Wet van 24 maart 1977, houdende regelen met betrekking tot de reconstructie van Midden-Delfland
- BWB-id
- BWBR0003094
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2009-07-01 t/m 2010-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003094
- ELI
- /eli/nl/wet/1977/reconstructiewet-midden-delfland
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1977/reconstructiewet-midden-delfland/2009-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003094&g=2009-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003094&z=2026-06-06&g=2009-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003094/2009-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1977/reconstructiewet-midden-delfland
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze wet verstaat onder: "provinciale staten": provinciale staten van Zuid-Holland; "gedeputeerde staten": gedeputeerde staten van Zuid-Holland; "Centrale Cultuurtechnische Commissie": de commissie, bedoeld in artikel 3 van de Ruilverkavelingswet 1954; (Stcrt. "Natuurwetenschappelijke Commissie": de Natuurwetenschappelijke Commissie van de Natuurbeschermingsraad, ingesteld bij besluit van 25 oktober 19681968, 227); (Stcrt. "Coördinatiecommissie Openluchtrecreatie": de commissie ingesteld bij beschikking van 9 januari 1975, Directie Natuurbehoud en Openluchtrecreatie, nr. 408051975, 22); artikel 3 "reconstructie-commissie": de commissie, genoemd in; "rechtbank": de arrondissements-rechtbank te Rotterdam; "eigenaar": hij, die eigenaar is van in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken, en hij aan wie een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik, gebruik of bewoning toebehoort, waaraan een in Midden-Delfland gelegen onroerende zaak is onderworpen, met dien verstande, dat onder het recht van opstal niet wordt begrepen dat recht voor zover het betreft het leggen en houden van leidingen in, op of boven de onroerende zaak van een ander; artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek "rechthebbende": eigenaar en hij aan wie een niet onder de omschrijving van eigenaar genoemd beperkt recht toebehoort, waaraan een in Midden-Delfland gelegen onroerende zaak is onderworpen, hij aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht van huur toebehoort of hij aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht als bedoeld intoebehoort; "Midden-Delfland": het gebied Midden-Delfland zoals dit in hoofdlijnen is aangegeven op de bij deze wet behorende kaart en door Ons nader zal worden vastgesteld; "landbouw": akkerbouw, weidegrond, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw en bosbouw; afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek "openbare registers": de openbare registers, bedoeld in. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Ter bevordering van een goede ruimtelijke ordening en in verband daarmede ter behartiging van de belangen van de landbouw, van natuur en landschap en van de openluchtrecreatie in Midden-Delfland, vindt aldaar een reconstructie plaats op de voet van het bepaalde in deze wet. 1977 233 24-03-1977 11740 1977 301 18-05-1977 01-06-1977
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Er is een reconstructie-commissie, die belast is met de leiding en de uitvoering van de reconstructie van Midden-Delfland. 2 De commissie bestaat uit ten hoogste vijftien leden. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer benoemt in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Verkeer en Waterstaat en van Financiën de voorzitter en de overige leden en, zo nodig, plaatsvervangende leden van de commissie. Alvorens tot benoeming wordt overgegaan, worden gedeputeerde staten gehoord. 3 De reconstructiecommissie stelt, al dan niet uit haar midden, subcommissies in met betrekking tot de drie hoofdsectoren landbouw, natuur en landschap en recreatie; met betrekking tot andere aspecten is zij bevoegd zodanige subcommissies in te stellen. Een hiertoe strekkend besluit behoeft de goedkeuring van Onze in het tweede lid genoemde Ministers. 4 Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan in overeenstemming met Onze in het tweede lid genoemde Ministers adviserende leden van de commissie benoemen. Het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers wijst in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een ingenieur van het kadaster en een of meer plaatsvervangers aan, die de commissie bijstaan. In overeenstemming met Onze in het tweede lid genoemde Ministers benoemt Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de secretaris en zonodig deskundigen. 5 Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stelt in overeenstemming met Onze in het tweede lid genoemde Ministers een instructie voor de commissie vast. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt bericht van de benoeming van de reconstructie-commissie aan gedeputeerde staten en aan de rechtbank. 2 De rechtbank benoemt binnen dertig dagen na ontvangst van dit bericht een rechter-commissaris en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten en aan de reconstructie-commissie. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4, eerste lid, van de onteigeningswet Het algemeen nut vordert de onteigening ten name van de Staat van onroerende zaken en rechten als bedoeld inin het gedeelte van Midden-Delfland, dat op de bij deze wet behorende kaart met een gele kleur in hoofdlijnen is aangegeven, zulks ten behoeve van de reconstructie van genoemd gebied. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Staatscourant artikel 14 der Onteigeningswet De vordering tot onteigening van hetgeen niet in der minne is verkregen, moet worden ingesteld binnen twee jaar na de dagtekening van de, waarin Ons besluit, bedoeld in, is bekendgemaakt. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Artikel 12, laatste lid, van de Onteigeningswet is niet van toepassing. 2 Voor de toepassing van deze wet: a. artikel 12, onder 1e, van de Onteigeningswet wordt inin plaats van de woorden "een uitgewerkt plan met uitvoerige kaarten van het werk" gelezen: een globaal plan met een of meer kaarten, aangevende de aard, de omvang en de strekking van de noodzakelijk geachte werkzaamheden of ontwikkelingen; b. artikel 23, onder 3e, van de Onteigeningswet artikel 12 wordtals volgt gelezen: een mede door de burgemeester afgegeven bewijs, dat het globale plan met de daarbij behorende kaarten en de grondtekeningen overeenkomstigop de secretarie der gemeenten ter inzage hebben gelegen; c. artikel 25, onder 4e, van de Onteigeningswet artikel 12 wordtals volgt gelezen: wanneer het globale plan met de daarbij behorende kaarten en de grondtekeningen niet overeenkomstigop de secretarieën der gemeenten ter inzage hebben gelegen. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is belast met de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 44 Nadat het plan van voorzieningen of een gedeelte daarvan overeenkomstig het bepaalde inis vastgesteld mogen eigenaren en gebruiksgerechtigden van de in dat plan of gedeelte daarvan begrepen onroerende zaken geen handelingen verrichten, noch die handelingen, welke door een normale bedrijfsvoering worden geëist, achterwege laten, indien daardoor de waarde van die onroerende zaken zou veranderen, tenzij hun daartoe door de reconstructie-commissie toestemming is verleend. 2 Overtreding van het bepaalde in het vorige lid wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. 3 Het strafbaar feit wordt als een overtreding beschouwd. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 664 27-12-2001 12-12-2001 28075 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Waardevermeerdering, ontstaan, nadat het plan van voorzieningen of een gedeelte hiervan is vastgesteld, behoeft niet te worden vergoed, tenzij deze waardevermeerdering het gevolg is van handelingen, waarvoor de reconstructie-commissie toestemming heeft verleend. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Indien en voor zover voor de doeleinden van de reconstructie beperkingen aan de uitoefening van de landbouw worden gesteld, kan op voorstel van de reconstructie-commissie Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij volgens door hem in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te stellen regelen subsidie verlenen. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Wanneer de reconstructie-commissie het ten behoeve van de reconstructie nodig acht, dat iemands grond wordt betreden of daarop gravingen of opmetingen worden verricht of tekens gesteld, moeten zowel de eigenaren als de gebruiksgerechtigden van die grond dit gedogen. 2 De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de in het eerste lid bedoelde gedoogplicht. 3 De schade, welke uit de toepassing van het eerste lid mocht voortvloeien, wordt uit ’s Rijks kas betaald. Bij geschil over het bedrag der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij en nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de kantonrechter bepaald zonder hoger beroep. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 hoofdstuk II artikel 18 Aan een werknemer wordt door de reconstructie-commissie uit ’s Rijks kas een geldelijke bijdrage verleend in door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te bepalen gevallen en volgens door hem te stellen regelen, indien het bedrijf waarin de werknemer werkzaam is, ten gevolge van de toepassing vanofwordt beëindigd. