Wet van 23 april 1971, houdende regeling met betrekking tot de geneeskundige, tandheelkundige, verloskundige en farmaceutische voorziening ten behoeve van de bevolking voor het geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden
- BWB-id
- BWBR0002758
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002758
- ELI
- /eli/nl/wet/1971/noodwet-geneeskundigen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1971/noodwet-geneeskundigen/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002758&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002758&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002758/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1971/noodwet-geneeskundigen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. Onze Minister : Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. bevoegd gezag artikel 5, eerste lid : de Directeur-Generaal van de Volksgezondheid, of, voor zover krachtens, een andere autoriteit is aangewezen, deze autoriteit; c. geneeskundige Stb artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg : degene, ten aanzien van wie geen grond tot weigering van inschrijving in het desbetreffende overeenkomstig(. 1993, 655) ingestelde register als onderscheidenlijk arts, tandarts, apotheker of verloskundige van toepassing is; d. inwoner van Nederland: degene, die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven of behoort te zijn ingeschreven. 2 artikel 8, vijfde lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg Voor de toepassing van het eerste lid, onder c, blijft het bepaalde inbuiten toepassing. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Bij ministeriële regeling kan ten aanzien van personen, die geen geneeskundige zijn doch de opleiding daartoe gedeeltelijk hebben gevolgd, worden bepaald, dat zij, voor zover zij behoren tot in de regeling aangewezen categorieën, voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde met geneeskundigen gelijkstaan. 2 De personen, die krachtens toepassing van het eerste lid met geneeskundigen gelijkstaan, zijn verplicht geheimhouding in acht te nemen ten opzichte van al datgene, wat hun bij de nakoming van de in dat lid bedoelde verplichtingen als geheim is toevertrouwd, of wat daarbij als geheim te hunner kennis is gekomen of waarvan zij het vertrouwelijk karakter moesten begrijpen. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg De geneeskundigen die niet ingeschreven staan in het desbetreffende overeenkomstigingestelde register, worden voor de toepassing van in andere wetten opgenomen bepalingen, betrekking hebbende op degenen die in dat register ingeschreven staan, gelijkgesteld met degenen die in dat register ingeschreven staan voor zover zulks noodzakelijk is ter nakoming van de hun krachtens deze wet opgelegde verplichtingen. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen 7, eerste lid 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden hoofdstuk II Onverminderd de, enkunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, één of meer van de paragrafen vanvan deze wet in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde paragrafen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de paragrafen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden de paragrafen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onze Minister kan autoriteiten aanwijzen, die, elk voor zover zulks in zijn besluit is bepaald, in de plaats van de Directeur- Generaal van de Volksgezondheid optreden als bevoegd gezag. 2 De Directeur-Generaal en elk der krachtens het eerste lid aangewezen autoriteiten worden in hun hoedanigheid van bevoegd gezag bijgestaan door een commissie van advies, waarvan de voorzitter, de overige leden en de secretaris door Onze Minister worden benoemd, geschorst en ontslagen. In de commissie van advies hebben in ieder geval zitting een of meer leden, te benoemen op aanbeveling van de door Ons aangewezen organisaties van geneeskundigen. 3 Staatscourant Van een krachtens het eerste lid vastgesteld besluit wordt mededeling gedaan in de. 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het bevoegd gezag oefent de aan dit gezag bij of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden uit met inachtneming van de door Onze Minister in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers gestelde regelen en van de door Onze Minister gegeven instructies. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 8 9 Bij algemene maatregel van bestuur worden de autoriteiten aangewezen, die, zolang de verbinding tussen Onze Minister en enig gebied verbroken is, in dat gebied met inachtneming van de bij de maatregel gestelde regelen de bij deenaan Onze Minister toegekende bevoegdheden uitoefenen. 1971 396 23-04-1971 1971 396 23-04-1971 25-06-1971
