Wet van 2 februari 1967, houdende overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering
- BWB-id
- BWBR0002551
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002551
- ELI
- /eli/nl/wet/1967/wet-overgangsregeling-arbeidsongeschiktheidsverzekering
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1967/wet-overgangsregeling-arbeidsongeschiktheidsverzekering/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002551&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002551&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002551/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1967/wet-overgangsregeling-arbeidsongeschiktheidsverzekering
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder: a. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet: de; b. Interimwet invaliditeitsrentetrekkers: de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, zoals deze wet luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop zij werd ingetrokken; c. Ongevallenwet 1921, Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en Zeeongevallenwet 1919: de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, onderscheidenlijk de Zeeongevallenwet 1919, zoals deze wetten luidden op de dag, voorafgaande aan die, waarop zij werden ingetrokken; d. ongeval: een ongeval, in verband met de dienstbetrekking of de uitoefening van een verzekeringsplichtig bedrijf overkomen, als bedoeld in de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of de Zeeongevallenwet 1919, alsmede hetgeen in die wetten mede als ongeval, in verband met de dienstbetrekking overkomen, werd beschouwd, dan wel daarmede werd gelijkgesteld. 2 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt met lichamelijk letsel, gevolg van een ongeval, gelijkgesteld lichamelijk letsel in een betrekkelijk korte tijd ontstaan als bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Ongevallenwet 1921 en artikel 2, vierde lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Wet De beslissingen en verstrekkingen ingevolge deze wet worden voor de toepassing van wettelijke voorschriften geacht beslissingen en verstrekkingen te zijn ingevolge de. 2 Wet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen De bepalingen van deen van de, alsmede de uitvoeringsbesluiten van die wetten zijn met inachtneming van de wijzigingen, welke de aard van het onderwerp vordert, en voor zover deze wet en haar uitvoeringsbesluiten daarvan niet afwijken, van kracht ten aanzien van de in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vervatte regeling. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 19 van de Wet Degene, die over de maand, voorafgaande aan de dag, waaropin werking treedt, recht heeft op een bijslag als bedoeld in artikel 3 van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers en op genoemde dag ten minste 15% arbeidsongeschikt is, heeft recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering. 2 Het bepaalde in het vorige lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene, die over de in dat lid bedoelde maand geen recht heeft op een bijslag als daar bedoeld, uitsluitend in verband met het bepaalde bij of krachtens artikel 10, eerste lid, onder a, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers in verbinding met het derde lid, onder d, van dat artikel. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 19 van de Wet Degene, die ter zake van invaliditeit, welke is ingetreden vóór de dag, waaropin werking treedt, eerst op of na die dag op grond van het bepaalde in artikel 1, onder c, dan wel artikel 2, eerste lid, onder a, b, c of d, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers als rentetrekker zou zijn aangemerkt, indien die wet niet zou zijn ingetrokken, heeft recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering, wanneer hij op het tijdstip, met ingang waarvan hij, indien de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers niet zou zijn ingetrokken, als rentetrekker zou zijn aangemerkt, recht op bijslag als bedoeld in artikel 3 van die wet zou hebben gehad. 2 Voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 10, eerste lid, onder a, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, in verbinding met het derde lid, onder d, van dat artikel, buiten beschouwing. 3 Het bepaalde in de vorige leden blijft buiten toepassing ten aanzien van degene, die op de dag met ingang van welke hij als rentetrekker zou zijn aangemerkt, aan deze wet een vóór die dag ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3 4 Bij toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van het bepaalde inofwordt het daaraan ten grondslag te leggen dagloon gesteld op het hoogste van de bedragen, welke worden verkregen door het produkt van 106/80, 106/65, 106/50 onderscheidenlijk 106/40 maal onderscheidenlijk de in artikel 5, onder a, b, c en d, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers bedoelde bedragen, zoals deze laatstelijk zijn vastgesteld, te delen door 260. 2 artikel 3 4 artikelen 23 24 25 27 artikel 15 van de Wet Zolang degene, aan wie arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend op grond van het bepaalde inof, niet gehuwd, noch gehuwd geweest is en de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt, wordt het in het vorige lid bedoelde dagloon, eventueel verhoogd of verlaagd overeenkomstig de,,envan deze wet en/of, met 10% verminderd voor elk jaar of gedeelte daarvan, dat de betrokkene jonger is dan 23 jaar. 3 Onze Minister kan regelen stellen ingevolge welke kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van gehuwde vrouwen. 1967 367 30-06-1967 8984 1967 367 30-06-1967 8984 01-07-1967
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3 4 12 Indien degene, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend op grond of mede op grond van het bepaalde in,of, recht heeft op een overheidspensioen of een uitkering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, in verbinding met het tweede en het derde lid, onder a, b, c, e, f, g en h, van dat artikel, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald voor zover deze het gezamenlijke bedrag van het overheidspensioen en de op dat pensioen verleende wettelijke toeslagen en bijslagen onderscheidenlijk het bedrag van de vorengenoemde uitkering, overtreft. 2 Hoofdstuk II, § 2a, van de Wet Voor de toepassing van het vorige lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering mede verstaan de vakantie-uitkering als bedoeld in. 3 Het bepaalde in artikel 10, vierde lid, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers is van overeenkomstige toepassing. 1970 350 09-07-1970 10584 1970 350 09-07-1970 10584 01-05-1970
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3 4 artikel 12 Indien degene, aan wie een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend op grond of mede op grond van het bepaalde inof, doch zonder toepassing van, recht heeft op een vóór de dag van ingang van de arbeidsongeschiktheidsuitkering ingegaan weduwenpensioen ingevolge de Algemene Weduwen- en Wezenwet, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, indien en voor zover deze het bedrag van het weduwenpensioen overtreft. 2 Indien artikel 30, eerste lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet toepassing vindt, wordt voor de toepassing van het vorige lid als weduwenpensioen in aanmerking genomen het bedrag van het weduwenpensioen vóórdat de in artikel 30, eerste lid, van de Algemene Weduwen- en Wezenwet voorziene vermindering heeft plaatsgevonden. 3 Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk weduwenpensioen tevens verstaan de vakantie-uitkering, waarop uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk dat weduwenpensioen recht bestaat, voor zover die vakantie-uitkeringen over dezelfde perioden zijn berekend. 1970 350 09-07-1970 10584 1970 350 09-07-1970 10584 01-05-1970
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 6 7 In de gevallen, waarin over een tijdvak, waarover reeds arbeidsongeschiktheidsuitkering is uitbetaald, naderhand pensioen of uitkering als bedoeld inofwordt toegekend of een zodanig reeds toegekend pensioen of toegekende uitkering wordt verhoogd, kan hetgeen als gevolg van het bepaalde in die artikelen aan arbeidsongeschiktheidsuitkering teveel of ten onrechte is uitbetaald worden teruggevorderd dan wel in mindering worden gebracht op de nog uit te betalen bedragen aan pensioen of uitkering en de daarop verleende wettelijke toeslagen en bijslagen of op de later uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkering. 2 artikel 6 7 Indien na toepassing vanofblijkt, dat pensioen of uitkering, bedoeld in die artikelen, ten onrechte of tot een te hoog bedrag is uitbetaald, als gevolg waarvan alsnog arbeidsongeschiktheidsuitkering of meer arbeidsongeschiktheidsuitkering moet worden uitbetaald, kan hetgeen aan pensioen of uitkering ten onrechte of teveel is uitbetaald in mindering worden gebracht op de alsnog uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkering of meerdere arbeidsongeschiktheidsuitkering. 3 artikel 7 Voor de toepassing van het bepaalde in de vorige leden wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk pensioen als bedoeld intevens verstaan de vakantie-uitkering, welke uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk dat pensioen is verleend. 1970 350 09-07-1970 10584 1970 350 09-07-1970 10584 01-05-1970
