Wet van 3 april 1969, houdende vervanging van het eerste boek van het Burgerlijk Wetboek door Boek 1 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek en, in verband daarmede, wijziging van dit boek en de overige boeken van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en andere wetten, alsmede van overgangsbepalingen (Invoeringswet Boek 1 nieuw B.W.)
- BWB-id
- BWBR0002565
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002565
- ELI
- /eli/nl/wet/1970/overgangswet-nieuw-burgerlijk-wetboek
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1970/overgangswet-nieuw-burgerlijk-wetboek/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002565&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002565&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002565/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1970/overgangswet-nieuw-burgerlijk-wetboek
Artikel Inleidende bepaling — Inleidende bepaling#
Inleidende bepaling De in deze wet zonder nadere aanduiding aangehaalde bepalingen zijn bepalingen van de nieuwe boeken van het Burgerlijk Wetboek. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Artikel 4 lid 4 van Boek 1 Boek 1 is ook van toepassing op aanhangige of nog in te dienen verzoeken tot wijziging van voornamen, verkregen vóór het tijdstip van in werking treden van, met dien verstande dat de bevoegdheid van de rechter wordt beoordeeld naar de wet, geldende op het tijdstip van indiening van het verzoek. 2 Artikel 4 lid 2 van Boek 1 Boek 1 is ook van toepassing, indien wijziging wordt verzocht van voornamen, verkregen vóór het tijdstip van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Artikel 6 van Boek 1 Boek 1 is ook van toepassing op akten van geboorte die vóór het tijdstip van in werking treden vanzijn opgemaakt. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Artikel 7 leden 1-4 van Boek 1 Boek 1 is ook van toepassing op aanhangige of nog in te dienen verzoeken tot wijziging of vaststelling van namen van personen, geboren vóór het tijdstip van in werking treden van. 2 Artikel 7 leden 3 en 4 van Boek 1 Boek 1 is bovendien van toepassing ingeval de wijziging of vaststelling van de geslachtsnaam heeft plaatsgevonden vóór het tijdstip van in werking treden van. 3 Artikel 7 lid 5 van Boek 1 Boek 1 en de daarin bedoelde algemene maatregel van bestuur zijn niet van toepassing op verzoeken, ingediend vóór het tijdstip van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Artikel 9 van Boek 1 Boek 1 is ook van toepassing, indien het huwelijk is ontbonden vóór het tijdstip van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 10-12 14 van Boek 1 Boek 1 Deenzijn van het tijdstip van in werking treden vanaf ook van toepassing, indien de feiten die volgens deze regelen de verkrijging of het verlies van een woonplaats bepalen, zijn voorgevallen vóór dat tijdstip. 2 artikel 81 van het Burgerlijk Wetboek Op een vóór dat tijdstip gekozen woonplaats blijft het tot dat tijdstip geldendevan toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 16-20 22-25 van Boek 1 Boek 1 Deenzijn uitsluitend van toepassing op akten van de burgerlijke stand, op te maken na het tijdstip van in werking treden van. 2 Artikel 21 van Boek 1 Boek 1 is uitsluitend van toepassing op brieven van wettiging, besluiten houdende wijziging of vaststelling van namen, buiten de burgerlijke stand opgemaakte authentieke akten van erkenning van een onwettig kind en rechterlijke uitspraken, die gedagtekend zijn na het tijdstip van in werking treden van. 3 Artikel 23 van Boek 1 Boek 1 is echter mede van toepassing op het opmaken van kantmeldingen, te plaatsen op akten van de burgerlijke stand die vóór het tijdstip van in werking treden vanzijn opgemaakt. 4 Boek 1 Kantmeldingen ter zake van akten, opgemaakt vóór het tijdstip van in werking treden van, die vóór dat tijdstip voorgeschreven of gebruikelijk waren, zullen op akten van de burgerlijke stand worden geplaatst, ongeacht of deze laatste voor of na dat tijdstip zijn opgemaakt. 5 artikelen 26-28 van Boek 1 Boek 1 Dezijn ook van toepassing op akten van de burgerlijke stand die vóór het tijdstip van in werking treden vanzijn opgemaakt. 6 Artikel 29 van Boek 1 Boek 1 is niet van toepassing op verzoeken en vorderingen, ingediend of gedaan vóór het tijdstip van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 50-57 van Boek 1 Boek 1 Dezijn ook van toepassing op voorgenomen huwelijken, waarvan de afkondiging is geschied vóór het tijdstip van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Boek 1 Na het tijdstip van in werking treden vankan de nietigverklaring van een vóór dat tijdstip aangegaan huwelijk niet langer worden gevorderd op een grond die de wet niet meer kent, of door personen die de wet tot het instellen van zulk een vordering niet langer bevoegd acht. 2 Boek 1 De nietigverklaring van een vóór het tijdstip van in werking treden vanaangegaan huwelijk kan wegens het niet bereikt hebben van de vereiste ouderdom slechts worden gevorderd door de echtgenoot die de vereiste leeftijd miste, en door het openbaar ministerie. 3 Het in de vorige leden bepaalde is ook van toepassing, indien de rechtsvordering is ingesteld vóór het in het eerste lid genoemde tijdstip en de nietigverklaring niet vóór dat tijdstip is uitgesproken. 4 artikel 77 van Boek 1 Indien het vonnis waarbij een huwelijk wordt nietig verklaard, na het in het eerste lid genoemde tijdstip in kracht van gewijsde gaat, isvan toepassing, ook al was de rechtsvordering ingesteld vóór dat tijdstip. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 84 86 88 89 90 van Boek 1 Boek 1 De,,,enzijn alleen van toepassing op feiten, voorgevallen na het tijdstip van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Boek 1 artikelen 94-98 100 102 lid 2 103 leden 4-6 104 106 108 109 112 van Boek 1 Ten aanzien van een gemeenschap van goederen, ontstaan vóór het tijdstip van in werking treden van, zijn de,,,,,,,enalleen van toepassing op feiten, voorgevallen na dat tijdstip. 2 Boek 1 geldende artikel 179, tweede lid Het tot het tijdstip van in werking treden van, van het Burgerlijk Wetboek blijft van toepassing ten aanzien van goederen die vóór dat tijdstip zijn verkregen. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Boek 1 artikelen 163 165 180 185 186 300 304 Met betrekking tot inschrijvingen in het huwelijksgoederenregister, vóór het tijdstip van in werking treden vangedaan, als bedoeld in de tot dat tijdstip geldende,,,,,envan het Burgerlijk Wetboek, blijven die artikelen van toepassing. 2 artikelen 86 90 104 105 110 112 189 196 van Boek 1 Boek 1 Met betrekking tot inschrijvingen in het huwelijksgoederenregister als bedoeld in de,,,,,,en, die pas na het tijdstip van in werking treden vangeschieden, zijn die artikelen van toepassing, ook wanneer de rechterlijke uitspraak vóór dat tijdstip is gedaan, de akte van afstand een vóór dat tijdstip ontbonden gemeenschap van goederen betreft, de eis tot opheffing van de gemeenschap van goederen vóór dat tijdstip is ingesteld, of de verzoening vóór dat tijdstip heeft plaatsgehad. 3 Boek 1 artikel 106 van Boek 1 Ingeval een vóór het tijdstip van in werking treden vanaangevangen wettelijke termijn voor de inschrijving van een akte van afstand van een gemeenschap van goederen op dat tijdstip nog lopende is, ismede van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Boek 1 artikel 207 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek artikel 116 van Boek 1 Met betrekking tot inschrijvingen in het huwelijksgoederenregister, vóór het tijdstip van in werking treden vangedaan, van bepalingen in huwelijkse voorwaarden blijft het tot dat tijdstip geldendevan toepassing. Wordt evenwel na dat tijdstip een wijziging van die bepalingen ingeschreven, dan is na deze inschrijvingop alle bepalingen in de huwelijkse voorwaarden van de betrokken echtgenoten van toepassing. 2 Artikel 116 van Boek 1 Boek 1 is van toepassing op vóór het tijdstip van in werking treden vangemaakte bepalingen in huwelijkse voorwaarden, die niet vóór dat tijdstip overeenkomstig het tot dat tijdstip geldende artikel 207 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek in het huwelijksgoederenregister zijn ingeschreven. 3 Artikel 120 lid 2 van Boek 1 Boek 1 is ook van toepassing op bepalingen in vóór het tijdstip van in werking treden vantijdens het huwelijk gemaakte of gewijzigde huwelijkse voorwaarden, die niet vóór dat tijdstip overeenkomstig het tot dat tijdstip geldende artikel 207 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek in het huwelijksgoederenregister zijn ingeschreven. 4 artikelen 118 120 lid 1 van Boek 1 Boek 1 Deenzijn van toepassing op het maken of wijzigen van huwelijkse voorwaarden, plaatsvindend na het tijdstip van in werking treden van, ook indien het huwelijk vóór dat tijdstip was voltrokken. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Artikel 130 van Boek 1 Boek 1 is ook van toepassing ten aanzien van huwelijkse voorwaarden die vóór het tijdstip van in werking treden vanzijn tot stand gekomen. 2 Boek 1 Op gemeenschappen van winst en verlies en van vruchten en inkomsten, overeengekomen vóór het tijdstip van in werking treden van, blijven ook na dat tijdstip de tevoren geldende artikelen 210-222 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing, voor zover van die voorschriften niet bij huwelijkse voorwaarden uitdrukkelijk of door de aard der bedingen is afgeweken. 3 Boek 1 afdeling 2 van titel 8 van Boek 1 artikel 143 onder a van Boek 1 Op deelgenootschappen, bestaande op het tijdstip van in werking treden van, zijn van dat tijdstip af de voorschriften vanvan toepassing, voor zover niet bij huwelijkse voorwaarden uitdrukkelijk of door de aard der bedingen een van die voorschriften afwijkende regeling is getroffen, met dien verstande dat het bewijs van de inbedoelde waarde van een bij het aangaan van een deelgenootschap aanwezig goed dat in de akte van huwelijkse voorwaarden of een daaraan vastgehechte staat was vermeld zonder opgave van de waarde, door alle middelen rechtens kan worden geleverd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Boek 1 Na het tijdstip van in werking treden vanzijn de tevoren geldende artikelen 236-240a, 899a en 949-949b van het Burgerlijk Wetboek slechts van toepassing, indien hetzij de hertrouwde echtgenoot, hetzij de nieuwe echtgenoot vóór dat tijdstip is overleden. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Artikel 197 van Boek 1 Boek 1 is alleen van toepassing ten aanzien van kinderen die zijn geboren na het tijdstip van in werking treden van. 2 Artikel 198 van Boek 1 Boek 1 is ook van toepassing ten aanzien van kinderen die zijn geboren vóór het tijdstip van in werking treden van. 3 artikelen 199-204 van Boek 1 Boek 1 Dezijn alleen van toepassing ten aanzien van kinderen die zijn geboren na het tijdstip van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Boek 1 Een natuurlijk kind dat vóór het tijdstip van in werking treden vandoor de echtgenoot van de moeder is erkend, hetzij staande het huwelijk met de moeder hetzij na ontbinding van het huwelijk door de dood van de moeder, wordt van rechtswege gewettigd; de wettiging werkt van het tijdstip van in werking treden van Boek 1 af. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Artikel 224 van Boek 1 Boek 1 is niet van toepassing op erkenningen, vóór het tijdstip van in werking treden vangedaan. 2 artikelen 225 226 van Boek 1 Deenzijn mede van toepassing op erkenningen, vóór het in het eerste lid genoemde tijdstip gedaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Boek 1 Een kind dat, naar de vóór het tijdstip van in werking treden vangeldende voorschriften, met zijn moeder niet in burgerlijke betrekkingen stond, staat van dat tijdstip af van rechtswege onder voogdij van de moeder, mits deze daartoe op dat tijdstip bevoegd is en tenzij voordien een ander tot voogd benoemd was. 2 De moeder van een kind, als in het eerste lid bedoeld, die op het aldaar genoemde tijdstip onbevoegd was tot de voogdij over het kind, verkrijgt deze voogdij van rechtswege, indien deze openstaat op het tijdstip, waarop zij daartoe bevoegd wordt. 3 artikel 287 leden 4 en 5 van Boek 1 Indien op het in het eerste lid genoemde tijdstip de voogdij niet openstaat, kan de tot de voogdij bevoegde moeder de kantonrechter verzoeken haar tot voogdes te benoemen; op een zodanig verzoek isvan toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikelen 307 lid 1 319 322 lid 3 324 lid 1 327 lid 1 onder b aan het slot 336 lid 3 van Boek 1 Boek 1 Het in de,,,,,bepaalde is van het tijdstip van in werking treden vanaf mede van toepassing op voogdijen of toeziende voogdijen die vóór dat tijdstip zijn aangevangen. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Boek 1 De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek omtrent de handelingsonbekwaamheid van onder curatele gestelden, zoals deze bepalingen op het tijdstip van in werking treden vankomen te luiden, zijn op de rechtshandelingen die onder curatele gestelden na dat tijdstip verrichten van toepassing, ook al is hun curatelestelling uitgesproken met toepassing van het vóór dat tijdstip geldende recht. 2 Op rechtshandelingen, verricht vóór het in het vorige lid genoemde tijdstip, is ook na dat tijdstip van toepassing het bepaalde in de voordien geldende artikelen 501 en 502 van het Burgerlijk Wetboek. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Boek 1 artikel 378 van Boek 1 Na het tijdstip van in werking treden vankan onder curatelestelling slechts worden uitgesproken op grond van een der ingenoemde omstandigheden, ook al is het verzoek of de vordering vóór dat tijdstip gedaan. 2 Artikel 390 van Boek 1 Boek 1 is van toepassing wanneer de uitspraak na het tijdstip van in werking treden vanis gedaan, ook al was zij reeds vóór dat tijdstip verzocht of gevorderd. 3 Boek 1 artikel 380 leden 2 en 3 van Boek 1 Ingeval vóór het tijdstip van in werking treden vankrachtens het toen geldende artikel 495 van het Burgerlijk Wetboek een provisionele bewindvoerder is benoemd, is het inbepaalde slechts van toepassing na wijziging van deze uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 380 lid 4 van Boek 1. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Titel 17 van Boek 1 Boek 1 is, voor zover bij de wet niet anders is bepaald, van het tijdstip van het in werking treden vanaf mede van toepassing op verplichtingen tot en rechten op levensonderhoud, die vóór dat tijdstip bij overeenkomst waren geregeld of waren vastgesteld door een uitspraak van de rechter, die hetzij vóór dat tijdstip, hetzij, bij gebreke van verzet, hoger beroep of beroep in cassatie, na dat tijdstip in kracht van gewijsde is gegaan. 2 Boek 1 titel 17 van Boek 1 Op vorderingen tot het verstrekken van levensonderhoud, ten aanzien waarvan op het tijdstip van in werking treden vannog niet is beslist bij een uitspraak van de rechter, die in kracht van gewijsde is gegaan, isvan dat tijdstip af van toepassing, met dien verstande dat over een tijdvak, gelegen vóór het tijdstip, niet een hoger bedrag kan worden toegewezen dan naar het gedurende dat tijdvak geldende recht geoorloofd was. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Boek 1 Indien verplichtingen tot en rechten op levensonderhoud van grootouders jegens kleinkinderen of van kleinkinderen jegens grootouders vóór het tijdstip van in werking treden vanbij overeenkomst waren geregeld of door een uitspraak van de rechter, die in kracht van gewijsde is gegaan, waren vastgesteld, blijven zij ook na dat tijdstip in stand, met dien verstande dat op verzoeken tot wijziging van deze rechten en verplichtingen van toepassing blijft het recht, geldende ten tijde van hun regeling of vaststelling. 2 artikel 396 van Boek 1 Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op verplichtingen tot en rechten op levensonderhoud van schoonouders jegens behuwdkinderen of van behuwdkinderen jegens schoonouders, die niet in overeenstemming zijn met het inbepaalde. 3 Boek 1 Uitspraken van de rechter, gedaan vóór het tijdstip van in werking treden van, die, bij gebreke van hoger beroep of beroep in cassatie, na dat tijdstip in kracht van gewijsde gaan, blijven in stand. 4 artikel 401 van Boek 1 Boek 1 Onverminderd het inbepaalde, kunnen de tot levensonderhoud verplichten, in de vorige leden bedoeld, de rechter verzoeken de verplichting tot het verstrekken van levensonderhoud op te heffen met ingang van een door de rechter te bepalen tijdstip. Dit tijdstip kan niet vroeger worden gesteld dan zes maanden na dat van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 c d f Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Boek 1 Het tevoren geldende artikel 344van het Burgerlijk Wetboek en de desbetreffende tevoren geldende bepalingen der artikelen 344-344en van hetzijn ook na het tijdstip van in werking treden vanvan toepassing, indien de bevalling vóór dat tijdstip heeft plaatsgevonden. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Boek 1 Ingeval vóór het tijdstip van in werking treden vaneen bewindvoerder over de goederen van een afwezige is benoemd, blijft ook na dat tijdstip op de rechtsgevolgen daarvan het ten tijde van de benoeming geldende recht van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Boek 1 Ingeval vóór het tijdstip van in werking treden vaneen verklaring van vermoedelijk overlijden is uitgesproken, blijft ook na dat tijdstip op de rechtsgevolgen daarvan het voordien geldende recht van toepassing. 2 Boek 1 artikelen 413-425 van Boek 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien in een geding tot het verkrijgen van een verklaring van vermoedelijk overlijden het inleidende verzoekschrift is ingediend doch nog geen einduitspraak is gedaan vóór het tijdstip van in werking treden van, zijn de, alsmede de desbetreffende bepalingen van hetvan toepassing, te beginnen met de eerste na dat tijdstip volgende uitspraak. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Boek 1 Gedingen, waarin de inleidende dagvaarding is betekend dan wel het inleidende verzoekschrift of het eerste, door de president van de rechtbank te behandelen, verzoekschrift is ingediend vóór het tijdstip van in werking treden van, worden geheel afgedaan met toepassing van de voorschriften van procesrechtelijke aard, die vóór dat tijdstip golden, zulks behoudens het in het vorige artikel bepaalde. 2 Het in het vorige lid bepaalde geldt ook voor de afdoening van een eis of verzoek, in het geding bij wege van reconventie gedaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel I van de Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op de jeugdzorg en de Pleegkinderenwet in verband met herziening van de maatregelen van kinderbescherming Gedingen inzake de voorlopige ondertoezichtstelling of ondertoezichtstelling van een minderjarige, de ontzetting uit en de ontheffing van het gezag of de voogdij, met inbegrip van schorsingen, waarin het inleidende verzoekschrift is ingediend vóór het tijdstip van in werking treden van, worden geheel afgedaan met toepassing van het recht dat voor dat tijdstip gold. 2 artikel I van de Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op de jeugdzorg en de Pleegkinderenwet in verband met herziening van de maatregelen van kinderbescherming Na de inwerkingtreding van: a. artikel 266 artikelen 327 328 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek worden beschikkingen waarin de ontzetting uit of de ontheffing van het gezag dan wel voogdij is uitgesproken aangemerkt als beschikkingen waarin het gezag of de voogdij is beëindigd, als bedoeld inrespectievelijken; b. artikel 265a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek geldt, voor de uithuisplaatsing van een minderjarige die onder toezicht is gesteld, het vereiste vanpas vanaf het moment dat de ondertoezichtstelling voor het eerst verlengd wordt. 2014 131 27-03-2014 12-03-2014 33061 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a 1 Artikel 242a van Boek 1 artikel I van de wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het clausuleren van het recht op contact of omgang na partnerdoding blijft buiten toepassing ten aanzien van de ouder die als verdachte is aangemerkt of is veroordeeld wegens het doden van de andere ouder, vóór het tijdstip van inwerkingtreding van. 2 Artikel 377e, lid 3, van Boek 1 artikel I van de wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het clausuleren van het recht op contact of omgang na partnerdoding blijft buiten toepassing ten aanzien van het verzoek van de ouder die als verdachte is aangemerkt of is veroordeeld wegens het doden van de andere ouder, dat is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van. 2017 245 16-06-2017 07-06-2017 34518 2017 348 29-09-2017 20-09-2017 01-01-2018