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Geen wijziging wordt gebracht in het recht van de eigenaar en in de gebruikstoestand ten aanzien van: a. artikelen 23 49 60, eerste lid, onder c, van de Wet op de lijkbezorging begraafplaatsen, crematoria en bewaarplaatsen als bedoeld in onderscheidenlijk de,en; b. artikel 85 van de Wet op de lijkbezorging artikel 46, tweede lid en derde lid, van die wet gesloten begraafplaatsen dan wel graven of grafkelders als bedoeld in, binnen de termijnen en anders dan op de wijze, omschreven in. 2 Zonder toestemming van Onze Minister van Defensie wordt geen wijziging gebracht in de rechten en de gebruikstoestand ten aanzien van onroerende zaken, welke een militaire bestemming hebben. 3 hoofdstuk II Behoudens de toepassing van de bepalingen vanwordt zonder toestemming van de eigenaar geen wijziging gebracht in diens recht ten aanzien van: a. gebouwen, b. parken, c. gedenktekenen met bijbehorende terreinen, d. e onroerende zaken van rechtspersonen, die bevordering van natuurschoon ten doel hebben of die deze zaken in stand houden om hun natuurwetenschappelijke waarde, indien en zolang zij als zodanig door Ons zijn erkend ingevolge artikel 9, derde lid, onder, van de Ruilverkavelingswet 1954. 4 De reconstructie-commissie kan onder goedkeuring van gedeputeerde staten afwijken van het bepaalde in het derde lid in het belang van de totstandkoming van een doelmatige reconstructie. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 hoofdstuk II Behoudens de toepassing van de bepalingen vanheeft iedere eigenaar aanspraak op het verkrijgen van een recht van dezelfde aard, als hij had op in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken, op de voet van het in de volgende leden bepaalde. 2 De totale waarde van alle in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken wordt tot een maximum van vijf procent verminderd met de waarde der onroerende zaken, opgenomen in het plan van wegen en waterlopen en in het landschapsplan. 3 De aan een eigenaar toe te delen waarde in kavels staat tot de na toepassing van het tweede lid verkregen totale waarde, als de waarde van zijn in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken tot de waarde van alle in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken. 4 Van de bepaling van het derde lid mag worden afgeweken, indien zij de totstandkoming van een behoorlijke reconstructie in de weg zou staan. Deze afwijking mag, tegen de wil van de eigenaar of van degene, die op de onroerende zaak een recht van hypotheek of van grondrente heeft, niet meer bedragen dan vijf ten honderd van de waarde, waarop de eigenaar ingevolge het derde lid aanspraak heeft. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15 artikel 49, eerste lid artikel 46 Onder waarde wordt inverstaan, de waarde bedoeld in, zoals deze op grond van de schatting is komen vast te staan. Indien evenwel ten gevolge van de ingenoemde werkzaamheden een waardeverandering ontstaat, kan de reconstructie-commissie hiermede bij de toedeling rekening houden. Op verzoek van de eigenaar vindt echter verrekening in geld plaats op grondslag van die waarde-verandering, voor zover het belang van de reconstructie zich hiertegen niet verzet. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 92 Het verschil tussen de waarde der van de eigenaar in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken en de waarde van de hem toegedeelde onroerende zaken, zoals deze overeenkomstigis vastgesteld, wordt in geld verrekend. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 15 De eigenaar, die zulks vóór een door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te bepalen tijdstip schriftelijk aan de reconstructie-commissie verzoekt, ontvangt, in afwijking van het bepaalde in, algehele vergoeding in geld. 2 Staatscourant De reconstructie-commissie maakt het in het eerste lid bedoelde tijdstip bekend in de, in ten minste twee nieuwsbladen, die in de streek worden verspreid, en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. 3 Zodra de lijst van rechthebbenden te zijnen aanzien vaststaat ontvangt de in het eerste lid bedoelde eigenaar, die schriftelijk afstand heeft gedaan van het gebruik van de hem toebehorende onroerende zaak, op zijn verzoek een voorschot op de algehele vergoeding in geld. 4 Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de eigenaar door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de reconstructie-commissie. 5 artikel 15 artikel 15 De reconstructie-commissie is bevoegd te bepalen, dat een eigenaar, in afwijking van het bepaalde inalgehele vergoeding in geld zal ontvangen, wanneer de waarde van de hem in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken zo gering is, dat de toepassing vanzou leiden tot de vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geen redelijk belang heeft bij het verkrijgen van een zodanige kavel. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Elke kavel moet zó worden gevormd, dat hij: 1. uitweg heeft op een openbare land- of waterweg en zo mogelijk daaraan belendt; 2. zo nodig en mogelijk de gelegenheid tot behoorlijke afwatering en watervoorziening heeft. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 hoofdstuk II artikel 15 Behoudens de toepassing van de bepalingen vanvan deze wet heeft iedere pachter van in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken recht op het in pacht verkrijgen van een waarde in kavels naar dezelfde maatstaven als invoor de toedeling in eigendom bepaald. 2 De reconstructie-commissie kan een bestaande pachtverhouding opheffen en een nieuwe pachtverhouding vestigen in dier voege, dat aan een verpachter een pachter uit de in het eerste lid bedoelde pachters kan worden toegewezen. 3 De reconstructie-commissie bepaalt tot welk tijdstip de uit een nieuw gevestigde pachtverhouding voortvloeiende pachtovereenkomst zal gelden en of deze overeenkomst, indien zij voor kortere dan de wettelijke duur zal gelden, voor verlenging vatbaar zal zijn. Zij draagt daarbij zorg, dat de pachter en de verpachter, wat het einde en de verlengbaarheid der overeenkomst betreft, zoveel mogelijk dezelfde aanspraken behouden als zij aan de opgeheven pachtverhouding konden ontlenen. 4 artikel 18 Het bepaalde inis ten aanzien van de pachter van overeenkomstige toepassing. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 Op het recht, als bedoeld in het eerste lid van, kan de pachter slechts aanspraak maken, indien de pachtovereenkomst aan de reconstructie-commissie ter registratie is ingezonden. 2 De inzending ter registratie dient plaats te vinden binnen dertig dagen na een door de reconstructie-commissie te bepalen tijdstip, of, indien de pachtovereenkomst na deze dag is aangegaan, binnen dertig dagen na het aangaan van de overeenkomst, doch uiterlijk tot een door de reconstructie-commissie vast te stellen tijdstip. Deze tijdstippen worden ter openbare kennis gebracht in ten minste twee nieuwsbladen, die in de streek verspreid worden, en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. 3 Van de registratie wordt door de reconstructie-commissie een bewijs afgegeven. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De reconstructie-commissie zendt aan de wederpartij van degene, die een pachtovereenkomst ter registratie heeft ingezonden, bij aangetekende brief bericht van de inzending ter registratie. 2 De wederpartij kan zijn bezwaren tegen de registratie binnen veertien dagen na de dagtekening van de in het vorige lid bedoelde brief schriftelijk aan de reconstructie-commissie kenbaar maken. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22 Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid vanbezwaren zijn kenbaar gemaakt, stelt de reconstructie-commissie onder vastlegging van die bezwaren bij aangetekende brief partijen ervan in kennis, dat binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief bij de reconstructie-commissie dient te worden ingezonden, hetzij een door beide partijen ondertekende akte, waaruit blijkt, dat overeenstemming is verkregen, hetzij een gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift, waarbij de meest gerede partij de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank heeft ingeroepen. De waarmerking van het afschrift geschiedt door de griffier van de rechtbank. 2 artikel 318, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien de reconstructie-commissie bevindt, dat met betrekking tot de ter registratie ingezonden pachtovereenkomstniet in acht is genomen draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de beslissing van de grondkamer in te roepen en binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de secretaris van de grondkamer gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden. 3 artikel 317, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien de reconstructie-commissie bevindt, dat met betrekking tot de ter registratie ingezonden pachtovereenkomstniet in acht genomen is, draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank in te roepen en binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de griffier van de rechtbank gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden. 4 Indien aan het bepaalde in de vorige leden geen gevolg is gegeven, is de reconstructie-commissie bevoegd met het bestaan der pachtovereenkomst geen rekening te houden. 