Wet van 2 juli 1969, houdende regelen nopens de hygiëne en de veiligheid in zweminrichtingen
- BWB-id
- BWBR0002660
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2021-07-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002660
- ELI
- /eli/nl/wet/1976/wet-hygi-ne-en-veiligheid-badinrichtingen-en-zwemgelegenhede
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1976/wet-hygi-ne-en-veiligheid-badinrichtingen-en-zwemgelegenhede/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002660&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002660&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002660/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1976/wet-hygi-ne-en-veiligheid-badinrichtingen-en-zwemgelegenhede
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: badinrichting: een voor het publiek of voor personen, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën, toegankelijke plaats, welke is ingericht om te worden gebruikt voor het zwemmen of baden, tezamen met de daarbij behorende terreinen, gebouwen, getimmerten en uitrustingen; badseizoen: tijdvak als bedoeld in artikel 2 van de zwemwaterrichtlijn; bevoegd bestuursorgaan: artikelen 6.2 6.3 van de Waterwet bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens deente verlenen; inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar; locatie: plaats als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de zwemwaterrichtlijn; Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; zwemwaterprofiel: zwemwaterprofiel als bedoeld in artikel 6 van de zwemwaterrichtlijn; zwemwaterrichtlijn: richtlijn 2006/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 februari 2006 betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG (PbEU L 64). 2 Bij ministeriële regeling worden de aanvang en het einde van het badseizoen vastgesteld en kunnen andere tijdstippen en termijnen die bij de toepassing van deze wet regeling behoeven worden vastgesteld. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de indeling van het zwemwater in de klassen slecht, aanvaardbaar, goed of uitstekend zoals bedoeld in artikel 5 van de zwemwaterrichtlijn. 4 10b, vierde lid 10ca 10e 10f 11, vierde lid De bevoegdheid tot het stellen van regels op grond van de artikelen 1, tweede en derde lid,,,,en, kan slechts worden aangewend voor zover zulks noodzakelijk is ter implementatie van EG-richtlijnen. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 3 4 7 Het is de houder van een badinrichting verboden gelegenheid tot zwemmen of baden in die inrichting te geven, indien niet is voldaan aan de met betrekking tot die inrichting krachtens de,engeldende voorschriften. 2000 125 28-03-2000 02-03-2000 26567 2000 483 16-11-2000 01-11-2000 01-12-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 In het belang van de hygiëne kunnen bij algemene maatregel van bestuur met betrekking tot badinrichtingen voorschriften worden gegeven betreffende: a. de hoedanigheid en de behandeling van het zwem- en badwater; b. het aantal en de inrichting van douches en toiletten; c. de voorziening met drink- en waswater en de afvoer van afvalwater; d. de te bezigen materialen; e. het treffen van voorzieningen ten behoeve van de reinheid; f. de gelegenheid tot het bergen van kleding; g. het aantal gelijktijdig toe te laten bezoekers; h. het toezicht, i. preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid. 2 De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, bevatten slechts hetgeen naar Ons oordeel uit het oogpunt van hygiëne strikt noodzakelijk is. 3 artikel 10b, tweede lid De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onder a, gelden niet met betrekking tot de badinrichtingen behorend tot de op grond van, aangewezen locaties. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 In het belang van de veiligheid van de bezoekers kunnen bij algemene maatregel van bestuur met betrekking tot badinrichtingen voorschriften worden gegeven betreffende: a. het treffen van technische voorzieningen; b. de voorzieningen met betrekking tot het zich te water begeven; c. het in het zwem- en badwater aanbrengen van een aanduiding der waterdiepten; d. de te bezigen materialen; e. het treffen van voorzieningen ten behoeve van eerste hulp bij ongelukken; f. het aantal gelijktijdig toe te laten bezoekers; g. het toezicht. 2 De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, bevatten slechts hetgeen naar Ons oordeel uit het oogpunt van veiligheid strikt noodzakelijk is. 2000 125 28-03-2000 02-03-2000 26567 2000 483 16-11-2000 01-11-2000 01-12-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 3 4 In bijzondere gevallen kunnen gedeputeerde staten, op verzoek van de houder van een badinrichting, ontheffing verlenen van krachtens deengegeven voorschriften. 2 Een besluit, ontheffing betreffende, treedt eerst in werking zodra het onherroepelijk is geworden. 3 Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 4 Alvorens een besluit te nemen horen gedeputeerde staten burgemeester en wethouders. 5 Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt binnen acht weken na ontvangst van het verzoek beslist. Van het besluit wordt mededeling gedaan aan burgemeester en wethouders. 2003 449 18-11-2003 22-10-2003 28744 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Gedeputeerde staten kunnen met betrekking tot een in hun provincie gelegen badinrichting in het belang van de hygiëne en de veiligheid van de bezoekers nadere voorschriften geven. 2 Bij een besluit krachtens het eerste lid wordt een termijn gesteld, bij het verstrijken waarvan de voorschriften gaan gelden. De termijn gaat eerst in zodra het besluit onherroepelijk is geworden. 3 Alvorens aan het eerste lid toepassing te geven horen gedeputeerde staten de houder van de badinrichting en burgemeester en wethouders. 4 Van het besluit wordt mededeling gedaan aan burgemeester en wethouders. 2003 449 18-11-2003 22-10-2003 28744 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2012 233 05-06-2012 24-05-2012 32389 2012 276 27-06-2012 13-06-2012 01-10-2012