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Boek 2 (Rechtspersonen) van het Burgerlijk Wetboek Ten aanzien van rechtspersonen die op het tijdstip van in werking treden vanbestaan, zijn, voor zover niet anders is bepaald, dit boek en de bij de hoofdstukken 2-4 van de Invoeringswet Boek 2 nieuw B.W. vastgestelde bepalingen van toepassing op feiten die na dat tijdstip voorvallen. 2 Boek 2 Onder bestaande rechtspersonen zijn lichamen die door het in werking treden vanrechtspersoonlijkheid verkrijgen, begrepen. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Boek 2 Vanaf het tijdstip van in werking treden vanzijn de bepalingen van dit boek die de gevolgen regelen van gebreken in de oprichtingshandeling van een rechtspersoon, mede van toepassing op een lichaam dat ten tijde van het in werking treden van Boek 2 als rechtspersoon optreedt. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Artikel 5 leden 2 en 4 van Boek 2 Boek 2 is gedurende drie jaren na het tijdstip van in werking treden vanniet van toepassing ten aanzien van een niet overeenkomstig de bepalingen van Boek 2 ingeschreven: a. vereniging die op dat tijdstip bestaat en niet een coöperatieve vereniging of onderlinge waarborgmaatschappij is; b. artikel 48 49 rechtspersoon die vanaf dat tijdstip ingevolgeofeen onderlinge waarborgmaatschappij is; c. stichting die op dat tijdstip bestaat en is ingeschreven in het openbaar centraal register bedoeld in artikel 7 lid 1 van de Wet op stichtingen; d. artikelen 53-56 58 rechtspersoon die vanaf dat tijdstip ingevolge deofeen stichting is. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Boek 2 artikel 19 van Boek 2 Ontbinding van een op het tijdstip van in werking treden vanbestaande rechtspersoon op grond vankan niet worden gevorderd voordat drie jaren na dat tijdstip zijn verstreken. 2 Het vorige lid geldt niet voor stichtingen waarop de Wet op stichtingen van toepassing was. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a 1 Artikel 20 van Boek 2 dat artikel , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 23 juni 2021, tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen (Stb. 310), blijft van toepassing ten aanzien van een procedure bij de civiele rechter waarbij voor de datum van inwerkingtreding vaneen verzoek bij de rechter is ingediend, een beroep bij het gerechtshof is ingediend of een verzoek bij de Hoge Raad is ingediend. 2 Artikel 20 van Boek 2 koninklijk besluit te bepalen tijdstip , zoals dat luidde voor inwerkingtreding van artikel I van de Wet van 23 juni 2021, tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen (Stb. 310), blijft tot een bijvan toepassing ten aanzien van politieke partijen alsmede hun neveninstellingen. 2021 310 01-07-2021 23-06-2021 35366 2021 346 16-07-2021 12-07-2021 01-01-2022
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Artikel 21 van Boek 2 Boek 2 is mede van toepassing indien de ontbinding van de rechtspersoon is verzocht of gevorderd voor het tijdstip van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 22 van Boek 2 Boek 2 Het verzoek, bedoeld in, kan ook worden gedaan indien de rechtspersoon is ontbonden vóór het tijdstip van in werking treden van. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Artikel 23 lid 3 van Boek 2 Boek 2 is mede van toepassing, indien de vereffening van een voor het tijdstip van in werking treden vanontbonden rechtspersoon geschiedt door niet bij een rechterlijke uitspraak benoemde vereffenaars. 2 Artikel 23 laatste lid, van Boek 2 Boek 2 is mede van toepassing indien de vereffening voor het tijdstip van in werking treden vanis voltooid. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Artikel 25 van Boek 2 Boek 2 is mede van toepassing indien de duur is verstreken voor het tijdstip van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Boek 2 Een op het tijdstip van in werking treden vanbestaande vereniging die geen rechtspersoon was, bezit van dat tijdstip af rechtspersoonlijkheid. 2 Boek 2 Goederen die op dat tijdstip aan de vereniging zouden toebehoren, indien zij, toen het goed te haren behoeve werd verkregen, reeds rechtspersoon was geweest, gaan bij het in werking treden vanvan rechtswege op haar over. 3 Boek 2 Rechtshandelingen die voor het tijdstip van in werking treden vandoor of jegens de bestuurders van de vereniging in hun hoedanigheid binnen de grenzen van hun bevoegdheid jegens, onderscheidenlijk door derden zijn verricht, worden vanaf dat tijdstip aangemerkt als rechtshandelingen van, onderscheidenlijk jegens de vereniging, onverminderd de aansprakelijkheid voor de uit die rechtshandelingen voortspruitende verbintenissen van hen die daarvoor reeds aansprakelijk waren. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Boek 2 Stb. Vanaf het tijdstip van in werking treden vanstaat een vereniging die krachtens de wet van 22 april 1855,32, tot regeling en beperking der uitoefening van het regt van vereeniging en vergadering is erkend of waarvan de statuten voor dat tijdstip zijn opgenomen in een of meer notariële akten, gelijk met een vereniging die is opgericht bij een notariële akte. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Boek 2 artikel 30 van Boek 2 Op een ten tijde van het in werking treden vanreeds rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging waarvoor het vorige artikel niet geldt, iseerst van toepassing nadat drie jaren sedert het tijdstip van in werking treden van Boek 2 zijn verstreken. 2 artikel 43 lid 5 van Boek 2 artikel 28 van Boek 2 Ook is gedurende die tijdop een zodanige vereniging niet van toepassing, zolang de vereniging haar statuten niet overeenkomstigheeft doen opnemen in een notariële akte. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Stb. Voor een vereniging die is erkend krachtens de Wet van 22 april 1855,32, tot regeling en beperking der uitoefening van het regt van vereeniging en vergadering en die geen coöperatieve vereniging of onderlinge waarborgmaatschappij is, gelden de volgende bepalingen. 2 Artikel 29 lid 4 van Boek 2 Boek 2 vindt geen toepassing ten aanzien van rechtshandelingen, verricht voordat drie jaren sedert het in werking treden vanzijn verstreken. 3 Artikel 27 lid 6 van Boek 2 Boek 2 is op de vereniging van toepassing nadat de statuten der vereniging na het tijdstip van in werking treden vanzijn gewijzigd, doch niet eerder dan drie jaren na dat tijdstip. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Boek 2 artikel 53 van Boek 2 Stb. Voor een vereniging waarvan de statuten voor het tijdstip van in werking treden vanzijn opgenomen in een of meer notariële akten en die volgensgeen coöperatieve vereniging of onderlinge waarborgmaatschappij is en ook niet is erkend krachtens de Wet van 22 april 1855,32, tot regeling en beperking der uitoefening van het regt van vereeniging en vergadering gelden de volgende bepalingen. 2 Artikel 29 lid 4 van Boek 2 Boek 2 vindt geen toepassing ten aanzien van rechtshandelingen, verricht voordat drie jaren sedert het in werking treden vanzijn verstreken. 3 Artikel 27 lid 6 van Boek 2 Boek 2 is eerst van toepassing nadat drie jaren sedert het in werking treden vanzijn verstreken. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Boek 2 artikel 53 van Boek 2 artikel 27 lid 2, eerste zin, en de leden 3 en 4 artikel 54 lid 2 van Boek 2 Ontbreekt een notariële akte van oprichting van een op het tijdstip van in werking treden vanbestaande vereniging die op grond vaneen coöperatieve vereniging of onderlinge waarborgmaatschappij is, of voldoet die akte niet aan de vereisten van, en van, dan is de vereniging verplicht alsnog een notariële akte te doen verlijden die aan deze vereisten voldoet. 2 titel 2 van Boek 2 Deze notariële akte moet worden bekendgemaakt op de wijze, doorvoorgeschreven voor een akte van oprichting. 3 Boek 2 Iedere bestuurder is voor een rechtshandeling, waardoor hij een in het eerste lid bedoelde vereniging verbindt, naast de vereniging hoofdelijk aansprakelijk, indien de rechtshandeling wordt verricht nadat drie jaren sedert het tijdstip van in werking treden vanzijn verstreken en voordat aan het eerste en tweede lid is voldaan. 4 Boek 2 Indien aan het eerste lid niet is voldaan en drie jaren na het tijdstip van in werking treden vanzijn verstreken, kan de vereniging op verzoek van het openbaar ministerie door een beschikking van de rechtbank worden ontbonden. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Boek 2 Op de coöperatieve vereniging die op het tijdstip van in werking treden vande letters W.A. in haar naam voert is het voor dat tijdstip geldende recht betreffende de aansprakelijkheid van de leden voor het tekort van de vereniging van toepassing indien zij voor dat tijdstip is ontbonden, of, indien zij wordt ontbonden door haar insolventie ingevolge een voor dat tijdstip uitgesproken faillissement. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Boek 2 artikel 42 lid 1 Op de coöperatieve vereniging of onderlinge waarborgmaatschappij die op het tijdstip van in werking treden vanniet de letters W.A. of U.A. in haar naam voert blijft, totdat zij haar naam overeenkomstigheeft gewijzigd, het voor dat tijdstip geldende recht betreffende de aansprakelijkheid van de leden en de oud-leden van toepassing. 2 artikel 42 lid 1 artikel 55 van Boek 2 Wordt de vereniging ontbonden of failliet verklaard nadat drie jaren sedert het in werking treden van deze wet zijn verlopen en voordat zij haar naam overeenkomstigheeft gewijzigd, dan isvan toepassing op de aansprakelijkheid van de leden en de oud-leden tegenover de vereffenaars. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Boek 2 artikelen 33 34 35 36 lid 1, eerste zin en lid 3 37 38 39 43 lid 1 44 45 leden 1-3 46 47 leden 1, 2 en 5 49 62 onder b van Boek 2 Ten aanzien van op het tijdstip van in werking treden vanbestaande verenigingen zijn, tenzij de statuten anders bepalen, de,,,,,,,,,,,,enniet van toepassing op feiten die zijn voorgevallen voordat drie jaren na dat tijdstip zijn verstreken. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikelen 48 58 van Boek 2 Boek 2 Deenzijn niet van toepassing op het jaarverslag en de rekening en verantwoording over een boekjaar dat voor het tijdstip van in werking treden vanis verstreken. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Artikel 59 lid 1 van Boek 2 Boek 2 is niet van toepassing op overeenkomsten die zijn gesloten voor het tijdstip van in werking treden van. 2 Artikel 62 onder a van Boek 2 Boek 2 is niet van toepassing op overeenkomsten van verzekering die zijn gesloten voor het tijdstip van in werking treden van. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Stb. artikel 66 lid 2 van Boek 2 Zolang de statutaire naam van een naamloze vennootschap, opgericht voor het in werking treden van de Wet van 2 juli 1928 (216), niet in overeenstemming is metworden de letters N.V. aan de naam toegevoegd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikelen 85 86 lid 5 88 89 183 lid 3 194 196 lid 2 197 198 van Boek 2 Boek 2 De,,,,,,,enzijn vanaf het tijdstip van inwerkingtreding vanmede van toepassing op een vruchtgebruik van en een pandrecht op aandelen, gevestigd voor dat tijdstip. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 Boek 2 artikelen 105 lid 4 119 120 leden 1 en 3 216 lid 4 229 230 leden 1 en 3 van Boek 2 artikelen 72 180 van Boek 2 Ten aanzien van een op het tijdstip van in werking treden vanbestaande naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid zijn, tenzij de statuten anders bepalen, de,,,,enniet van toepassing op feiten die zijn voorgevallen voordat hetzij drie jaren na dat tijdstip zijn verstreken hetzij de statuten zijn gewijzigd in verband met een omzetting als bedoeld in deof. 2 artikel 52c, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel artikelen 154 264 van Boek 2 artikel 153, lid 1 artikel 263, lid 1 van Boek 2 Een opgaaf, voor het tijdstip van inwerkingtreding der wet gedaan ter nakoming van, geldt voor de toepassing vanenals een opgaaf gedaan krachtens, onderscheidenlijk. 3 Stb. Stb. Boek 2 artikel 48a, tweede lid, van het Wetboek van Koophandel artikel 133, lid 2 243 lid 2 van Boek 2 Ten aanzien van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid waarop ingevolge artikel XVIII van de Wet van 2 juli 1928 (216) of artikel VI van de Wet van 3 mei 1971 (286) voor het tijdstip van in werking treden vanniet van toepassing of van overeenkomstige toepassing was, is na dat tijdstip, onderscheidenlijkniet van toepassing noch van overeenkomstige toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 Pensioen- en spaarfondsenwet Boek 2 Een pensioen- of spaarfonds waarop devan toepassing is en dat op het tijdstip van in werking treden vanreeds rechtspersoon was en niet een vereniging, een onderlinge waarborgmaatschappij, een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is, is van dat tijdstip af een stichting. 2 Boek 2 Indien de statuten en reglementen van een pensioen- en spaarfonds op een daartoe aan Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid voor het tijdstip van in werking treden vangedaan verzoek na dat tijdstip worden goedgekeurd, wordt het fonds, indien het ten tijde van de goedkeuring niet reeds rechtspersoon was, daardoor een stichting. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 2005 525 01-11-2005 06-10-2005 30124 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 Stb. Boek 2 Een instelling, waarvan het vermogen bestaat uit goederen, als bedoeld zijn in artikel 1 van de Wet van 29 oktober 1892 (240), is vanaf het tijdstip van in werking treden vaneen stichting. 2 artikel 294, lid 2, van Boek 2 De rechtbank kan in afwijking vanook wijziging brengen in het doel of de doelomschrijving van een in het vorige lid genoemde stichting, indien de statuten die wijziging hebben uitgesloten. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds Boek 2 Stb. Het fonds waarop van toepassing is de(Wet van 16 september 1954,407), is vanaf het tijdstip van in werking treden vaneen stichting. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikelen 53-56 artikel 286 lid 2, eerste en derde zin, en de leden 3 en 4 van Boek 2 artikel 289 lid 1 van Boek 2 Ontbreekt een notariële akte van oprichting van een in degenoemde stichting, dan wel van een kerkelijke stichting of voldoet die akte niet aan de vereisten van, dan is het bestuur verplicht alsnog een notariële akte te doen verlijden die aan deze vereisten voldoet. Een authentiek afschrift van deze akte moet door het bestuur worden neergelegd ten kantore van het register bedoeld in. 2 Boek 2 Iedere bestuurder is voor een rechtshandeling, waardoor hij een zodanige stichting verbindt, naast de stichting hoofdelijk aansprakelijk, indien de rechtshandeling wordt verricht nadat drie jaren sedert het tijdstip van in werking treden vanzijn verstreken en voordat aan het eerste lid is voldaan. 3 Boek 2 Indien aan de eerste zin van het eerste lid niet is voldaan en drie jaren na het tijdstip van in werking treden vanzijn verstreken, kan de stichting op verzoek van het openbaar ministerie door een beschikking van de rechtbank worden ontbonden. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 Stb. Stb. Stb. Boek 2 De instellingen bedoeld in de Koninklijke besluiten van 26 december 1818,48, 2 december 1823,49, en 12 februari 1829,3, zijn stichtingen vanaf het tijdstip van in werking treden van. 2 Het bestuur van een in het eerste lid genoemde stichting is verplicht een notariële akte te laten verlijden waarin de statuten zijn opgenomen. 3 De notaris verlijdt deze akte niet voordat Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de in de akte op te nemen statuten. 4 artikel 286, lid 2, eerste en derde zin, en de leden 3 en 4 van Boek 2 artikel 57, lid 1 De akte moet voldoen aan de vereisten van. De tweede zin van, en de leden 2 en 3 van dat artikel zijn van overeenkomstige toepassing. 5 Totdat aan de verplichting van het tweede lid is voldaan blijven op de stichting van toepassing de in het eerste lid genoemde Koninklijke besluiten, met uitzondering, voor zover op bestuurders betrekking hebbend, van artikel 1, tweede zin, artikel 15, tweede lid, en artikel 26 van het Koninklijk besluit van 2 december 1823. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikel 289 lid 1 van Boek 2 Boek 2 Bij de inschrijving in het register bedoeld invan een op het tijdstip van in werking treden vanbestaande stichting die is ingeschreven in het openbaar centraal register bedoeld in artikel 7 lid 1 van de Wet op stichtingen, leggen de bestuurders een authentiek afschrift van de akte van oprichting dan wel een gewaarmerkt exemplaar van de statuten ten kantore van het register neer. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Artikel 289 lid 4 van Boek 2 Boek 2 artikel 57 58 59 vindt op de bestuurders van een stichting, als bedoeld in,ofgeen toepassing ten aanzien van rechtshandelingen, verricht voordat drie jaren sedert het in werking treden vanzijn verstreken. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 artikel 57 Boek 2 Op een stichting ten aanzien waarvan artikel 25 van de Wet op stichtingen van toepassing was doch niet is nageleefd, isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de hoofdelijke aansprakelijkheid als bedoeld in het tweede lid ook bestaat voor rechtshandelingen, verricht binnen drie jaren na het tijdstip van in werking treden van, en dat de ontbinding als bedoeld in het derde lid ook binnen die termijn kan worden gevorderd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Boek 2 Een op het tijdstip van in werking treden vanals rechtspersoon optredend lichaam dat na 1 januari 1957 is opgericht en waarop de Wet op stichtingen van toepassing was, doch waarvan de akte van oprichting niet voldoet aan de vereisten van artikel 3 leden 2 en 3 van die wet, is vanaf dat tijdstip een stichting. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Boek 2 artikelen 291 lid 2 292 leden 1-3 van Boek 2 Ten aanzien van op het tijdstip van in werking treden vanbestaande stichtingen zijn, tenzij de statuten anders bepalen, deenniet van toepassing op feiten die zijn voorgevallen voordat drie jaren na dat tijdstip zijn verstreken. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 titel 6 van Boek 2 Boek 2 Ten aanzien van een coöperatieve vereniging en een onderlinge waarborgmaatschappij, waarop de Wet op de jaarrekening van ondernemingen niet van toepassing was, isniet van toepassing op de jaarrekening die betrekking heeft op een boekjaar dat voor het tijdstip van in werking treden vanis verstreken. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 Boek 2 artikel 5 leden 2 en 4 van Boek 2 Ten aanzien van een op het tijdstip van in werking treden vanbestaande naamloze vennootschap, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, coöperatieve vereniging of onderlinge waarborgmaatschappij, waarvan geen onderneming in het Handelsregister is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in welker rechtsgebied de statutaire zetel gevestigd is, blijft gedurende drie jaren na dat tijdstip de omstandigheid dat de rechtspersoon niet is ingeschreven, buiten beschouwing bij de toepassing vanen de artikelen 31 en 34 van de Handelsregisterwet. 2 artikel 57 van Boek 2 artikel 29 lid 4 van Boek 2 artikel 69 lid 2 artikel 180 lid 2 van Boek 2 Boek 2 Wegens het ontbreken van de inin verband metof de inofbedoelde inschrijving in het Handelsregister van een in het eerste lid bedoelde rechtspersoon ontstaat geen aansprakelijkheid van een bestuurder als in die bepalingen bedoeld, indien de onderneming van die rechtspersoon op het tijdstip van in werking treden vanin het Handelsregister was ingeschreven. 3 artikelen 77 188 van Boek 2 titels 3 4 van dat boek Boek 2 Ten aanzien van een in het eerste lid bedoelde naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid wordt in afwijking van deenin deenonder het kantoor van het Handelsregister verstaan het kantoor waar de onderneming van de vennootschap volgens het Handelsregister gevestigd is totdat hetzij de inschrijving van de rechtspersoon is geschied hetzij drie jaren na het in werking treden vanzijn verstreken. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Boek 2 Gedingen, waarin de inleidende dagvaarding is betekend dan wel het inleidende verzoekschrift is ingediend voor het tijdstip van in werking treden van, worden geheel afgedaan met toepassing van de voorschriften van procesrechtelijke aard, die voor dat tijdstip golden. 2 Het in het vorige lid bepaalde geldt ook voor de afdoening van een eis of verzoek, in het geding bij wege van reconventie gedaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 In de volgende artikelen worden onder "de wet" verstaan de in werking getreden bepalingen van de Boeken 3-10. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012 Abusievelijk geeft het Staatsblad een wijzigingsopdracht voor artikel 69 in plaats van artikel 68.
