Wet van 25 mei 1978, houdende regelen inzake voorzieningen op het gebied van het financiële verkeer in buitengewone omstandigheden
- BWB-id
- BWBR0003173
- Type
- Wet
- Ministerie
- Algemene Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2007-11-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003173
- ELI
- /eli/nl/wet/1978/noodwet-financieel-verkeer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1978/noodwet-financieel-verkeer/2007-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003173&g=2007-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003173&z=2026-06-06&g=2007-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003173/2007-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1978/noodwet-financieel-verkeer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij en krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Financiën; b. de Bank: De Nederlandsche Bank N.V.; c. banken: alle ondernemingen en instellingen, tot wier bedrijf behoort het ter beschikking stellen of houden van gelden ten behoeve van derden, met uitzondering van de Bank; in geval van twijfel of een onderneming of instelling als bank in de zin van deze wet moet worden beschouwd, beslist Onze Minister; d. Vervallen. e. noodgeld: betaalmiddelen, welke van overheidswege in omloop worden gebracht ter vervanging van ’s Rijks munten; f. hulpgeld: penningen, bonnen, zegels en dergelijke, welke door anderen dan de overheid of de Bank in buitengewone omstandigheden in omloop worden gebracht of als betaalmiddel worden gebruikt; g. schadeloosstelling: 1. artikel 16 van de Oorlogswet voor Nederland de schadeloosstelling of vergoeding wegens vordering in eigendom van onroerende en roerende zaken, dan wel wegens wegruiming krachtens; 2. de schadeloosstelling wegens onteigening; 3. de vergoeding ter verkrijging bij minnelijke regeling van te onteigenen of te vorderen onroerende en roerende zaken; 4. de vergoeding of verzekeringsuitkering wegens tenietgaan, verlies of beschadiging van onroerende en roerende zaken; 5. de uitkering uit hoofde van een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voor of in verband met schade aan onroerende en roerende zaken; h. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die wet overeenkomst van levensverzekering: een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in, gesloten door een levensverzekeraar waaropvan toepassing is; i. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die wet overeenkomst van schadeverzekering: een overeenkomst van schadeverzekering als bedoeld in, gesloten door een schadeverzekeraar waaropvan toepassing is; j. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die wet overeenkomst van natura-uitvaartverzekering: een overeenkomst van natura-uitvaartverzekering als bedoeld in, gesloten door een natura-uitvaartverzekeraar waaropvan toepassing is; k. beheerder: een rechtspersoon die het beheer voert over een of meer beleggingsinstellingen; l. artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht gereglementeerde markt: een gereglementeerde markt als bedoeld inof een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is. 2007 406 31-10-2007 30-10-2007 31086 2007 408 31-10-2007 30-10-2007 01-11-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 7, eerste lid 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikelen 3 tot en met 32 Onverminderd de, enkunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, degezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld,buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 3 tot en met 32 gezamenlijk of afzonderlijk kunnen
volgens artikel 7, eerste lid en artikel 8, eerste lid van de
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in beperkte en in
algemene noodtoestand in werking worden gesteld.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister is bevoegd te bepalen - zo nodig in afwijking van andere wettelijke regelingen - dat het aan banken verboden is zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning kredieten te verlenen of beschikkingen op openstaande kredieten toe te staan. 1985 510 11-09-1985 18346
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat het aan anderen dan banken verboden is zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning over schuldvorderingen op deze banken of op de Bank, in contanten te beschikken, met dien verstande, dat rechthebbenden op opeisbare tegoeden op rekeningen bij banken of bij de Bank, de vrije beschikking behouden over een door Onze Minister te bepalen bedrag per rekeninghouder. 2 Het is verboden om tegoeden, welke ten behoeve van bepaalde doeleinden worden vrijgegeven, voor andere doeleinden aan te wenden. 1985 510 11-09-1985 18346
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 4 Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven terzake van een krachtensingesteld bankenmoratorium. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister is bevoegd - zo nodig in afwijking van andere wettelijke regelingen - voorschriften te geven met betrekking tot vergoedingen voor diensten op het gebied van het bankwezen in de ruimste zin en van de geld- en kapitaalmarkt, voorzover zij het karakter van rentevergoeding dragen. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister is bevoegd noodgeld in omloop te brengen tot de bedragen, welke hij in verband met de buitengewone omstandigheden nodig acht. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Noodgeld kan in omloop worden gebracht in dezelfde waarden, waarin ’s Rijks munten in omloop zijn gebracht. De waarde wordt op het noodgeld aangegeven. 2 Noodgeld is wettig betaalmiddel. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 8, eerste lid, van de Muntwet 2002 Hetgeen bijten aanzien van munten is bepaald, is mede van toepassing op noodgeld. 1987 451 30-09-1987 19484 2001 631 20-12-2001 29-11-2001 27629 De wijziging is in werking getreden op 1 januari 2002 (Stb. 2001/632).
