Wet van 11 juni 1975, tot uitvoering van het op 29 november 1969 te Brussel tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, met Bijlage (Trb. 1970, 196) alsmede regeling van die aansprakelijkheid in overeenstemming met dat Verdrag
- BWB-id
- BWBR0002976
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002976
- ELI
- /eli/nl/wet/1975/wet-aansprakelijkheid-olietankschepen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1975/wet-aansprakelijkheid-olietankschepen/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002976&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002976&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002976/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1975/wet-aansprakelijkheid-olietankschepen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. "Onze Minister": Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. Trb «Verdrag»: het op 27 november 1992 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie 1992, met Bijlage (. 1994, 229); c. «schip»: alle zeeschepen en andere zeegaande vaartuigen, van welk type ook, gebouwd of aangepast voor het vervoer van olie in bulk als lading, met uitzondering van oorlogsschepen of andere schepen in eigendom van of geëxploiteerd door een Staat ten tijde dat zij uitsluitend worden gebruikt in dienst van de overheid voor andere dan handelsdoeleinden, en met dien verstande dat een schip dat olie en andere soorten lading kan vervoeren alleen als een schip wordt beschouwd, wanneer het daadwerkelijk olie in bulk als lading vervoert en tijdens iedere reis na een zodanig vervoer, tenzij wordt aangetoond dat het geen residuen van zulk vervoer van olie in bulk aan boord heeft. d. "persoon": een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon; e. artikel 85 van de Kadasterwet afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek "eigenaar": degene die in de registratie voor schepen, bedoeld in, als eigenaar staat vermeld dan wel in een buitenlands register waarin het schip teboekstaat als eigenaar staat ingeschreven, of, indien het schip niet te boek staat in de openbare registers, bedoeld indan wel een soortgelijk buitenlands register, degene die het schip in eigendom heeft. Is een schip eigendom van een Staat en wordt het geëxploiteerd of gereed door een persoon, die in die Staat als exploitant of reder van dat schip is ingeschreven, dan wordt die persoon als eigenaar van het schip beschouwd; f. «olie»: ruwe olie, stookolie, zware dieselolie, smeerolie, alsmede zonodig bij algemene maatregel van bestuur nader te omschrijven andere persistente, uit koolwaterstoffen bestaande minerale oliën. g. «schade door verontreiniging»: a. verlies of schade buiten het schip in Nederland, de territoriale zee daaronder begrepen, en in de Nederlandse exclusieve economische zone (EEZ) of, zolang een zodanige zone niet is ingesteld, binnen een gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee, waarvan de buitengrenzen samenvallen met die van het aan Nederland toekomende gedeelte van het continentaal plat, toegebracht door bevuiling als gevolg van het ontsnappen of lozen van olie uit het schip, waar zulk ontsnappen of lozen ook heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat vergoeding voor andere schade aan het milieu dan winstderving ten gevolge van deze schade wordt beperkt tot de kosten van redelijke maatregelen tot herstel die daadwerkelijk worden ondernomen of zullen worden ondernomen; b. de kosten van preventieve maatregelen alsmede verlies of schade veroorzaakt door die maatregelen. h. "preventieve maatregelen": na een voorval genomen redelijke maatregelen ter voorkoming of beperking van schade door verontreiniging; i. «voorval»: feit of opeenvolging van feiten met eenzelfde oorzaak, waardoor schade door verontreiniging wordt veroorzaakt, of waardoor een ernstige en onmiddellijke dreiging ontstaat dat zulk een schade zal worden veroorzaakt. j. artikel 4 "ton": behoudens in: een gewichtseenheid van 1000 kilogram. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze wet is mede van toepassing op aansprakelijkheid wegens voorvallen ten tijde dat het schip, in verband met het vervoer, zich bevindt op een laad- of losplaats, in een haven of op een binnenwater in Nederland en op de verplichting tot het instandhouden van een verzekering of andere financiële zekerheid ter dekking van deze aansprakelijkheid. 1975 321 11-06-1975 12289 1975 321 11-06-1975 12289 21-07-1975
