Wet van 17 maart 1979, houdende regelen inzake aansprakelijkheid voor schade door kernongevallen
- BWB-id
- BWBR0003234
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-09-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003234
- ELI
- /eli/nl/wet/1979/wet-aansprakelijkheid-kernongevallen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1979/wet-aansprakelijkheid-kernongevallen/2024-09-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003234&g=2024-09-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003234&z=2026-06-06&g=2024-09-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003234/2024-09-06
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1979/wet-aansprakelijkheid-kernongevallen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: Verdrag van Parijs: Trb. Trb. Trb. het op 29 juli 1960 te Parijs tot stand gekomen Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie (1961, 27; 1962, 64), zoals dit Verdrag is gewijzigd bij het op 28 januari 1964 te Parijs gesloten Aanvullend Protocol bij dit Verdrag (1964, 178), bij het op 16 november 1982 te Parijs gesloten Protocol bij dit Verdrag (1983, 80) en bij het op 12 februari 2004 te Parijs gesloten Protocol bij dit Verdrag (Trb. 2005, 89); Verdrag van Brussel: Trb. Trb. Trb. het op 31 januari 1963 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot aanvulling van het Verdrag van Parijs (1963, 171), zoals dit Verdrag is gewijzigd bij het op 28 januari 1964 te Parijs gesloten Aanvullend Protocol bij dit Verdrag (1964, 179), bij het op 16 november 1982 te Parijs gesloten Protocol bij dit Verdrag (1983, 81) en bij het op 12 februari 2004 te Parijs gesloten Protocol bij dit Verdrag (Trb. 2005, 90); Gezamenlijk Protocol: Trb. het op 21 september 1988 te Wenen tot stand gekomen Gezamenlijk Protocol betreffende de toepassing van het Verdrag van Wenen en het Verdrag van Parijs (1988, 160); kernongeval, kerninstallatie, splijtstoffen, radioactieve producten of afvalstoffen, nucleaire stoffen en exploitant: hetgeen daaronder in het Verdrag van Parijs wordt verstaan; schade: hetgeen in artikel 1(a)(vii) van het Verdrag van Parijs onder «kernschade» wordt verstaan, met dien verstande dat de aldaar in de onderdelen 3 tot en met 6 vermelde elementen daaronder ten volle zijn begrepen. 2 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens het Verdrag van Parijs, het Verdrag van Brussel en deze wet wordt als exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie aangemerkt degene, die daartoe bevoegd zijnde, in Nederland een kerninstallatie opricht, in werking brengt of in werking houdt. Verlies van die bevoegdheid door intrekking of schorsing van de betrokken vergunning of ontheffing, doet de hoedanigheid van exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie niet verloren gaan voor zover betreft de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt door een kernongeval, waarbij betrokken zijn splijtstoffen of radioactieve produkten of afvalstoffen ten aanzien waarvan hij ten tijde van het verlies van zijn bevoegdheid aansprakelijk was of ten gevolge van op dat tijdstip reeds aangegane verplichtingen aansprakelijk zou zijn geworden, een en ander totdat zijn aansprakelijkheid als exploitant door een ander is overgenomen. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Bij de toepassing van het Verdrag van Parijs worden de bepalingen van deze wet in acht genomen. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Indien de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie aantoont dat de door een kernongeval veroorzaakte schade geheel of gedeeltelijk het gevolg is van hetzij grove nalatigheid van de persoon die de schade lijdt, hetzij een handelen of nalaten van die persoon met het opzet schade te veroorzaken, kan de bevoegde rechter de exploitant geheel of gedeeltelijk ontslaan van de verplichting schadevergoeding te betalen ter zake van de door die persoon geleden schade. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 (g) Iedere persoon die met betrekking tot door een kernongeval veroorzaakte schade waarvoor de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie aansprakelijk is, schadevergoeding heeft betaald krachtens de bepalingen van een andere internationale overeenkomst dan de Verdragen van Parijs en Brussel of de wetgeving van andere Staten, verkrijgt de rechten ingevolge deze wet van de persoon die schade heeft geleden en aan wie hij de schadevergoeding heeft betaald, tot het bedrag dat hij heeft betaald. Artikel 6, onder, van het Verdrag van Parijs is van overeenkomstige toepassing. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het bedrag van de aansprakelijkheid van de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie wordt vastgesteld op € 1,2 miljard. 2 In afwijking van het eerste lid kan bij regeling van Onze Minister van Financiën, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat: a. in de gevallen waarin naar zijn oordeel de aard van de desbetreffende kerninstallatie alsmede de te verwachten gevolgen van een kernongeval dat daarin zijn oorsprong heeft dit rechtvaardigt, het bedrag van de aansprakelijkheid van de betrokken exploitant worden vastgesteld op een lager bedrag, met dien verstande dat een aldus vastgesteld bedrag niet minder bedraagt dan € 70 miljoen; b. in de gevallen waarin naar zijn oordeel de aard van de desbetreffende nucleaire stoffen alsmede de te verwachten gevolgen van een kernongeval dat daarin zijn oorsprong heeft dit rechtvaardigt, voor het vervoer van deze nucleaire stoffen het bedrag van de aansprakelijkheid van de betrokken exploitant worden vastgesteld op een lager bedrag, met dien verstande dat een aldus vastgesteld bedrag niet minder bedraagt dan € 80 miljoen. 3 In afwijking van het eerste lid wordt het bedrag van de aansprakelijkheid van de betrokken exploitant voor kernschade geleden op het grondgebied van of binnen maritieme zones ingesteld in overeenstemming met het internationale recht van, of aan boord van een schip of luchtvaartuig dat is geregistreerd in een Staat als bedoeld in artikel 2, onder (a), aanhef en (i), (ii) of (iv), van het Verdrag van Parijs, vastgesteld op het bedrag dat naar het recht van de betrokken Staat op wederkerige basis toekomt aan benadeelden in Nederland, indien dit bedrag lager is dan het in het eerste lid genoemde bedrag. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kan, gelet op de mogelijkheden tot het verkrijgen van dekking, het in het eerste lid genoemde bedrag worden gewijzigd. 2024 241 30-08-2024 17-07-2024 36442 2024 246 05-09-2024 24-08-2024 06-09-2024
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Onze Minister van Financiën kan, met inachtneming van de krachtens artikel 1, onderdeel b, van het Verdrag van Parijs door de Bestuurscommissie genomen besluiten, in Nederland gelegen kerninstallaties van de toepassing van dat verdrag uitsluiten, indien de geringe omvang van de betrokken risico’s in relatie tot de kosten van de verdragsverplichtingen dat naar zijn oordeel rechtvaardigen. Het besluit daartoe wordt genomen in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. 2 In een besluit op grond van het eerste lid kan worden bepaald dat de exploitant van de kerninstallatie aansprakelijk blijft voor schade waarop ten gevolge van dat besluit het Verdrag van Parijs niet meer van toepassing is. Aan het besluit kunnen tevens voorschriften worden verbonden met betrekking tot het bedrag en de vorm van die aansprakelijkheid, alsmede voorschriften met betrekking tot de wijze waarop daarvoor financiële zekerheid wordt gesteld. 2016 180 20-05-2016 26-04-2016 34219 2017 312 19-07-2017 06-07-2017 01-08-2017 Artikel IV van Stb. 2016/180 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 (a) Op verzoek van een vervoerder en met toestemming van de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie kan Onze Minister van Financiën, indien voldaan is aan de vereisten van artikel 10, onder, van het Verdrag van Parijs, bepalen, dat onder door hem te stellen voorwaarden die vervoerder in de plaats van die exploitant aansprakelijk zal zijn overeenkomstig het Verdrag van Parijs en deze wet. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Onverminderd het tweede en vierde lid, verjaart een rechtsvordering tot schadevergoeding door verloop van drie jaren na de aanvang van de dag waarop de betrokkene of, indien hij een wettelijke vertegenwoordiger heeft, deze laatste kennis draagt of redelijkerwijs kennis had behoren te dragen van de schade en van de aansprakelijke exploitant. 