Wet van 4 april 1979, houdende uitvoering van de op 18 november 1974 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst inzake een Internationaal Energieprogramma
- BWB-id
- BWBR0003235
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003235
- ELI
- /eli/nl/wet/1979/wet-uitvoering-internationaal-energieprogramma
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1979/wet-uitvoering-internationaal-energieprogramma/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003235&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003235&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003235/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1979/wet-uitvoering-internationaal-energieprogramma
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Overeenkomst: Trb. de op 18 november 1974 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst inzake een Internationaal Energieprogramma (1975, 47); aardolieprodukten: de produkten bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Overeenkomst; invoeren: het brengen in het vrije verkeer; uitvoeren: het brengen buiten het vrije verkeer; Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 24, tweede, zesde en zevende lid, van de Distributiewet Ingeval overeenkomstig hoofdstuk IV van de Overeenkomst maatregelen in werking worden gesteld, kan door Ons met toepassing van het bepaalde inworden bepaald, dat de in het tweede lid van dat artikel bedoelde artikelen van die wet in werking treden ten aanzien van aardolieprodukten. 2 Artikel 24, derde lid, van de Distributiewet is niet van toepassing ten aanzien van een besluit, genomen overeenkomstig het eerste lid. 3 artikel 24, tweede lid, van de Distributiewet Indien overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid de inbedoelde artikelen in werking zijn getreden, kunnen met gebruikmaking van de bij die wet verleende bevoegdheden de maatregelen ter beperking van de vraag naar aardolieprodukten, bedoeld in hoofdstuk IV van de Overeenkomst, worden genomen. 4 Het in de voorgaande leden bepaalde is van overeenkomstige toepassing ingeval een verplichting tot beperking van de vraag naar aardolieprodukten voor Nederland voortvloeit uit een besluit van een orgaan van de Europese Gemeenschappen of een besluit van een ingevolge de Overeenkomst ingesteld orgaan. 2004 686 28-12-2004 02-12-2004 29514 2005 118 15-03-2005 23-02-2005 16-03-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Ingeval overeenkomstig hoofdstuk IV van de Overeenkomst hoofdstuk III van de Overeenkomst in werking is gesteld, kan Onze Minister met het oog op de nakoming van een op Nederland rustende verplichting tot toebedeling van aardolieprodukten als bedoeld in hoofdstuk III van de Overeenkomst, dan wel in het belang van een evenwichtige verdeling van aardolieprodukten over de in Nederland werkzame producenten van en handelaren in die produkten aan een zodanige producent of handelaar opdragen een door hem vastgestelde hoeveelheid aardolieprodukten van een door hem aangegeven soort aan een of meer anderen te leveren. 2 Een opdracht als bedoeld in het eerste lid kan inhouden: a. het land of de plaats waar de levering dient te geschieden; b. de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, aan wie geleverd moet worden; c. de verplichting om Onze Minister binnen een daarbij te stellen termijn mededeling te doen van de maatregelen die zijn genomen en zullen worden genomen ter voldoening aan de opdracht; d. de termijn, waarbinnen de levering dient te geschieden; e. bepalingen omtrent de leveringsvoorwaarden. 3 e Bij de vaststelling op grond van het tweede lid, onder, van een prijs, waartegen geleverd moet worden is van toepassing hetgeen bij of ter uitvoering van de Overeenkomst is bepaald met betrekking tot de prijs voor toebedeelde aardolieprodukten. 4 Degene, tot wie een opdracht als bedoeld in het eerste lid is gericht, wordt geacht daaraan te hebben voldaan, indien hij aantoont, dat hij de nodige aanbiedingen heeft gedaan en ook overigens al het redelijkerwijs mogelijke heeft verricht ten einde aan de opdracht te voldoen en dat het niet uitvoeren van de opdracht niet aan hem te wijten is. 1979 187 04-04-1979 14626 1979 187 04-04-1979 14626 20-04-1979