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister is bevoegd in omloop gebracht noodgeld buiten omloop te stellen. Hij stelt daarbij nadere regelen omtrent de inlevering vast. Bij de inlevering wordt de nominale waarde van het noodgeld vergoed in gangbare Nederlandse betaalmiddelen. Op het tijdstip, waarop noodgeld buiten omloop wordt gesteld, verliest dit de hoedanigheid van wettig betaalmiddel. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat het verboden is: a. ’s Rijks munten of noodgeld bij wege van betaling of anderszins over te dragen of aan te nemen anders dan tegen de nominale waarde daarvan zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning; b. ’s Rijks munten of noodgeld aan hun bestemming te onttrekken door oppotting, versmelting, verminking of anderszins; c. hulpgeld aan te bieden of aan te nemen behoudens in door hem te bepalen gevallen. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven ter bescherming van de geldcirculatie. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister is bevoegd te bepalen dat in door hem nader aan te geven gevallen een schuldeiser girale betaling van een geldschuld niet kan uitsluiten. 1989 490 25-10-1989 19077 1991 607 03-12-1991
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 8, eerste lid, van de Bankwet 1998 De Bank verleent, in afwijking van het bepaalde in, aan de Staat kredieten of voorschotten in blanco volgens regelen door Onze Minister na overleg met de Bank te stellen, wanneer dit voor een tijdelijke versterking van ’s Rijks schatkist nodig is. 1978 348 25-05-1978 13706 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 De wijziging is in werking getreden op 1 juni 1998 (Stb. 1998/244).
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1998 200 09-04-1998 26-03-1998 25719 1998 244 28-04-1998 20-04-1998 01-06-1998 Treedt in werking met ingang van de dag waarop de Europese
Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken
(ESCB) in werking treedt. Volgens Stb. 1998/313 is dat op 1 juni 1998.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat het verboden is zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning: a. niet-periodieke uitkeringen te doen ingevolge een overeenkomst van levensverzekering of ingevolge verzekering van zodanige uitkeringen door een pensioen- of spaarfonds, zodanige uitkeringen aan te nemen of daarover anders dan door wijziging van de begunstiging te beschikken; b. een overeenkomst van levensverzekering door afkoop te beëindigen, daarop beleningen aan te gaan, de daarin vervatte rechten over te dragen of de daarin vervatte verplichting tot het doen van niet-periodieke uitkeringen om te zetten in de verplichting tot het doen van periodieke uitkeringen. 2 a Onder de in het eerste lid, letter, bedoelde uitkeringen zijn niet begrepen de uitkeringen krachtens overeenkomsten van herverzekering, gesloten tot dekking van verplichtingen tot het doen van periodieke uitkeringen. 3 Met afkoop wordt gelijk gesteld het omzetten van een overeenkomst van levensverzekering in een andere overeenkomst van levensverzekering waarbij de afloopdatum van de verzekering wordt vervroegd. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 17 Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven terzake van een krachtensingesteld verzekeringsmoratorium, met inbegrip van voorschriften inzake vergoeding van rente over bedragen, waarvan de uitkering ingevolge de bij en krachtens dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen is opgeschort. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze minister is bevoegd te bepalen dat het een beheerder verboden is, zonder door een of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning, rechten van deelneming in een beleggingsinstelling rechtstreeks of middellijk in te kopen. 2 Onze minister is bevoegd nadere voorschriften te geven ter zake van een krachtens het eerste lid ingesteld moratorium. 1990 380 27-06-1990 21127 2005 401 04-08-2005 16-07-2005 28998 De wijziging is in werking getreden op 1 september 2005 (Stb. 2005/403).