2 Het recht op schadevergoeding vervalt: a. ter zake van schade aan personen, indien niet binnen dertig jaren na de datum van het kernongeval een rechtsvordering is ingesteld; b. ter zake van alle andere schade, indien niet binnen tien jaren na de datum van het kernongeval een rechtsvordering is ingesteld. 3 artikel 9 Voor de aansprakelijkheid van de exploitant met betrekking tot alle rechtsvorderingen tot schadevergoeding ter zake van schade aan personen, welke zijn ingesteld na een termijn van tien jaren na de datum van het kernongeval, doch voor het verstrijken van een termijn van dertig jaren na het kernongeval, worden door de Minister van Financiën verzekeringsovereenkomsten aangegaan of andere garanties verstrekt als bedoeld in. 4 Rechtsvorderingen tot schadevergoeding ingesteld na een termijn van tien jaren na de datum van het kernongeval laten onverlet het recht op schadevergoeding van een ieder die een rechtsvordering heeft ingesteld binnen die termijn. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het bevoegde openbare gezag, bedoeld in artikel 10, onder (a) en (d), van het Verdrag van Parijs, is Onze Minister van Financiën. 2 Onze Minister van Financiën kan in overeenstemming met Onze Ministers, wie het mede aangaat, bepalen, dat twee of meer kerninstallaties, welke door eenzelfde exploitant op hetzelfde terrein worden geëxploiteerd, met inbegrip van iedere andere opstal op dat terrein waar zich radioactieve stoffen bevinden, voor de toepassing van het Verdrag van Parijs en van deze wet als één kerninstallatie worden beschouwd. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 (a) Indien een exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie naar het oordeel van Onze Minister van Financiën geen of geen voldoende financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder, van het Verdrag van Parijs, kan verkrijgen, of indien deze financiële zekerheid naar het oordeel van Onze Minister van Financiën slechts tegen een onredelijke premie of vergoeding is te verkrijgen, is Onze voornoemde Minister gemachtigd op voorwaarden en tegen premies of vergoedingen als door hem te bepalen, voor de Staat als verzekeraar verzekeringsovereenkomsten ter zake aan te gaan of namens de Staat andere garanties ter zake te verstrekken. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 (a) Voor zover de uit de financiële zekerheid, bedoeld in artikel 10, onder, van het Verdrag van Parijs beschikbaar komende middelen ontoereikend zijn voor vergoeding van schade, waarvoor de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie aansprakelijk is, stelt de Staat aan die exploitant openbare middelen beschikbaar tot het bedrag van zijn aansprakelijkheid. 2 Voor zover het ontbreken van de financiële zekerheid, bedoeld in het eerste lid, aan schuld van de exploitant te wijten is, heeft de Staat voor de in verband daarmede door hem beschikbaar gestelde middelen recht van verhaal op de exploitant. 3 (f) (a) Tot het bedrag, dat de Staat ingevolge het eerste lid uit de openbare middelen aan de exploitant beschikbaar heeft gesteld, heeft hij het recht van verhaal van de exploitant, bedoeld in artikel 6, onder, van het Verdrag van Parijs. Bij de uitoefening van dit recht heeft de Staat voorrang boven de verzekeraars of andere personen, die financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder, van het Verdrag van Parijs, hebben gesteld. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 (a) Handelingen van de verzekeraars of andere personen, die financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder, van het Verdrag van Parijs, hebben gesteld in strijd met het bepaalde in artikel 10, onder (d), van dit Verdrag, zijn van rechtswege nietig. De nietigheid wordt door de rechter ambtshalve uitgesproken. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Bij de toepassing van het Verdrag van Brussel worden de bepalingen van deze wet in acht genomen. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 5 artikel 2 Voor zover het ingevolgevan deze wet geldende bedrag van de aansprakelijkheid ontoereikend is voor vergoeding van schade als bedoeld invan het Verdrag van Brussel, waarvoor de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie ingevolge het Verdrag van Parijs aansprakelijk is, worden de openbare middelen, bedoeld in artikel 3, onder (b) ii) en iii) en g), van het Verdrag van Brussel voor vergoeding van die schade beschikbaar gesteld anders dan ter dekking van de aansprakelijkheid van die exploitant. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De staten die ingevolge artikel 5 van het Verdrag van Brussel recht van verhaal hebben voor de beschikbaar gestelde openbare middelen, hebben bij de uitoefening van dit recht voorrang boven de verzekeraars of andere personen die financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs hebben gesteld. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 hoofdstukken I II V artikel 5 a) Het Verdrag van Parijs en de,envan deze wet zijn mede van toepassing ten aanzien van in Nederland gelegen kerninstallaties, welke niet zijn vermeld op de lijst, die overeenkomstig artikel 13 van het Verdrag van Brussel wordt opgesteld en bijgehouden, met dien verstande dat als bedrag van de aansprakelijkheid, bedoeld invan deze wet, geldt het in artikel 3 ondervan het Verdrag van Brussel genoemd bedrag. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 a) Ten aanzien van een kernongeval dat plaats vindt op het grondgebied van Nederland, worden de verzender en de vervoerder van de bij dat ongeval betrokken nucleaire stoffen, zomede degene die die stoffen ten tijde van het ongeval voorhanden had, aangemerkt als de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie en als zodanig hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor de daardoor veroorzaakte schade, tenzij zij bewijzen dat een ander daarvoor aansprakelijk is ingevolge het Verdrag van Parijs of het Gezamenlijk Protocol, zulks met dien verstande dat als bedrag van de gezamenlijke aansprakelijkheid geldt het in artikel 3, onder, van het Verdrag van Brussel genoemde bedrag. 2 hoofdstuk V, van deze wet Op de aansprakelijkheid ingevolge het eerste lid zijn artikel 6 van het Verdrag van Parijs enmede van toepassing. 3 Het eerste lid geldt niet: a. ten aanzien van degene die de nucleaire aard van de betrokken stoffen niet kende noch redelijkerwijze had behoren te kennen; b. ten aanzien van degene die ten tijde van het kernongeval de daarbij betrokken nucleaire stoffen ter voldoening aan een tot vervoer strekkende overeenkomst vervoerde of bij opslag in verband met zodanig vervoer voorhanden had, indien hij redelijkerwijs mocht aannemen: 1e. dat een ander ingevolge het Verdrag van Parijs voor de schade aansprakelijk zou zijn, of 2e. dat een ander ingevolge het eerste lid voor de schade aansprakelijk zou zijn en deze beschikte over een door Onze Minister van Financiën goedgekeurde verzekering of andere financiële zekerheid ter dekking van diens aansprakelijkheid. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a De exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie die nucleaire stoffen laat vervoeren naar of van een exploitant op het grondgebied van een Staat, partij bij het Gezamenlijk Protocol, doch geen partij bij het Verdrag van Parijs, is aansprakelijk voor schade tijdens dat vervoer, indien op dat vervoer het Verdrag van Brussel van toepassing zou zijn geweest in het geval de betrokken Staat geen partij was bij het Gezamenlijk Protocol. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 5, derde lid Indien op het grondgebied van Nederland ten gevolge van een kernongeval schade wordt geleden, die ingevolge het Verdrag van Brussel of deze wet dient te worden vergoed en de daarvoor uit anderen hoofde beschikbaar komende middelen ontoereikend zijn voor de vergoeding van die schade tot een bedrag van € 3,2 miljard, stelt de Staat de openbare middelen beschikbaar die benodigd zijn ten einde die schade tot dat bedrag te vergoeden. Indien het een ongeval betreft waarbij de aansprakelijkheid van de exploitant op grond van, op een lager bedrag is vastgesteld dan het op grond van artikel 5, eerste lid, geldende bedrag, stelt de Staat tot een bedrag van € 1,5 miljard aan openbare middelen beschikbaar. Indien voor de desbetreffende installatie op grond van artikel 5, tweede lid, een lager bedrag is vastgesteld, stelt de Staat tot een bedrag van € 1,5 miljard aan openbare middelen beschikbaar. 2 De Staat heeft voor de uitgekeerde bedragen en de daaraan verbonden kosten verhaal op degenen, die daarvoor ingevolge deze wet aansprakelijk zijn. 3 artikel 14 Op de beschikbaarstelling van openbare middelen ingevolge het eerste lid isvan overeenkomstige toepassing. 