Wet van 8 januari 1975, tot uitvoering van het op 15 november 1965 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken
- BWB-id
- BWBR0002951
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2013-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002951
- ELI
- /eli/nl/wet/1976/uitvoeringswet-betekeningsverdrag-1965
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1976/uitvoeringswet-betekeningsverdrag-1965/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002951&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002951&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002951/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1976/uitvoeringswet-betekeningsverdrag-1965
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Tractatenblad Tractatenblad In deze wet wordt onder "het verdrag" verstaan het op 15 november 1965 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken, waarvan de Franse en Engelse tekst in1966, 91 en de vertaling in het Nederlands in1969, 55 is geplaatst. 1975 5 08-01-1975 12866 1975 693 17-12-1975 02-01-1976
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Als centrale autoriteit, bedoeld in artikel 2 van het verdrag, wordt voor Nederland aangewezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket ’s-Gravenhage. 2 Tot het ontvangen en afdoen van aanvragen om betekening of kennisgeving overeenkomstig de artikelen 3-6 van het verdrag buiten het arrondissement Den Haag is tevens bevoegd de officier van justitie bij het desbetreffende arrondissementsparket. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Oordeelt de officier van justitie tot wie de aanvrage is gericht, dat artikel 13 van het verdrag toepasselijk is, dan zendt hij de stukken onder opgaaf van redenen aan Onze Minister van Justitie, die, zo nodig na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, beslist. 1975 5 08-01-1975 12866 1975 693 17-12-1975 02-01-1976
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 eerste lid van artikel 2 Behoudens het bepaalde inzendt de in hetbedoelde officier van justitie de aanvrage, indien deze een betekening of kennisgeving binnen het rechtsgebied van een andere rechtbank betreft, onverwijld door naar de officier van justitie bij die andere rechtbank. 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 01-02-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Tot het opmaken van de verklaring, bedoeld in artikel 6 van het verdrag, is bevoegd de officier van justitie bij het arrondissementsparket binnen het rechtsgebied waarvan de betekening of kennisgeving werd verlangd. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Als de autoriteit, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het verdrag, wordt voor Nederland aangewezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket binnen het rechtsgebied waarvan de betekening of kennisgeving wordt verzocht. 2 artikelen 3 5 Deenzijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op door een andere verdragstaat langs een der wegen, bedoeld in artikel 9 van het verdrag, ter betekening of kennisgeving toegezonden stukken. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 55, eerste lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 8 Om overeenkomstig de artikelen 3-6 van het verdrag een gerechtelijk of buitengerechtelijk stuk te doen betekenen of daarvan te doen kennisgeven in een der Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt het exploit gedaan op de wijze aangegeven bij, behoudens het bepaalde invan deze wet. 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Behalve de vereisten bij hetvoor het exploit gesteld, zal daarbij worden vermeld het adres van degene aan wie de betekening of kennisgeving wordt verlangd. Tevens wordt daarin vermeld dat van het exploit overeenkomstig de artikelen 3-6 van het verdrag betekening of kennisgeving moet worden gedaan, met opgave of verlangd wordt: a. eenvoudige afgifte; b. betekening of kennisgeving met inachtneming van de vormen, in de wetgeving van de aan te zoeken Staat voorgeschreven voor de betekening of de kennisgeving van stukken die in dat land zijn opgemaakt en bestemd zijn voor zich aldaar bevindende personen; c. b betekening of kennisgeving, als onderbedoeld, alléén voor het geval dat eenvoudige afgifte niet mogelijk is; of d. betekening of kennisgeving in een bijzondere, in het exploit duidelijk aan te geven vorm. 3 b, c d artikel 5 In elk van de in het vorige lid onderengenoemde gevallen is het exploit vergezeld van een opgave, in een van de talen, genoemd in artikel 7, tweede lid, van het verdrag, van alle gegevens, benodigd voor de opstelling van het gedeelte van de aanvrage, bedoeld in, laatste lid, van het verdrag. 