Artikel 68a — Artikel 68a#
Artikel 68a 1 Van het tijdstip van haar in werking treden af is de wet van toepassing, indien op dat tijdstip is voldaan aan de door de wet voor het intreden van een rechtsgevolg gestelde vereisten, tenzij uit de volgende artikelen iets anders voortvloeit. 2 Voor zover en zolang op grond van de volgende artikelen de wet niet van toepassing is, blijft het vóór haar in werking treden geldende recht van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Wanneer de wet van toepassing wordt, heeft dat niet tot gevolg dat alsdan: a. iemand het vermogensrecht verliest dat hij onder het tevoren geldende recht had verkregen; b. een schuld op een ander overgaat; c. het bedrag van een vordering wordt gewijzigd; d. een vorderingsrecht ontstaat, indien alle feiten die de wet daarvoor vereist, reeds voordien waren voltooid; e. een goed met een beperkt recht wordt belast. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Een beding dat naar een vóór het in werking treden van de wet geldend wetsartikel verwijst of de zakelijke inhoud van zo’n artikel weergeeft, wordt geacht een verwijzing naar of een weergave van de wet in te houden, tenzij zulks niet in overeenstemming zou zijn met de strekking van het beding. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 Indien de wet een verjarings- of vervaltermijn op korter dan een jaar stelt, en die termijn overeenkomstig het in de wet bepaalde vóór het tijdstip van haar in werking treden zou aanvangen, dan wordt deze aanvang verschoven naar het tijdstip van het in werking treden van de wet. 2 Strekt de termijn tot vervanging van een termijn die door het tevoren geldende recht werd gesteld, dan eindigt de nieuwe termijn uiterlijk op het tijdstip waarop de vervangen termijn zou zijn voltooid. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 Indien de wet een verjarings- of vervaltermijn op een jaar of langer stelt, en die termijn overeenkomstig het in de wet bepaalde vóór het tijdstip van haar in werking treden aanvangt, dan is het in de wet bepaalde omtrent aanvang, duur en aard van die termijn tot een jaar na dat tijdstip niet van toepassing. 2 De nieuwe termijn wordt geacht niet vóór afloop van dat jaar te zijn voltooid. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 73a — Artikel 73a#
Artikel 73a 1 artikelen 72 73 In afwijking van deenkan een bevoegdheid die de wet toekent, niet meer worden uitgeoefend, indien de daarvoor bij de wet gestelde termijn reeds op het tijdstip van haar in werking treden is verstreken en een bevoegdheid van gelijke aard onder het tevoren geldende recht niet bestond. 2 Was de termijn waarbinnen volgens het tevoren geldende recht een recht of bevoegdheid moest zijn uitgeoefend, reeds verstreken op het in lid 1 bedoelde tijdstip, dan brengt de wet die een recht of bevoegdheid van gelijke aard toekent, in het rechtsgevolg van de verjaring of het verval geen verandering. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 Het van toepassing worden van de wet heeft geen gevolg voor de bevoegdheid van de rechter voor wie voordien een geding is aangevangen, noch voor de aard van dat geding en voor de rechtsmiddelen tegen de uitspraak. 2 In gedingen als bedoeld in lid 1 bepaalt de rechter op verzoek van een der partijen of ambtshalve een termijn waarbinnen partijen de gelegenheid wordt geboden hun stellingen en conclusies voor zover nodig aan te passen aan de wet of aan deze of een der volgende titels. Stelt de rechter partijen tot een zodanige aanpassing in de gelegenheid, dan staat tegen die beslissing geen rechtsmiddel open; wijst de rechter een daartoe strekkend verzoek af, dan staat een rechtsmiddel daartegen slechts gelijktijdig met de einduitspraak open. 3 Het tevoren geldende recht blijft van toepassing, indien een geding als bedoeld in lid 1, in hoogste feitelijke instantie in staat van wijzen verkeert op het tijdstip waarop de wet van toepassing wordt, tenzij de rechter tot voortzetting van het geding beslist. 4 In een geding ter zake van een cassatieberoep tegen een, vóór het van toepassing worden van de wet tot stand gekomen, uitspraak blijft het voordien geldende recht van toepasing. Dit geldt mede voor de verdere behandeling van de zaak door het recht waarnaar na cassatie is verwezen, tenzij de zaak als gevolg van de cassatie door dat gerecht in haar geheel opnieuw moet worden behandeld. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 De wet blijft, ook buiten de in deze en de volgende titels geregelde gevallen, buiten toepassing in zaken van overgangsrecht, indien de gelijkenis met zulke gevallen daartoe noopt of indien de toepassing onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. 2 artikelen 69-73a Van dewordt, behalve in de volgende titels, afgeweken op dezelfde gronden als in het vorige lid aangegeven. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Zaken die tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet onroerend door bestemming waren en als zodanig waren begrepen in een beslag of executie, blijven, indien de wet hen als roerend aanmerkt, ook nadien daaronder begrepen en gelden als onroerend zolang het beslag of de executie duurt, doch slechts tot aan de levering aan de koper. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 artikel 254 lid 1 van Boek 3 Op roerende zaken die tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet onroerend door bestemming waren en als zodanig aan hypotheek waren onderworpen, rust van dat tijdstip af een pandrecht. Het pandrecht komt na dat tijdstip mede te rusten op roerende zaken die als onroerend door bestemming onder het tevoren geldende recht aan die hypotheek zouden zijn onderworpen. Met betrekking tot de zaken, in de eerste en tweede zin genoemd, wordt geacht het inbedoelde beding te zijn gemaakt. Het pandrecht op de in de eerste zin bedoelde zaken werkt tegen de, vóór het in werking treden van de wet ontstane, rechten en vorderingen, waartegen de hypotheek kon worden ingeroepen; met betrekking tot de rangorde geldt het als gevestigd op het tijdstip waarop de zaak met hypotheek werd belast. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 Feiten die op het tijdstip van het in werking treden van de wet kenbaar zijn uit de openbare registers voor registergoederen uit een in- of overschrijving voordien of uit een voordien door de bewaarder geplaatste aantekening, gelden voor de toepassing van de wet als feiten die overeenkomstigzijn ingeschreven, tenzij die feiten nadien niet meer hadden kunnen worden ingeschreven. 2 Artikel 21 van Boek 3 heeft geen invloed op de rangorde van rechten die reeds vóór het in werking treden der wet bestonden. 3 artikelen 24 lid 1 25 26 van Boek 3 De,enworden eerst drie jaren na het tijdstip van het in werking treden van de wet van toepassing met betrekking tot een voor inschrijving vatbaar feit dat vóór dat tijdstip is geschied. 4 artikel 20 lid 2 van Boek 5 artikel 24 lid 1 van Boek 3 Op het ontbreken van de inschrijving van de vóór 1 januari 1950 plaatsgevonden hebbende aanleg van een net als bedoeld indat op het tijdstip van het in werking treden van die bepaling nog niet is verwijderd en op inschrijfbare feiten die vóór het in werking treden van die bepaling zijn voorgevallen, en die betreffen netten waarvan de aanleg niet uit de openbare registers kenbaar is, isniet van toepassing. 5 artikel 20 lid 2 van Boek 5 artikel 155a Met betrekking tot een net als bedoeld in, dat vóór 1 februari 2007 is aangelegd, begint de in het derde lid bedoelde termijn van drie jaren te lopen vanaf het tijdstip waaropin werking is getreden. 2010 188 26-05-2010 17-05-2010 31974 2010 188 26-05-2010 17-05-2010 31974 27-05-2010
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Tenzij anders is bepaald, wordt een rechtshandeling die is verricht voordat de wet daarop van toepassing wordt, niet nietig of vernietigbaar ten gevolge van een omstandigheid die de wet, in tegenstelling tot het tevoren geldende recht, aanmerkt als een grond van nietigheid of vernietigbaarheid. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 Een rechtshandeling die vernietigbaar was tot aan het tijdstip waarop de wet op haar van toepassing wordt, kan van dat tijdstip af niet langer worden vernietigd op grond van het gebrek dat haar tevoren aankleefde, indien de wet een zodanig gebrek niet aanmerkt als een grond van vernietigbaarheid. 2 Een rechtshandeling als bedoeld in lid 1, wordt op het daar genoemde tijdstip met terugwerkende kracht nietig, indien de wet een rechtshandeling met hetzelfde gebrek als nietig aanmerkt. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 Een nietige rechtshandeling wordt op het tijdstip waarop de wet op haar van toepassing wordt, met terugwerkende kracht tot een onaantastbare bekrachtigd, indien zij heeft voldaan aan de vereisten die de wet voor een zodanige rechtshandeling stelt. 2 Artikel 73a lid 1 Een tevoren nietige rechtshandeling geldt van dat tijdstip af als vernietigbaar, indien de wet het gebrek dat haar aankleeft, als grond van vernietigbaarheid aanmerkt.is alsdan niet van toepassing indien het tevoren geldende recht een beroep op de nietigheid niet aan een bepaalde termijn bond. 3 De vorige leden gelden slechts, indien alle onmiddellijk belanghebbenden die zich op de nietigheid hadden kunnen beroepen, de handeling voordien als geldig hebben aangemerkt. Inmiddels verkregen rechten van derden behoeven aan bekrachtiging niet in de weg te staan, mits zij worden geëerbiedigd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 artikel 52 lid 1 onder d van Boek 3 Voor de toepassing vanwordt onder een bevoegdheid tot inroeping van een vernietigingsgrond begrepen de bevoegdheid tot het inroepen van een soortgelijke vernietigingsgrond, welke iemand reeds toekwam volgens het recht dat vóór het toepasselijk worden der wet gold. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Artikel 62 lid 2 van Boek 3 wordt één jaar na het tijdstip van het in werking treden van de wet van toepassing op een volmacht die op dat tijdstip bestaat. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Artikel 81 lid 3 van Boek 3 geldt mede ten aanzien van beperkte rechten die vóór het in werking treden van de wet reeds door afstand en vermenging waren tenietgegaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 85a — Artikel 85a#
Artikel 85a artikel 83, derde lid, tweede zin, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Wet opheffing verpandingsverboden artikel 79 De nietigheid, bedoeld ingeldt, in afwijking van, voor bestaande bedingen vanaf drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van de. 2025 72 19-03-2025 06-03-2025 35482 2025 92 09-04-2025 31-03-2025 01-07-2025
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 Op het tijdstip van het in werking treden van de wet gaat een goed dat voor verpanding vatbaar is en aan een ander tot zekerheid is overgedragen, over op degene te wiens laste de zekerheid is gesteld, en wordt het belast met pandrecht ten behoeve van de voormalige eigenaar tot zekerheid. 2 Van het in lid 1 genoemde tijdstip af heeft het pandrecht de gevolgen van een pandrecht dat naar zijn strekking overeenkomt met de eigendom tot zekerheid zoals die totdien bestond. 3 Het pandrecht werkt tegen de, vóór het in werking treden van de wet ontstane, rechten op het goed en vorderingen, waartegen de eigendom tot zekerheid kon worden ingeroepen. Het geldt met betrekking tot de rangorde als gevestigd op het tijdstip waarop het goed in eigendom tot zekerheid is overgegaan. 4 De schuldeiser aan wie de rechten uit een levensverzekering met afkoopwaarde tot zekerheid waren overgedragen, kan van het tijdstip van het in werking treden van de wet af als pandhouder die verzekering belenen ter hoogte van zijn opeisbare vordering tot aan die waarde op de bij de verzekeraar gebruikelijke voorwaarden. 5 De leden 1-4 zijn niet van toepassing, indien aan de schuldenaar de uitwinning van het tot zekerheid overgedragen goed was aangezegd. Is de schuldeiser zes maanden na dat tijdstip nog niet tot de uitwinning overgegaan, dan worden die leden alsdan van toepassing. Verkeert de schuldenaar op het genoemde tijdstip in staat van faillissement, dan worden die leden eerst na afloop daarvan toepasselijk, indien de eigendom tot zekerheid is blijven bestaan. 6 artikelen 249-253 van Boek 3 Overeengekomen bedingen worden op het pandrecht van overeenkomstige toepassing, ongeacht of zij aan een na het in werking treden van de wet gevestigd pandrecht kunnen worden verbonden, met uitzondering van bedingen die worden uitgesloten door de. 7 Van het in werking treden van de wet af wordt een alsdan bestaande verbintenis strekkende tot overdracht van een voor verpanding vatbaar goed tot zekerheid, aangemerkt als een verbintenis tot vestiging van een pandrecht. Levering bij voorbaat tot de overdracht van een zodanig goed tot zekerheid, die vóór dat tijdstip is geschied, geldt nadien als levering bij voorbaat tot vestiging van pandrecht daarop. 8 De partijen bij een overeenkomst die tot overdracht van goederen tot zekerheid verplicht, zijn desverlangd jegens elkaar gehouden tot medewerking aan aanpassing van die overeenkomst aan de bepalingen van titel 3.9 van Boek 3. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 86a — Artikel 86a#