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De eigenaar van het schip op het tijdstip van het voorval of, zo dit bestaat uit een opeenvolging van feiten, op het tijdstip van het eerste feit, is aansprakelijk voor schade door verontreiniging, veroorzaakt door het schip als gevolg van het voorval. 2 De eigenaar is niet aansprakelijk indien hij bewijst dat de schade - werd veroorzaakt door oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog, opstand of een natuurverschijnsel van een uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard, of - geheel en al werd veroorzaakt door een handelen of nalaten van derden, met het opzet schade te veroorzaken, of - geheel en al werd veroorzaakt door schuldig handelen of nalaten van een regering of andere autoriteit, verantwoordelijk voor het onderhouden van lichten of andere hulpmiddelen bij de navigatie, in de uitoefening van die taak. 3 Indien de eigenaar bewijst dat de schade door verontreiniging geheel of gedeeltelijk het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon die de schade heeft geleden, met het opzet schade te veroorzaken of van de schuld van die persoon, kan hij geheel of gedeeltelijk worden ontheven van zijn aansprakelijkheid tegenover die persoon. 4 Voor schade door verontreiniging kan de eigenaar niet uit anderen hoofde worden aangesproken. 5 Voor schade door verontreiniging kunnen, onverminderd het bepaalde in het zesde lid van dit artikel, noch uit hoofde van deze wet noch uit anderen hoofde worden aangesproken: tenzij de schade het gevolg is van hun persoonlijk handelen of nalaten, hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. a. de ondergeschikten, vertegenwoordigers of lasthebbers van de eigenaar of de leden van de bemanning; b. de loods of enige andere persoon die, zonder lid van de bemanning te zijn, diensten voor het schip verricht; c. een bevrachter (hoe ook omschreven, met inbegrip van een rompbevrachter), beheerder of degene in wiens handen de exploitatie van het schip is gelegd; d. personen die met instemming van de eigenaar of in opdracht van een bevoegde overheidsinstantie hulpverleningswerkzaamheden verrichten; e. personen die preventieve maatregelen nemen; f. b c d e alle ondergeschikten, vertegenwoordigers of lasthebbers van personen genoemd onder,,en; 6 De eigenaar heeft een recht van verhaal op derden die voor de schade uit anderen hoofde, anders dan uit overeenkomst, jegens de benadeelden aansprakelijk zijn. Voor zover niet anders is overeengekomen, heeft hij op de in het vijfde lid genoemde, van aansprakelijkheid vrijgestelde, personen echter geen recht van verhaal, tenzij de schade het gevolg is van hun persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. 1997 325 22-07-1997 02-07-1997 24799 1998 83 24-02-1998 07-02-1998 10-12-1998
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 3 artikel 545, derde lid, laatste volzin, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Wanneer zich een voorval voordoet waarbij twee of meer schepen zijn betrokken en er ten gevolge daarvan schade door verontreiniging is ontstaan, zijn de eigenaren van alle daarbij betrokken schepen, tenzij zij ingevolgevan aansprakelijkheid zijn ontheven, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die redelijkerwijs niet te scheiden is. Op de onderlinge verhouding van de eigenaren van de betrokken schepen isvan overeenkomstige toepassing. 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De eigenaar kan zijn aansprakelijkheid per voorval beperken tot het bedrag, bepaald in artikel V van het Verdrag, behoudens wijziging door de bijzondere amenderingsprocedure voorzien in artikel 15 van het Verdrag. 2 De eigenaar kan zijn aansprakelijkheid niet overeenkomstig het voorgaande lid beperken, indien wordt bewezen dat de schade door verontreiniging het gevolg is van zijn persoonlijk handelen of nalaten, hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. 2005 286 14-06-2005 28-04-2005 29706 2006 232 09-05-2006 02-05-2006 10-05-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 artikel 9, eerste lid Ten einde zich te kunnen beroepen op de inbedoelde beperking van aansprakelijkheid moet de eigenaar een fonds vormen bij de in, bedoelde rechtbank, tot een bedrag gelijk aan het maximum van zijn aansprakelijkheid. Het fonds kan worden gevormd door het storten van een geldsom of het stellen van een door de rechtbank goed te keuren bankgarantie of andere financiële zekerheid. 2 Heeft de eigenaar een fonds gevormd en is hij gerechtigd zijn aansprakelijkheid te beperken, dan is terzake van vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging gegrond op dat voorval, geen verhaal meer mogelijk op andere goederen van de eigenaar, indien het fonds werkelijk beschikbaar is tot voldoening van die vorderingen. 1975 321 11-06-1975 12289 1975 677 01-12-1975 08-12-1975