4 Het eerste lid vindt mede toepassing op schade als daarin bedoeld, geleden in staten waarin ten tijde van het desbetreffende kernongeval een regeling van kracht is, die naar haar aard en toepassingsgebied gelijkwaardig is aan die van deze wet, tot het bedrag dat in de betrokken staat op wederkerige basis beschikbaar is. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kan het in het eerste lid genoemde bedrag in verband met geldontwaarding worden gewijzigd en kunnen nadere regels worden gesteld aangaande de beschikbaarstelling van openbare middelen ingevolge het eerste lid. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2014 129 27-03-2014 01-03-2014 33660 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikelen 13 18 Onze Minister van Financiën kan voor het ingevolge deofdoor de Staat beschikbaar stellen van openbare middelen een door hem te bepalen bedrag aan de exploitant in rekening brengen. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Indien en voor zover ter vergoeding van de schade recht bestaat op uitkering krachtens Nederlandse sociale wetten, komt het recht op vergoeding van die schade ingevolge de Verdragen van Parijs en Brussel, het Gezamenlijk Protocol en deze wet toe aan degenen, te wier laste die uitkeringen komen, met dien verstande, dat bij periodieke uitkeringen als schade zal worden aangemerkt de gekapitaliseerde waarde van de verschuldigde uitkeringen. Overigens blijven de bepalingen van bedoelde wetten van kracht. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Onze Minister van Financiën is gemachtigd ten behoeve van de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie terzake van vergoeding van schade, veroorzaakt door een kernongeval, anders dan ingevolge het Verdrag van Parijs en deze wet, op voorwaarden en tegen premies of vergoedingen als door hem te bepalen, voor de Staat als verzekeraar verzekeringsovereenkomsten aan te gaan of namens de Staat andere garanties te verstrekken tot ten hoogste een bedrag van € 3,2 miljard per kernongeval. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 In eerste aanleg is bij uitsluiting bevoegd de rechtbank Den Haag. 2 artikel 5 van deze wet artikel 27, eerste lid, aanhef Indien redelijkerwijs rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat het totaal der vorderingen het bedrag van de aansprakelijkheid van de exploitant uit hoofde vanovertreft, legt de rechtbank Den Haag op verzoek van een belanghebbende, de exploitant en Onze Minister van Financiën gehoord, ter zake van de vergoeding van de schade een verbod van betaling op, wijst zij een rechter-commissaris aan ter vaststelling van de staten van verdeling van de bedragen bedoeld inen stelt zij tevens een commissie van vereffenaars in, hierna te noemen: de commissie. De rechtbank kan meer dan één rechter-commissaris benoemen en kan een rechter-commissaris bij defungeren vervangen. Zij kan wijzigingen aanbrengen in de samenstelling van de commissie. 3 (a) Staatscourant De beschikking, bedoeld in het tweede lid, wordt door de griffier aanstonds ter kennis gebracht van de exploitant en de verzekeraars of andere personen die financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder, van het Verdrag van Parijs hebben gesteld, de personen die ingevolge het Gezamenlijk Protocol gehouden zijn tot betaling, alsmede van Onze Minister van Financiën. De beschikking wordt voorts door de griffier aanstonds bekend gemaakt in de, onder vermelding van het bepaalde in de tweede zin van het vierde lid. 4 Betalingen in strijd met een verbod als bedoeld in het tweede lid zijn van rechtswege nietig vanaf het moment waarop degene die de betaling verrichtte kennis heeft verkregen van de beschikking. Vanaf dat moment worden alle vorderingen tot vergoeding van de schade ter verificatie ingediend bij de commissie door de overlegging van een rekening of andere schriftelijke verklaring aangevende de aard en het bedrag der vordering vergezeld van de bewijsstukken of een afschrift daarvan. De commissie zendt aanstonds een afschrift van alle ingediende stukken aan de exploitant en aan Onze Minister van Financiën. 