Wet van 30 mei 1968, houdende vaststelling Leerplichtwet 1969
- BWB-id
- BWBR0002628
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002628
- ELI
- /eli/nl/wet/1969/leerplichtwet-1969
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1969/leerplichtwet-1969/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002628&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002628&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002628/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1969/leerplichtwet-1969
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen Deze wet verstaat onder: a. "Onze Minister": Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald; b. "school": 1. een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of dagschool voor voortgezet onderwijs, dan wel een openbare of een uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs; 2. artikel 2.66 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 een ingevolgeaangewezen bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs; 3. artikel 1a1 een andere dagschool die wat de inrichting van het onderwijs betreft, overeenkomt met de criteria, bedoeld in, en wat de bevoegdheden van de leraren betreft, overeenkomt met een of meer van de onder 1 bedoelde scholen; 4. artikel 1a, eerste lid een andere krachtens, voor de toepassing van deze wet als school aangewezen onderwijsinstelling; c. «instelling»: 1. artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs instelling als bedoeld in; 2. artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs beroepsopleiding ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan; d. "hoofd": 1. hij die met de leiding van de school is belast; 2. hij die met de leiding van de instelling is belast; e. artikel 16 "de ambtenaar": de ambtenaar, bedoeld in; f. artikel 7.2.2, eerste lid onder b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 2.5 2.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 "startkwalificatie": een diploma van een opleiding als bedoeld inof een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld inonderscheidenlijk; g. «persoonsgebonden nummer»: artikel 1 van de Wet register onderwijsdeelnemers persoonsgebonden nummer als bedoeld in; h. «register onderwijsdeelnemers»: artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers register onderwijsdeelnemers als bedoeld in. 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2022 117 22-03-2022 11-03-2022 01-08-2022 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 1a — Artikel 1a Aanwijzing scholen#
Artikel 1a Aanwijzing scholen 1 artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 4 Bij ministeriële regeling dan wel bij beschikking van Onze Minister kunnen onderwijsinstellingen dan wel groepen daarvan worden aangewezen als school als bedoeld in. Aan de aanwijzing kunnen voorwaarden worden verbonden. 2 artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister kan de aanwijzing intrekken indien het hoofd of het personeel van de school in strijd handelt met. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 1a1 — Artikel 1a1 artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3 Scholen als bedoeld in#
Artikel 1a1 artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3 Scholen als bedoeld in 1 titel I van de Wet op het primair onderwijs artikelen 1.1 1.4 7.9, eerste lid 3.39 tot en met 3.41 8.28 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3 Onverminderden de,,,,en, moet een school als bedoeld in, a. artikelen 8, eerste tot en met vierde, zevende lid, onderdeel a, achtste en negende lid 9 10, eerste volzin, van de Wet op het primair onderwijs artikel 8, derde lid, van genoemde wet wat de inrichting van het basisonderwijs betreft, voldoen aan de criteria, bedoeld in de,en, en tevens heeft de school een schoolplan dat ten minste een beschrijving bevat van het beleid inzake het onderwijs, bedoeld in; b. artikelen 2.2 2.11 2.87, eerste volzin, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 2.2 van genoemde wet artikel 2.13 van genoemde wet wat de inrichting van het voortgezet onderwijs betreft, voldoen aan de criteria, bedoeld in de,en, en tevens heeft de school een schoolplan dat ten minste een beschrijving bevat van het beleid inzake het onderwijs, bedoeld inen besteedt het onderwijs binnen de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs aantoonbaar aandacht aan de kerndoelen, bedoeld in, en aansluitend aan de kerndoelen als onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren, stelt het onderwijs de leerlingen aantoonbaar in staat om hun onderwijsloopbaan voort te zetten in het vervolgonderwijs op een niveau dat van de leerling verwacht mag worden. 2 artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3 artikel 22, vierde lid artikel 11b, zevende lid, van de Wet op het onderwijstoezicht Het college van burgemeester en wethouders volgt bij zijn oordeel of een onderwijsvoorziening een school is als bedoeld in, een door de inspectie van het onderwijs ter zake gegeven besluit. Indien het een besluit betreft als bedoeld inen het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat een onderwijsvoorziening geen school is als bedoeld in de eerste volzin, zijn het vierde lid en, van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 14 van de Wet op het onderwijstoezicht artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3 Indien Onze Minister naar aanleiding van een melding als bedoeld inbesluit dat een school niet langer voldoet aan de criteria die gelden voor een school als bedoeld in, dan volgt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school is gevestigd dit besluit en oordeelt het dat de school niet langer een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3. 4 artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3 Indien het besluit, bedoeld in het derde lid daartoe aanleiding geeft, stelt het college van burgemeester en wethouders de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen 7 dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in, of verzekert het er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld. 2020 235 08-07-2020 01-07-2020 35102 2020 469 24-11-2020 12-11-2020 01-01-2023 2022 281 06-07-2022 24-06-2022 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2020/469 gesteld op 1 augustus 2022.. 2022 135 04-04-2022 09-02-2022 35671 2022 481 30-11-2022 09-11-2022 01-01-2023 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 1b — Artikel 1b Meerderjarige jongeren#