Artikel 86a Is vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet een goed ter uitvoering van een voorwaardelijke verbintenis geleverd, dan geldt het als onder dezelfde voorwaarde verkregen. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Op de rechtsverhouding tussen degene die op het tijdstip van het in werking treden van de wet nog voor een bepaalde tijd rechthebbende op een goed is, en hem die na hem verkrijgt, zijn de bepalingen omtrent verbintenissen en bevoegdheden welke uit vruchtgebruik voortvloeien, van overeenkomstige toepassing, voor zover de aard of inhoud van die rechtsverhouding zich daartegen niet verzet. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 Artikel 86 van Boek 3 a b geldt gedurende een jaar na het tijdstip van het in werking treden van de wet niet voor zaken als bedoeld in het tevoren geldende artikel 2014 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek welke vóór dat tijdstip waren ontvreemd. Na afloop van dat jaar wordt artikel 86 lid 3 van Boek 3 op die zaken van toepassing; alsdan vervalt de in artikel 2014 tweede lid bedoelde bevoegdheid tot terugvordering van de zaken, genoemd onderenvan die bepaling. Vóór de ontvreemding op een zaak gevestigde beperkte rechten vervallen door haar overgang op de verkrijger. 2 Artikel 637 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tot aan het tijdstip van het in werking treden der wet gold, blijft van toepassing met betrekking tot een ontvreemde of verloren zaak die vóór dat tijdstip door een koper te goeder trouw op een jaar- of een andere markt of op een openbare veiling is verkregen. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 1 artikel 237 van Boek 3 artikel 92 lid 2, eerste zin, van dat boek Indien vóór het in werking treden van de wet een eigendomsvoorbehoud is bedongen met betrekking tot een zaak die voor verpanding vatbaar is, wordt de eigendom omgezet in een pandrecht overeenkomstig, voor zover het eigendomsvoorbehoud strekt tot zekerheid van voldoening van andere vorderingen dan die genoemd in. 2 artikel 237 van Boek 3 artikel 92 lid 2, eerste zin, van dat boek Van het in werking treden van de wet af geldt een alsdan bestaande verbintenis tot levering betreffende goederen onder eigendomsvoorbehoud als een zodanige verbintenis onder voorbehoud van een pandrecht overeenkomstig, voor zover het eigendomsvoorbehoud strekt tot zekerheid van voldoening van andere vorderingen dan die genoemd in. 3 artikel 86 De leden 2, 3, 5, 6 en 8 vanzijn van overeenkomstige toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 artikel 94 van Boek 3 Levering van een recht als bedoeld in artikel 668 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek zoals dit vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet gold, en voltooid vóór dat tijdstip, werkt jegens een persoon tegen wie het moet worden uitgeoefend en ten aanzien van wie vóór dit tijdstip volgens artikel 668 tweede lid de overdracht nog geen gevolg had, slechts nadat zij hem overeenkomstigis medegedeeld. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 1 Voor de levering van een registergoed kan in plaats van een notariële akte een onderhandse akte worden gebezigd, indien die akte is opgesteld en mede-ondertekend door een persoon, bedoeld in lid 4, en deze persoon dit in het slot der akte heeft verklaard of dit in een door hem ondertekende verklaring aan de voet van de akte heeft bevestigd. 2 artikelen 195 lid 1 van Boek 3 31 lid 1 93 lid 2 van Boek 5 250 252 lid 2 van Boek 6 800 van Boek 8 Lid 1 is van overeenkomstige toepassing op de akten, bedoeld in de,en,enen. 3 titels 1 12 van Boek 7 Een persoon als bedoeld in lid 4 kan de bevoegdheden uitoefenen en de verplichtingen vervullen die bij deenaan de notaris zijn toegekend of opgedragen. 4 Stb. Als een persoon, bedoeld in de leden 1 en 3, geldt degene op wie artikel II van de Wet van 28 juni 1956,376, tot aan het in werking treden van de wet van toepassing was. 5 Nederlandse Staatscourant Onze Minister van Justitie kan uit hoofde van het belang van het rechtsverkeer de bevoegdheid van zulk een persoon schorsen en intrekken; schorsing en intrekking worden in debekendgemaakt. 6 Stb. De voorwaarden en beperkingen, krachtens artikel II tweede lid van de Wet van 28 juni 1956,376, destijds bij de ministeriële aanwijzing van een persoon gesteld, blijven van kracht. 2003 238 19-06-2003 05-06-2003 23095 2003 272 03-07-2003 25-06-2003 01-09-2003 2003 239 19-06-2003 12-06-2003 2003 272 03-07-2003 25-06-2003 01-09-2003 De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 artikel 99 van Boek 3 De termijnen genoemd in, lopen bij het toepasselijk worden van dat artikel op goederen die tevoren krachtens artikel 2000 van het Burgerlijk Wetboek niet door verjaring konden worden verkregen, vanaf de stuiting van de verjaring van een rechtsvordering tot beëindiging van het bezit, indien zulk een stuiting voordien had plaats gevonden. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Artikel 105 van Boek 3 wordt één jaar na het tijdstip van het in werking treden van de wet van toepassing met betrekking tot degene die alsdan een goed bezit, indien de verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van dat bezit is voltooid; hij wordt geacht dat goed niet vóórdien te hebben verkregen. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 artikel 106 van Boek 3 Indien een rechthebbende op het tijdstip van het in werking treden van de wet van zijn beperkte recht geen gebruik maakte en de termijn na afloop waarvan het dientengevolge geheel of ten dele teniet kon gaan, nog liep, wordteen jaar na dat tijdstip van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 titel 5 van Boek 3 Bezit en houderschap worden verkregen en verloren op het tijdstip van het in werking treden van de wet, indien de vereisten die de bepalingen vandaarvoor stellen, reeds vóór dat tijdstip waren vervuld, doch het toen geldende recht aan de vervulling niet die gevolgen verbond. Op de verplichtingen die uit bezit en houderschap voortvloeien, is van dat tijdstip af, doch alleen voor het vervolg, de wet van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Artikel 122 van Boek 3 vindt mede toepassing met betrekking tot het bezit en het houderschap in het tijdvak dat aan het in werking treden van de wet is voorafgegaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 Artikel 177 lid 3 geldt niet voor een recht van pand of hypotheek dat vóór het in werking treden van de wet is gevestigd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Van het tijdstip van haar in werking treden af is de wet van toepassing op de handelingen met betrekking tot verdeling van een gemeenschap, voor zover die nog niet is voltooid en uitsluitend voor het vervolg, behalve indien dit zou nopen tot het ongedaan maken van alsdan reeds in overeenstemming met het voordien geldend recht getroffen maatregelen. De wet wordt niet van toepassing ten aanzien van de onderwerpen waaromtrent vóór het in werking treden van de wet een rechterlijke uitspraak is gevraagd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 artikel 181 van Boek 3 Van het tijdstip van het in werking treden der wet af isvan toepassing op een onzijdig persoon die is benoemd krachtens artikel 1117 van het Burgerlijk Wetboek zoals dat voordien gold, evenwel met handhaving van de voor hem geldende beloning. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Artikel 194 lid 2 van Boek 3 artikel 189 lid 2 van Boek 3 is niet van toepassing op een inbedoelde gemeenschap die op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds bestaat. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Artikel 804 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tot aan het in werking treden van de wet gold, blijft van toepassing met betrekking tot de verbruikbare zaken, die waren begrepen onder een voordien aangevangen vruchtgebruik. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 Artikel 204 lid 2 van Boek 3 is van toepassing op een bewind dat ten tijde van het in werking treden van de wet bestaat. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Artikel 221 van Boek 3 is van toepassing op een vruchtgebruik dat op het tijdstip van het in werking treden van de wet bestaat, ook indien op dat tijdstip de vruchtgebruiker reeds in ernstige mate in de nakoming van zijn verplichtingen is tekortgeschoten. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 Artikel 244 van Boek 3 artikel 86 artikel 89 geldt voor een pandrecht dat vóór het tijdstip van het in werking treden der wet is gevestigd zonder beperking tot de daar vermelde termijn van drie jaren. De vorige zin is mede van toepassing op een pandrecht dat overeenkomstigofdoor omzetting van eigendom is ontstaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 Artikel 248 leden 1 en 3 van Boek 3 artikel 233 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing op verzuim van een pandgever die niet tevens de schuldenaar is, in de nakoming van de verplichtingen die hij vóór het in werking treden van de wet op zich heeft genomen, voor zover nietvan toepassing is. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 artikelen 249-252 van boek 3 Artikel 253 van Boek 3 Dezijn niet van toepassing op de uitwinning van een pand, indien vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet aan de pandgever de uitwinning van het pand reeds was aangezegd.is van toepassing, indien eerst na dit tijdstip het pand wordt verkocht of aan de pandhouder verblijft. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 Artikel 1205, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet gold, blijft van toepassing ten aanzien van schulden die op dat tijdstip bestaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 artikel 259 van Boek 3 De houders van certificaten als bedoeld in, welke op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds bestaan, verkrijgen op dat tijdstip een pandrecht overeenkomstig de leden 2 en 3 van dat artikel. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Indien op het tijdstip van het in werking treden van de wet sinds de overschrijving in de openbare registers van een leveringsakte wegens koop of een akte van scheiding nog geen acht vrije dagen zijn verstreken, blijven de artikelen 1227 en 1228 van het Burgerlijk Wetboek, zoals die voordien golden, van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 Artikel 1229 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet gold, blijft van toepassing op bedongen rente over een vordering tot zekerheid waarvan vóór dat tijdstip hypotheek was gevestigd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 114a — Artikel 114a#
Artikel 114a artikelen 264 267 267a 268 Wet van 1 oktober 2014 artikel 544 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De,,en, zoals gewijzigd of ingevoerd bij de(Stb. 2014, 352), zijn niet van toepassing op de executie van een registergoed, een aandeel daarin of een beperkt recht daarop, waarvan de aanzegging overeenkomstigheeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet. 2014 352 15-10-2014 01-10-2014 33484 2014 432 20-11-2014 11-11-2014 01-01-2015
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 1 leden 4-8 van artikel 264 van Boek 3 Op een beding als bedoeld in het tevoren geldende artikel 1230 van het Burgerlijk Wetboek dat vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet is gemaakt, zijn degedurende een termijn van drie jaren niet van toepassing. 2 Artikel 266 van Boek 3 is gedurende een termijn van drie jaren van het tijdstip van het in werking treden van de wet af niet van toepassing op een hypotheek die vóór dat tijdstip is gevestigd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 artikelen 270-273 van Boek 3 Indien een hypotheekhouder vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet aan een notaris opdracht heeft gegeven tot de voorbereiding van een openbare verkoop overeenkomstig artikel 1223 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek zoals dat voordien luidde, blijft het toen geldende recht op die verkoop van toepassing; zo alsdan de toewijzing ingevolge verkoop na dit tijdstip geschiedt, zijn deechter wel van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 1 De bepalingen van de wet omtrent de rangorde waarin vorderingen uit de opbrengst van een goed moeten worden voldaan, gelden, behoudens het elders bepaalde, mede met betrekking tot vorderingen die op het tijdstip van het in werking treden van de wet bestaan. 2 De wet is niet van toepassing op de rangorde bij de verdeling van de opbrengst van een goed dat op het tijdstip van haar in werking treden reeds ten behoeve van het verhaal is verkocht, noch op die bij de verdeling van hetgeen op een vordering op dat tijdstip reeds is geïnd. 3 Het in werking treden van de wet heeft voor de dan bestaande vorderingen geen gevolg ten aanzien van de werking van een surséance van betaling, die voordien aan de schuldenaar voorlopig is verleend. 4 artikel 108 der Faillissementswet De wet is niet van toepassing op de rang van vorderingen op een in staat van faillissement verklaarde schuldenaar, indien zij in werking treedt nadat de rechter-commissaris overeenkomstigde dag heeft bepaald waarop die vorderingen uiterlijk ter verificatie moeten zijn ingediend. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 Artikel 283 van Boek 3 is niet van toepassing met betrekking tot een vordering tot vergoeding die op het tijdstip van het in werking treden van de wet bestaat. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 a artikel 237 van Boek 3 artikel 86 lid 2 89 lid 1 Afschaffing van voorrechten op bepaalde goederen door het in werking treden van de wet heeft geen gevolg voor een voorrecht dat voordien reeds krachtens artikel 1185 onder 3° van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tevoren gold, aan een vordering was verbonden. De voordien geldende artikelen 1190 en 1192van het Burgerlijk Wetboek blijven van toepassing. Het voorrecht heeft voorrang boven een pandrecht dat is gevestigd overeenkomstig, of dat, ingevolgeof, de gevolgen van een zodanig pandrecht heeft. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 119a — Artikel 119a#
Artikel 119a 1 artikel 68a artikel 74, leden 2 tot en met 4 artikelen 305a tot en met 305d van Boek 3 In afwijking vanen, blijven voor een rechtsvordering die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen als bedoeld in deen die is ingesteld voor 1 januari 2020 de voorwaarden van toepassing die golden voor die datum. 2 artikel 68a artikelen 305a tot en met 305d van Boek 3 In afwijking van, blijven voor een rechtsvordering die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen als bedoeld in deen die is ingesteld op of na 1 januari 2020 de voorwaarden van toepassing die golden voor die datum voor zover de rechtsvordering betrekking heeft op een gebeurtenis of gebeurtenissen die heeft of hebben plaatsgevonden voor 15 november 2016. 3 Richtlijn (EU) 2020/1828 Richtlijn 2009/22/EG Lid 2 is niet van toepassing op een rechtsvordering die strekt tot bescherming van een belang als bedoeld in artikel 2, eerste lid, vanvan het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van(PbEU 2020, L 409) en die is ingesteld op of na 25 juni 2023. 4 artikelen 305a 305c van Boek 3 Implementatiewet richtlijn representatieve vorderingen voor consumenten De wijzigingen van deendoor dezijn niet van toepassing op rechtsvorderingen die voor 25 juni 2023 zijn ingesteld. Op deze rechtsvorderingen blijven de voor die datum geldende artikelen 305a en 305c van Boek 3 van toepassing. 2025 124 14-05-2025 23-04-2025 36638 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025
Artikel 119b — Artikel 119b#
Artikel 119b 1 artikel 310 lid 1 van Boek 3 Ter zake van de rechtsvordering tot vergoeding van schade die een gevolg is van verontreiniging van lucht, water of bodem, eindigt de termijn van vijf jaren bedoeld inniet vóór 1 januari 1997. 2 artikel 73 artikel 310 lid 2 van Boek 3 In afwijking vanisvan toepassing vanaf het tijdstip waarop het in werking treedt. 3 artikel 310 lid 3 van Boek 3 Wat voor de gebeurtenissen bedoeld inis bepaald, geldt ook indien de gebeurtenis is aangevangen of voorgevallen vóór het tijdstip waarop dat lid in werking treedt. 2019 130 01-04-2019 20-03-2019 34608 2019 447 04-12-2019 20-11-2019 01-01-2020 Voorheen art. 119a.
Artikel 119c — Artikel 119c#
Artikel 119c Artikel 310 lid 5 van Boek 3 is van toepassing op schadeveroorzakende gebeurtenissen die vanaf 1 februari 2004 hebben plaatsgevonden. 2019 130 01-04-2019 20-03-2019 34608 2019 447 04-12-2019 20-11-2019 01-01-2020 Voorheen art. 119b.
