Wet van 12 februari 1970, houdende regelen met betrekking tot de loonvorming
- BWB-id
- BWBR0002698
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002698
- ELI
- /eli/nl/wet/1969/wet-op-de-loonvorming
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1969/wet-op-de-loonvorming/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002698&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002698&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002698/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1969/wet-op-de-loonvorming
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. werknemer: 1°. degene die in dienst van een ander arbeid verricht; 2°. degene die in de zelfstandige uitoefening van een bedrijf of beroep persoonlijk arbeid voor een ander verricht - tenzij hij zodanige arbeid in de regel voor meer dan twee anderen verricht of zich daarbij door meer dan twee personen, niet zijnde zijn echtgenoot of geregistreerde partner of een bij hem inwonend bloed- of aanverwant of pleegkind, laat bijstaan, dan wel deze arbeid voor hem slechts een bijkomstige werkzaamheid is; Abusievelijk wordt door Stb. 1997/660 onderdeel c i.p.v. onderdeel b gewijzigd. werkgever: b, c.de natuurlijke persoon of rechtspersoon in wiens dienst dan wel voor wie de onderonderscheidenlijk sub 1° en sub 2°, bedoelde werknemer arbeid verricht; d. arbeidsverhouding: de rechtsbetrekking tussen een werknemer en diens werkgever; e. loon: arbeidsvoorwaarde, regelende de vergoeding van de werkgever aan de werknemer ter zake van diens arbeid. 1997 660 23-12-1997 17-12-1997 25407 1997 746 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze wet is niet van toepassing op de arbeidsverhouding van: a. artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 personen op wievan toepassing is; b. personen die een geestelijk ambt bekleden. 2 Deze wet is voorts niet van toepassing op arbeidsverhoudingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur daartoe aangewezen categorie. 3 Wet sociale werkvoorziening In afwijking van het eerste lid is deze wet van toepassing op de dienstbetrekking, bedoeld in de. 2019 483 17-12-2019 11-12-2019 35275 2019 484 17-12-2019 11-12-2019 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 1976 346 24-06-1976 13907 1976 346 24-06-1976 13907 29-06-1976
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Van het sluiten, wijzigen of opzeggen van een collectieve arbeidsovereenkomst, doen partijen mededeling aan Onze Minister. Daarbij wordt de tekst van de gesloten overeenkomst dan wel van de gewijzigde bepalingen daarvan alsmede een toelichting daarop overgelegd. 2 Onze Minister stelt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de mededeling en de bescheiden bedoeld in het eerste lid partijen hiervan in kennis. 3 Een collectieve arbeidsovereenkomst of wijziging daarvan kan eerst in werking treden met ingang van de dag volgende op die waarop Onze Minister de in het tweede lid bedoelde kennisgeving heeft verzonden. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, vijfde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten Stb. Onze Minister kan, op gezamenlijk verzoek van een of meer werkgevers of verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers enerzijds en een of meer verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers anderzijds, voor een bij zijn besluit te bepalen tijdvak van ten hoogste twee jaar te hunnen aanzien regelingen vaststellen van dezelfde inhoud als een collectieve arbeidsovereenkomst. Deze regelingen kunnen echter geen bepalingen behelzen als bedoeld in(1937, 801). 2 Alvorens aan het eerste lid toepassing te geven stelt Onze Minister organisaties van werkgevers en van werknemers, welke naar zijn oordeel op centraal niveau hiervoor in aanmerking komen, in de gelegenheid hem hun zienswijze ter zake kenbaar te maken. 3 Onze Minister wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid niet af zonder de verzoekers in de gelegenheid te hebben gesteld hem hun bedenkingen daartegen kenbaar te maken. 4 Regelingen, vastgesteld krachtens het eerste lid, hebben dezelfde rechtskracht als een tussen verzoekers geldende collectieve arbeidsovereenkomst. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Artikel 5, eerste lid, tweede volzin Onze Minister kan regelingen van dezelfde inhoud als een collectieve arbeidsovereenkomst, voor een bij zijn besluit te bepalen tijdvak van ten hoogste twee jaar, eveneens vaststellen met betrekking tot arbeidsverhoudingen, behorende tot een bij zijn besluit daartoe aangewezen categorie., is van toepassing. 