Artikel 1b Meerderjarige jongeren artikel 2, eerste lid Indien een leerplichtige jongere of een jongere die kwalificatieplichtig is meerderjarig is rusten de verplichtingen en bevoegdheden die in deze wet zijn toebedeeld aan de in, bedoelde personen op de jongere zelf. 2007 203 12-06-2007 24-05-2007 30901 2007 203 12-06-2007 24-05-2007 30901 01-08-2007
Artikel 1c — Artikel 1c Verstrekking gegevens van de jongere#
Artikel 1c Verstrekking gegevens van de jongere Vervallen 2009 108 12-03-2009 05-02-2009 30907 2009 135 24-03-2009 10-03-2009 25-03-2009
Artikel 1d — Artikel 1d Maatregelen#
Artikel 1d Maatregelen 1 Indien de kwaliteit van het niet uit 's Rijks kas bekostigde onderwijs ernstig of langdurig tekortschiet, kan Onze Minister op verzoek van het hoofd van een school of instelling of uit eigen beweging in overeenstemming met het hoofd maatregelen treffen. 2 Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het hoofd van een school of instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de school of instelling ter beschikking worden gesteld. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Verantwoordelijke personen#
Artikel 2 Verantwoordelijke personen 1 Degene die het gezag over een jongere uitoefent, en degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast, zijn verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet te zorgen, dat de jongere als leerling van een school staat ingeschreven en deze school na inschrijving geregeld bezoekt. Bij de inschrijving wordt een van overheidswege verstrekt document overgelegd waarop de gegevens van de jongere betreffende zijn geslachtsnaam, voorletters, geboortedatum, geslacht en burgerservicenummer zijn vermeld. Bij gebrek aan een burgerservicenummer wordt zo mogelijk het onderwijsnummer van de jongere overgelegd. Indien de in de eerste volzin bedoelde personen bij de inschrijving aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere kunnen overleggen, leggen zij het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere over aan de school zodra zij daarvan kennis hebben verkregen. 2 De in het eerste lid bedoelde verplichtingen gelden niet voor zover de daarin bedoelde personen kunnen aantonen dat zij daarvoor niet verantwoordelijk kunnen worden geacht. 3 De jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, is verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet de school waaraan hij als leerling staat ingeschreven, geregeld te bezoeken, onverminderd het bepaalde in het eerste lid. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Begin en einde van de verplichting tot inschrijving#
Artikel 3 Begin en einde van de verplichting tot inschrijving 1 De verplichting om te zorgen, dat een jongere als leerling van een school staat ingeschreven, begint op de eerste schooldag van de maand volgende op die waarin de jongere de leeftijd van vijf jaar bereikt, en eindigt: a. aan het einde van het schooljaar na afloop waarvan de jongere ten minste twaalf volledige schooljaren een of meer scholen heeft bezocht; b. aan het einde van het schooljaar waarin de jongere de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt. 2 Een jongere die een basisschool in minder dan acht schooljaren heeft doorlopen, wordt voor de toepassing van het eerste lid onder a geacht reeds acht schooljaren een school te hebben bezocht. 2007 298 30-08-2007 21-07-2007 30652 2007 299 30-08-2007 21-07-2007 31-08-2007
Artikel 3a — Artikel 3a Vervangende leerplicht#
Artikel 3a Vervangende leerplicht 1 artikel 2, eerste lid artikelen 2.13 tot en met 2.15 2.18 2.31, vierde lid 2.38, zesde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Indien het betreft een jongere die tenminste de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt en waarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders is komen vast te staan, dat hij niet geschikt is volledig dagonderwijs aan een school te volgen, kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, op aanvraag van de in, bedoelde personen, in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school, toestaan dat gedurende een bepaald schooljaar, voor zover nodig, in afwijking van het bepaalde in de,,, ende jongere aan de school een programma volgt, dat naast algemeen vormend onderwijs en op het beroep gericht onderwijs tevens praktijktijd bevat, bestaande uit arbeid van lichte aard, te verrichten naast en in samenhang met het onderwijs. 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van: a. een plan van aanpak dat voorziet in een begeleidingsprogramma ten behoeve van de jongere dat is opgesteld door de school en dat tenminste bevat een beschrijving van de onderwijsdoelen en van de praktijktijd; en b. gegevens van de jongere betreffende: 1°. het persoonsgebonden nummer; 2°. de naam, de geboortedatum, het geslacht, het adres en de woonplaats, de postcode van de woonplaats; en 3°. of eerder vervangende leerplicht is toegestaan. 3 Alvorens het college van burgemeester en wethouders besluit op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, hoort het college van burgemeester en wethouders in elk geval: a. degene die de aanvraag heeft ingediend en de jongere zelf, en b. het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven. 4 Het college van burgemeester en wethouders besluit binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag. 5 artikel 2, eerste lid artikelen 2.12 tot en met 2.14 2.18 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 Indien de jongere nog steeds niet geschikt is volledig dagonderwijs als bedoeld in het eerste lid aan een school te volgen, kunnen de in, bedoelde personen het college van burgemeester en wethouders ten minste acht weken voor het verstrijken van de periode waarvoor toestemming is verleend, aanvragen om de toestemming voor het daaropvolgend schooljaar te verlengen. De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring van het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven, waarin een overzicht is gegeven van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het programma en waaruit blijkt dat een terugkeer van de jongere naar het onderwijs, bedoeld in deen, te ontraden is, alsmede dat voortzetting van het programma bijdraagt aan de ontwikkeling van de jongere. Het tweede en derde lid zijn van toepassing. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 3b — Artikel 3b Vervangende leerplicht laatste schooljaar#