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Over het tijdvak vóór het in werking treden van de wet wordt een verjaring waarop de wet van toepassing is, geacht te zijn gestuit door een oorzaak die volgens het tevoren geldende recht stuiting tot gevolg had. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 1 artikel 73 artikel 320 van Boek 3 In afwijking vanworden aanvang en duur van een verjaringstermijn door de wet bepaald in de gevallen waarin de verjaring overeenkomstigbij of binnen een jaar na het in werking treden van de wet wordt verlengd. 2 artikel 321 van Boek 3 De artikelen 2023-2029 van het Burgerlijk Wetboek, zoals die tot aan het in werking treden van de wet golden, blijven gedurende een jaar nadien van toepassing op de gevallen waarin zij totdien toepasselijk waren, tenzij er een grond tot verlenging der verjaring overeenkomstigbestaat. Na afloop van dat jaar wordt de verjaring geacht nimmer geschorst te zijn geweest. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 artikel 323 leden 1 en 2 van Boek 3 Van het tijdstip van het in werking treden der wet af geldt, voor zover een pand- of hypotheekrecht niet reeds eerder teniet was gegaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 artikelen 324 325 van Boek 3 Vanaf een jaar na het verstrijken van het tijdstip van het in werking treden der wet gelden deenmede, indien de in artikel 324 bedoelde rechterlijke of arbitrale uitspraak vóór dat tijdstip is gevallen. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 Artikel 2010 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tevoren gold, blijft van toepassing indien na het in werking treden van de wet een beroep wordt gedaan op verjaring ingevolge een van de tevoren geldende artikelen 2005 tot en met 2008 van het Burgerlijk Wetboek. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 Artikel 5 van Boek 4 is van overeenkomstige toepassing op schulden die terzake van een nalatenschap onder het tevoren geldende recht zijn ontstaan. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 1 Afdeling 2 van titel 3 van Boek 4 de wet is uitsluitend van toepassing indien de erflater na het in werking treden vanis overleden. 2 de wet Artikel 899b van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat tot aan het tijdstip van het in werking treden vangold, blijft nadien van toepassing met betrekking tot nalatenschappen die vóór dat tijdstip zijn opengevallen. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 artikel 79 de wet De bepalingen omtrent nietigheid en vernietigbaarheid van het tevoren geldende recht zijn, onverminderd het inbepaalde, niet van toepassing op een uiterste wilsbeschikking die vóór het tijdstip van het inwerking treden vanis gemaakt door iemand die na dat tijdstip overlijdt. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 1 Is de nalatenschap voor het in werking treden van de wet opengevallen, dan kan een legitimaris zijn bevoegdheden uitsluitend overeenkomstig het tevoren geldende recht uitoefenen. 2 Degene die tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet volgens het tevoren geldende recht zijn bevoegdheden als legitimaris kon uitoefenen, behoudt die bevoegdheden gedurende een jaar nadien, indien de erflater ten minste vier jaren vóór dat tijdstip is overleden. Is de nalatenschap later, doch vóór het in werking treden van de wet opengevallen, dan behoudt de legitimaris zijn bevoegdheden totdat sedert het overlijden van de erflater vijf jaren zijn verstreken. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 1 Indien een erflater voor het in werking treden van de wet ten behoeve van zijn niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of zijn geregistreerde partner een uiterste wilsbeschikking heeft gemaakt en de nalatenschap nadien is opengevallen, is de vordering van een legitimaris, voor zover deze ten laste zou komen van de echtgenoot of geregistreerde partner, eerst opeisbaar na diens overlijden. Hetzelfde geldt in het geval van een uiterste wilsbeschikking ten behoeve van een andere levensgezel, indien deze met de erflater een gemeenschappelijke huishouding voerde. 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover uit de uiterste wilsbeschikking anders valt af te leiden. artikelen 87 leden 5 en 6 88 van Boek 4 Deenzijn mede van toepassing. 3 artikel 186 lid 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Op een verdeling gemaakt met toepassing van artikel 1167 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat gold tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet, is na dat tijdstipniet van toepassing. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 1 119 tot en met 123 125 130 lid 3 van Boek 4 De artikelen,enzijn mede van toepassing op een nalatenschap die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet is opengevallen, indien op dat tijdstip nog schulden der nalatenschap, anders dan tot periodieke betalingen, onvoldaan zijn. 2 Artikel 124 van Boek 4 is mede van toepassing op een nalatenschap die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet is opengevallen, voor zover het de vruchten betreft die na dat tijdstip zijn geïnd. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 de wet Ingeval voor het tijdstip van het in werking treden vaneen beding is gemaakt dat een goed van een niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of van een geregistreerde partner onder opschortende voorwaarde of onder opschortende tijdsbepaling zonder redelijke tegenprestatie op de andere echtgenoot of geregistreerde partner overgaat of kan overgaan, en dit beding na bedoeld tijdstip wordt toegepast in geval van overlijden van degene aan wie het goed toebehoort, is de vordering van een legitimaris, voor zover deze ten laste zou komen van de verkrijgende echtgenoot of geregistreerde partner, eerst opeisbaar na diens overlijden. Hetzelfde geldt in geval van zodanig beding ten behoeve van een andere levensgezel, mits deze met degene aan wie het goed toebehoort een gemeenschappelijke huishouding voerde en het beding bij notarieel verleden samenlevingsovereenkomst of andere notariële akte was gemaakt. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 132 — Artikel 132#
Artikel 132 artikelen 137 tot en met 139 van Boek 4 de wet de wet Dezijn mede van toepassing op een making over de hand, die is vervat in een vóór het in werking treden van de wet gemaakte uiterste wil. Op een making als bedoeld in artikel 928 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat voor het tijdstip van het in werking treden vangold, blijft artikel 1036 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat voor het tijdstip van het in werking treden vangold, evenwel van toepassing. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 133 — Artikel 133#
Artikel 133 afdeling 6 van titel 5 van Boek 4 afdeling 6 van titel 5 van Boek 4 Op de benoeming van een uitvoerder van uiterste wilsbeschikkingen, gedaan voor het tijdstip van het in werking treden van de wet, is vanaf dat tijdstip of, indien de executele nadien aanvangt, vanaf dit latere tijdstip,van toepassing, tenzij aan de uitvoerder van de uiterste wilsbeschikkingen het recht van inbezitneming der nalatenschapsgoederen niet is toegekend, en behoudens voor zover bij de benoeming regelingen zijn getroffen die vanafwijken. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 134 — Artikel 134#
Artikel 134 afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 Op een testamentair bewind, ingesteld bij een uiterste wil die is opgemaakt voor het tijdstip van het in werking treden van de wet, is vanaf dat tijdstip of, indien het bewind nadien van kracht wordt, vanaf dit latere tijdstipvan toepassing, behoudens voor zover bepalingen in de uiterste wil daarvan afwijken. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 135 — Artikel 135#
Artikel 135 de wet Bij het in werking treden vanvolgen de erfgenamen van rechtswege een voordien overleden erflater op in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap, en worden zij van rechtswege schuldenaar van zijn schulden die niet met zijn dood zijn tenietgegaan, een en ander voor zover dat rechtsgevolg niet reeds eerder was ingetreden. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 136 — Artikel 136#
Artikel 136 de wet artikel 185 lid 3 van Boek 4 Degene die tot aan het tijdstip van het in werking treden vaningevolge artikel 1070 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek zoals dat voordien gold, een recht van beraad heeft, behoudt dit totdat de daarvoor gestelde termijn is verstreken. Voor verlenging van de termijn isvan toepassing. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 137 — Artikel 137#
Artikel 137 1 afdeling 3 van titel 6 van Boek 4 Op de vereffening van een nalatenschap die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet is aangevangen, zijn de bepalingen vannadien zoveel mogelijk van toepassing. 2 Afdeling 3 van titel 6 van Boek 4 is van dat tijdstip af eveneens zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op een voordien aangevangen afwikkeling van een nalatenschap: a. nadat de erfgenamen overeenkomstig het tevoren geldende artikel 1078, onder 1 slot, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek de daartoe behorende goederen aan de beschikking der schuldeisers en legatarissen hebben overgelaten; b. na aanvaarding door schuldeisers van de erfgenamen volgens het tevoren geldende artikel 1107 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek; c. na boedelafscheiding volgens het tevoren geldende artikel 1153 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek; d. die onbeheerd was, overeenkomstig de regels van de tevoren geldende artikelen 1172 tot en met 1176 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek; e. waarop het tevoren geldende artikel 1081, tweede lid, van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek toepassing heeft gevonden. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 138 — Artikel 138#
Artikel 138 artikel 137 lid 2 artikel 212 van Boek 4 Heeft een wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam, of een door de rechter benoemde vereffenaar van een nalatenschap dan wel een ander die in de gevallen, bedoeld in, met de afwikkeling daarvan belast was, aan de schuldeisers van de nalatenschap schade toegebracht doordat hij vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet opzettelijk daartoe behorende goederen aan het verhaal van de schuldeisers heeft onttrokken, dan isvan toepassing of overeenkomstige toepassing, indien de vereffening of afwikkeling van die nalatenschap op dat tijdstip nog niet is voltooid. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 139 — Artikel 139#
Artikel 139 de wet de wet In geval voor het in werking treden vaneen doorgeroepen erfgenaam in de nederdalende lijn bij een gift of in een uiterste wil niet is ontheven van zijn verplichting tot inbreng van de gedane gift, blijft deze, behoudens indien de erflater nadien anders mocht hebben beslist, ook na dat tijdstip daartoe verplicht. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 150 — Artikel 150#
Artikel 150 1 Stb. Op het tijdstip van het in werking treden van de wet nog bestaande zakelijke rechten, die niet waren geregeld in het Burgerlijk Wetboek zoals dat voordien gold en die krachtens artikel 1 van de Wet van 16 mei 1829,29, zijn gehandhaafd, worden registergoederen. 2 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 artikel 24 lid 1 van Boek 3 Het bestaan van een recht als bedoeld in lid 1 kan worden ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in. Op het ontbreken van de inschrijving en op inschrijfbare feiten die vóór het in werking treden van de wet zijn voorgevallen, en die betreffen rechten die niet uit de openbare registers kenbaar zijn, isniet van toepassing. 3 Op deze rechten, alsmede op grondrenten en rechten van beklemming en van altijddurende beklemming blijven de regels van toepassing die voor hen golden vóór het in werking treden van de wet, voor zover uit de bepalingen omtrent registergoederen niet anders voortvloeit. 4 Een recht van aanwas geldt als eigendom van de bodem waarop het rust; degene die tot aan het in werking treden van de wet eigenaar van de stroom boven die bodem was, verkrijgt een beperkt recht op de bodem, dat de hem voordien toekomende bevoegdheden met betrekking tot de stroom inhoudt. 5 De overige in dit artikel bedoelde rechten gelden met inachtneming van hun bijzondere aard als beperkte rechten op de zaak waarop zij rusten. 6 De rechter kan op vordering van de eigenaar van de zaak waarop in dit artikel bedoeld beperkt recht rust, de inhoud van dat recht wijzigen, indien het ongewijzigd voortbestaan in strijd is met het algemeen belang, alsook op grond van omstandigheden welke van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding niet van de eigenaar kan worden gevergd. De rechter kan de vordering toewijzen onder door hem te stellen voorwaarden; hij houdt geen rekening met omstandigheden die zich vóór het in werking treden van de wet hebben voorgedaan. 7 Wet op de lijkbezorging De leden 1-5 gelden niet voor grafrechten, zoals geregeld in de. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 151 — Artikel 151#
Artikel 151 1 artikelen 5-12 van Boek 5 Degelden van het tijdstip van het in werking treden der wet af met betrekking tot roerende zaken die iemand vóór dat tijdstip als onbeheerd heeft gevonden en tot zich genomen. 2 artikel 5 lid 1 van Boek 5 De verplichtingen van de vinder bedoeld ingelden evenwel niet met betrekking tot niet kostbare zaken die de vinder langer dan een jaar vóór dat tijdstip heeft gevonden en tot zich genomen. 3 artikel 5 lid 1 van Boek 3 Een jaar na het tijdstip van het in werking treden van de wet verkrijgt de vinder die de zaak alsdan in zijn macht heeft, de eigendom daarvan, indien hij vóór het genoemde tijdstip de inomschreven aangifte of mededeling heeft gedaan of deze ingevolge het vorige lid achterwege mocht laten; ten aanzien van de vinder geldt hetzelfde, indien een gemeente de zaak in haar macht heeft. 4 Artikel 86 van Boek 3 geldt gedurende een jaar na het in werking treden van de wet niet voor zaken als bedoeld in het tevoren geldende artikel 2014 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek welke vóór dat tijdstip waren verloren, behalve indien zij tijdens dat jaar overeenkomstig titel 2 van Boek 5 door de burgemeester van een gemeente zijn verkocht of aan een derde zijn overgedragen. Na afloop van dat jaar vervalt de in artikel 2014 tweede lid bedoelde bevoegdheid tot terugvordering van verloren zaken. Vóór het verlies op een zaak gevestigde beperkte rechten vervallen door haar overgang op de verkrijger. 5 artikel 7 van Boek 5 De rechtspositie van de vinder die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet overeenkomstigheeft gehandeld, gaat op dat tijdstip met de daaraan verbonden verplichtingen over op degene aan wie hij de zaak heeft afgegeven; een recht op beloning ontstaat niet. 6 Wet op de strandvonderij De leden 1-5 zijn niet van toepassing op gevonden voorwerpen waarmee reeds vóór het in werking treden van de wet is gehandeld overeenkomstig de, het Algemeen Reglement voor het vervoer op de spoorwegen of het Postbesluit. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 152 — Artikel 152#
Artikel 152 artikel 13 van Boek 5 De verplichting genoemd ingeldt niet, indien de schat langer dan een jaar vóór het in werking treden van de wet is ontdekt. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 153 — Artikel 153#
Artikel 153 artikel 19 van Boek 5 Op het tijdstip van het in werking treden van de wet verliest degene die totdien eigenaar van een zaak was, de eigendom daarvan, indien de ingenoemde feiten op dat tijdstip waren voltooid. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 154 — Artikel 154#
Artikel 154 Van het tijdstip van het in werking treden van de wet af is degene die totdien eigenaar van een water was, eigenaar van de bodem onder dat water. Een beperkt recht op zulk een water komt alsdan op die bodem te rusten. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 155 — Artikel 155#
Artikel 155 1 Artikel 20, lid 2, van Boek 5 is, te rekenen vanaf het tijdstip van het in werking treden van dit lid, mede van toepassing op een net dat voordien is aangelegd dan wel op dat tijdstip wordt aangelegd. 2 artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek artikel 20, lid 2, van Boek 5 Indien een partij op wiens kosten een net in zijn grond is aangelegd en ten behoeve van wie dit net wordt gebruikt binnen twee jaren na het tijdstip van het in werking treden van de wet houdende wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met een herziening van het nationale beleid ten aanzien van de aanleg van kabels ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken (Stb. 2007, 16), een eis heeft ingeleid ter vaststelling van de eigendom van dat net en die partij dit feit heeft doen inschrijven in de openbare registers als bedoeld in, isniet van toepassing, totdat op deze eis onherroepelijk is beslist of deze eis is ingetrokken. 2008 95 31-03-2008 06-03-2008 31120 2008 96 31-03-2008 20-03-2008 01-04-2008
Artikel 155a — Artikel 155a#
Artikel 155a 1 artikel 17 lid 1 onder k van Boek 3 Degene die zich op 1 februari 2007 als eigenaar gedroeg, is bevoegd de aanleg van een net als bedoeld inte doen inschrijven in de openbare registers en dat net als eigenaar over te dragen en te bezwaren. 2 artikel 27 van Boek 3 Indien de inschrijving in de openbare registers in de Nederlandse Staatscourant en in een landelijk dagblad is gepubliceerd, vervalt de bevoegdheid van derden om het net of een recht daarop op te eisen na één jaar te rekenen vanaf de aanvang van de dag volgend op de dag van de laatste van deze publicaties tenzij de derde binnen deze termijn een dagvaarding betreffende een door hem ingestelde vordering als bedoeld inheeft doen inschrijven in de openbare registers. Een recht van derden op schadevergoeding, indien daarvoor grond is, blijft in stand. 3 Gedurende drie maanden te rekenen vanaf de aanvang van de dag volgend op de dag van de laatste van de in het tweede lid bedoelde publicaties is het net niet vatbaar voor overdracht en bezwaring. Wel kunnen derden gedurende deze termijn een dagvaarding als bedoeld in het tweede lid of een exploot als bedoeld in het vijfde lid in de openbare registers doen inschrijven. 4 Aan degene die na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn door overdracht of bezwaring een zakelijk recht op het net verkrijgt, kunnen geen rechten van derden worden tegengeworpen, tenzij de derde vóór de overdracht of bezwaring een dagvaarding als bedoeld in het tweede lid of een exploot als bedoeld in het vijfde lid heeft doen inschrijven of de verkrijger het recht van de derde kende. 5 Een exploot als bedoeld in het derde en vierde lid wordt gedaan aan degene die de in het eerste lid bedoelde inschrijving verkreeg en houdt in dat de derde zich het recht voorbehoudt om binnen de in het tweede lid bedoelde termijn van een jaar een dagvaarding als in dat lid bedoeld in de openbare registers te doen inschrijven. 6 De publicaties bedoeld in lid 2 kunnen worden ingeschreven in de openbare registers. 2010 188 26-05-2010 17-05-2010 31974 2010 188 26-05-2010 17-05-2010 31974 27-05-2010
Artikel 156 — Artikel 156#
Artikel 156 Uitbreiding van de territoriale zee na het in werking treden van de wet zal niet tot gevolg hebben dat de eigendom van haar bodem de alsdan daarmede duurzaam verenigde gebouwen en werken zal gaan omvatten. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 157 — Artikel 157#
Artikel 157 artikelen 29 34 van Boek 5 artikel 31 van Boek 5 artikel 32 van dat Boek Artikel 30 van Boek 5 Van drie jaren na het tijdstip van het in werking treden van de wet af bepalen deenwie alsdan eigenaar is van de stroken grond langs de oeverlijn van een water, tenzij vóór dat tijdstip de grens bij delimitatieovereenkomst is vastgelegd of nadientoepassing heeft gevonden, dan wel een vordering tot vastlegging als bedoeld inis ingesteld.is van overeenkomstige toepassing op de vastlegging van een grens door een delimitatieovereenkomst die vóór het in werking treden van de wet is gesloten. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 158 — Artikel 158#