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat het geneeskundigen in het algemeen, dan wel dat het geneeskundigen, behorende tot bij de regeling aangewezen categorieën, verboden is zonder vergunning van het bevoegd gezag: a. de uitoefening van de praktijk geheel of voor een deel te staken; b. zich ter uitoefening van de praktijk te vestigen; c. bij ontstentenis of afwezigheid van een geneeskundige diens praktijk langer dan een week waar te nemen. 2 Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. 4 Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de vergunning, bedoeld in dit artikel.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat het geneeskundigen in het algemeen, dan wel dat het geneeskundigen, behorende tot bij de regeling aangewezen categorieën, verboden is zonder vergunning van het bevoegd gezag een rechtsbetrekking, strekkende tot de uitoefening van hun beroepswerkzaamheden in dienst van of voor een ander: a. te beëindigen; b. aan te gaan. 2 a Een krachtens het eerste lid, onder, gesteld verbod geldt mede voor de wederpartij. 3 Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. 5 Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de vergunning, bedoeld in dit artikel.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. a artikel 9, eerste lid, onder Indien een rechtsbetrekking door één der partijen is beëindigd in strijd met een krachtens, gesteld verbod of met een voorschrift, verbonden aan een krachtens dat lid verleende vergunning, kan de wederpartij gedurende zes maanden de nietigheid der beëindiging inroepen.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 b artikel 9, eerste lid, onder Het is zowel de geneeskundige als de wederpartij verboden een rechtsbetrekking, aangegaan in strijd met een krachtens, gesteld verbod of met een voorschrift, verbonden aan een krachtens dat lid verleende vergunning, te laten voortduren. 2 a artikel 9, eerste lid, onder Ten aanzien van het beëindigen van zodanige rechtsbetrekking geldt een krachtens, gesteld verbod niet. 3 De persoon, die zodanige rechtsbetrekking met de geneeskundige heeft aangegaan, is verplicht van de beëindiging van de rechtsbetrekking onverwijld aan het bevoegd gezag schriftelijk mededeling te doen.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikelen 9 10 11 artikel 2 van de Wet privatisering ABP De,engelden niet ten aanzien van dienstbetrekkingen van geneeskundigen, die overheidswerknemer zijn in de zin van. 2 Ten aanzien van zodanige dienstbetrekkingen kunnen regelen van overeenkomstige strekking worden gesteld bij algemene maatregel van bestuur. 3 hoofdstuk IV Bij een algemene maatregel van bestuur als in het tweede lid bedoeld kunnen omtrent het vragen van voorziening tegen beschikkingen, krachtens die maatregelen genomen, en de rechtsgang ter zake, regelen worden gesteld in afwijking van. 4 De voordracht tot een algemene maatregel van bestuur als in het tweede lid bedoeld wordt Ons gedaan door Onze Minister, te zamen met Onze Ministers, wie het mede aangaat.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Het bevoegd gezag kan aan geneeskundigen, die Nederlander dan wel inwoner van Nederland zijn, met uitzondering van de Nederlanders, woonachtig in de Nederlandse Antillen of Aruba, de verplichting opleggen: a. in een daartoe aangewezen gebied, al dan niet van een bepaalde plaats uit, de praktijk uit te oefenen; b. bij ontstentenis of afwezigheid van een geneeskundige diens praktijk, geheel of voor een deel en al dan niet van een bepaalde plaats uit, waar te nemen; c. anderszins alle of een deel van zijn beroepswerkzaamheden, al dan niet van een bepaalde plaats uit en al dan niet in dienst van of voor een ander, te verrichten; d. daartoe aangewezen werkzaamheden, welke niet behoren tot de beroepswerkzaamheden van een geneeskundige, in het belang van de geneeskundige, tandheelkundige, verloskundige of farmaceutische voorziening, al dan niet in dienst van of voor een ander, te verrichten; e. daartoe aangewezen werkzaamheden, bestaande in het volgen van een opleiding op geneeskundig, tandheelkundig, verloskundig of farmaceutisch gebied, bij een ander te verrichten. 2 d e Het in het eerste lid, onderen, bepaalde geldt niet ten aanzien van verloskundigen. 