Artikel 3b Vervangende leerplicht laatste schooljaar 1 artikel 2, eerste lid artikel 3, eerste lid, onder a of b paragraaf 2a Op aanvraag van de in, bedoelde personen kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, toestaan dat de inschrijving van de jongere aan een school voor het laatste schooljaar, bedoeld in, wordt vervangen door de inschrijving als mbo-student of vavo-student van een instelling als bedoeld in. 2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van gegevens van de jongere betreffende: a. het persoonsgebonden nummer; b. de naam, de geboortedatum, het geslacht, het adres en de woonplaats, de postcode van de woonplaats; en c. of eerder vervangende leerplicht is toegestaan. 3 paragraaf 2a artikel 3a, eerste lid artikel 3a, eerste lid artikelen 2.12 tot en met 2.14 2.18 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van plan van aanpak dat voorziet in een begeleidingsprogramma ten behoeve van de jongere dat is opgesteld door de instelling waar de jongere ingeschreven wenst te worden. Het begeleidingsprogramma bevat ten minste een beschrijving van de onderwijs- en vormingsdoelen, waaronder algemeen vormend onderwijs en op het beroep gericht onderwijs, alsmede de wijze waarop arbeid van lichte aard zal worden verricht, naast het volgen van onderwijs aan een instelling als bedoeld indoch niet in samenhang met het onderwijs. Indien het betreft een jongere, die ten tijde van de indiening van de aanvraag een programma als bedoeld in, volgt, gaat de aanvraag tevens vergezeld van een verklaring van het hoofd van de school waar de jongere staat ingeschreven, waarin een overzicht is gegeven van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het programma en waaruit blijkt dat een terugkeer van de jongere naar het onderwijs, bedoeld in deen, dan wel een voortgezette toepassing van, te ontraden is. 4 Alvorens het college van burgemeester en wethouders besluit op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, hoort het college van burgemeester en wethouders in elk geval: a. degene die de aanvraag heeft ingediend en de jongere zelf; b. het hoofd van de school waar de jongere het laatst stond ingeschreven en het hoofd van de instelling waar de jongere ingeschreven wenst te worden, en c. de instellingen van maatschappelijke zorg die reeds bij de begeleiding van de jongere betrokken zijn. 5 Het college van burgemeester en wethouders besluit binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 3c — Artikel 3c Kennisgeving vervangende leerplicht#
Artikel 3c Kennisgeving vervangende leerplicht Vervallen 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 4 — Artikel 4 Begin en einde van de verplichting tot geregeld schoolbezoek#
Artikel 4 Begin en einde van de verplichting tot geregeld schoolbezoek 1 De verplichting om te zorgen, dat een jongere de school waar hij als leerling staat ingeschreven, geregeld bezoekt, begint op de dag waarop hij na inschrijving op die school kan plaats nemen, en eindigt tegelijk met de verplichting om te zorgen, dat hij als leerling van een school staat ingeschreven. 2 Het schoolbezoek vindt geregeld plaats, zolang geen les of praktijktijd wordt verzuimd. 2007 298 30-08-2007 21-07-2007 30652 2007 299 30-08-2007 21-07-2007 31-08-2007
Artikel 4a — Artikel 4a Inschrijving#
Artikel 4a Inschrijving 1 artikel 2, eerste lid artikel 2.107b, tweede lid 2.107l, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 2.100, eerste lid 2.109, derde lid, van die wet De in, bedoelde personen zijn verplicht te zorgen dat de jongere overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf staat ingeschreven als leerling, vavo-student of mbo-student bij een school of instelling die volledig dagonderwijs, een bij de wet geregelde combinatie van leren en werken een onderwijsprogramma als bedoeld in, ofdan wel een onderwijsprogramma dat is vormgegeven volgens een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in, ofverzorgt en dat hij deze school of instelling na inschrijving geregeld bezoekt, als: a. paragraaf 2 ten aanzien van de jongere de leerplicht, bedoeld invan deze wet is geëindigd, en b. de jongere geen startkwalificatie heeft behaald. 2 artikel 2.58, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 2.59, tweede lid, van die wet artikel 14, eerste lid, onderdeel b dan wel onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van jongeren die in het bezit zijn van een schooldiploma praktijkonderwijs, als bedoeld in, of een verklaring als bedoeld inen jongeren die voortgezet speciaal onderwijs in het uitstroomprofiel, bedoeld inhebben gevolgd. 3 Artikel 2, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid. 4 artikel 2, eerste lid Als de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, plaats vindt aan een andere school of instelling dan daarvoor door de jongere werd bezocht, wordt bij de inschrijving een van overheidswege verstrekt document overgelegd waarop de gegevens van de jongere betreffende zijn geslachtsnaam, voorletters, geboortedatum, geslacht en burgerservicenummer zijn vermeld. Bij gebrek aan een burgerservicenummer wordt zo mogelijk het onderwijsnummer van de jongere overgelegd. Als de in, bedoelde personen bij de inschrijving aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere kunnen overleggen, leggen zij het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere over aan de school zodra zij daarvan kennis hebben verkregen. 5 artikel XIa, vijfde lid, van de wet van 6 december 2001, Stb. 681, tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs artikel 2, eerste lid Tot het tijdstip, bedoeld in, kan, in afwijking van de eerste volzin van het vierde lid, inschrijving van een jongere als mbo-student of vavo-student aan een instelling plaatsvinden zonder overlegging van het onderwijsnummer en, indien de in, bedoelde personen aannemelijk maken dat zij geen burgerservicenummer van de jongere kunnen overleggen, eveneens zonder overlegging van het burgerservicenummer. Tot dat tijdstip is de tweede volzin van het vierde lid uitsluitend van toepassing met betrekking tot het burgerservicenummer. 6 artikel IV van de wet van 6 december 2001, Stb. 681, tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van persoonsgebonden nummers in het onderwijs Het vierde en vijfde lid zijn van toepassing met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 4b — Artikel 4b Begin en einde verplichting tot inschrijving#