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3, eerste lid Onze Minister kan een opdracht als bedoeld in, al dan niet op verzoek van degene tot wie die opdracht is gericht, wijzigen of intrekken. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3, eerste lid Indien in een opdracht als bedoeld in, een natuurlijke persoon of een rechtspersoon is aangewezen, aan wie geleverd moet worden, is de Staat mede aansprakelijk voor de nakoming van de financiële verplichtingen, die voor de aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon tegenover degene, tot wie de opdracht is gericht, voortvloeien uit de opgedragen levering. 2 In de overige gevallen kan Onze Minister op met redenen omkleed verzoek van degene, tot wie een opdracht is gericht, verklaren, dat de Staat medeaansprakelijk is voor de nakoming van de financiële verplichtingen, die voor degene, aan wie de verzoeker zal leveren, tegenover deze voortvloeien uit de opgedragen levering, indien naar zijn oordeel onvoldoende zekerheid bestaat, dat deze verplichtingen zullen worden nagekomen. 1979 187 04-04-1979 14626 1979 187 04-04-1979 14626 20-04-1979
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3, eerste lid Onze Minister kan in een geval als bedoeld in, indien zulks naar zijn oordeel ter verwezenlijking van een van de in dat artikellid vermelde doeleinden is vereist, het eigendomsrecht op aardolieprodukten vorderen. 2 De vordering geschiedt ten behoeve van de Staat, dan wel een andere rechtspersoon of een natuurlijke persoon. 3 In vorderingsbeschikkingen kan aan daarbij aangewezen personen de verplichting worden opgelegd, om, voor zover hun dat feitelijk en rechtens mogelijk is, op de daarbij aangegeven plaats en tijd aan degene, te wiens behoeve de vordering geschiedt, de feitelijke mogelijkheid tot uitoefening van het gevorderde recht te verschaffen. 4 artikelen 4 5, tweede lid 8 9, eerste, tweede en derde lid 10 11 13 15, eerste en derde lid 16 31, eerste lid, van de Vorderingswet De,,,,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 5 De schadeloosstelling wordt vastgesteld met toepassing van hetgeen bij of ter uitvoering van de Overeenkomst is bepaald met betrekking tot de prijs voor toebedeelde aardolieprodukten. 6 De vaststelling van het bedrag van de schadeloosstelling, te betalen aan rechthebbenden met wie daarover geen overeenstemming is bereikt of die niet aan het overleg hebben deelgenomen, geschiedt door de rechtbank Rotterdam. 7 Artikel 18 van de Vorderingswet is van overeenkomstige toepassing. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 3, eerste lid Terstond nadat de Staat het eigendomsrecht op aardolieprodukten, welke met het oog op de nakoming van een op Nederland rustende verplichting als bedoeld in, zijn gevorderd, heeft verkregen, neemt Onze Minister de nodige maatregelen ten einde aan die verplichting te voldoen. 1979 187 04-04-1979 14626 1979 187 04-04-1979 14626 20-04-1979
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 3, eerste lid artikel 3, eerste lid Ingeval een op Nederland rustende verplichting als bedoeld in, wordt ingetrokken of vervalt, dan wel hoofdstuk III van de Overeenkomst buiten werking is gesteld, blijven de krachtens, gegeven opdrachten, alsmede de daarmede in verband staande bevoegdheden en verplichtingen ingevolge deze wet van kracht, behoudens voor zover Onze Minister, al dan niet op verzoek van degene, tot wie een opdracht is gericht, anders bepaalt. 1979 187 04-04-1979 14626 1979 187 04-04-1979 14626 20-04-1979
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikelen 3-8 Het in debepaalde is van overeenkomstige toepassing ingeval een verplichting tot toebedeling van aardolieprodukten aan één of meer andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen voor Nederland voortvloeit uit een besluit van een orgaan van de Europese Gemeenschappen of een besluit van een ingevolge de Overeenkomst ingesteld orgaan. 1990 552 02-11-1990 21540 1990 552 02-11-1990 21540 23-11-1990
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Natuurlijke personen en rechtspersonen, behorende tot de krachtens het tweede lid aangewezen categorieën, zijn verplicht, met inachtneming van de door Onze Minister te stellen regels, Onze Minister schriftelijk gegevens te verstrekken of stukken over te leggen betreffende de krachtens het derde lid aangewezen onderwerpen. 2 Onze Minister wijst een of meer van de hierna volgende categorieën natuurlijke personen of rechtspersonen aan, waarvoor de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt. Het betreft natuurlijke personen of rechtspersonen, die in de uitoefening van een bedrijf: a. aardolieprodukten op de binnenlandse markt verhandelen, b. aardolieprodukten in Nederland be- of verwerken, dan wel doen be- of verwerken, c. aardolieprodukten invoeren, d. aardolieprodukten uitvoeren, e. aardolieprodukten binnen Nederland brengen zonder deze onmiddellijk in te voeren, f. niet uit het vrije verkeer afkomstige aardolieprodukten buiten Nederland brengen, g. aardolieprodukten in Nederland voor zichzelf of voor derden in opslag hebben, dan wel h. een in Nederland gelegen buisleiding voor het vervoeren van aardolieprodukten exploiteren. 