3 Een beschikking krachtens het eerste lid bevat een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van de opgelegde verplichting, alsmede van de plaats en tijd van aanvang en, indien mogelijk, van de waarschijnlijke duur van de werkzaamheden, welke uit de opgelegde verplichting voortvloeien. In voorkomend geval wijst zij voorts de natuurlijke of rechtspersoon aan, in wiens dienst dan wel voor of bij wie de werkzaamheden moeten worden verricht, en geeft zij daarbij aan in welke verhouding de geneeskundige tot die persoon zal staan. 4 De verplichtingen, die krachtens het eerste lid worden opgelegd, kunnen niet strekken tot het verrichten van werkzaamheden op plaatsen buiten Nederland. 5 De geneeskundige, die ten tijde van de oplegging der verplichting een rechtsbetrekking heeft, strekkende tot de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheden in dienst van of voor een ander of tot het verrichten van andere werkzaamheden dan de beroepswerkzaamheden van een geneeskundige in dienst van een ander, is verplicht binnen driemaal vierentwintig uur aan zijn wederpartij mededeling te doen van de hem opgelegde verplichting.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 13, eerste lid De verplichtingen, bedoeld in, kunnen niet worden opgelegd aan geneeskundigen, die: a. ingevolge een overeenkomst met een andere mogendheid of met een volkenrechtelijke organisatie van oplegging van zodanige verplichtingen uitgesloten zijn, of b. behoren tot bij algemene maatregel van bestuur daartoe aangewezen categorieën of krachtens zodanige maatregel daartoe zijn aangewezen.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 13, derde lid De overeenkomstig, aangewezen persoon is verplicht de geneeskundige de werkzaamheden, welke uit de opgelegde verplichting voortvloeien, te laten verrichten.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 13, eerste lid artikel 13, derde lid Te rekenen van de dag, waarop een geneeskundige, aan wie krachtens, de verplichting is opgelegd werkzaamheden als bedoeld in dat lid te verrichten in dienst van dan wel voor of bij een ander, deze werkzaamheden verricht, bestaat tussen die geneeskundige en degene, in wiens dienst dan wel voor of bij wie de werkzaamheden moeten worden verricht een rechtsbetrekking, die voor de toepassing van wettelijke voorschriften geacht wordt een rechtsbetrekking te zijn uit een ter zake van een verhouding als aangegeven krachtens, aangegane overeenkomst. 2 De inhoud van de rechtsbetrekking is zoveel mogelijk gelijk aan de wettelijk geoorloofde inhoud van rechtsbetrekkingen uit ter zake gebruikelijke overeenkomsten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen daaromtrent nadere regelen worden gesteld. Partijen bij de rechtsbetrekking zijn bevoegd gezamenlijk haar inhoud nader vast te stellen. Op verzoek van de meest gerede partij geschiedt de nadere vaststelling door het bevoegd gezag. 3 artikel 14 De rechtsbetrekking kan door partijen niet worden bëeindigd. Zij neemt van rechtswege een einde, zodra de geneeskundige van de opgelegde verplichting is ontslagen, of gaat behoren tot een der inbedoelde categorieën.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 13, eerste lid artikel 13, vijfde lid Zolang een geneeskundige door het voldoen aan een hem krachtens, opgelegde verplichting verhinderd is te voldoen aan de verplichtingen, welke op hem krachtens een bestaande rechtsbetrekking als bedoeld in, rusten, is deze rechtsbetrekking geschorst, doch kan zij door partijen niet worden beëindigd zonder vergunning van het bevoegd gezag. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent de gevolgen van de schorsing voor de rechten en verplichtingen uit zodanige rechtsbetrekking. 3 Een vergunning als in het eerste lid bedoeld kan onder beperkingen worden verleend. Aan zodanige vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. 4 Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 12, eerste lid artikel 13, eerste lid Aan een geneeskundige, als bedoeld in, wordt voor de tijd, gedurende welke hij door het voldoen aan een hem krachtens, opgelegde verplichting verhinderd is zijn bestaande dienstbetrekking te vervullen, in die dienstbetrekking verlof verleend. Bij algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regelen gesteld. 2 De voordracht tot een algemene maatregel van bestuur als in het eerste lid bedoeld wordt Ons gedaan door Onze Minister van Binnenlandse Zaken, tezamen met Onze Minister en met Onze Ministers, wie het mede aangaat.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 13, eerste lid Het bevoegd gezag kan een geneeskundige van een hem krachtens, opgelegde verplichting te allen tijde, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de geneeskundige of van de overeenkomstig het derde lid van dat artikel aangewezen persoon, ontslaan. 