4 Een tweede exemplaar van het exploit, alsmede indien bij het exploit een afzonderlijk stuk wordt betekend, van dat stuk, zal worden bijgevoegd. 5 Het derde en vierde lid gelden slechts, voor zover het tegendeel niet volgt uit een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 20 en 24 van het verdrag. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 55, eerste lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 7 De doorvoorgeschreven toezending van een afschrift van het exploit aan het ministerie van buitenlandse zaken blijft in het geval, bedoeld bij, achterwege. 2 Tenzij anders is geregeld in een overeenkomst, als bedoeld in de artikelen 11 of 24 van het verdrag, richt de ambtenaar bij het openbaar ministerie aan wie het exploit werd betekend, met betrekking tot het afschrift en, in voorkomend geval, het bij het exploit betekende afzonderlijke stuk, onverwijld een aanvrage om betekening of kennisgeving overeenkomstig de artikelen 3-6 van het verdrag tot de centrale autoriteit of tot een overeenkomstig artikel 18, eerste lid, van het verdrag aangewezen andere bevoegde autoriteit, van de Staat, waar de betekening of kennisgeving moet plaats vinden. 3 Wanneer de centrale autoriteit, of de in het vorige lid bedoelde andere autoriteit, verlangt dat het stuk, of de stukken, waarvan betekening of kennisgeving moet plaats vinden, wordt opgesteld of vertaald in een taal, als bedoeld in artikel 5, derde lid, van het verdrag, doet de ambtenaar bij het openbaar ministerie de advocaat of gemachtigde van de persoon ten verzoeke van wie het exploit werd uitgebracht, of, indien uit het exploit niet blijkt van een advocaat of gemachtigde, deze persoon zelf, onverwijld van dit verlangen in kennis stellen, met verzoek om toezending van twee in de genoemde taal gestelde exemplaren van het stuk, of van de stukken. Onmiddellijk na ontvangst van die exemplaren doet de ambtenaar bij het openbaar ministerie deze toekomen aan de centrale of andere autoriteit. 2008 100 08-04-2008 20-03-2008 30815 2008 274 15-07-2008 03-07-2008 01-09-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De ambtenaar bij het openbaar ministerie doet de verklaring, bedoeld in artikel 6 van het verdrag, onmiddellijk na ontvangst toekomen aan de advocaat of gemachtigde van de persoon, ten verzoeke van wie het exploit werd uitgebracht, of, indien uit het exploit niet blijkt van een advocaat of gemachtigde, aan deze persoon zelf. 2008 100 08-04-2008 20-03-2008 30815 2008 274 15-07-2008 03-07-2008 01-09-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 In afwijking van het bepaalde in artikel 15 eerste lid, van het verdrag kan de rechter een beslissing geven, ook als geen bewijs, hetzij van betekening of kennisgeving, hetzij van afgifte is ontvangen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: a. het stuk is toegezonden op een van de in het verdrag geregelde wijzen, b. sedert het tijdstip van toezending van het stuk is een termijn verlopen die door de rechter voor elk afzonderlijk geval zal worden vastgesteld, doch tenminste zes maanden zal bedragen, c. in weerwil van alle daartoe bij de bevoegde autoriteiten aangewende pogingen kan geen bewijs worden verkregen. 2 Is in een geval, waarin geen bewijs, als bedoeld in het eerste lid is ontvangen, niet voldaan aan de in dat lid gestelde voorwaarden, dan kan de rechter, al of niet na verloop van een door hem vast te stellen termijn, zo hij daartoe gronden aanwezig acht, het verlenen van verstek tegen de verweerder weigeren. 1975 5 08-01-1975 12866 1975 693 17-12-1975 02-01-1976
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Een verzoek om verlening van een nieuwe termijn, als bedoeld in artikel 16 van het verdrag, is slechts ontvankelijk, indien het is ingediend binnen een jaar, te rekenen van de dag waarop de beslissing is gegeven. 1975 5 08-01-1975 12866 1975 693 17-12-1975 02-01-1976
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1975 5 08-01-1975 12866 1975 693 17-12-1975 02-01-1976