2 Toepassing van het eerste lid kan uitsluitend geschieden op verzoek van de Stichting van de Arbeid dan wel op verzoek van al dan niet in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde centrale organisaties van werkgevers of van werknemers, van een werkgever, van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers of van een zodanige vereniging van werknemers. Vaststelling kan slechts geschieden nadat niet in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werkgevers en van werknemers, welke naar het oordeel van Onze Minister op centraal niveau hiervoor in aanmerking komen, in de gelegenheid zijn gesteld hem hun zienswijze ter zake kenbaar te maken. Vaststelling anders dan op verzoek van de Stichting van de Arbeid kan daarenboven slechts geschieden met haar instemming. Indien een verzoek als bedoeld in de eerste volzin is gedaan door een centrale organisatie van werkgevers of van werknemers, blijft de tweede volzin ten aanzien van de verzoeker buiten toepassing. 3 Staatscourant. Van de indiening van een verzoek als bedoeld in het tweede lid doet Onze Minister mededeling in deDaarbij bepaalt hij een termijn, binnen welke hem bedenkingen tegen de gevraagde toepassing van het eerste lid schriftelijk kunnen worden kenbaar gemaakt. 4 Onze Minister wijst een verzoek als bedoeld in het tweede lid niet af zonder de verzoeker in de gelegenheid te hebben gesteld hem zijn bedenkingen daartegen kenbaar te maken. 5 artikel 2 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten Regelingen, vastgesteld krachtens het eerste lid, hebben dezelfde rechtskracht als krachtensalgemeen verbindend verklaarde bepalingen van zodanige overeenkomsten. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1976 222 24-06-1976 1976 222 24-06-1976 29-06-1976
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 1976 222 24-06-1976 1976 222 24-06-1976 29-06-1976
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1976 222 24-06-1976 1976 222 24-06-1976 29-06-1976
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onze Minister kan, indien naar zijn oordeel een zich plotseling voordoende noodsituatie van de nationale economie, veroorzaakt door één of meer schoksgewijze optredende externe factoren, het nemen van maatregelen ten aanzien van het peil van de loonkosten vereist, algemene regelen vaststellen betreffende lonen en andere op geld waardeerbare arbeidsvoorwaarden. 2 Een regeling op grond van het eerste lid dient gepaard te gaan met de aankondiging van andere maatregelen welke in verband met het zich voordoen van de aldaar bedoelde noodsituatie vereist zijn. Voorts dient, indien een regeling op grond van het eerste lid wordt vastgesteld, voorzien te worden in een adequate bescherming van de levensstandaard van de werknemers. 3 Het tijdvak waarvoor een krachtens het eerste lid genomen besluit geldt omvat een bij het besluit vast te stellen periode die niet langer is dan zes maanden. Deze periode kan één maal worden verlengd met een termijn van ten hoogste zes maanden. 4 Onze Minister kan vrijstelling, of, op verzoek, ontheffing verlenen van de krachtens het eerste lid gestelde regelen. Een vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden verbonden. 5 Het is de werkgever verboden te handelen in strijd met krachtens het eerste en vierde lid gestelde regelen en voorschriften. 1987 381 07-07-1987 19028 1987 381 07-07-1987 19028 15-08-1987
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 10, eerste lid Elk beding tussen een werkgever en een werknemer alsmede elke bepaling in een collectieve arbeidsovereenkomst strijdig met de krachtens, gestelde regelen, is nietig, behoudens voor zover vrijstelling of ontheffing is verleend. In plaats van zodanig beding of zodanige bepaling gelden die regelen. 1987 381 07-07-1987 19028 1987 381 07-07-1987 19028 15-08-1987
