Wet van 26 november 1970, houdende regelen in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging
- BWB-id
- BWBR0002731
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2021-07-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002731
- ELI
- /eli/nl/wet/1970/wet-inzake-de-luchtverontreiniging
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1970/wet-inzake-de-luchtverontreiniging/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002731&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002731&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002731/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1970/wet-inzake-de-luchtverontreiniging
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: luchtverontreiniging: de aanwezigheid in de buitenlucht van verontreinigende stoffen; Kernenergiewet Stb. verontreinigende stoffen: vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, niet zijnde splijtstoffen, ertsen of radio-actieve stoffen in de zin van de(1963, 82), die in de lucht, op zichzelf dan wel tezamen of in verbinding met andere stoffen, hetzij nadeel voor de gezondheid van de mens of hinder voor de mens kunnen opleveren, hetzij schade kunnen toebrengen aan dieren, planten of goederen; brandstof: een stof - met inbegrip van alle daaraan toegevoegde stoffen - dienende voor verbranding met het doel de daarbij ontstane energie te benutten, bij welke verbranding verontreinigende stoffen in de buitenlucht kunnen geraken; toestel: een toestel of met een toestel uitgerust vervoermiddel van waaruit verontreinigende stoffen in de buitenlucht kunnen geraken, een en ander - voorzover dit bij algemene maatregel van bestuur is bepaald - met inbegrip van de daaraan verbonden uitlaatleidingen; vervoermiddel: een vaartuig, rij- of voertuig of luchtvaartuig; artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verontreinigende handeling: gedraging waardoor één of meer verontreinigende stoffen in de buitenlucht kunnen geraken, die niet voortvloeit uit het normale gebruik van een toestel of brandstof en niet wordt verricht in een inrichting waarvoor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld invereist is; Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar. 2010 142 01-04-2010 25-03-2010 31953 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2011 269 08-06-2011 12-05-2011 31501 2011 347 12-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2011 269 08-06-2011 12-05-2011 31501 2011 347 12-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a Vervallen 2011 269 08-06-2011 12-05-2011 31501 2011 347 12-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2011 269 08-06-2011 12-05-2011 31501 2011 347 12-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2011 269 08-06-2011 12-05-2011 31501 2011 347 12-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2011 269 08-06-2011 12-05-2011 31501 2011 347 12-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2011 269 08-06-2011 12-05-2011 31501 2011 347 12-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 20b — Artikel 20b#
Artikel 20b Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Onze commissaris in de provincie waar een inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, een toestel zich bevindt of een verontreinigende handeling wordt verricht, kan, indien naar zijn oordeel door die inrichting, door een deel van die inrichting, door dat toestel of door die verontreinigende handeling de lucht zodanig is of dreigt te worden verontreinigd dat aanmerkelijk gevaar voor de gezondheid, onduldbare hinder of ernstige schade te duchten is, en het treffen van een andere voorziening niet kan worden afgewacht, de betrokkene bevelen de inrichting of het desbetreffende deel van de inrichting te sluiten, het toestel buiten werking te stellen, onderscheidenlijk de handeling te staken. 2 Bij het geven van een zodanig bevel wordt het tijdstip bepaald, waarop ten aanzien van dat bevel de verplichting ingaat. 3 Onze commissaris in de provincie geeft aan het eerste lid geen toepassing zonder aan de betrokkene de gelegenheid te hebben geboden binnen een daartoe te stellen termijn de oorzaak van de verontreiniging weg te nemen, tenzij naar zijn oordeel de geboden spoed zich daartegen verzet. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 43, eerste lid De burgemeester van een gemeente waar zich de luchtverontreiniging voordoet, en de inspecteur kunnen Onze commissaris in de provincie verzoeken aan, toepassing te geven. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 43, eerste lid artikel 44 Onze commissaris in de provincie geeft - tenzij naar zijn oordeel de geboden spoed zich daartegen verzet - aan, geen toepassing en beslist niet op een verzoek als bedoeld inzonder aan de burgemeester van de gemeente waar de inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen of het toestel zich bevindt, dan wel de verontreinigende handeling wordt verricht, en de inspecteur de gelegenheid te hebben geboden hem ter zake van advies te dienen. 2 artikel 44 Indien een der in het eerste lid genoemde organen een verzoek als bedoeld inheeft gedaan, geldt te zijnen aanzien het eerste lid niet. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 43, eerste lid artikel 45, eerste lid De inhoud van een krachtens, genomen besluit wordt onverwijld aan de betrokkene, alsmede aan de in, bedoelde burgemeester medegedeeld. Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de burgemeester en aan de inspecteur. 2 artikel 44 artikel 44 Van het besluit, houdende de beslissing op een verzoek als bedoeld in, wordt mededeling gedaan aan de ingenoemde organen die het verzoek niet hebben gedaan. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 43, eerste lid Een krachtens, genomen besluit vervalt twee weken na het tijdstip waarop het in werking is getreden. 2 Onze commissaris in de provincie kan de in het eerste lid bedoelde termijn bekorten of telkens met ten hoogste een week verlengen. 3 artikel 46, eerste lid Met betrekking tot een besluit krachtens het tweede lid is, van overeenkomstige toepassing. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 In geval van bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard, die naar zijn oordeel zodanige voorziening in het belang van de openbare gezondheid dringend noodzakelijk maken, kan Onze commissaris in de provincie algemene voorschriften geven met betrekking tot inrichtingen, toestellen, brandstoffen en verontreinigende handelingen. 2 Hiertoe kunnen behoren: a. een geheel of gedeeltelijk verbod een inrichting, deel van een inrichting of toestel, behorende tot een bij het besluit aangewezen categorie, in werking te hebben; b. een geheel of gedeeltelijk verbod een brandstof, behorende tot een bij het besluit aangewezen categorie, te gebruiken. 3 Wanneer bijzondere omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, op korte termijn zijn te verwachten en voorts wanneer deze zijn aangebroken, laat Onze commissaris hiervan mededeling doen door middel van radio en televisie of op een andere door gedeputeerde staten te bepalen wijze. Zonodig laat hij deze mededeling vergezeld gaan van aanbevelingen voor door veroorzakers van luchtverontreiniging of door de bevolking te nemen maatregelen. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 artikel 48, eerste en derde lid De burgemeester van elk der betrokken gemeenten en de inspecteur kunnen Onze commissaris in de provincie verzoeken toepassing te geven aan. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 48, eerste of derde lid Onze commissaris in de provincie geeft aan, geen toepassing zonder aan de inspecteur de gelegenheid te hebben geboden hem ter zake van advies te dienen, tenzij naar zijn oordeel de geboden spoed zich daartegen verzet. 2 artikel 49 Het eerste lid geldt niet indien de inspecteur een verzoek als bedoeld inheeft gedaan. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 48, eerste lid Een krachtens, vastgesteld besluit vervalt, behoudens eerdere intrekking, 48 uur na zijn in werking treden. Deze termijn kan door gedeputeerde staten telkens voor ten hoogste 48 uur worden verlengd. 