Artikel 4b Begin en einde verplichting tot inschrijving artikel 4a, eerste lid paragraaf 2 De verplichting, bedoeld in, vangt aan direct na het einde van de leerplicht, bedoeld invan deze wet, en eindigt zodra de jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt of een startkwalificatie heeft behaald. 2007 203 12-06-2007 24-05-2007 30901 2007 203 12-06-2007 24-05-2007 30901 01-08-2007 Artikel V van Stb. 2007/203 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4c — Artikel 4c De invulling van de verplichting tot geregeld schoolbezoek#
Artikel 4c De invulling van de verplichting tot geregeld schoolbezoek 1 artikel 4a, eerste lid artikel 2.107b, tweede lid 2.107l, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 artikel 2.100, eerste lid 2.109, derde lid, van die wet De jongere die als leerling, vavo-student of mbo-student van een school of instelling staat ingeschreven op grond van, is verplicht het volledige onderwijsprogramma, het volledige programma van de combinatie leren en werken, het onderwijsprogramma, bedoeld in, ofrespectievelijk het onderwijsprogramma dat is vormgegeven volgens een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in, of, te volgen dat door die school of instelling wordt aangeboden. 2 artikel 4a, eerste lid artikel 11 De jongere voldoet aan de verplichting, bedoeld in, om de school of instelling na inschrijving geregeld te bezoeken, zolang hij geen les of praktijktijd verzuimt anders dan op een van de gronden, bedoeld in. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 5 — Artikel 5 Gronden voor vrijstelling van inschrijving#
Artikel 5 Gronden voor vrijstelling van inschrijving artikel 2, eerste lid De in, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting om te zorgen, dat een jongere als leerling van een school onderscheidenlijk als vavo-student of mbo-student van een instelling staat ingeschreven, zolang a. de jongere op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt is om tot een school onderscheidenlijk een instelling te worden toegelaten; b. zij tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning - of, indien zij geen vaste verblijfplaats hebben, op alle binnen Nederland - gelegen scholen onderscheidenlijk instellingen waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden, overwegende bedenkingen hebben; c. de jongere als leerling van een inrichting van onderwijs buiten Nederland staat ingeschreven en deze inrichting geregeld bezoekt. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 5a — Artikel 5a Trekkend bestaan#
Artikel 5a Trekkend bestaan artikel 2, eerste lid De in, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting om te zorgen, dat een jongere als leerling van een school staat ingeschreven, zolang zij een bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven trekkend bestaan leiden waarbij de jongere hen vergezelt. De algemene maatregel van bestuur kan bijzondere regelen bevatten betreffende de vrijstelling in verband met: a. de leeftijd van de jongere waarop de verplichting ingaat om te zorgen dat een jongere als leerling van een school staat ingeschreven; b. de omstandigheden waarin de personen bedoeld in de eerste volzin, verkeren die van invloed zijn op de bereikbaarheid van een passende school voor de jongere. 2007 298 30-08-2007 21-07-2007 30652 2007 299 30-08-2007 21-07-2007 31-08-2007
Artikel 6 — Artikel 6 Kennisgeving vrijstelling leerplicht#
Artikel 6 Kennisgeving vrijstelling leerplicht 1 artikel 2, eerste lid De in, bedoelde personen kunnen zich slechts beroepen op vrijstelling, indien zij aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, hebben kennis gegeven van: a. de gegevens van de jongere betreffende: 1°. het persoonsgebonden nummer; 2°. de naam, de geboortedatum, het geslacht, het adres en de woonplaats, de postcode van de woonplaats; en 3°. of eerder een beroep op vrijstelling van de leerplicht is gedaan. b. op welke grond zij een beroep op vrijstelling menen te mogen maken. 2 Deze kennisgeving moet worden ingediend: a. ten minste een maand voordat de jongere leerplichtig wordt, indien zij betrekking heeft op de aanvang van de leerplicht, en b. zolang nadien aanspraak op vrijstelling wordt gemaakt, elk jaar opnieuw voor 1 juli. 3 artikel 7 Het tweede lid onder b is niet van toepassing, indien uit de inbedoelde verklaring blijkt, dat de jongere nooit geschikt zal zijn een school onderscheidenlijk een instelling te bezoeken. 2021 409 31-08-2021 14-07-2021 35725 2021 443 29-09-2021 20-09-2021 01-10-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Lichamelijke of psychische ongeschiktheid#
Artikel 7 Lichamelijke of psychische ongeschiktheid artikel 5 onder a Een beroep op vrijstelling op grond vankan slechts worden gedaan, indien bij de kennisgeving een verklaring van een door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene met een adres in de basisregistratie personen is ingeschreven, aangewezen arts - niet zijnde de behandelende arts - of van een door dat college van burgemeester en wethouders aangewezen academisch gevormde of daarmede bij ministeriële regeling gelijkgestelde pedagoog of psycholoog is overgelegd, waaruit blijkt, dat deze de jongere niet geschikt achten om tot een school onderscheidenlijk een instelling te worden toegelaten. Deze verklaring mag niet ouder zijn dan drie maanden. 2021 409 31-08-2021 14-07-2021 35725 2021 443 29-09-2021 20-09-2021 01-10-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Bedenkingen tegen richting van school#