Artikel 158 Artikel 35 van Boek 5 is niet van toepassing op uitbreiding van een duin ten gevolge van overstuiving door de wind vóór het in werking treden van de wet. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 159 — Artikel 159#
Artikel 159 Van haar in werking treden af, doch alleen voor het vervolg, gelden de bepalingen der wet voor de verplichtingen uit het burenrecht. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 160 — Artikel 160#
Artikel 160 artikel 24 lid 1 van Boek 3 Het in werking treden van de wet brengt geen wijziging in de rechten, bevoegdheden en verplichtingen met betrekking tot een buurweg welke voordien is ontstaan;is niet van toepassing op de bestemming tot zulk een buurweg. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 161 — Artikel 161#
Artikel 161 titel 4 van Boek 5 De eigenaar van een erf is, tenzij een beperkt recht iets anders meebrengt, verplicht op vordering van een nabuur de ten tijde van het in werking treden van de wet bestaande toestand in overeenstemming te brengen met hetgeen waarop die nabuur nadien op grond vanaanspraak kan maken. Is die toestand echter in overeenstemming met het voordien geldende recht, dan kan de eigenaar van het erf verlangen dat de wijziging niet wordt aangebracht dan op kosten van de nabuur en tegen vooraf door deze te betalen of te verzekeren schadevergoeding. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 162 — Artikel 162#
Artikel 162 artikel 60 van Boek 5 artikel 62 van Boek 5 Bij het in werking treden van de wet bestaat mandeligheid, indien alsdan reeds is voldaan aan de vereisten dieaan het ontstaan daarvan stelt. Op dat tijdstip is een scheidsmuur, een hek of een heg gemeenschappelijk eigendom en mandelig, indien alsdan aan de vereisten daarvoor volgensis voldaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 163 — Artikel 163#
Artikel 163 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 artikel 24 lid 1 van Boek 3 Indien vóór het in werking treden van de wet een erfdienstbaarheid door bestemming of herleving is ontstaan, kan dit ontstaan worden ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in. Op het ontbreken van de inschrijving en op inschrijfbare feiten die vóór het in werking treden van de wet zijn voorgevallen, en die betreffen rechten die niet uit de openbare registers kenbaar zijn, isniet van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 164 — Artikel 164#
Artikel 164 artikel 77 lid 1 van Boek 5 Indien een erf vóór het in werking treden van de wet aan twee of meer personen, hetzij als deelgenoten, hetzij als eigenaars van verschillende gedeelten daarvan, toebehoort, wordtop hen van toepassing met betrekking tot geldelijke verplichtingen die na het in werking treden van de wet ontstaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 165 — Artikel 165#
Artikel 165 artikel 78 van Boek 5 Een erfdienstbaarheid die op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds bestond, kan niet uit hoofde vanworden opgeheven. In geval van een vordering tot wijziging houdt de rechter geen rekening met omstandigheden die zich vóór dat tijdstip hebben voorgedaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 166 — Artikel 166#
Artikel 166 Op een erfpacht, aangevangen vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet, blijft artikel 766 van het vóór dat tijdstip geldende Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing; de opzegging moet echter bij exploit geschieden. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 167 — Artikel 167#
Artikel 167 Artikel 88 van Boek 5 Een erfpachter kan een erfpacht die op het tijdstip van het in werking treden van de wet bestaat, slechts opzeggen voor zover hij naar het voordien geldende recht tot opzegging of eenzijdige afstand zou zijn bevoegd geweest.is van toepassing, behalve voor zover een andere termijn voor de opzegging of afstand was bedongen. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 168 — Artikel 168#
Artikel 168 artikel 92 lid 1 van Boek 5 Indien een erfpacht vóór het in werking treden van de wet aan twee of meer personen, hetzij als deelgenoten, hetzij als eigenaars van verschillende gedeelten van de zaak, toebehoort, wordtvoor het eerst van toepassing met betrekking tot de eerste canon die na het in werking treden van de wet wordt verschuldigd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 169 — Artikel 169#
Artikel 169 artikel 97 lid 1 van Boek 5 Een erfpacht die op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds bestond, kan niet uit hoofde vanworden opgeheven. In geval van een vordering tot wijziging houdt de rechter geen rekening met omstandigheden die zich vóór dit tijdstip hebben voorgedaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 170 — Artikel 170#
Artikel 170 Artikel 99 van Boek 5 is niet van toepassing op een erfpacht die ten tijde van het in werking treden van de wet bestaat. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 171 — Artikel 171#
Artikel 171 artikelen 166-169 Dezijn van overeenkomstige toepassing op een recht van opstal in dezelfde gevallen waarin die artikelen op een recht van erfpacht van toepassing zijn en voor zover het opstalrecht aan de daar bedoelde regels voor erfpacht is onderworpen. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 172 — Artikel 172#
Artikel 172 1 Artikel 110 van Boek 5 is, te rekenen vanaf het in werking treden van de wet, mede van toepassing op een splitsing die voordien heeft plaatsgevonden. 2 d artikel 111 ondervan Boek 5 afdeling 2 van titel 9 van dat boek Voor zover de bepalingen van de akte van splitsing in appartementsrechten, het reglement bedoeld indaaronder begrepen, van een vereniging van eigenaars op het tijdstip van in werking treden van de wet afwijken van het bepaalde in, is dat laatste gedurende drie jaren na dat tijdstip niet van toepassing op die vereniging van eigenaars. 3 artikelen 23-24 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 147 leden 2-4 van Boek 5 Op de vereffening van het vermogen van een vereniging van eigenaars, die nog niet is voltooid op het tijdstip van het in werking treden van de wet, zijn demet inachtneming vanvan toepassing, behalve voor zover dat zou nopen tot het ongedaan maken van alsdan reeds in overeenstemming met het voordien geldend recht getroffen maatregelen. De wet wordt niet van toepassing ten aanzien van onderwerpen waaromtrent vóór haar in werking treden een rechterlijke uitspraak is gevraagd. 4 artikel 113 lid 1, tweede zin, van Boek 5 Op een splitsing die heeft plaatsgevonden voor het tijdstip waarop de wet in werking treedt, isniet van toepassing. 5 artikel 118a van Boek 5 Op een splitsing die heeft plaatsgevonden voor het tijdstip waarop de wet in werking treedt, isgedurende drie jaren na dat tijdstip niet van toepassing. 6 artikel 126 lid 1, tweede volzin, van Boek 5 Op verenigingen van eigenaars die op het tijdstip van het in werking treden van de wet niet het in, bedoelde reservefonds in stand houden, is die bepaling gedurende drie jaren na dat tijdstip niet van toepassing. 7 Wet verbetering functioneren verenigingen van eigenaars artikel 126 lid 2 en lid 3 van Boek 5 Op verenigingen van eigenaars die op het tijdstip van het in werking treden van deniet de inbedoelde jaarlijkse reservering ten behoeve van het reservefonds doen, is die bepaling gedurende drie jaren na dat tijdstip niet van toepassing. 8 Wet verbetering functioneren verenigingen van eigenaars artikelen 113 leden 5 en 6 122 lid 2, tweede volzin Op de rechtsverhouding tussen verenigingen van eigenaars en derden die voor het tijdstip van het in werking treden van deeen overeenkomst van geldlening hebben gesloten, blijven de,, van toepassing zoals deze luidden voor inwerkingtreding van die wet. 9 leden 1–3 van artikel 139 van Boek 5 titel 5.9 (Appartementsrechten Op een splitsing die heeft plaatsgevonden voor het tijdstip van het in werking treden van de, zoals deze leden zijn gewijzigd bij de Wet van 19 februari 2005, houdende wijziging van(Stb. 89), is het in die leden bepaalde gedurende drie jaren na dat tijdstip niet van toepassing. 2017 241 15-06-2017 29-05-2017 34479 2017 352 29-09-2017 21-09-2017 01-01-2018
Artikel 173 — Artikel 173#
Artikel 173 1 Is voor de al dan niet toepasselijkheid van de bepalingen der wet omtrent aansprakelijkheid en schadevergoeding beslissend, of een schade vóór of na het in werking treden van de wet is ontstaan, en blijkt dit niet, dan is beslissend, of de schade voor of na het in werking treden van de wet is bekend geworden. 2 De aansprakelijkheid voor schade die is ontstaan of bekend geworden na het in werking treden van de wet, wordt, ook met betrekking tot haar omvang, naar het tevoren geldende recht beoordeeld, indien die schade voortspruit uit dezelfde gebeurtenis als een eerdere door de benadeelde geleden schade waarop dat recht van toepassing was. Hetzelfde geldt voor de aansprakelijkheid wegens iemands overlijden na het tijdstip van het in werking treden van de wet als gevolg van letsel vóór dat tijdstip is ontstaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 174 — Artikel 174#
Artikel 174 artikel 5 van Boek 6 De omzetting van een natuurlijke verbintenis in een rechtens afdwingbare bij een uiterste wilsbeschikking is niet aan de vereisten vanonderworpen, indien deze beschikking vóór het in werking treden van de wet is gemaakt, doch nadien tot uitvoering komt. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 175 — Artikel 175#
Artikel 175 1 artikelen 10-13 van Boek 6 Deblijven buiten toepassing, indien vóór het in werking treden van de wet een schuld, al dan niet met de kosten, ten laste van een hoofdelijke schuldenaar of een derde geheel of ten dele is gedelgd voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat. 2 artikelen 6-9 14 van Boek 6 Deenzijn niet van toepassing op een vóór het in werking treden van de wet tot stand gekomen borgtocht of bedongen gebondenheid als hoofdelijk medeschuldenaar wie de schuld in zijn verhouding tot de hoofdschuldenaar niet aangaat. 3 Degene die door het tevoren geldende recht naast een ander aansprakelijk werd gesteld en aan wie deswege op die ander een verhaalsrecht toekwam, kan dat verhaalsrecht ook uitoefenen, indien zijn schuld pas na het in werking treden van de wet te zijnen laste wordt voldaan en de wet hem geen verhaalsrecht toekent. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 176 — Artikel 176#
Artikel 176 afdeling 3 van titel 1 van Boek 6 Is een prestatie die aan twee of meer schuldeisers is verschuldigd, vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet nog niet geheel of ten dele betaald, dan isdaarop van toepassing, tenzij vóór dat tijdstip betaling is gevorderd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 177 — Artikel 177#
Artikel 177 artikelen 33 36 42 van Boek 6 Het in werking treden van de wet doet de vorderingen bedoeld in de,enontstaan, indien alsdan aan de in die artikelen gestelde vereisten is voldaan en het tevoren geldende recht niet een zodanige vordering toekende. De termijn van verjaring van die vorderingen wordt gerekend te zijn begonnen op het tijdstip waarop de in die artikelen bedoelde vereisten waren vervuld, doch hij wordt niet voltooid voordat een jaar na het in werking treden is verstreken. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 178 — Artikel 178#
Artikel 178 Artikel 41, aanhef en onderdeel b, van Boek 6 geldt niet voor verbintenissen tot aflevering van een naar de soort bepaalde zaak, die voortvloeien uit een rechtsbetrekking welke vóór het in werking treden van de wet is ontstaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 179 — Artikel 179#
Artikel 179 Artikel 50 lid 1 van Boek 6 geldt niet, indien vóór het in werking treden van de wet niet meer dan twee achtereenvolgende kwitanties zijn afgegeven. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 180 — Artikel 180#
Artikel 180 De wet bepaalt van haar in werking treden af of een bevoegdheid tot opschorting van de nakoming van een verbintenis, een retentierecht daaronder begrepen, bestaat. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 181 — Artikel 181#
Artikel 181 artikelen 66-71 van Boek 6 Op een aanbod van gerede betaling of een bewaargeving, verricht vóór het in werking treden van de wet en met inachtneming van de toen geldende artikelen 1440-1448 van het Burgerlijk Wetboek, zijn deniet van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 182 — Artikel 182#
Artikel 182 Indien een schuldenaar vóór het in werking treden van de wet in de nakoming van zijn verbintenis is tekortgeschoten, is op de gevolgen van de tekortkoming de wet niet van toepassing, ook niet indien de tekortkoming nadien wordt voortgezet. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 183 — Artikel 183#
Artikel 183 Artikel 83 van Boek 6 a b is niet van toepassing op het verstrijken van een termijn als bedoeld ondervan dat artikel, die voortvloeit uit een rechtsverhouding welke vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet is ontstaan, noch op het niet nakomen van een op dat tijdstip bestaande verbintenis als bedoeld in onderdeelvan dat artikel. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 183a — Artikel 183a#
Artikel 183a artikelen 96 lid 4 119a leden 4 en 5 119b van Boek 6 De,enzijn niet van toepassing op overeenkomsten die vóór het tijdstip van het in werking treden van deze bepalingen zijn gesloten. 2012 647 18-12-2012 13-12-2012 33171 2013 9 10-01-2013 21-12-2012 16-03-2013
Artikel 183b — Artikel 183b#
Artikel 183b 1 Artikel 119a, lid 6, van Boek 6 wet van 18 april 2017 tot wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het tegengaan van onredelijk lange betaaltermijnen artikel 79 , zoals gewijzigd door de(Stb. 170), wordt één jaar na het tijdstip van het in werking treden van die wet van toepassing op overeenkomsten die op dat tijdstip bestaan. In afwijking vangeldt de nietigheid van een beding in de overeenkomst, na het verstrijken van het in de vorige zin bedoelde tijdvak; deze nietigheid heeft evenwel geen werking over het tijdvak voordat dat lid van toepassing is geworden, tenzij het beding toen reeds nietig was. 2 Artikel 119a, lid 6, van Boek 6 wet van 30 maart 2022 tot wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen , zoals gewijzigd door de(Stb. 146), wordt één jaar na het tijdstip van het in werking treden van die wet van toepassing op overeenkomsten die op dat tijdstip bestaan. Lid 1, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. 2022 146 13-04-2022 30-03-2022 35769 2022 175 12-05-2022 03-05-2022 01-07-2022
Artikel 184 — Artikel 184#
Artikel 184 Artikel 130 van Boek 6 geldt niet met betrekking tot een vordering die vóór het tijdstip van in werking treden van de wet op een ander was overgegaan, of waarop vóór dat tijdstip beslag was gelegd dan wel een beperkt recht gevestigd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 185 — Artikel 185#
Artikel 185 artikel 140 van Boek 6 Tenzij uit de tussen partijen bestaande rechtsverhouding anders voortvloeit, worden de geldvorderingen en geldschulden die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet zijn opgenomen in een rekening als bedoeld in, aangemerkt als op dat tijdstip verrekend voor zover dat nog niet eerder was geschied, in de volgorde waarin zij voor schuldvergelijking krachtens het voordien geldende recht waren vatbaar geworden; van dat tijdstip af is alleen het saldo verschuldigd. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 186 — Artikel 186#
Artikel 186 De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een executoriale titel terzake van een vordering en haar nevenrechten komt van het tijdstip van het in werking treden van de wet toe aan degene op wie de vordering vóór dat tijdstip is overgegaan, tenzij de vorige rechthebbende reeds maatregelen tot uitoefening van zijn bevoegdheid heeft genomen. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 187 — Artikel 187#
Artikel 187 Het tevoren geldende artikel 1438, aanhef en onder 2°, van het Burgerlijk Wetboek is ook na het in werking treden van de wet van toepassing, indien de koop voordien is gesloten. De hypotheken van schuldeisers in wier rechten de koper is gesubrogeerd, blijven in stand, voor zover dit voor de uitoefening van die rechten door de koper nodig is. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 188 — Artikel 188#
Artikel 188 artikelen 151 152 van Boek 6 Deenzijn niet van toepassing op een subrogatie na het in werking treden van de wet, indien tevoren eveneens reeds subrogatie terzake van dezelfde vordering heeft plaatsgevonden. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 189 — Artikel 189#
Artikel 189 Indien vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet een rechtshandeling onder ontbindende voorwaarde is verricht, die naar het toen geldende recht het tenietgaan van een verbintenis door vermenging tot gevolg heeft gehad, doet de vervulling van de voorwaarde na dat tijdstip de verbintenis herleven. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 189a — Artikel 189a#
Artikel 189a 1 Artikel 174, derde lid, van Boek 6 Mijnbouwwet Mijnbouwwet , zoals dat is komen te luiden na de inwerkingtreding van de, is niet van toepassing indien de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt voor de inwerkingtreding van deheeft plaatsgevonden. 2 Artikel 177, vierde lid, van Boek 6 Mijnbouwwet Mijnbouwwet , zoals dat is komen te luiden na de inwerkingtreding van de, is niet van toepassing indien de schade bekend is geworden voor de inwerkingtreding van de. 2002 542 14-11-2002 31-10-2002 26219 2002 603 17-12-2002 06-12-2002 01-01-2003
Artikel 189b — Artikel 189b#
Artikel 189b artikel 193k van Boek 6 artikel 6 24 van de Mededingingswet artikel 193r van Boek 6 artikelen 44a, derde lid 161a 844 tot en met 850 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Voor zover het betreft een inbreuk als bedoeld inopofzijnen de,enslechts van toepassing op die zaken die bij de rechter aanhangig zijn gemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II van de Wet van 6 april 2022 wijziging van de Mededingingswet in verband met het expliciteren van de uitsluiting van het kartelverbod van gedragingen in het kader van het gemeenschappelijke landbouw- en visserijbeleid, en wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in verband met de nationale toepassing van de mogelijkheid tot privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht (Stb. 2022, 159). 2022 159 26-04-2022 06-04-2022 35770 2022 354 13-09-2022 22-08-2022 01-01-2023
Artikel 190 — Artikel 190#
Artikel 190 afdelingen 2 3 van titel 4 van Boek 6 Wordt bij het ontstaan van een vordering uit onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking de rechtsverhouding tussen partijen beheerst door het recht dat vóór het in werking treden van de wet gold, dan worden deendaarop niet van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 190aa — Artikel 190aa#
Artikel 190aa 1 Afdeling 2ab van titel 5 is niet van toepassing op e-handelsdiensten die voor het tijdstip van inwerkingtreding van die afdeling zijn verricht. 2 artikel 230fa van Boek 6 Dienstverleners als bedoeld inkunnen tot en met 27 juni 2030 hun diensten blijven verrichten met gebruikmaking van de producten die zij vóór 28 juni 2030 al rechtmatig gebruikten bij het verlenen van vergelijkbare diensten. 3 Dienstverleningsovereenkomsten die door middel van e-handelsdiensten gesloten zijn vóór 28 juni 2025 kunnen ongewijzigd doorlopen totdat zij verstrijken, evenwel uiterlijk tot vijf jaar na die datum. 2025 124 14-05-2025 23-04-2025 36638 2025 155 12-06-2025 28-05-2025 01-07-2025
Artikel 190a — Artikel 190a#
Artikel 190a Afdeling 2B van titel 5 van Boek 6 artikelen 5 6 7 9 11 13 19a 67 van Boek 7 Implementatiewet richtlijn consumentenrechten afdeling 9A van titel 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de daarmee samenhangende wijzigingen of invoegingen van de,,,,,,endoor de(Stb. 2014, 140) zijn niet van toepassing op overeenkomsten die voor het tijdstip van het in werking treden van deze wet zijn gesloten. Op deze overeenkomsten blijft de tevoren geldendevan toepassing. 2014 140 03-04-2014 12-03-2014 33520 2014 140 03-04-2014 12-03-2014 33520 13-06-2014
Artikel 191 — Artikel 191#
