Wet van 4 mei 1977, houdende regelen inzake het treffen van wedervergeldingsmaatregelen op het gebied van de zeescheepvaart
- BWB-id
- BWBR0003104
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003104
- ELI
- /eli/nl/wet/1977/wedervergeldingswet-zeescheepvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1977/wedervergeldingswet-zeescheepvaart/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003104&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003104&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003104/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1977/wedervergeldingswet-zeescheepvaart
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek zeeschip: een zeeschip in de zin van; Nederlands zeeschip: een zeeschip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren. 2023 156 10-05-2023 08-06-2022 34836 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Indien de verdediging van de economische belangen van de Nederlandse koopvaardij, dan wel een internationale afspraak of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie betrekking hebbende op het vervoer ter zee zulks naar Ons oordeel vereist, kunnen Wij bij algemene maatregel van bestuur, in deze wet verder genoemd wedervergeldingsbesluit: a. verbieden, zonder vergunning van Onze Minister 1°. als gezagvoerder van een zeeschip, varende onder een bij die maatregel aangewezen vlag, met dat zeeschip goederen te vervoeren over Nederlandse wateren; 2°. als eigenaar van een onderneming opzettelijk te bewerkstelligen, dat goederen worden vervoerd met een zeeschip, varende onder een bij die maatregel aangewezen vlag; 3°. een Nederlands zeeschip ter uitvoering van een overeenkomst van huur en verhuur, rompbevrachting of tijdbevrachting ter beschikking te stellen van een natuurlijke of rechtspersoon, gevestigd in een bij die maatregel aangewezen land; b. een heffing vaststellen, door Onze Minister op te leggen volgens een bij die maatregel te bepalen tarief, op zeeschepen die over Nederlandse wateren varen onder een bij die maatregel aangewezen vlag. 2 Bij een wedervergeldingsbesluit kan worden bepaald, dat het besluit mede van toepassing is ten aanzien van zeeschepen, varende onder een andere dan de bij het besluit aangewezen vlag, welk ingevolge een overeenkomst van huur en verhuur, rompbevrachting of tijdbevrachting ter beschikking staan van een natuurlijke of rechtspersoon, gevestigd in het land van die aangewezen vlag, indien van de zijde van dat land aan die schepen dezelfde voorrechten worden verleend als aan schepen varende onder de vlag van dat land. 3 a b Een verbod of heffing, als bedoeld in het eerste lid, onder, 1° of, is niet van toepassing ten aanzien van een schip, dat zich in Nederlandse wateren bevindt uitsluitend a. in doorvaart, of b. wegens gevaar voor de veiligheid van het schip of de opvarenden, of c. wegens gevaar voor leven of gezondheid van de opvarenden, of d. voor het ondergaan van onderhouds- of herstelwerkzaamheden of het innemen van bunkervoorraad of proviand. 4 De voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een wedervergeldingsbesluit wordt Ons gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Buitenlandse Zaken, van Economische Zaken, van Landbouw en Visserij en voor Ontwikkelingssamenwerking. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Staatsblad Een wedervergeldingsbesluit, zomede een besluit tot wijziging of intrekking daarvan, treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het, waarin het wordt geplaatst. 2 Een wedervergeldingsbesluit vervalt, behoudens eerdere intrekking, drie jaren na het inwerkingtreden, tenzij bij nadere wet anders wordt bepaald. 1977 313 04-05-1977 10523 1977 313 04-05-1977 10523 04-07-1977
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Minister kan van een bij een wedervergeldingsbesluit gesteld verbod of vastgestelde heffing vrijstelling en, op aanvraag, ontheffing verlenen. 2 Een besluit tot verlening van een vrijstelling, zomede een besluit tot wijziging of intrekking daarvan, wordt door Onze Minister vastgesteld in overeenstemming met Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw en Visserij. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De vergunningen, vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan de vergunningen, vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden. 1977 313 04-05-1977 10523 1977 313 04-05-1977 10523 04-07-1977
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Bij of krachtens een wedervergeldingsbesluit kan worden bepaald, welke gegevens bij het aanvragen van een vergunning of een ontheffing dienen te worden verstrekt. Onder de gegevens, waarvan de verstrekking wordt voorgeschreven, kunnen over te leggen bewijsstukken begrepen zijn. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Onze Minister kan een vergunning of een ontheffing intrekken, indien de te harer verkrijging verstrekte gegevens zo onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvrage een andere beslissing zou zijn genomen, als bij beoordeling daarvan de juiste omstandigheden bekend waren geweest. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Onze Minister kan de vergunningen of ontheffingen, behorende tot een door hem aangewezen groep, gezamenlijk intrekken, indien een gewichtige reden dit naar zijn oordeel noodzakelijk maakt. 2 artikel 4, tweede lid Op een besluit krachtens het eerste lid is het bepaalde in, van overeenkomstige toepassing. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 2, eerste lid, onder b Van een krachtens, opgelegde heffing wordt door Onze Minister schriftelijk mededeling gedaan aan de gezagvoerder van het zeeschip. De mededeling bevat een opgave van de wijze waarop het bedrag der heffing is berekend. 2 Invorderingswet 1990 Met betrekking tot deze heffing is devan overeenkomstige toepassing waarbij de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wordt aangemerkt als uitnodiging tot betaling. 