Wet van 23 november 1977, houdende regelen met betrekking tot de herinrichting van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
- BWB-id
- BWBR0003143
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2009-07-01 t/m 2010-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003143
- ELI
- /eli/nl/wet/1979/herinrichtingswet-oost-groningen-en-de-gronings-drentse-veen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1979/herinrichtingswet-oost-groningen-en-de-gronings-drentse-veen/2009-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003143&g=2009-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003143&z=2026-06-06&g=2009-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003143/2009-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1979/herinrichtingswet-oost-groningen-en-de-gronings-drentse-veen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze wet verstaat onder: "Onze Minister": Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; "centrale commissie": de centrale cultuurtechnische commissie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Ruilverkavelingswet 1954; artikel 4, eerste lid "herinrichtingscommissie": de commissie, genoemd in; artikel 8 "deelgebied": het gedeelte van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, bedoeld in; artikel 4, zesde lid "deelgebiedscommissie": de commissie, bedoeld in; artikel 16, eerste lid "herinrichtingsplan": het plan, bedoeld in; "blok": geheel van in een herverkaveling begrepen onroerende zaken; "Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën": het gebied Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, zoals dit in hoofdlijnen is aangegeven op de bij deze wet behorende kaart en door Ons nader zal worden vastgesteld; "stadsmeierrecht": elk altijddurend gebruiksrecht, dat voortvloeit uit een overeenkomst tussen de gemeente Groningen en een persoon aan wie daarbij door die gemeente een altijddurend gebruiksrecht is toegekend op aan de gemeente toebehorende onroerende zaken gelegen in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën; "eigenaar": hij, die eigenaar is van een tot het blok behorende onroerende zaak en hij aan wie een recht van opstal, erfpacht, beklemming, vruchtgebruik, gebruik of bewoning toebehoort dan wel gerechtigd is tot een stadsmeierrecht, waaraan een in het blok begrepen onroerende zaak is onderworpen, met dien verstande, dat onder het recht van opstal niet wordt begrepen dat recht voor zover het betreft het leggen en houden van leidingen in, op of boven de onroerende zaak van een ander; artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek "rechthebbende": de eigenaar en hij aan wie een niet onder de omschrijving van eigenaar genoemd beperkt recht toebehoort, waaraan een tot het blok behorende onroerende zaak is onderworpen, hij aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht van huur toebehoort of hij aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht als bedoeld intoebehoort; "landbouw": akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw en bosbouw; afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek "openbare registers": de openbare registers, bedoeld in. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 17, tweede lid Voor zover niet anders bepaald, wordt onder "gedeputeerde staten" in deze wet verstaan het college, bedoeld in. 2 artikelen 4, zesde lid 22, zevende lid 28, tweede lid Het college, bedoeld in het eerste lid, neemt de besluiten, bedoeld in de,, en, niet dan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincie, waarin het gebied, waarop het herinrichtingsplan betrekking heeft, of het deelgebied mede is gelegen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Ter bevordering van een goed woon-, leef- en werkklimaat en de economische en maatschappelijke ontwikkeling van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën vindt van dit gebied een herinrichting plaats op de voet van het bepaalde in deze wet. 2 De herinrichting omvat de gecoördineerde en waar mogelijk geïntegreerde uitvoering van de volgende maatregelen en voorzieningen: a. verbetering van de infrastructuur en de landbouwkundige structuur; b. herverkaveling van de in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën gelegen onroerende zaken; c. opheffing van de stadsmeierrechten; d. overdracht van wegen en kanalen van de gemeente Groningen buiten haar grenzen gelegen; e. het treffen van voorzieningen ten behoeve van het landschap en de openluchtrecreatie; f. veiligstelling en ontwikkeling van natuurgebieden en cultuurhistorische elementen; g. de opstelling en tenuitvoerlegging van een sociaal-cultureel plan; h. bijdragen aan de totstandkoming van de vernieuwing van stads- en dorpskernen; i. afbraak of vernieuwing van krotten en slechte woningen en het verlenen van bijdragen daarin; j. het treffen van voorzieningen in het openbaar belang voor de afvoer en behandeling van afvalwater. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Er is een herinrichtingscommissie, die belast is met de uitvoering van de herinrichting van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën. 2 De commissie bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste 31 leden. Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening benoemen in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, gehoord gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe, de voorzitter en de overige leden van de commissie. Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kunnen in overeenstemming met Onze in de tweede zin genoemde Ministers adviserende leden benoemen. 3 De herinrichtingscommissie is bevoegd al dan niet uit haar midden sub-commissies in te stellen. 4 De herinrichtingscommissie kan geen besluiten nemen, indien niet tenminste drievijfde van het aantal leden aanwezig is. De voorzitter en de secretaris voeren de besluiten uit; zij kunnen daartoe rechtshandelingen verrichten en in rechte optreden. 5 De Staat garandeert de nakoming der uit de in het vorige lid bedoelde rechtshandelingen voortvloeiende verplichtingen. 6 Gedeputeerde staten benoemen op voorstel van de herinrichtingscommissie, gehoord de betrokken gemeenten en waterschappen, voor elk deelgebied een deelgebiedscommissie van ten hoogste elf leden. Gedeputeerde staten wijzen een der leden als voorzitter aan. De deelgebiedscommissie dient de herinrichtingscommissie van advies in zaken de herinrichting van het deelgebied betreffende. 7 Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze in het tweede lid genoemde Ministers een instructie voor de herinrichtingscommissie en de deelgebiedscommissie vast. 8 De herinrichtingscommissie kan aan de deelgebiedscommissie onder door haar te stellen voorwaarden een gedeelte van haar taken opdragen. 9 Het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers wijst in overeenstemming met Onze Minister een ingenieur van het kadaster en één of meer plaatsvervangers aan, die de herinrichtingscommissie bijstaan. 10 Onze Minister voegt aan de herinrichtingscommissie en aan de deelgebiedscommissie een secretaris toe. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Onze Minister zendt bericht van de benoeming van de herinrichtingscommissie aan gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe en aan de arrondissementsrechtbanken in Groningen en Assen. 2 De in het eerste lid bedoelde arrondissementsrechtbanken benoemen elk na ontvangst van dit bericht een of meer rechter-commissarissen en doen hiervan mededeling aan gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe, aan de herinrichtingscommissie. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4, eerste lid, van de onteigeningswet Stb. Zonder voorafgaande verklaring bij de wet, dat het algemeen nut onteigening vordert, kan onteigening plaatsvinden van onroerende zaken en rechten als bedoeld in(1922, 25) in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, waarover de beschikking moet worden verkregen ter verwezenlijking van een herinrichtingsplan. 2 De in het eerste lid bedoelde onteigening mag ten behoeve van de landschappelijke en recreatieve voorzieningen, alsmede ten behoeve van de veiligstelling en ontwikkeling van natuurgebieden en cultuurhistorische elementen niet meer dan 5600 hectare betreffen. 3 De onteigening geschiedt ten name van de Staat. 4 De onteigening heeft plaats uit kracht van een door Ons, de Raad van State gehoord, genomen besluit. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 62-64 van de onteigeningswet artikel 15, tweede lid, van de onteigeningswet artikel 61 van de onteigeningswet De bepalingen van dezijn toepasselijk met dien verstande, dat, waar in de toepasselijk verklaarde artikelen gesproken wordt van "plan van werk", daarvoor kan worden gelezen "plan" en datvoor zoveel betreft de vermelding van de aard en de strekking van het werk enslechts in zoverre toepassing vinden, als de onteigening dient teneinde uitvoering te geven aan een werk. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 3 Voor Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën wordt een herinrichtingsprogramma vastgesteld, inhoudende de uitgangspunten voor de herinrichting als bedoeld in, de verdeling van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën in deelgebieden, een omschrijving van de voor de verwezenlijking van de herinrichting aan te wenden middelen, alsmede uitgangspunten voor een verdeling van de kosten van de herinrichting. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De herinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het herinrichtingsprogramma voorlopig vast en maakt dit alom in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën bekend onder vermelding van het adres, alwaar ter zake inlichtingen kunnen worden ingewonnen. 2 De herinrichtingscommissie verschaft gedurende tenminste drie maanden nadien gelegenheid zienswijze en denkbeelden over het voorontwerp naar voren te brengen en daarover zowel onderling als met vertegenwoordigers van de herinrichtingscommissie van gedachte te wisselen. Van dit overleg en de uitkomsten daarvan wordt een rapport opgemaakt. 3 Het rapport wordt uiterlijk negen maanden na de bekendmaking, bedoeld in eerste lid, afgesloten. Het bevat onder meer een overzicht van de naar voren gebrachte zienswijzen en denkbeelden en een uiteenzetting, in hoeverre daarmede al dan niet rekening is gehouden bij de vaststelling van het in het volgende lid bedoelde voorontwerp van het herinrichtingsprogramma. 4 De herinrichtingscommissie stelt uiterlijk negen maanden na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, het voorontwerp voor het herinrichtingsprogramma vast en zendt het met het in het vorige lid bedoelde rapport onverwijld aan de centrale commissie. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De centrale commissie zendt het voorontwerp, vergezeld van haar advies, aan gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe. Gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe leggen een afschrift daarvan gedurende twee maanden ter kosteloze inzage van een ieder neder ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten, welke geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het gebied waarop het voorontwerp betrekking heeft. 2 Staatscourant Gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe doen van de nederlegging tevoren openbare kennisgeving in de, in ten minste twee dagbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop het voorontwerp ter inzage heeft gelegen, kan een ieder schriftelijk zijn bedenkingen naar voren brengen bij provinciale staten van Groningen, bij provinciale staten van Drenthe, dan wel bij beide. 2 artikel 10, tweede lid Deze bevoegdheid wordt in de kennisgeving, bedoeld in, vermeld. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Provinciale staten van Groningen en van Drenthe stellen het herinrichtingsprogramma, voor zover dit betrekking heeft op hun provincie, in ontwerp vast, waarbij zij zodanig acht slaan op de naar voren gebrachte bedenkingen als zij menen te moeten doen. Indien provinciale staten van Groningen of van Drenthe voornemens zijn af te wijken van het voorontwerp, winnen zij advies in van de centrale commissie. Zij leggen hun standpunt ten aanzien van de naar voren gebrachte bedenkingen in een rapport vast. 2 Provinciale staten van Groningen en van Drenthe zenden het ontwerpherinrichtingsprogramma, voor zover dit betrekking heeft op hun provincie, alsmede afschriften van de naar voren gebrachte bedenkingen en het daaromtrent opgemaakte rapport naar Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stellen, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken, van Financiën en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het herinrichtingsprogramma vast binnen zes maanden nadat zij het ontwerp herinrichtingsprogramma of het laatst vastgestelde gedeelte daarvan hebben ontvangen. Indien en voor zover Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bij de vaststelling afwijken van het ontwerp, zoals dit door provinciale staten is vastgesteld, geven zij de redenen daarvoor aan. Onze Minister doet hiervan schriftelijk mededeling aan gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe, uiterlijk dertig dagen nadat het in dit lid bedoelde besluit is genomen. 