5 De grondkamer en de pachtkamer van de rechtbank en in beroep de Centrale Grondkamer en de pachtkamer van het Gerechtshof te Arnhem behandelen de verzoeken en vorderingen bedoeld in deze wet vóór alle andere zaken. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 20 De reconstructie-commissie deelt binnen veertien dagen, nadat het plan van toedeling is komen vast te staan, aan de grondkamer mede, welke pachtverhoudingen gehandhaafd, welke opgeheven en welke opnieuw gevestigd zijn, onder vermelding van de namen en woonplaatsen van partijen in de pachtverhoudingen, de onroerende zaken, waarop deze betrekking hebben, en de bepalingen op grond vaninzake de duur en de verlengbaarheid der uit de gevestigde pachtverhoudingen voorvloeiende pachtovereenkomsten. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 derde lid van artikel 20 De grondkamer ontwerpt de pachtovereenkomsten, welke uit de gevestigde pachtverhoudingen voortvloeien en neemt daarin op de in hetbedoelde bepalingen. 2 artikel 20 Indien ingevolge het bepaalde ineen overeenkomst, geldende voor kortere dan de wettelijke duur, verlengbaar zal zijn, doet de grondkamer daarvan blijken door een op de ontwerp-overeenkomst gestelde en door haar ondertekende verklaring. 3 De grondkamer zendt de ontwerp-pachtovereenkomsten aan hen, die daarbij partij zullen zijn en stelt hen in de gelegenheid binnen dertig dagen na de toezending de ondertekende overeenkomst aan de grondkamer te doen toekomen. Betrokkenen kunnen de door hen overeengekomen pachtprijs alsmede bijzondere bepalingen in de overeenkomst opnemen. 4 titel 7.5 van het Burgerlijk Wetboek Op de in het vorige lid bedoelde pachtovereenkomsten vinden de bepalingen van detoepassing, met dien verstande, dat de grondkamer niet treedt in de beoordeling van de bepalingen der overeenkomst, welke voortvloeien uit de pachtverhouding, zoals deze door het plan van toedeling is komen vast te staan. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 derde lid van artikel 25 Indien partijen niet binnen de in hetgestelde termijn tot inzending van de getekende pachtovereenkomst bij de grondkamer zijn overgegaan, maakt de grondkamer een akte in drievoud op, gelijkluidend aan de aan partijen gezonden ontwerp-pachtovereenkomst, en bepaalt daarin de pachtprijs. De grondkamer ondertekent de akte en zendt een exemplaar daarvan bij aangetekende brief aan ieder der partijen toe. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De akte heeft dezelfde kracht als een tussen partijen gesloten, door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst. 2 artikel 26 Het opmaken en ondertekenen van de akte is een beschikking van de grondkamer, waartegen partijen beroep kunnen instellen. Het beroep moet worden ingesteld binnen dertig dagen na de verzending van de inbedoelde aangetekende brief. 3 De Centrale Grondkamer, beslissende op een beroep als bedoeld in het tweede lid, kan de akte wijzigen, met uitzondering van bepalingen, welke voortvloeien uit de pachtverhouding, zoals deze door het plan van toedeling is komen vast te staan. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Partijen in een gehandhaafde pachtverhouding, zenden, indien de pachtovereenkomst ten gevolge van de reconstructie gewijzigd of door een nieuwe vervangen moet worden, binnen dertig dagen, nadat het plan van toedeling is komen vast te staan, een desbetreffende overeenkomst ter goedkeuring bij de grondkamer in. 2 De nieuwe overeenkomst eindigt op hetzelfde tijdstip als waarop de overeenkomst, waarvoor zij in de plaats treedt, zou zijn geëindigd. Indien laatstbedoelde overeenkomst voor de wettelijke duur gold, tekent de grondkamer op de nieuwe overeenkomst aan, dat deze verlengbaar zal zijn. 3 artikelen 26 27 Indien aan het bepaalde, in het eerste lid niet is voldaan, vinden op verzoek van de meest gerede partij deenovereenkomstige toepassing. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 89 Alle pachtovereenkomsten, welke ingevolge de bepalingen van deze afdeling tot stand komen, treden van rechtswege in werking op het tijdstip, waarop de inbedoelde akte in de openbare registers wordt ingeschreven. Op hetzelfde tijdstip eindigen de pachtovereenkomsten, voor welke de eerstgenoemde pachtovereenkomsten in de plaats treden. 2 artikel 26 Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de rechtsverhoudingen, geregeld bij een akte als bedoeld in. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De beperkte rechten, het recht van huur en de lasten welke met betrekking tot de onroerende zaken, gelegen in Midden-Delfland, bestaan, worden geregeld of opgeheven onder regeling van de geldelijke gevolgen daarvan. 2 In het belang der reconstructie kunnen beperkte rechten worden gevestigd. 3 artikel 18 artikel 43 van de Onteigeningswet De hypotheken gaan met behoud van haar rang over op de kavels of gedeelten van kavels, welke in de plaats van de onroerende zaak, waarop zij rusten, worden toegedeeld. In de gevallen, voorzien in, oefenen de hypotheekhouder en degene, die op de zaak een recht van grondrente had, hun rechten uit op de wijze, als omschreven in. 4 Conservatoire en executoriale beslagen gaan over de op de kavels of gedeelten van kavels, welke in de plaats van de onroerende zaak, waarop zij gelegd zijn, worden toegedeeld, alsmede op de geldsommen, welke in de plaats van kavels of ter zake van onderbedeling worden toegekend. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 2 Voor Midden-Delfland wordt een reconstructieprogramma vastgesteld, inhoudende de uitgangspunten voor de reconstructie, bedoeld in, een omschrijving van de voor de verwezenlijking van die reconstructie aan te wenden middelen, alsmede de uitgangspunten voor een verdeling van de kosten van de reconstructie. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De reconstructie-commissie stelt een voorontwerp voor het reconstructieprogramma voorlopig vast en maakt dit alom in Midden-Delfland bekend onder vermelding van het adres, alwaar ter zake inlichtingen kunnen worden ingewonnen. 2 De reconstructie-commissie verschaft gedurende ten minste drie maanden nadien gelegenheid zienswijzen en denkbeelden over het voorontwerp naar voren te brengen en daarover zowel onderling als met vertegenwoordigers van de reconstructie-commissie van gedachten te wisselen. Van dit overleg en de uitkomsten daarvan wordt een rapport opgemaakt. 3 Het rapport wordt uiterlijk negen maanden na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, afgesloten. Het bevat onder meer een overzicht van de naar voren gebrachte zienswijzen en denkbeelden en een uiteenzetting, in hoeverre daarmede al dan niet rekening is gehouden bij de vaststelling van het in het volgende lid bedoelde voorontwerp van het reconstructieprogramma. 4 De reconstructie-commissie stelt het voorontwerp voor het reconstructieprogramma vast en zendt het met het in het vorige lid bedoelde rapport aan gedeputeerde staten. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Gedeputeerde staten leggen het voorontwerp van het reconstructieprogramma met het rapport gedurende een maand ter kosteloze inzage van een ieder neder ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten in Midden-Delfland. 2 Nederlandse Staatscourant Gedeputeerde staten doen van de tervisielegging tevoren openbare kennisgeving in de, in tenminste twee nieuwsbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. 1986 47 19-02-1986 19255 1986 48 19-02-1986 01-03-1986
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 33, eerste lid Binnen veertien dagen na de laatste dag waarop de in, bedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan een ieder schriftelijk bedenkingen naar voren brengen bij provinciale staten. 2 artikel 33, tweede lid Deze bevoegdheid wordt in de kennisgeving, bedoeld in, vermeld. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Provinciale staten stellen binnen vier maanden na het verstrijken van de in het eerste lid van het vorige artikel bedoelde termijn het reconstructieprogramma in ontwerp vast, waarbij zij zodanig acht slaan op de naar voren gebrachte bedenkingen als zij menen te moeten doen. Indien provinciale staten voornemens zijn af te wijken van het voorontwerp, winnen zij advies in van de reconstructie-commissie. Provinciale staten leggen hun standpunt ten aanzien van de naar voren gebrachte bedenkingen in een rapport vast. 2 artikel 32, derde lid artikel 34, eerste lid Gedeputeerde staten zenden het door provinciale staten in ontwerp vastgestelde reconstructieprogramma met het in, bedoelde rapport en de in, bedoelde bedenkingen alsmede het in het vorige lid bedoelde rapport onverwijld aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij stellen, gehoord in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Financiën het reconstructieprogramma vast binnen zes maanden nadat Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer het vastgestelde ontwerp met de bijlagen heeft ontvangen. Voor zover Onze Ministers bij de vaststelling afwijken van het ontwerp zoals dit door provinciale staten is vastgesteld, vermeldt de motivering van hun besluit in ieder geval de redenen daarvoor. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer doet hiervan schriftelijk mededeling aan gedeputeerde staten uiterlijk veertien dagen nadat het in dit lid bedoelde besluit is genomen. 