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Indien vóór de verdeling van het fonds de eigenaar, een van zijn ondergeschikten of vertegenwoordigers, een verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld voor de aansprakelijkheid van de eigenaar, of enige andere persoon die er belang bij had de schuld van de eigenaar te voldoen, in verband met het voorval een vergoeding terzake van schade door verontreiniging heeft betaald, dan treedt hij bij wege van subrogatie, tot het bedrag dat hij heeft betaald, in de rechten die de door hem schadeloos gestelde persoon op grond van deze wet zou hebben gehad. 1975 321 11-06-1975 12289 1975 677 01-12-1975 08-12-1975
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 tweede lid van artikel 4 artikel 4 Vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging kunnen rechtstreeks worden ingesteld tegen de verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld voor de aansprakelijkheid van de eigenaar. In dit geval kan de verweerder, zelfs indien de eigenaar op grond van hetniet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, zich beroepen op de inbedoelde beperking van aansprakelijkheid. 2 De verweerder komen alle verweermiddelen toe welke de eigenaar tegen de vorderingen zou hebben kunnen aanvoeren, doch hij kan geen beroep doen op de omstandigheid dat de eigenaar surséance van betaling is verleend, dat ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is of dat deze zich in staat van faillissement of vereffening bevindt. Hij kan zich voorts verweren met een beroep op het feit, dat de schade door verontreiniging is veroorzaakt door opzettelijk wangedrag van de eigenaar zelf, doch andere verweermiddelen welke hij zou hebben kunnen aanvoeren tegen een door de eigenaar tegen hem ingestelde vordering komen hem niet toe. 3 De verweerder kan de eigenaar steeds in het geding roepen. 4 artikel 5 tweede lid van artikel 4 tweede lid van artikel 4 Een verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld voor de aansprakelijkheid van de eigenaar kan in diens plaats in overeenstemming met het bepaalde ineen fonds vormen, zelfs indien de eigenaar op grond van hetniet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken. De vorming van dit fonds heeft dezelfde rechtsgevolgen als de vorming van een fonds door de eigenaar, doch indien de eigenaar op grond van hetniet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, blijven de rechten van de schuldeisers, voor zover hun vorderingen niet uit het fonds zijn voldaan, tegenover hem onverlet en treden die rechtsgevolgen alleen in ten aanzien van degene die het fonds vormde. 1998 446 23-07-1998 25-06-1998 23429 1998 622 17-11-1998 09-11-1998 01-12-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Het recht op schadevergoeding uit hoofde van deze wet vervalt, wanneer niet binnen drie jaar na de datum waarop de schade is ontstaan een rechtsvordering ter zake is ingesteld, doch in ieder geval nadat zes jaar zijn verstreken na de datum van het voorval waaruit de schade is ontstaan. Indien het voorval bestond uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, loopt de termijn van zes jaren na de dag waarop het eerste dier feiten plaatsvond. 1975 321 11-06-1975 12289 1975 321 11-06-1975 12289 21-07-1975
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a Tot de kennisneming in eerste aanleg van vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging uit hoofde van het Verdrag en van deze wet is in Nederland bij uitsluiting bevoegd de rechtbank Rotterdam. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 4 Hij, die gebruik wenst te maken van de hem ingegeven bevoegdheid tot beperking van zijn aansprakelijkheid, verzoekt de rechtbank Rotterdam, het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt, vast te stellen en te bevelen, dat tot een procedure ter verdeling van dit bedrag zal worden overgegaan. 2 artikelen 642a, tweede tot en met vierde lid 642b-d 642e, eerste lid 642f tot en met 642t, eerste lid 642u tot en met 642z van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Op het verzoek en de procedure ter verdeling zijn de,,,, envan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het geval van artikel 642e, eerste lid, de rechter de opheffing van de gelegde conservatoire beslagen dan wel de teruggave van reeds gegeven zekerheid moet bevelen. Het fonds wordt verdeeld onder de schuldeisers in evenredigheid met de bedragen van hun erkende vorderingen. Indien het bedrag van alle vorderingen het door de rechtbank vastgestelde bedrag overtreft, worden de vorderingen in evenredigheid gekort. 