2 Artikel 13, vijfde lid , is met betrekking tot het ontslag van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 13, eerste lid Bij ministeriële regeling kan worden bepaald, dat het geneeskundigen, aan wie ingevolge, een verplichting kan worden opgelegd, verboden is het land te verlaten zonder door hem verleende vergunning. 2 Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. 4 Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de vergunning, bedoeld in dit artikel.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister kan bij regeling onderscheidenlijk bij beschikking, ten aanzien van ondernemingen die werkzaam zijn op het gebied van de geneeskundige of farmaceutische voorziening en die hetzij behoren tot bij de regeling aangewezen categorieën, hetzij bij de beschikking afzonderlijk zijn aangewezen, vrijstelling, onderscheidenlijk ontheffing verlenen van verplichtingen en verboden, gesteld bij of krachtens wettelijke voorschriften ter zake van het tegengaan van gevaar, schade en hinder, teweeggebracht door inrichtingen. 2 Onze Minister kan bij regeling onderscheidenlijk bij beschikking, ten aanzien van ondernemingen die werkzaam zijn op het gebied van de geneeskundige of farmaceutische voorziening en die hetzij behoren tot bij de regeling aangewezen categorieën, hetzij bij de beschikking afzonderlijk zijn aangewezen, vrijstelling, onderscheidenlijk ontheffing verlenen van verplichtingen en verboden, gesteld bij of krachtens wettelijke voorschriften ter zake van de beperking van de arbeidsduur en van de veiligheid en de hygiëne bij de arbeid. 3 Een vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen, alsmede voorwaardelijk worden verleend; zij kan te allen tijde worden ingetrokken. Indien een vrijstelling of ontheffing voorwaardelijk is verleend, geldt zij slechts voor zover de gestelde voorwaarden worden nageleefd.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld omtrent het ten laste van de staat: a. artikel 13, eerste lid toekennen, voor zover nodig, van een vergoeding aan een geneeskundige in verband met een hem krachtens, opgelegde verplichting; b. artikel 13, eerste lid treffen, voor zover nodig, van voorzieningen bij ziekte, ongeval, invaliditeit en overlijden, verband houdende met het nakomen van een krachtens, aan een geneeskundige opgelegde verplichting. 1992 423 04-06-1992 22320 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking van, wordt een bezwaarschrift tegen een besluit van Onze Minister of Onze Minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid ingediend bij het bevoegd gezag. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1992 423 04-06-1992 22320 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Op een ingekomen bezwaarschrift, gericht tegen een beschikking van het bevoegd gezag, neemt dit, zo het terstond de aangevoerde bezwaren gegrond acht, zo spoedig mogelijk een beslissing. 2 artikel 5, tweede lid Indien het bevoegd gezag niet terstond de aangevoerde bezwaren gegrond acht, brengt dit het bezwaarschrift onverwijld ter kennis van de in, bedoelde commissie. Deze brengt zo spoedig mogelijk advies uit. 3 Indien het bevoegd gezag zich met het door de commissie uitgebrachte advies kan verenigen, neemt het zo spoedig mogelijk dienovereenkomstig een beslissing. 4 Indien het bevoegd gezag zich met het door de commissie uitgebrachte advies niet kan verenigen, doet dit het bezwaarschrift, tezamen met dat advies en zijn oordeel ter zake, onverwijld aan Onze Minister toekomen. Onze Minister neemt zo spoedig mogelijk een beslissing. 1971 396 23-04-1971 1971 396 23-04-1971 25-06-1971
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 5, tweede lid Een bezwaarschrift, gericht tegen een beschikking van Onze Minister of van Onze Minister van Sociale Zaken, wordt onverwijld ter kennis van de in, bedoelde commissie gebracht. Deze brengt zo spoedig mogelijk advies uit. 1992 423 04-06-1992 22320 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Een door Onze Minister of Onze Minister van Sociale Zaken genomen beslissing wordt aan het bevoegd gezag medegedeeld. 2 artikel 25, tweede lid artikel 26 artikel 5, tweede lid Voordat een advies als bedoeld in, of, wordt uitgebracht, hoort de in, bedoelde commissie zo mogelijk de belanghebbende. 1992 423 04-06-1992 22320 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2001 180 19-04-2001 05-04-2001 26410 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 25892 (Wet
bescherming persoonsgegevens) tot wet wordt verheven en in
werking treedt.