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3 4 12 Indien degene, die recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent dan wel mede ontleent aan,of, in het genot is van een invaliditeitsuitkering, ontleend aan artikel 59 bis van het op 31 december 1935 geldende reglement van het Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, indien en voor zover deze het bedrag van die invaliditeitsuitkering overtreft. 2 Aan degene, die recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent dan wel mede ontleent artikel 3 hetzij aan, terwijl hem het recht op bijslag als in dat artikel bedoeld was toegekend met toepassing van artikel 2, eerste lid, onder b, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, artikel 4 12 hetzij aanof, terwijl hij, indien de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers niet zou zijn ingetrokken, op grond van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, onder b, van die wet als rentetrekker zou zijn aangemerkt, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering slechts uitbetaald, indien en voor zover deze overtreft het bedrag, dat de invaliditeitsrente als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, en tweede lid, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, in verbinding met artikel 8, eerste lid, onder b, en tweede lid, van die wet, geacht zou worden te bedragen, indien die wet niet zou zijn ingetrokken. 3 Het bepaalde in de vorige leden blijft buiten toepassing, indien het Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg, onderscheidenlijk het fonds, waarin is ondergebracht een pensioenregeling ten aanzien waarvan een verklaring is afgegeven als bedoeld in artikel 39 van de Invaliditeitswet, gebruik maakt van de in artikel 54, tweede lid, van de Liquidatiewet invaliditeitswetten gegeven bevoegdheid. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 3 Bij scheiding van tafel en bed, alsmede wanneer de echtgenoten duurzaam gescheiden leven, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aan de uitkeringsgerechtigde toekomende arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke is toegekend op grond of mede op grond van het bepaalde in, geheel of gedeeltelijk aan diens echtgenote onderscheidenlijk haar echtgenoot betaalbaar stellen. 2 hoofdstuk II, § 2a, van de Wet Het bepaalde in het vorige lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vakantie-uitkering als bedoeld in. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 3 artikel 28 Ten aanzien van degene, bedoeld in, op wie het bepaalde in artikel 14, tweede lid, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers van toepassing was op de dag, voorafgaande aan die, met ingang waarvan die wet is ingetrokken, terwijl op eerstbedoelde dag de in het tweede lid van laatstgenoemd artikel gestelde termijn van acht weken nog niet was verstreken, wordt, zolang vorengenoemde termijn nog niet is verstreken en behoudens in het geval, datvan toepassing is, bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid de arbeidsongeschiktheid slechts in aanmerking genomen, voor zover zij voor de toepassing van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers bij de indeling in een invaliditeitsklasse reeds in aanmerking is genomen. 2 artikel 28 Behoudens in het geval datvan toepassing is, wordt, wanneer in de gevallen, bedoeld in het vorige lid, de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken acht weken heeft geduurd, bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid met de toegenomen arbeidsongeschiktheid rekening gehouden met ingang van de dag, met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Ziektewet artikel 19 van de Wet Degene, wiens ziekengeld krachtens deter zake van ongeschiktheid tot werken, welke is ingetreden vóór de dag, waaropin werking treedt, bij of na het in werking treden van genoemd artikel, anders dan door herstel van de geschiktheid tot werken, heeft, indien hij op de dag, volgende op die, waarop dat ziekengeld eindigt, onderscheidenlijk zou zijn geëindigd, ten minste 15% arbeidsongeschikt is, recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering. 1°. eindigt; 2°. artikel 1, onder c, artikelen 1, onder d, 20 21 artikel 19 van de Wet Ziektewet Stb. zou zijn geëindigd, indien hij niet op grond van het bepaalde inin verbinding met artikel 1a, van de Ziektewet, in deenvan die wet of de artikelen 1a of 1b van het Koninklijk besluit van 28 januari 1931 (24) - zoals die bepalingen luidden op de dag, voorafgaande aan die, waaropin werking treedt - van de verzekering ingevolge dezou zijn uitgezonderd; 2 Ziektewet artikelen 42 44 artikel 11, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, van de Wet overgangsregeling Ziektewet Voor de toepassing van het in het vorige lid bepaalde wordt de betrokkene geacht nog aanspraak te hebben op ziekengeld krachtens de, indien hem in verband met het bepaalde in deenvan die wet, dan wel in verband met het bepaalde ingeen ziekengeld wordt uitgekeerd. 3 artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet Wet Het bepaalde in het eerste lid blijft buiten toepassing ten aanzien van degene, die bij het intreden van de in dat lid bedoelde ongeschiktheid tot werken in verband met het bepaalde inniet verzekerd zou zijn geweest, indien detoen reeds in werking was geweest. 4 Het bepaalde in het eerste lid blijft voorts buiten toepassing ten aanzien van degene, die op de dag, volgende op die, waarop het in dat lid bedoelde ziekengeld eindigt of zou zijn geëindigd, aan deze wet een vóór eerstbedoelde dag ingegane arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 19 van de Wet artikel 5 van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 17 Degene, die op de dag, voorafgaande aan die, waaropin werking treedt, recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder a, van de Zeeongevallenwet 1919 en die op laatstbedoelde dag dat recht zou hebben behouden indien die wetten niet zouden zijn ingetrokken, heeft, tenzij het recht op die uitkering overeenkomstig het bepaalde inblijft behouden dan wel overeenkomstig het bepaalde invan die wet wordt afgekocht, recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 10, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 4 5 6 artikel 17 Degene, die op grond van het bepaalde in, geen recht meer heeft op een uitkering, ontleend aan,ofvan die wet, heeft, tenzij het recht op die uitkering overeenkomstig het bepaalde invan die wet wordt afgekocht, recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 7 van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 17 van de Liquidatiewet ongevallenwetten a, Degene, die overeenkomstig het bepaalde inrecht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, ondervan de Zeeongevallenwet 1919 heeft, tenzij het recht op die uitkering overeenkomstig het bepaalde inwordt afgekocht, recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 13 artikel 13 Bij toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van het bepaalde inwordt daaraan ten grondslag gelegd een dagloon ter hoogte van 6/5 maal het dagloon, waarnaar de inbedoelde uitkering was berekend. 2 artikel 14 15 artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 4 5 6 7 van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 8, vijfde lid Bij toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van het bepaalde inof, dan wel terwijlvan toepassing is, wordt daaraan ten grondslag gelegd een dagloon ter hoogte van 6/5 maal het dagloon, dat aan de aan,,ofontleende uitkering ingevolge die wet ten grondslag zou zijn gelegd zonder toepassing van, van die wet. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16, eerste en tweede lid a, artikel 4 5 6 7 van de Liquidatiewet ongevallenwetten Het in, eerstbedoelde dagloon wordt, indien het ongeval ter zake waarvan recht op uitkering werd ontleend aan artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, ondervan de Zeeongevallenwet 1919, onderscheidenlijk aan,,of, plaatsvond in een van de hierna genoemde tijdvakken, verhoogd tot het percentage van dat dagloon, hetwelk achter dat tijdvak is vermeld: vóór 1 januari 1932 603 1 januari 1932 tot 1 januari 1941 685 1 januari 1941 tot 1 januari 1943 584 1 januari 1943 tot 1 januari 1945 531 1 januari 1945 tot 1 januari 1946 445 1 januari 1946 tot 1 januari 1947 383 1 januari 1947 tot 1 januari 1949 349 1 januari 1949 tot 1 januari 1951 318 1 januari 1951 tot 1 januari 1952 283 1 januari 1952 tot 1 januari 1954 274 1 januari 1954 tot 1 april 1954 266 1 april 1954 tot 1 juli 1954 260 1 juli 1954 tot 1 oktober 1954 252 1 oktober 1954 tot 1 januari 1955 242 1 januari 1955 tot 1 oktober 1956 227 1 oktober 1956 tot 1 april 1957 214 1 april 1957 tot 1 juli 1957 205 1 juli 1957 tot 1 oktober 1957 199 1 oktober 1957 tot 1 januari 1958 195 1 januari 1958 tot 1 april 1960 185 1 april 1960 tot 1 juli 1960 183 1 juli 1960 tot 1 oktober 1960 177 1 oktober 1960 tot 1 januari 1961 173 1 januari 1961 tot 1 januari 1962 166 1 januari 1962 tot 1 januari 1963 159 1 januari 1963 tot 1 april 1963 154 1 april 1963 tot 1 juli 1963 151 1 juli 1963 tot 1 oktober 1963 148 1 oktober 1963 tot 1 maart 1964 146 1 maart 1964 tot 1 mei 1964 143 1 mei 1964 tot 1 juli 1964 140 1 juli 1964 tot 1 september 1964 136 1 september 1964 tot 1 oktober 1964 131 1 oktober 1964 tot 1 november 1964 128 1 november 1964 tot 1 december 1964 126 1 december 1964 tot 1 februari 1965 123 1 februari 1965 tot 1 april 1965 121 1 april 1965 tot 1 juli 1965 119 1 juli 1965 tot 1 november 1965 116 1 november 1965 tot 1 januari 1966 114 1 januari 1966 tot 1 april 1966 112 1 april 1966 tot 1 juli 1966 110 1 juli 1966 tot 1 oktober 1966 108 1 oktober 1966 tot 1 januari 1967 106 1 januari 1967 tot 1 april 1967 104 1 april 1967 tot 1 juli 1967 102 2 a, a, a, artikel 4 5 6 7 van de Liquidatiewet ongevallenwetten In de gevallen, waarin het dagloon, waarnaar de uitkering, welke werd ontleend aan artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, ondervan de Zeeongevallenwet 1919, onderscheidenlijk aan,,of, was berekend, werd vastgesteld met toepassing van het bepaalde bij artikel 7, lid 1van de Ongevallenwet 1921, artikel 7, lid 1van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, onderscheidenlijk artikel 2, zevende lid, tweede alinea, van de Zeeongevallenwet 1919, wordt voor de toepassing van het vorige lid het ongeval geacht te hebben plaatsgevonden op de dag, welke krachtens vorengenoemde bepalingen in aanmerking werd genomen als de dag, waarop de gevolgen van het ongeval zich opnieuw hebben geopenbaard. 3 artikel 16, eerste en tweede lid artikel 9 der Coördinatiewet Sociale Verzekering artikel 9a Voor zoveel nodig in afwijking van het bepaalde in de vorige leden wordt het in, eerstbedoelde dagloon ten hoogste gesteld op het in het eerste lid vanbedoelde maximum dagloon, eventueel verhoogd of verlaagd krachtensvan die wet. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 19 van de Wet artikel 17, eerste lid Indien met ingang van een dag, gelegen na 1 oktober 1966, doch vóór de dag, waaropin werking treedt, de wettelijke bijslagen op renten bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of op uitkeringen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de Zeeongevallenwet 1919, worden gewijzigd in verband met wijziging van het loonpeil, worden de in, genoemde percentages bij algemene maatregel van bestuur dienovereenkomstig gewijzigd. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 16, eerste en tweede lid artikelen 17 18 artikel 5, eerste of tweede lid artikel 19 van de Wet Indien het in, eerstbedoelde dagloon, eventueel verhoogd ingevolge deen, minder bedraagt dan het bedrag, dat als dagloon zou gelden, indien ten aanzien van de betrokkene het bepaalde bij, toepassing zou vinden, wordt het dagloon verhoogd tot laatstbedoeld bedrag. Het bepaalde in de vorige volzin blijft buiten toepassing ten aanzien van de vrouw, die bij het in werking treden vangehuwd is. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 de artikelen 17 18 19 De verhoging van het dagloon ingevolge het bepaalde in,envindt niet plaats ten aanzien van: a. artikel 19 van de Wet degene, die op de dag, waaropin werking treedt, niet binnen het Rijk woont; b. artikel 4 5 6 7 van de Liquidatiewet ongevallenwetten degene, die het recht op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, onderscheidenlijk in,,of, ontleent aan een vrijwillige verzekering ingevolge de Ongevallenwet 1921 of de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922. 2 a, artikel 19 van de Wet Met inachtneming zoveel mogelijk van het beginsel der wederkerigheid kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, dat het in het eerste lid, onderbepaalde geen toepassing vindt ten aanzien van bij die maatregel aan te wijzen personen, die op de dag, waaropin werking treedt, op het grondgebied van een andere Mogendheid wonen. 3 artikel 19 van de Wet Algemene Ouderdomswet artikel 16, eerste en tweede lid Indien een persoon, bedoeld in het eerste lid, onder a, op de dag, voorafgaande aan die, waaropin werking treedt, ingevolge het bepaalde bij of krachtens de Wet compensatie premieongevallenrentetrekkers aanspraak heeft op een bijslag op een uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder a, van de Zeeongevallenwet 1919, wordt het in, eerstbedoelde dagloon verhoogd met het voor die bijslag geldende percentage. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 paragrafen 1 2 3 artikel 20 van de Wet Toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van het bepaalde in de,engeschiedt voor zoveel nodig in afwijking van het bepaalde in. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Wet Indien op grond van de regelen inzake dagloon, gesteld bij of krachtens deze wet dan wel bij of krachtens de, meer dan één dagloon in aanmerking komt om aan een arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag te worden gelegd, wordt daaraan ten grondslag gelegd het hoogste van die daglonen. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 19 van de Wet artikelen 5, eerste en derde lid 16 17 18 19 Indien met ingang van de dag, waaropin werking treedt, ingevolge het bepaalde in artikel 6, tweede of derde lid, van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers herziening van de in die leden bedoelde bedragen zou hebben plaatsgevonden, indien laatstgenoemde wet niet zou zijn ingetrokken, worden de overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de,,,envastgestelde daglonen bij algemene maatregel van bestuur met ingang van vorenbedoelde dag herzien. 2 artikelen 5, eerste en derde lid 16 17 18 19 artikel 19 van de Wet Bij de in het vorige lid bedoelde herziening worden de overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de,,,envastgestelde daglonen verhoogd of verlaagd met hetzelfde percentage als waarmede het indexcijfer der lonen op de laatste dag van de maand, voorafgaande aan die, waarinin werking treedt, afwijkt van het indexcijfer, waarop de laatstelijk vastgestelde bedragen als bedoeld in artikel 5 van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers zijn gebaseerd. 3 Artikel 15, zesde, elfde en twaalfde lid, van de Wet is van overeenkomstige toepassing. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 15 van de Wet vierde lid van artikel 15 van de Wet artikelen 5, eerste en derde lid 16 17 18 19 artikel 19 Indien het bepaalde in het eerste lid van het vorige artikel geen toepassing vindt, wordt voor de eerste maal, dat, anders dan op grond van het bepaalde in het zevende lid van dat artikel, wordt toegepast, in hetmet betrekking tot herziening van de overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de,,,envastgestelde daglonen in plaats van "het indexcijfer op de laatste dag van de maand, voorafgaande aan die, waarinin werking is getreden, onderscheidenlijk van het indexcijfer, waarop de laatste herziening is gebaseerd" gelezen: het indexcijfer, waarop de laatstelijk vastgestelde bedragen als bedoeld in artikel 5 van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers zijn gebaseerd. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 19 van de Wet artikel 15, zevende lid, van de Wet achtste lid van artikel 15 van de Wet artikelen 5, eerste en derde lid 16 17 18 19 artikel 19 Indien met ingang van de dag, waaropin werking treedt,wordt toegepast, wordt met betrekking tot de herziening van de overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de,,,envastgestelde daglonen in hetin plaats van "het indexcijfer op de laatste dag van de maand, voorafgaande aan die, waarinin werking is getreden, onderscheidenlijk van het indexcijfer, waarop de laatste herziening is gebaseerd" gelezen: het indexcijfer, waarop de laatstelijk vastgestelde bedragen als bedoeld in artikel 5 van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers zijn gebaseerd. 2 artikel 24 Bij toepassing van het bepaalde in het vorige lid blijftbuiten toepassing. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1972 43 26-01-1972 11614 1972 43 26-01-1972 11614 01-01-1972