3 De vorderingen van de eigenaar ter zake van door hem vrijwillig en binnen de grenzen der redelijkheid gedane uitgaven en gebrachte offers ter voorkoming of beperking van schade door verontreiniging staan in rang gelijk met andere vorderingen op het fonds. 4 artikel 4 artikel 642c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De inbedoelde rekeneenheid wordt omgerekend in Nederlands geld volgens de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties op de dag, waarop de eigenaar voldoet aan een ingevolgegegeven bevel tot storting of tot zekerheidstelling, en volgens de op die dag geldende koers. 2012 666 21-12-2012 20-12-2012 33451 2012 667 21-12-2012 20-12-2012 01-04-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Is als gevolg van eenzelfde voorval schade door verontreiniging behalve in Nederland ook in een of meer andere bij het Verdrag partij zijnde Staten ontstaan, dan heeft de vorming van een fonds in die Staat of in een van die Staten overeenkomstig artikel V van het Verdrag in Nederland dezelfde rechtsgevolgen als de vorming van een fonds in Nederland, indien de schuldeiser toegang heeft tot de rechtbank die het fonds beheert en het fonds werkelijk beschikbaar is tot voldoening van zijn vordering. 2 artikel 9, eerste lid artikel 985 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Is in het geval bedoeld in het voorgaande lid het fonds in Nederland gevormd, dan is in eerste aanleg uitsluitend de in, bedoelde rechtbank bevoegd tot de kennisneming van verzoeken als bedoeld inten aanzien van rechterlijke beslissingen uit een andere bij het Verdrag partij zijnde Staat, waarbij vorderingen tot vergoeding van schade door verontreiniging zijn toegewezen. 1975 321 11-06-1975 12289 1975 677 01-12-1975 08-12-1975
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a titel 7 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 642a-642z van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De eigenaar kan zich overeenkomstig het bepaalde inen deberoepen op beperking van aansprakelijkheid uit anderen hoofde voor vorderingen terzake van verlies of schade, buiten het schip buiten Nederland, de territoriale zee daaronder begrepen, buiten de Nederlandse exclusieve economische zone (EEZ) of, zolang een zodanige zone niet is ingesteld, buiten een gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee, waarvan de buitengrenzen samenvallen met die van het aan Nederland toekomende gedeelte van het continentaal plat en niet in het gebied van een bij het Verdrag partij zijnde Staat toegebracht, door bevuiling door olie als gevolg van het ontsnappen of lozen van die olie uit het schip, daaronder begrepen de kosten van preventieve maatregelen en verlies of schade welke zijn veroorzaakt door deze maatregelen. 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De eigenaar van een in Nederland teboekstaand schip is verplicht om ten tijde dat daarmee waar ter wereld ook meer dan 2000 ton olie in bulk als lading wordt vervoerd, een verzekering of andere financiële zekerheid in stand te houden ter dekking van zijn uit deze wet en uit het Verdrag voortvloeiende aansprakelijkheid, tot het in artikel 4, eerste lid, vermelde bedrag. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 4, eerste lid, van deze wet De eigenaar van een schip dat teboekstaat buiten Nederland of een andere vlag voert dan de vlag van het Koninkrijk op grond van voor Nederland geldende rechtsregels, is, verplicht om, ten tijde dat dit schip meer dan 2000 ton olie in bulk als lading vervoert en een haven of laad- of losplaats in Nederland aanloopt of verlaat, of een Nederlands binnenwater bevaart, een verzekering of andere financiële zekerheid in stand te houden ter dekking van zijn uit deze wet en uit het Verdrag voortvloeiende aansprakelijkheid, tot het inen in artikel V, eerste lid, van het Verdrag bedoelde bedrag. 2023 156 10-05-2023 08-06-2022 34836 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid ten aanzien van een schip dat teboekstaat in Nederland of dat teboekstaat in een Staat die niet bij het Verdrag partij is, of de vlag voert van zulk een Staat, moet voldoen aan het volgende: a. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht de overeenkomst moet zijn aangegaan met een verzekeraar, een bank of een andere financiële instelling als bedoeld inof een andere persoon, van wie Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, de financiële draagkracht tot het geven van dekking voor de uit deze wet en het Verdrag voortvloeiende aansprakelijkheid voldoende oordeelt; b. de gelden uit de overeenkomst moeten, indien de verstrekker van financiële zekerheid buiten Nederland is gevestigd, ook werkelijk in Nederland ter beschikking kunnen komen; c. artikel 7 uit de overeenkomst moet blijken, dat de benadeelde, in overeenstemming metvan deze wet en met artikel VII, achtste lid, van het Verdrag, zijn vordering rechtstreeks tegen de verstrekker van financiële zekerheid kan instellen. Indien de overeenkomst een beding inhoudt dat de eigenaar zelf voor een deel in de vergoeding van de schade door verontreiniging zal bijdragen, moet uit de overeenkomst blijken, dat de verstrekker van financiële zekerheid niettemin jegens de benadeelde terzake van schade door verontreiniging gehouden blijft tot betaling ook van dat deel van de schadevergoeding; d. artikel 15 artikel 18, eerste lid uit de overeenkomst moet blijken, dat de verstrekker van financiële zekerheid deze binnen de tijdsduur waarvoor het certificaat vanis afgegeven, niet eerder kan schorsen of beëindigen of zodanig wijzigen dat hij niet meer aan dit artikel voldoet, dan na verloop van drie maanden na de datum van ontvangst van een mededeling als bedoeld in; tenzij het certificaat is ingeleverd of een nieuw is afgegeven vóór het verstrijken van de termijn. 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikelen 11 12 Gelden uit een verzekering of andere financiële zekerheid welke ingevolge deenwordt in stand gehouden, zijn uitsluitend beschikbaar voor de voldoening van vorderingen ingevolge deze wet. Voor andere vorderingen kan op deze gelden geen beslag worden gelegd. 1975 321 11-06-1975 12289 1975 677 01-12-1975 08-12-1975
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 11 Onze Minister geeft aan de eigenaar van een in Nederland teboekstaand schip of van een schip dat niet is teboek gesteld in een Staat die bij het Verdrag partij is, op diens verzoek een certificaat af als omschreven in artikel VII, tweede lid, van het Verdrag en in de vorm van het model uit de Bijlage van het Verdrag, of waarmerkt als certificaat een door de verstrekker van financiële zekerheid in deze vorm ten behoeve van de eigenaar afgegeven document, indien hem is gebleken dat de eigenaar aan zijn inbedoelde verplichting voldoet. 2 Bij het verzoek moet de eigenaar de volgende gegevens en stukken overleggen: a. de naam en woonplaats van de eigenaar en de plaats waar diens hoofdkantoor is gevestigd; b. artikel 101, eerste lid, van de Kadasterwet artikel 85, tweede lid, onder a, c, d, e, f, g en i, van die wet een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld invermeldende tenminste de gegevens bedoeld in, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, met dien verstande dat ingeval dat uittreksel meer dan twee dagen vóór de dag der overlegging is afgegeven, op dat uittreksel een verklaring van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers moet voorkomen, afgegeven binnen voornoemde termijn van twee dagen, dat sedert de afgifte de op dat uittreksel vermelde gegevens geen wijziging hebben ondergaan; c. een afschrift van de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid; d. de naam, en de plaats waar het hoofdkantoor is gevestigd van degene die de financiële zekerheid verstrekt en, zo nodig, het kantoor waar deze zekerheid wordt verstrekt; e. het tijdstip waarop de financiële zekerheid ingaat en het tijdstip waarop deze een einde neemt. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 15 Onze Minister wijst een verzoek als bedoeld inaf, indien de overgelegde gegevens of stukken onvoldoende of onjuist zijn, of indien de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid niet voldoet aan de daaraan bij of krachtens deze wet gestelde eisen. De beschikking bevat de gronden tot afwijzing en wordt de verzoeker schriftelijk medegedeeld. In deze mededeling wordt de verzoeker tevens kennis gegeven op welke wijze en binnen welke termijn hij beroep tegen de beschikking kan instellen. 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 15 De eigenaar aan wie een certificaat is afgegeven, is verplicht om onverwijld aan Onze Minister schriftelijk mededeling te doen van het ongeldig worden, de schorsing of de beëindiging van de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid binnen de tijdsduur waarvoor het certificaat is afgegeven, alsmede van elke wijziging welke zich gedurende die tijdsduur voordoet in de gegevens welke bij het inbedoelde verzoek zijn overgelegd. 