Artikel 191 1 Afdeling 3 van titel 5 van Boek 6 is op algemene voorwaarden die op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds door een partij in haar overeenkomsten worden gebruikt, van toepassing nadat een jaar na dit tijdstip is verstreken. Gedurende die termijn is de wet evenmin van toepassing op wijzigingen in die voorwaarden na het in werking treden van de wet. 2 artikel 79 afdeling 3 van titel 5 van Boek 6 In afwijking vankan een beding in algemene voorwaarden deel uitmaken van een overeenkomst, na het verstrijken van het in lid 1 bedoelde tijdvak overeenkomstigworden vernietigd; deze vernietiging heeft evenwel geen werking over het tijdvak voordat die afdeling van toepassing is geworden, tenzij het beding toen reeds vernietigbaar of nietig was. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 191a — Artikel 191a#
Artikel 191a Artikel 236, onderdeel t, van Boek 6 is niet van toepassing op een in de algemene voorwaarden voorkomend beding bij een overeenkomst gesloten voor het tijdstip van inwerkingtreding van die bepaling. 2021 506 27-10-2021 11-10-2021 35755 2021 556 22-11-2021 16-11-2021 01-01-2022
Artikel 192 — Artikel 192#
Artikel 192 Artikel 78 artikel 252 van Boek 6 artikel 252 van Boek 6 afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 geldt niet voor een beding als bedoeld indat op het tijdstip van het in werking treden van de wet uit de openbare registers kenbaar is; de rechtsgevolgen dieenaan inschrijving in de openbare registers verbinden, komen slechts toe aan inschrijving na dit tijdstip. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 193 — Artikel 193#
Artikel 193 artikelen 253 lid 2 254-256 van Boek 6 Deengelden niet voor een beding ten behoeve van een derde, dat op het tijdstip van het in werking treden van de wet reeds bestaat. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 194 — Artikel 194#
Artikel 194 artikel 257 Van het tijdstip van het in werking treden van de wet af isvan toepassing op een ondergeschikte wiens gedraging vóór dat tijdstip tot aansprakelijkheid heeft geleid. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 195 — Artikel 195#
Artikel 195 artikelen 258 259 van Boek 6 In geval van een vordering tot wijziging of ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in deenhoudt de rechter bij de toepassing van die artikelen geen rekening met een wijziging in de omstandigheden die zich vóór het in werking treden van de wet heeft voorgedaan. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 196 — Artikel 196#
Artikel 196 1 titel 1 van Boek 7 Op overeenkomsten van koop en ruil die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet zijn gesloten, wordteen jaar na dat tijdstip van toepassing. 2 titel 1 van Boek 7 In afwijking van lid 1 worden de bepalingen vanomtrent consumentenkoop niet van toepassing op een consumentenkoop die vóór dat tijdstip is gesloten. 3 titel 1 van Boek 7 Afdeling 8 van titel 1 van Boek 7 In afwijking van de leden 1 en 2 isvan toepassing op de gevolgen van niet nakoming in het geval dat een der partijen na het in werking treden van de wet in de nakoming van een van haar verbintenissen tekortschiet, tenzij dat tekortschieten een voortzetting van een eerdere tekortkoming is.is van toepassing op het recht van reclame dat na het in werking treden van de wet wordt uitgeoefend; is het voordien uitgeoefend, dan blijft het tevoren geldende recht daarop van toepassing. 4 Artikel 7 is slechts van toepassing op de gevolgen van toezending van een zaak of verrichting van een dienst die na het in werking treden van de wet geschiedt. 5 Artikel 6a van Boek 7 is niet van toepassing in geval van een consumentenkoop die vóór het in werking treden van de wet is gesloten. 6 artikel 79 artikel 25 lid 2 van Boek 7 In afwijking vankan een beding op grond van strijd metworden vernietigd nadat een jaar na het tijdstip van het in werking treden van de wet is verstreken; deze vernietiging heeft evenwel geen werking ten aanzien van zaken die vóór het verstrijken van deze termijn aan de verkoper zijn geleverd. 2003 110 20-03-2003 06-03-2003 27809 2003 151 15-04-2003 07-04-2003 01-05-2003
Artikel 196a — Artikel 196a#
Artikel 196a titel 1 van Boek 7 Implementatiewet richtlijnen verkoop goederen en levering digitale inhoud artikel 5a lid 2 De wijzigingen indoor deStb. 2022, 164 zijn niet van toepassing op een consumentenkoop als bedoeld indie vóór inwerkingtreding van die wet is gesloten. Op deze overeenkomsten blijft de tevoren geldende titel 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. 2022 164 26-04-2022 20-04-2022 35734 164 26-04-2022 2022 164 26-04-2022 20-04-2022 35734 27-04-2022
Artikel 197 — Artikel 197#
Artikel 197 artikelen 2 3 8 26 leden 3-5 van Boek 7 De,,enzijn niet van toepassing op koopovereenkomsten die vóór het tijdstip van het in werking treden van deze bepalingen zijn gesloten. 2003 238 19-06-2003 05-06-2003 23095 2003 272 03-07-2003 25-06-2003 01-09-2003 2003 239 19-06-2003 12-06-2003 2003 272 03-07-2003 25-06-2003 01-09-2003 De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing. 1997 287 10-07-1997 03-07-1997 2003 272 03-07-2003 25-06-2003 01-09-2003 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist
Artikel 197a — Artikel 197a#
Artikel 197a Titel 1AA van Boek 7 is van toepassing op overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten die vóór het inwerkingtreden van deze titel zijn gesloten, met uitzondering van artikel 7:50al en 7:50am. 2022 164 26-04-2022 20-04-2022 35734 2022 164 26-04-2022 20-04-2022 35734 27-04-2022
Artikel 198 — Artikel 198#
Artikel 198 1 artikelen 48a–48e 48g van Boek 7 Deenzijn niet van toepassing op overeenkomsten die vóór het tijdstip van het in werking treden van deze bepalingen zijn gesloten. 2 Artikel 48f van Boek 7 is van toepassing vanaf het tijdstip waarop het in werking treedt. 1997 147 15-04-1997 26-03-1997 24449 1997 288 10-07-1997 25-06-1997 11-07-1997 1997 287 10-07-1997 03-07-1997 1997 288 10-07-1997 25-06-1997 11-07-1997
Artikel 198a — Artikel 198a#
Artikel 198a Titel 1A van Boek 7 is niet van toepassing op overeenkomsten die vóór het inwerkingtreden van deze titel zijn gesloten. 2011 50 15-02-2011 27-01-2011 32422 2011 50 15-02-2011 27-01-2011 32422 23-02-2011
Artikel 199 — Artikel 199#
Artikel 199 1 afdeling 9A van titel 1 van Boek 7 Implementatiewet richtlijn consumentenrechten De bepalingen vanzoals die golden tot de inwerkingtreding van de(Stb. 2014, 140) zijn niet van toepassing op overeenkomsten die vóór het tijdstip van het in werking treden van die bepalingen zijn gesloten. 2 artikelen 46c lid 1 46g 46h van Boek 7 Implementatiewet richtlijn consumentenrechten In afwijking van lid 1 zijn de,enzoals die golden tot de inwerkingtreding van de(Stb. 2014, 140) van toepassing vanaf het tijdstip waarop zij in werking treden. 2014 140 03-04-2014 12-03-2014 33520 2014 140 03-04-2014 12-03-2014 33520 13-06-2014
Artikel 200* — Artikel 200*#
Artikel 200* Afdeling 2 van titel 2A titels 2B 2C en deenzijn niet van toepassing op overeenkomsten die voor het tijdstip van het inwerkingtreden van die afdeling en die titels zijn gesloten. 2016 360 14-10-2016 05-10-2016 34442 2016 438 25-11-2016 17-11-2016 01-01-2017 Abusievelijk voegt het Staatsblad een tweede artikel 200 toe.
Artikel 200 — Artikel 200#
Artikel 200 Titel 2D is niet van toepassing op overeenkomsten die voor het in werking treden van die titel zijn gesloten. 2013 350 26-09-2013 11-09-2013 33334 2014 123 20-03-2014 13-03-2014 01-07-2014
Artikel 201 — Artikel 201#
Artikel 201 elfde titel van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek de wet afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 Op een bewind ingesteld in verband met de, zoals deze tot aan het tijdstip van het in werking treden vangold, is vanaf het tijdstip van het in werking treden van de wetvan overeenkomstige toepassing, behoudens voor zover daarvan bij het bewind afwijkende regelingen zijn getroffen. 2002 229 23-05-2002 18-04-2002 26822 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 428 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 205 — Artikel 205#
Artikel 205 titel 4 van Boek 7 Procedures inzake overeenkomsten van huur en verhuur, waarin de inleidende dagvaarding is betekend dan wel het inleidende verzoekschrift is ingediend voor het tijdstip van in werking treden van, worden, met inbegrip van een eis die in het geding bij wijze van reconventie is of wordt gedaan, beheerst door het recht dat voor dat tijdstip gold. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 206 — Artikel 206#
Artikel 206 titel 4 van Boek 7 Bepalingen die tot nietigheid of vernietigbaarheid van een beding in een huurovereenkomst leiden, zijn met ingang van het tijdstip van in werking treden vanvan toepassing op de op dat tijdstip bestaande huurovereenkomsten. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 206a — Artikel 206a#
Artikel 206a Artikel 215 van Boek 7 titel 4 van Boek 7 is, voor zover het veranderingen en toevoegingen aan de buitenzijde van gehuurde woonruimte betreft, niet van toepassing op huurovereenkomsten die voor het tijdstip van het in werking treden vanzijn gesloten. 2003 219 03-06-2003 22-05-2003 28721 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003 Eigenlijk een juncto op Stb. 2003/218. Treedt in werking op het tijdstip dat de Wet van 22 mei 2003,
houdende invoering van titel 4 van Boek 7 (Huur) van het nieuwe
Burgerlijk Wetboek en van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte
(Invoeringswet titel 7.4 (Huur) van het Burgerlijk Wetboek en de
Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte) in werking treedt.
Artikel 207 — Artikel 207#
Artikel 207 artikel 215 van Boek 7 titel 4 van Boek 7 artikel 215 lid 2 Voorzover het veranderingen van de inrichting of de gedaante van het gehuurde betreft, waartoe de huurder slechts met toestemming van de verhuurder bevoegd is, isvan toepassing, indien de verhuurder op het tijdstip van het in werking treden vaneen verzoek van de huurder om die toestemming te geven nog niet heeft beantwoord, mits dit verzoek niet langer dan drie maanden voor dat tijdstip is gedaan. In dat geval begint de inbedoelde termijn pas op het tijdstip van die inwerkingtreding te lopen. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 208 — Artikel 208#
Artikel 208 Artikel 220 lid 2 van Boek 7 is niet van toepassing, indien het door dit lid vereiste redelijke voorstel onder het voorafgaande recht is gedaan. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 208a — Artikel 208a#
Artikel 208a Artikel 221 van Boek 7 titel 4 van Boek 7 is niet van toepassing op huurovereenkomsten die voor het tijdstip van het in werking treden vanzijn gesloten. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 208b — Artikel 208b#
Artikel 208b Artikel 224 lid 2, tweede volzin, van Boek 7 titel 4 van Boek 7 is niet van toepassing op huurovereenkomsten die voor het in werking treden vanzijn gesloten. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 208c — Artikel 208c#
Artikel 208c titel 4 van Boek 7 artikel 229 lid 2 van Boek 7 Indien de huurder voor het in werking treden vanis overleden, maar op het tijdstip van die inwerkingtreding nog geen zes maanden na dit overlijden waren verstreken en de termijn van zes maanden, bedoeld in, binnen drie maanden na het tijdstip van die inwerkingtreding zou aflopen, wordt die termijn verlengd tot drie maanden na dit tijdstip. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 208d — Artikel 208d#
Artikel 208d artikel 230a lid 1 van Boek 7 titel 4 van Boek 7 Voor de termijn van twee maanden, bedoeld in, wordt de tijd meegeteld die na het tijdstip waartegen schriftelijk ontruiming is aangezegd, maar voor het tijdstip van het in werking treden vanis verstreken. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 208e — Artikel 208e#
Artikel 208e 1 artikelen 247 247b 248 lid 3 van Boek 7 Wet betaalbare huur De,enzoals die door dezijn komen te luiden, zijn niet van toepassing op huurovereenkomsten die voor het in werking treden van die artikelen zijn gesloten. 2 artikel 247 van Boek 7 Wet betaalbare huur artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag In afwijking van het eerste lid, is, zoals dat door deis komen te luiden, een jaar na het in werking treden van dat artikel van toepassing op voor het tijdstip van inwerkingtreding gesloten huurovereenkomsten die betrekking hebben op zelfstandige woonruimten met een krachtensgeldende maximale huurprijs die lager is dan het bedrag, genoemd in. 2024 193 28-06-2024 26-06-2024 36496 2024 197 28-06-2024 26-06-2024 01-07-2024
Artikel 208ea — Artikel 208ea#
Artikel 208ea 1 artikelen 248 lid 3 en 4 255a van Boek 7 Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten Deenzijn met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van devan toepassing op de op dat tijdstip bestaande huurovereenkomsten. 2 Artikel 274 lid 1 onder d van Boek 7 Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten artikel 248 lid 3 van Boek 7 , zoals dat luidt met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de, is met ingang van dat tijdstip voor de duur van de werking vanvan toepassing op de op dat tijdstip bestaande huurovereenkomsten. 3 Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten artikel 255a van Boek 7 Lid 1 geldt niet voor zover partijen voor inwerkingtreding van deeen verhoging van de huurprijs zijn overeengekomen in verband met voorzieningen, veranderingen of toevoegingen als bedoeld in. 2021 194 22-04-2021 09-04-2021 35488 2021 213 29-04-2021 19-04-2021 01-05-2021
Artikel 208eb — Artikel 208eb#
Artikel 208eb artikelen 248 lid 3 en 4 255a van Boek 7 artikel 262 van Boek 7 Deenblijven na de datum waarop die leden respectievelijk dat artikel zijn vervallen van toepassing op bedingen tot verhoging van de huurprijs met een ingangsdatum voor die datum en op daarop betrekking hebbende voor of na die datum ingediende verzoeken aan de huurcommissie of vorderingen als bedoeld in. 2021 194 22-04-2021 09-04-2021 35488 2021 213 29-04-2021 19-04-2021 01-05-2021
Artikel 208ec — Artikel 208ec#
Artikel 208ec artikelen 236a 247a 268a 270b van Boek 7 artikelen 226 lid 4 231 lid 1 233 271 lid 1 275 lid 4 van dat boek Op overeenkomsten tot verhuur van ligplaatsen, die zijn gesloten voor het tijdstip van inwerkingtreding van de,,enen van de tegelijk met die artikelen in werking getreden wijzigingen van de,,,en, worden die artikelen en die wijzigingen twee jaar na dat tijdstip van toepassing. 2022 152 20-04-2022 30-03-2022 35408 2022 196 27-05-2022 16-05-2022 01-07-2022
Artikel 208f — Artikel 208f#
Artikel 208f artikelen 250 tot en met 254 van Boek 7 artikelen 253 254 van Boek 7 Dezijn niet van toepassing op voor het tijdstip van inwerkingtreding gedane voorstellen tot huurprijswijziging, indien de voorgestelde datum van ingang voor dat tijdstip ligt, noch op de daarop betrekking hebbende verzoeken aan de huurcommissie als bedoeld in deen, indien deze zijn ingediend op of na het hiervoor bedoelde tijdstip. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 208g — Artikel 208g#
Artikel 208g artikelen 259 260 van Boek 7 titel 4 van Boek 7 Deengelden vanaf het tijdstip dat sedert het tijdstip van het in werking treden vanéén geheel kalenderjaar is verstreken. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 208ga — Artikel 208ga#
Artikel 208ga Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 208h — Artikel 208h#
Artikel 208h Artikel 270a van Boek 7 titel 4 van Boek 7 geldt niet, indien de voortzetting van de huur voor het in werking treden vanis begonnen. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 208ha — Artikel 208ha#
Artikel 208ha 1 artikelen 271 274 274a tot en met 274f 275 277 van Boek 7 Wet doorstroming huurmarkt 2015 De,,,en, zoals deze door dezijn komen te luiden, zijn niet van toepassing op huurovereenkomsten die vóór het in werking treden van die artikelen zijn gesloten. 2 artikelen 249 271 van Boek 7 Deen, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet vaste huurcontracten, blijven van toepassing op huurovereenkomsten die voor het in werking treden van die wet zijn gesloten. 2023 480 20-12-2023 11-12-2023 36195 2024 152 11-06-2024 05-06-2024 01-07-2024
Artikel 208i — Artikel 208i#
Artikel 208i artikel 278 lid 2 van Boek 7 De verplichting tot vergoeding van de schade van de onderhuurder, bedoeld in, kan niet geheel of ten dele worden gegrond op gedragingen van de hoofdhuurder die voor het in werking treden van dat artikel hebben plaatsgevonden. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 208j — Artikel 208j#
Artikel 208j artikel 306 lid 2 van Boek 7 De verplichting tot vergoeding van schade van de onderhuurder, bedoeld in, kan niet geheel of ten dele worden gegrond op gedragingen van de hoofdhuurder die voor het in werking treden van dat artikel hebben plaatsgevonden. 2003 218 03-06-2003 22-05-2003 28064 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 209 — Artikel 209#
Artikel 209 Titel 16 van Boek 7 artikelen 920 921 Op franchiseovereenkomsten die vóór het tijdstip van het in werking treden vanzijn gesloten, worden deenvan toepassing twee jaar na dat tijdstip. 2020 251 15-07-2020 01-07-2020 35392 2020 493 03-12-2020 25-11-2020 01-01-2021
Artikel 210 — Artikel 210#
Artikel 210 Artikel 407 van Boek 7 is niet van toepassing op een overeenkomst van lastgeving die vóór 1 januari 1992 is gesloten. 1993 374 14-07-1993 1993 373 25-06-1993 01-09-1993
Artikel 211 — Artikel 211#
Artikel 211 1 Op agentuurovereenkomsten die zijn tot stand gekomen vóór 1 november 1989, blijft het totdien geldende recht tot 1 januari 1994 van toepassing. 2 artikel 442 van Boek 7 Bij de bepaling van de vergoeding bedoeld inwordt de hogere waarde die de handelsagent aan de principaal heeft verschaft in de periode vóór 1 januari 1971, buiten beschouwing gelaten, indien de agentuurovereenkomst vóór 1 januari 1994 eindigt. 3 Wijzigt de Wet van 23 maart 1977, Stb. 153, en de wet van 5 juli 1989, Stb. 312. . 1993 374 14-07-1993 1993 373 25-06-1993 01-09-1993
Artikel 211a — Artikel 211a#
Artikel 211a 1 Titel 2A is niet van toepassing op kredietovereenkomsten die vóór het inwerkingtreden van deze titel zijn gesloten. 2 titel 2A artikelen 62 63 65 69 70 lid 2 Op kredietovereenkomsten met onbepaalde looptijd die op het tijdstip van het inwerkingtreden vanreeds liepen, zijn vanaf dat tijdstip de,,,envan toepassing. 2011 246 24-05-2011 19-05-2011 32339 2011 246 24-05-2011 19-05-2011 32339 25-05-2011
Artikel 211b — Artikel 211b#
Artikel 211b Titel 2B is niet van toepassing op kredietovereenkomsten die vóór het in werking treden van deze titel zijn gesloten. 2016 265 13-07-2016 23-03-2016 34292 2016 265 13-07-2016 23-03-2016 34292 14-07-2016
Artikel 212 — Artikel 212#
Artikel 212 Artikel 665a van Boek 7 is niet van toepassing indien het besluit tot overgang wordt genomen of voorgenomen vóór het tijdstip waarop deze bepaling in werking treedt en de overgang op of na bedoeld tijdstip plaatsvindt. 2002 215 16-05-2002 18-04-2002 27469 2002 245 30-05-2002 17-05-2002 27469 01-07-2002
Artikel 214 — Artikel 214#
Artikel 214 1 artikelen 629, leden 1 tot en met 9 en lid 11 629a 670, met uitzondering van lid 1, van Boek 7 artikel 658b van Boek 7 Ten aanzien van de persoon wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari 2004 blijven de,envan toepassing, zoals deze luidden op 31 december 2003, en blijftbuiten toepassing. 2 artikel 3:1, tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg Voor de bepaling van de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 2005 65 15-02-2005 03-02-2005 27826 2005 206 26-04-2005 15-04-2005 01-09-2005
Artikel 217 — Artikel 217#
Artikel 217 1 titel 12 van Boek 7 Op overeenkomsten van aanneming van werk die vóór het tijdstip van het in werking treden vanzijn gesloten, wordt deze titel drie jaren na dat tijdstip van toepassing. 2 afdeling 2 van titel 12 van Boek 7 In afwijking van lid 1 worden de bepalingen vanniet van toepassing op een overeenkomst van aanneming van werk die vóór dat tijdstip is gesloten. 3 titel 12 van Boek 7 In afwijking van de leden 1 en 2 isvan toepassing op de gevolgen van niet nakoming in het geval dat een der partijen na het in werking treden van deze titel in de nakoming van een van haar verbintenissen tekortschiet, tenzij dat tekortschieten een voortzetting van een eerdere tekortkoming is. 2003 238 19-06-2003 05-06-2003 23095 2003 272 03-07-2003 25-06-2003 01-09-2003 2003 239 19-06-2003 12-06-2003 2003 272 03-07-2003 25-06-2003 01-09-2003 De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van
aankondiging van de tekstplaatsing.