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 4 artikelen 14 15 artikelen 23 24 25 artikel 5 artikelen 16, tweede lid 17 18 19 artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 15 van de Wet Bij toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van het bepaalde in, onderscheidenlijk in deof, dan wel terwijlvan toepassing is, vindt het bepaalde bij of krachtens de,envan deze wet envoor zoveel deze artikelen toepassing hebben gevonden met ingang van een tijdstip, gelegen vóór de dag, met ingang waarvan vorenbedoelde uitkering wordt toegekend, overeenkomstige toepassing met betrekking tot het ingevolge het bepaalde bij of krachtens, onderscheidenlijk de,,en, aan die uitkering ten grondslag te leggen dagloon. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 4, eerste of tweede lid artikel 6, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van degene, die aan deze wet arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent, wordt zolang de betrokkene tevens op grond van het bepaalde in, ofrecht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 15 van de Ongevallenwet 1921 of artikel 36 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, de mate van arbeidsongeschiktheid, ter zake waarvan hij recht op laatstgenoemde uitkering heeft, buiten aanmerking gelaten. Voor de toepassing van het bepaalde in de vorige volzin wordt de betrokkene geacht recht te hebben op de in die volzin laatstbedoelde uitkering, indien door zijn toedoen die uitkering niet wordt uitbetaald. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikelen 37 38 39 39c van de Wet De arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene, ten aanzien van wie,, oftoepassing vindt, wordt, zo nodig in afwijking van het bepaalde in de,,en, zo nodig herzien met ingang van de dag, met ingang waarvan het in aanmerking komende van de eerstgenoemde artikelen toepassing vindt. 2 artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 11, eerste lid artikel 8, vijfde lid, van die wet artikel 15 van de Wet artikelen 17 18 19 20 23 24 25 Bij herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met het bepaalde in het vorige lid wordt daaraan ten grondslag gelegd een dagloon ter hoogte van 6/5 maal het dagloon, dat aan de uitkering, waarop degene, ten aanzien van wie, oftoepassing vindt, op grond van het bepaalde in dat artikel recht zou hebben gehad, indien genoemd vierde lid of genoemd tweede lid niet op hem van toepassing zou zijn geweest, onderscheidenlijk dat aan de uitkering, ten aanzien waarvan, van genoemde wet toepassing vindt, ingevolge die wet ten grondslag zou zijn gelegd zonder toepassing van. Het bepaalde bij of krachtens de,,,,,envan deze wet envindt met betrekking tot het in de vorige volzin eerstbedoelde dagloon overeenkomstige toepassing. Het bepaalde in de vorige twee volzinnen vindt slechts toepassing, indien dat leidt tot een hoger dagloon dan het dagloon, dat laatstelijk aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag werd gelegd. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 13 14 15 Ziektewet Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid van degene, die uitsluitend aan,ofarbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent, wordt, indien de betrokkene op en sedert de dag, met ingang waarvan hij recht op genoemde uitkering heeft, aanspraak heeft op ziekengeld krachtens deen dat ziekengeld binnen een maand na genoemde dag eindigt, de mate van arbeidsongeschiktheid, ter zake waarvan hij aanspraak heeft op ziekengeld, buiten aanmerking gelaten. 2 artikel 12, tweede lid Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 12, vierde lid artikel 12, eerste lid Aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene, ten aanzien van wie, toepassing vindt, wordt met ingang van de dag, met ingang van welke dat lid toepassing vindt, ten grondslag gelegd het dagloon, dat ten grondslag zou zijn gelegd aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarop hij recht zou hebben gehad, indien, op hem van toepassing zou zijn geweest, doch slechts indien laatstbedoeld dagloon hoger is dan het dagloon, dat laatstelijk aan eerstbedoelde uitkering ten grondslag werd gelegd. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 13 Het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke is ontleend dan wel mede is ontleend aan, wordt, zolang de uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, of artikel 2, eerste lid, onder a, van de Zeeongevallenwet 1919, waarop de betrokkene op de dag, voorafgaande aan die, waarop genoemde wetten werden ingetrokken, recht had, niet in verband met verandering in zijn toestand zou zijn verlaagd, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken, niet lager gesteld dan het bedrag van laatstgenoemde uitkering, verhoogd met de bijslagen, welke daarop krachtens de wettelijke regelingen inzake het verlenen van bijslagen op de uitkeringen ingevolge eerstgenoemde wetten zijn verleend. 2 Indien op de dag, voorafgaande aan die, waarop de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 werden ingetrokken, de termijn van 312 dagen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder a, in verbinding met het derde lid, van de Ongevallenwet 1921, artikel 37, derde lid, onder a, in verbinding met het bepaalde onder c en d, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, onderscheidenlijk artikel 2, eerste lid, onder a, sub I, van de Zeeongevallenwet 1919, nog niet was verstreken, geldt met ingang van de eerste dag, liggende na die termijn, voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid als bedrag van de uitkering, waarop de betrokkene op de dag, voorafgaande aan die, waarop genoemde wetten werden ingetrokken, recht had, verhoogd met de bijslagen, welke daarop zijn verleend, het bedrag van de uitkering, waarop de betrokkene, ingeval genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken, op de eerste dag na genoemde termijn recht zou hebben gehad, verhoogd met de bijslagen, welke daarop krachtens de wettelijke regelingen inzake het verlenen van bijslagen op de uitkeringen ingevolge genoemde wetten, zo die regelingen niet waren ingetrokken, zouden zijn verleend. 3 Onder verandering in de toestand van de betrokkene als in het eerste lid bedoeld wordt aangemerkt hetgeen daaronder in artikel 75, eerste lid, van de Ongevallenwet 1921, artikel 72 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en artikel 6 van het Reglement der Zeeongevallenregeling als bedoeld in artikel 2 van de statuten van de Vereeniging "Zee-Risico", zoals dat Reglement luidde op de dag, voorafgaande aan die, waarop de Zeeongevallenwet 1919 werd ingetrokken, werd verstaan of mede begrepen, met dien verstande, dat onder het verwerven van nieuwe bekwaamheden ten gevolge van een opleiding mede wordt begrepen het verwerven van nieuwe bekwaamheden ten gevolge van een opleiding, welke is gegeven op de voet van het bepaalde in § 3 van hoofdstuk II van de Wet. In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin wordt als verandering in de toestand van de betrokkene niet beschouwd de wijziging van de omstandigheden als bedoeld in artikel 17 van de Ongevallenwet 1921, artikel 38 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en artikel 2, eerste lid, onder c, van de Zeeongevallenwet 1919. 4 Indien de uitkering als bedoeld in het eerste lid, waarop de betrokkene op de dag, voorafgaande aan die, waarop de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 werden ingetrokken, recht had, na die dag uitsluitend in verband met de wijziging van de omstandigheden als in de laatste volzin van het vorige lid bedoeld zou zijn verlaagd ingeval genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken, geldt met ingang van de dag, waarop die verlaging zou zijn ingegaan, voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid als bedrag van de uitkering, waarop de betrokkene op de dag, voorafgaande aan die, waarop genoemde wetten werden ingetrokken, recht had, verhoogd met de bijslagen, welke daarop zijn verleend, het bedrag van de uitkering, waarop de betrokkene, ingeval genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken, met ingang van de dag, waarop bedoelde verlaging zou zijn ingegaan, recht zou hebben gehad, verhoogd met de bijslagen, welke daarop krachtens de wettelijke regelingen inzake het verlenen van bijslagen op uitkeringen ingevolge genoemde wetten, zo die regelingen niet waren ingetrokken, zouden zijn verleend. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 32 artikel 32 a, Indienvan toepassing is ten aanzien van een persoon, die recht had op meer dan één uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, ondervan de Zeeongevallenwet 1919 op de dag, voorafgaande aan die, waarop genoemde wetten werden ingetrokken, geldt de garantie, vervat in, zolang geen van die uitkeringen in verband met verandering in de toestand als in dat artikel bedoeld, zou zijn verlaagd, indien genoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken, tot de som van die uitkeringen en de in dat artikel bedoelde bijslagen. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 14 15 artikel 10, eerste of tweede lid artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 4 5 6 7 artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid Het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke is ontleend dan wel mede is ontleend aanof, onderscheidenlijk het bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene, ten aanzien van wie,, oftoepassing vindt, wordt, zolang de uitkering als bedoeld in,,ofvan die wet, waarop de betrokkene op de dag, met ingang van welke, onderscheidenlijk,, of, van die wet toepassing vindt, recht zou hebben gehad, indien dat artikel niet van toepassing zou zijn geweest, niet in verband met verandering in zijn toestand zou zijn verlaagd, niet lager gesteld dan het bedrag van die uitkering. 2 artikel 10, eerste of tweede lid artikel 32, tweede lid artikel 10, eerste of tweede lid artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten Indien op de dag, met ingang van welke, onderscheidenlijk,, oftoepassing vindt, de termijn, bedoeld in, nog niet is verstreken, geldt met ingang van de eerste dag, liggende na die termijn, voor de toepassing van het bepaalde in het vorige lid als bedrag van de uitkering, waarop de betrokkene op eerstgenoemde dag recht zou hebben gehad, indien, onderscheidenlijk,, ofniet van toepassing zou zijn geweest, het bedrag, waarop de betrokkene, indien dat artikel niet op hem van toepassing zou zijn geweest, op de eerste dag na genoemde termijn recht zou hebben gehad. 3 Artikel 32, derde lid , is van toepassing. 4 artikel 10, eerste of tweede lid volzin van het derde lid van artikel 32 artikel 10, eerste of tweede lid artikel 10, eerste of tweede lid artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 4 5 6 7 Indien de uitkering als bedoeld in het eerste lid, waarop de betrokkene op de dag, met ingang van welke, onderscheidenlijk,, oftoepassing vindt, recht zou hebben gehad, indien dat artikel niet van toepassing zou zijn geweest, na die dag uitsluitend in verband met de wijziging van de omstandigheden als in de laatstebedoeld zou zijn verlaagd, indien, onderscheidenlijk,, ofniet van toepassing zou zijn geweest, geldt met ingang van de dag, waarop die verlaging zou zijn ingegaan, voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid als bedrag van de uitkering, waarop de betrokkene op de dag, met ingang van welke, onderscheidenlijk,, oftoepassing vindt, recht zou hebben gehad, indien dat artikel niet van toepassing zou zijn geweest, het bedrag van de uitkering, waarop de betrokkene, indien dat artikel niet van toepassing zou zijn geweest, met ingang van de dag, waarop bedoelde verlaging zou zijn ingegaan, op grond van het bepaalde in,,ofvan genoemde wet recht zou hebben gehad. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 34 artikel 34 artikel 6, vierde lid 7, tweede lid 10, eerste of tweede lid 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 4 5 6 7 artikelen 6, vierde lid 7, tweede lid 10, eerste of tweede lid 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten Indienvan toepassing is ten aanzien van een persoon, die op de dag, met ingang van welke,,, oftoepassing vindt, indien geen van laatstgenoemde artikelen ten aanzien van hem toepassing zou hebben gevonden, recht op meer dan één uitkering als bedoeld in,,ofvan die wet zou hebben gehad, geldt de garantie, vervat in, zolang geen van die uitkeringen in verband met verandering in de toestand als in dat artikel bedoeld, zou zijn verlaagd, indien geen van de,,, enten aanzien van hem toepassing zou hebben gevonden, tot de som van die uitkeringen. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 32 artikel 33 artikel 34 artikel 35 artikel 32 artikel 34 artikel 32 artikel 34 artikel 10, eerste of tweede lid artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten Indien zowel, al dan niet in verbinding met, als, al dan niet in verbinding met, van toepassing zijn, gelden de garanties, vervat in die artikelen, met ingang van de dag, met ingang van welke genoemde artikelen gelijktijdig van toepassing zijn en zolang geen van de aldaar bedoelde uitkeringen in verband met verandering in de toestand als inonderscheidenlijkbedoeld zou zijn verlaagd, indien de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of de Zeeongevallenwet 1919 niet zouden zijn ingetrokken, onderscheidenlijk indien, dan wel,, ofniet van toepassing zou zijn geweest, tot de som van de inbedoelde uitkering(en) en bijslagen en de inbedoelde uitkering(en). 2 artikelen 32 33 34 35 artikelen 25 28 van de Wet Het bepaalde in de,,enen in het eerste lid laat onverlet de bevoegdheid van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als omschreven in deen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 32 33 34 35 36 artikel 3 4 artikel 32 33 34 35 36 Indien een persoon, ten aanzien van wie,,,ofvan toepassing is, arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent of mede ontleent aanof, dan wel arbeidsongeschiktheidsuitkering aan laatstgenoemd artikel zou hebben ontleend of mede zou hebben ontleend, indien het tweede lid van dat artikel niet op hem van toepassing zou zijn geweest, wordt, indien ten aanzien van hem het bepaalde in artikel 53 van de Liquidatiewet invaliditeitswetten van toepassing is, het in,,,ofgegarandeerde bedrag verhoogd met 1/260 van het jaarbedrag van de invaliditeitsrente, vrije invaliditeitsrente of invaliditeitsuitkering als bedoeld in artikel 53 van laatstgenoemde wet, zolang de arbeidsongeschiktheid sedert de dag, waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingegaan, ten minste 65% bedraagt. 2 Indien een fonds, als bedoeld in artikel 54, tweede lid, van de Liquidatiewet invaliditeitswetten, gebruik maakt van de in dat lid gegeven bevoegdheid, vindt de garantie, vervat in het vorige lid, ten aanzien van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, toegekend aan personen als bedoeld in artikel 54, tweede lid, van de Liquidatiewet invaliditeitswetten, overeenkomstige toepassing tot 1/260 van het jaarbedrag van de in laatstgenoemd lid bedoelde invaliditeitsuitkeringen, onderscheidenlijk invaliditeitsrenten. 3 Indien ten aanzien van degene, op wie het bepaalde in het eerste of het tweede lid van toepassing is, op de dag, voorafgaande aan die, met ingang van welke de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers werd ingetrokken, het bepaalde in artikel 52, zesde lid, van die wet toepassing vond, wordt het in de vorige leden gegarandeerde bedrag verhoogd met 1/260 van het jaarbedrag, waarop de betrokkene ingevolge laatstbedoelde bepaling aanspraak zou hebben gehad, indien de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers niet zou zijn ingetrokken. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 6 7 artikel 45 46 46a 52 van de Wet Indien het bepaalde bijofvan deze wet, dan wel het bepaalde bij of krachtens,,, 46b oftoepassing vindt, wordt van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, toegekend aan een persoon ten aanzien van wie het bepaalde in artikel 53 van de Liquidatiewet invaliditeitswetten van toepassing is, zolang de arbeidsongeschiktheid sedert de dag, waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingegaan, ten minste 65% bedraagt, de uitbetaling niet verder beperkt dan tot 1/260 van het jaarbedrag van de invaliditeitsrente, vrije invaliditeitsrente of invaliditeitsuitkering als bedoeld in laatstgenoemd artikel. 2 Het bepaalde in het tweede en het derde lid van het vorige artikel is van toepassing. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 46 van de Wet artikel 46 van de Wet artikel 3 Indien het bepaalde bij of krachtenstoepassing vindt, wordt van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, ontleend of mede ontleend aan, zolang de arbeidsongeschiktheid sedert de dag, waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingegaan, ten minste 45% bedraagt en de betrokkene op en sedert die dag is opgenomen in een sociale werkvoorzieningsregeling als bedoeld in, de uitbetaling niet verder beperkt dan tot 1/260 van het jaarbedrag, waarop de betrokkene laatstelijk ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 23 van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers aan bijslag en invaliditeitsrente tezamen aanspraak had. 2 artikel 21 van de Wet artikel 19 van de Wet artikel 46 van de Wet artikel 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd om, zolang de belangen van de betrokkene daardoor niet worden geschaad, indeling in een der ingenoemde invaliditeitsklassen achterwege te laten ten aanzien van degene, die arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent aanen die op en sedert de dag, waaropin werking treedt, is opgenomen in een sociale werkvoorzieningsregeling als bedoeld in. 3 Bij toepassing van het vorige lid wordt de arbeidsongeschiktheid van de betrokkene geacht 80% of meer te bedragen. 4 artikel 41 Onze Minister kan met betrekking tot het bepaalde in dit artikel en innadere en, voor bijzondere gevallen, zo nodig afwijkende regelen stellen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 artikel 6 7 artikel 13 14 15 artikel 32 33 34 35 36 artikel 6 7 artikel 45 46a 52 van de Wet artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 45 46a 52 van de Wet Indien het bepaalde bijofvan deze wet, dan wel het bepaalde bij of krachtens,, 46b oftoepassing vindt, wordt van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, ontleend of mede ontleend aan,ofvan deze wet, onderscheidenlijk van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene, ten aanzien van wie,, oftoepassing vindt, de uitbetaling niet verder beperkt dan tot het bedrag, waarop de betrokkene krachtens het bepaalde bij,,,ofaanspraak zou hebben, indien het bepaalde bijofvan deze wet, dan wel het bepaalde bij,, 46b ofniet van toepassing zou zijn. 2 artikel 37 Het bepaalde bijis mede van toepassing op het in het eerste lid gegarandeerde bedrag. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 46 van de Wet artikel 6, vierde lid artikel 7, tweede lid artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 46 van de Wet artikel 46 van de Wet artikel 13 14 15 artikel 32 33 34 35 36 Indien het bepaalde bij of krachtenstoepassing vindt, wordt van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, ontleend of mede ontleend aan,ofvan deze wet, onderscheidenlijk van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene, ten aanzien van wie,, oftoepassing vindt, indien de betrokkene op en sedert de dag, met ingang van welke de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingegaan, is opgenomen in een sociale werkvoorzieningsregeling als bedoeld in, de uitbetaling niet verder beperkt dan tot het bedrag, waarop hij krachtens het bepaalde bij,,,ofaanspraak zou hebben, indien het bepaalde bijniet van toepassing zou zijn. 2 artikel 37 Het bepaalde bijis mede van toepassing op het in het eerste lid gegarandeerde bedrag. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikelen 37 38 40 artikel 3, eerste lid, onder a, b, c, d, e, f of g, van de Liquidatiewet ongevallenwetten Liquidatiewet ongevallenwetten Onze Minister kan ten aanzien van het bepaalde bij de,ennadere regelen stellen. Daarbij kan tevens worden geregeld, dat personen, wier arbeidsongeschiktheidsuitkering aansluit aan een uitkering ingevolge de Invaliditeitswet of een daarmede gelijk te stellen uitkering, aan een uitkering ingevolge de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, ingevolge de ingenoemde wetten, dan wel ingevolge de, indien die arbeidsongeschiktheidsuitkering of het van deze uitkering uit te betalen bedrag op een lager bedrag wordt vastgesteld dan het bedrag van de vorenbedoelde uitkering(en), waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering aansluit, voor een hoger bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komen. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen brengt degene, wiens genees- of heelkundige behandeling, daaronder mede verstaan opneming in een inrichting, op grond van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 99, 100, 105 en 113 van de Invaliditeitswet zou zijn voortgezet, indien de bepalingen van de Invaliditeitswet en van haar uitvoeringsbesluiten, ingevolge welke die behandeling is verleend, niet buiten werking zouden zijn getreden, op de voet van het bepaalde in § 3 van hoofdstuk II van de Wet voor voortzetting van die behandeling in aanmerking. 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 19 van de Wet Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen brengt degene, die ter zake van een ongeval, dat plaatsvond vóór de dag, waaropin werking treedt, hetzij vóór die dag genees- en heelkundige behandeling of vergoeding daarvoor als bedoeld in artikel 14 van de Ongevallenwet 1921, artikel 35 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, achtste lid, van de Zeeongevallenwet 1919 heeft gehad, hetzij binnen een jaar, aanvangende op meergenoemde dag, recht op zodanige behandeling of vergoeding daarvoor zou hebben gehad, indien laatstgenoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken, a artikel 17 van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 18 van die wet een en ander tenzij de uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919, welke hem ter zake van eerdergenoemd ongeval is toegekend, overeenkomstig het bepaalde inwordt afgekocht dan wel overeenkomstig het bepaalde inis afgekocht, op de voet van het bepaalde in § 3 van hoofdstuk II van de Wet voor zodanige behandeling of vergoeding daarvoor in aanmerking, indien hij daarop, zo de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 niet zouden zijn ingetrokken, recht zou hebben gehad. 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen brengt degene, wiens opleiding op grond van het bepaalde bij artikel 25, eerste lid, of artikel 87c, derde lid, van de Ongevallenwet 1921, artikel 48, eerste lid, of artikel 95c, derde lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 dan wel artikel 5, eerste lid, van het Reglement der Zeeongevallenregeling als bedoeld in artikel 2 van de Statuten van de Vereeniging "Zee-Risico" en/of wiens toelage op grond van het bepaalde in artikel 25, tweede lid, of artikel 87c, eerste lid, van de Ongevallenwet 1921, dan wel artikel 48, derde lid, of artikel 95c, eerste lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, dan wel artikel 5, tweede lid, van vorengenoemd Reglement zou zijn voortgezet, indien de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 niet zouden zijn ingetrokken, op de voet van het bepaalde in § 3 van hoofdstuk II van de Wet voor voortzetting van die opleiding en/of vergoeding in aanmerking. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is verplicht tot de vrijwillige verzekering toe te laten, mits hij hier te lande woont: a. artikel 19 van de Wet degene, wiens verzekering ingevolge de Invaliditeitswet is aangevangen vóór of op 1 januari 1962, mits hij op de dag, voorafgaande aan het in werking treden van, krachtens de Invaliditeitswet in rekening kan doen brengen: 1°. een aantal weekpremies, dat ten minste tweederde bedraagt van het getal der weken, verstreken tussen de aanvang van zijn verzekering en 1 januari 1965 of 2°. ten minste 150 weekpremies voor het tijdvak, gelegen tussen 1 januari 1962 en 1 januari 1965; b. artikel 19 van de Wet Wet Wet artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet Wet Wet degene, die op de dag, voorafgaande aan het in werking treden van, verzekerd is ingevolge de Invaliditeitswet en wiens verplichte verzekering ingevolge deop of na 1 januari 1965, doch vóór het in werking treden van genoemd artikel zou zijn geëindigd, indien detoen reeds in werking was geweest, mits hij gedurende de drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan de dag, waarop de verplichte verzekering zou zijn geëindigd, onafgebroken verzekerd of in verband met het bepaalde inniet verzekerd zou zijn geweest ingevolge de, indien degedurende die termijn van drie jaren reeds in werking was geweest; c. Wet artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet Wet artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet Wet Wet degene, die als zelfstandige een bedrijf of beroep uitoefent of gaat uitoefenen en wiens verplichte verzekering ingevolge deop of na 1 augustus 1964, doch vóór het in werking treden vanzou zijn geëindigd, indien detoen reeds in werking was geweest, mits hij gedurende de drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan de dag, waarop de verplichte verzekering zou zijn geëindigd, onafgebroken verzekerd of in verband met het bepaalde inniet verzekerd zou zijn geweest ingevolge de, indien degedurende die termijn van drie jaren reeds in werking was geweest. 