2 Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer deelt het standpunt van Onze, in het vorige lid bedoelde, Ministers naar aanleiding van de naar voren gebrachte bedenkingen en het in het eerste lid van artikel 35 bedoelde rapport schriftelijk aan degenen die bedenkingen naar voren hebben gebracht mede uiterlijk veertien dagen nadat het in dat lid bedoelde besluit is genomen. 3 Nederlandse Staatscourant Het reconstructieprogramma ligt ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten in Midden-Delfland, voor een ieder ter kosteloze inzage. Gedeputeerde staten doen van de terinzagelegging tevoren openbare kennisgeving in de, in ten minste twee nieuwsbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikelen 32-36 Het reconstructieprogramma kan worden gewijzigd. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikelen 32-36 Het reconstructieprogramma dient als grondslag voor het plan van voorzieningen. Een overeenkomstig dein gang gezette procedure tot wijziging van het reconstructieprogramma ontneemt aan het tot dan toe geldende programma, voorzover niet tot voorwerp van wijziging gemaakt, niet de betekenis van grondslag voor het plan van voorzieningen. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Voor Midden-Delfland wordt een plan van voorzieningen vastgesteld. 2 Het plan van voorzieningen bevat de te treffen voorzieningen, die kunnen bestaan in: a. wijzigingen in het stelsel van wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken; b. de landschappelijke verzorging en de veiligstelling en ontwikkeling van natuurgebieden; c. de aanleg van utiliteitswerken; d. de uitvoering van werken ten behoeve van de recreatie en van andere werken in het belang van de reconstructie. 3 artikel 3, tweede lid Door of namens Onze in, genoemde Ministers kan worden bepaald, dat door of namens hen aangewezen voorzieningen van openbaar belang slechts in het plan van voorzieningen worden opgenomen, indien tussen de reconstructie-commissie en het betreffende openbaar lichaam overeenstemming is verkregen over de geldelijke bijdrage van het lichaam in de kosten van de uitvoering van het plan van voorzieningen. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 De reconstructie-commissie stelt een ontwerp voor het plan van voorzieningen of een gedeelte hiervan vast en onderwerpt dit, vergezeld door een kaart, waarop de te treffen voorzieningen zo nauwkeurig mogelijk zijn aangegeven, aan de instemming van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij beslist binnen zes maanden omtrent zijn instemming met het ontwerp. 2 Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij brengt de beslissing ter kennis van de reconstructie-commissie. 3 De reconstructie-commissie zendt het ontwerp waarmee is ingestemd met de kaart aan gedeputeerde staten. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Gedeputeerde staten leggen het goedgekeurde ontwerp, bedoeld in het derde lid van het vorige artikel, en de kaart gedurende een maand ter kosteloze inzage van een ieder neder ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten in Midden-Delfland. 2 Staatscourant Gedeputeerde staten doen van de tervisielegging tevoren openbare kennisgeving in de, in ten minste twee nieuwsbladen, die in de streek worden verspreid, en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze, alsmede bijzondere kennisgeving bij aangetekende brief aan de bekende belanghebbenden. 3 Op het niet ontvangen van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan. 1986 47 19-02-1986 19255 1986 48 19-02-1986 01-03-1986
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 42, eerste lid Binnen veertien dagen na de laatste dag, waarop de in, bedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan een ieder zijn bedenkingen schriftelijk bij gedeputeerde staten naar voren brengen. 2 artikel 42 Deze bevoegdheid wordt in de kennisgeving bedoeld invermeld. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 derde lid van artikel 41 Gedeputeerde staten stellen het plan van voorzieningen of een gedeelte hiervan binnen drie maanden vast, waarbij zij zodanig acht slaan op de naar voren gebrachte bedenkingen als zij menen te moeten doen. Indien gedeputeerde staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp, bedoeld in het, winnen zij advies in bij de Centrale Cultuurtechnische Commissie, de Natuurwetenschappelijke Commissie en de Coördinatiecommissie Openluchtrecreatie. Vaststelling in afwijking van dit advies geschiedt niet dan nadat Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij daarin heeft toegestemd. De toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 2 Nederlandse Staatscourant Het plan van voorzieningen of een gedeelte hiervan ligt, vergezeld door de kaart, ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten in Midden-Delfland, voor een ieder ter kosteloze inzage. Gedeputeerde staten doen van de terinzagelegging tevoren openbare kennisgeving in de, in ten minste twee nieuwsbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 artikelen 40-44 Het plan van voorzieningen of een gedeelte hiervan kan worden gewijzigd. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Zodra gedeputeerde staten het plan van voorzieningen of een gedeelte hiervan hebben vastgesteld, kan de reconstructie-commissie de uitvoering hiervan ter hand nemen. 2 Gedeputeerde staten kunnen, in overeenstemming met de reconstructie-commissie bepalen, dat met name genoemde werken worden uitgevoerd door de door hen aan te wijzen openbare lichamen of andere rechtspersonen. 3 Op de terreinen kunnen tekens worden gesteld en kan houtgewas worden gekapt; zoden, aarde, grind en andere specie kunnen aan de terreinen worden onttrokken of daarop worden neergelegd. 4 Gronden kunnen worden drooggelegd, ontgonnen, herontgonnen, begreppeld of gedraineerd, tijdelijk geëxploiteerd en tijdelijk in gebruik gegeven, in welk laatste geval de ter zake van pacht geldende wettelijke bepalingen niet toepasselijk zijn. 5 Ontgrondingenwet De bepalingen van dezijn niet van toepassing op de uitvoering van het plan van voorzieningen. 6 Opstallen kunnen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst, gebouwd of herbouwd, indien naar het oordeel der reconstructie-commissie het belang der reconstructie zulks vordert. 7 De schade, welke een rechtstreeks gevolg is van het in het eerste tot en met het vierde lid en het in het zesde lid bepaalde, wordt door het Rijk vergoed. Aan de belanghebbende wordt op zijn verzoek een voorschot op de schadevergoeding toegekend. Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de belanghebbende door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de reconstructie-commissie. 8 De eigenaren en gebruikers zijn verplicht te gedogen, dat het in het eerste tot en met het vierde lid en het in het zesde lid bepaalde wordt uitgevoerd en dat daartoe hun terreinen worden betreden. 9 Indien nodig, wordt de tussenkomst ingeroepen van de burgemeester of van de kantonrechter op wiens bevel de uitvoering en het betreden van de terreinen, als bedoeld in het vorig lid, desnoods met behulp van de sterke arm, worden mogelijk gemaakt. 1985 623 21-11-1985 14889 1985 624 21-11-1985 1985 667 16-12-1985 01-03-1986
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 De reconstructie-commissie stelt een zo volledig mogelijke lijst samen van de rechthebbenden met de vermelding van de aard en de omvang van ieders recht. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 De reconstructie-commissie benoemt de schatters, die onder haar leiding de in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken zullen schatten. 2 De reconstructie-commissie verdeelt het werk der schatters; dezen treden steeds in oneven getale op. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 De Centrale Cultuurtechnische Commissie ontwerpt een stelsel van classificatie van de grond en bepaalt van elke klasse de waarde per hectare, welke als grondslag voor de toedeling zal dienen. Zij bepaalt tevens de grondslagen voor de bepaling van de verandering in waarde als gevolg van de reconstructie. Andere dan agrarische factoren blijven bij de schatting buiten beschouwing. 2 De Centrale Cultuurtechnische Commissie maakt van deze verrichtingen een proces-verbaal van classificatie op. 3 De schatters delen de grond aan de hand van het proces-verbaal van classificatie in klassen in. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 49, tweede lid De door de reconstructie-commissie samengestelde lijst van rechthebbenden, het in, bedoelde proces-verbaal, een register van uitkomsten der schattingen en een kaart, waarop de klassegrenzen staan aangegeven, worden, na instemming daarmee door de Centrale Cultuurtechnische Commissie, door de reconstructie-commissie gedurende een maand ter kosteloze inzage van een ieder neergelegd op een door de reconstructie-commissie te bepalen plaats. 2 artikel 42 Van de nederlegging geschiedt openbare kennisgeving op de wijze invoorgeschreven, alsmede bijzondere kennisgeving bij aangetekende brief aan de bekende belanghebbenden. 3 Op het niet-ontvangen van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan. 4 De lijst van rechthebbenden wordt in haar geheel of in uittreksel tegen betaling der kosten verkrijgbaar gesteld. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 50 Binnen veertien dagen na de laatste dag, waarop de inbedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan iedere belanghebbende zijn bezwaren tegen de toekenning en omschrijving van rechten op de lijst van rechthebbenden en tegen de schatting schriftelijk bij de reconstructie-commissie indienen. 2 artikel 50 Deze bevoegdheid wordt in de kennisgevingen bedoeld invermeld. 3 Na verloop van de in het eerste lid bepaalde termijn kunnen slechts zij als rechthebbenden worden erkend die voorkomen op de lijst van rechthebbenden of die tegen de daarop voorkomende toekenning of omschrijving van rechten bezwaren hebben ingediend of hun rechtverkrijgenden. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 Voor zover daartegen binnen de termijn en op de wijze in het vorig artikel bepaald, geen bezwaren zijn ingediend, staan de rechten, zoals zij op de lijst van rechthebbenden zijn omschreven en toegekend, en de uitkomsten van de schattingen vast. Daarvan maakt de reconstructie-commissie proces-verbaal op. 2 Afschrift van de aldus vastgestelde lijst van rechthebbenden zendt zij aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 De reconstructie-commissie onderzoekt de tijdig ingediende bezwaren en tracht daaromtrent overeenstemming te bereiken. 2 Voor zover overeenstemming wordt verkregen, vinden de bepalingen van het vorige artikel overeenkomstige toepassing. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Voor zover geen overeenstemming wordt verkregen, of voor zover de reconstructie-commissie van oordeel is, dat de bezwaren niet tijdig zijn ingediend maakt zij omtrent die bezwaren en het daaromtrent verhandelde proces-verbaal op. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 artikelen 52 53 54 De reconstructie-commissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de lijst van rechthebbenden en van de krachtens de,enopgemaakte processen-verbaal aan de rechter-commissaris. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 55 Indien de rechter-commissaris een proces-verbaal als bedoeld inontvangt, bepaalt hij terstond tijd en plaats der bijeenkomst, waarop de belanghebbenden bij de in het proces-verbaal vermelde bezwaren voor hem kunnen verschijnen. Hij doet hiervan mededeling aan de Centrale Cultuurtechnische Commissie en aan de reconstructie-commissie. 2 Zij die de bezwaren hebben ingediend en de op de lijst van rechthebbenden voorkomende, bekende belanghebbenden bij die bezwaren worden door de rechter-commissaris bij aangetekende brief opgeroepen om in persoon of bij schriftelijk gemachtigde de bijeenkomst bij te wonen. 3 In de oproeping wordt opmerkzaam gemaakt op het rechtsgevolg door de wet aan het niet bijwonen der bijeenkomst en aan het vaststellen van de lijst van rechthebbenden verbonden. 4 De bijeenkomst wordt niet gehouden dan nadat ten minste veertien dagen na het verzenden der oproepingen zijn verstreken. 5 Op het niet ontvangen van de oproeping kan geen beroep worden gedaan. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 Op de bepaalde tijd wordt de bijeenkomst gehouden onder voorzitterschap van de rechter-commissaris, bijgestaan door de griffier der rechtbank. 2 De bijeenkomst wordt bijgewoond door een vertegenwoordiger van de Centrale Cultuurtechnische Commissie, één of meer vertegenwoordigers van de reconstructie-commissie, door de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen, verdaagt de rechter-commissaris de bijeenkomst zonder dat een nadere oproeping zal worden gezonden. 4 Tijdens de bijeenkomst worden eerst de toekenningen en de vaststelling van de rechten en daarna de schattingen behandeld. Van het verhandelde omtrent elk van beide onderwerpen maakt de rechter-commissaris een afzonderlijk proces-verbaal op, waarvan hij afschrift zendt aan de Centrale Cultuurtechnische Commissie. 5 Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde op de bijeenkomst aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld, worden geacht hun bezwaren te hebben ingetrokken. 6 Het vorige lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die binnen een week na de dag der bijeenkomst bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, het niet-verschijnen op de bijeenkomst verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 Voor zover omtrent de toekenning, de aard en de omvang der rechten overeenstemming is verkregen, dan wel het in het vijfde lid van het vorige artikel bedoelde geval zich voordoet, staan de rechten vast. De rechter-commissaris zendt een afschrift van de aldus vastgestelde lijst van rechthebbenden aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. 2 Partijen, tussen wie geen overeenstemming is verkregen, worden voor zover haar geschil niet reeds aanhangig is, door de rechter-commissaris naar een door hem te bepalen zitting van de rechtbank verwezen. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Voor zover overeenstemming wordt verkregen omtrent de schattingen, staan deze vast. 2 Voor zover geschillen blijven bestaan, verwijst de rechter-commissaris de zaak naar een nader te bepalen zitting van de rechtbank. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding. 3 De rechtbank behandelt de zaken betreffende de toekenning en de vaststelling van de rechten en de schattingen vóór elke andere met uitzondering van die betreffende onteigening. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 58, tweede lid Ten dage dienende geven zij, wier zaken ingevolge het bepaalde in, verwezen zijn, de gronden hunner beweringen en de middelen tot staving daarvan op bij conclusie, door een advocaat getekend. Afschrift der conclusie wordt ter terechtzitting aan de advocaat der wederpartij gegeven. 2 Op een uiterlijk veertien dagen hierna te stellen, door de rechtbank te bepalen dag kunnen partijen haar conclusies bij pleidooi door een advocaat doen toelichten. 2008 100 08-04-2008 20-03-2008 30815 2008 274 15-07-2008 03-07-2008 01-09-2008
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 Uiterlijk dertig dagen na de dienende dag of, indien één dag voor pleidooi wordt vastgesteld, na de daarvoor bepaalde dag doet de rechtbank uitspraak. 2 Tegen de uitspraak is geen verzet noch enige andere voorziening dan die in cassatie toegelaten. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 De cassatie wordt ingesteld binnen dertig dagen te rekenen van de dag, waarop het vonnis is uitgesproken. 2 Zij geschiedt door een verklaring ter griffie van de rechtbank, die het vonnis heeft gewezen. 3 Deze verklaring wordt binnen veertien dagen met een ontwikkeling van de gronden der cassatie aan de tegenpartij betekend en gaat vergezeld van dagvaarding tegen de eerstvolgende, voor de behandeling van burgerlijke zaken bestemde, terechtzitting na de in het volgende lid bepaalde termijn. 4 De tegenpartij is bevoegd te antwoorden binnen veertien dagen na de betekening ingevolge het vorige lid. 5 In de genoemde terechtzitting nemen de partijen haar conclusies, desverkiezende bij pleidooi, mits in dezelfde terechtzitting, nader te ontwikkelen. 6 Het Openbaar Ministerie neemt zijn conclusie uiterlijk veertien dagen na de terechtzitting. 7 Uiterlijk zes weken na de terechtzitting doet de Hoge Raad uitspraak. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Zodra omtrent alle geschillen over de rechten betreffende de in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken onherroepelijk is beslist, wordt de lijst van rechthebbenden door de rechtbank gesloten. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Nadat alle rechten betreffende de bij de reconstructie betrokken onroerende zaken vaststaan, worden zij met wie geen overeenstemming omtrent de schattingen is verkregen, alsmede de Centrale Cultuurtechnische Commissie, de reconstructie-commissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger opgeroepen om te verschijnen op een door de rechtbank bepaalde zitting. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 Ten dage dienende lichten zij, met wie geen overeenstemming is verkregen, hun standpunt hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk gemachtigde, mondeling toe. 2 De rechtbank hoort de vertegenwoordigers der Centrale Cultuurtechnische Commissie en der reconstructie-commissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Uiterlijk dertig dagen na het in het tweede lid genoemde verhoor doet de rechtbank uitspraak. 4 Indien deze uitspraak van invloed is op de uitkomsten van andere schattingen, is de rechtbank bevoegd die uitkomsten te wijzigen. 5 Het register van de uitkomsten der schattingen wordt door de rechtbank gesloten. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Tegen de uitspraak van de rechtbank is geen verzet noch enige andere voorziening toegelaten, onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij de Hoge Raad om zich, in het belang der wet, in cassatie te voorzien. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 artikel 58, tweede lid artikel 59, tweede lid Wet tarieven in burgerlijke zaken Voor een geding, voortvloeiende uit een verwijzing door de rechter-commissaris, als bedoeld in, en in, is alleen door de belanghebbende, met wie geen overeenstemming is verkregen, vast recht als bedoeld in deverschuldigd. 2 De kosten van het geding als bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de belanghebbende, met wie geen overeenstemming is verkregen, indien deze in het ongelijk is gesteld; ten laste van het Rijk indien hij in het gelijk wordt gesteld. Indien de rechter daartoe termen vindt in de omstandigheden van het geding, kan hij de kosten geheel of voor een deel compenseren. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Zodra de lijst van rechthebbenden en het register van de uitkomsten der schattingen zijn gesloten, geeft de rechter-commissaris hiervan kennis aan de Centrale Cultuurtechnische Commissie en aan de reconstructie-commissie; hij zendt een afschrift van de lijst van rechthebbenden aan de reconstructie-commissie en aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 De reconstructie-commissie brengt het plan van wegen en waterlopen en het landschapsplan in kaart. 2 Het plan van wegen en waterlopen bevat het stelsel van wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken zoals dat na uitvoering van het plan van voorzieningen en overeenkomstig de door de reconstructie-commissie vastgestelde afmetingen in Midden-Delfland aanwezig zal zijn. 3 Het landschapsplan bevat de kavels die voor de landschappelijke verzorging van belang zijn. 4 De reconstructie-commissie doet de plannen aan de Centrale Cultuurtechnische Commissie toekomen, die deze in hun geheel of bij gedeelten zendt aan gedeputeerde staten, vergezeld door haar advies en door een voorstel over de toewijzing in eigendom, beheer en onderhoud. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Gedeputeerde staten stellen het plan van wegen en waterlopen en het landschapsplan geheel of bij gedeelten vast en zenden aan de belanghebbende openbare lichamen, aan de Centrale Cultuurtechnische Commissie en aan de reconstructie-commissie een afschrift van hun besluiten met de daarbij behorende kaarten. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 artikelen 8 en 9 van de Wegenwet artikelen 4 en 5 van de Wegenwet Wegen met de daartoe behorende kunstwerken welke voorheen voor het openbaar verkeer waren opengesteld en niet in het plan van wegen en waterlopen worden opgenomen, worden in afwijking van het bepaalde in dedoor het enkele feit van de niet-opneming aan het openbaar verkeer onttrokken. Aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken, welke in het plan van wegen en waterlopen worden opgenomen maar die voorheen niet voor het openbaar verkeer waren opengesteld, wordt in afwijking van het bepaalde in dedoor het enkele feit van de opneming de bestemming van openbare weg gegeven. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 Gedeputeerde staten wijzen de eigendom van de in het plan van wegen en waterlopen opgenomen wegen en waterlopen met de daartoe behorende kunstwerken en het beheer en het onderhoud van de in het plan opgenomen wegen toe aan de naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komende openbare lichamen. 2 Gedeputeerde staten regelen het beheer en het onderhoud van de in het plan opgenomen waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken. 3 Gedeputeerde staten wijzen de eigendom van de in het landschapsplan opgenomen onroerende zaken toe aan de naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komende openbare lichamen. 4 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen gedeputeerde staten de eigendom, het beheer en het onderhoud toewijzen aan een rechtspersoon, niet zijnde een openbaar lichaam, voor zover deze ook vóór het in werking treden van deze wet, de eigendom, het beheer en het onderhoud had. 5 Alvorens te besluiten horen gedeputeerde staten de in het eerste en derde lid bedoelde openbare lichamen en de in het vierde lid bedoelde rechtspersonen. 6 De eigendom, het beheer en het onderhoud kunnen niet aan het Rijk worden toegewezen of onttrokken dan nadat Onze betrokken Minister daarin heeft toegestemd. De toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 artikel 72, eerste, tweede of derde lid Gedeputeerde staten doen van een besluit als bedoeld in, mededeling door toezending van een afschrift ervan aan de Centrale Landinrichtings-Commissie en aan de reconstructiecommissie. 2 artikel 72, eerste, tweede of derde lid Tegen een besluit als bedoeld in, kunnen uitsluitend belanghebbende openbare lichamen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3 artikel 89 Gedeputeerde staten doen van de uitspraak in beroep mededeling door toezending van een afschrift ervan aan de Centrale Landinrichtings-commissie en aan de reconstructie-commissie en, indien de inbedoelde akte van toedeling is ingeschreven in de openbare registers en door de uitspraak in beroep de eigendom aan een ander openbaar lichaam of rechtspersoon wordt toegewezen dan in die akte is vermeld, ter inschrijving in de openbare registers aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. Door inschrijving van de uitspraak in beroep in de openbare registers wordt de in die uitspraak omschreven eigendom verkregen door de in die uitspraak genoemde openbare lichamen. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 artikelen 1 en 2 van de Waterstaatswet 1900 a artikelen 18 19 20 van de Wegenwet Voor zover het openbaar lichaam voorheen niet was belast met het beheer en het onderhoud van wegen, waterlopen en kaden met de daartoe behorende kunstwerken gaan in afwijking van het bepaalde in deen de,enhet beheer en het onderhoud over door het enkele feit van de aanwijzing in beheer en onderhoud. 1988 676 08-11-1988 19639 1991 188 15-04-1991 01-06-1991
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 artikel 70 Wegen, waterlopen en kaden met de daartoe behorende kunstwerken, die zijn opgenomen in het plan van wegen en waterlopen, worden met ingang van de datum van het inbedoelde besluit beschouwd als in eigendom, beheer en onderhoud aan de provincie Zuid-Holland toe te komen, zolang gedeputeerde staten nog geen besluit hebben genomen betreffende de eigendom, het beheer en het onderhoud. 2 artikel 72, eerste lid Het beheer en het onderhoud der nieuw aangelegde of verbeterde openbare wegen, waterlopen en kaden met de daartoe behorende kunstwerken gaan over op de provincie Zuid-Holland of op de door haar aangewezen beheerders of onderhoudsplichtigen op de tijdstippen waarop de reconstructiecommissie aan de provincie Zuid-Holland of de op grond van, aangewezen beheerders of onderhoudsplichtigen heeft verklaard dat de werken zijn voltooid. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 Zodra: gaat de reconstructie-commissie over tot het opmaken van het plan van toedeling. a. artikelen 52 53 54 de processen-verbaal, bedoeld in de,enzijn opgemaakt, en b. het plan van wegen en waterlopen en het landschapsplan geheel zijn vastgesteld, en c. tweede lid van artikel 21 het in hetlaatstbedoelde tijdstip is verstreken, 2 De reconstructie-commissie stelt op de door haar bepaalde plaats en tijd de bekende belanghebbenden in de gelegenheid hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Het plan van toedeling houdt in: 1. de kavelindeling; 2. de toedeling der kavels; 3. artikel 20 derde lid van artikel 20 de ingevolgegehandhaafde, opgeheven en gevestigde pachtverhoudingen, onder vermelding van de in hetbedoelde bepalingen inzake de duur en de verlengbaarheid der pachtovereenkomst; 4. artikel 30 de inbedoelde regeling, opheffing of vestiging van beperkte rechten, het recht van huur en de lasten, welke met betrekking tot de onroerende zaken bestaan; 5. bepalingen omtrent de ingebruikneming. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 In het plan van toedeling kunnen met toestemming van hen, die bevoegd zijn te beschikken, ten aanzien van niet in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken regelingen worden opgenomen betreffende grenswijziging, burenrechten en erfdienstbaarheden. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 De reconstructiecommissie zet overeenkomstig het plan van toedeling de grenzen der kavels uit op het terrein. 2 De reconstructiecommissie legt het plan van toedeling gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage op een door de reconstructiecommissie te bepalen plaats. 3 artikel 42 De reconstructie-commissie doet van de terinzagelegging tevoren openbare kennisgeving op de wijze invan deze wet voorgeschreven, alsmede bijzondere kennisgeving bij aangetekende brief aan de bekende belanghebbenden. 4 De kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid tot indienen van bezwaren. 5 Op het niet ontvangen van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 artikel 79 Binnen veertien dagen na de laatste dag, waarop het inbedoelde plan van toedeling ter inzage heeft gelegen, kan iedere belanghebbende schriftelijk zijn bezwaren bij de reconstructie-commissie indienen. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 Indien binnen de termijn en op de wijze, in het vorige artikel bepaald, geen bezwaren zijn ingediend staat het plan van toedeling vast. Hiervan wordt door de reconstructie-commissie proces-verbaal opgemaakt. 2 Indien binnen de termijn en op de wijze, in het vorig artikel bepaald, bezwaren zijn ingediend, onderzoekt de reconstructie-commissie de bezwaren en tracht zij overeenstemming te verkrijgen; voor zover overeenstemming wordt verkregen vinden de bepalingen van het vorige lid overeenkomstige toepassing. 