gestelde termijn, geacht wordt tijdig te zijn gedaan, indien de persoon die het verzoek heeft gedaan, redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest. 4 De vrijwillige verzekering vangt aan op de dag met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend of herzien. 2008 192 03-06-2008 29-05-2008 31366 2008 192 03-06-2008 29-05-2008 31366 04-06-2008 Artikel VI, lid 1, van Stb. 2008/192 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 83a — Artikel 83a#
Artikel 83a Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 83b — Artikel 83b#
Artikel 83b Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beëindigt de vrijwillige verzekering: a. op verzoek van de vrijwillig verzekerde met ingang van een door hem te bepalen datum; b. met ingang van de dag waarop de vrijwillig verzekerde op grond van deze wet als werknemer wordt beschouwd; c. indien de verschuldigde premie over een periode van twee volle kalendermaanden niet, niet volledig of niet tijdig wordt betaald; of d. artikel 81 indien niet langer wordt voldaan aan de vereisten, bedoeld in. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 De persoon, die om toelating tot de vrijwillige verzekering verzoekt, bepaalt bij de aanvang van de vrijwillige verzekering de hoogte van het dagloon, met dien verstande dat dit niet meer kan bedragen dan: a. artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 18 van die wet het bedrag, bedoeld in, met betrekking tot een loontijdvak van een dag eventueel verhoogd of verlaagd krachtens; en b. het loon of het inkomen dat hij in geval van arbeidsongeschiktheid naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen derft. 2 artikel 21a artikel 21b De uitkering op grond van de vrijwillige verzekering wordt tijdens de duur, bedoeld in, berekend naar het in het eerste lid bedoelde dagloon. Dit dagloon wordt eveneens in aanmerking genomen bij de berekening van het vervolgdagloon, bedoeld in. 2005 708 28-12-2005 22-12-2005 30238 2005 709 28-12-2005 22-12-2005 01-01-2006 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 84a — Artikel 84a#
Artikel 84a Vervallen 1997 175 29-04-1997 24-04-1997 24698 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998 Artikel 78, zevende lid, derde en vierde volzin, treedt in
werking als fase 1 van de Wet overheidspersoneel onder de
werknemers verzekeringen in werking treedt.
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt nadere regels met betrekking tot de vrijwillige verzekering. Deze regels bevatten in ieder geval bepalingen met betrekking tot: a. de toelating tot de vrijwillige verzekering; b. het einde van de vrijwillige verzekering; en c. artikel 84, eerste lid het dagloon, bedoeld in. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk zijn, met inachtneming van de wijzigingen, welke de aard van het onderwerp vordert, de bepalingen van de overige hoofdstukken en de ter uitvoering van die bepalingen genomen besluiten, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan in het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde niet is afgeweken. 1966 84 18-02-1966 7171 1966 365 08-09-1966 01-09-1966
Artikel 86a — Artikel 86a#
Artikel 86a artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 87, eerste lid In afwijking vanis de werkgever geen belanghebbende bij een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen over het verzekerd zijn op grond van deze wet als bedoeld in. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 86b — Artikel 86b#
Artikel 86b artikel 4:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien in verband met het geven van een beschikking een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beschikking niet binnen de redelijke termijn, bedoeld in, gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 23-11-2018
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Een aanvraag tot het geven van een beschikking over het verzekerd zijn op grond van deze wet kan door de werknemer uitsluitend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft de beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. 2 Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet binnen dertien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager daarvan schriftelijk in kennis gesteld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 3 artikel 19, eerste lid Een beschikking over verlenging van de wachttijd, bedoeld in, op grond van het zevende lid van dat artikel wordt gegeven binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 23-11-2018
Artikel 87a — Artikel 87a#
Artikel 87a Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deze wijziging kan niet meer in werking treden.
In Stb. 2012/684 was de inwerkingtreding voorzien voor 1 januari 2013.