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a Vervallen 2001 180 19-04-2001 05-04-2001 26410 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 25892 (Wet
bescherming persoonsgegevens) tot wet wordt verheven en in
werking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Het bevoegd gezag kan personen oproepen om voor hem of voor door hem daarbij aangewezen ambtenaren te verschijnen: a. tot het geven van inlichtingen, die naar zijn redelijk oordeel in het belang van de uitvoering van deze wet nodig zijn; b. tot het overleggen van bescheiden, waarvan raadpleging naar zijn redelijk oordeel in het belang van de uitvoering van deze wet nodig is; c. hoofdstuk II, paragraaf 3 tot het ondergaan van een onderzoek naar hun geschiktheid voor het verrichten van werkzaamheden ingevolge. 1971 396 23-04-1971 1971 396 23-04-1971 25-06-1971
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 3 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De in het eerste lid bedoelde ambtenaren beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 4 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a 1 Onze Minister wijst ambtenaren aan die belast zijn met het inwinnen van gegevens in het belang van de uitvoering van deze wet. 2 artikelen 5:15 tot en met 5:17 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Deenzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren. 3 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 4 artikel 5:20, derde lid, van de Algemeen wet bestuursrecht Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing vanter uitvoering van het eerste lid. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 30 Ieder die krachtensis opgeroepen, is verplicht ter plaatse en ten tijde, bij de oproeping aangewezen, te verschijnen en desverlangd de in dat artikel, onder a tot en met c, bedoelde medewerking te verlenen. De verstrekking van de in dat artikel bedoelde inlichtingen dient volledig en naar waarheid te geschieden. 2 Het bevoegd gezag is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de in het eerste lid gestelde verplichtingen. 3 Artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1992 423 04-06-1992 22320 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikelen 3:41 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht Indien naar het oordeel van het betrokken bevoegd gezag de geboden spoed of buitengewone omstandigheden zulks vereisen, kan de bekendmaking van besluiten geschieden op een andere wijze dan op grond van deenis vereist. Deze bekendmaking wordt vervolgens zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd. 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 17-05-1995
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 3, derde en vierde lid paragrafen 1 tot en met 3 van hoofdstuk II artikelen 7, tweede lid 8, tweede lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden Indien door een besluit als bedoeld in, van deze wet dan wel bij een besluit als bedoeld in de, en, de werking van een of meer derwordt beëindigd, kan bij dat besluit worden bepaald, dat met betrekking tot geneeskundigen en rechtsbetrekkingen, de krachtens die paragrafen genomen maatregelen en het bij en krachtens die paragrafen bepaalde gedurende een bij dat besluit vast te stellen tijd van toepassing blijven. 2 artikel 3, derde en vierde lid paragraaf 4 van hoofdstuk II artikelen 7, tweede lid 8, tweede lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden Indien door een besluit als bedoeld in, van deze wet dan wel bij een besluit als bedoeld in de, en, de werking vanwordt beëindigd, kan bij dat besluit met betrekking tot, op grond van die paragraaf verleende, van kracht zijnde vrijstellingen en ontheffingen worden bepaald, dat deze te hunnen aanzien gedurende een bij dat besluit vast te stellen tijd van toepassing blijven. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur. 1971 396 23-04-1971 1971 396 23-04-1971 25-06-1971
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 8, eerste lid 9, eerste lid 13, eerste lid Het bij of krachtens,, en, bepaalde is niet van toepassing ten aanzien van: a. de leden van de Hoge Colleges van Staat, Onze Ministers, de Staatssecretarissen en de leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast; b. de leden van provinciale staten en van gemeenteraden; c. degenen, die in werkelijke militaire dienst zijn of in militaire dienst opgeroepen zijn; d. bekleders van een geestelijk ambt of diegenen die een opleiding tot een zodanig ambt volgen; e. degenen, die bij algemene maatregel van bestuur daartoe aangewezen openbare ambten bekleden. 2 d Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld ter nadere bepaling van de in het eerste lid, onder, bedoelde categorie van personen. 1997 192 13-05-1997 17-04-1997 24614 1997 192 13-05-1997 17-04-1997 24614 14-05-1997
