Wet van 15 februari 1980, tot het treffen van sancties tegen bepaalde staten of gebieden
- BWB-id
- BWBR0003296
- Type
- Wet
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-03-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003296
- ELI
- /eli/nl/wet/1980/sanctiewet-1977
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1980/sanctiewet-1977/2025-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003296&g=2025-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003296&z=2026-06-06&g=2025-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003296/2025-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1980/sanctiewet-1977
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. artikel 2 sanctiebesluit: een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in; b. artikel 2, tweede lid artikel 7 sanctieregeling: een regeling als bedoeld in, of; c. Onze Minister: Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat. 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 3 4 Ter voldoening aan verdragen, besluiten of aanbevelingen van organen van volkenrechtelijke organisaties, dan wel aan internationale afspraken, met betrekking tot de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde dan wel de bestrijding van terrorisme, kunnen bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van de in deenbedoelde onderwerpen regels worden vastgesteld. 2 Indien de te stellen regels uitsluitend strekken ter uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit verdragen of uit bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties kan Onze Minister deze vaststellen. 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 07-06-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 artikel 2 De inbedoelde regels kunnen betreffen het goederen-, diensten- en financieel verkeer, de scheepvaart, de luchtvaart, het wegverkeer, de post en de telecommunicatie en al hetgeen overigens is vereist ter voldoening aan de verdragen, besluiten, aanbevelingen dan wel internationale afspraken, bedoeld in. 2 Onder het in het eerste lid genoemde verkeer wordt begrepen iedere handeling, die kennelijk rechtstreeks is gericht op het bewerkstelligen van zulk verkeer. 3 artikel 2 De inbedoelde regels kunnen mede voorschriften inhouden betreffende de in het verband van de onderwerpen, aangeduid in het eerste lid, gebruikelijke documenten. 4 Algemene douanewet Deze wet laat de bevoegdheden krachtens deonverlet. 2008 112 15-04-2008 03-04-2008 30979 2008 287 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Artikel XLVII van Stb. 2008/112 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 artikelen 3 12 van de Vreemdelingenwet 2000 artikelen 14 20 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 19 artikel 22 van de Vreemdelingenwet 2000 De inbedoelde regels kunnen tevens de toegang en het verblijf van vreemdelingen betreffen, in die zin dat voor zover nodig in afwijking van deende toegang en het verblijf aan in de regels aangeduide vreemdelingen kunnen worden geweigerd en dat Onze Minister van Justitie verblijfsvergunningen als bedoeld in deenvan de bedoelde vreemdelingen kan intrekken. Een intrekking op grond van dit artikel geldt als een intrekking op grond vanrespectievelijk. 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 07-06-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 07-06-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Staatsblad, Een sanctiebesluit, zomede een besluit tot wijziging of intrekking daarvan, treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 2 Staatsblad Met betrekking tot een sanctiebesluit anders dan ter voldoening aan een verplichting die voortvloeit uit een verdrag of uit een bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel met betrekking tot een besluit tot intrekking of wijziging daarvan, kan, binnen één maand na de datum van uitgifte van hetwaarin het betrokken besluit wordt geplaatst, door of namens één der Kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van één dier Kamers de wens te kennen worden gegeven dat het betrokken besluit bij de wet zal worden bekrachtigd. Indien zodanige wens te kennen is gegeven dienen Wij zo spoedig mogelijk een desbetreffend wetsontwerp in. 3 Indien een overeenkomstig het tweede lid ingediend wetsontwerp door één der beide Kamers der Staten-Generaal wordt verworpen, wordt het desbetreffende besluit onverwijld ingetrokken. 4 Een sanctiebesluit vervalt, behoudens eerdere intrekking, drie jaren na het in werking treden, tenzij bij nadere wet anders wordt bepaald. 2000 196 16-05-2000 13-04-2000 26872 2000 196 16-05-2000 13-04-2000 26872 17-05-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Bij regeling kan Onze Minister, wanneer hij overweegt een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een sanctiebesluit te doen en naar zijn oordeel een gewichtige reden een onmiddellijke voorziening eist, regels overeenkomstig het in overweging zijnde besluit vaststellen alsmede in een bestaand sanctiebesluit vervatte regels buiten werking stellen. 2000 196 16-05-2000 13-04-2000 26872 2000 196 16-05-2000 13-04-2000 26872 17-05-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7 artikel 2 Een sanctieregeling op grond vanblijft, behoudens eerdere intrekking van kracht totdat een krachtensvastgesteld besluit, dat hetzelfde onderwerp betreft, in werking treedt, doch uiterlijk tot tien maanden na het in werking treden van de regeling. 2000 196 16-05-2000 13-04-2000 26872 2000 196 16-05-2000 13-04-2000 26872 17-05-2000