Artikel 87b — Artikel 87b#
Artikel 87b Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van bezwaarschriften tegen beschikkingen waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 87c — Artikel 87c#
Artikel 87c artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbeslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 2009 384 30-09-2009 18-06-2009 31751 2009 384 30-09-2009 18-06-2009 31751 01-10-2009
Artikel 87d — Artikel 87d#
Artikel 87d 1 artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een beschikking waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in afwijking van, binnen zeventien weken of, indien het advies vraagt aan een deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is binnen eenentwintig weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 2 artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien in verband met het geven van een beslissing op bezwaar een in het buitenland wonende persoon is opgeroepen en om die reden de beslissing op bezwaar niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn gegeven kan worden, wordt de beslissing, in afwijking van, verdaagd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verdaging schriftelijk in kennis gesteld. 2009 384 30-09-2009 18-06-2009 31751 2009 384 30-09-2009 18-06-2009 31751 01-10-2009
Artikel 87e — Artikel 87e#
Artikel 87e artikel 38, tweede of derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Het bezwaar of beroep van een werkgever tegen de inbedoelde opslag of korting kan niet zijn gegrond op de grief, dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 87f — Artikel 87f#
Artikel 87f 1 artikelen 1, derde tot en met zevende lid 2 tot en met 11 13, eerste lid Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de,en, en de daarop berustende bepalingen. 2 Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 87g — Artikel 87g#
Artikel 87g Vervallen 2009 589 30-12-2009 03-12-2009 31955 2009 590 30-12-2009 17-12-2009 01-01-2010
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. medische beschikking: een beschikking waaraan een beoordeling van medische gegevens ten grondslag ligt; b. werknemer: de persoon op wiens medische gegevens de beoordeling betrekking heeft; c. werkgever: de belanghebbende bij een medische beschikking, die niet de werknemer is. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 88a — Artikel 88a#
Artikel 88a Vervallen 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 88b — Artikel 88b#
Artikel 88b 1 De inzage in, dan wel kennisname of toezending van stukken die medische gegevens bevatten, is behalve aan de werknemer voorbehouden aan een gemachtigde van de werkgever die advocaat of arts is dan wel daarvoor van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bijzondere toestemming heeft gekregen. 2 De gemachtigde, bedoeld in het eerste lid, treedt in de plaats van de werkgever bij: voorzover betrekking hebbend op medische gegevens. a. de voorbereiding van een medische beschikking; b. het opstellen van een bezwaar- of beroepschrift; en c. de behandeling van een bezwaar; 3 Artikel 7:4, tweede, vierde en zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op stukken of inlichtingen die medische gegevens bevatten. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 88c — Artikel 88c#
Artikel 88c 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vermeldt de motivering van een medische beschikking, voorzover betrekking hebbend op medische gegevens, in een aparte bijlage. 2 artikel 88b De bijlage wordt behalve aan de werknemer uitsluitend verstrekt aan de gemachtigde van de werkgever, bedoeld in. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een rapport of een advies van een arts of een psycholoog, waarnaar bij de motivering van een medische beschikking wordt verwezen. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 88d — Artikel 88d#
Artikel 88d artikelen 88b 88c 88e Bij de bekendmaking van een medische beschikking wordt gewezen op de,en. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 88e — Artikel 88e#
Artikel 88e artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene wet bestuursrecht De gronden van het bezwaar of beroep, bedoeld in, worden in een aparte bijlage vermeld voorzover ze betrekking hebben op medische gegevens. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 88f — Artikel 88f#