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 hoofdstuk II Zolang één of meer paragrafen vanin werking zijn, worden geneeskundigen zo mogelijk niet dan na overleg met het bevoegd gezag, op grond van het bij of krachtens een andere wet bepaalde verplicht tot het verrichten van werkzaamheden in het belang van de militaire of civiele verdediging. 2 artikel 13, eerste lid Geneeskundigen, die verplicht zijn zodanige werkzaamheden te verrichten, zijn, zolang deze verplichting duurt, van een verplichting, welke hun krachtens, is opgelegd, ontheven. 3 Het in het eerste lid bepaalde geldt niet bij een oproeping in militaire dienst. 1991 631 14-11-1991 1991 737 17-12-1991 31-12-1991
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikel 11, derde lid 13, vijfde lid 19, tweede lid 29, derde lid 29a, eerste en tweede lid artikel 31a, tweede lid artikel 32, eerste lid artikel 36 artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Overtreding van het bij,,,,,, voor zover het betreftof, bepaalde, alsmede overtreding van het krachtensbepaalde, voor zover zij daarbij is aangeduid als strafbaar feit, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van de tweede categorie. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikel 8, eerste of tweede lid 9, eerste, tweede of derde lid 11, eerste lid 13, eerste lid 15 20, eerste of tweede lid artikel 12, tweede lid Overtreding van het bij of krachtens,,,,, of, bepaalde, alsmede overtreding van het krachtens, bepaalde, voor zover zij daarbij is aangeduid als strafbaar feit, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 artikel 13, eerste lid 20, eerste of tweede lid Opzettelijke overtreding van het krachtens, of, bepaalde wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de derde categorie. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 13, eerste lid Met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij die, nadat hem krachtens, een verplichting is opgelegd: a. opzettelijk of ondanks waarschuwing roekeloos zich zelf, anderen of de eigendom van degene, in dienst van wie dan wel voor wie of bij wie hij ter vervulling van de hem opgelegde verplichting werkzaamheden moet verrichten, aan ernstig gevaar blootstelt, dan wel b. opzettelijk en grovelijk de plichten veronachtzaamt, welke voor hem uit de hem opgelegde verplichting voortvloeien. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikelen 39 40 De feiten, strafbaar gesteld bij deen, zijn overtredingen. 2 artikelen 41 42 De feiten, strafbaar gesteld bij deen, zijn misdrijven. 1971 396 23-04-1971 1971 396 23-04-1971 25-06-1971
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 De voorgaande strafbepalingen zijn mede van toepassing op de Nederlander of de inwoner van Nederland, die een strafbaar feit begaat buiten Nederland. 1971 396 23-04-1971 1971 396 23-04-1971 25-06-1971
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 1976 377 23-06-1976 13655 1976 377 23-06-1976 13655 01-09-1976
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikel 31 Met het opsporen van de feiten, bij deze wet strafbaar gesteld, zijn behalve de ambtenaren, aangewezen bij, belast de krachtensaangewezen ambtenaren, voor zover zij door Onze Minister van Justitie daartoe zijn aangewezen. 2 Bij het opsporen van een bij deze wet strafbaar gesteld feit hebben de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 1994 573 22-06-1994 22539 1994 683 02-09-1994 01-10-1994
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1971 396 23-04-1971 1971 396 23-04-1971 25-06-1971
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Stb. De Wet genees- en tandheelkundige voorziening burgerbevolking (1939, 802) wordt ingetrokken. 1971 396 23-04-1971 1971 396 23-04-1971 25-06-1971
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Deze wet kan worden aangehaald als: Noodwet Geneeskundigen. 1971 396 23-04-1971 1971 396 23-04-1971 25-06-1971
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 hoofdstuk II Staatsblad Deze wet treedt, met uitzondering van, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het, waarin zij wordt geplaatst. 1971 396 23-04-1971 1971 396 23-04-1971 25-06-1971