Artikel 8 Bedenkingen tegen richting van school 1 artikel 5 onder b Een beroep op vrijstelling op grond vankan slechts worden gedaan, indien de kennisgeving de verklaring bevat, dat tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning - of, bij het ontbreken van een vaste verblijfplaats, op alle binnen Nederland - gelegen scholen onderscheidenlijk instellingen waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden, overwegende bedenkingen bestaan. 2 Deze verklaring is niet geldig, indien de jongere in het jaar, voorafgaande aan de dagtekening van de kennisgeving, geplaatst is geweest op een school onderscheidenlijk een instelling van de richting waartegen bedenkingen worden geuit. 2001 207 10-05-2001 11-04-2001 27265 2001 208 10-05-2001 20-04-2001 11-05-2001
Artikel 9 — Artikel 9 Bezoeken van school in buitenland#
Artikel 9 Bezoeken van school in buitenland artikel 5 onder c Een beroep op vrijstelling op grond vankan slechts worden gedaan, indien bij de kennisgeving een verklaring is overgelegd van het hoofd van de inrichting van onderwijs waaruit blijkt, dat de jongere als leerling van deze inrichting staat ingeschreven en haar geregeld bezoekt. 2007 298 30-08-2007 21-07-2007 30652 2007 299 30-08-2007 21-07-2007 31-08-2007
Artikel 10 — Artikel 10 Uitschrijving#
Artikel 10 Uitschrijving artikel 2, eerste lid artikel 3, eerste lid artikel 4b Op aanvraag van de in, bedoelde personen wordt een jongere binnen de in, enomschreven tijdvakken door het hoofd slechts van de lijst der leerlingen, vavo-studenten of mbo-studenten uitgeschreven: a. wegens inschrijving van de jongere op een andere school of instelling; b. artikel 5 artikelen 6 tot en met 9 wegens vrijstelling op een der gronden, genoemd in, nadat aan het hoofd gebleken is, dat aan deis voldaan; c. artikel 5a artikel 15 wegens de vrijstelling, bedoeld inof. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 11 — Artikel 11 Gronden voor vrijstelling van geregeld schoolbezoek#
Artikel 11 Gronden voor vrijstelling van geregeld schoolbezoek artikel 2, eerste lid De in, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de jongere die kwalificatieplichtig is, zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien a. de school onderscheidenlijk de instelling is gesloten of het onderwijs is geschorst; b. bij of op grond van algemeen verbindende voorschriften het bezoeken van de school onderscheidenlijk de instelling is verboden; c. de jongere bij wijze van tuchtmaatregel tijdelijk de toegang tot de school onderscheidenlijk de instelling is ontzegd; d. de jongere wegens ziekte verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken; e. de jongere wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken; f. artikel 2, eerste lid de jongere vanwege de specifieke aard van het beroep van één van de in, bedoelde personen slechts buiten de schoolvakanties met hen op vakantie kan gaan; g. de jongere door andere gewichtige omstandigheden verhinderd is de school onderscheidenlijk de instelling te bezoeken. 2007 298 30-08-2007 21-07-2007 30652 2007 299 30-08-2007 21-07-2007 31-08-2007
Artikel 11a — Artikel 11a Leeftijd leerling#
Artikel 11a Leeftijd leerling 1 artikel 2, eerste lid De in, bedoelde personen zijn met betrekking tot de jongere die nog niet de leeftijd van zes jaar heeft bereikt, voor ten hoogste 5 uren per week vrijgesteld van de verplichting om te zorgen dat deze de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt. Van een beroep op deze vrijstelling wordt mededeling gedaan aan het hoofd. 2 artikel 2, eerste lid Naast de vrijstelling bedoeld in het eerste lid, kan het hoofd op aanvraag van de in, bedoelde personen ten behoeve van de jongere bedoeld in het eerste lid, tot ten hoogste 5 uren per week vrijstelling verlenen van de verplichting om te zorgen dat deze de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt. 2017 80 09-03-2017 22-02-2017 34607 2017 166 20-04-2017 29-03-2017 01-07-2017
Artikel 12 — Artikel 12 Ziekte#
Artikel 12 Ziekte Een beroep op vrijstelling wegens ziekte van de jongere kan slechts worden gedaan, indien daarvan binnen twee dagen na het ontstaan van de verhindering aan het hoofd kennis is gegeven, zo mogelijk met opgave van de aard van de ziekte. 2020 234 08-07-2020 01-07-2020 35252 2020 276 22-07-2020 08-07-2020 01-08-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging#
Artikel 13 Plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging Een beroep op vrijstelling wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging kan slechts worden gedaan indien daarvan uiterlijk twee dagen vóór de verhindering aan het hoofd kennis is gegeven. 1994 255 10-03-1994 22900 1994 469 15-06-1994 01-08-1994
Artikel 13a — Artikel 13a Vakantie#
Artikel 13a Vakantie 1 artikel 11, onder f artikel 2, eerste lid Een beroep op vrijstelling wegens vakantie van de jongere, bedoeld in, kan slechts worden gedaan indien het hoofd op aanvraag van de in, bedoelde personen verlof heeft verleend dat de jongere voor de duur van het verlof de school onderscheidenlijk de instelling niet bezoekt. 2 artikel 4c Verlof als bedoeld in het eerste lid kan door het hoofd slechts eenmaal voor ten hoogste tien dagen per schooljaar worden verleend en kan geen betrekking hebben op de eerste twee lesweken van het schooljaar. Het verlof, bedoeld in de eerste volzin, kan aan de jongere die kwalificatieplichtig is slechts worden verleend tot een evenredig deel van het aantal dagen dat hij op grond vanverplicht is onderwijs te volgen. 2017 80 09-03-2017 22-02-2017 34607 2017 166 20-04-2017 29-03-2017 01-07-2017
Artikel 13b — Artikel 13b Kennisgeving bij beroep op vrijstelling#
Artikel 13b Kennisgeving bij beroep op vrijstelling artikel 2, eerste lid Een beroep op vrijstelling wegens ziekte van de jongere, wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging wordt gedaan door middel van kennisgeving aan het hoofd door de in, bedoelde personen, tenzij de leerplichtige jongere of de jongere die kwalificatieplichtig is niet meer woonachtig is bij deze personen, in welk geval de kennisgeving wordt gedaan door de jongere zelf. 2007 203 12-06-2007 24-05-2007 30901 2007 203 12-06-2007 24-05-2007 30901 01-08-2007
Artikel 14 — Artikel 14 Andere gewichtige omstandigheden#
