Wet van 2 februari 1967, houdende liquidatie wettelijke ongevallenverzekering in verband met de invoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
- BWB-id
- BWBR0002553
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002553
- ELI
- /eli/nl/wet/1967/liquidatiewet-ongevallenwetten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1967/liquidatiewet-ongevallenwetten/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002553&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002553&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002553/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1967/liquidatiewet-ongevallenwetten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid; b. Ongevallenwet 1921, Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en Zeeongevallenwet 1919: de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, onderscheidenlijk de Zeeongevallenwet 1919, zoals deze wetten luidden op de dag, voorafgaande aan die, waarop zij werden ingetrokken; c. ongeval: een ongeval, in verband met de dienstbetrekking of de uitoefening van een verzekeringsplichtig bedrijf overkomen, als bedoeld in de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of de Zeeongevallenwet 1919, alsmede hetgeen in die wetten mede als ongeval, in verband met de dienstbetrekking overkomen, werd beschouwd, dan wel daarmede werd gelijkgesteld; d. 1. Ongevallenfonds: het Ongevallenfonds als bedoeld in artikel 40, zesde lid, van de Ongevallenwet 1921; 2. d Landbouwongevallenfonds: het Landbouwongevallenfonds als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922; e. risicodrager ingevolge de Ongevallenwet 1921: de Sociale Verzekeringsbank als beheerder van het Ongevallenfonds, de werkgever aan wie krachtens artikel 54 van genoemde wet is toegestaan het risico der bij die wet geregelde verzekering zelf te dragen en de naamloze vennootschap of de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging - daaronder begrepen een wederkerige verzekerings- of waarborgmaatschappij - aan wie krachtens artikel 54 van de Ongevallenwet 1921 door een werkgever het risico der in die wet geregelde verzekering is overgedragen; f. e risicodrager ingevolge de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922: de Sociale Verzekeringsbank als beheerder van het Landbouwongevallenfonds en de bedrijfsvereniging, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder, van genoemde wet; g. risicodrager ingevolge de Zeeongevallenwet 1919: 1. in het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder I, van die wet: de reder; 2. in het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder II, van die wet: de reder alsmede de verzekeraar of andere derde als daar bedoeld; 3. in het geval, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van die wet: de reder alsmede de Staat der Nederlanden als verzekeraar als daar bedoeld; 4. het Rijk voor zover ingevolge artikel 10, derde lid, van die wet de uitkeringen ingevolge die wet ten laste van het Rijk komen; h. hoofdstuk III, § 2, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Arbeidsongeschiktheidsfonds: het Arbeidsongeschiktheidsfonds als bedoeld in. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt met lichamelijk letsel, gevolg van een ongeval, gelijkgesteld lichamelijk letsel in een betrekkelijk korte tijd ontstaan als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Ongevallenwet 1921 en artikel 2, vierde lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Onverminderd het overigens bij of krachtens deze wet bepaalde worden met ingang van de dag, waaropin werking treedt, ingetrokken: a. Stb. de wet van 2 januari 1901,1, (Ongevallenwet 1921); b. Stb. de wet van 20 mei 1922,365, (Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922); c. Stb. de wet van 8 mei 1915,214, (Zeeongevallenwet 1919); d. Stb. de wet van 26 mei 1950,K 191, (Wet tot aanvulling der ongevallenrenten); e. Stb. Algemene Ouderdomswet de wet van 4 juli 1957,223, (Wet compensatie premieongevallenrentetrekkers); f. Stb. de wet van 10 oktober 1962,394, tot tijdelijke verdere verhoging van ongevalsuitkeringen; g. Stb. de wet van 13 februari 1964,62, tot tijdelijke verdere verhoging van ongevalsuitkeringen; h. Stb. de wet van 1 maart 1946,G 46, betreffende ongevallenverzekering van werknemers, die bij hun arbeid in ernstige mate aan het gevaar blootstaan te worden getroffen door ongevallen, welke als gevolg van oorlogshandelingen plaatshebben; i. Stb. de wet van 24 juli 1903,245, ter voorkoming van gelijktijdig genot van wegens hetzelfde feit toegekende tijdelijke uitkering of rente ingevolge de Ongevallenwet 1901 en pensioen of onderstand ten laste van de Staat; j. Stb. de wet van 25 november 1953,560, betreffende ongevallenverzekering van de vrijwillige brandweer. 