2 artikel 48, eerste lid Zodra de omstandigheden op grond waarvan toepassing is gegeven aan, tussentijds hebben opgehouden te bestaan, trekt Onze commissaris in de provincie de krachtens dat lid gegeven voorschriften in. 3 artikelen 49 50 Ten aanzien van de verlenging en de intrekking, bedoeld in de voorgaande leden, zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikel 48, eerste lid 51, eerste of tweede lid Een krachtens, of, vastgesteld besluit wordt terstond door middel van radio en televisie bekendgemaakt en kan onmiddellijk daarna in werking treden. Van het besluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk mededeling gedaan in het provinciaal blad, onder vermelding van het tijdstip van de bekendmaking van dat besluit. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 artikelen 43 48 t/m 52 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent de uitoefening van de in deenvervatte bevoegdheden nadere regelen worden gesteld. 2009 158 31-03-2009 12-03-2009 31589 2009 291 09-07-2009 26-06-2009 01-08-2009
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Vervallen 1985 655 12-12-1985 17965 1986 11 09-01-1986 01-02-1986
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald: a. dat bij het van overheidswege verrichten van metingen en het uitvoeren van berekeningen ter bepaling van de luchtverontreiniging de bij de maatregel gestelde regelen moeten worden in acht genomen; b. Wet gemeenschappelijke regelingen a dat de bij de maatregel aangewezen colleges van burgemeester en wethouders, colleges van gedeputeerde staten, besturen van rechtspersoonlijkheid bezittende lichamen als bedoeld in de(Stb. 1950, K 120) of andere openbare lichamen gehouden zijn in hun gezagsgebied met inachtneming van de bij de maatregel gestelde regelen metingen als bedoeld onderte verrichten of mede te werken aan zodanige metingen die van Rijkswege worden verricht; c. wie verantwoordelijk is voor de onder a bedoelde metingen of berekeningen. 2 a b Regelen als bedoeld in het eerste lid, onderen, kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de dichtheid van het net van meetpunten; b. de frequentie van de metingen; c. de toe te passen meetmethoden; d. het doen van weerkundige waarnemingen; e. de verwerking en registratie van de uitkomsten van metingen; f. de bij het uitvoeren van de berekeningen toe te passen methoden; g. de terbeschikkingstelling van uitkomsten en de verstrekking van inlichtingen daaromtrent aan bij de maatregel aangewezen bestuursorganen. 3 b De uitkomsten van de van Rijkswege verrichte metingen worden door Onze Minister, en de uitkomsten van de metingen, verricht op grond van het krachtens het eerste lid, onder, bepaalde, worden door het bestuur van het lichaam dat die metingen heeft verricht, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur gestelde regelen voor ieder bereikbaar gemaakt. 4 Onze Minister kan omtrent het krachtens de voorgaande leden geregelde onderwerp nadere regelen stellen. 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 59a — Artikel 59a#
Artikel 59a 1 richtlijn nr. 2001/81/EG Het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu is belast met de uitvoering van de verplichting, bedoeld in artikel 7, eerste lid, juncto artikel 4, eerste lid, vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen (PbEG L 309), om jaarlijks nationale emissieprognoses op te stellen. 2 Het opstellen van de in het eerste lid bedoelde emissieprognoses geschiedt overeenkomstig bijlage III bij de in het eerste lid bedoelde richtlijn. 3 De emissieprognoses bevatten informatie die noodzakelijk is voor een goed kwantitatief begrip van de belangrijkste sociaal-economische vooronderstellingen die voor de prognoses zijn gebruikt. 4 De emissieprognoses worden jaarlijks voor 1 november uitgebracht aan Onze Minister. 5 Een wijziging van artikel 7, eerste lid, van de in het eerste lid bedoelde richtlijn gaat voor de toepassing van het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 6 Een wijziging van bijlage I, onderscheidenlijk bijlage III, bij de in het eerste lid bedoelde richtlijn gaat voor de toepassing van het eerste, onderscheidenlijk tweede, lid gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld. 2005 337 05-07-2005 16-06-2005 29422 2005 337 05-07-2005 16-06-2005 29422 06-07-2005