2 Wet artikel 19 van de Wet Wet De in het vorige lid bedoelde verplichting bestaat eveneens ten aanzien van degene, die buiten het Rijk woont en aldaar in dienstbetrekking staat tot een binnen het Rijk wonende of gevestigde werkgever, mits hij voldoet aan het bepaalde in het vorige lid, onder a, of zijn verplichte verzekering ingevolge deop of na 1 augustus 1964, doch vóór het in werking treding vanzou zijn geëindigd, indien detoen reeds in werking was geweest. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 eerste lid, onder a, sub 1°, van het vorige artikel Voor de toepassing van het bepaalde in het, blijven bij de berekening van de verzekeringsduur buiten aanmerking de weken, gedurende welke invaliditeitsrente krachtens de Invaliditeitswet is genoten. 2 eerste lid, onder a, sub 2°, van het vorige artikel Voor de toepassing van het bepaalde in het, worden, indien de geldigheidsduur van een rentekaart zich uitstrekt over een periode, gelegen zowel vóór als na 1 januari 1962, de op die rentekaart vereffende premies geacht te zijn bestemd voor dat gedeelte van die geldigheidsduur, dat gelegen is na die datum, evenwel ten hoogste tot het aantal weken van dat gedeelte. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 46 Het bepaalde ingeldt niet ten aanzien van: a. Wet degene, die verzekerd is ingevolge de; b. artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet Wet degene, die in verband met het bepaalde inniet verzekerd is ingevolge de. 2 Wet Het bepaalde in het vorige lid blijft buiten toepassing, indien de arbeidsverhouding, uit hoofde waarvan de betrokkene verzekerd dan wel niet verzekerd is ingevolge de, ertoe strekt, dat de betrokkene slechts een gedeelte van een normale werkweek arbeid verricht, niet uitsluitend als gevolg van een voor betrokkene geldende werktijdregeling, krachtens welke een normale werkweek van gemiddeld minder dan zes dagen van toepassing is. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikel 46 artikel 19 van de Wet De aanmelding voor de vrijwillige verzekering dient, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, door de inbedoelde personen te geschieden binnen een maand na het in werking treden van. 2 artikel 83 van de Wet artikel 19 van de Wet De aanmelding voor de vrijwillige verzekering kan na de in het vorige lid, onderscheidenlijk na de inbedoelde termijn nog, onverminderd het bepaalde in het volgende lid, geschieden binnen zes maanden na het in werking treden van: a. artikel 46 door de inbedoelde personen; b. artikel 83 van de Wet artikel 19 van de Wet door de personen, wier aanmelding voor de vrijwillige verzekering ingevolge het bepaalde bij of krachtenszou dienen te geschieden vóór een dag, gelegen binnen zes maanden na het in werking treden van. 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd de toelating tot de vrijwillige verzekering na aanmelding met toepassing van het vorige lid te weigeren: a. van de in het vorige lid, onder a, bedoelde personen, indien arbeidsongeschiktheid is ingetreden of toegenomen na de in het eerste lid bedoelde maand, doch vóór het tijdstip, waarop de betrokkene zich aanmeldt voor de vrijwillige verzekering; b. van de in het vorige lid, onder b, bedoelde personen, indien arbeidsongeschiktheid is ingetreden of toegenomen na de aldaar bedoelde dag, doch vóór het tijdstip, waarop de betrokkene zich aanmeldt voor de vrijwillige verzekering. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 artikel 81, eerste lid, onder c en d, van de Wet artikel 19 van de Wet artikel 6, eerste lid, onder a of b Voor zover de termijn van drie jaren, genoemd in, is gelegen vóór het in werking treden van, wordt in genoemde bepalingen in plaats van "onafgebroken, al dan niet hier te lande, ingevolge het bepaalde bij of krachtens een wettelijke regeling een voorziening tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing is geweest" gelezen: onafgebroken de verzekering ingevolge deze wet op hem van toepassing zou zijn geweest of in verband met het bepaalde in, niet op hem van toepassing zou zijn geweest, indien deze wet toen reeds in werking was geweest, dan wel buiten het Rijk, ingevolge het bepaalde bij of krachtens een wettelijke regeling, een voorziening tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing is geweest. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 82 van de Wet artikel 81, eerste lid, onder c en d, van de Wet artikel 19 van de Wet In afwijking van het bepaalde in het eerste lid vanwordt de ingenoemde termijn van drie jaren, voor zover gelegen vóór het in werking treden van, geacht niet te zijn onderbroken: a. Wet artikel 19 van de Wet indien de betrokkene, zo detoen reeds in werking zou zijn geweest, niet verzekerd zou zijn geweest gedurende niet meer dan zestig dagen, verminderd met het aantal dagen, gedurende welke hij na het in werking treden vanniet verzekerd is geweest; b. gedurende het tijdvak, dat de betrokkene wegens ziekte of gebreken ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid; c. gedurende het tijdvak, dat de betrokkene ten minste 45% arbeidsongeschikt is geweest. 2 artikel 46, eerste lid, onder b en c Het bepaalde in het vorige lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de termijn van drie jaren, bedoeld in. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikel 6, derde lid artikel 7, derde lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten Wet Ziektewet artikel 6, eerste of tweede lid artikel 7, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten artikel 19, eerste lid, van de Wet Ten aanzien van degene, die op grond van het bepaalde in, ofgeen recht heeft op de in het eerste lid van die artikelen bedoelde uitkering, uitsluitend omdat hij vrijwillig verzekerd is ingevolge de, en die niet verzekerd is ingevolge de, vindt ter zake van zijn ongeschiktheid als bedoeld in, of, de wachtperiode van 52 weken arbeidsongeschiktheid, vermeld in, geen toepassing. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 artikel 13 14 15 artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten Indien,ofvan deze wet oftoepassing vindt dan wel mede toepassing vindt – voor zover laatstgenoemd artikel betreft ter zake van een op of na de ingangsdatum van de in dat artikel het eerst genoemde uitkeringen ontstaan recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering – geschiedt de toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: a. indien het betreft aansluiting op een uitkering, als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, b. indien het betreft aansluiting op een uitkering, als bedoeld in artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, c. a indien het betreft aansluiting op een uitkering, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 artikel 12 artikel 53 artikel 12, eerste lid, onder 1° artikel 12, eerste lid, onder 2° Ziektewet Indientoepassing dan wel mede toepassing vindt, geschiedt – onverminderd het bepaalde in– de toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien het betreft het geval, bedoeld in, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat het ziekengeld verleende en, indien het betreft het geval, bedoeld in, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat ziekengeld zou hebben dienen te verlenen, indien betrokkene niet van de verzekering ingevolge deuitgezonderd zou zijn geweest. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 artikel 3 4 Indien uitsluitendofvan toepassing is, geschiedt de toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 55a — Artikel 55a#
Artikel 55a artikelen 53 54 55 Indien degene, die recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent aan deze wet, lid of gepensioneerd lid is van de pensioenkas van het Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg of van de pensioenkas van het Beambtenfonds voor het Mijnbedrijf, geschiedt de toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, zo nodig in afwijking van het bepaalde in de,en, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 1997 96 27-02-1997 26-02-1997 25047 1997 97 27-02-1997 26-02-1997 25090 01-03-1997