2 De bepalingen van de in het vorige lid genoemde wetten en van haar uitvoeringsbesluiten, zoals deze luidden op de dag, voorafgaande aan die, waarop die wetten werden ingetrokken, blijven van toepassing ten aanzien van rechten, bevoegdheden en verplichtingen, betrekking hebbende op tijdvakken, gelegen vóór de in het vorige lid bedoelde dag. 3 f h j Het bepaalde in artikel 10 van de in het eerste lid, onder, in artikel 4 van de in dat lid, onder, en in artikel 9 van de in dat lid, onder, genoemde wet blijft van kracht. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid, onder a en b Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 15 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 36 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, behoudt dit recht en heeft vervolgens recht op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, indien en voor zolang hij deze rechten zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. 2 artikel 3, eerste lid, onder a en b Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, ten gevolge van een hem op eerstbedoelde dag overkomen ongeval ongeschikt wordt tot het verrichten van zijn werk, heeft recht op een uitkering als bedoeld in artikel 15 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 36 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en vervolgens ter zake van aan vorenbedoelde ongeschiktheid aansluitende gehele of gedeeltelijke ongeschiktheid tot werken ten gevolge van dat ongeval, recht op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, indien en voor zolang hij deze rechten zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. 3 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c a Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, ten gevolge van een hem op eerstbedoelde dag overkomen ongeval ongeschikt wordt tot werken, terwijl hij ter zake van die ongeschiktheid geen recht heeft op uitkering ingevolge het bepaalde in het vorige lid, heeft recht op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919, indien en voor zolang hij dit recht zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c a Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919, terwijl alsdan nog geen jaar is verstreken na de dag van het ongeval, ter zake waarvan die uitkering is verleend, behoudt bedoeld recht, indien en voor zolang hij dit recht zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. 2 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering In afwijking van het bepaalde in het vorige lid vervalt het daar bedoelde recht met ingang van de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, indien de betrokkene met ingang van die dag uit anderen hoofde een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent aan de. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3, eerste lid, onder a en b Degene, die op of na de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, doch binnen 183 dagen na een hem vóór bedoelde dag overkomen ongeval, ten gevolge van dat ongeval ongeschikt wordt tot het verrichten van zijn werk, heeft ter zake van die ongeschiktheid recht op een uitkering als bedoeld in artikel 15 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 36 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en vervolgens, ter zake van aan vorenbedoelde ongeschiktheid aansluitende gehele of gedeeltelijke ongeschiktheid tot werken ten gevolge van dat ongeval, recht op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, indien en voor zolang hij deze rechten zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. 2 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c a Degene, die op of na de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, doch binnen een jaar na een hem vóór bedoelde dag overkomen ongeval ten gevolge van dat ongeval geheel of gedeeltelijk ongeschikt wordt tot werken, terwijl hij ter zake van die ongeschiktheid geen recht heeft op uitkering ingevolge het bepaalde in het vorige lid, heeft ter zake van die ongeschiktheid recht op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. 3 artikel 10 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 17, eerste lid, van die wet Onverminderd het bepaalde inkomen de in de vorige leden bedoelde rechten op uitkering slechts toe aan degene, die op de dag, waarop de ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt of op bedoelde dag anders dan op grond van het bepaalde inniet ingevolge die wet verzekerd is, noch op grond van het bepaalde inbeschouwd wordt alsof hij verzekerd was gebleven. 4 Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering Het in het tweede lid bedoelde recht op uitkering komt niet toe aan degene, die op de dag, waarop de in dat lid bedoelde ongeschiktheid intreedt, aan deeen vóór die dag ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent. 5 Ziektewet De in het eerste en tweede lid bedoelde uitkering wordt over het tijdvak, gedurende hetwelk ter zake van de in die leden bedoelde ongeschiktheid tevens recht bestaat op ziekengeld ingevolge de, slechts uitbetaald, indien en voor zover die uitkering het ziekengeld overtreft. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c artikel 6 a Degene, die binnen het jaar, aanvangende op de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, geheel of gedeeltelijk ongeschikt wordt tot werken ten gevolge van een hem vóór die dag overkomen ongeval, terwijl hij ter zake van die ongeschiktheid geen recht heeft op uitkering ingevolge het bepaalde in, heeft ter zake van die ongeschiktheid recht op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919, mits hij dit recht zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. 2 Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering Het in het vorige lid bedoelde recht op uitkering komt niet toe aan degene, die op de dag, waarop de in het vorige lid bedoelde ongeschiktheid intreedt, aan deeen vóór die dag ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent. 3 artikel 6, derde lid Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 4, eerste lid artikel 5, eerste lid artikel 3, eerste lid, onder a, b en c artikel 22 a artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 9a van die wet Het dagloon, dat aan de in, genoemde uitkering als bedoeld in artikel 15 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 36 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en aan de in, genoemde uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919 ten grondslag is gelegd, wordt - indien dit dagloon is vastgesteld op het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten werden ingetrokken - opnieuw vastgesteld met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens het vierde lid ofen met inachtneming van het inbedoelde bedrag, eventueel verhoogd of verlaagd krachtens. 2 artikel 4 5 6 7 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering Aan de aan,,ofontleende uitkering wordt geen hoger dagloon ten grondslag gelegd dan het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten werden ingetrokken: a. indien en voor zolang die uitkering is berekend naar een verlies aan geschiktheid tot werken van niet meer dan 25%; b. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor zover die uitkering wordt verleend over een tijdvak, gelegen na de dag waarop de uitkeringsgerechtigde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt. 3 artikel 4 6 7 Bij toekenning van een uitkering op grond van het bepaalde in,ofen bij toepassing van het eerste lid, een en ander zonder toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 15, derde lid, van de Ongevallenwet 1921 of artikel 36, derde lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, komt bij de berekening van het dagloon, dat aan de uitkering ten grondslag wordt gelegd, het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan 5/6 van het in het eerste lid bedoelde maximum dagloon, voor dat meerdere niet in aanmerking. 4 a Onze Minister stelt, onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde, de bedragen vast, welke voor de toepassing van deze wet zullen gelden als daglonen, die aan de uitkeringen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919 ten grondslag worden gelegd. 5 artikelen 17 18 20 23 24 25 27 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 15 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 4 5 6 7 a a b Het bepaalde bij of krachtens de,,,,,enen- met uitzondering van het vijfde lid en de tweede volzin van het achtste lid van dat artikel - is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het dagloon, waarnaar de aan,,ofontleende uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919 ingevolge het bepaalde in de voorgaande leden en in artikel 22 is berekend. Het bepaalde in de vorige volzin is niet van toepassing in de gevallen, omschreven in het tweede lid, onderen. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c artikel 17 a artikel 13 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919, ter zake van een ongeval, dat plaatsvond een jaar of langer vóór laatstbedoelde dag, heeft - onverminderd het bepaalde inen in- indien hij op de laatste dag van de maand, met ingang van welke die wetten worden ingetrokken, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, niet heeft bereikt, geen recht meer op bedoelde uitkering met ingang van de eerste dag van die maand. 2 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet De in het eerste lid bedoelde persoon behoudt, mits hij op de laatste dag van de maand, met ingang van welke de in, genoemde wetten worden ingetrokken, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt, het recht op de in het eerste lid bedoelde uitkering, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben behouden, indien bedoelde wetten niet zouden zijn ingetrokken. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 4 5 6 artikel 17 artikel 14 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Degene, die recht heeft op een uitkering als bedoeld in,of, heeft - onverminderd het bepaalde inen in- indien hij op de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin een jaar na het ongeval, ter zake waarvan bedoelde uitkering is verleend, is verstreken, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, niet heeft bereikt, geen recht meer op die uitkering met ingang van de dag, volgende op de laatste dag van eerderbedoeld jaar. 2 artikel 7 artikel 17 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering Het recht op een uitkering als bedoeld invan degene, die op de laatste dag van de maand, waarin de in dat artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, niet heeft bereikt, wordt omgezet, hetzij in een recht op een uitkering overeenkomstig het bepaalde in, hetzij in een recht op een afkoopsom als bedoeld in. 3 artikel 7 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c artikel 6, vijfde lid artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Degene, die recht heeft op een uitkering als bedoeld inen op de laatste dag van de maand, waarin de in dat artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt, behoudt dat recht, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben behouden, indien de in, genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. Het bepaalde in, is van toepassing. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 4 5 6 a Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering Het in,ofgeregelde recht op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919 eindigt indien of zodra de betrokkene aan deeen arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent. 2 artikelen 4 5 6 7 9, tweede lid Het in de,,,en, geregelde recht op een uitkering bestaat slechts zolang de ongeschiktheid, ter zake waarvan de in genoemde artikelen bedoelde uitkering wordt verleend, onafgebroken voortduurt. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c artikel 44 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering Het recht op genees- en heelkundige behandeling of vergoeding daarvoor als bedoeld in artikel 14 van de Ongevallenwet 1921, artikel 35 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, achtste lid, van de Zeeongevallenwet 1919 ter zake van een vóór de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, plaatsgevonden hebbend ongeval, vervalt met ingang van bedoelde dag, onverminderd het bepaalde bij of krachtens het tweede lid,, en hoofdstuk II, § 3, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. 2 artikel 3, eerste lid, onder c Stb. Degene, die op de dag, waarop de in, genoemde wet wordt ingetrokken, ter zake van een hem vóór die dag overkomen ongeval ingevolge het bepaalde in artikel 2, achtste lid, van de Zeeongevallenwet 1919 in verbinding met het bepaalde in artikel 1, derde lid, van het Koninklijk besluit van 22 mei 1947,H 153, recht heeft op vrij vervoer, hieronder begrepen de kosten van onderhoud en nachtverblijf gedurende de reis, behoudt dit recht, indien hij dit recht zou hebben behouden, indien genoemde wet niet zou zijn ingetrokken. 2014 494 12-12-2014 03-12-2014 33891 2014 521 18-12-2014 09-12-2014 01-01-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 c c c c artikel 45 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 3, eerste lid, onder a en b Het op grond van het bepaalde in artikel 25, eerste lid, of artikel 87, derde lid, van de Ongevallenwet 1921, dan wel artikel 48, eerste lid, of artikel 95, derde lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 geven van een opleiding alsmede het op grond van het bepaalde in artikel 25, tweede lid, of artikel 87, eerste lid, van de Ongevallenwet 1921, dan wel artikel 48, derde lid, of artikel 95, eerste lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, verlenen van een toelage wegens kosten van onderhoud en huisvesting, onderscheidenlijk wegens loonschade, worden - onverminderd het bepaalde in- beëindigd met ingang van de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 19, onder 2°, van de Ongevallenwet 1921, artikel 40, onder 2°, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, tweede lid, van de Zeeongevallenwet 1919, behoudt dit recht, indien en voor zolang hij dit recht zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c De nagelaten betrekkingen van degene, die ten gevolge van een hem vóór de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, overkomen ongeval overlijdt: artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering artikel 3, eerste lid, onder a, b en c hebben recht op een uitkering als bedoeld in artikel 19, onder 2°, van de Ongevallenwet 1921, artikel 40, onder 2°, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, tweede lid, van de Zeeongevallenwet 1919, indien en voor zolang zij dit recht zouden hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. Bij de berekening van de in de vorige volzin laatstbedoelde uitkering komt het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten werden ingetrokken, voor dat meerdere niet in aanmerking. a. hetzij binnen een jaar na de dag, voorafgaande aan eerstbedoelde dag; b. Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 13 14 15 van die wet artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van deze wet hetzij tijdens het genot van een uitkering ontleend aan deze wet of ontleend aan demet toepassing van,ofdan wel terwijl,, oftoepassing heeft gevonden, 2 a artikel 17 18 Het bepaalde in de eerste volzin van het vorige lid is niet van toepassing, indien het recht op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919 van degene, aan wiens overlijden het in het vorige lid bedoelde recht wordt ontleend, ingevolge het bepaalde inofwordt afgekocht. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15 tweede volzin van het eerste lid van artikel 15 Ten aanzien van een overlijden als bedoeld inbestaat recht op schadeloosstelling voor lijkbezorging als bedoeld in artikel 19, onder 1°, van de Ongevallenwet 1921, artikel 40, onder 1°, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, twaalfde lid, van de Zeeongevallenwet 1919, voor degene, die dit recht zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. Het bepaalde in deis van overeenkomstige toepassing. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 9, eerste lid artikel 3, eerste lid, onder a, b en c a Degene, die op grond van het bepaalde in, geen recht meer heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919 en die op de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, recht op die uitkering, berekend naar een ongeschiktheid tot werken van niet meer dan 25%, zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van laatstbedoelde uitkering. 2 artikel 10, eerste lid artikel 4 5 6 artikel 10, eerste lid Degene, die op grond van het bepaalde in, geen recht meer heeft op een uitkering als bedoeld in,ofen die op de dag, met ingang van welke het recht op die uitkering vervalt, recht op die uitkering, berekend naar een ongeschiktheid tot werken van niet meer dan 25%, zou hebben behouden, indien het bepaalde in, niet op hem van toepassing zou zijn geweest, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van laatstbedoelde uitkering. 3 artikel 7 a artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Degene, die op grond van het bepaalde inrecht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919, berekend naar een ongeschiktheid tot werken van niet meer dan 25%, en die op de laatste dag van de maand, waarin de in eerstgenoemd artikel bedoelde ongeschiktheid intreedt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, niet heeft bereikt, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van die uitkering. 4 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene, die op de in dat lid bedoelde dag: a. a recht op meer dan één uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, of artikel 2, eerste lid, ondervan de Zeeongevallenwet 1919, zou hebben gehad, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken, mits de som van de percentages ongeschiktheid tot werken, waarnaar deze uitkeringen zouden zijn berekend, meer dan 25 zou hebben bedragen; b. artikel 3 4 12 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering recht op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan,ofontleent. 5 artikel 7 Het bepaalde in het tweede onderscheidenlijk het derde lid is niet van toepassing op degene, die op de in het tweede lid bedoelde dag onderscheidenlijk op de dag, waarop de inbedoelde ongeschiktheid tot werken intreedt: a. artikel 4 5 6 7 artikel 10 11, eerste lid a aan,,ofrecht op meer dan één uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919 zou hebben ontleend, indien het bepaalde inof, niet op hem van toepassing zou zijn geweest, mits de som van de percentages ongeschiktheid tot werken, waarnaar deze uitkeringen zouden zijn berekend, meer dan 25 zou hebben bedragen; b. artikel 4 12 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering recht op toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering aanofontleent. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 13 14 15 van de Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid artikel 11, eerste lid artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid Degene, die arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent, dan wel mede ontleent, aan,of, onderscheidenlijk degene, ten aanzien van wie,, of, toepassing vindt en die van de dag, waarop zijn recht op bedoelde uitkering is ingegaan, onderscheidenlijk van de dag, met ingang van welke,, of, toepassing vindt, tot en met de dag voorafgaand aan die waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, bereikt, onafgebroken recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft gehad, heeft recht op een afkoopsom ter hoogte van de contante waarde van de uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder a, van de Zeeongevallenwet 1919, waarop hij - indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken - recht zou hebben gehad op de dag waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt, ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend in aansluiting waaraan hem vorenbedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, onderscheidenlijk ter zake van het ongeval, waarvoor hem het recht op uitkering is verleend, ten aanzien waarvan, is toegepast of waarvoor hem op grond van het bepaalde in, of, geen recht op uitkering is toegekend. 2 artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering artikel 3, eerste lid, onder a, b en c Bij de berekening van de in het vorige lid bedoelde afkoopsom komt het dagloon, hetwelk meer bedraagt dan het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten werden ingetrokken, voor dat meerdere niet in aanmerking. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikelen 17 18 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld voor de berekening van de contante waarde als bedoeld in deen. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 3, eerste lid, onder d tot en met g artikel 3, eerste lid, onder d tot en met g a Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, recht heeft op een bijslag ingevolge het bepaalde bij of krachtens die wetten uit hoofde van een recht op een uitkering ingevolge artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919, heeft geen recht meer op bedoelde bijslag met ingang van de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 3, eerste lid, onder d tot en met g artikel 3, eerste lid, onder d tot en met g Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, recht heeft op een bijslag ingevolge het bepaalde bij of krachtens die wetten uit hoofde van een recht op een uitkering ingevolge artikel 19, onder 2°, van de Ongevallenwet 1921, artikel 40, onder 2°, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, tweede lid, van de Zeeongevallenwet 1919, behoudt het recht op bedoelde bijslag, indien en voor zolang hij dat recht zou hebben behouden, indien de in, genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 3, eerste lid De bepalingen van de in, genoemde wetten en van haar uitvoeringsbesluiten, zoals deze luidden op de dag, voorafgaande aan die, waarop die wetten werden ingetrokken, blijven, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, van kracht ten aanzien van de in dit hoofdstuk vervatte regeling. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 17 De inbedoelde afkoopsommen worden vastgesteld en betaalbaar gesteld door het uitvoeringsorgaan, dat de uitkering, waarvoor de afkoopsom in de plaats treedt, heeft toegekend. 2 artikel 18 De inbedoelde afkoopsommen worden vastgesteld en betaalbaar gesteld door de bedrijfsvereniging, die de aldaar genoemde arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft beëindigd. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 17 18 Aan de belanghebbende wordt schriftelijk kennis gegeven van een beslissing, welke verband houdt met het recht op een afkoopsom als bedoeld inof. 2 Een kennisgeving als bedoeld in het vorige lid, is gedagtekend, vermeldt de gronden, waarop de beslissing berust, alsmede naam en adres van het college, waarbij ingevolge het bepaalde in het vierde lid beroep kan worden ingesteld en de termijn van beroep. 3 Tegen een beslissing, waarvan ingevolge het bepaalde in het eerste lid schriftelijk kennis wordt gegeven, staat voor de belanghebbende beroep open. 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 23, tweede lid De op grond van het bepaalde in dit hoofdstuk te verlenen uitkeringen, afkoopsommen en bijslagen, alsmede de administratiekosten ter zake daarvan en de daarover door de in het tweede lid of in, genoemde organen ingevolge enige wet verschuldigde premies, die niet daarop in mindering kunnen worden gebracht, komen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, met uitzondering van: a. artikel 4 5 artikel 3, eerste lid, onder a, b en c artikel 8, vijfde lid artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering de aanofontleende uitkering gedurende het eerste jaar na de dag van het ongeval, ter zake waarvan bedoelde uitkering is verleend, tot het bedrag, waarop die uitkering, ten hoogste berekend naar een dagloon ter hoogte van het bedrag, bepaald krachtens het eerste lid van, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de in, genoemde wetten werden ingetrokken, en voorts zonder toepassing van, zou zijn gesteld; b. artikel 4 de administratiekosten ter zake van de aanontleende uitkering gedurende de eerste zes weken na de dag van het ongeval. 