Wet van 26 februari 1975, houdende tijdelijke regelen aangaande de als categorieën van inrichtingen of als verstrekkingen aangewezen vormen van maatschappelijke dienstverlening ingevolge de "Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten"
- BWB-id
- BWBR0002957
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2005-07-01 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0002957
- ELI
- /eli/nl/wet/1977/tijdelijke-verstrekkingenwet-maatschappelijke-dienstverlenin
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1977/tijdelijke-verstrekkingenwet-maatschappelijke-dienstverlenin/2005-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0002957&g=2005-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0002957&z=2026-06-06&g=2005-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0002957/2005-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1977/tijdelijke-verstrekkingenwet-maatschappelijke-dienstverlenin
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur; b. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten inrichting: een dagverblijf of een gezinsvervangend tehuis voor gehandicapten, waarin zorg, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de "" wordt verleend; c. instelling: een instelling waardoor een als verstrekking aangewezen vorm van maatschappelijke dienstverlening, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de "Algemene Wet Bijzondere Ziektenkosten", wordt uitgevoerd; d. verstrekking: verstrekking verleend door een inrichting of instelling; e. artikel 34 van de Ziekenfondswet ziekenfonds: een instelling, toegelaten overeenkomstig; f. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten ziektekostenverzekeraar: een instelling toegelaten overeenkomstig artikel 33 van de ""; g. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten uitvoerend orgaan: een orgaan als bedoeld in artikel 38 van de ""; h. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verzekerde: de verzekerde bedoeld in artikel 5 van de "". 1991 587 20-11-1991 21592 1991 721 19-12-1991 01-01-1992
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2005 571 22-11-2005 20-10-2005 27659 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2005 571 22-11-2005 20-10-2005 27659 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2005 571 22-11-2005 20-10-2005 27659 2005 649 20-12-2005 09-12-2005 01-01-2006
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Onze Minister stelt telkens voor een categorie van inrichtingen of instellingen een plan vast, waarin is aangegeven de wijze waarop in de jaren waarop het plan betrekking heeft in de behoefte aan inrichtingen of instellingen wordt voorzien. 2 Bij de vaststelling van het plan wordt onder meer rekening gehouden met de mogelijkheden voor de bouw, de personeelsvoorziening en de uit de omvang van het plan voortvloeiende financiële consequenties. 3 Het plan wordt telkens voor een periode van ten hoogste vijf jaren vastgesteld. 4 Het plan kan tussentijds worden gewijzigd. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b 1 artikel 10 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd, is op de voorbereiding van het planvan toepassing, met dien verstande dat provinciale staten: a. belast zijn met de opstelling van het ontwerp, voorzover het de behoefte aan inrichtingen en instellingen in de desbetreffende provincie betreft; b. toepassing geven aan die afdeling. 2 In deze paragraaf wordt onder «het provinciale plan» verstaan: het ontwerp, bedoeld in het eerste lid. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Bij de voorbereiding van het provinciale plan vragen gedeputeerde staten advies aan de betrokken gemeenteraden. 2 Bij de voorbereiding van het provinciale plan vragen gedeputeerde staten advies aan het orgaan van overleg en advies voor het maatschappelijk en cultureel welzijn indien dit in de provincie aanwezig is. Onze Minister kan andere adviesinstanties aanwijzen. 3 Voor zover naar het oordeel van provinciale staten de behoefte aan inrichtingen of instellingen samenhangt met de behoefte in een andere provincie plegen zij omtrent de aan het provinciale plan te geven inhoud overleg met provinciale staten van die provincie. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4b, eerste lid, onder a Onze Minister en Onze Ministers die het mede aangaat geven aan provinciale staten ter zake van hun in, opgedragen taak beleidsregels omtrent de wijze waarop in het plan samenhang wordt aangebracht tussen tot de betrokken categorie behorende inrichtingen of instellingen en de met deze categorie samenhangende voorzieningen op het terrein van de gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en andere verwante terreinen. 2 Onze Minister geeft regelen omtrent de voorbereiding, de inhoud, de omvang, de inrichting en de uitwerking van het provinciale plan. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Provinciale staten leggen binnen acht weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken, het plan, vergezeld van de over het plan naar voren gebrachte zienswijzen over aan Onze Minister en maken hun opmerkingen daarbij aan hem kenbaar. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Behoudens in de gevallen die naar het oordeel van Onze Minister een spoedeisend karakter hebben zijn op een tussentijdse wijziging de bepalingen omtrent de totstandbrenging van het plan van overeenkomstige toepassing. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen, kunnen worden toegelaten tot het instandhouden van een inrichting of instelling, die in het plan is opgenomen. 1975 157 26-02-1975 11371 1976 767 22-12-1976 01-01-1977
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Indien het betreft een inrichting of instelling welke behoort tot een categorie van inrichtingen of instellingen, die naar het oordeel van Onze Minister een werkgebied hebben dat in het algemeen niet groter is dan het gebied van een gemeente, geschiedt de toelating door de gemeenteraad. 2 Indien het betreft een inrichting of instelling welke behoort tot een categorie van inrichtingen of instellingen, die naar het oordeel van Onze Minister een werkgebied hebben dat in het algemeen groter is dan het gebied van een gemeente, geschiedt de toelating door provinciale staten. 1975 157 26-02-1975 11371 1976 767 22-12-1976 01-01-1977
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het tijdstip en de wijze waarop verzoeken om toelating worden ingediend alsmede de wijze waarop en de termijn waarbinnen op verzoeken om toelating wordt beslist, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld. 1975 157 26-02-1975 11371 1976 767 22-12-1976 01-01-1977
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 12 de Afdeling Tegen een besluit als bedoeld inkan een belanghebbende beroep instellen bijbestuursrechtspraak van de Raad van State. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 12, eerste lid De gemeenteraad besluit rechtstreeks van gemeentewege een inrichting of instelling bedoeld in, tot stand te brengen als dit noodzakelijk is voor de uitvoering van het plan. 2 artikel 12, tweede lid Provinciale staten besluiten rechtstreeks van provinciewege een inrichting of instelling bedoeld in, tot stand te brengen als dit noodzakelijk is voor de uitvoering van het plan. 3 Onze Minister kan op grond van bijzondere redenen van het bepaalde in het eerste en tweede lid ontheffing verlenen, zonodig onder door hem te stellen voorschriften. 1975 157 26-02-1975 11371 1976 767 22-12-1976 01-01-1977
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Artikel 15 artikel 11 kan slechts toepassing vinden indien aannemelijk is dat door toepassing vanniet in de uitvoering van het plan zal worden voorzien. 1975 157 26-02-1975 11371 1976 767 22-12-1976 01-01-1977
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 1a van de Ziekenfondswet Een inrichting of instelling waarin of waardoor een verstrekking kan worden verleend dient als zodanig door Onze Minister te zijn erkend, gehoord het College voor zorgverzekeringen, genoemd in. 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Een inrichting of instelling wordt slechts erkend, indien zij in het plan is opgenomen. 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld omtrent de wijze en het tijdstip waarop een verzoek om erkenning wordt ingediend. 2 Op een verzoek om erkenning wordt een beslissing genomen binnen vier maanden nadat het verzoek bij Onze Minister is binnengekomen. Onze Minister kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen, in welk geval hij daarvan aan de verzoeker mededeling doet. Het niet binnen de gestelde termijn beslissen wordt met een voorlopige erkenning voor een termijn van een jaar gelijkgesteld. 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1996 80 13-02-1996 18-01-1996 23633 1996 185 28-03-1996 08-03-1996 01-04-1996
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ten aanzien van de normering van de kosten van de verstrekking. 1985 695 19-12-1985 18479 1985 695 19-12-1985 18479 01-01-1986
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Het toezicht op de inrichtingen en instellingen is opgedragen aan Onze Minister. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthoudende ambtenaren beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 3 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 24 De inbedoelde ambtenaren hebben mede tot taak: a. het desgevraagd of uit eigen beweging voorlichten en adviseren van provinciale en gemeentebesturen en organen van particulier initiatief; b. het geven van inlichtingen aan Onze Minister omtrent de stand van zaken met betrekking tot de ontwikkeling van de aangewezen categorieën van inrichtingen en vormen van maatschappelijke dienstverlening; c. het doen van die voorstellen aan Onze Minister welke zij in het belang achten van de ontwikkeling van de aangewezen categorieën van inrichtingen en vormen van maatschappelijke dienstverlening. 1975 157 26-02-1975 11371 1982 724 30-07-1982 01-07-1982