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Wanneer door het Rijk, een provincie, een gemeente, een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen of een ander openbaar lichaam ten behoeve van het bepalen van luchtverontreiniging duurzaam of tijdelijk gebruik moet worden gemaakt van onroerende zaken, kan Onze Minister aan ieder die enig recht ten aanzien van die zaken heeft, doch met wie in voorafgaand overleg ter zake geen overeenstemming is bereikt, de verplichting opleggen bedoeld gebruik, behoudens recht op schadevergoeding, te gedogen, indien naar het oordeel van Onze Minister de belangen van de rechthebbenden redelijkerwijs onteigening niet vorderen en in hun gebruik van die zaken niet meer belemmering wordt gebracht dan redelijkerwijs nodig is. 2 Een krachtens het eerste lid opgelegde verplichting geldt zowel voor hem aan wie zij is opgelegd, als voor diens rechtverkrijgenden. 3 Het besluit tot het opleggen van een verplichting tot gedogen wordt bekendgemaakt aan de rechthebbenden ten aanzien van de onroerende zaak, voor zover dezen aan Onze Minister op dat tijdstip bekend kunnen zijn. Het besluit treedt in werking met ingang van de vijfde werkdag na de datum van bekendmaking. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 artikel 60 Ieder die enig recht heeft ten aanzien van een onroerende zaak, ten aanzien waarvan met toepassing vaneen verplichting tot gedogen is opgelegd, kan, binnen zes weken nadat het besluit tot het opleggen van de verplichting tot gedogen aan hem is bekendgemaakt of hij op andere wijze van het opleggen van de verplichting kennis had kunnen dragen, bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het Gerechtshof binnen welks rechtsgebied de onroerende zaak is gelegen, vernietiging verzoeken van de beslissing waarbij die verplichting is opgelegd. 2 Deze vernietiging kan alleen worden verzocht op grond dat bij het opleggen der verplichting ten onrechte is geoordeeld: a. hetzij dat de belangen van de rechthebbenden ten aanzien van de onroerende zaak redelijkerwijs onteigening niet vorderen; b. hetzij dat in het gebruik van die zaak, gelet op de omstandigheden, niet meer belemmering wordt gebracht dan redelijkerwijs voor de aanleg, de instandhouding of het gebruik van het werk nodig is. 3 De beschikking van het Hof wordt met redenen omkleed en in het openbaar uitgesproken. Daartegen staat generlei voorziening open. 4 Indien de beslissing van Onze Minister door het Hof wordt vernietigd, zal voor zoveel van de betrokken onroerende zaak gebruik is gemaakt, alles zoveel mogelijk in de vorige staat worden teruggebracht, onverminderd het recht op schadevergoeding van de rechthebbenden ten aanzien van die zaak. 5 Indien de beslissing van Onze Minister door het Hof wordt vernietigd, omdat ten onrechte is geoordeeld dat de belangen van de rechthebbenden ten aanzien van die onroerende zaak redelijkerwijs onteigening niet vorderen, zal de verplichting te gedogen, behoudens recht op schadevergoeding, gehandhaafd blijven gedurende een door het Hof te bepalen termijn, welke zodanig zal worden gesteld dat redelijkerwijs binnen die termijn tot onteigening kan zijn overgegaan. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 60 Tot het verkrijgen van schadevergoeding op grond vankunnen rechthebbenden binnen zes maanden na het ontstaan van de schade een verzoekschrift indienen bij Onze Minister. 2 Binnen zes maanden nadat het verzoekschrift bij het betrokken ministerie is ontvangen, doet Onze Minister een voorstel tot vergoeding van de schade of bericht hij dat er naar zijn oordeel geen termen voor schadevergoeding aanwezig zijn. 3 Is binnen de in het vorige lid bedoelde termijn geen voorstel of bericht door de rechthebbenden ontvangen of stemmen zij niet met dit voorstel of bericht in, dan kunnen zij de kantonrechter verzoeken ten aanzien van de schadevergoeding een beslissing te nemen. 4 Wanneer de schade uiteindelijk groter blijkt te zijn dan bij het vaststellen daarvan was te voorzien, kunnen rechthebbenden een verzoek om aanvullende vergoeding indienen. De voorgaande leden van dit artikel zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 1988 113 30-03-1988 19752 1988 114 30-03-1988 01-04-1988
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 1988 113 30-03-1988 19752 1988 114 30-03-1988 01-04-1988
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 1988 113 30-03-1988 19752 1988 114 30-03-1988 01-04-1988
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 1988 113 30-03-1988 19752 1988 114 30-03-1988 01-04-1988