Artikel 18b — Artikel 18b#
Artikel 18b Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister is bevoegd te bepalen dat verzekeringsondernemingen die ingevolge door hen gesloten overeenkomsten van levensverzekering, overeenkomsten van schadeverzekering of overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering uitkeringen zullen verrichten naar aanleiding van een of meer terroristische handelingen, door hem vast te stellen kortingen toepassen, dan wel niet gehouden zijn tot uitkeringen die een door hem te bepalen bedrag voor alle verzekeringsondernemingen gezamenlijk overschrijden. 2 Onder de in het eerste lid bedoelde uitkeringen krachtens overeenkomsten van levensverzekering, overeenkomsten van schadeverzekering of overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering zijn niet begrepen uitkeringen krachtens overeenkomsten van herverzekering. 3 Onze Minister is bevoegd de in het eerste lid bedoelde kortingen en beperkingen van uitkeringen te herzien. 2003 465 25-11-2003 06-11-2003 28915 2003 465 25-11-2003 06-11-2003 28915 26-11-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 18c — Artikel 18c#
Artikel 18c Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 18b Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven terzake van het bepaalde in. 2003 465 25-11-2003 06-11-2003 28915 2003 465 25-11-2003 06-11-2003 28915 26-11-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 18d — Artikel 18d#
Artikel 18d Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikelen 18b 18c Zolang de ingevolge deengegeven voorschriften van kracht zijn, blijven de in de betrokken overeenkomsten van levensverzekering, overeenkomsten van schadeverzekering of overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering opgenomen bepalingen omtrent de dekking van het terrorismerisico buiten toepassing. 2003 465 25-11-2003 06-11-2003 28915 2003 465 25-11-2003 06-11-2003 28915 26-11-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat in overeenkomsten van levensverzekering het oorlogsrisico van een door hem vast te stellen tijdstip af wordt geacht mede te zijn verzekerd. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat in verband met de dekking van het oorlogsrisico door hem vast te stellen kortingen worden toegepast op de verzekerde bedragen - waaronder mede begrepen eventuele premierestitutie -, op de premievrije waarden, op de afkoopwaarden en al dan niet op de reeds verschuldigde uitkeringen uit hoofde van overeenkomsten van levensverzekering. 2 Onze Minister is bevoegd de in het vorige lid bedoelde kortingen te herzien. 3 Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat het, zolang hij van de hem in het eerste lid gegeven bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, verboden is zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning uitkeringen ingevolge een overeenkomst van levensverzekering te doen, aan te nemen of daarover te beschikken. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 20 Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven terzake van het mede-verzekeren van het oorlogsrisico in overeenkomsten van levensverzekering en terzake van de inbedoelde kortingen. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 20 Onze Minister bepaalt het tijdstip, met ingang waarvan de krachtensvastgestelde kortingen niet meer worden toegepast ten aanzien van daarna te sluiten overeenkomsten van levensverzekering. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikelen 19-22 Zolang de ingevolge degegeven voorschriften van kracht zijn, blijven de in de betrokken overeenkomsten van levensverzekering opgenomen bepalingen omtrent de dekking van het oorlogsrisico buiten toepassing. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikelen 19-23 Het bepaalde in deis van overeenkomstige toepassing op de aanspraken, verbonden aan de deelneming in een pensioen- of spaarfonds. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Onteigeningswet Onze Minister is bevoegd te bepalen - zo nodig in afwijking van andere wettelijke regelingen -, dat de betaling van schadeloosstellingen of van voorschotten daarop behoudens een door of namens hem te verlenen algemene of bijzondere vergunning uitsluitend kan geschieden door storting op een geblokkeerde rekening. Alsdan wordt voor de toepassing van dehet bewijs van deze storting met een bewijs van de betaling gelijkgesteld. 2 Onze Minister is bevoegd nadere voorschriften te geven terzake van een overeenkomstig het eerste lid vastgestelde wijze van betaling en zonodig de rechtsgevolgen daarvan voor de daarbij betrokken partijen en voor derden te bepalen. 