2 artikel 2.2, eerste of tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening De vaststelling van het herinrichtingsprogramma vindt niet eerder plaats dan nadat de structuurvisies voor Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën als bedoeld inzijn vastgesteld. 3 eerste lid van artikel 12 Onze Minister deelt zijn standpunt naar aanleiding van de ingebrachte bedenkingen en het inbedoelde rapport schriftelijk en met redenen omkleed aan degenen die bedenkingen hebben ingebracht mede, uiterlijk dertig dagen nadat het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen. 4 Tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid kunnen uitsluitend provinciale staten van Groningen en van Drenthe beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De werking van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. 5 Staatscourant Zodra het herinrichtingsprogramma is vastgesteld, wordt het op de provinciale griffie en op de secretarie van de gemeenten in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën gedurende acht weken voor een ieder ter inzage gelegd. Gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe geven van de terinzageligging kennis in de, in ten minste twee dagbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeente op de aldaar gebruikelijke manier. 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikelen 9-13 Het herinrichtingsprogramma kan worden gewijzigd. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2 Een in gang gezette procedure tot wijziging van het herinrichtingsprogramma ontneemt aan het tot dan toe geldende programma, voor zover niet tot voorwerp van wijziging gemaakt, niet de betekenis van grondslag voor de herinrichtingsplannen. 3 artikel 2.2, eerste of tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening Bij een herziening van het herinrichtingsprogramma wordt rekening gehouden met een structuurvisie als bedoeld in, die betrekking heeft op Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën. 2008 180 03-06-2008 22-05-2008 30938 2008 227 26-06-2008 16-06-2008 01-07-2008
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Het herinrichtingsprogramma dient als grondslag voor de herinrichtingsplannen. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De herinrichtingscommissie stelt, gehoord de betrokken gemeenten en waterschappen, voor elk deelgebied een voorontwerp van een of meer herinrichtingsplannen op. 2 Het herinrichtingsplan bevat: a. een beschrijving van de ruimtelijke, economische en maatschappelijke toestand in het deelgebied; b. een beschrijving van de algemene landbouwkundige toestand in de te herverkavelen blokken; c. het plan van voorzieningen met bijbehorende kaarten; d. artikel 3, tweede lid de overige maatregelen en voorzieningen als bedoeld in; e. een raming van de totale kosten en de verdeling daarvan. 3 In het plan van voorzieningen kunnen worden opgenomen: a. wijzigingen in het stelsel van wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken; b. veiligstelling en ontwikkeling van natuurgebieden en landschappelijke, recreatieve en cultuurhistorische elementen; c. de uitvoering van andere werken in het belang van de herinrichting. 4 Op de kaarten worden zo nauwkeurig mogelijk aangegeven: a. de begrenzing van het deelgebied; b. de begrenzing van de te herverkavelen blokken; c. de te handhaven natuurgebieden en landschappelijke en cultuurhistorische elementen; d. de in het derde lid bedoelde voorzieningen, onderscheiden in: 1. hoofdstuk II voorzieningen voor de verwezenlijking waarvanzal worden toegepast; 2. artikel 55, tweede lid voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan, zal worden toegepast. 5 Voor zover in het deelgebied stadsmeierrechten voorkomen, rustend op onroerende zaken die niet deel uitmaken van een blok, houdt het herinrichtingsplan mede in de aanwijzing door de herinrichtingscommissie van een blok op de lijst van rechthebbenden waarvan de gerechtigden tot deze stadsmeierrechten worden vermeld. 6 b artikel 3, tweede lid, onder In afwijking van het bepaalde in, vindt in gebieden, waarin ten tijde van de verzending, bedoeld in het zevende lid, een ruilverkaveling uit kracht van de wet in uitvoering is, geen herverkaveling plaats; de herinrichtingscommissie kan in het herinrichtingsplan aangeven, dat in andere dan de in de eerste zin bedoelde gebieden geen herverkaveling zal plaatsvinden. 7 De herinrichtingscommissie zendt het in het eerste lid bedoelde voorontwerp aan de centrale commissie. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De centrale commissie stelt het herinrichtingsplan in ontwerp vast. 2 De centrale commissie zendt het herinrichtingsplan, zoals dit door haar in ontwerp is vastgesteld, aan gedeputeerde staten van de provincie, waarin het betrokken deelgebied of het grootste gedeelte daarvan is gelegen. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Gedeputeerde staten leggen een afschrift van het ontwerp en de daarbij behorende kaarten gedurende een maand ter kosteloze inzage van een ieder neder ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten, welke geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in het gebied, waarop het herinrichtingsplan betrekking heeft. 2 Staatscourant Gedeputeerde staten doen van de nederlegging tevoren openbare kennisgeving in de, in tenminste twee dagbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. 3 Indien het gebied, waarop het herinrichtingsplan betrekking heeft, zowel in de provincie Groningen als in de provincie Drenthe is gelegen, zijn het eerste en tweede lid van toepassing met dien verstande, dat in plaats van "gedeputeerde staten" wordt gelezen: gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 18, eerste lid Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop de in, bedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan een ieder zijn bedenkingen schriftelijk bij provinciale staten naar voren brengen. 2 artikel 18, tweede lid Deze bevoegdheid wordt in de kennisgeving bedoeld in, vermeld. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Provinciale staten stellen het herinrichtingsplan of een gedeelte hiervan vast, waarbij zij zodanig acht slaan op de naar voren gebrachte bedenkingen als zij menen te moeten doen. 2 artikel 17 artikel 4 Indien provinciale staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp, bedoeld in, winnen zij advies in bij de centrale commissie. Vaststelling in afwijking van dit advies geschiedt niet dan nadat Onze ingenoemde Ministers daarin hebben toegestemd. 3 De toestemming, bedoeld in het tweede lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 4 Voor zover het deelgebied, waarop het herinrichtingsplan betrekking heeft, in meer dan één provincie is gelegen, nemen provinciale staten het besluit tot vaststelling niet dan in overeenstemming met provinciale staten van die andere provincie. 5 Indien in het in het derde lid bedoelde geval provinciale staten van Groningen en van Drenthe niet tot overeenstemming kunnen komen, wordt het herinrichtingsplan vastgesteld bij koninklijk besluit. 6 Gedeputeerde staten delen het standpunt van provinciale staten naar aanleiding van de naar voren gebrachte bedenkingen schriftelijk en met redenen omkleed aan de belanghebbende mede, uiterlijk dertig dagen nadat provinciale staten het in het eerste lid bedoelde besluit tot vaststelling hebben genomen. 7 Artikel 13, vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 72, eerste lid Het herinrichtingsplan of een gedeelte hiervan kan worden gewijzigd tot het tijdstip waarop het in, bedoelde besluit wordt genomen. 2 artikelen 16-20 Dezijn van overeenkomstige toepassing. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 a artikel 16, derde lid onder Bij het herinrichtingsplan kan worden bepaald, dat, indien het belang der herverkaveling zulks vordert, gedeputeerde staten bevoegd zijn op voorstel van de herinrichtingscommissie, met instemming van Onze Minister en met inachtneming van in het plan vervatte regelen het herinrichtingsplan uit te werken en de in, bedoelde voorzieningen uit te breiden. 2 De in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, wordt geacht deel uit te maken van het herinrichtingsplan. 3 Alvorens de uitwerking, onderscheidenlijk de uitbreiding, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen, leggen gedeputeerde staten een afschrift van het ontwerp daartoe gedurende veertien dagen ter kosteloze inzage van een ieder neder ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten, welke geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in het gebied, waarop het herinrichtingsplan betrekking heeft. 4 artikel 18, tweede lid Van de nederlegging geschiedt openbare kennisgeving op de wijze in, voorgeschreven. 5 Indien het gebied, waarop het uit te werken dan wel uit te breiden herinrichtingsplan betrekking heeft, zowel in de provincie Groningen als in de provincie Drenthe is gelegen, zijn het derde en vierde lid van toepassing met dien verstande, dat in plaats van "gedeputeerde staten" wordt gelezen: gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe. 6 Belanghebbenden kunnen hun bedenkingen binnen dertig dagen na de in het vierde lid bedoelde openbare kennisgeving schriftelijk bij gedeputeerde staten naar voren brengen. 7 Gedeputeerde staten stellen het plan tot uitwerking dan wel uitbreiding vast, waarbij zij zodanig acht slaan op de naar voren gebrachte bedenkingen als zij menen te moeten doen. 8 Indien in het in het vijfde lid bedoelde geval gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe niet tot overeenstemming kunnen komen, wordt het plan tot uitwerking dan wel uitbreiding vastgesteld bij koninklijk besluit. 9 Gedeputeerde staten delen hun standpunt naar aanleiding van de op grond van het zesde lid naar voren gebrachte bedenkingen schriftelijk en met redenen omkleed aan belanghebbenden mede. 10 Artikel 13, vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Wanneer de herinrichtingscommissie het ten behoeve van de voorbereiding van het herinrichtingsprogramma of van een herinrichtingsplan nodig acht, dat op iemands grond gravingen of opmetingen worden verricht of tekens gesteld, moet hij, die de eigendom van de grond heeft of hij, aan wie een beperkt recht toebehoort, waaraan de grond is onderworpen dan wel de gebruiker van de grond dit gedogen. 2 De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de in het eerste lid bedoelde gedoogplicht. 3 De schade, welke uit de toepassing van het eerste lid mocht voortvloeien, wordt uit ’s Rijks kas betaald. Het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend bij de herinrichtingscommissie. Bij geschil over het beloop der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de kantonrechter bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Nadat een herinrichtingsplan is vastgesteld, mogen eigenaren en gebruiksgerechtigden van tot het blok behorende onroerende zaken geen handelingen verrichten noch die handelingen, welke door een normale bedrijfsvoering worden geëist, achterwege laten, indien daardoor de waarde van hun onroerende zaken zou veranderen, tenzij hun daartoe door de herinrichtingscommissie toestemming is verleend. 2 Overtreding van het bepaalde in het vorige lid wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie. 3 Het strafbare feit wordt als een overtreding beschouwd. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Waardevermeerdering van tot een blok behorende onroerende zaken, ontstaan nadat het herinrichtingsplan is vastgesteld, behoeft niet te worden vergoed tenzij deze waardevermeerdering het gevolg is van handelingen, waarvoor de herinrichtingscommissie toestemming heeft verleend. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 hoofdstuk II artikel 58 Aan een werknemer wordt door de herinrichtingscommissie uit ’s Rijks kas een geldelijke bijdrage verleend, in door Onze Minister te bepalen gevallen en volgens door hem te stellen regelen, indien het bedrijf waarin de werknemer werkzaam is ten gevolge van de toepassing vanofwordt beëindigd. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Indien en voor zover voor de doeleinden van de herinrichting beperkingen aan de uitoefening van de landbouw worden gesteld, kan op voorstel van de herinrichtingscommissie Onze Minister volgens door hem in overeenstemming met Onze Ministers van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening te stellen regelen subsidie verlenen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Zodra provinciale staten een herinrichtingsplan of een gedeelte hiervan hebben vastgesteld, kan de herinrichtingscommissie de uitvoering hiervan ter hand nemen. 2 Gedeputeerde staten kunnen in overeenstemming met de herinrichtingscommissie bepalen, dat met name genoemde werken worden uitgevoerd door de door hen aan te wijzen openbare lichamen of andere rechtspersonen. 3 Op de terreinen kunnen tekens worden gesteld en kan houtgewas worden geplant en gekapt; zoden, aarde, grind en andere specie kunnen aan de terreinen worden onttrokken of daarop worden neergelegd. 4 Gronden kunnen worden drooggelegd, ontgonnen, herontgonnen, begreppeld of gedraineerd, ontwikkeld tot natuurterrein, tijdelijk geëxploiteerd en tijdelijk in gebruik gegeven, in welk laatste geval de ter zake van pacht geldende wettelijke bepalingen niet toepasselijk zijn. 5 Opstallen kunnen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst, gebouwd of herbouwd, indien naar het oordeel der herinrichtingscommissie het belang der herinrichting zulks vordert. 6 Artikel 23, tweede lid Hij die de eigendom heeft van een onroerende zaak of hij, aan wie een beperkt recht toebehoort, waaraan een onroerende zaak is onderworpen dan wel de gebruiker van een onroerende zaak, moet gedogen, dat het bepaalde in de voorgaande leden wordt uitgevoerd en dat daartoe zijn gebouwen en terreinen worden betreden., is van overeenkomstige toepassing. 7 De schade, welke uit de toepassing van de vorige leden mocht voortvloeien, wordt uit ’s Rijks kas betaald. Het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend bij de herinrichtingscommissie. Bij geschil over het beloop der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de arrondissementsrechtbank bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open. 8 Aan de belanghebbende, bedoeld in het zesde lid, wordt op zijn verzoek een voorschot op de schadevergoeding toegekend. Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de belanghebbende door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de herinrichtingscommissie. 9 De uitvoering der werken, bedoeld in de leden 1-5 mag niet ter hand worden genomen, alvorens door de zorg van de herinrichtingscommissie een beschrijving is gemaakt van de betrokken onroerende zaak, waarvan de toestand tevens moet zijn vastgelegd door middel van tekeningen, foto’s of andere daartoe geschikte middelen. 10 Ontgrondingenwet Met uitzondering van de ontgrondingen, welke geschieden ter verkrijging van het voor de werken nodige bodemmateriaal, zijn de bepalingen van deniet van toepassing op de uitvoering van het herinrichtingsplan. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1985 623 21-11-1985 14889 1985 624 21-11-1985 1985 667 16-12-1985 01-03-1986