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 24 Onze Minister stelt nadere regelen omtrent de taak en werkwijze van de inbedoelde ambtenaren. 1975 157 26-02-1975 11371 1982 724 30-07-1982 01-07-1982
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur voorschriften geven betreffende het verkrijgen van gegevens over de inrichtingen en instellingen ten behoeve van de statistiek. 2 Van de gegevens, bedoeld bij het voorgaande lid, wordt geen ander gebruik gemaakt dan ten behoeve van de statistiek. De krachtens dat lid vastgestelde regeling stelt hiertoe de nodige waarborgen. 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 26-07-1995
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 30 Overtreding van het bepaalde krachtenswordt gestraft met geldboete van de tweede categorie. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 30 Hij die op grond van krachtensvastgestelde bepalingen gehouden is gegevens te verstrekken en daarbij opzettelijk een valse opgave doet dan wel opzettelijk in strijd met bedoelde gehoudenheid iets verzwijgt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 32 Het feit, strafbaar gesteld in, wordt als een overtreding aangemerkt. 2 artikel 33 Het feit strafbaar gesteld bij, wordt als een misdrijf aangemerkt. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de ambtenaren bedoeld in, belast de door Onze Minister aangewezen personen. 1975 157 26-02-1975 11371 1976 767 22-12-1976 01-01-1977
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 36 Bij het opsporen van een bij of krachtens deze wet strafbaar gesteld feit hebben de inbedoelde ambtenaren en personen toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 1994 573 22-06-1994 22539 1994 683 02-09-1994 01-10-1994
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten de zin van artikel 11 Rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die een inrichting of instelling in stand houden op het tijdstip waarop bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de "", die categorie van inrichtingen of die vorm van maatschappelijke dienstverlening is aangewezen en die op dat tijdstip rijkssubsidie genieten, worden geacht toegelaten te zijn inen voor een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen termijn voorlopig erkend. 2 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten de zin van artikel 11 Rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die een inrichting in stand houden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op grond van de "" is erkend of voorlopig erkend, worden onder dezelfde voorschriften geacht te zijn erkend of voorlopig erkend op grond van deze wet en toegelaten in. 1991 587 20-11-1991 21592 1991 721 19-12-1991 01-01-1992
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 9 Voor de tijd dat voor een categorie van inrichtingen of instellingen nog geen plan als bedoeld inis vastgesteld, doch niet voor langer dan twee jaren, stelt Onze Minister een programma vast, waarin is aangegeven de wijze waarop in de tijd waarop het programma betrekking heeft in de behoefte aan inrichtingen of instellingen wordt voorzien. 2 het tweede en vierde lid van artikel 9 Op het programma zijnvan overeenkomstige toepassing. 3 Het programma treedt voor de toepassing van de artikelen 11-16 en 18 in de plaats van het plan. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Nederlandse Staatscourant. Het ontwerp van een besluit tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een algemene maatregel van bestuur wordt bekendgemaakt in deEen voordracht tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een algemene maatregel van bestuur wordt Ons niet gedaan dan nadat twee maanden na die bekendmaking zijn verstreken. 2 Alvorens Ons een voordracht te doen tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van een algemene maatregel van bestuur, kan Onze Minister de naar zijn oordeel terzake representatieve organisaties horen. 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 26-07-1995
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Deze wet kan worden aangehaald als Tijdelijke Verstrekkingenwet maatschappelijke dienstverlening. 1975 157 26-02-1975 11371 1976 767 22-12-1976 01-01-1977
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, welk tijdstip voor de onderscheidene artikelen verschillend kan zijn. 1983 684 29-12-1983 18172 1983 684 29-12-1983 18172 31-12-1983