3 Onze Minister wijst een of meer van de hierna volgende gegevens en stukken aan, waarop de verplichting, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft. Het betreft gegevens en stukken inzake: a. a g de in het tweede lid, onder-, bedoelde handelingen, zomede het vervoeren van aardolieprodukten door een buisleiding; b. de winning van ruwe aardolie zowel binnen als buiten Nederland; c. de toebedeling en de voorwaarden van toebedeling van aardolieprodukten aan afnemers; d. de voorwaarden van verwerving van aardolieprodukten; e. de kostprijs en de bestanddelen daarvan van aardolieprodukten; f. de structuur van de onderneming en van de groep van ondernemingen waartoe deze behoort; g. de financiële structuur, met inbegrip van balansen, verlies- en winstrekeningen en betaalde belastingen van de onderneming; h. de gedane alsmede de voorgenomen investeringen; i. j f onderwerpen vastgesteld krachtens artikel 27, eerste lid, onder, of artikel 33, onder, van de Overeenkomst, alsmede onderwerpen, de beschikbaarheid en voorwaarden van beschikbaarheid van aardolieprodukten betreffende, ten aanzien waarvan voor Nederland op grond van een internationale overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie een verplichting bestaat gegevens te verstrekken. 4 De ingevolge het eerste lid te stellen regels hebben in ieder geval betrekking op: a. de aard van de te verstrekken gegevens en van de over te leggen stukken; b. de tijdvakken of de tijdstippen waarop de gegevens of de stukken betrekking dienen te hebben; c. de termijn waarbinnen aan de verplichting moet worden voldaan. 1990 552 02-11-1990 21540 1990 552 02-11-1990 21540 23-11-1990
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10 Onze Minister kan van het krachtensbepaalde op daartoe strekkend verzoek ontheffing verlenen. 2 Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 10 Onze Minister is bevoegd de gegevens en stukken, die door hem op grond vanof enige andere wettelijke regeling zijn verkregen, ter beschikking te stellen van het Secretariaat bedoeld in artikel 59 van de Overeenkomst, voor zover zulks ter voldoening aan artikel 27, 32 of 33 van de Overeenkomst is vereist. 2 artikel 10 Onze Minister is voorts bevoegd de gegevens of stukken, de beschikbaarheid of voorwaarden van beschikbaarheid van aardolieprodukten betreffende, die door hem op grond vanof enige andere wettelijke regeling zijn verkregen, ter beschikking te stellen van enig ander volkenrechtelijk orgaan, voor zover zulks ter voldoening aan een op Nederland rustende verplichting ingevolge een andere internationale overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie is vereist. 1979 187 04-04-1979 14626 1979 187 04-04-1979 14626 20-04-1979
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1986 99 12-03-1986 18798 1986 141 26-03-1986 14-04-1986
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1990 552 02-11-1990 21540 1990 552 02-11-1990 21540 23-11-1990
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikelen 5:13 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht paragraaf 3 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. Detot en metzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren die zijn belast met de uitvoering vanvan deze wet. 2 artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht paragraaf 3 Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing vanten aanzien van de in het eerste lid bedoelde aangewezen ambtenaren die zijn belast met de uitvoering vanvan deze wet. 3 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 12 Buiten de gevallen, bedoeld in, wordt informatie, verkregen op grond van deze wet, voor zover deze betrekking heeft op afzonderlijke natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel daaruit gevolgtrekkingen ten aanzien van zodanige personen kunnen worden gemaakt, zonder toestemming van die personen niet verstrekt aan anderen dan degenen, die belast zijn met de uitvoering van een of meer bepalingen van deze wet. 1979 187 04-04-1979 14626 1979 187 04-04-1979 14626 20-04-1979
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1979 187 04-04-1979 14626 1979 187 04-04-1979 14626 20-04-1979
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet uitvoering Internationaal Energieprogramma. 1979 187 04-04-1979 14626 1979 187 04-04-1979 14626 20-04-1979
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het, waarin zij wordt geplaatst. 1979 187 04-04-1979 14626 1979 187 04-04-1979 14626 20-04-1979