Artikel 88f 1 artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:62, eerste lid, van die wet Indienis toegepast, vindt in afwijking vanhet onderzoek ter zitting, voorzover betrekking hebbend op medische gegevens, met gesloten deuren plaats, tenzij de bestuursrechter ambtshalve of op verzoek van een van de partijen bepaalt dat het onderzoek openbaar is. 2 artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht In de uitnodiging, bedoeld in, wordt mededeling gedaan van het eerste lid. 2013 226 28-06-2013 19-06-2013 33455 2013 258 28-06-2013 25-06-2013 01-07-2013
Artikel 88g — Artikel 88g#
Artikel 88g Artikel 88f is van overeenkomstige toepassing bij de behandeling van het hoger beroep en bij de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid, houdt de rechter rekening met de aanspraken, die hij krachtens deze wet heeft. 1966 84 18-02-1966 7171 1966 365 08-09-1966 01-09-1966
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft voor de krachtens deze wet gemaakte kosten verhaal op degene, die in verband met het veroorzaken van arbeidsongeschiktheid jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar burgerlijk recht is gehouden. 2 Overeenkomstig door Onze Minister te stellen regelen kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in plaats van het bedrag der periodieke verstrekkingen de contante waarde daarvan vorderen. 3 Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen De in het eerste lid bedoelde aansprakelijke is eveneens verplicht tot vergoeding van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gemaakte redelijke kosten ter nakoming van de verplichtingen tot inschakeling in de arbeid van de verzekerde, die op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen rusten op grond van deze wet en de daarop rustende bepalingen alsmede deen de daarop berustende bepalingen. De aansprakelijke kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de verzekerde ten dienste zou hebben gestaan. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 1 vorige artikel Het bepaalde in hetgeldt ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van de verzekerde, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte verzekerde, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien de arbeidsongeschiktheid is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk verzekerde. 2 artikel 34 van de Invorderingswet 1990 Voor de toepassing van het vorige lid wordt mede als werkgever beschouwd de inlener, bedoeld in. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 91a — Artikel 91a#
Artikel 91a 1 artikelen 20 43b 47a De,, en, zijn niet van toepassing op de persoon die: a) artikel 18 op 31 december 1999 op grond vanrecht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op die dag niet in Nederland woont, en b) artikel 2 van de wet van 9 december 2004 op 19 december 2005 dit recht op uitkering uitsluitend nog heeft op grond van, houdende goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 28 juni 1962 te Genève totstandgekomen Verdrag betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale zekerheid (Verdrag Nr. 118 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zesenveertigste zitting; Trb. 1962, 122 en Trb. 1964, 23) (Stb. 2004, 715). 2 Het eerste lid blijft van toepassing zolang deze persoon blijft wonen in hetzelfde land als het land waar hij op 19 december 2005 woonde en blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering. 2014 238 01-07-2014 19-06-2014 33162 2014 346 08-10-2014 30-09-2014 01-01-2015
Artikel 91b — Artikel 91b#
Artikel 91b 1 artikelen 19, met uitzondering van het tweede lid, laatste zin 34 75a artikel 42 van de Zorgverzekeringswet Ten aanzien van de persoon wiens eerste dag van arbeidsongeschiktheid is gelegen voor 1 januari 2004 blijven de,envan toepassing zoals deze luidden op 31 december 2003, met dien verstande dat het krachtens artikel 75a, vierde lid, tweede zin, te verhalen bedrag respectievelijk het krachtens artikel 75a, vijfde lid, aan 's Rijks kas af te dragen bedrag wordt vermeerderd met de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, over de uitkering. 2 artikelen 37, met uitzondering van het derde lid, laatste zin 40 41 Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt herzien in verband met een voor 1 januari 2004 ingetreden toeneming van de arbeidsongeschiktheid, zijn de,envan toepassing, zoals deze luidden op 31 december 2003. 3 artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor de toepassing van het eerste en tweede lid worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 91c — Artikel 91c#