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 43 Degene, bedoeld in, wordt voor de in dat artikel genoemde voorziening in aanmerking gebracht door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2 artikel 44 45 Degene, bedoeld inof, wordt, indien ter zake van het ongeval of mede ter zake van het ongeval, dat aan het in aanmerking brengen voor de in deze artikelen genoemde voorziening ten grondslag ligt, recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan deze wet wordt ontleend, voor de in deze artikelen genoemde voorziening in aanmerking gebracht door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering verleent. 3 Indien: a. geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan deze wet wordt ontleend, b. artikel 44 45 anders dan ter zake van het ongeval, dat aan het in aanmerking brengen voor de voorziening ten grondslag ligt, reeds recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan deze wet wordt ontleend, wordt de betrokkene voor de inofgenoemde voorziening in aanmerking gebracht door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat arbeidsongeschiktheidsuitkering zou hebben dienen te verlenen, indien ter zake van arbeidsongeschiktheid als gevolg van vorenbedoeld ongeval recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens deze wet zou zijn ontstaan. 4 artikel 69 van de wet Bij toepassing van het derde lid, onder b, geschiedt de verdere behandeling van de daar bedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering, zo nodig in afwijking van het bepaalde in, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 5 artikelen 43 44 45 artikel 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van het in aanmerking brengen voor een voorziening als bedoeld in de,envan personen, die geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan deze wet ontlenen. Bij deze regelen kan worden afgeweken van het bepaalde bij de voorgaande leden en bij. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikelen 3 13 14 15 Toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond of mede op grond van het bepaalde in de,,ofvindt ambtshalve plaats. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 37, eerste lid, van de Wet artikel 19 van de Wet Wet artikel 17 dier wet Wet Ten aanzien van degene, die arbeidsongeschikt wordt, of, in gevallen als bedoeld in, meer arbeidsongeschikt wordt binnen drie maanden na het in werking treden van, doch binnen een maand na het tijdstip, waarop zijn verzekering ingevolge deis geëindigd, wordt voor de toepassing vandegeacht in werking te zijn getreden op de dag, welke is gelegen drie maanden vóór de dag, waarop de arbeidsongeschiktheid onderscheidenlijk de toeneming van de arbeidsongeschiktheid is ingetreden. 2 artikel 37, eerste lid, van de Wet artikel 19 van de Wet Wet Wet artikel 17 Wet Ten aanzien van degene, die arbeidsongeschikt wordt, of, in gevallen als bedoeld in, meer arbeidsongeschikt wordt op of na de dag, waaropin werking treedt, doch binnen een maand na het vóór die dag gelegen tijdstip, waarop zijn verzekering ingevolge dezou zijn geëindigd, indien detoen reeds in werking was geweest, wordt voor de toepassing vanen § 3 van hoofdstuk II dier wet degeacht in werking te zijn getreden op de dag, welke is gelegen drie maanden vóór de dag, waarop de arbeidsongeschiktheid onderscheidenlijk de toeneming van de arbeidsongeschiktheid is ingetreden. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 artikel 3, derde lid 8 van de Wet overgangsregeling Ziektewet Ziektewet artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Wet Ziektewet artikelen 53 tot en met 57 Degene, die in verband met het bepaalde in, ofverzekerd is ingevolge deen de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt, is, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de, verzekerd ingevolge debij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, waarbij hij ingevolge deverzekerd is. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 artikel 19 van de Wet Wet wet artikelen 53 tot en met 57 Degene, die ter zake van vóór de dag, waaropin werking treedt, ingetreden invaliditeit uitzicht zou hebben op een na het verstrijken van de wachttijd als bedoeld in artikel 71 van de Invaliditeitswet ingaand recht op bijslag als bedoeld in artikel 3 van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, indien die wet niet zou zijn ingetrokken, wordt onverminderd het bepaalde bij of krachtens de, zolang hij niet verzekerd is ingevolge deen geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft, voor de toepassing van het bepaalde in § 3 van hoofdstuk II van die wet geacht ingevolge dieverzekerd te zijn bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikelen 18, tweede lid 39, eerste lid, onder a, van de Wet Het bepaalde in de, enblijft buiten toepassing ten aanzien van degene, die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent aan deze wet. 2 artikel 30, eerste lid, onder b, van de Wet Het bepaalde inblijft buiten toepassing ten aanzien van: a. artikel 19 van de Wet Wet Wet degene, wiens arbeidsongeschiktheid is ingetreden binnen een half jaar na het in werking treden van, indien hij gedurende het halve jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van die arbeidsongeschiktheid, onafgebroken krachtens deverzekerd zou zijn geweest, indien detoen reeds in werking zou zijn geweest; b. artikel 46 degene, die op grond van het bepaalde intot de vrijwillige verzekering is toegelaten. 3 artikelen 90 91 van de Wet Het bepaalde in deenblijft buiten toepassing ten aanzien van de uit de toepassing van de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten voortvloeiende kosten. Onder vorenbedoelde kosten vallen niet de kosten, voortvloeiende uit een herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering terzake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid, indien de toeneming kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die, waaruit de ongeschiktheid terzake waarvan op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet een arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend, is voortgekomen. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 a Liquidatiewet ongevallenwetten Indien over een tijdvak, waarover een uitkering wordt genoten als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder, van de Zeeongevallenwet 1919, naderhand een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan deze wet wordt ontleend, kan hetgeen als gevolg van het bepaalde bij of krachtens deover dat tijdvak aan eerstbedoelde uitkering ten onrechte is uitbetaald, geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd dan wel in mindering worden gebracht op de uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkering. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 artikel 78 van de Wet artikel 19 van de Wet hoofdstuk III, § 2, van de Wet Wet Het inbedoelde premiepercentage wordt zodanig vastgesteld, dat uiterlijk in vier jaren, te rekenen van het tijdstip van inwerkingtreding vanaf, mede de verplichtingen, welke voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds als bedoeld in, voortvloeien uit het bepaalde bij of krachtens artikel 52, derde en vierde lid, van de Liquidatiewet invaliditeitswetten, worden gedekt door middel van premieheffing krachtens de. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 19 van de Wet Wet Wet Een overeenkomst met betrekking tot de verzekering van geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid, gesloten door degene, die met ingang van de dag, waaropin werking treedt, ingevolge deof deze wet tot de vrijwillige verzekering wordt toegelaten, vervalt met ingang van de dag, waarop de verzekeraar van de verzekerde mededeling van de toelating ontvangt, voor zover aan de overeenkomst rechten kunnen worden ontleend, gelijkwaardig aan die, welke uit de in degeregelde vrijwillige verzekering voortvloeien. Bereikt deze mededeling de verzekeraar vóór de dag, waarop de betrokkene vrijwillig verzekerd wordt, dan vervalt de overeenkomst met ingang van die dag. 2 Artikel 98a, tweede lid, van de Wet is van toepassing. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Algemene termijnenwet artikelen 11 60 Deis niet van toepassing op de termijnen, gesteld in deen. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering". 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-05-1967
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 Waar in deze wet nummeringen van artikelen van de Liquidatiewet invaliditeitswetten worden aangehaald, worden deze door Onze Minister in overeenstemming gebracht in de nummering van die artikelen, zoals deze is komen te luiden na toepassing van artikel 65 van de Liquidatiewet invaliditeitswetten. 2 Staatsblad De tekst van deze wet, zoals die luidt na toepassing van het vorige lid, wordt in hetgeplaatst. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-07-1967
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 De artikelen van deze wet treden in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1967 102 02-02-1967 8636 1967 213 20-04-1967 01-05-1967