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 De herinrichtingscommissie stelt voor elk blok een zo volledig mogelijke lijst samen van de rechthebbenden, met de omschrijving van de aard en de omvang van ieders recht. 2 Ten aanzien van een natuurlijk persoon, die gerechtigde is tot een stadsmeierrecht, houdt de in het eerste lid bedoelde omschrijving mede in de hoegrootheid van de jaarlijkse vaste huur of pacht of de vermelding dat het gebruik gratis is. 3 Ten aanzien van een rechtspersoon, die gerechtigde is tot een stadsmeierrecht, houdt de in het eerste lid bedoelde omschrijving mede in: a. of de 20e of 30e penning, dan wel een andere of geen vergoeding bij overgang is verschuldigd; b. de eerstvolgende vaste vervaldag van het overgangsrecht. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 16, vijfde lid Artikel 30, tweede en derde lid Voor zover in een deelgebied stadsmeierrechten voorkomen, rustend op onroerende zaken die niet deel uitmaken van een blok, vermeldt de herinrichtingscommissie op de lijst van rechthebbenden van het daartoe ingevolge, aangewezen blok alle gerechtigden tot op zodanige onroerende zaken rustende stadsmeierrechten., is van overeenkomstige toepassing. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De herinrichtingscommissie benoemt de schatters, die onder haar leiding de waarde van de in een blok gelegen onroerende zaken zullen schatten. 2 De herinrichtingscommissie verdeelt het werk der schatters; deze treden steeds in oneven getale op. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Bij regeling van Onze Minister wordt het stelsel van classificatie vastgesteld, waarbij regels worden gesteld betreffende de classificatie van de grond, de waarde per hectare binnen elke klasse, welke als grondslag voor de toedeling zal dienen, alsmede de grondslagen voor de bepaling van de verandering in waarde als gevolg van de herinrichting. Andere dan agrarische factoren blijven bij de schatting buiten beschouwing. 2 De schatters delen de grond aan de hand van het stelsel van classificatie in klassen in. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De door de herinrichtingscommissie samengestelde lijst van rechthebbenden, een register van uitkomsten der schattingen en een kaart, waarop de klassengrenzen staan aangegeven, worden door de herinrichtingscommissie gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage gelegd op een door de herinrichtingscommissie te bepalen plaats. 2 Van de nederlegging geschiedt tevoren openbare kennisgeving door de herinrichtingscommissie in tenminste twee dagbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze, alsmede bijzondere kennisgeving bij aangetekende brief aan de bekende belanghebbenden. 3 De kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van bezwaren. 4 Op het niet-ontvangen zijn van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan. 5 De lijst van rechthebbenden wordt in haar geheel of in uittreksel tegen betaling der kosten verkrijgbaar gesteld. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 34, eerste lid Na de nederlegging, bedoeld in, kunnen de grenzen van een blok niet meer worden gewijzigd. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 34 Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop de inbedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan iedere belanghebbende zijn bezwaren tegen de toekenning en omschrijving van rechten op de lijst van rechthebbenden en tegen de schatting schriftelijk bij de herinrichtingscommissie indienen. 2 Na verloop van de in het eerste lid bepaalde termijn kunnen slechts zij als rechthebbenden worden erkend, die voorkomen op de lijst van rechthebbenden of die tegen de daarop voorkomende toekenning of omschrijving van rechten bezwaren hebben ingediend of hun rechtverkrijgenden. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 36 Voor zover daartegen binnen de termijn en op de wijze inbepaald geen bezwaren zijn ingediend, staan de rechten, zoals zij op de lijst van rechthebbenden zijn omschreven en toegekend, en de uitkomsten van de schattingen vast. Daarvan maakt de herinrichtingscommissie proces-verbaal op. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 36 Indien binnen de termijn en op de wijze inbepaald bezwaren zijn ingediend, onderzoekt de herinrichtingscommissie de bezwaren en tracht zij overeenstemming te bereiken. 2 artikel 37 Voor zover overeenstemming is verkregen, vinden de bepalingen vanovereenkomstige toepassing. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Voor zover geen overeenstemming is verkregen of voor zover de herinrichtingscommissie van oordeel is, dat de bezwaren niet tijdig zijn ingediend, maakt zij omtrent die bezwaren en het daaromtrent verhandelde proces-verbaal op. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikelen 37 38 39 De herinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de lijst van rechthebbenden, van het register van uitkomsten der schattingen, van de ingediende bezwaarschriften en van de krachtens de,enopgemaakte processen-verbaal aan de rechter-commissaris van de arrondissementsrechtbank binnen welker rechtsgebied het blok of het grootste gedeelte daarvan is gelegen en aan Onze Minister. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Indien geen overeenstemming is verkregen, bepaalt de rechter-commissaris terstond tijd en plaats der bijeenkomst, waarop de belanghebbenden bij de in het proces-verbaal vermelde bezwaren voor hem kunnen verschijnen. De rechter-commissaris doet hiervan mededeling aan de herinrichtingscommissie en aan Onze Minister. 2 Zij, die bezwaren hebben ingediend, en de op de lijst van rechthebbenden voorkomende bekende belanghebbenden bij die bezwaren worden door de rechter-commissaris bij aangetekende brief opgeroepen om in persoon of bij schriftelijk gemachtigde de bijeenkomst bij te wonen. 3 In de oproeping wordt opmerkzaam gemaakt op het rechtsgevolg door de wet aan het niet-bijwonen der bijeenkomst en aan het vaststellen van de lijst van rechthebbenden verbonden. 4 De bijeenkomst wordt niet gehouden dan nadat tenminste veertien dagen na het verzenden der oproepingen zijn verstreken. 5 Op het niet-ontvangen zijn van de oproeping kan geen beroep worden gedaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 Op de bepaalde tijd wordt de bijeenkomst gehouden onder voorzitterschap van de rechter-commissaris, bijgestaan door de griffier der arrondissementsrechtbank. 2 De bijeenkomst wordt bijgewoond door een vertegenwoordiger van Onze Minister, één of meer vertegenwoordigers van de herinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen, verdaagt de rechter-commissaris de bijeenkomst zonder dat een nadere oproeping zal worden gezonden. 4 Tijdens de bijeenkomst worden eerst de toekenningen en de vaststelling van de rechten en daarna de schattingen behandeld. Van het verhandelde omtrent elk van beide onderwerpen maakt de rechter-commissaris een afzonderlijk proces-verbaal op waarvan hij afschrift zendt aan de herinrichtingscommissie en Onze Minister. 5 Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde op de bijeenkomst aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren behandeld worden, worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken. 6 Het vijfde lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die binnen een week na de dag der bijeenkomst bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, het niet-verschijnen op de bijeenkomst verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken. 7 Indien de rechter-commissaris het beroep op overmacht gegrond acht, stelt hij een nadere dag van de behandeling van de bezwaren vast. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Voor zover omtrent de toekenning, de aard en de omvang der rechten overeenstemming is verkregen, dan wel het in het vijfde lid van het vorige artikel bedoelde geval zich voordoet, staan de rechten vast. 2 Partijen tussen wie geen overeenstemming is verkregen worden, voor zover haar geschil niet reeds aanhangig is, door de rechter-commissaris naar een door hem te bepalen zitting van de arrondissementsrechtbank verwezen. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Voor zover overeenstemming is verkregen omtrent de schattingen, staan deze vast. 2 Voor zover geschillen blijven bestaan, verwijst de rechter-commissaris de zaak naar een nader te bepalen zitting van de arrondissementsrechtbank. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding. 3 De arrondissementsrechtbank behandelt de zaken betreffende de toekenning en de vaststelling van de rechten en de schattingen vóór elke andere met uitzondering van die betreffende onteigening. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 43, tweede lid Op de dienende dag geven zij, wier zaken ingevolge het bepaalde in, verwezen zijn, de gronden hunner beweringen en de middelen tot staving daarvan op bij conclusie, door een advocaat getekend. Afschrift der conclusie wordt ter terechtzitting aan de advocaat der wederpartij gegeven. 2 Op een uiterlijk veertien dagen hierna te stellen, door de arrondissementsrechtbank te bepalen, dag kunnen partijen haar conclusies bij pleidooi door een advocaat doen toelichten. 2008 100 08-04-2008 20-03-2008 30815 2008 274 15-07-2008 03-07-2008 01-09-2008
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Uiterlijk dertig dagen na de dienende dag of, indien een dag voor pleidooi werd vastgesteld, na de daarvoor bepaalde dag, doet de arrondissementsrechtbank uitspraak over de rechten. 2 Tegen de uitspraak staat behalve cassatie geen rechtsmiddel open. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikelen 52 53 der onteigeningswet Met betrekking tot het rechtsmiddel van cassatie zijn deenvan toepassing. 2 De Hoge Raad zendt een afschrift van de uitspraak aan de rechter-commissaris. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Zodra omtrent alle geschillen over de rechten betreffende de in het blok gelegen onroerende zaken onherroepelijk is beslist, wordt de lijst van rechthebbenden door de arrondissementsrechtbank gesloten. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Nadat alle rechten betreffende de bij de herverkaveling betrokken onroerende zaken zijn komen vast te staan, worden zij met wie geen overeenstemming omtrent de schattingen is verkregen, Onze Minister, alsmede de herinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger door de griffier der arrondissementsrechtbank opgeroepen om te verschijnen op een door de arrondissementsrechtbank bepaalde zitting. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 44, tweede lid Op de dienende dag lichten zij, wier zaken ingevolge het bepaalde in, verwezen zijn, hun standpunt hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk gemachtigde mondeling toe. 2 De arrondissementsrechtbank hoort de vertegenwoordiger van Onze Minister, de vertegenwoordigers van de herinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Uiterlijk dertig dagen na het horen doet de arrondissementsrechtbank uitspraak. 4 Indien deze uitspraak van invloed is op de uitkomsten van andere schattingen, is de arrondissementsrechtbank bevoegd die uitkomsten te wijzigen na de bij de wijziging betrokken belanghebbenden daarover te hebben gehoord. 5 Het register van de uitkomsten der schattingen wordt door de arrondissementsrechtbank gesloten. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank staat geen rechtsmiddel open, onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij de Hoge Raad om zich in het belang der wet in cassatie te voorzien. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 43, tweede lid artikel 44, tweede lid Wet tarieven in burgerlijke zaken Voor een geding, voortvloeiende uit een verwijzing door de rechter-commissaris als bedoeld in, en in, is alleen door de belanghebbende, met wie geen overeenstemming is verkregen, vast recht als bedoeld in deverschuldigd. 2 De kosten van het geding als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van de belanghebbende met wie geen overeenstemming is verkregen, indien deze in het ongelijk is gesteld, ten laste van de staat, indien hij in het gelijk wordt gesteld. Indien de rechter daartoe termen vindt in de omstandigheden van het geding, kan hij de kosten geheel of voor een deel compenseren. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Zodra de lijst van rechthebbenden en het register van de uitkomsten der schattingen zijn gesloten, geeft de rechter-commissaris hiervan kennis aan de herinrichtingscommissie; hij zendt een afschrift van de lijst van rechthebbenden aan de herinrichtingscommissie en aan de het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Geen wijziging wordt gebracht in het recht van de eigenaar en in de gebruikstoestand ten aanzien van: a. artikelen 23 49 60, eerste lid, onder c, van de Wet op de lijkbezorging begraafplaatsen, crematoria en bewaarplaatsen als bedoeld in onderscheidenlijk de,en; b. artikel 85 van de Wet op de lijkbezorging artikel 46, tweede lid en derde lid, van die wet gesloten begraafplaatsen dan wel graven of grafkelders als bedoeld in, binnen de termijnen en anders dan op de wijze, omschreven in. 2 Zonder toestemming van Onze Minister van Defensie wordt geen wijziging gebracht in de rechten en de gebruikstoestand ten aanzien van onroerende zaken, welke een militaire bestemming hebben. 3 hoofdstuk II Behoudens de toepassing van de bepalingen vanwordt zonder toestemming van de eigenaar geen wijziging gebracht in diens recht ten aanzien van: a. gebouwen; b. parken; c. gedenktekenen met bijbehorende terreinen; d. onroerende zaken van rechtspersonen, die bevordering van natuurschoon ten doel hebben of die deze zaken in stand houden om hun natuurwetenschappelijke waarde, indien en zolang zij als zodanig door Ons erkend zijn. 4 De herinrichtingscommissie kan in overeenstemming met gedeputeerde staten van de provincie, waarin de onroerende zaak is gelegen, afwijken van het bepaalde in het derde lid in het belang van de totstandkoming van een doelmatige herinrichting. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 hoofdstuk II Behoudens de toepassing van de bepalingen vanheeft iedere eigenaar aanspraak op het verkrijgen van een recht van dezelfde aard als hij had op in een blok gelegen onroerende zaken op de voet van het in de volgende leden bepaalde. 2 De totale waarde van alle in een blok gelegen onroerende zaken wordt tot een maximum van drie procent verminderd met de waarde der onroerende zaken benodigd voor de in het belang der herverkaveling noodzakelijke openbare wegen en waterlopen, alsmede met de waarde der onroerende zaken benodigd voor de aanleg van de met die wegen en waterlopen samenhangende voorzieningen. 3 De aan een eigenaar toe te delen waarde in kavels staat tot de na toepassing van het tweede lid verkregen totale waarde als de waarde van zijn in een blok gelegen onroerende zaken tot de waarde van alle in dat blok gelegen onroerende zaken. 4 Van de bepaling van het derde lid mag worden afgeweken, indien zij de totstandkoming van een behoorlijke herverkaveling in de weg zou staan. Deze afwijking mag, tegen de wil van de eigenaar en van degene die op de onroerende zaak een recht van hypotheek of van grondrente heeft, niet meer bedragen dan vijf procent van de waarde, waarop de eigenaar ingevolge het derde lid aanspraak heeft. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikel 55 artikel 33, eerste lid artikel 28 Onder waarde wordt inverstaan de waarde bedoeld in, zoals deze op grond van de schatting is komen vast te staan. Indien evenwel tengevolge van de ingenoemde werkzaamheden een waardeverandering ontstaat, kan de herinrichtingscommissie hiermede bij de toedeling rekening houden. Op verzoek van de eigenaar vindt echter verrekening in geld plaats op grondslag van die waardeverandering, voor zover het belang van de herinrichting zich hiertegen niet verzet. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 artikel 107 Het verschil tussen de waarde der van de eigenaar in een blok gelegen onroerende zaken en de waarde van de hem toegedeelde onroerende zaken, zoals deze overeenkomstigis vastgesteld, wordt in geld verrekend. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 55 artikel 55 De herinrichtingscommissie is, nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd, bevoegd te bepalen dat een eigenaar, in afwijking van het bepaalde in, algehele vergoeding in geld zal ontvangen, wanneer de waarde van de van hem in een blok gelegen onroerende zaken zo gering is, dat de toepassing vanzou leiden tot de vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geen redelijk belang heeft bij het verkrijgen van een zodanige kavel. 2 De toestemming, bedoeld in het eerste lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 3 artikel 55 De eigenaar, die zulks vóór een door Onze Minister te bepalen tijdstip schriftelijk aan de herinrichtingscommissie verzoekt, ontvangt, in afwijking van het bepaalde in, algehele vergoeding in geld. 4 De herinrichtingscommissie maakt het in het tweede lid bedoelde tijdstip bekend in de Staatscourant, in tenminste twee dagbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. 5 Zodra de lijst van rechthebbenden te zijnen aanzien vaststaat, ontvangt de in het tweede lid bedoelde eigenaar, die schriftelijk afstand heeft gedaan van het gebruik van de hem toebehorende onroerende zaak, op zijn verzoek een voorschot op de algehele vergoeding in geld. 6 Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de eigenaar door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de herinrichtingscommissie. 2005 523 27-10-2005 26-05-2005 30051 2006 268 15-06-2006 12-05-2006 16-06-2006 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Reconstructiewet concentratiegebieden (opdragen rechtsbescherming bij lijst geldelijke regelingen aan burgerlijke rechter) in werking treedt.
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Elke kavel moet zo worden gevormd, dat hij: 1. uitweg heeft op een openbare land- of waterweg en zo mogelijk daaraan belendt; 2. zo nodig en mogelijk de gelegenheid tot behoorlijke afwatering en watervoorziening heeft. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 artikel 55, eerste lid artikel 55, tweede tot en met vierde lid artikelen 56-59 In afwijking van het bepaalde in, verliest de gemeente Groningen de bezwaarde eigendom van de van een blok deel uitmakende onroerende zaken, waarop een stadsmeierrecht rust, en wordt dat stadsmeierrecht opgeheven en voor de toepassing van, en devervangen door een recht van eigendom ten gunste van de gerechtigden tot het stadsmeierrecht. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 hoofdstuk II artikel 55 Behoudens de toepassing van de bepalingen vanheeft iedere pachter van in een blok gelegen onroerende zaken recht op het in pacht verkrijgen van een waarde in kavels naar dezelfde maatstaven als invoor de toedeling in eigendom bepaald. 2 De herinrichtingscommissie kan een bestaande pachtverhouding opheffen en een nieuwe pachtverhouding vestigen in dier voege, dat aan een verpachter een pachter uit de in het eerste lid bedoelde pachters kan worden toegewezen. 3 De herinrichtingscommissie bepaalt tot welk tijdstip de uit een nieuw gevestigde pachtverhouding voortvloeiende pachtovereenkomst zal gelden en of deze overeenkomst, indien zij voor kortere dan de wettelijke duur zal gelden, voor verlenging vatbaar zal zijn. Zij draagt daarbij zorg, dat de pachter en de verpachter, wat het einde en de verlengbaarheid der overeenkomst betreft, zoveel mogelijk dezelfde aanspraken behouden als zij aan de opgeheven pachtverhouding konden ontlenen. 4 artikel 58 Het bepaalde inis ten aanzien van de pachter van overeenkomstige toepassing. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 het eerste en vierde lid van artikel 61 Op het recht, bedoeld in, kan de pachter slechts aanspraak maken, indien de pachtovereenkomst aan de herinrichtingscommissie ter registratie is ingezonden. 2 De inzending ter registratie dient plaats te vinden binnen dertig dagen na een door de herinrichtingscommissie te bepalen tijdstip of, indien de pachtovereenkomst na deze dag is aangegaan, binnen dertig dagen na het aangaan van de overeenkomst, doch uiterlijk tot een door de herinrichtingscommissie vast te stellen tijdstip. Deze tijdstippen worden ter openbare kennis gebracht in tenminste twee dagbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze. 3 Van de registratie wordt door de herinrichtingscommissie een bewijs afgegeven. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 De herinrichtingscommissie zendt aan de wederpartij van degene, die een pachtovereenkomst ter registratie heeft ingezonden, bij aangetekende brief bericht van de inzending ter registratie. 2 De wederpartij kan zijn bezwaren tegen de registratie binnen veertien dagen na de dagtekening van de in het vorige lid bedoelde brief schriftelijk aan de herinrichtingscommissie kenbaar maken. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 tweede lid van artikel 63 Indien overeenkomstig het bepaalde in hetbezwaren kenbaar zijn gemaakt, stelt de herinrichtingscommissie, onder vastlegging van die bezwaren, bij aangetekende brief partijen ervan in kennis, dat binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief bij de herinrichtingscommissie dient te worden ingezonden, hetzij een door beide partijen ondertekende akte, waaruit blijkt dat overeenstemming is verkregen, hetzij een gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift, waarbij de meest gerede partij de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank heeft ingeroepen. De waarmerking van het afschrift geschiedt door de griffier van de rechtbank. 2 artikel 318, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien de herinrichtingscommissie bevindt, dat met betrekking tot de ter registratie ingezonden pachtovereenkomstniet in acht is genomen, draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de beslissing van de grondkamer in te roepen en binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de secretaris van de grondkamer gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden. 3 artikel 317, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Indien de herinrichtingscommissie bevindt, dat met betrekking tot de ter registratie ingezonden pachtovereenkomstniet in acht is genomen, draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank in te roepen en binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de griffier van de rechtbank gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden. 4 Indien aan het bepaalde in de vorige leden geen gevolg is gegeven, is de herinrichtingscommissie bevoegd met het bestaan der pachtovereenkomst geen rekening te houden. 5 De grondkamer en de pachtkamer van de rechtbank en in beroep de Centrale Grondkamer en de pachtkamer van het Gerechtshof te Arnhem behandelen de verzoeken en vorderingen, bedoeld in deze wet vóór alle andere zaken. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 artikel 61 De herinrichtingscommissie deelt binnen veertien dagen, nadat het plan van toedeling is komen vast te staan, aan de grondkamer mede welke pachtverhoudingen gehandhaafd, welke opgeheven en welke nieuw gevestigd zijn onder vermelding van de namen en woonplaatsen van partijen in de pachtverhoudingen, de onroerende zaken waarop deze betrekking hebben en de bepalingen op grond vaninzake de duur en de verlengbaarheid der uit de gevestigde pachtverhoudingen voortvloeiende pachtovereenkomsten. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 derde lid van artikel 61 De grondkamer ontwerpt de pachtovereenkomsten, welke uit de gevestigde pachtverhoudingen voortvloeien, en neemt daarin op de in hetbedoelde bepalingen. 2 artikel 61 Indien ingevolge het bepaalde ineen overeenkomst, geldende voor kortere dan de wettelijke duur, verlengbaar zal zijn, doet de grondkamer daarvan blijken door een op de ontwerp-overeenkomst gestelde en door haar ondertekende verklaring. 3 De grondkamer zendt de ontwerp-pachtovereenkomst aan hen, die daarbij partijen zullen zijn, en stelt hen in de gelegenheid binnen dertig dagen na toezending de ondertekende overeenkomst aan de grondkamer te doen toekomen. Betrokkenen kunnen de door hen overeengekomen pachtprijs, alsmede bijzondere bepalingen in de overeenkomst opnemen. 4 titel 7.5 van het Burgerlijk Wetboek Op de in het vorige lid bedoelde pachtovereenkomsten vinden de bepalingen vantoepassing, met dien verstande dat de grondkamer niet treedt in de beoordeling van de bepalingen der overeenkomst, welke voortvloeien uit de pachtverhouding, zoals deze door het plan van toedeling is komen vast te staan. 2007 164 24-05-2007 06-12-2006 30833 2007 165 30-05-2007 21-05-2007 01-09-2007