3 Onze Minister is bevoegd voorschriften te geven terzake van de vrijgave van op geblokkeerde rekeningen gestorte bedragen alsmede terzake van de voorwaarden welke aan de vrijgave kunnen worden verbonden. Deze voorschriften kunnen betrekking hebben zowel op alle geblokkeerde rekeningen of bepaalde gedeelten of groepen daarvan als op afzonderlijke rekeningen. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Onze Minister is bevoegd - zo nodig in afwijking van andere wettelijke regelingen - voorschriften te geven ten aanzien van de financiële betrekkingen met het buitenland, alsmede ten aanzien van het vorderen van gouden munten, fijn goud, alliages van goud (onbewerkt of halffabrikaat) en buitenlandse activa van ingezetenen. Tenzij bijzondere omstandigheden dit naar zijn oordeel onmogelijk maken, oefent hij deze bevoegdheden niet uit dan in overeenstemming met Onze Ministers van Buitenlandse Zaken, van Economische Zaken en van Landbouw en Visserij. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. Wanneer anderen dan Onze Minister algemene of bijzondere vergunningen verlenen overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet, nemen zij de daartoe door Onze Minister gegeven aanwijzingen in acht. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikelen 3 4 11 17 20 25 Een overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de,,,,ofte verlenen vergunning kan zowel een algehele als een gedeeltelijke ontheffing van de desbetreffende bepalingen inhouden. 2 Aan een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften en voorwaarden worden verbonden. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 Bekendmakingswet Stb. Een ministeriële regeling krachtens deze wet vastgesteld treedt niet in werking alvorens zij is bekendgemaakt overeenkomstig de(1988, 18) of op een andere door Onze Minister bepaalde wijze. 2 Staatscourant Andere besluiten van Onze Minister krachtens deze wet genomen treden niet in werking alvorens zij zijn bekendgemaakt door plaatsing in deof op een andere door Onze Minister bepaalde wijze. 1992 422 04-06-1992 22061
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikel 1, eerste lid, onder 1°, van de Wet op de economische delicten artikelen 3 4 5 6 11 12 17 18 26 28, tweede lid Aan het slot vanwordt toegevoegd: de Noodwet financieel verkeer, de,,,,,,,,en. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. artikelen 208-214 en 440 van het Wetboek van Strafrecht Op noodgeld zijn devan overeenkomstige toepassing. 1978 348 25-05-1978 13706
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Het is aan ieder, die bij de toepassing van de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen enige taak vervult, verboden aan daarbij verkregen gegevens of inlichtingen bekendheid te geven, tenzij zulks voor de juiste uitoefening van die taak wordt vereist. 1978 348 25-05-1978 13706 1978 348 25-05-1978 13706 05-07-1978
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Nederlandse Staatscourant Bij algemene maatregel van bestuur worden de autoriteiten aangewezen, die onder daarbij te stellen regelen in enig gebied de daarbij aangewezen bevoegdheden, welke in deze wet aan Onze Minister worden toegekend, uitoefenen, zolang de verbinding tussen dat gebied en Onze Minister is verbroken. Ons besluit wordt mede bekend gemaakt in de. 1978 348 25-05-1978 13706 1978 348 25-05-1978 13706 05-07-1978
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld terzake van betalingen door het Rijk in enig gebied, zo lang de verbindingen tussen Onze Minister en een zodanig gebied zijn verbroken. Hierbij kan van andere wettelijke regelingen worden afgeweken. 1978 348 25-05-1978 13706 1978 348 25-05-1978 13706 05-07-1978
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Stb. Het Besluit Bankenmoratorium 1944 (E28) wordt ingetrokken. 1978 348 25-05-1978 13706 1978 348 25-05-1978 13706 05-07-1978
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 23 artikel 20 Na het inbedoelde tijdvak doen Wij zo spoedig mogelijk een voorstel van wet aan de Staten-Generaal omtrent de definitieve regeling terzake van de krachtensgenomen maatregelen. 1978 348 25-05-1978 13706 1978 348 25-05-1978 13706 05-07-1978
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Deze wet kan worden aangehaald als: Noodwet financieel verkeer. 1978 348 25-05-1978 13706 1978 348 25-05-1978 13706 05-07-1978
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikelen 3-32 Staatsblad Met uitzondering van detreedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het, waarin zij is geplaatst. 1978 348 25-05-1978 13706 1978 348 25-05-1978 13706 05-07-1978