2 Het Arbeidsongeschiktheidsfonds schiet aan de Sociale Verzekeringsbank, de bedrijfsverenigingen als bedoeld in artikel 13 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Vereeniging "Zee-Risico" desgevraagd gelden voor ter financiering van de door haar ingevolge het bepaalde in dit hoofdstuk te verrichten betalingen. 3 De Sociale Verzekeringsraad kan regelen stellen omtrent de verrekening van betalingen tussen de in het vorige lid genoemde organen alsmede omtrent de berekening van de ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds te brengen administratiekosten. 1967 617 14-12-1967 8457 1967 654 21-12-1967 01-01-1968
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikelen 3, tweede lid 4 tot en met 7 9 tot en met 11 14 tot en met 18 21 artikelen 3, tweede lid 22 23 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de uitvoering van de afwikkeling van de in de,,,engeregelde rechten regelen worden gesteld, waarbij van het bij de,enbepaalde kan worden afgeweken. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 a artikel 25, eerste lid, onderen b Onverminderd het bepaalde in de volgende paragraaf vervallen de verplichtingen ingevolge de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 van de risicodragers ingevolge die wetten met ingang van de dag, waarop die wetten worden ingetrokken, met uitzondering van de verplichtingen, welke betrekking hebben op tijdvakken, gelegen vóór die dag en van de verplichtingen, omschreven in. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De risicodragers ingevolge de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 dragen de contante waarde van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen verplichtingen ingevolge genoemde wetten over aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds. In het geval, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder II, van de Zeeongevallenwet 1919 zijn de reder en de verzekeraar of andere derde als daarbedoeld hoofdelijk verbonden tegenover het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 2 Al hetgeen betrekking heeft op de vaststelling van de in het vorige lid bedoelde contante waarde, de vaststelling van de waarde der door de in dat lid bedoelde risicodragers aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds over te dragen vermogensbestanddelen en de overdracht daarvan wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 21 Het Rijk draagt de volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen vast te stellen contante waarde van de op grond van het bepaalde ingehandhaafde bijslagen over aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 40, zesde lid artikel 28, tweede lid artikel 3, tweede lid artikelen 4 5 artikelen 22 25, eerste lid, onder a en b artikel 28 Het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank doet per de dag, voorafgaande aan die, waarop de Ongevallenwet 1921 wordt ingetrokken, en per een door Onze Minister nader te bepalen tijdstip een liquidatiebalans van het Ongevallenfonds opmaken. In afwijking van het bepaalde in, van genoemde wet worden de in de vorige volzin bedoelde balansen opgemaakt op de grondslagen, vastgesteld bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in. Onder de passiva worden opgenomen de op grond van, deen, in verbinding met deen, en het bepaalde bij of krachtensten laste van genoemd fonds komende verplichtingen alsmede de kosten, welke naar schatting aan de liquidatie van genoemd fonds zijn verbonden. Onder de passiva wordt geen algemene reserve als bedoeld in artikel 40, zevende lid, van de Ongevallenwet 1921 opgenomen. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 31 Bij de vaststelling van de bijdrage als bedoeld in de laatste volzin van artikel 40, tweede lid, van de Ongevallenwet 1921 over het jaar 1966 wordt met het saldo van de ineerstbedoelde balans rekening gehouden. 2 In afwijking van het bepaalde in artikel 40, zesde lid, van de Ongevallenwet 1921 doet het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank aan het einde van het boekjaar 1966 geen wetenschappelijke balans van het Ongevallenfonds opmaken. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 31 Het saldo van de balans, opgemaakt per het door Onze Minister ingevolgebepaalde tijdstip, wordt - onverminderd het bepaalde in het volgende lid - terugbetaald aan of verrekend met degenen, die over het jaar 1966 ten bate van het Ongevallenfonds premie ingevolge die wet hebben betaald onderscheidenlijk verschuldigd zijn, naar evenredigheid van de door hen betaalde onderscheidenlijk verschuldige premie ingevolge die wet. 2 Onze Minister kan, gehoord de Sociale Verzekeringsraad, bepalen, dat de in het vorige lid bedoelde terugbetaling of verrekening achterwege blijft, indien de geringe omvang van het terug te betalen onderscheidenlijk te verrekenen bedrag daartoe aanleiding geeft. 3 Het na toepassing van de vorige leden bij de afwikkeling van de ten laste van het Ongevallenfonds komende verplichtingen blijkend overschot onderscheidenlijk tekort in dat fonds komt ten bate onderscheidenlijk ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds. 4 Onze Minister kan regelen stellen met betrekking tot het bepaalde in de vorige leden. 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 26-07-1995