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 het derde lid van artikel 66 Indien partijen niet binnen de ingestelde termijn tot inzending van de getekende pachtovereenkomst bij de grondkamer zijn overgegaan, maakt de grondkamer een akte in drievoud op, gelijkluidend aan de aan partijen gezonden ontwerp-pachtovereenkomst en bepaalt daarin de pachtprijs. De grondkamer ondertekent de akte en zendt een exemplaar daarvan bij aangetekende brief aan ieder der partijen toe. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 De akte heeft dezelfde kracht als een tussen partijen gesloten, door de grondkamer goedgekeurde, pachtovereenkomst. 2 artikel 67 Het opmaken en ondertekenen van de akte is een beschikking van de grondkamer, waartegen partijen beroep kunnen instellen. Het beroep moet worden ingesteld binnen dertig dagen na de verzending van de inbedoelde aangetekende brief. 3 De Centrale Grondkamer, beslissende op een beroep als bedoeld in het tweede lid, kan de akte wijzigen met uitzondering van bepalingen, welke voortvloeien uit de pachtverhouding, zoals deze door het plan van toedeling is komen vast te staan. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 Partijen in een gehandhaafde pachtverhouding zenden, indien de pachtovereenkomst tengevolge van de herinrichting gewijzigd of door een nieuwe vervangen moet worden, binnen dertig dagen, nadat het plan van toedeling is komen vast te staan, een desbetreffende overeenkomst ter goedkeuring bij de grondkamer in. 2 De nieuwe overeenkomst eindigt op hetzelfde tijdstip als waarop de overeenkomst, waarvoor zij in de plaats treedt, zou zijn geëindigd. Indien laatstbedoelde overeenkomst voor de wettelijke duur gold, tekent de grondkamer op de nieuwe overeenkomst aan, dat deze verlengbaar zal zijn. 3 artikelen 67 68 Indien aan het bepaalde in het eerste lid niet is voldaan, vinden op verzoek van de meest gerede partij deenovereenkomstige toepassing. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 artikel 95 Alle pachtovereenkomsten, welke ingevolge de bepalingen van deze afdeling tot stand komen, treden van rechtswege in werking op het tijdstip, waarop de inbedoelde akte in de openbare registers wordt ingeschreven. Op hetzelfde tijdstip eindigen de pachtovereenkomsten, voor welke de eerstgenoemde pachtovereenkomsten in de plaats treden. 2 artikel 67 Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de rechtsverhoudingen, geregeld bij een akte als bedoeld in. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 In elk blok worden de beperkte rechten, het recht van huur en lasten welke met betrekking tot de onroerende zaken bestaan, geregeld of opgeheven onder regeling van de geldelijke gevolgen daarvan; ruilverkavelingsrenten worden afgekocht overeenkomstig de daaromtrent geldende wettelijke bepalingen. 2 In het belang der herverkaveling kunnen beperkte rechten worden gevestigd. 3 artikel 58 artikel 43 van de onteigeningswet De hypotheken gaan met behoud van haar rang over op de kavels of gedeelten van kavels, welke in de plaats van de onroerende zaak, waarop zij rusten, worden toegedeeld. In de gevallen, voorzien in, oefenen de hypotheekhouder en degene, die op de zaak een recht van grondrente had, hun rechten uit op de wijze als omschreven in. 4 Conservatoire en executoriale beslagen gaan over op de kavels of gedeelten van kavels, welke in de plaats van de onroerende zaak, waarop zij gelegd zijn, worden toegedeeld, alsmede op de geldsommen, welke in de plaats van kavels of ter zake van onderbedeling worden toegekend. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 1 De herinrichtingscommissie stelt voor elk deelgebied in zijn geheel of bij gedeelten het inventarisatieplan vast. Zij vervaardigt daartoe één of meer kaarten, waarop zo nauwkeurig mogelijk worden aangegeven: d Bij de kaarten worden staten gevoegd waarop de afmetingen van de onder a, c enbedoelde voorzieningen zo nauwkeurig mogelijk zijn aangegeven. a. artikel 55, tweede lid de wijzigingen in het stelsel van wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken, alsmede de voorzieningen samenhangende met de wegen en waterlopen, bedoeld in, zoals deze zijn opgenomen in het vastgestelde herinrichtingsplan; b. artikel 16, derde lid de landschappelijke en recreatieve elementen, alsmede de natuurgebieden en cultuurhistorische elementen, zoals deze krachtens, zijn opgenomen in het vastgestelde herinrichtingsplan; c. de in elk blok gehandhaafde wegen, waterlopen, dijken, kaden, met de daartoe behorende kunstwerken; d. a indien aanwezig de wegen en kanalen met de daartoe behorende kunstwerken van de gemeente Groningen buiten haar grenzen gelegen voor zover niet begrepen onderof c. 2 De herinrichtingscommissie zendt een afschrift van haar in het eerste lid bedoelde besluit met de daarbij behorende kaart of kaarten, vergezeld van een voorstel omtrent de toewijzing van de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken aan gedeputeerde staten van de provincie, waarin het betrokken deelgebied is gelegen, onderscheidenlijk aan gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe, indien het betrokken deelgebied is gelegen in beide provincies. 3 artikel 74, vijfde lid De herinrichtingscommissie zendt een afschrift van haar in het eerste lid bedoelde besluit met de daarbij behorende kaart of kaarten aan de belanghebbende openbare lichamen en, voor zover in het inventarisatieplan wegen en kanalen met de daartoe behorende kunstwerken als bedoeld in, zijn opgenomen, eveneens aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 artikelen 8 9 van de Wegenwet artikelen 4 5 van de Wegenwet In elk blok worden de wegen met de daartoe behorende kunstwerken, welke voorheen voor het openbaar verkeer waren opengesteld en niet in het inventarisatieplan zijn opgenomen, in afwijking van het bepaalde in deendoor het enkele feit van de niet-opneming aan het openbaar verkeer onttrokken. In elk blok wordt aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken, welke in het inventarisatieplan zijn opgenomen, maar die voorheen niet voor het openbaar verkeer waren opengesteld, in afwijking van het bepaalde in deendoor het enkele feit van de opneming in het inventarisatieplan de bestemming van openbare weg gegeven. 2 artikelen 4 5 van de Wegenwet Aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken gelegen buiten een blok wordt in afwijking van het bepaalde in deendoor het enkele feit van de opneming in het inventarisatieplan de bestemming van openbare weg gegeven. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 artikel 72, tweede lid Na ontvangst van de in, bedoelde stukken wijzen gedeputeerde staten de eigendom van de openbare wegen, waterlopen en dijken met de daartoe behorende kunstwerken en het beheer en het onderhoud van de in het inventarisatieplan opgenomen wegen toe aan de naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komende openbare lichamen of andere rechtspersonen met dien verstande, dat de toewijzing aan andere rechtspersonen dan openbare lichamen slechts op hun verzoek kan geschieden en dat de gemeente Groningen de eigendom, het beheer en het onderhoud van de aan haar toebehorende en buiten de gemeente gelegen wegen en kanalen met de daartoe behorende kunstwerken verliest. 2 Gedeputeerde staten regelen het beheer en het onderhoud van de in het inventarisatieplan opgenomen waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken. 3 Gelijktijdig met de toewijzing, bedoeld in het eerste lid, wijzen gedeputeerde staten op voorstel van de herinrichtingscommissie de eigendom van natuurgebieden, van onroerende zaken bestemd voor landschappelijke en recreatieve doeleinden, alsmede de eigendom van onroerende zaken met cultuurhistorische waarde toe aan de naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komende openbare lichamen of andere rechtspersonen met dien verstande, dat de toewijzing aan andere rechtspersonen dan openbare lichamen slechts op hun verzoek kan geschieden. 4 Alvorens te besluiten horen gedeputeerde staten de in het eerste en derde lid bedoelde openbare lichamen en rechtspersonen. 5 Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Verkeer en Waterstaat ter zake van de overgang van de eigendom, het beheer en het onderhoud van aan de gemeente Groningen toebehorende en buiten deze gemeente gelegen wegen en kanalen met de daartoe behorende kunstwerken een financiële regeling vast, welke ten laste komt van de gemeente Groningen, voor zover de gemeente Groningen door de overgang een financiële last kwijt raakt, en welke ten goede komt aan de openbare lichamen, voor zover zij de lasten, samenhangend met de overgegane wegen en kanalen met de daartoe behorende kunstwerken, overnemen. 6 De eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken, de eigendom van natuurgebieden, van onroerende zaken, bestemd voor landschappelijke en recreatieve doeleinden, alsmede de eigendom van onroerende zaken met cultuurhistorische waarde kunnen niet aan de Staat worden toegewezen of onttrokken dan nadat Onze betrokken Minister daarin heeft toegestemd. 7 De toestemming, bedoeld in het zesde lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 8 De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde besluiten worden genomen door gedeputeerde staten van de provincie, waarin het betrokken deelgebied is gelegen, onderscheidenlijk indien het betrokken deelgebied is gelegen in meer dan één provincie door gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe, ieder afzonderlijk voor het gedeelte van het deelgebied dat in hun provincie is gelegen. 9 Wet herverdeling wegenbeheer Stb. Bij het besluit, bedoeld in het vijfde lid, worden de wijzigingen die zijn opgetreden krachtens de(1992, 563), buiten beschouwing gelaten. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 Op door Ons, op voordracht van Onze Minister, te bepalen tijdstippen zijn geheel of gedeeltelijk en in de mate waarin dat in het besluit wordt bepaald ontbonden: a. het "Convenant voor de inlating in de Kanalen der stad Groningen en over den afvoer langs dezelve, van de producten der na te meldene Veenen" op 17 mei 1817 gesloten tussen de "stad Groningen" en de "Drentsche veengenoten der markten Eext, Gieten, Bonnen, Gasselter Boereveen, Gasselter Nieuwveen, Drouwen, Buinen, Exelo en Valthe; b. het Contract van 7 maart 1872 tussen de gemeente Groningen en de marktgenoten van Weerdinge "ter inlating van de Weerdinger veenen in de stadskanalen"; c. het Contract van 20 februari 1875 tussen de gemeente Groningen en de eigenaren van de Muntersche stukken en de naamloze vennootschap Het Emmer Compascuum "nopens de doortrekking van het Stads Ter Apelerkanaal naar het Emmer Compascuum en den inlaat der aldaar gelegen Veenen". 2 Op de in het eerste lid vermelde wijze wordt het Contract van 9 september 1871 tussen de gemeente Groningen en de geïnteresseerden van het Kielsterverlaat met den aankleve van dien, ontbonden. 3 De herinrichtingscommissie doet door tussenkomst van gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe aan Onze Minister voorstellen omtrent de in het eerste lid bedoelde tijdstippen. 4 Nederlandse Staatscourant Een ingevolge het eerste en tweede lid door Ons genomen besluit wordt door Onze Minister bekend gemaakt in dealsmede in tenminste twee dagbladen die in de streek worden verspreid. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 artikel 75, tweede lid artikelen 74 75 Aan degene die in de kwaliteit van opvolgende gerechtigde tot een stadsmeierrecht rechtsopvolger is van een in, bedoelde geïnteresseerde, kent de herinrichtingscommissie op diens verzoek een in de lijst der geldelijke regelingen op te nemen en uit ’s Rijks kas te betalen schadevergoeding toe, voor zover hij schade lijdt ten gevolge van de toepassing van deen. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 artikel 74, eerste, tweede en derde lid artikel 74, vijfde lid Gedeputeerde staten doen van een besluit als bedoeld in, mededeling door toezending van een afschrift aan de herinrichtingscommissie alsmede, voor zover het besluit betrekking heeft op wegen en kanalen met de daartoe behorende kunstwerken als bedoeld in, aan Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, van Financiën en van Verkeer en Waterstaat. 2 Van de besluiten van gedeputeerde staten inzake de toewijzing van de eigendom van de openbare wegen, waterlopen en dijken met de daartoe behorende kunstwerken, van natuurgebieden, van onroerende zaken bestemd voor landschappelijke en recreatieve doeleinden en van onroerende zaken met cultuurhistorische waarde, een en ander voor zover zij gelegen zijn buiten een blok, wordt een akte opgemaakt door een door de herinrichtingscommissie aan te wijzen notaris en ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de herinrichtingscommissie. 3 Door de inschrijving van de akte wordt de daarin omschreven eigendom verkregen. 4 artikel 74, eerste, tweede of derde lid Tegen een besluit als bedoeld in, kunnen uitsluitend de aldaar bedoelde openbare lichamen en andere rechtspersonen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 5 Gedeputeerde staten doen van de uitspraak in beroep mededeling door toezending van een afschrift ervan: a. in geval van beroep tegen de toewijzing van de eigendom, het beheer of het onderhoud van de in het tweede lid bedoelde onroerende zaken, aan de herinrichtingscommissie en, indien door de uitspraak in beroep de eigendom aan een ander openbaar lichaam of rechtspersoon wordt toegewezen dan in de in het tweede lid bedoelde akte is vermeld, ter inschrijving in de openbare registers aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers; b. b artikel 95, derde lid, onderdeel artikel 95, eerste lid in geval van beroep tegen de toewijzing van de eigendom, het beheer of het onderhoud van de in, bedoelde onroerende zaken, aan de herinrichtingscommissie en, indien de in, bedoelde akte is ingeschreven in de openbare registers en door de uitspraak in beroep de eigendom aan een ander openbaar lichaam of rechtspersoon dan in die akte is vermeld wordt toegewezen, ter inschrijving in de openbare registers aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. 6 Door de inschrijving van de uitspraak in beroep in de openbare registers wordt de in die uitspraak omschreven eigendom verkregen door de in die uitspraak genoemde openbare lichamen. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 artikel 74, vijfde lid Tegen een besluit als bedoeld in, kunnen uitsluitend belanghebbende openbare lichamen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 artikelen 1 2 van de Waterstaatswet 1900 a artikelen 18 19 20 van de Wegenwet Voor zover het openbare lichaam voorheen niet was belast met het beheer en het onderhoud van wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken gaan in afwijking van het bepaalde in deenen de,enhet beheer en het onderhoud over door het enkele feit van de aanwijzing in beheer en onderhoud. 1988 676 08-11-1988 19639 1991 188 15-04-1991 01-06-1991