2 Onze Minister draagt zorg, dat van een mededeling als bedoeld in het eerste lid ten aanzien van een overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid voor een in Nederland teboekstaand schip schriftelijk kennis wordt gegeven aan het kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, waar de openbare registers waarin het verzoek tot teboekstelling van het schip is ingeschreven, worden gehouden, welke kennisgeving aldaar wordt bewaard. 3 artikel 85 van de Kadasterwet Het bestaan en de dagtekening van ontvangst van kennisgevingen als bedoeld in het tweede lid, worden onverwijld vermeld in de registratie voor schepen, bedoeld in. Kennisgevingen als bedoeld in het tweede lid, zijn openbaar. 4 De in het eerste lid bedoelde mededeling kan behalve door de eigenaar ook worden gedaan door degene die de financiële zekerheid verstrekt. 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 15 Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Financiën, een certificaat intrekken indien, door wijziging in de gegevens welke bij het inbedoelde verzoek zijn overgelegd of doordat die gegevens onvoldoende of onjuist blijken te zijn, het niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen, of indien er goede gronden zijn om aan te nemen dat de financiële draagkracht van de verstrekker van de financiële zekerheid onvoldoende was, of is geworden of, indien deze buiten Nederland is gevestigd, blijkt van een beletsel voor het werkelijk in Nederland beschikbaar komen van de gelden. 2 De beschikking bevat de gronden tot de intrekking en wordt de eigenaar schriftelijk medegedeeld. In deze mededeling wordt een termijn gesteld voor de inlevering van het certificaat. Tevens wordt de eigenaar kennis gegeven, op welke wijze en binnen welke termijn hij beroep tegen de beschikking kan instellen. Ingeval van beroep vangt de termijn van inlevering aan op de dag volgende op die, waarop de eigenaar mededeling heeft ontvangen van de beslissing waarbij het beroep is afgewezen of niet-ontvankelijk is verklaard. 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 18, eerste lid De eigenaar is verplicht om het certificaat zo spoedig mogelijk nadat overeenkomstig, mededeling is gedaan van het ongeldig worden, de schorsing of de beëindiging van de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid, of nadat de tijdsduur waarvoor het is afgegeven is verstreken, bij Onze Minister in te leveren. 2 artikel 19, tweede lid De eigenaar is verplicht om het certificaat ingeval van onherroepelijke intrekking bij Onze Minister in te leveren binnen de termijn, bedoeld in. 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Onze Minister zendt een afschrift van elk door hem ten aanzien van een in Nederland teboek gesteld schip afgegeven certificaat, alsmede van elke onherroepelijke beschikking tot intrekking van een ten aanzien van een in Nederland teboek gesteld schip afgegeven certificaat, aan het kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, welke kennisgeving aldaar wordt bewaard. 2 Artikel 18, derde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 15 De kapitein van een in Nederland teboekstaand schip waarmede, waar ter wereld ook, meer dan 2000 ton olie in bulk als lading wordt vervoerd, is verplicht een geldig certificaat als bedoeld inaan boord te hebben en op eerste aanvraag te vertonen of te doen vertonen aan de ambtenaren, belast met de opsporing van overtredingen van deze wet. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 15 van deze wet De kapitein van een schip waarmede meer dan 2000 ton olie in bulk als lading wordt vervoerd, is bij het aanlopen of verlaten van een haven of een laad- of losplaats in Nederland en ten tijde dat het schip, in verband met het vervoer, zich aldaar of op een binnenwater in Nederland bevindt, of een zodanig water bevaart, verplicht, een geldig certificaat als bedoeld inof in artikel VII van het Verdrag aan boord te hebben en op eerste aanvraag te vertonen of te doen vertonen aan de ambtenaren, belast met de opsporing van overtredingen van deze wet. 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Het is de eigenaar, de rompbevrachter en de kapitein van een schip waarmede meer dan 2000 ton olie in bulk als lading wordt vervoerd verboden, dit een haven of laad- of losplaats in Nederland te doen aanlopen of verlaten of, in verband met het vervoer, aldaar of op een binnenwater in Nederland te doen verblijven, of een zodanig water te doen bevaren, indien met betrekking tot dat schip niet een certificaat als bedoeld in artikel 15 van deze wet of in artikel VII van het Verdrag is afgegeven. Het verbod wordt ten aanzien van uitgaande schepen zonodig met behulp van de sterke arm gehandhaafd. 