Artikel 14 Andere gewichtige omstandigheden 1 artikel 11 onder g artikel 2, eerste lid Een beroep op vrijstelling wegens andere gewichtige omstandigheden bedoeld inkan slechts worden gedaan, indien het hoofd op aanvraag van de in, bedoelde personen verlof heeft verleend, dat de jongere de school onderscheidenlijk de instelling tijdelijk niet bezoekt. 2 Indien geen verlof is gevraagd, kan het hoofd alsnog verlof verlenen, indien hem binnen twee dagen na het ontstaan van de verhindering de redenen daarvan worden medegedeeld. 3 artikel 4c Het hoofd kan ten aanzien van dezelfde jongere wegens de in het eerste lid bedoelde omstandigheden voor ten hoogste tien dagen per schooljaar verlof als bedoeld in dat lid verlenen. Indien het verlof ten aanzien van dezelfde jongere wordt gevraagd voor meer dan tien dagen per schooljaar, besluit de ambtenaar van de woongemeente van de jongere, het hoofd gehoord. Het verlof, bedoeld in de eerste volzin, kan aan de jongere die kwalificatieplichtig is slechts worden verleend tot een evenredig deel van het aantal dagen dat hij op grond vanverplicht is onderwijs te volgen. 2017 80 09-03-2017 22-02-2017 34607 2017 166 20-04-2017 29-03-2017 01-07-2017
Artikel 15 — Artikel 15 Vrijstelling wegens het volgen van ander onderwijs#
Artikel 15 Vrijstelling wegens het volgen van ander onderwijs 1 artikel 5 artikel 4a In andere gevallen dan genoemd inkan het college van burgemeester en wethouders op grond van bijzondere omstandigheden vrijstelling verlenen van de inopgelegde verplichtingen, indien wordt aangetoond, dat de jongere op andere wijze voldoende onderwijs geniet. 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, kan alleen worden verleend indien de volgende gegevens van de jongere worden overlegd: a. de naam, de geboortedatum, het geslacht, het adres en de woonplaats, de postcode van de woonplaats; b. begin- en einddatum van de vrijstelling van de leerplicht; en c. of eerder een beroep is gedaan op vrijstelling van de leerplicht. 2021 409 31-08-2021 14-07-2021 35725 2021 443 29-09-2021 20-09-2021 01-10-2021
Artikel 15a — Artikel 15a Melding indien vrijgesteld in combinatie met ingeschreven zijn#
Artikel 15a Melding indien vrijgesteld in combinatie met ingeschreven zijn artikel 5 5a 15 Indien Onze Minister uit het register onderwijsdeelnemers is gebleken dat een jongere die op grond van,ofis vrijgesteld van de leerplicht, staat ingeschreven bij een school of instelling, meldt Onze Minister aan het hoofd van de betreffende school of instelling dat de jongere is vrijgesteld. 2019 119 20-03-2019 20-02-2019 34878 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 16 — Artikel 16 Leerplichtambtenaren#
Artikel 16 Leerplichtambtenaren 1 Het toezicht op de naleving van deze wet anders dan door de hoofden is opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders wijst daartoe een of meer ambtenaren aan. 2 Alvorens hun ambt te aanvaarden, leggen deze ambtenaren in handen van de burgemeester de eed of de belofte af, waarvan het formulier bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. 3 Deze ambtenaren zijn bevoegd hun taak uit te oefenen ten aanzien van leerlingen, vavo-studenten of mbo-studenten die in Nederland woon- of verblijfplaats hebben. 4 Het college van burgemeester en wethouders stelt een instructie vast voor deze ambtenaren, die ten minste bevat: a. artikelen 14, derde lid 22 23 de wijze waarop de ambtenaren aan de in de,enbedoelde taken uitvoering geven; b. de wijze waarop de gevallen van schoolverzuim die ter kennis van de gemeente worden gebracht, worden behandeld; c. de wijze waarop de ambtenaren bij de uitvoering van hun taken overleg plegen en samenwerken met hun ambtgenoten van de omliggende gemeenten; d. de aanwijzing van de diensten en instellingen waarmee de ambtenaren bij de uitvoering van hun taken dienen samen te werken; e. een meldcode waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe de ambtenaren bij de uitvoering van hun taken omgaan met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. 5 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, zijn belast met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten, onverminderd. 6 artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Onder huiselijk geweld wordt verstaan: huiselijk geweld als bedoeld in. 7 artikel 1.1 van de Jeugdwet Onder kindermishandeling wordt verstaan: kindermishandeling als bedoeld in. 8 Het college van burgemeester en wethouders bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode onder deze ambtenaren. 9 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat. 2021 409 31-08-2021 14-07-2021 35725 2021 443 29-09-2021 20-09-2021 01-10-2021
Artikel 16a — Artikel 16a Inspectie van het onderwijs#
Artikel 16a Inspectie van het onderwijs 1 Het toezicht op de naleving van deze wet door de hoofden is opgedragen aan de Inspectie van het onderwijs. 2 artikel 16 Ten behoeve van het in het eerste lid bedoelde toezicht kan de Inspectie van het onderwijs ambtenaren als bedoeld inaanwijzen indien burgemeester en wethouders hierom verzoeken. 3 Aan de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, ligt een samenwerkingsovereenkomst tussen de Inspectie van het onderwijs en burgemeester en wethouders ten grondslag, waarvan het model bij ministeriële regeling wordt vastgesteld en waarin in ieder geval de werkzaamheden zijn opgenomen die door deze ambtenaren worden verricht. 4 artikel 16 Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, treffen het college van burgemeester en wethouders maatregelen om te voorkomen dat de aangewezen ambtenaren taken verrichten ten behoeve van het toezicht, bedoeld in, met betrekking tot de scholen of instellingen waarop hij als aangewezen ambtenaar toezicht houdt. De instructie, bedoeld in artikel 16, vierde lid, is niet van toepassing voor zover het de werkzaamheden van de aangewezen ambtenaren betreft. 5 artikel 27 De ambtenaren, bedoeld in het tweede lid, zijn niet bevoegd om namens de minister een bestuurlijke boete op te leggen als bedoeld in. 2021 409 31-08-2021 14-07-2021 35725 2021 443 29-09-2021 20-09-2021 01-10-2021
Artikel 17 — Artikel 17 Gemeenschappelijke regeling betreffende toezicht#