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 Zodra met betrekking tot een blok a. artikelen 37 38 39 de processen-verbaal, bedoeld in de,en, zijn opgemaakt en b. het inventarisatieplan voor het blok geheel is vastgesteld en c. tweede lid van artikel 62 het in hetlaatstbedoelde tijdstip is verstreken gaat de herinrichtingscommissie over tot het opmaken van het plan van toedeling. 2 De herinrichtingscommissie stelt op de door haar te bepalen plaats en tijd de bekende belanghebbenden in de gelegenheid hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Het plan van toedeling houdt in: 1. de kavelindeling; 2. artikel 74, eerste en derde lid d artikel 16, vierde lid ondersub 1 de toedeling van de op grond van, toegewezen, binnen het blok gelegen kavels, bestemd voor voorzieningen als bedoeld in; 3. de toedeling der overige kavels; 4. artikel 61 derde lid van artikel 61 de ingevolgegehandhaafde, opgeheven en gevestigde pachtverhoudingen, onder vermelding van de in hetbedoelde bepalingen inzake de duur en de verlengbaarheid der pachtovereenkomst; 5. artikel 71 de inbedoelde regeling, opheffing of vestiging van beperkte rechten, het recht van huur en de lasten welke met betrekking tot de onroerende zaken bestaan; 6. bepalingen omtrent de ingebruikneming. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 In het plan van toedeling kunnen met toestemming van hen, die bevoegd zijn te beschikken ten aanzien van niet in het blok gelegen onroerende zaken, regelingen worden opgenomen betreffende grenswijziging, burenrechten en erfdienstbaarheden. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 De herinrichtingscommissie zet overeenkomstig het plan van toedeling de grenzen der kavels uit op het terrein. 2 De herinrichtingscommissie legt het plan van toedeling gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage op een door de herinrichtingscommissie te bepalen plaats. 3 De herinrichtingscommissie doet van de nederlegging tevoren openbare kennisgeving in twee dagbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze, alsmede bijzondere kennisgeving bij aangetekende brief aan de bekende belanghebbenden. 4 De kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van bezwaren. 5 Op het niet-ontvangen zijn van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 artikel 83 artikel 81, onder 2 Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop het inbedoelde plan van toedeling ter inzage heeft gelegen, kan iedere belanghebbende schriftelijk zijn bezwaren bij de herinrichtingscommissie indienen met dien verstande, dat tegen de toedeling, bedoeld in, geen bezwaren kunnen worden ingediend. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 artikel 84 Indien binnen de termijn en op de wijze inbepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat het plan van toedeling vast. Daarvan maakt de herinrichtingscommissie proces-verbaal op. 2 artikel 84 Indien binnen de termijn en op de wijze inbepaald bezwaren zijn ingediend, onderzoekt de herinrichtingscommissie de bezwaren en tracht zij overeenstemming te bereiken; voor zover overeenstemming is verkregen, vinden de bepalingen van het eerste lid overeenkomstige toepassing. 3 Voor zover geen overeenstemming is verkregen of voor zover de herinrichtingscommissie van oordeel is, dat de bezwaren niet tijdig zijn ingediend, maakt zij omtrent die bezwaren en het daaromtrent verhandelde proces-verbaal op. 4 De herinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de processen-verbaal en van de ingediende bezwaarschriften aan de rechter-commissaris van de arrondissementsrechtbank binnen welker rechtsgebied het blok of het grootste gedeelte daarvan is gelegen en aan Onze Minister. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 Indien geen overeenstemming is verkregen, bepaalt de rechter-commissaris de tijd en plaats der bijeenkomst, waarop de belanghebbenden bij de in het proces-verbaal vermelde bezwaren voor hem kunnen verschijnen. De rechter-commissaris doet hiervan mededeling aan de herinrichtingscommissie en aan Onze Minister. 2 Zij, die bezwaren hebben ingediend, en de bekende belanghebbenden bij die bezwaren worden door de rechter-commissaris bij aangetekende brief opgeroepen om in persoon of bij schriftelijk gemachtigde de bijeenkomst bij te wonen. 3 In de oproeping wordt opmerkzaam gemaakt op het rechtsgevolg door de wet aan het niet-bijwonen der bijeenkomst verbonden. 4 De bijeenkomst wordt niet gehouden dan nadat tenminste veertien dagen na het verzenden der oproepingen zijn verstreken. 5 Op het niet-ontvangen zijn van de oproeping kan geen beroep worden gedaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 Op de bepaalde tijd wordt de bijeenkomst gehouden onder voorzitterschap van de rechter-commissaris, bijgestaan door de griffier der arrondissementsrechtbank. 2 De bijeenkomst wordt bijgewoond door een vertegenwoordiger van Onze Minister, één of meer vertegenwoordigers van de herinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen, verdaagt de rechter-commissaris de bijeenkomst zonder dat een nadere oproeping zal worden gezonden. 4 Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde op de bijeenkomst aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld, worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken. 5 Het vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die binnen een week na de dag der bijeenkomst bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, het niet-verschijnen op de bijeenkomst verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken. 6 Indien de rechter-commissaris het beroep op overmacht gegrond acht, stelt hij een nadere dag voor de behandeling van de bezwaren vast. 7 Van het verhandelde maakt de rechter-commissaris proces-verbaal op waarvan hij afschrift zendt aan de herinrichtingscommissie. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 Voor zover geschillen blijven bestaan, verwijst de rechter-commissaris de zaak naar een door hem te bepalen zitting van de arrondissementsrechtbank. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding. 2 De arrondissementsrechtbank behandelt de zaken betreffende het plan van toedeling vóór elke andere met uitzondering van die betreffende onteigening. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 1 Op de dienende dag lichten zij, wier zaken verwezen zijn, hun standpunt hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk gemachtigde mondeling toe. 2 De arrondissementsrechtbank hoort de vertegenwoordiger van Onze Minister, de vertegenwoordigers van de herinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Uiterlijk dertig dagen na het horen doet de arrondissementsrechtbank uitspraak. 4 Indien deze uitspraak van invloed is op het plan van toedeling, is de arrondissementsrechtbank bevoegd dit plan te wijzigen na de bij de wijziging betrokken belanghebbenden daarover te hebben gehoord. 5 artikel 52 Ten aanzien van de kosten van het geding vindt het bepaalde inovereenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank staat geen rechtsmiddel open, onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij de Hoge Raad om zich in het belang der wet in cassatie te voorzien. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 artikel 64 artikel 62 Wanneer tengevolge van de behandeling van de bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden door de rechter wijzigingen in die lijst worden aangebracht, alsmede wanneer ingevolge het bepaalde inwijzigingen worden aangebracht in de registratie, bedoeld in, brengt de rechter de daardoor noodzakelijk geworden wijzigingen in het plan van toedeling aan. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 Indien de herinrichtingscommissie zulks verzoekt, wordt degene, aan wie krachtens het plan van toedeling enige onroerende zaak in eigendom of in gebruik toekomt, op bevelschrift van de rechter-commissaris desnoods door middel van de sterke arm bij voorraad in de macht daarvan gesteld. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 1 a artikel 80, eerste lid onder De herinrichtingscommissie kan in afwijking van het bepaalde in, bepalen, dat de lijst van rechthebbenden, het register van uitkomsten der schattingen en het plan van toedeling gelijktijdig zullen worden opgemaakt en ter visie gelegd. 2 In het in het eerste lid bedoelde geval worden eerst de bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden en tegen het register van uitkomsten der schattingen en vervolgens die tegen het plan van toedeling behandeld. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 1 Indien de behandeling van de bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden en tegen het register van uitkomsten der schattingen wijzigingen in het ter visie gelegde plan van toedeling noodzakelijk maakt, brengt de herinrichtingscommissie die wijzigingen in dat plan aan zodra de arrondissementsrechtbank over de bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden en het register van uitkomsten der schattingen uitspraak heeft gedaan. 2 De herinrichtingscommissie doet aan de betrokken belanghebbenden schriftelijk mededeling van de door haar in het plan van toedeling aangebrachte wijzigingen. Zij stelt de betrokken belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk bezwaren tegen de aangebrachte wijzigingen in te dienen. 3 Voor zover in het geval, bedoeld in het tweede lid, bezwaren zijn ingediend, worden deze bezwaren tezamen met de eerder tegen het plan van toedeling ingediende bezwaren behandeld. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 1 Zodra het plan van toedeling vaststaat en de lijst van rechthebbenden door de arrondissementsrechtbank is gesloten, maakt een door de herinrichtingscommissie aangewezen notaris de akte van toedeling op. 2 In de akte wordt opgenomen een kaart van het blok met aanwijzing van de kavels en de wegen en waterlopen. 3 In de akte worden voorts opgenomen: a. artikel 71 de inbedoelde regeling, opheffing of vestiging van beperkte rechten en van de lasten welke met betrekking tot de onroerende zaken bestaan, met uitzondering van de bepalingen betreffende geldelijke verrekeningen; b. artikel 74, eerste lid d artikel 16, vierde lid ondersub 1 het in, bedoelde besluit inzake de toewijzing van de eigendom van openbare wegen, waterlopen en dijken met de daartoe behorende kunstwerken, voor zover zij binnen het blok zijn gelegen, met uitzondering van het gedeelte dat betrekking heeft op voorzieningen als bedoeld in. 4 Artikel 20, eerste lid, van de Kadasterwet De omschrijving van de kavels, de wegen en de waterlopen, die op de in het tweede lid bedoelde kaart zijn afgebeeld en die daarop voorzien zijn van een nummer, geschiedt door vermelding van het nummer waarmee zij op die kaart voorkomen.is niet van toepassing voor zover het betreft het vermelden van de aard en de plaatselijke aanduiding zo deze er is, van onroerende zaken. 5 In de akte van toedeling worden tevens vermeld de hypotheken en de beslagen die door de inschrijving van de akte van toedeling niet meer blijven bestaan. 6 artikelen 18 b 24, tweede lid onder, en vierde lid, tweede volzin, van de Kadasterwet Het bepaalde in de, eerste en vijfde lid, en, is van overeenkomstige toepassing op de akte van toedeling. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 artikel 31 Indien op de inbedoelde lijst een stadsmeierrecht vermeld staat rustende op een onroerende zaak, dat niet deel uitmaakt van het in dat artikel bedoelde blok, wordt in de akte van toedeling van dat blok het stadsmeierrecht vervangen door een recht van eigendom ten gunste van de gerechtigde tot dat stadsmeierrecht en verliest de gemeente Groningen de bezwaarde eigendom van die onroerende zaak. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 1 De akte van toedeling wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de voorzitter en de secretaris van de herinrichtingscommissie. 