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Degene die voornemens is een badinrichting op te richten, te wijzigen of uit te breiden, geeft van dat voornemen kennis aan gedeputeerde staten. 2 Gedeputeerde staten doen van de kennisgeving mededeling aan burgemeester en wethouders. 3 Onze Minister kan terzake nadere regelen stellen. 2003 449 18-11-2003 22-10-2003 28744 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 De houder van een badinrichting is verplicht de hoedanigheid van het zwem- en badwater regelmatig te onderzoeken. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, nadere regelen worden gesteld. 3 De uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, worden ter kennis gebracht van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen organen en aan gedeputeerde staten. 2010 187 26-05-2010 29-04-2010 32277 2010 230 22-06-2010 09-06-2010 23-06-2010
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b 1 Gedeputeerde staten maken jaarlijks aan Onze Minister en aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de locaties bekend waar naar hun oordeel door een groot aantal personen wordt gezwommen. Zij nemen daarbij in aanmerking de ontwikkelingen met betrekking tot het aantal personen, de infrastructuur of faciliteiten en de ter bevordering van het zwemmen getroffen maatregelen. 2 artikelen 4.1 4.4 4.6 van de Waterwet Gedeputeerde staten wijzen jaarlijks na overleg met het bevoegd bestuursorgaan de op basis van het eerste lid aangemerkte locaties aan, indien daarvan de functie van zwemwater in de plannen, bedoeld in de,enis vastgelegd, en stellen Onze in het eerste lid genoemde Ministers daarvan op de hoogte. 3 Een op basis van het eerste lid aangemerkte locatie wordt evenwel niet aangewezen, indien gedurende vijf achtereenvolgende jaren de locatie in de klasse slecht is ingedeeld. 4 artikel 11, tweede lid Gedeputeerde staten zijn bevoegd om in bij algemene maatregel van bestuur te regelen gevallen een op basis van het eerste lid aangemerkte locatie niet aan te wijzen indien toepassing is gegeven aan. 5 Indien een op basis van het eerste lid aangemerkte locatie niet wordt aangewezen, gelasten gedeputeerde staten de houder van een badinrichting deze te sluiten, dan wel indien het niet een badinrichting betreft, stellen zij een zwemverbod in of brengen een negatief zwemadvies uit. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 10c — Artikel 10c#
Artikel 10c 1 artikel 10b, tweede lid afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een aanwijzing als bedoeld in, isvan toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door de ingezetenen van de desbetreffende provincie en overige belanghebbenden. 2 artikel 10b, tweede lid Indien de aanwijzing, bedoeld in, betrekking heeft op grensvormende of grensoverschrijdende wateren, worden de ten aanzien van die wateren bevoegde Duitse of Belgische autoriteiten geraadpleegd. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 10ca — Artikel 10ca#
Artikel 10ca 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de voorlichting van het publiek omtrent zwemwater die gedeputeerde staten op een passende wijze in de nabijheid van een zwemwater en via media en technologieën verstrekken, gedurende het badseizoen. 2 Het bevoegd bestuursorgaan en gedeputeerde staten verschaffen aan Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde inlichtingen en gegevens. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 10d — Artikel 10d#
Artikel 10d 1 artikel 10b, tweede lid artikel 11 Gedeputeerde staten stellen jaarlijks een onderzoek in naar de veiligheid bij het zwemmen op de op grond van, aangewezen locaties voor zover het geen badinrichtingen zijn. Voor zover de uitkomsten van dit onderzoek niet leiden tot toepassing van, dragen gedeputeerde staten er zorg voor dat het publiek door middel van voorzieningen ter plaatse omtrent de veiligheid wordt ingelicht. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regelen worden gesteld. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 10e — Artikel 10e#
Artikel 10e Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het monitoren van zwemwater door het bevoegd bestuursorgaan en wordt bepaald op welke parameters de monitoring betrekking heeft welke parameters slechts betrekking mogen hebben op de factoren die de gezondheid van de zwemmer kunnen betreffen en op afval. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 10f — Artikel 10f#