Artikel 17 Gemeenschappelijke regeling betreffende toezicht Gemeenschappelijke regelingen betreffende het toezicht op de naleving van deze wet, alsmede wijziging of intrekking daarvan, worden mede ter kennis gebracht van Onze Minister en van de hoofden in de gemeenten die bij de regeling zijn aangesloten. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 18 — Artikel 18 Kennisgeving in- en uitschrijvingen#
Artikel 18 Kennisgeving in- en uitschrijvingen 1 De hoofden melden een beslissing tot verwijdering van een leerling, vavo-student of mbo-student terstond aan burgemeester en wethouders. 2 artikel 4c, eerste lid Indien de jongere geen volledig onderwijsprogramma volgt, geeft het hoofd van een instelling aan het college van burgemeester en wethouders bericht van het programma van de combinatie leren en werken, bedoeld in, dat door de jongere wordt gevolgd. 3 De hoofden geven aan het college van burgemeester en wethouders en aan de ambtenaar alle inlichtingen die deze in verband met de uitvoering van deze wet verlangen. 4 In de mededeling, bedoeld in het eerste en het tweede lid, vermeldt het hoofd zo mogelijk mede het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere. 5 artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen Indien het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de leerling, vavo-student of mbo-student woon- of verblijfplaats heeft zijn bevoegdheden op grond van deze wet heeft ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in, vindt de informatieverstrekking door de hoofden, bedoeld in dit artikel, plaats aan het orgaan dat daartoe volgens die gemeenschappelijke regeling is aangewezen. 2022 177 13-05-2022 20-04-2022 35963 2022 285 07-07-2022 30-06-2022 01-08-2023
Artikel 18a — Artikel 18a Overgangsbepaling kennisgeving in- en uitschrijving primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs#
Artikel 18a Overgangsbepaling kennisgeving in- en uitschrijving primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Vervallen 2022 177 13-05-2022 20-04-2022 35963 2022 285 07-07-2022 30-06-2022 08-07-2022
Artikel 19 — Artikel 19 Controle absoluut schoolverzuim door het college van burgemeester en wethouders#
Artikel 19 Controle absoluut schoolverzuim door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders controleert, of de jongeren die als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven en nog leerplichtig of kwalificatieplichtig zijn, overeenkomstig de bepalingen van deze wet als leerling, vavo-student of mbo-student staan ingeschreven. 2021 409 31-08-2021 14-07-2021 35725 2021 443 29-09-2021 20-09-2021 01-10-2021
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1994 565 07-07-1994 21147 1994 707 29-09-1994 22-09-1994 01-10-1994
Artikel 21 — Artikel 21 Decentrale kennisgeving relatief verzuim#
Artikel 21 Decentrale kennisgeving relatief verzuim Vervallen 2022 177 13-05-2022 20-04-2022 35963 2022 285 07-07-2022 30-06-2022 01-01-2024
Artikel 21a — Artikel 21a Centrale kennisgeving relatief verzuim#
Artikel 21a Centrale kennisgeving relatief verzuim 1 artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers Indien een ingeschreven leerling van een school zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren les- of praktijktijd bedraagt ontstaat voor het hoofd van de school de leveringsverplichting, bedoeld in. 2 artikel 1, onderdeel c artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers Indien een ingeschreven mbo-student of vavo-student van een instelling als bedoeld in, zonder geldige reden gedurende een periode van vier opeenvolgende lesweken in totaal zestien uren van de lestijd heeft verzuimd ontstaat voor het hoofd van de instelling de leveringsverplichting, bedoeld in. 2022 177 13-05-2022 20-04-2022 35963 2022 285 07-07-2022 30-06-2022 01-01-2024
Artikel 21b — Artikel 21b Overgangsbepaling kennisgeving relatief verzuim primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs#
Artikel 21b Overgangsbepaling kennisgeving relatief verzuim primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Vervallen 2022 177 13-05-2022 20-04-2022 35963 2022 285 07-07-2022 30-06-2022 01-01-2024
Artikel 22 — Artikel 22 Onderzoek door leerplichtambtenaar#
Artikel 22 Onderzoek door leerplichtambtenaar 1 artikel 21a, vierde lid artikel 2, eerste lid Indien blijkt, dat een leerplichtige of kwalificatieplichtige jongere niet als leerling, vavo-student of mbo-student staat ingeschreven, zonder dat een grond voor vrijstelling aanwezig is, of indien bericht van een kennisgeving is ontvangen als bedoeld in, stelt de ambtenaar vanwege het college van burgemeester en wethouders een onderzoek in. Hij hoort de in, bedoelde personen en tracht hen ertoe te bewegen hun verplichtingen na te komen. 2 artikel 2, eerste lid artikel 5 5a 15 artikel 11 Blijkt aan de ambtenaar dat de in, bedoelde personen weigeren de jongere als leerling van een school onderscheidenlijk als mbo-student of vavo-student bij een instelling te laten inschrijven, zonder dat zij op grond van,ofvan deze verplichting zijn vrijgesteld, of dat zij niet zorgen, dat de leerplichtige jongere de school of de jongere die kwalificatieplichtig is de school of instelling geregeld bezoekt, zonder dat zij op grond vanvan deze verplichting zijn vrijgesteld, dan zendt hij proces-verbaal van zijn bevindingen aan de officier van justitie. 3 artikel 11 Blijkt aan de ambtenaar, dat de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt of de jongere die kwalificatieplichtig is het onderwijs aan de school of aan de instelling niet geregeld volgt zonder dat de jongere op grond vanvan deze verplichting is vrijgesteld, dan hoort hij de jongere en tracht hem ertoe te bewegen zijn verplichtingen na te komen. Indien blijkt dat de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, of de jongere die kwalificatieplichtig is, weigert deze verplichtingen na te komen, zendt de ambtenaar proces-verbaal van zijn bevindingen aan de officier van justitie. 4 artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3 artikel 2, eerste lid artikel 5 5a 15 artikel 2, eerste lid artikel 5 5a 15 Indien een onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in, onderzoekt de ambtenaar binnen vier weken nadat de ouders hiervan op de hoogte zijn gesteld, of de in, bedoelde personen de jongere bij een school hebben ingeschreven dan wel of een grond voor vrijstelling aanwezig is. Indien geen sprake is van een inschrijving bij een school dan wel een vrijstelling als bedoeld in,of, wijst hij onverwijld de in, bedoelde personen op de verplichting, bedoeld in dat artikel. Indien de jongere niet binnen vier weken nadat de ambtenaar de in de vorige volzin bedoelde personen op hun verplichting heeft gewezen op een school staat ingeschreven en geen sprake is van een vrijstelling als bedoeld in,of, zendt de ambtenaar proces-verbaal van zijn bevindingen aan de officier van justitie. 5 artikel 2, eerste lid artikel 2, eerste lid artikel 4a Indien de in, bedoelde personen reeds eerder zijn veroordeeld wegens het niet nakomen van de verplichtingen, opgelegd in, of, zendt de ambtenaar een afschrift van het proces-verbaal aan de raad voor de kinderbescherming. 2022 177 13-05-2022 20-04-2022 35963 2022 285 07-07-2022 30-06-2022 01-01-2024