2 Zij geldt als titel voor de daarin omschreven rechten. Door de inschrijving van de akte in de openbare registers worden de daarin omschreven onroerende zaken en beperkte rechten verkregen. 3 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers tekent op grond van de akte bij elke hypothecaire inschrijving, onderscheidenlijk bij elke inschrijving van een beslag aan, dat de hypotheek onderscheidenlijk het beslag in het vervolg zal rusten op de in de akte aangewezen kavels, of gedeelten daarvan, dan wel op de rechten waaraan die kavels of gedeelten daarvan zijn onderworpen. 4 artikel 95, vijfde lid De bewaarder van het kadaster en de openbare registers haalt ambtshalve door de door de inschrijving van de akte van toedeling niet meer bestaande inschrijvingen van de in, bedoelde hypotheken en beslagen. 5 Kadasterwet artikelen 60 tot en met 63 van de Kadasterwet De bewaarder van het kadaster en de openbare registers zendt zo spoedig mogelijk per brief aan elke eigenaar van, alsmede aan elk beperkt gerechtigde met betrekking tot de onroerende zaak een kennisgeving van het resultaat van de bijhouding van de basisregistratie kadaster die op grond van de inschrijving van de akte plaatsvindt. De brief vermeldt de dag van de verzending alsmede de in de basisregistratie kadaster vermeld staande gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, als bedoeld in de, de grootte en de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak, waarop de kennisgeving betrekking heeft. Dezijn niet van toepassing op de in de eerste zin bedoelde bijhouding. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 artikel 95 De rechten en verplichtingen voortvloeiend uit een overeenkomst, waarbij een stadsmeierrecht is gevestigd, vervallen van rechtswege op het tijdstip waarop de inbedoelde akte in de openbare registers wordt ingeschreven. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 1 artikel 82 artikel 97, tweede lid eerste zin artikel 97, derde lid artikel 96 Onverminderd het bepaalde inblijven in afwijking van het bepaalde in, en, de beperkte rechten ten laste van de inbedoelde stadsmeierrechten dan wel ten laste van de onroerende zaken, waarop die stadsmeierrechten rusten, gehandhaafd. Deze beperkte rechten rusten na de inschrijving van de akte van toedeling in de openbare registers op de onroerende zaken, waarop de stadsmeierrechten betrekking hadden. 2 artikel 97, vierde lid artikel 96 In afwijking van het bepaalde in, rusten de conservatoire en executoriale beslagen ten laste van de inbedoelde stadsmeierrechten na de inschrijving van de akte van toedeling in de openbare registers op de onroerende zaken, waarop de stadsmeierrechten betrekking hadden. 3 artikel 98 In afwijking van het inbepaalde blijven ten aanzien van onroerende zaken, die niet deel uitmaken van een blok, gehandhaafd de uit een overeenkomst, waarbij een stadsmeierrecht is gevestigd, voortvloeiende rechten en verplichtingen betrekking hebbende op achtvoetspaden, voet- en kruipaden, wegen, uitzicht, verbod van bebouwing of van opslag, waterafvoer, rioolrecht en andere door Ons bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen rechten en verplichtingen van soortgelijke strekking. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 artikel 95 Na de inschrijving van de inbedoelde akte wordt hij, aan wie daarbij enige onroerende zaak in eigendom of gebruik is toegedeeld, desnoods op bevelschrift van de rechter-commissaris door middel van de sterke arm in de macht daarvan gesteld. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 1 artikelen 60 96 De gemeente Groningen ontvangt van de Staat voor het verlies van de bezwaarde eigendom van de onroerende zaken als bedoeld in deende gekapitaliseerde waarde van de jaarlijkse inkomsten voortvloeiende uit die onroerende zaken. 2 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde jaarlijkse inkomsten wordt vastgesteld door de herinrichtingscommissie. Bij de vaststelling van de jaarlijkse inkomsten wordt rekening gehouden met de invloed die de opheffing van de stadsmeierrechten heeft gehad op het aantal overdrachten en de overdrachtsprijs van de stadsmeierrechten. 3 Bij de berekening van de in het eerste lid genoemde gekapitaliseerde waarde wordt uitgegaan van een rentevoet, vastgesteld door Onze Minister van Binnenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, gehoord de gemeente Groningen. Bij de vaststelling van de rentevoet wordt rekening gehouden met de in de toekomst te verwachten toeneming van het aantal overdrachten van de stadsmeierrechten en reële waardestijging van de stadsmeierrechten. 4 Onze Minister van Binnenlandse Zaken zendt een afschrift van het in het derde lid bedoelde besluit aan de herinrichtingscommissie en de gemeente Groningen. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 artikelen 103-106 Op degene die krachtens de inschrijving van de akte van toedeling de eigendom van onroerende zaken heeft verkregen en krachtens zodanige inschrijving niet langer gerechtigde tot een stadsmeierrecht is, rust een schuldplichtigheid ten behoeve van de Staat, die op de voet van dewordt vastgesteld. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 1 artikel 102 De inbedoelde schuldplichtigheid bestaat voor een natuurlijk persoon voor iedere onroerende zaak, met betrekking waartoe hij krachtens de inschrijving van de akte van toedeling niet langer gerechtigde tot een stadsmeierrecht is, uit het 50-voud van de jaarlijks ter zake van die onroerende zaak verschuldigde huur of pacht. 2 artikel 102 De inbedoelde schuldplichtigheid bestaat voor een rechtspersoon voor iedere onroerende zaak, met betrekking waartoe hij krachtens de inschrijving van de akte van toedeling niet langer gerechtigde tot een stadsmeierrecht is, uit de op het tijdstip van die inschrijving contante waarde van het overgangsrecht, dat bij voortbestaan van het stadsmeierrecht ter zake van die onroerende zaak verschuldigd zou zijn geweest op de eerstvolgende vaste vervaldag na de dag van inschrijving van de akte van toedeling. 3 artikel 102 De inbedoelde schuldplichtigheid bestaat voor een rechtspersoon, die krachtens de inschrijving van de akte van toedeling de eigendom van onroerende zaken heeft verkregen, niet, voor zover het betreft gebouwen: en andere daarmede vergelijkbare door Ons bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gebouwen. a. in hoofdzaak bestemd voor de openbare eredienst; b. bestemd voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten in de zin van de artikelen 13 en 14 van de Wet Premie Kerkenbouw; c. behorende tot een klooster; d. behorende tot een diaconie; e. behorende tot een weldadigheidsinstelling; f. behorende tot een ziekenhuis; g. in hoofdzaak bestemd voor het geven van onderwijs; 4 Voor de bepaling van de in het tweede lid bedoelde contante waarde worden de grondslagen gevormd door: a. artikelen 104-106 de met inachtneming van debepaalde verkoopwaarde van het stadsmeierrecht; b. artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek artikel 104 de inbedoelde wettelijke rente, ten tijde van de inbedoelde schatting. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 1 artikel 105 Op verzoek van de herinrichtingscommissie benoemt de voorzieningenrechter van de rechtbank te Groningen voor elk deelgebied waarvan onroerende zaken deel uitmaken, met betrekking waartoe een rechtspersoon gerechtigde tot een stadsmeierrecht is, een schattingscommissie om met inachtneming van het bepaalde inde verkoopwaarde te schatten van het stadsmeierrecht dat rust op de onroerende zaak, met inbegrip van de zich daarop bevindende opstallen en beplantingen, en met betrekking waartoe een rechtspersoon gerechtigd is. De schattingen vinden plaats onderscheidenlijk naar stadsmeierrecht, waarvoor de 20e of 30e penning, dan wel een andere vergoeding bij overgang is verschuldigd. De voorzieningenrechter wijst uit de leden van de schattingscommissie een voorzitter aan en regelt de aan de leden van de schattingscommissie toe te kennen vergoedingen. 2 artikel 16, vijfde lid De in het eerste lid bedoelde schatting vindt plaats voor elk blok afzonderlijk. De schatting van de verkoopwaarde van stadsmeierrechten rustend op niet van een blok deel uitmakende onroerende zaken vindt plaats tegelijkertijd met de schatting van de verkoopwaarde van de stadsmeierrechten rustend op onroerende zaken deel uitmakende van het in, bedoelde blok. 3 De herinrichtingscommissie voegt een secretaris aan de schattingscommissie toe. 4 De voorzitter van de schattingscommissie kan aan de voorzieningenrechter van de rechtbank benoeming van nog een of meer andere leden verzoeken, indien de schatting van een bepaald object of van bepaalde objecten bijzondere deskundigheid vereist, welke de reeds benoemde leden niet bezitten. 5 De voorzitter van de schattingscommissie regelt de werkzaamheden van de schattingscommissie. 6 Iedere schatting geschiedt door drie leden van de schattingscommissie. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 1 artikel 31 Bij de schatting van de verkoopwaarde van de stadsmeierrechten, welke rusten op niet van een blok deel uitmakende onroerende zaken, wordt uitgegaan van de toestand ten tijde van de inschrijving van de akte van toedeling van het inbedoelde blok. Bij de schatting van de verkoopwaarde van de stadsmeierrechten, welke rusten op van een blok deel uitmakende onroerende zaken, wordt uitgegaan van de toestand ten tijde van de inschrijving van de akte van toedeling van dat blok. 2 Boeken 3 5 6 van het Burgerlijk Wetboek Bij de schatting bedoeld in lid 1 worden mede in aanmerking genomen de zaken die vóór het in werking treden van de,enonroerend waren door bestemming. Ten aanzien van deze zaken wordt in aanmerking genomen de waarde welke zij ontlenen aan hun gebruiksmogelijkheden ter plaatse. 3 Waardeveranderingen tengevolge van de herinrichting blijven bij het schatten van de verkoopwaarde buiten beschouwing. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 1 De schattingscommissie geeft de gerechtigde tot een stadsmeierrecht en de gemeente Groningen gelegenheid om haar alle feiten en omstandigheden mede te delen, die van belang zijn voor een juiste schatting. Zij roept hen daartoe met inachtneming van een termijn van tenminste een week op. 2 Zij verstrekken aan de schattingscommissie alle door deze nodig geachte gegevens om tot schatting te komen. 3 De schattingscommissie doet haar schatting niet dan na de onroerende zaken in ogenschouw te hebben genomen. De gerechtigden tot een stadsmeierrecht en de eventuele gebruikers zijn verplicht de schattingscommissie toegang tot de onroerende zaken te verlenen. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 1 artikel 32 De herinrichtingscommissie geeft op een door haar te bepalen tijdstip aan de schatters, bedoeld in, opdracht tot het schatten van: a. artikelen 24 25 artikel 33 de waardeveranderingen, bedoeld in deen, voor zover deze voor verrekening in aanmerking komen en daarmede bij de schatting, bedoeld in, nog geen rekening is gehouden; b. artikel 33 de verandering van de ingevolgevastgestelde waarde van iedere kavel als gevolg van de herinrichting; c. zo nodig de gebouwen, werken en beplantingen; d. zo nodig de waarde, voor zover deze bepaald wordt door andere dan agrarische factoren. 2 Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de wijze waarop de schatting wordt verricht. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 1 De herinrichtingscommissie gaat daarna zo spoedig mogelijk over tot het opmaken van de lijst der geldelijke regelingen. 2 artikel 31 artikel 109, onder 6 en 7 De lijst der geldelijke regelingen van het inbedoelde blok houdt mede de vermelding in van de in, bedoelde gegevens, voor zover verband houdende met onroerende zaken, die niet deel uitmaken van een blok. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 De lijst der geldelijke regelingen houdt in: 1. artikel 107 de uitkomsten der schattingen volgens, alsmede de daaruit voortvloeiende geldelijke verrekeningen ten aanzien van de daarbij betrokken eigenaren; 2. artikelen 57 58 de geldelijke verrekeningen, voortvloeiende uit de toepassing van deen; 3. artikel 61 de geldelijke verrekeningen, voortvloeiende uit de toepassing van; 4. artikel 71, eerste lid de bepaling der geldelijke gevolgen, bedoeld in; 5. de afkoopsom van de ruilverkavelingsrenten; 6. artikel 104 artikel 102 de uitkomsten van de schattingen, bedoeld in, alsmede de op grond vante betalen bedragen; 7. toe te kennen schadevergoedingen; 8. de vergoedingen voor zaken, welke in verband met de overgang der onroerende zaken moeten worden verrekend. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 artikel 101, eerste lid De herinrichtingscommissie wijst in elk deelgebied een blok aan op de lijst der geldelijke regelingen waarvan de in, bedoelde gekapitaliseerde waarde wordt vermeld van de jaarlijkse inkomsten van de gemeente Groningen, voortvloeiende uit de aan haar in bezwaarde eigendom toebehorende en in het deelgebied gelegen onroerende zaken. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 1 De lijst der geldelijke regelingen wordt door de herinrichtingscommissie gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage gelegd op een door haar te bepalen plaats. 2 Het derde tot en met het vijfde lid van artikel 83 zijn van overeenkomstige toepassing. 