5 (a) artikel 29 De exploitant en de verzekeraars of andere personen die financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder, van het Verdrag van Parijs hebben gesteld, de personen die ingevolge het Gezamenlijk Protocol gehouden zijn tot betaling, alsmede de Staat, zijn verplicht op bevel van de rechter-commissaris op een door de commissie aan te wijzen rekening de bedragen te storten benodigd voor de voldoening aan het bepaalde in, met dien verstande dat het totale door ieder van deze personen afzonderlijk te storten bedrag wordt verminderd met de bedragen die deze persoon ter zake van de vergoeding van de schade heeft betaald voor het moment waarop hij kennis heeft gekregen van de beschikking bedoeld in het tweede lid. 6 Op de ingevolge het vijfde lid gestorte bedragen kan geen beslag worden gelegd. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22, vijfde lid De commissie treedt, al dan niet op verzoek van een der personen die ingevolge, verplicht zijn tot storting, of uit eigen beweging, naar aanleiding van de indiening van een vordering met belanghebbenden in overleg. 2 De commissie kan te allen tijde door haar aan te wijzen deskundigen raadplegen. 3 De rechter-commissaris bepaalt, de commissie gehoord hebbende, telkens wanneer daartoe aanleiding is de dag of de dagen met bepaling van tijd en plaats, waarop door hem zal worden overgegaan tot verificatie van ingediende vorderingen. 4 De commissie is bevoegd van een schuldeiser overleggen van ontbrekende stukken en inzage van de oorspronkelijke bewijsstukken te vorderen. 5 artikel 24, eerste lid De commissie stelt een lijst op van de ingediende vorderingen, met summiere vermelding van de gronden waarop zij het voornemen heeft een vordering op een in, bedoelde zitting te betwisten. Deze lijst ligt gedurende ten minste drie weken voor de dag voor de verificatie bestemd, ter griffie ter kosteloze inzage voor ieder. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, derde lid Op de ingevolge, bepaalde dag of dagen houdt de rechter-commissaris in tegenwoordigheid van de commissie of van één of meer van haar leden één of meer openbare zittingen. 2 artikel 22, vijfde lid Alle schuldeisers, de personen die ingevolge, verplicht zijn tot storting, als ook de commissie kunnen ter zitting een vordering betwisten. 3 Vorderingen die niet worden betwist, worden door de rechter-commissaris vastgesteld op het beweerde bedrag. 4 Ingeval van betwisting van een vordering verwijst de rechter-commissaris partijen, zo hij hen niet kan verenigen, naar een of meer door hem te bepalen zittingen van de rechtbank ter beslissing van het punt van geschil. 2016 290 21-07-2016 13-07-2016 34212 2017 174 04-05-2017 01-05-2017 01-09-2017 Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24, vierde lid Verschijnt de schuldeiser die de verificatie vraagt, niet op de zitting, waarnaar de zaak ingevolge, is verwezen, dan wordt hij geacht zijn vordering, voor zover zij betwist is, te hebben ingetrokken. 2 Verschijnt hij die een vordering heeft betwist niet, dan wordt hij geacht deze betwisting te hebben laten varen. 3 Eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De rechtsgang na een verwijzing verloopt voor het overige overeenkomstig de dagvaardingsprocedure van het. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 24 Na afloop van de inbedoelde zittingen, of, indien deze tot een betwisting aanleiding hebben gegeven, nadat daarover onherroepelijk is beslist, wordt door de commissie een staat van verdeling opgemaakt en aan de goedkeuring van de rechter-commissaris onderworpen. 2 De staat van verdeling vermeldt afzonderlijk de iedere schuldeiser toekomende rente, alsmede te wiens laste de kosten van het geding komen. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 5 van deze wet artikel 18, eerste lid, van deze wet a) Indien het totaal der vorderingen het bedrag van de aansprakelijkheid van de exploitant uit hoofde van, het bedrag genoemd in artikel 3, onder, van het Verdrag van Brussel of het ingenoemde bedrag overtreft, zijn op de vorderingen telkens voor zover zij vergoed kunnen worden uit deze bedragen de navolgende regels van toepassing: a. wanneer de vorderingen uitsluitend betreffen schade aan personen, worden zij in evenredigheid gekort; b. wanneer de vorderingen uitsluitend betreffen niet in onderdeel a bedoelde schade, worden zij in evenredigheid gekort; c. wanneer de vorderingen betreffen zowel schade als bedoeld in onderdeel a als schade bedoeld in onderdeel b, wordt twee derde van het betrokken bedrag uitsluitend bestemd voor de voldoening van de vorderingen als bedoeld in onderdeel a, welke vorderingen - zo nodig - in evenredigheid worden gekort, terwijl het overblijvende bestemd zal worden voor de voldoening van de vorderingen als bedoeld in onderdeel b en voor de vorderingen als bedoeld in onderdeel a, voor zover deze nog onvoldaan zouden blijven. Blijft overeenkomstig de vorige zinsnede na voldoening van de vorderingen als bedoeld in onderdeel a een bedrag over, dan zal het overblijvende bestemd worden voor de voldoening als bedoeld in onderdeel b, voor zover deze nog onvoldaan zouden blijven. 