2 In bijzondere gevallen kan, in het belang van de bestrijding van verontreiniging door olie, de veiligheid van de scheepvaart of het welzijn van opvarenden van het schip, door of vanwege Onze Minister ontheffing worden verleend van het in het voorgaande lid bedoelde verbod. Aan de verlening van ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden en aan de ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld. 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24 Bij vermoeden van overtreding vankan aan de kapitein bevel worden gegeven dat het schip Nederland niet mag verlaten, voordat op een bij het bevel aan te wijzen plaats een bij dat bevel bepaalde geldsom is gestort waarop een ter zake van die overtreding op te leggen geldboete zal kunnen worden verhaald. Het bevel wordt zonodig met behulp van de sterke arm gehandhaafd. 2 Het in het eerste lid bedoelde bevel wordt op vordering van de officier van justitie gegeven door de voorzitter van de rechtbank waarvoor de zaak wordt of zal worden vervolgd. De kapitein wordt vooraf gehoord of althans behoorlijk opgeroepen. Het bevel is dadelijk uitvoerbaar en wordt onverwijld aan de kapitein betekend. 3 Van het bevel of de beschikking tot afwijzing van de vordering kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen en de verdachte binnen veertien dagen na de betekening in beroep komen. Het hof beslist zo spoedig mogelijk. 4 Zodra het in de strafzaak gewezen vonnis onherroepelijk is geworden, wordt de gestorte geldsom wederom ter beschikking van de rechthebbende gesteld nadat daarop een bij dat vonnis opgelegde geldboete in mindering is gebracht. Tot dat tijdstip en te rekenen vanaf de dag dat de geldsom werd gestort, wordt over die som rente vergoed. 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 24, eerste lid artikel 4 Onze Minister kan verlangen dat de eigenaar van een schip waarmede het verbod van, is overtreden, alsnog een overeenkomst tot verzekering of verstrekking van andere financiële zekerheid sluit ter dekking van zijn aansprakelijkheid wegens schade door verontreiniging, tot het inbedoelde bedrag en voor de duur van de tijd dat het schip beladen met meer dan 2000 ton olie een Nederlands binnenwater bevaart of, in verband met het vervoer, zich bevindt op een laad- of losplaats, in een haven of op een binnenwater in Nederland. Voldoet de eigenaar hier niet aan, dan kan Onze Minister voor hem een zodanige overeenkomst, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, sluiten. 2 In dit geval is het de kapitein verboden het schip te doen vertrekken alvorens de kosten van de overeenkomst aan Onze Minister zijn vergoed of daarvoor zekerheid is gesteld. Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het verbod. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1975 321 11-06-1975 12289 1975 677 01-12-1975 08-12-1975
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanis voor beroepen tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank Rotterdam bevoegd. 2022 345 07-09-2022 22-08-2022 36003 2022 364 21-09-2022 16-09-2022 01-10-2022
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1989 241 14-06-1989 19768 1990 424 26-07-1990 01-09-1990
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 15 artikel 25, vierde lid Hoofdstukken I-IV Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de voor de afgifte of waarmerking van een certificaat als bedoeld inverschuldigde vergoedingen, betreffende de hoogte van de in, bedoelde rente, alsmede, indien dit in het belang van een goede uitvoering der wet of in verband met internationale afspraken inzake de uitvoering van het Verdrag noodzakelijk is, betreffende andere in degeregelde onderwerpen. 1996 461 17-09-1996 04-09-1996 24473 1997 167 29-04-1997 17-04-1997 24473 15-11-1997
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikelen 4-7 9-29 artikelen 1-3 8 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet aansprakelijkheid olietankschepen. Zij treedt voor wat betreft deenin werking op een door Ons nader te bepalen tijdstip. Deenzijn slechts van toepassing ten aanzien van aansprakelijkheid uit een voorval dat na de dag van inwerkingtreding van deze wet heeft plaats gevonden. 1975 321 11-06-1975 12289 1975 321 11-06-1975 12289 21-07-1975