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 1988 113 30-03-1988 19752 1988 114 30-03-1988 01-04-1988
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 1988 113 30-03-1988 19752 1988 114 30-03-1988 01-04-1988
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Vervallen 1979 443 13-06-1979 14312 1979 443 13-06-1979 14312 01-09-1980
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 1979 443 13-06-1979 14312 1979 443 13-06-1979 14312 01-09-1980
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Vervallen 1992 415 02-07-1992 21163 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 artikelen 44 49 Voor de toepassing van deenwordt onderscheidenlijk het gebied van een bovengemeentelijk openbaar lichaam met een gemeente, het bestuur van zodanig lichaam met burgemeester en wethouders en de voorzitter van het bestuur van zodanig lichaam met de burgemeester gelijk gesteld. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Vervallen 2011 269 08-06-2011 12-05-2011 31501 2011 347 12-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Vervallen 2011 269 08-06-2011 12-05-2011 31501 2011 347 12-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 88a — Artikel 88a#
Artikel 88a Vervallen 2010 142 01-04-2010 25-03-2010 31953 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 artikelen 5.3 tot en met 5.16 5.18 tot en met 5.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Met betrekking tot de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn deenvan toepassing. 2 artikel 5.2, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Het inbedoelde bestuursorgaan heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet voor degene die het project, bedoeld in dat lid, uitvoert, geldende voorschriften. 2015 521 21-12-2015 09-12-2015 33872 2016 139 13-04-2016 01-04-2016 14-04-2016
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 artikel 43 Het is verboden te handelen in strijd met een krachtensgegeven bevel. 1994 135 04-02-1994 23196 1994 222 21-03-1994 01-04-1994
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 Het is verboden te handelen in strijd met a. artikel 48, eerste of tweede lid het bij of krachtens, bepaalde, b. artikel 60, eerste lid een hem krachtens, opgelegde verplichting, c. artikel 89 het krachtensbepaalde, voor zover zodanig handelen daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangeduid. 2011 269 08-06-2011 12-05-2011 31501 2011 347 12-07-2011 28-06-2011 01-01-2012
Artikel 92a — Artikel 92a#
Artikel 92a Vervallen 1989 7 19-01-1989 19020 1989 7 19-01-1989 19020 01-03-1989
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Vervallen 1994 135 04-02-1994 23196 1994 222 21-03-1994 01-04-1994
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Vervallen 1987 598 23-12-1987 19075 1987 598 23-12-1987 19075 01-01-1988
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Vervallen 1976 377 23-06-1976 13655 1976 377 23-06-1976 13655 01-09-1976
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Vervallen 2010 142 01-04-2010 25-03-2010 31953 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010
Artikel 96a — Artikel 96a#
Artikel 96a Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 De bevoegdheid tot het maken van gemeentelijke verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, gehandhaafd, voor zover deze verordeningen niet met deze wet in strijd zijn. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Vervallen 1992 414 02-07-1992 21087 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 artikel 6.1 van de Waterwet Deze wet is niet van toepassing op luchtverontreiniging welke kan ontstaan door het lozen of het storten van stoffen, bedoeld in. 2009 489 24-11-2009 09-11-2009 31858 2009 549 18-12-2009 10-12-2009 22-12-2009
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Vervallen 1983 328 06-07-1983 17785 1983 339 12-07-1983 01-01-1984
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Stb. De wet van 13 juni 1963 (319), houdende instelling van de Raad inzake de luchtverontreiniging, wordt ingetrokken. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet inzake de luchtverontreiniging. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1992 627 03-12-1992 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993