Artikel 23 — Artikel 23 Overtreding arbeidsverbod#
Artikel 23 Overtreding arbeidsverbod Indien aan het hoofd of aan de ambtenaar blijkt, dat een jongere in strijd met de terzake geldende voorschriften arbeid verricht, geven zij hiervan terstond kennis aan een daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar. 1995 598 19-12-1995 23-11-1995 23646 1995 600 19-12-1995 04-12-1995 01-01-1996
Artikel 24 — Artikel 24 Bevoegdheden politie#
Artikel 24 Bevoegdheden politie Afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht Ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zijn bevoegd een jongere die zij onder schooltijd op een voor het publiek toegankelijke plaats aantreffen, te brengen naar het hoofd van de school waarop de jongere als leerling staat ingeschreven.is niet van toepassing. 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 2012 317 16-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 25 — Artikel 25 Jaarverslag gemeente en verstrekking statistische gegevens#
Artikel 25 Jaarverslag gemeente en verstrekking statistische gegevens 1 Het college van burgemeester en wethouders brengt jaarlijks vóór 1 oktober verslag uit aan de raad over het in het laatst afgesloten school- of cursusjaar in de gemeente gevoerde beleid inzake de handhaving van de leerplicht en de kwalificatieplicht en de resultaten daarvan. 2 Het college van burgemeester en wethouders doet jaarlijks een opgave aan Onze Minister van de omvang en behandeling van het aan het college van burgemeester en wethouders gemelde schoolverzuim in zijn gemeente. 2021 409 31-08-2021 14-07-2021 35725 2021 443 29-09-2021 20-09-2021 01-10-2021
Artikel 26 — Artikel 26 Strafbedreiging verantwoordelijke personen#
Artikel 26 Strafbedreiging verantwoordelijke personen 1 artikel 2, eerste lid artikel 2, eerste lid artikel 4a De in, bedoelde personen die de in, ofopgelegde verplichtingen niet nakomen, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. 2 artikel 77h, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafrecht De leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt of de jongere die kwalificatieplichtig is, die de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomt, wordt gestraft met een hoofdstraf als genoemd in, met dien verstande dat de geldboete een geldboete van de tweede categorie is. 2007 203 12-06-2007 24-05-2007 30901 2007 203 12-06-2007 24-05-2007 30901 01-08-2007
Artikel 27 — Artikel 27 Bestuurlijke boete hoofd#
Artikel 27 Bestuurlijke boete hoofd Onze Minister kan een bestuurlijke boete van ten hoogste 1 000 euro per overtreding, met een maximum van 100 000 euro per schooljaar, opleggen aan het hoofd dat: a. artikel 13a, tweede lid artikel 14, derde lid, eerste volzin in strijd handelt met, of, b. artikel 18 artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers niet voldoet aan een der verplichtingen, opgelegd invan deze wet enof c. bij de uitvoering van deze wet onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekt. 2022 177 13-05-2022 20-04-2022 35963 2022 285 07-07-2022 30-06-2022 01-01-2024
Artikel 28 — Artikel 28 Overtreding#
Artikel 28 Overtreding De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen. 1994 255 10-03-1994 22900 1994 469 15-06-1994 01-08-1994
Artikel 29 — Artikel 29 Nadere voorschriften#
Artikel 29 Nadere voorschriften 1 artikelen 6 18 25, tweede en derde lid artikel 25, tweede of derde lid Bij ministeriële regeling worden nadere voorschriften gegeven voor de uitvoering van deze wet en worden de modellen vastgesteld van de kennisgevingen en mededelingen, bedoeld in de,en. Bij deze regeling kan tevens worden bepaald dat de in, bedoelde opgave niet wordt gedaan aan Onze Minister maar aan het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2 artikelen 6 18 artikel 25, tweede en derde lid De formulieren van de kennisgevingen en mededelingen, bedoeld in deenzijn voor de belanghebbenden kosteloos ter gemeentesecretarie verkrijgbaar. De formulieren voor de opgaven van gegevens ten behoeve van statistisch onderzoek als bedoeld in, worden door het Rijk verstrekt. 2022 177 13-05-2022 20-04-2022 35963 2022 285 07-07-2022 30-06-2022 01-01-2024
Artikel 30 — Artikel 30 Citeertitel#
Artikel 30 Citeertitel Deze wet kan worden aangehaald als "Leerplichtwet 1969". Zij treedt in werking op 1 januari 1969. 1994 255 10-03-1994 22900 1994 469 15-06-1994 01-08-1994
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 1994 255 10-03-1994 22900 1994 469 15-06-1994 01-08-1994
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1994 255 10-03-1994 22900 1994 469 15-06-1994 01-08-1994
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a Vervallen 1994 255 10-03-1994 22900 1994 469 15-06-1994 01-08-1994
Artikel 32b — Artikel 32b#
Artikel 32b Vervallen 1994 255 10-03-1994 22900 1994 469 15-06-1994 01-08-1994
Artikel 32c — Artikel 32c#
Artikel 32c Vervallen 1994 255 10-03-1994 22900 1994 469 15-06-1994 01-08-1994
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1994 255 10-03-1994 22900 1994 469 15-06-1994 01-08-1994
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 1994 255 10-03-1994 22900 1994 469 15-06-1994 01-08-1994
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 1971 356 06-05-1971 11182 1971 356 06-05-1971 11182 01-08-1971
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 1971 356 06-05-1971 11182 1971 356 06-05-1971 11182 01-08-1971