3 De lijst der geldelijke regelingen wordt in haar geheel of in uittreksel tegen betaling der kosten verkrijgbaar gesteld. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 artikel 111 Uiterlijk de dertigste dag na de laatste dag, waarop de inbedoelde lijst der geldelijke regelingen ter inzage heeft gelegen, kan iedere belanghebbende schriftelijk zijn bezwaren bij de herinrichtingscommissie indienen. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 artikel 112 Voor zover binnen de termijn en op de wijze inbepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat de lijst der geldelijke regelingen vast. Daarvan maakt de herinrichtingscommissie proces-verbaal op. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 artikel 112 Indien binnen de termijn en op de wijze inbepaald bezwaren zijn ingediend, onderzoekt de herinrichtingscommissie de bezwaren en tracht zij overeenstemming te bereiken. 2 artikel 113 Voor zover overeenstemming is verkregen, vinden de bepalingen vanovereenkomstige toepassing. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 Voor zover geen overeenstemming is verkregen, maakt de herinrichtingscommissie van het omtrent die bezwaren verhandelde proces-verbaal op. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 artikelen 113 114 115 De herinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de lijst der geldelijke regelingen en van de in de,enbedoelde processen-verbaal aan de rechter-commissaris van de arrondissementsrechtbank binnen welker rechtsgebied het blok of het grootste gedeelte daarvan is gelegen en aan Onze Minister. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 1 Indien geen overeenstemming is verkregen, bepaalt de rechter-commissaris terstond tijd en plaats der bijeenkomst, waarop de belanghebbenden bij de in het proces-verbaal vermelde bezwaren voor hem kunnen verschijnen. De rechter-commissaris doet hiervan mededeling aan de herinrichtingscommissie en aan Onze Minister. 2 Artikel 86, tweede tot en met vijfde lid artikel 87 , enzijn van overeenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 1 vierde lid van artikel 87 Voor zover overeenstemming is verkregen omtrent de lijst der geldelijke regelingen dan wel het in hetbedoelde geval zich voordoet, staat de lijst vast. 2 Voor zover geschillen blijven bestaan, verwijst de rechter-commissaris de zaak naar een door hem te bepalen zitting van de arrondissementsrechtbank. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding. De arrondissementsrechtbank behandelt zaken betreffende de lijst der geldelijke regelingen vóór elke andere met uitzondering van die betreffende onteigening. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 1 Op de dienende dag lichten zij, wier zaken verwezen zijn, hun standpunt hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijke gemachtigde mondeling toe. 2 De arrondissementsrechtbank hoort de vertegenwoordiger van Onze Minister, de vertegenwoordigers van de herinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Uiterlijk dertig dagen na het horen doet de arrondissementsrechtbank uitspraak. 4 Indien deze uitspraak van invloed is op de lijst der geldelijke regelingen, is de arrondissementsrechtbank bevoegd deze lijst te wijzigen na de bij de wijziging betrokken belanghebbenden daarover te hebben gehoord. 5 artikel 52 Ten aanzien van de kosten van het geding vindt het inbepaalde overeenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Artikel 47 Tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank staat behalve cassatie geen rechtsmiddel open.is van toepassing. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 1 Nadat zij omtrent alle geschillen betreffende de lijst der geldelijke regelingen heeft beslist, sluit de arrondissementsrechtbank zo spoedig mogelijk de lijst der geldelijke regelingen, behoudens voor zover omtrent een geschil nog niet onherroepelijk is beslist. 2 artikel 120 Indienis toegepast, sluit de arrondissementsrechtbank de lijst der geldelijke regelingen ten aanzien van de betrokken onderdelen zodra omtrent een geschil over een zodanig onderdeel onherroepelijk is beslist. 3 artikel 120 Indien ten gevolge van de toepassing vanwijziging van een in het tweede lid bedoeld onderdeel leidt tot een vermindering van de schuldplichtigheid, worden de geldelijke gevolgen daarvan door de Staat gedragen. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 De lijst der geldelijke regelingen, zoals zij door de arrondissementsrechtbank is gesloten, geldt als titel voor de daarin omschreven vorderingen. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 1 De herinrichtingscommissie kan bepalen dat het plan van toedeling en de lijst der geldelijke regelingen gelijktijdig zullen worden opgemaakt en ter visie gelegd. Alsdan worden eerst de bezwaren tegen het plan van toedeling en vervolgens die tegen de lijst der geldelijke regelingen behandeld. 2 In de lijst der geldelijke regelingen dienen te worden opgenomen de geldelijke gevolgen van de behandeling van de bezwaren tegen het plan van toedeling. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 1 artikel 93 Indien de gelijktijdige tervisielegging van het plan van toedeling en de lijst der geldelijke regelingen gepaard gaat met toepassing van, doet de herinrichtingscommissie de betrokken belanghebbenden schriftelijk mededeling van de geldelijke gevolgen, welke de behandeling van de bezwaren tegen het plan van toedeling heeft voor de lijst der geldelijke regelingen. 2 De herinrichtingscommissie stelt in dat geval de betrokken belanghebbenden in de gelegenheid schriftelijk bezwaren tegen die geldelijke gevolgen in te dienen. 3 Voor zover in het geval, bedoeld in het tweede lid, bezwaren zijn ingediend, worden deze bezwaren tezamen met de eerder tegen de lijst der geldelijke regelingen ingediende bezwaren behandeld. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 124a — Artikel 124a#
Artikel 124a hoofdstukken 6 7 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 36, eerste lid 63, tweede lid 84 93, tweede lid 112 123, eerste lid artikel 68, tweede lid Deenzijn niet van toepassing ten aanzien van de bezwaren, bedoeld in de,,,,en, noch ten aanzien van het beroep, bedoeld in. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 Ten laste van de Staat komen alle kosten der herinrichting, voor zover deze niet ingevolge de bepalingen van deze wet of krachtens overeenkomst door anderen worden gedragen. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 1 artikel 102 Ter zake van de op grond van de lijst der geldelijke regelingen, zoals zij door de arrondissementsrechtbank is gesloten, door de eigenaren andere dan op grond vanverschuldigde bedragen, rust op de hun toegedeelde kavels onder de naam van "herinrichtingsrente" een schuldplichtigheid ten behoeve van de Staat. 2 Op zijn verzoek kan een eigenaar de door hem verschuldigde, in het eerste lid bedoelde, bedragen ineens voldoen. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 artikel 126 De rente bedraagt zes procent van de volgensverschuldigde bedragen. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 Vervallen 1990 222 31-05-1990 30-05-1990 21135 1990 222 31-05-1990 30-05-1990 21135 01-06-1990
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 De rente is verschuldigd over zes en twintig achtereenvolgende jaren, te beginnen met het jaar volgende op dat, waarin de herinrichtingsrente ter opneming in de basisregistratie kadaster door het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers is ontvangen. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 1 Bij splitsing van een perceel wordt de rente van de nog niet ingetreden jaren verdeeld naar verhouding van de grootte van die percelen volgens de basisregistratie kadaster. 2 Wordt een perceel of een gedeelte van een perceel met andere grond samengevoegd dan gaat de rente of het betreffende gedeelte van de rente voor de nog niet ingetreden jaren op het door die samenvoeging gevormde perceel over. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 1 De rente is verschuldigd door hem, die het genot heeft van het perceel als bezitter, eigenaar of beperkt gerechtigde. 2 artikel 134 In geval van vruchtgebruik is degene aan wie de bezwaarde eigendom toebehoort verplicht de vruchtgebruiker bij het eindigen van zijn vruchtgebruik te vergoeden, hetgeen deze in verband met de vermindering van de waarde van de rente, berekend volgens, geacht moet worden voor aflossing te hebben betaald. 3 In geval van het recht van opstal is de rente slechts verschuldigd, voor zover zodanig recht niet betreft het leggen en houden van leidingen in, op of boven de onroerende zaak van een ander. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 132 — Artikel 132#
Artikel 132 Het bedrag van de rente wordt door de zorg van het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers bij ieder daaraan onderworpen perceel in de basisregistratie kadaster opgenomen. 2007 105 22-03-2007 05-03-2007 30544 2007 499 18-12-2007 05-12-2007 01-01-2008
Artikel 133 — Artikel 133#
Artikel 133 1 De rente wordt geheven en ingevorderd door of vanwege Onze Minister van Financiën. 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen Invorderingswet 1990 Stb. Stb. De heffing en de invordering van de rente geschieden met toepassing van de(1959, 301) en de(221) als ware die rente een rijksbelasting. 3 De rente wordt geheven bij wege van aanslag. Indien met betrekking tot een zelfde perceel twee of meer personen renteplichtig zijn kan de rente bij wege van één aanslag worden geheven ten name van één van hen. 4 Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 126 Bezwaar en beroep bedoeld inkunnen niet zijn gegrond op de stelling dat de op grond vanverschuldigde bedragen ten onrechte of te hoog zijn vastgesteld. 5 Indien met toepassing van de tweede volzin van het derde lid de aanslag ten name van één renteplichtige is gesteld kan: a. de ontvanger de aanslag op het gehele perceel verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige renteplichtigen; b. de renteplichtige die de aanslag heeft voldaan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn renteplicht verhalen op de overige renteplichtigen naar evenredigheid van ieders renteplicht. 6 b Van het vijfde lid, aanhef en onderdeel, kan bij overeenkomst worden afgeweken. 1990 222 31-05-1990 30-05-1990 21135 1990 222 31-05-1990 30-05-1990 21135 01-06-1990
Artikel 134 — Artikel 134#
Artikel 134 1 Vóór of op 1 juli van elk jaar kan de rente over de nog niet ingetreden jaren worden afgekocht voor haar waarde op genoemde dag. 2 Ter berekening van die waarde wordt het over een jaar verschuldigde bedrag geacht op de eerste juli van dat jaar te verschijnen. De berekening geschiedt voorts naar de rentevoet van 3 5/8 procent. 3 De verdere bepalingen omtrent de afkoop worden door Onze Minister van Financiën vastgesteld. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 135 — Artikel 135#
Artikel 135 1 artikel 102 Zodra en voor zover de lijst der geldelijke regelingen door de rechtbank is gesloten, wordt de schuldplichtigheid, bedoeld in, vastgesteld door een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar. 2 Indien de schuldplichtige na de aanmaning in gebreke blijft, kan de invordering van het verschuldigde bedrag geschieden bij een door de ambtenaar uit te vaardigen dwangbevel. 3 artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van die wet artikelen 13 14 van die wet De betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden door de zorg van de ontvanger, bedoeld inen door de belastingdeurwaarder, bedoeld inmet toepassing van deen. 4 artikel 19 van de Invorderingswet 1990 artikel 24 van die wet Zolang de ontvanger met de zorg voor de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond vanalsmede verrekenen op grond van. 5 artikel 17 van de Invorderingswet 1990 Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel isvan overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in dat artikel voor "de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd" telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger. 6 artikelen 6 7 van de Invorderingswet 1990 Met betrekking tot de kosten van aanmaning en verdere invordering zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 136 — Artikel 136#
Artikel 136 Onze Minister is belast met de uitvoering van deze wet. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 137 — Artikel 137#
Artikel 137 De medewerking van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers bij de uitvoering van deze wet geschiedt kosteloos. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 138 — Artikel 138#
Artikel 138 1 Na beëindiging der werkzaamheden draagt de herinrichtingscommissie alle stukken, op de herinrichting betrekking hebbende, over aan Onze Minister. 2 Na overdracht van de in het eerste lid bedoelde stukken wordt de herinrichtingscommissie door Ons ontbonden op voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 139 — Artikel 139#
Artikel 139 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 140 — Artikel 140#
Artikel 140 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979
Artikel 141 — Artikel 141#
Artikel 141 1 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën. 2 Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1977 694 23-11-1977 14103 1977 694 23-11-1977 14103 01-01-1979