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 10, eerste lid artikel 10, vierde lid Alvorens aan, onderscheidenlijk, voorzover vrijstelling betreffende, toepassing te geven voert Onze Minister terzake overleg met de Stichting van de Arbeid, alsmede met niet in de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigde organisaties van werkgevers en van werknemers, welke naar zijn oordeel op centraal niveau hiervoor in aanmerking komen. 2 In geval het in het eerste lid bedoelde overleg niet heeft plaatsgevonden binnen een week nadat een uitnodiging daartoe door Onze Minister is gedaan, geldt het aldaar bepaalde niet, met dien verstande dat Onze Minister in dat geval na het vaststellen van een regeling zo spoedig mogelijk alsnog, op de voet van het in dat lid bepaalde, overgaat tot het voeren van overleg over het al dan niet handhaven of wijzigen van de regeling. 3 artikel 10, eerste lid Indien een regeling op grond van, wordt voorbereid, wordt, nadat het in het eerste lid bedoelde overleg heeft plaatsgevonden dan wel de in het tweede lid bedoelde termijn van een week is verstreken, de zakelijke inhoud daarvan schriftelijk medegedeeld aan de beide Kamers der Staten-Generaal. De regeling wordt niet eerder vastgesteld dan nadat een week is verstreken na die mededeling. 4 artikel 10, derde lid Het bepaalde in de voorafgaande leden is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een verlenging als bedoeld in. 1987 381 07-07-1987 19028 1987 381 07-07-1987 19028 15-08-1987
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1987 381 07-07-1987 19028 1987 381 07-07-1987 19028 15-08-1987
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 4, eerste lid artikel 5, eerste lid 6, tweede lid artikelen 2:7, tweede lid 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister kan regelen stellen, inhoudende op welke wijze een mededeling als bedoeld in, dan wel een verzoek als bedoeld in, of, moet worden ingediend en welke gegevens daarbij moeten worden verstrekt, waarbij kan worden bepaald dat dit, in afwijking van de, en, uitsluitend langs elektronische weg kan geschieden, tenzij naar het oordeel van Onze Minister sprake is van omstandigheden die zich daartegen verzetten. 2023 183 07-06-2023 10-05-2023 35261 2024 321 05-11-2024 22-10-2024 01-01-2026
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Onze Minister wijst ambtenaren aan, belast met het inwinnen van gegevens omtrent de algemene ontwikkeling van lonen en andere op geld waardeerbare arbeidsvoorwaarden. 2 artikelen 5:13 5:16 5:17 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister die het aangaat is bevoegd tot overeenkomstige toepassing vanten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 5, tweede lid 6, tweede lid 12, eerste lid Indien Onze Minister heeft vastgesteld dat de Stichting van de Arbeid heeft opgehouden te bestaan of de haar krachtens deze wet toekomende taak te vervullen, treden voor de toepassing van de,, en, in haar plaats de door Ons aangewezen centrale organisaties van werkgevers en van werknemers. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking de naar Ons oordeel algemeen erkende centrale representatieve organisaties van werkgevers en van werknemers. 2 artikel 6, eerste lid In het geval, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister slechts overgaan tot toepassing van, na de krachtens het eerste lid aangewezen organisaties in de gelegenheid te hebben gesteld hem hun zienswijze ter zake kenbaar te maken. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 5, eerste lid 6, eerste lid 10, eerste of vierde lid 14 15 16 17, eerste lid Staatscourant Van een besluit als bedoeld in,,, voor zover het de vrijstelling betreft,,,of, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikelen 131 241 van Boek 2 (Rechtspersonen) van het Burgerlijk Wetboek Onverminderd het in deenbepaalde, worden burgerlijke rechtsvorderingen van werkgevers of werknemers welke voortvloeien uit niet-naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, geacht betrekkelijk te zijn tot een arbeidsovereenkomst. 2 Artikel 5 van de Wet op de economische delicten Stb. artikel 10 (1950, K 258) is niet van toepassing op voorzieningen ter zake van de overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens. 1987 381 07-07-1987 19028 1987 381 07-07-1987 19028 15-08-1987
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1968 690 20-12-1968 9821 1968 690 20-12-1968 9821 01-01-1969
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1968 690 20-12-1968 9821 1968 690 20-12-1968 9821 01-01-1969
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1968 690 20-12-1968 9821 1968 690 20-12-1968 9821 01-01-1969
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1968 690 20-12-1968 9821 1968 690 20-12-1968 9821 01-01-1969
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1968 690 20-12-1968 9821 1968 690 20-12-1968 9821 01-01-1969
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1976 222 24-06-1976 1976 222 24-06-1976 29-06-1976
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de loonvorming. 2 Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1970 69 12-02-1970 9716 1970 145 04-04-1970 20-04-1970