3 Het is de gezagvoerder van het zeeschip niet toegestaan naar het buitenland te vertrekken, alvorens de opgelegde heffing is betaald of voor de betaling daarvan zekerheid is gesteld. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onze Minister kan, wanneer hij overweegt een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een wedervergeldingsbesluit te doen en naar zijn oordeel een gewichtige reden een onmiddellijke voorziening vereist, in overeenstemming met Onze Ministers van Buitenlandse Zaken, van Economische Zaken, van Landbouw en Visserij en voor Ontwikkelingssamenwerking, bij regeling, in deze wet verder genoemd wedervergeldingsregeling, overeenkomstig de in overweging zijnde maatregel regelen stellen en in het bestaande besluit vervatte regelen buiten werking stellen. 2 artikelen 2, derde lid 4 9 De, entot en metzijn van overeenkomstige toepassing. 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 26-07-1995
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Een wedervergeldingsregeling blijft, behoudens eerdere intrekking, van kracht totdat een wedervergeldingsbesluit, dat hetzelfde onderwerp betreft, in werking treedt, doch uiterlijk tot acht maanden na het in werking treden van de wedervergeldingsregeling. 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 26-07-1995
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 artikel 2 artikel 10 Onze Minister kan van een ieder die bij het vervoer op een door hem te omschrijven zeevervoermarkt is betrokken de inlichtingen verlangen, die hij nodig acht om te kunnen beoordelen, of aanleiding bestaat tot toepassing vanof. 2 Onze Minister kan, indien een internationale afspraak of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie betrekking hebbende op het vervoer ter zee dit vereist, van een ieder, die bij het vervoer op een door hem te omschrijven zeevervoermarkt is betrokken, inlichtingen verlangen die hij nodig acht om te kunnen voldoen aan de in die afspraak of dat besluit neergelegde verplichtingen. 1980 364 12-06-1980 15641 1980 364 12-06-1980 15641 06-08-1980
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b 1 Onze Minister kan, indien er aanwijsbare omstandigheden zijn, op grond waarvan hij kan vermoeden, dat er aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 2 of artikel 10, van de naar zijn oordeel bij het vervoer op een door hem te omschrijven zeevervoermarkt betrokkenen, inzage van alle boeken en bescheiden verlangen, waarvan hij raadpleging nodig acht om zich van het al of niet gegrond zijn van zijn vermoeden te overtuigen. 2 Onze Minister kan, indien een internationale afspraak of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie betrekking hebbende op het vervoer ter zee dit vereist, van de naar zijn oordeel bij het vervoer op een door hem te omschrijven zeevervoermarkt betrokkenen, inzage van alle boeken en bescheiden verlangen, waarvan hij de raadpleging nodig acht om te kunnen voldoen aan in die afspraak of dat besluit neergelegde verplichtingen. 3 Het inzien van de boeken en bescheiden kan hij opdragen aan voor ieder afzonderlijk geval schriftelijk aan te wijzen personen. 4 De in het derde lid bedoelde personen hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich toegang, alsmede inzage van boeken en bescheiden, met behulp van de sterke arm. Zo nodig verschaffen zij zich toegang, alsmede inzage van boeken en bescheiden met behulp van de sterke arm. 1994 573 22-06-1994 22539 1994 683 02-09-1994 01-10-1994
Artikel 11c — Artikel 11c#
Artikel 11c 1 a artikel 11 Een ieder van wie op grond vaninlichtingen zijn verlangd, is verplicht de verlangde inlichtingen volledig en naar waarheid te verstrekken op de wijze en binnen de termijn, door Onze Minister te bepalen. 2 b artikel 11, eerste en tweede lid Een ieder van wie op grond van, inzage in boeken en bescheiden is verlangd, is verplicht deze te verlenen met inachtneming van de door Onze Minister te geven aanwijzingen. 3 b artikel 11, eerste lid Zij, die uit hoofde van hun stand, beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen van het geven van inlichtingen, doch uitsluitend voor zover betreft hetgeen hun in hun hoedanigheid is toevertrouwd. Zij kunnen voorts inzage van de in, bedoelde boeken en bescheiden weigeren, voor zover hun plicht tot geheimhouding hen daartoe noopt. 1980 364 12-06-1980 15641 1980 364 12-06-1980 15641 06-08-1980
Artikel 11d — Artikel 11d#
Artikel 11d 1 b artikel 11, eerste of tweede lid Onze Minister kan in de gevallen als bedoeld in, bij regeling bepalen dat een ieder, die bij het vervoer op een door hem te omschrijven zeevervoermarkt is betrokken, verplicht is een daarbij nader te omschrijven administratie te voeren. 2 Een ieder die ingevolge een regeling op grond van het eerste lid een administratie voert of heeft gevoerd, is verplicht de bescheiden, waaruit die administratie bestaat, gedurende twee jaren na het kalenderjaar, waarop zij betrekking hebben, in Nederland te bewaren. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1986 99 12-03-1986 18798 1986 141 26-03-1986 14-04-1986
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 8:72, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanwerkt een vernietiging vanaf het tijdstip, waarop zij wordt uitgesproken. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur. 1977 313 04-05-1977 10523 1977 313 04-05-1977 10523 04-07-1977
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Het is verboden terzake van een aanvrage om vergunning of ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken. 1977 313 04-05-1977 10523 1977 313 04-05-1977 10523 04-07-1977
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1977 313 04-05-1977 10523 1977 313 04-05-1977 10523 04-07-1977
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Deze wet kan worden aangehaald als: Wedervergeldingswet zeescheepvaart. 1977 313 04-05-1977 10523 1977 313 04-05-1977 10523 04-07-1977