3 De reconstructie-commissie zendt zo spoedig mogelijk afschriften van de processen-verbaal en van de ingediende bezwaarschriften aan de rechter-commissaris en aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 Indien geen overeenstemming is verkregen, bepaalt de rechter-commissaris de tijd en plaats der bijeenkomst, waarop de belanghebbenden bij de in het proces-verbaal vermelde bezwaren voor hem kunnen verschijnen. De rechter-commissaris doet tevoren mededeling aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en aan de reconstructie-commissie en openbare kennisgeving in de Staatscourant. 2 Zij, die bezwaren hebben ingediend en de bekende belanghebbenden bij die bezwaren worden door de rechter-commissaris bij aangetekende brief opgeroepen om in persoon of bij schriftelijk gemachtigde de bijeenkomst bij te wonen. 3 In de oproepingen wordt opmerkzaam gemaakt op het rechtsgevolg, door de wet aan het niet bijwonen der bijeenkomst verbonden. 4 De bijeenkomst wordt niet gehouden dan nadat ten minste veertien dagen na het verzenden der oproepingen zijn verstreken. 5 Op het niet ontvangen van de oproeping kan geen beroep worden gedaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 Op de bepaalde tijd wordt de bijeenkomst gehouden onder voorzitterschap van de rechter-commissaris, bijgestaan door de griffier der rechtbank. 2 De bijeenkomst wordt bijgewoond door een vertegenwoordiger van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een of meer vertegenwoordigers der reconstructie-commissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen verdaagt de rechter-commissaris de bijeenkomst zonder dat een nadere oproeping zal worden gezonden. 4 Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde ter zitting aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld, worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken. Daarvan wordt proces-verbaal opgemaakt. 5 Het vorige lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die binnen een week na de dag der bijeenkomst bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, het niet-verschijnen op de bijeenkomst verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken. 6 Van het verhandelde maakt de rechter-commissaris proces-verbaal op waarvan hij afschrift zendt aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 Voor zover geschillen blijven bestaan, verwijst de rechter-commissaris de zaak naar een door hem te bepalen zitting van de rechtbank. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding. 2 De rechtbank behandelt de zaken, betreffende het plan van toedeling vóór elke andere, met uitzondering van die betreffende onteigening. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 Ten dage dienende lichten zij, wier zaken verwezen zijn, hun standpunt, hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk gemachtigde mondeling toe. 2 De rechtbank hoort de vertegenwoordiger van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een of meer vertegenwoordigers van de reconstructie-commissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Uiterlijk dertig dagen na het verhoor doet de rechtbank uitspraak. 4 Indien deze uitspraak van invloed is op het plan van toedeling, is de rechtbank bevoegd dit plan te wijzigen na de bij de wijziging betrokken belanghebbenden daarover te hebben gehoord. 5 artikel 67 Ten aanzien van de kosten van het geding vindt het inbepaalde overeenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Tegen de uitspraak van de rechtbank is geen verzet noch enige andere voorziening toegelaten, onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij de Hoge Raad om zich in het belang der wet in cassatie te voorzien. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 artikel 23 artikel 21 Wanneer ten gevolge van de behandeling van de bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden door de rechter wijzigingen in die lijst worden aangebracht, alsmede, wanneer ingevolge het bepaalde inwijzigingen worden aangebracht in de registratie, bedoeld in, brengt de rechter de daardoor noodzakelijk geworden wijzigingen in het plan van toedeling aan. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Indien de reconstructiecommissie zulks verzoekt, wordt degene, aan wie krachtens het plan van toedeling enige onroerende zaak in eigendom of in gebruik toekomt, op bevelschrift van de rechter-commissaris desnoods door middel van de sterke arm bij voorraad in de macht daarvan gesteld. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 1 Zodra het plan van toedeling vaststaat en de lijst van rechthebbenden door de rechtbank is gesloten, maakt een door de reconstructie-commissie aangewezen notaris de akte van toedeling op. 2 In de akte wordt opgenomen een kaart van Midden-Delfland met aanwijzing van de kavels en de wegen en waterlopen. 3 artikel 30 In de akte worden voorts opgenomen de inbedoelde regeling, opheffing of vestiging van beperkte rechten en van de lasten welke met betrekking tot de onroerende zaken bestaan, met uitzondering van de bepalingen betreffende geldelijke verrekeningen. 4 Artikel 20, eerste lid, van de Kadasterwet De omschrijving van de kavels, de wegen en de waterlopen, die op de in het tweede lid bedoelde kaart zijn afgebeeld en die daarop voorzien zijn van een nummer, geschiedt door vermelding van het nummer waarmee zij op die kaart voorkomen.is niet van toepassing voor zover het betreft het vermelden van de aard en de plaatselijke aanduiding, zo deze er is, van onroerende zaken. 5 In de akte van toedeling worden tevens vermeld de hypotheken en de beslagen die door de inschrijving van de akte van toedeling niet meer blijven bestaan. 6 artikelen 18, eerste en vijfde lid b 24, tweede lid onder, en vierde lid, tweede zin, van de Kadasterwet Het bepaalde in de, en, is van overeenkomstige toepassing op de akte van toedeling. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 De akte van toedeling wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de voorzitter en de secretaris van de reconstructie-commissie. 2 Zij geldt als titel voor de daarin omschreven rechten. Door de inschrijving van de akte in de openbare registers worden de daarin omschreven onroerende zaken en beperkte rechten verkregen. 3 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers tekent op grond van de akte bij elke hypothecaire inschrijving, onderscheidenlijk bij elke inschrijving van een beslag aan, dat de hypotheek onderscheidenlijk het beslag in het vervolg zal rusten op de in de akte aangewezen kavels, of gedeelten daarvan, dan wel op de rechten waaraan die kavels of gedeelten daarvan zijn onderworpen. 4 artikel 89, vijfde lid De bewaarder van het kadaster en de openbare registers haalt ambtshalve door de door de inschrijving van de akte van toedeling niet meer bestaande inschrijvingen van de in, bedoelde hypotheken en beslagen. 5 Kadasterwet Artikel 56b van de Kadasterwet De bewaarder van het kadaster en de openbare registers zendt zo spoedig mogelijk per brief aan elke eigenaar van, alsmede aan elke beperkt gerechtigde met betrekking tot de onroerende zaak een kennisgeving van het resultaat van de bijhouding van de basisregistratie kadaster die op grond van de inschrijving van de akte plaatsvindt. De brief vermeldt de dag van de verzending alsmede de in de basisregistratie kadaster vermeld staande gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, als bedoeld in de, de grootte en de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak, waarop de kennisgeving betrekking heeft.is niet van toepassing op de in de eerste zin bedoelde bijhouding. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 artikel 89 Na de inschrijving van de inbedoelde akte wordt hij, aan wie daarbij enige onroerende zaak in eigendom of gebruik is toegedeeld, desnoods op bevelschrift van de rechter-commissaris door middel van de sterke arm, in de macht daarvan gesteld. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 artikel 48 De reconstructie-commissie geeft, op een tijdstip door haar te bepalen, aan de schatters, bedoeld in, opdracht tot het schatten van: a. artikelen 9 10 artikel 49 de waardeveranderingen, bedoeld in deenvoor zover deze voor verrekening in aanmerking komen en daarmede bij de schatting, bedoeld innog geen rekening is gehouden; b. artikel 49 de verandering van de ingevolgevastgestelde waarde van iedere kavel als gevolg van de reconstructie; c. zo nodig de gebouwen, werken en beplantingen; d. zo nodig de waarde, voor zover deze bepaald wordt door andere dan agrarische factoren. 2 Bij regeling van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de schatting wordt verricht. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 De reconstructie-commissie gaat daarna zo spoedig mogelijk over tot het opmaken van de lijst der geldelijke regelingen. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 De lijst der geldelijke regelingen houdt in: 1. artikel 92 de uitkomsten der schatting volgens, alsmede de daaruit voortvloeiende geldelijke verrekeningen ten aanzien van de daarbij betrokken eigenaren; 2. artikelen 15 16 17 18 de geldelijke verrekeningen, voortvloeiende uit de toepassing van de,,en; 3. artikel 20 de geldelijke verrekeningen, voortvloeiende uit de toepassing van; 4. artikel 30 de bepalingen der geldelijke gevolgen, bedoeld in; 5. artikel 46, zevende lid de krachtens, uit te keren schadevergoedingen; 6. andere toe te kennen schadevergoedingen; 7. de vergoedingen voor zaken welke in verband met de overgang der onroerende zaken moeten worden verrekend. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 1 De lijst der geldelijke regelingen wordt door de reconstructie-commissie gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage gelegd op een door de reconstructie-commissie te bepalen plaats. 2 derde tot en met het vijfde lid van artikel 79 Hetzijn van overeenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 artikel 95 Binnen dertig dagen na de laatste dag, waarop de inbedoelde lijst van geldelijke regelingen ter inzage heeft gelegen, kan iedere belanghebbende schriftelijk zijn bezwaren bij de reconstructie-commissie indienen. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Voor zover binnen de termijn en op de wijze in het vorige artikel bepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat de lijst der geldelijke regelingen vast. Daarvan maakt de reconstructie-commissie een proces-verbaal op. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 1 De reconstructie-commissie onderzoekt de tijdig ingediende bezwaren en tracht daaromtrent overeenstemming te bereiken. 2 Voor zover overeenstemming is verkregen vinden de bepalingen van het vorige artikel overeenkomstige toepassing. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 Voor zover geen overeenstemming wordt verkregen, maakt de reconstructie-commissie van het omtrent die bezwaren verhandelde proces-verbaal op. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 artikelen 97 98 99 De reconstructie-commissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de lijst der geldelijke regelingen en van de in de,enbedoelde processen-verbaal aan de rechter-commissaris. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 1 artikel 99 Indien de rechter-commissaris een proces-verbaal, als bedoeld in, ontvangt, bepaalt hij terstond tijd en plaats van de bijeenkomst, waarop de in het proces-verbaal vermelde bezwaren voor hem zullen worden behandeld. Hij doet hiervan mededeling aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en aan de reconstructie-commissie. 2 Artikel 82, tweede, derde, vierde en vijfde lid artikel 83 , enzijn van overeenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 1 vierde lid van artikel 83 Voor zover overeenstemming wordt verkregen omtrent de lijst der geldelijke regelingen dan wel het overeenkomstig hetbepaalde zich voordoet, staat de lijst vast. 2 Voor zover geschillen blijven bestaan, verwijst de rechter-commissaris deze naar een door hem te bepalen zitting van de rechtbank. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding. 3 De rechtbank behandelt zaken, betreffende de lijst der geldelijke regelingen voor elke andere, met uitzondering van die betreffende onteigening. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 1 Ten dage dienende lichten zij, wier zaken verwezen zijn hun standpunten hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk gemachtigde mondeling toe. 2 De rechtbank hoort de vertegenwoordiger van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een of meer vertegenwoordigers van de reconstructie-commissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Uiterlijk dertig dagen na het in het tweede lid genoemde verhoor doet de rechtbank uitspraak. 4 Indien de uitspraak van invloed is op de lijst van geldelijke regelingen is de rechtbank bevoegd deze lijst te wijzigen na de bij wijziging betrokken belanghebbenden daarover te hebben gehoord. 5 De lijst der geldelijke regelingen wordt door de rechtbank gesloten. 6 artikel 67 Ten aanzien van de kosten van het geding vindt het inbepaalde overeenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Tegen de uitspraak van de rechtbank is geen verzet noch enige andere voorziening toegelaten, onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij de Hoge Raad, om zich, in het belang der wet, in cassatie te voorzien. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 De lijst der geldelijke regelingen, zoals zij door de rechter is gesloten, geldt als titel voor de daarin omschreven vorderingen. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 105a — Artikel 105a#
Artikel 105a hoofdstukken 6 7 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 22, tweede lid 51, eerste lid 80 96 artikel 27, tweede lid Deenzijn niet van toepassing ten aanzien van de bezwaren, bedoeld in de,,en, noch ten aanzien van het beroep, bedoeld in. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Ten laste van het Rijk komen alle kosten der reconstructie, voor zover deze niet ingevolge de bepalingen van deze wet of krachtens overeenkomst door anderen worden gedragen. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 1 artikel 17 Ter zake van de op grond vandoor de eigenaren verschuldigde bedragen rust op de hun toegedeelde kavels onder de naam van "reconstructierente" een schuldplichtigheid ten behoeve van het Rijk. 2 De overige door de eigenaren verschuldigde bedragen kunnen, ter keuze van de eigenaren, ineens worden voldaan dan wel in de reconstructierente worden begrepen. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 artikel 107 De rente bedraagt zes ten honderd van het volgensverschuldigde bedrag. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 Vervallen 1990 222 31-05-1990 30-05-1990 21135 1990 222 31-05-1990 30-05-1990 21135 01-06-1990
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 De rente is verschuldigd over zesentwintig achtereenvolgende jaren, te beginnen met het jaar volgende op dat, waarin de reconstructie in de basisregistratie kadaster is opgenomen. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 1 Bij splitsing van een perceel wordt de rente van de nog niet ingetreden jaren verdeeld naar verhouding van de grootte van die percelen volgens de basisregistratie kadaster. 2 Wordt een perceel of een gedeelte van een perceel met andere grond samengevoegd dan gaat de rente of het betreffende gedeelte van de rente voor de nog niet ingetreden jaren op het door die samenvoeging gevormde perceel over. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 1 De rente is verschuldigd door hem, die het genot heeft van het perceel als bezitter, eigenaar of beperkt gerechtigde. 2 artikel 115 In geval van vruchtgebruik is de eigenaar verplicht de vruchtgebruiker bij het eindigen van zijn vruchtgebruik te vergoeden hetgeen deze, in verband met de vermindering van de waarde van de rente, berekend volgens, geacht moet worden voor aflossing te hebben betaald. 3 In geval van het recht van opstal is de rente slechts verschuldigd, voor zover zodanig recht niet betreft het leggen en houden van leidingen in, op of boven de onroerende zaak van een ander. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Het bedrag van de rente wordt door de zorg van het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers bij ieder daaraan onderworpen perceel in de basisregistratie kadaster opgenomen. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 De rente wordt geheven en ingevorderd door of vanwege Onze Minister van Financiën. 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen Invorderingswet 1990 Stb. Stb. De heffing en de invordering van de rente geschieden met toepassing van de(1959, 301) en de(221) als ware die rente een rijksbelasting. 3 De rente wordt geheven bij wege van aanslag. Indien met betrekking tot een zelfde perceel twee of meer personen renteplichtig zijn kan de rente bij wege van één aanslag worden geheven ten name van één van hen. 4 Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 107 Bezwaar en beroep bedoeld inkunnen niet zijn gegrond op de stelling dat het op grond vanverschuldigde bedrag ten onrechte of te hoog is vastgesteld. 5 Indien met toepassing van de tweede volzin van het derde lid de aanslag ten name van één renteplichtige is gesteld kan: a. de ontvanger de aanslag op het gehele perceel verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige renteplichtigen; b. de renteplichtige die de aanslag heeft voldaan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn renteplicht verhalen op de overige renteplichtigen naar evenredigheid van ieders renteplicht. 6 b Van het vijfde lid, aanhef en onderdeel, kan bij overeenkomst worden afgeweken. 1990 222 31-05-1990 30-05-1990 21135 1990 222 31-05-1990 30-05-1990 21135 01-06-1990
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 1 Vóór of op 1 juli van elk jaar kan de rente over de nog niet ingetreden jaren worden afgekocht voor haar waarde op genoemde dag. 2 Ter berekening van die waarde wordt het over een jaar verschuldigde bedrag geacht op de eerste juli van dat jaar te verschijnen. De berekening geschiedt voorts naar de rentevoet van 35/8 ten honderd. 3 De verdere bepalingen omtrent de afkoop worden door Onze Minister van Financiën vastgesteld. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is belast met de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 De medewerking van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers bij de uitvoering van deze wet geschiedt kosteloos. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 Na beëindiging der werkzaamheden draagt de rechtercommissaris alle stukken, op de reconstructie betrekking hebbende, over aan Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 1 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Reconstructiewet Midden-Delfland. 2 Zij treedt in werking op een door Ons nader te bepalen tijdstip, dat voor verschillende onderdelen van deze wet verschillend kan zijn. 1977 233 24-03-1977 11740 1978 596 30-10-1978 01-01-1979