Artikel 218 — Artikel 218#
Artikel 218 1 artikelen 757a 758, vierde lid 765a van Boek 7 artikel III van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De,, enzijn niet van toepassing op overeenkomsten van aanneming van werk die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van de betreffende onderdelen van. 2 artikel III van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen artikel 768 van Boek 7 Op overeenkomsten van aanneming van werk die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding vanisvan toepassing zoals dat artikel luidde ten tijde van het sluiten van die overeenkomsten. 2023 376 27-10-2023 16-10-2023 36367 2023 470 15-12-2023 13-12-2023 01-01-2024 2019 382 05-11-2019 15-05-2019 34453 2023 113 07-04-2023 05-04-2023 01-01-2024
Artikel 220 — Artikel 220#
Artikel 220 1 afdelingen 1 2 van titel 14 van Boek 7 Deenzijn niet van toepassing op een borgtocht die ten tijde van het in werking treden van de wet reeds bestaat. 2 Afdeling 3 van titel 14 van Boek 7 blijft buiten toepassing op de gevolgen van de borgtocht tussen de hoofdschuldenaar en de borg en tussen borgen en voor de verbintenis aansprakelijke niet-schuldenaren onderling, indien vóór het in werking treden van de wet aan de schuldeiser is betaald. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 221 — Artikel 221#
Artikel 221 1 artikelen 928 931 950 952 963 leden 5 en 6 966 lid 4 van Boek 7 leden 5 en 6 van artikel 963 van Boek 7 artikel 957 van Boek 7 De,,,,enzijn niet van toepassing op overeenkomsten van verzekering die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet zijn gesloten. Indien de voorwaarden van de overeenkomst door de verzekeraar met het oog op het in werking treden van de wet dan wel op of na het tijdstip van het in werking treden van de wet zijn gewijzigd, is het in de eerste zin bepaalde voor deniet van toepassing op nadien genomen maatregelen als bedoeld in. 2 artikelen 929 930 van Boek 7 artikel 251 van het Wetboek van Koophandel Deenzijn niet van toepassing op overeenkomsten van verzekering die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet zijn gesloten, indien de verzekeraar zich tegenover de verzekerde binnen een jaar nadat dit tijdstip is verstreken erop beroept dat aan de mededelingsplicht vanniet is voldaan. 3 artikelen 935 936 leden 2 tot en met 6 937 van Boek 7 De,enzijn niet van toepassing met betrekking tot een uitkering die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet verschuldigd is geworden. 4 Artikel 940 lid 1 onderscheidenlijk lid 2 van Boek 7 is van toepassing indien een periode als in die leden bedoeld eindigt na het tijdstip van het in werking treden van de wet. 5 Artikel 948 van Boek 7 is niet van toepassing indien een overgang van het risico vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet heeft plaatsgevonden. 6 Artikel 954 van Boek 7 is niet van toepassing voorzover een uitkering vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet is voldaan. 7 artikel 961 lid 1, eerste zin, van Boek 7 Ter zake van schade die door meer dan een verzekering wordt gedekt kan de verzekeraar wiens verzekering vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet is gesloten niet op de voet vanworden aangesproken dan voorzover zulks ook op grond van het tevoren geldende recht mogelijk was geweest. De eerste zin lijdt uitzondering indien de voorwaarden van de overeenkomst door de verzekeraar met het oog op het in werking treden van de wet dan wel op of na het tijdstip van het in werking treden van de wet zijn gewijzigd, doch slechts voorzover het risico zich nadien heeft verwezenlijkt. 8 Artikel 962 lid 3 van Boek 7 is niet van toepassing indien het risico zich vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet heeft verwezenlijkt. 9 artikel 293 van het Wetboek van Koophandel Op verzekeringen tegen gevaren van brand die vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet zijn gesloten, blijft het tevoren geldendeook na dit tijdstip van toepassing. 10 artikel 942 lid 3 van Boek 7 Indien vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet tegen een verzekeraar een rechtsvordering tot het doen van een uitkering is ontstaan, isslechts van toepassing indien na dat tijdstip een daad van onderhandeling plaatsvindt. 2011 500 08-11-2011 27-10-2011 32863 2011 592 12-12-2011 06-12-2011 01-01-2012
Artikel 222 — Artikel 222#
Artikel 222 Artikel 991 lid 1 van Boek 7 is niet van toepassing indien een uitkering vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet opeisbaar is geworden. 2006 2 12-01-2006 09-01-2006 2005 702 28-12-2005 22-12-2005 01-01-2006 Tekstplaatsing met vernummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van aankondiging van de tekstplaatsing. 2005 701 28-12-2005 22-12-2005 30137 2005 702 28-12-2005 22-12-2005 01-01-2006
Artikel 223 — Artikel 223#
Artikel 223 Artikel 629, lid 2, van Boek 7 artikel XIX van het Belastingplan 2007 lid 1 of 2 van artikel 629 van Boek 7 , zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding vanblijft van toepassing met betrekking tot een recht op doorbetaling van het loon als bedoeld in, indien dat recht is ontstaan op of voor die dag. 2006 682 22-12-2006 14-12-2006 30804 2006 682 22-12-2006 14-12-2006 30804 01-01-2007
Artikel 225 — Artikel 225#
Artikel 225 Artikel 640a van Boek 7 artikel 634 van Boek 7 is uitsluitend van toepassing op aanspraken op het minimum, bedoeld in, die zijn ontstaan na het tijdstip van inwerkintreding van de wet van 26 mei 2011 inzake het afschaffen van de beperkte opbouw van minimum vakantierechten tijdens ziekte, de invoering van een vervaltermijn voor de minimum vakantiedagen en de aanpassing van enige andere artikelen in de regeling voor vakantie en verlof in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (Stb. 318). 2011 318 29-06-2011 26-05-2011 32465 2011 319 29-06-2011 15-06-2011 01-01-2012 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 226 — Artikel 226#
Artikel 226 Titel 7A van Boek 7 De wijzigingen indoor de Implementatiewet richtlijn pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen zijn niet van toepassing op reisovereenkomsten die vóór inwerkingtreden van die wet zijn gesloten. Op deze reisovereenkomsten blijft de tevoren geldende titel 7A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. 2018 2 12-01-2018 06-12-2017 34688 2018 2 12-01-2018 06-12-2017 34688 01-07-2018
Artikel 227 — Artikel 227#
Artikel 227 Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden artikel 655, lid 10, van Boek 7 Deis, met uitzondering vanvan toepassing vanaf het moment van inwerkingtreding van deze wet. 2022 277 06-07-2022 22-06-2022 35962 2022 277 06-07-2022 22-06-2022 35962 01-08-2022
Artikel 251 — Artikel 251#
Artikel 251 Boek 8 De overeenkomsten van vervoer en die tot het doen vervoeren van goederen, alsmede andere overeenkomsten tot het ter beschikking stellen van een schip worden beheerst door het vroegere recht, indien zij zijn gesloten vóór het tijdstip van het in werking treden van. Hetzelfde geldt voor de wettelijke rechten en bevoegdheden die een derde aan een vervoerdocument kan ontlenen en de wettelijke verplichtingen die met betrekking daartoe op hem rusten, indien dat document vóór dat tijdstip is uitgegeven. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 251a — Artikel 251a#
Artikel 251a titel 8.18 (overeenkomst van goederenvervoer over spoorwegen) van het Burgerlijk Wetboek De overeenkomsten van vervoer van goederen uitsluitend over spoorwegen worden beheerst door het vroegere recht, indien zij zijn gesloten vóór het tijdstip van het in werking treden van de wet tot vaststelling en invoering van. 2006 550 14-11-2006 02-11-2006 30365 2006 551 14-11-2006 04-11-2006 01-12-2006
Artikel 252 — Artikel 252#
Artikel 252 1 Boek 8 De bepalingen vanomtrent de rangorde waarin vorderingen uit de opbrengst van een goed moeten worden voldaan, gelden mede met betrekking tot vorderingen die bestaan op het tijdstip waarop dat Boek in werking treedt. 2 Boek 8 Het vroegere recht is echter van toepassing op de rangorde bij de verdeling van een goed dat op het tijdstip van in werking treden vanreeds ten behoeve van het verhaal is verkocht, en op de verdeling van hetgeen op een vordering op dat tijdstip reeds is geïnd. 3 Boek 8 artikel 108 der Faillissementswet Het vroegere recht is eveneens van toepassing op de rang van vorderingen op een in staat van faillissement verklaarde schuldenaar, indienin werking treedt nadat de rechter-commissaris overeenkomstigde dag heeft bepaald waarop die vorderingen uiterlijk ter verificatie moeten zijn ingediend. 4 Boek 8 Het in werking treden vanheeft voor de dan bestaande vorderingen geen gevolg ten aanzien van de werking van een surséance van betaling, die voordien aan de schuldenaar voorlopig is verleend. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 253 — Artikel 253#
Artikel 253 1 Boek 8 artikel 1 lid 3 van Boek 8 Op voortbewegingswerktuigen en andere machinerieën die tot aan het tijdstip van het in werking treden vannog geen bestanddeel van een schip waren en aan een ander dan de eigenaar van het schip toebehoorden, wordtniet van toepassing. 2 Boek 8 artikel 1 lid 4 van Boek 8 artikel 309 derde lid van het Wetboek van Koophandel Zaken die tot aan het in werking treden vanals scheepstoebehoren met hypotheek waren bezwaard, blijven nadien daarmede belast, indien zij geen scheepstoebehoren in de zin vanworden, zolang zij voldoen aan de omschrijving van het tevoren geldende. 3 Boek 8 Zaken die tot aan het tijdstip van het in werking treden vanscheepstoebehoren waren en als zodanig waren begrepen in een beslag of executie, blijven, ook nadat zij zelfstandig zijn geworden, daaronder begrepen en gelden, zolang beslag en executie duren, tot aan de levering aan de koper als scheepstoebehoren. 4 artikel 1 lid 5 van Boek 8 Boek 8 Het bepaalde inwordt drie maanden na het in werking treden vanvan toepassing op bedingen die voordien reeds tussen partijen bestonden, alsook ten aanzien van zaken die door het in werking treden van Boek 8 scheepstoebehoren worden. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 254 — Artikel 254#
Artikel 254 1 Voor de levering van een in het register teboekstaand binnenschip of een beperkt recht daarop kan in de plaats van een notariële akte een onderhandse akte worden gebezigd, indien die akte is opgesteld en mede-ondertekend door een door Onze Minister van Justitie aangewezen persoon als bedoeld in lid 3 en deze persoon dit in het slot der akte heeft verklaard of dit in een door hem ondertekende verklaring aan de voet van de akte heeft bevestigd. 2 artikel 800 van Boek 8 Lid 1 is van overeenkomstige toepassing op akten bedoeld in. 3 Personen die voor 1 april 1991 door de arrondissementsrechtbank beëdigd zijn als makelaar in binnenschepen, worden op hun daartoe binnen een jaar na inwerkingtreding van deze wet gedaan verzoek aangewezen. 1992 81 06-02-1992 21830 1992 81 06-02-1992 21830 28-02-1992
Artikel 255 — Artikel 255#
Artikel 255 Artikel 160 lid 1 van Boek 8 Boek artikel 323 van het Wetboek van Koophandel wordt drie maanden na het tijdstip van het in werking treden van datvan toepassing op een, op dat tijdstip bestaande, rederij als omschreven in het tevoren geldende. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 256 — Artikel 256#
Artikel 256 Boek 8 De aanvaring welke heeft plaats gehad vóór het in werking treden vanwordt beheerst door het vroegere recht. Hetzelfde geldt voor schade die door een schip is veroorzaakt, indien het ongeval vóór het in werking treden van Boek 8 heeft plaatsgevonden. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 256a — Artikel 256a#
Artikel 256a De wet tot wijziging van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES en de Wet bestrijding maritieme ongevallen in verband met de schrapping van de beperking van aansprakelijkheid voor vorderingen inzake wrakopruiming is slechts van toepassing ten aanzien van aansprakelijkheid voortvloeiende uit een maritiem ongeval dat zich na de inwerkingtreding van die wet heeft voorgedaan. 2019 174 06-05-2019 10-04-2019 35061 2019 201 06-06-2019 22-05-2019 01-07-2019
Artikel 257 — Artikel 257#
Artikel 257 Boek 8 Op een hulpverlening die vóór het in werking treden vanis aangevangen, is het vroegere recht van toepassing. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992
Artikel 258 — Artikel 258#
Artikel 258 1 Wetboek van Koophandel Boek 8 De verjaring en het verval van een rechtsvordering waarvan de termijn werd bepaald door het, de Wet Overeenkomst Wegvervoer of de Wet Overeenkomst Binnenlands Openbaar personenvervoer, blijft door het vroegere recht beheerst, indien de termijn vóór het in werking treden vanis aangevangen. 2 artikelen 201 791 van Boek 8 Deen, zoals deze artikelen zijn gewijzigd bij de Aanpassingswet Boek 8, worden, indien de daar genoemde termijnen vóór 1 januari 1992 zijn aangevangen, met ingang van 1 april 1992 van toepassing op de termijnen van verjaring van de eigendom van in de openbare registers teboekstaande zee- en binnenschepen, alsmede op die van verjaring der in die artikelen genoemde beperkte rechten daarop. Deze termijnen worden geacht niet vóór 1 april 1992 te zijn voltooid. 3 titel 15 van Boek 8 De verkrijging van een teboekstaand luchtvaartuig door verjaring, waarvan de termijn werd bepaald door de Wet teboekgestelde Luchtvaartuigen, blijft door die wet beheerst, indien de termijn vóór het in werking treden vanis aangevangen. 1995 71 16-02-1995 26-01-1995 23814 1995 283 01-06-1995 24-05-1995 1996 472 26-09-1996 12-09-1996 01-10-1996
Artikel 270 — Artikel 270#
Artikel 270 Artikel 56 van Boek 10 is slechts van toepassing op ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed die is verzocht na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 2011 272 08-06-2011 19-05-2011 32137 2011 340 08-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 271 — Artikel 271#
Artikel 271 1 artikelen 35 36 39 40 41 van Boek 10, Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen De,,,enzoals die luidden voor inwerkingtreding van de, blijven van toepassing voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtsbetrekkingen tussen de echtgenoten, indien deze rechtsbetrekkingen op of na 1 januari 1994 maar voor 29 januari 2019 bestonden. 2 Titel 3, Afdeling 3 artikelen 42 tot en met 48 50 51 52 van Boek 10 Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen Het opschrift van, en de,,,, zoals die luidden voor inwerkingtreding van de, blijven van toepassing op het huwelijksvermogensregime van echtgenoten, die op of na 1 september 1992 maar voor 29 januari 2019 in het huwelijk zijn getreden, tenzij deze echtgenoten op of na 29 januari 2019 het op hun huwelijksvermogensstelsel toepasselijke recht bepalen. 3 artikelen 64 65 67 68 69 van Boek 10 Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen De,,,en, zoals die luidden voor inwerkingtreding van de, blijven van toepassing op rechtsbetrekkingen tussen de partners die voor 29 januari 2019 een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, tenzij deze partners op of na 29 januari 2019 het op de vermogensrechtelijke gevolgen van hun geregistreerd partnerschap toepasselijke recht bepalen. 4 Titel 4, Afdeling 4 artikelen 70 tot en met 82 84 van Boek 10 Uitvoeringswet Verordening huwelijksvermogensstelsels en Verordening vermogensrechtelijke gevolgen geregistreerde partnerschappen Het opschrift van, en de,, zoals die luidden voor inwerkingtreding van de, blijven van toepassing op het vermogensregime van partners die voor 29 januari 2019 een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, tenzij deze partners op of na 29 januari 2019 het op de vermogensrechtelijke gevolgen van hun geregistreerd partnerschap toepasselijke recht bepalen. 2023 84 17-03-2023 09-03-2023 35348 2023 118 14-04-2023 05-04-2023 01-07-2023
Artikel 257 — Slotartikel#
Slotartikel Deze wet kan worden aangehaald als: Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek. 1991 601 28-11-1991 1991 601 28-11-1991 01-01-1992