Artikel 10f Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent: a. het zwemwaterprofiel dat het bevoegd bestuursorgaan met een in die maatregel te bepalen frequentie opstelt waarin de kenmerken van het zwemwater en de omgeving worden opgenomen die de hoedanigheid van het zwemwater kunnen beïnvloeden, b. artikel 10e de beoordeling van de hoedanigheid van het zwemwater die het bevoegd bestuursorgaan na afloop van het badseizoen uitvoert aan de hand van de resultaten van het inbedoelde onderzoek, c. artikel 11, tweede lid de maatregelen die het bevoegd bestuursorgaan neemt opdat het zwemwater op locaties waar geen toepassing is gegeven aan, voldoet aan de in artikel 5, derde lid, van de zwemwaterrichtlijn gestelde eisen, en d. de voorwaarden waaronder een zwemwater gedurende maximaal vijf jaar in de klasse slecht wordt ingedeeld. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Indien de omstandigheden met betrekking tot een badinrichting of een andere plaats die wordt gebruikt voor het zwemmen, daartoe uit oogpunt van hygiëne of veiligheid van de bezoekers aanleiding geven, kunnen gedeputeerde staten de houder van de badinrichting gelasten deze te sluiten, onderscheidenlijk een zwemverbod instellen of een negatief zwemadvies uitbrengen. 2 Gedeputeerde staten gelasten de houder van een badinrichting in oppervlaktewater deze te sluiten, respectievelijk stellen een zwemverbod in of brengen een negatief zwemadvies uit voor een andere locatie, indien de maatregelen teneinde te voldoen aan de klasse aanvaardbaar niet uitvoerbaar of onevenredig kostbaar zijn. 3 Ingeval voor de gezondheid of de veiligheid van de bezoekers onmiddellijk gevaar dreigt, kan de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, worden uitgeoefend door Onze commissaris in de provincie. 4 artikel 10b, tweede lid Met betrekking tot de op grond van, aangewezen locaties wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald dat binnen een daarbij te stellen termijn aan het eerste lid toepassing moet worden gegeven indien niet wordt voldaan aan bij die maatregel gestelde eisen betreffende de hoedanigheid van het zwemwater. 5 artikel 2 van de Infectieziektenwet die wet Indien vanwege het gevaar voor de verspreiding van een infectieziekte als bedoeld ineen besluit krachtens het eerste of derde lid wordt overwogen, wordt voorafgaande aan dat besluit het advies ingewonnen van de desbetreffende directeur als bedoeld in. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 artikel 11, eerste of derde lid Een krachtens, gegeven last of gesteld verbod wordt, al dan niet op verzoek van de rechthebbende, opgeheven onderscheidenlijk ingetrokken zodra een wijziging van de omstandigheden dat mogelijk maakt. 2 artikel 10b, vijfde lid artikel 11, eerste, tweede of derde lid Van een besluit, genomen krachtens, en, of krachtens het eerste lid, wordt mededeling gedaan aan de inspecteur en aan burgemeester en wethouders. 3 Een besluit krachtens het eerste lid treedt eerst in werking zodra het onherroepelijk is geworden. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2012 233 05-06-2012 24-05-2012 32389 2012 276 27-06-2012 13-06-2012 01-10-2012
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2012 233 05-06-2012 24-05-2012 32389 2012 276 27-06-2012 13-06-2012 01-10-2012
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet binnen een provincie of gemeente zijn tevens belast de bij besluit van gedeputeerde staten onderscheidenlijk burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 3 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 179 182 184 van het Wetboek van Strafrecht Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast de daartoe aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in detot en meten, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 4 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in een der voorgaande leden, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 2003 449 18-11-2003 22-10-2003 28744 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1994 573 22-06-1994 22539 1994 683 02-09-1994 01-10-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 11, eerste lid De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van een krachtens, gegeven last. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 2 artikel 10b, vijfde lid, artikel 11, eerste, tweede of derde lid Een gedraging in strijd met het verbod, gesteld bij, of met een last, gegeven krachtensen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. 2 artikel 5, derde lid 10, eerste lid of tweede lid 10a Een gedraging in strijd met een voorschrift, gegeven bij of krachtens,, of, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. 3 artikel 11 Een gedraging in strijd met een verbod, gesteld krachtens, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. 4 De in de voorgaande leden strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 De rechthebbenden op gronden en gebouwen waarin of waarop tekens worden bevestigd, zijn gehouden het aanbrengen van die tekens en wat tot instandhouding daarvan vereist wordt, te gedogen, mits dit minstens tweemaal vierentwintig uren te voren wordt aangezegd door gedeputeerde staten. 1982 493 02-06-1982 16546 1984 470 06-10-1984 01-11-1984
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 artikelen 5:13 5:15 5:16 5:17 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen. 4 artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing vanten aanzien van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 1, derde lid 10b 10d 10e 10f 11, vierde lid De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens,,,,en, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. 2009 312 27-07-2009 02-07-2009 31527 2009 604 29-12-2009 09-12-2009 30-12-2009
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden. 2000 125 28-03-2000 02-03-2000 26567 2000 483 16-11-2000 01-11-2000 01-12-2000
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1969 315 02-07-1969 8545 1984 470 06-10-1984 01-11-1984