Wet van 30 juni 1976, tot instelling van een Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
- BWB-id
- BWBR0003043
- Type
- Wet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-03-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003043
- ELI
- /eli/nl/wet/1976/instellingswet-w-r-r
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1976/instellingswet-w-r-r/2019-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003043&g=2019-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003043&z=2026-06-06&g=2019-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003043/2019-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1976/instellingswet-w-r-r
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is een Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, verder te noemen de Raad. 2 Kaderwet adviescolleges De Raad wordt niet aangemerkt als een adviescollege als bedoeld in de. 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 21-01-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De Raad heeft tot taak: a. ten behoeve van het Regeringsbeleid wetenschappelijk gefundeerde informatie te verschaffen over ontwikkelingen die op langere termijn de samenleving kunnen beïnvloeden en daarbij tijdig te wijzen op tegenstrijdigheden en te verwachten knelpunten, probleemstellingen te formuleren ten aanzien van de grote beleidsvraagstukken, en beleidsalternatieven aan te geven; b. een wetenschappelijk gefundeerd kader te ontwikkelen dat de regering ten dienste staat voor het stellen van prioriteiten en het voeren van een samenhangend beleid; c. ten aanzien van werkzaamheden op het gebied van toekomstonderzoek en planning op lange termijn, zowel binnen als buiten de overheid, voorstellen te doen inzake het opheffen van structurele tekortkomingen, het bevorderen van bepaalde onderzoekingen en het verbeteren van communicatie en coördinatie. 1976 413 30-06-1976 12668 1976 435 14-08-1976 12668 01-09-1976
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Raad bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste elf leden. 2 Wij benoemen op voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, gedaan in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers, de voorzitter en de overige leden van de Raad. 3 De voorzitter en de overige leden worden, behoudens door Ons tussentijds verleend ontslag, benoemd voor vijf jaren. Zij zijn eenmaal terstond opnieuw benoembaar. 4 Hij die is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op hetzelfde tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou moeten aftreden. 5 In afwijking van het derde lid, tweede volzin, en het vierde lid, is de voorzitter tweemaal terstond opnieuw benoembaar indien deze is benoemd ter vervulling van een plaats die tussentijds is opengevallen binnen een jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop degene in wiens plaats de voorzitter is benoemd, zou moeten aftreden. 2019 37 08-02-2019 19-12-2018 35037 2019 38 08-02-2019 14-01-2019 01-03-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het ambt van voorzitter van de Raad is een volledige betrekking. 2 De overige leden van de Raad stellen ten minste een zodanig deel van hun werktijd aan de Raad ter beschikking, als overeenkomt met twee werkdagen per week. 3 In uitzonderlijke gevallen kan door Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken worden bepaald, dat het in het voorgaande lid genoemde deel van de aan de Raad ter beschikking gestelde werktijd wordt verminderd. 1976 413 30-06-1976 12668 1976 435 14-08-1976 12668 01-09-1976
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De rechtspositie van de voorzitter en de overige leden wordt nader geregeld bij Algemene Maatregel van Bestuur. 1976 413 30-06-1976 12668 1976 435 14-08-1976 12668 01-09-1976
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Er zijn adviserende leden. 2 De Raad kan aan Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, voorstellen doen ter zake van de benoeming tot adviserend lid. 3 Wij benoemen op voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, gedaan in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers, de adviserende leden van de Raad. 1976 413 30-06-1976 12668 1976 435 14-08-1976 12668 01-09-1976
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De Raad heeft een bureau, dat onder leiding van een secretaris de Raad in zijn werkzaamheden bijstaat. 2 Wij benoemen op voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken de secretaris van de Raad. 1976 413 30-06-1976 12668 1976 435 14-08-1976 12668 01-09-1976
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 De Raad stelt na overleg met Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, een werkprogramma vast. 2 De Raad kan na overleg met Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, het werkprogramma wijzigen. 3 Ten behoeve van het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg hoort Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, de Raad van Ministers. 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 21-01-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De Raad steunt bij de uitvoering van zijn taak mede op de uitkomsten van door andere instellingen verricht onderzoek. 2 Diensten en instellingen van de centrale overheid en van de lagere publiekrechtelijke organen zijn gehouden aan de Raad de benodigde informatie te verschaffen. 3 De Raad kan zich rechtstreeks tot andere instellingen en personen wenden met een verzoek om informatie. 4 Onze Ministers dragen er zorg voor dat de Raad, voor zover zulks dienstig kan zijn voor de uitoefening van zijn taak, tijdig in kennis wordt gesteld van het toekomstonderzoek dat onder hun verantwoordelijkheid wordt verricht en de resultaten daarvan alsmede van veronderstellingen en voornemens voor het beleid op lange termijn. 1976 413 30-06-1976 12668 1976 435 14-08-1976 12668 01-09-1976
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De Raad kan rechtstreeks in overleg treden met ambtelijke en niet-ambtelijke deskundigen. 2 De Raad kan commissies instellen. Voor de medewerking van ambtelijke deskundigen behoeft hij de instemming van Onze betrokken Ministers. 3 De Raad kan op zijn terrein rechtstreeks internationale contacten onderhouden. 1976 413 30-06-1976 12668 1976 435 14-08-1976 12668 01-09-1976
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De Raad kan zelfstandig verzoeken bepaalde studies of onderzoekingen te doen ondernemen. Dit geschiedt door tussenkomst van Onze betrokken Ministers, voor zover het diensten en instellingen, werkzaam onder hun verantwoordelijkheid, betreft. 1976 413 30-06-1976 12668 1976 435 14-08-1976 12668 01-09-1976
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De Raad brengt zijn rapporten aan de regering uit door tussenkomst van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken. 2 Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken stelt de Raad in kennis van de bevindingen van de Raad van Ministers betreffende deze rapporten. 3 De Raad van Ministers hoort de Raad op diens verzoek naar aanleiding van de in het voorgaande lid genoemde bevindingen. 1976 413 30-06-1976 12668 1976 435 14-08-1976 12668 01-09-1976
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De door de Raad aan de regering uitgebrachte rapporten zijn openbaar voor zover de inhoud daarvan niet moet worden geheim gehouden. 2 De Raad publiceert deze rapporten na kennisneming door de Raad van Ministers. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De Raad kan nadere regelen stellen voor zijn werkwijze. 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 21-01-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 21-01-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze Wet kan worden aangehaald als Instellingswet W.R.R. 1976 413 30-06-1976 12668 1976 435 14-08-1976 12668 01-09-1976
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 21-01-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 1998 27 20-01-1998 11-12-1997 25248 21-01-1998 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.