2 artikel 18 Bij de toepassing vanbedraagt de vergoeding voor vorderingen ter zake van schade aan personen, die worden ingesteld na een termijn van tien jaren na de datum van het kernongeval, ten minste tien procent van het door de Staat beschikbaar te stellen bedrag. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De door de rechter-commissaris vastgestelde staat van verdeling ligt gedurende drie maanden ter griffie van de rechtbank ter kosteloze inzage van partijen. Dezen kunnen gedurende deze termijn bij de rechtbank tegen de staat van verdeling in verzet komen door indiening van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie. 2 Na afloop van de termijn geeft de rechtbank haar beschikking, nadat zij partijen heeft gehoord of behoorlijk doen oproepen. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Nadat een staat van verdeling door de rechter-commissaris of, indien tijdig verzet is gedaan, door de rechtbank is vastgesteld betaalt de commissie aan de schuldeisers de hun toekomende bedragen. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Artikel 22, vijfde lid De rechter-commissaris kan gedurende de termijn die voorafgaat aan de vaststelling van de staat van verdeling op voorstel van de commissie aan degenen die schade hebben geleden ten gevolge van een kernongeval de nodige voorschotten verlenen., is van overeenkomstige toepassing. 2 artikelen 22, vijfde lid 26 tot en met 29 Gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn kan de rechter-commissaris bovendien een voorlopige staat van verdeling vaststellen. In dat geval zijn de, envan overeenkomstige toepassing. 3 De rechter-commissaris kan bepalen dat door schuldeisers aan wie op grond van het bepaalde in het eerste of het tweede lid een uitkering wordt gedaan, een door hem aan te wijzen vorm van zekerheid wordt gegeven. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 22, tweede lid artikel 28, tweede lid De beschikkingen van de rechter-commissaris, de beschikking van de rechtbank tot inwilliging van een verzoek als bedoeld in, alsmede de beschikking van de rechtbank krachtens, zijn niet vatbaar voor hoger beroep, noch voor beroep in cassatie. 2 artikel 28, tweede lid De wijze en de plaats van indiening van de vorderingen bij de commissie, de beschikkingen van de rechter-commissaris en die van de rechtbank krachtens, alsmede alle nederleggingen worden door de commissie op een door de rechter-commissaris te bepalen wijze ter kennis van belanghebbenden gebracht. 3 tweede paragraaf van de twaalfde afdeling van de tweede titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 22, vijfde lid Behoudens de toepassing van dekomen de kosten voortvloeiende uit de toepassing van dit hoofdstuk ten laste van de personen die ingevolge, verplicht zijn tot storting, naar rato van het door hen verschuldigde. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Ten aanzien van schade, veroorzaakt door een kernongeval dat heeft plaatsgevonden voor het in werking treden van de Wet van 30 oktober 2008 tot wijziging van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen ter uitvoering van het Protocol van 12 februari 2004 houdende wijziging van het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie en ter uitvoering van het Protocol van 12 februari 2004 houdende wijziging van Verdrag van 31 januari 1963 tot aanvulling van het Verdrag van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie (Stb. 509), blijven de bepalingen van deze wet van toepassing zoals deze luidden voor die datum. 2008 509 11-12-2008 30-10-2008 31119 2021 421 08-09-2021 30-08-2021 01-01-2022
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet aansprakelijkheid kernongevallen. 2 Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1991 374 12-07-1991 1991 370 05-07-1991 01-08-1991