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 28, tweede lid artikel 3, tweede lid artikelen 4 5 artikelen 22 25, eerste lid, onder a en b artikel 28 Het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank doet per de dag, voorafgaande aan die, waarop de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 wordt ingetrokken, een liquidatiebalans van het Landbouwongevallenfonds opmaken. De in de vorige volzin bedoelde balans wordt opgemaakt op de grondslagen, vastgesteld bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in. Onder de passiva worden opgenomen de op grond van, deen, in verbinding met deen, en het bepaalde bij of krachtensten laste van genoemd fonds komende verplichtingen alsmede de kosten, welke naar schatting aan de liquidatie van genoemd fonds zijn verbonden. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a Het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank doet aan het einde van het boekjaar 1966 geen wetenschappelijke balans van het Landbouwongevallenfonds opmaken. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 34 Het saldo van de inbedoelde balans komt ten laste van het Rijk. 2 Het na toepassing van het vorige lid bij de afwikkeling van de ten laste van het Landbouwongevallenfonds komende verplichtingen blijkend tekort onderscheidenlijk overschot komt ten laste onderscheidenlijk ten bate van het Rijk. 3 Onze Minister en Onze Minister van Financiën kunnen met betrekking tot het bepaalde in de vorige leden regelen stellen. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Een besluit van een risicodrager ingevolge de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of de Zeeongevallenwet 1919 tot collectieve overdracht van een vermogensoverschot behoeft de goedkeuring van Onze Minister, gehoord de Sociale Verzekeringsraad. 2 Onze Minister kan, gehoord de Sociale Verzekeringsraad, bepalen, dat een door hem aan te geven gedeelte van het in het vorige lid bedoelde overschot van de collectieve overdracht wordt uitgezonderd en aan door hem aan te wijzen personen wordt uitbetaald. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Een vrijwillige verzekering als bedoeld in artikel 87 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 99 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 eindigt met ingang van de dag, waarop genoemde wetten worden ingetrokken. 2 De over een tijdvak, gelegen na de dag, voorafgaande aan die, waarop de in het vorige lid genoemde wetten worden ingetrokken, betaalde premie wordt aan de verzekerde terugbetaald. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 38a — Artikel 38a#
Artikel 38a 1 artikel 3, eerste lid, onder a, b, en c Er bestaat geen burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade, welke het gevolg is van ongevallen, plaatsgevonden hebbend vóór de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, indien en voorzover zulks ook niet het geval zou zijn geweest, indien die wetten niet zouden zijn ingetrokken. 2 artikel 3, eerste lid, onder a en b Degene, die naar burgerlijk recht gehouden is tot vergoeding van schade als gevolg van een vóór de dag, waarop de in, genoemde wetten worden ingetrokken, plaatsgevonden hebbend ongeval, terzake waarvan een risicodrager in de zin van bedoelde wetten lasten heeft te dragen, is jegens die risicodrager aansprakelijk tot zodanig bedrag als betrokkene jegens die risicodrager aansprakelijk zou zijn geweest, indien die wetten niet zouden zijn ingetrokken. 3 Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop degene, aan wie een uitkering, afkoopsom of bijslag ingevolge deze wet wordt verleend, naar burgerlijk recht aanspraak kan maken, houdt de rechter rekening met de aanspraken, die hij krachtens deze wet heeft. 1967 396 20-07-1967 9141 1967 396 20-07-1967 9141 01-07-1967
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Hetgeen nog ter uitvoering van deze wet nodig is, wordt door Onze Minister geregeld. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Liquidatiewet ongevallenwetten". 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De artikelen van deze wet treden in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1967 99 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967