Wet van 7 september 1973, houdende uitvoering van het op 1 juni 1967 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de uitoefening van de visserij op de Noordatlantische Oceaan, met Bijlagen en Aanhangsel (Trb. 1968, 54) (Verbeterblad)
- BWB-id
- BWBR0002897
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002897
- ELI
- /eli/nl/wet/1976/uitvoeringswet-visserijverdrag-1967
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1976/uitvoeringswet-visserijverdrag-1967/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002897&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002897&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002897/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1976/uitvoeringswet-visserijverdrag-1967
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Deze wet verstaat onder: a. Trb. "het Verdrag": het op 1 juni 1967 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de uitoefening van de visserij op de Noordatlantische Oceaan, met Bijlagen en Aanhangsel (1968, 54); b. "vissersvaartuig": elk vaartuig dat bedrijfsmatig wordt gebruikt voor de visserij op die delen van de Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee, en de daarmede in verbinding staande zeeën, waarop het Verdrag van toepassing is; c. "vaartuig": elk vissersvaartuig en elk vaartuig dat bedrijfsmatig wordt gebruikt voor de verwerking van vis, het bevoorraden van, of het verlenen van diensten aan vissersvaartuigen; d. "schipper": elke gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. 2 Een vaartuig geldt als Nederlands indien het in overwegende mate vanuit Nederland wordt geëxploiteerd, in de regel in Nederland havent en voor ten minste twee derde gedeelte toebehoort aan: a. één of meer natuurlijke personen die de nationaliteit van een der lid-staten van de Europese Gemeenschappen dan wel van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bezitten of b. één of meer rechtspersonen die in overeenstemming met de wetgeving van een lid-staat van de Europese Gemeenschappen dan wel van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn opgericht en die hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Gemeenschappen dan wel binnen een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte hebben. 3 artikel 1, onderdeel l, van de Handelsregisterwet 2007 Het exploiteren van een vaartuig bedoeld in het tweede lid, kan mede plaatsvinden door middel van een nevenvestiging als bedoeld in. 2007 153 01-05-2007 22-03-2007 30656 2008 242 27-06-2008 18-06-2008 01-07-2008
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De schipper van een Nederlands vissersvaartuig is verplicht te zorgen dat aan boord een document aanwezig is waaruit de nationaliteit van het vaartuig blijkt. 2 Het in het vorige lid bedoelde document wordt afgegeven door de houder van het centraal visserijregister. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de vorm van het document en de stukken die bij de aanvrage daarvan moeten worden overgelegd. 1973 476 07-09-1973 11386 1976 120 01-06-1976 26-09-1976
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De schipper van een Nederlands vissersvaartuig zorgt dat aan boord een zich in goede staat bevindende vlag van het Koninkrijk aanwezig is, en dat deze op vordering van de daartoe bevoegde autoriteiten wordt gehesen. Hij onthoudt zich van alle handelingen waardoor twijfel zou kunnen ontstaan over de nationaliteit van zijn vaartuig. 2023 156 10-05-2023 08-06-2022 34836 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De schipper van een Nederlands vissersvaartuig is verplicht de voorschriften in acht te nemen die in Bijlage III van het Verdrag zijn gesteld met betrekking tot de aan boord te gebruiken lichten, seinen en signalen. 1973 476 07-09-1973 11386 1976 120 01-06-1976 26-09-1976
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De schipper van een Nederlands vissersvaartuig is verplicht de voorschriften in acht te nemen, die in Bijlage IV van het Verdrag zijn gesteld met betrekking tot het merken van vistuig. 1973 476 07-09-1973 11386 1976 120 01-06-1976 26-09-1976
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikelen 2, eerste lid 3 4 5 De eigenaar of, in geval van rompbevrachting, de rompbevrachter van een Nederlands vissersvaartuig zorgt dat het dusdanig is uitgerust, dat de schipper aan de in de,,enomschreven verplichtingen kan voldoen. Hij zorgt tevens dat het duidelijk zichtbaar de naam vermeldt van de gemeente waar het in het plaatselijk visserij-register is ingeschreven, alsmede de naam waaronder het is geregistreerd. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De schipper van een Nederlands vaartuig is verplicht de voorschriften in acht te nemen die in Bijlage V van het Verdrag zijn gesteld met betrekking tot het manoeuvreren van vaartuigen en het achterwege laten van handelingen waardoor schade aan andere vaartuigen of vistuig zou kunnen ontstaan. 1973 476 07-09-1973 11386 1976 120 01-06-1976 26-09-1976
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 2, eerste lid 3 4 5 7 artikel 1, vierde lid, onder a, van de Visserijwet 1963 De,,,envan deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op de schippers van vaartuigen die de nationaliteit bezitten van een andere staat die partij is bij dit Verdrag, indien het vaartuig zich bevindt in de visserijzone, bedoeld in. 2013 548 18-12-2013 04-12-2013 33776 2022 458 23-11-2022 02-11-2022 01-01-2023
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van het Verdrag zijn belast de ambtenaren, die overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 9 van het Verdrag hiertoe zijn aangewezen. De toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheid, genoemd in. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikelen 2, eerste lid 3 4 5 6 7 Handelen of nalaten in strijd met de voorschriften gesteld bij of krachtens de,,,,envan deze wet wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. 2 De feiten, strafbaar gesteld in het eerste lid, zijn overtredingen. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1976 377 23-06-1976 13655 1976 377 23-06-1976 13655 01-09-1976
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn belast: 1°. artikelen 141 539d van het Wetboek van Strafvordering de bij of krachtens deenaangewezen ambtenaren; 2°. de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren. 2012 19 26-01-2012 22-12-2011 32871 2012 31 07-02-2012 25-01-2012 08-02-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Stb. De Wet van 7 december 1883,202, ter uitvoering van de op 6 mei 1882 te 's-Gravenhage gesloten overeenkomst tot regeling van de politie der visserij in de Noordzee, buiten de territoriale wateren, wordt ingetrokken. 2 artikel 4 artikel 2, eerste lid Indien voor het vaartuig een verklaring is afgegeven overeenkomstigvan genoemde wet, vervangt die verklaring het in, van deze wet bedoelde document, zolang nog geen vijf jaar verstreken zijn na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 1973 476 07-09-1973 11386 1976 120 01-06-1976 26-09-1976
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze wet kan worden aangehaald als: Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967. 1973 476 07-09-1973 11386 1976 120 01-06-1976 26-09-1976
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze wet treedt in werking met ingang van de dag waarop het Verdrag van Londen van 1 juni 1967 inzake de uitoefening van de visserij op de Noordatlantische Oceaan voor Nederland in werking treedt. 1973 476 07-09-1973 11386 1976 120 01-06-1976 26-09-1976