Artikel 91c artikelen 75a, derde lid 76f, vijfde lid Wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het tot stand brengen van een recht op langdurend zorgverlof en het aanbrengen van enkele verbeteringen artikel IXa van die wet hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg Zo nodig in afwijking van de overige artikelen van dit hoofdstuk blijven de, en, zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de(Stb. 274) van toepassing voor de duur van de periode waarin op grond vanrecht bestaat op een financiële tegemoetkoming op grond van. 2005 274 31-05-2005 28-04-2005 28467 2005 278 31-05-2005 23-05-2005 01-06-2005
Artikel 91d — Artikel 91d#
Artikel 91d 1 artikel 29 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 65d Een beschikking tot toekenning van inkomenssuppletie op grond vanaan de persoon die op de dag voorafgaand aan de dag waarop dat artikel op grond vanvervalt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de duur waarvoor die inkomenssuppletie was toegekend aangemerkt als een beschikking tot toekenning van inkomenssuppletie als bedoeld in. 2 artikel 32 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten artikel 2.10 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 65c Een beschikking tot toekenning van loonsuppletie op grond vanaan de persoon die op dag voorafgaand aan de dag waarop dat artikel op grond vanvervalt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt voor de duur waarvoor die loonsuppletie was toegekend aangemerkt als een beschikking tot toekenning van loonsuppletie als bedoeld in. 3 artikel 34, vierde lid artikel 65c 65d artikel 35, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 3:28, vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 2, derde lid, van het Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten De persoon wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken als gevolg van de toepassing van, van deze wet,of, of de persoon, bedoeld in, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingetrokken, wordt gedurende vijf jaar na de dag van intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering aangemerkt als verzekerde in de zin vanen. 2014 270 15-07-2014 02-07-2014 33161 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 91e — Artikel 91e#
Artikel 91e 1 artikel XXIV, onderdeel D, van de Verzamelwet SZW 2015 artikel 39c Ten aanzien van de persoon die recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet en van wie de eerste dag van de toegenomen arbeidsongeschiktheid is gelegen voor de inwerkingtreding van, isniet van toepassing. 2 artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van toegenomen arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van het tijdvak van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 91f — Artikel 91f#
Artikel 91f 1 Artikel 65i vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 Artikel 65j vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2008 590 30-12-2008 29-12-2008 31577 2008 591 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 91g — Artikel 91g#
Artikel 91g Vervallen 2012 224 30-05-2012 21-05-2012 33065 2012 224 30-05-2012 21-05-2012 33065 01-07-2017
Artikel 91h — Artikel 91h#
Artikel 91h artikel 90, vierde lid artikel 90, vierde lid In gedingen aangevangen voor het van toepassing worden van, bepaalt de rechter op verzoek van een van de partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open. 2009 318 27-07-2009 02-07-2009 31811 2009 319 27-07-2009 18-07-2009 01-08-2009 Voorheen art. 91e*.
Artikel 91i — Artikel 91i#
Artikel 91i artikelen 20 43b 47a De,en, zijn niet van toepassing op de persoon op wie die artikelen als gevolg van de opzegging van een verdrag, de beëindiging van de voorlopige toepassing van een verdrag dan wel de beëindiging van een daarmee gelijk te stellen situatie van toepassing zouden worden, zolang deze persoon blijft wonen in hetzelfde land als waar hij op de dag voor buitenwerkingtreding als gevolg van die opzegging respectievelijk op de dag voor de beëindiging woonde en blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2025
Artikel 91i* — Artikel 91i*#
Artikel 91i* artikelen 1, onderdeel f 65i, eerste lid 71 87e 90 91e hoofdstuk IIIA artikelen 40 122e van de Wet financiering sociale verzekeringen Met betrekking tot de afwikkeling van zaken die verband houden met het zijn van eigenrisicodrager gelegen voor de datum van inwerkingtreding van de artikelen IV en V van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijven de,,,,enenalsmede deenzoals deze artikelen en dat hoofdstuk luidden op de dag voor de inwerkingtreding van de artikelen IV en V van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, van toepassing. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011 Door Stb. 2019/144 vernummerd tot art. 91k. Abusievelijk voegt het Staatsblad een tweede artikel 91i toe.
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 artikel 12 Hij die niet voldoet aan de verplichting, omschreven in, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Vervallen 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Vervallen 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Vervallen 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Een gedraging die in strijd is met een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 artikelen 92 96 De inenbedoelde strafbare feiten zijn overtredingen. 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 98a — Artikel 98a#
Artikel 98a 1 Een overeenkomst met betrekking tot de verzekering van geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid, gesloten door degene, die verplicht verzekerd wordt, vervalt met ingang van de dag, waarop de verzekeraar van de verzekerde mededeling van het verplicht verzekerd worden ontvangt, voor zover aan de overeenkomst rechten kunnen worden ontleend, gelijkwaardig aan die, welke uit de in deze wet geregelde verplichte verzekering voortvloeien. Bereikt deze mededeling de verzekeraar vóór de dag, waarop de betrokkene verplicht verzekerd wordt, dan vervalt de overeenkomst met ingang van die dag. 2 De premie, welke degene, wiens verzekering krachtens het bepaalde in het eerste lid geheel of gedeeltelijk is vervallen, heeft vooruitbetaald, wordt door de verzekeraar al naar gelang van het vervallen gedeelte der overeenkomst terugbetaald, onder aftrek van ten hoogste 25 procent van het terug te betalen bedrag voor administratiekosten. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-05-1967
Artikel 98b — Artikel 98b#
Artikel 98b Algemene termijnenwet artikelen 6, tweede lid, onder a en c 17, eerste lid 19, tweede en derde lid 21a 38 39, eerste lid 39a 43a 47, eerste, tweede, derde en vierde lid 53 Deis niet van toepassing op de termijnen, gesteld in de,,,,,,,,, en. 1995 696 29-12-1995 21-12-1995 24258 1995 696 29-12-1995 21-12-1995 24258 01-01-1997
Artikel 98c — Artikel 98c#
Artikel 98c Onze Minister kan ter bevordering van de veiligheid van de arbeid van verzekerden alsmede van de gezondheid van verzekerden bij de arbeid, regelen stellen inzake het door de werkgever vastleggen van gegevens en het verstrekken van inlichtingen door de werkgever aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en een bij die regelen aan te wijzen instelling omtrent bedrijfsongevallen en beroepsziekten. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 98d — Artikel 98d#
Artikel 98d Artikel 14 artikelen 40, eerste lid 48, derde lid en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van artikel V, onderdeel A, van de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in socialeverzekeringswetten, blijven van toepassing op de persoon wiens recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan voor de datum van inwerkingtreding van dat artikel, met betrekking tot die arbeidsongeschiktheidsuitkering. Met betrekking tot de, en, is de eerste zin niet van toepassing. 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2006
Artikel 98e — Artikel 98e#
Artikel 98e artikel 91b Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend voor de inwerkingtreding van de Wet wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten, dan wel daarna met toepassing van, worden geacht te zijn toegekend voor onbepaalde tijd. 2004 416 02-09-2004 09-07-2004 29498 2004 433 02-09-2004 17-08-2004 01-10-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 98f — Artikel 98f#
Artikel 98f Vervallen 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop tien jaar zijn verstreken
sinds de Wet harmonisatie en vereenvoudiging
socialezekerheidswetgeving in werking is getreden.
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 Hetgeen nog ter uitvoering van deze wet nodig is, wordt door Onze Minister geregeld. 1966 84 18-02-1966 7171 1966 365 08-09-1966 01-09-1966
Artikel 99a — Artikel 99a#
Artikel 99a Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering". 1966 84 18-02-1966 7171 1966 365 08-09-1966 01-09-1966
Artikel 100a — Artikel 100a#
Artikel 100a Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Staatsblad Staatsblad Na de plaatsing van dein hetwordt de tekst van die wet, zo nodig, door de zorg van Onze Minister van Justitie, opnieuw in hetgeplaatst, waarbij vernummeringen en daarmede verband houdende wijzigingen in aanhalingen worden aangebracht. 1966 84 18-02-1966 7171 1966 365 08-09-1966 01-09-1966
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 De artikelen van deze wet treden in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1966 84 18-02-1966 7171 1966 365 08-09-1966 01-09-1966