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2008 63 28-02-2008 31-01-2008 30959 2008 66 28-02-2008 25-02-2008 03-03-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de ambtenaren of andere personen die door Onze Minister zijn aangewezen. 2 Onverminderd het eerste lid kan Onze Minister van Financiën een of meer rechtspersonen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde met betrekking tot het financieel verkeer, door: a. Wet op het financieel toezicht financiële ondernemingen die ingevolge dein Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen, b. Wet op het financieel toezicht financiële ondernemingen die ingevolge dein Nederland rechten van deelneming in een beleggingsinstelling mogen aanbieden of beheerder van een beleggingsinstelling mogen zijn, c. Wet op het financieel toezicht financiële ondernemingen die ingevolge dein Nederland het bedrijf van wisselinstelling mogen uitoefenen, d. Wet op het financieel toezicht financiële ondernemingen die ingevolge dein Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen, e. artikel 1 van de Pensioenwet artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling de pensioenfondsen, bedoeld inen de beroepspensioenfondsen, bedoeld in, f. Wet op het financieel toezicht financiële ondernemingen die ingevolge dein Nederland het bedrijf van verzekeraar mogen uitoefenen, g. artikel 4 van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds het notarieel pensioenfonds, bedoeld in, h. artikel 9, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018 de trustkantoren die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in, i. Wet op het financieel toezicht financiële ondernemingen die ingevolge dein Nederland het bedrijf van elektronischgeldinstelling mogen uitoefenen, j. Wet op het financieel toezicht financiële ondernemingen die ingevolge dein Nederland het bedrijf van betaaldienstverlener mogen uitoefenen; k. Wet op het financieel toezicht financiële ondernemingen die ingevolge dein Nederland rechten van deelneming in een icbe mogen aanbieden of beheerder van een icbe mogen zijn; l. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme aanbieders van cryptoactivadiensten waarop devan toepassing is. 3 hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van de Algemene wet bestuursrecht Ten aanzien van personen die door een op grond van het tweede lid aangewezen rechtspersoon belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde zijn de bepalingen vanvan overeenkomstige toepassing. 4 Van een besluit tot aanwijzing op grond van het eerste of tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2024 414 17-12-2024 11-12-2024 36526 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025 Artikel IV, eerste en tweede lid, van Stb. 2024/414 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a artikel 10, tweede lid artikel 2 artikel 7 Onze Minister van Financiën kan de krachtens, aangewezen rechtspersonen in de gelegenheid stellen hun zienswijze naar voren te brengen omtrent de uitvoering van de op grond vandan welvastgestelde regels betreffende het financieel verkeer. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b 1 artikel 10, tweede lid, onder a tot en met l Onze Minister van Financiën kan regels stellen voor de bedrijfsvoering met betrekking tot de administratieve organisatie en de interne controle van de instellingen, bedoeld in. 2 artikel 10, tweede lid, onder a tot en met l Onze Minister van Financiën kan regels stellen omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door de instellingen, bedoeld in. 3 Onze Minister van Financiën kan ontheffing of vrijstelling verlenen van de op grond van het eerste en tweede lid gestelde regels. 2024 414 17-12-2024 11-12-2024 36526 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025 Artikel IV, eerste en tweede lid, van Stb. 2024/414 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10ba — Artikel 10ba#
Artikel 10ba artikel 10, tweede lid, onder a tot en met l artikel 10b Indien een instelling als bedoeld in, niet voldoet aan haar verplichtingen ingevolge, kan Onze Minister van Financiën door middel van het geven van een aanwijzing die instelling verplichten binnen een door hem gestelde redelijke termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen. 2024 414 17-12-2024 11-12-2024 36526 2025 22 03-02-2025 28-01-2025 04-02-2025 Artikel IV, eerste en tweede lid, van Stb. 2024/414 bevat
overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10c — Artikel 10c#
Artikel 10c artikel 10b Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van regels, gesteld krachtens. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 10d — Artikel 10d#
Artikel 10d 1 artikel 10b Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van regels, gesteld krachtens. 2 artikel 10, tweede lid, onder a, b, c, d, f, g, h, i, j en k artikel 1:85 van de Wet op het financieel toezicht Ten aanzien van de ondernemingen en instellingen, bedoeld in, isvan overeenkomstige toepassing. 3 artikel 10, tweede lid, onder e artikel 183 184 van de Pensioenwet artikel 178 179 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 179 van de Pensioenwet artikel 174 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in, zijnenenen, en de categorie-indeling op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in, en de algemene maatregel van bestuur, bedoeld invan overeenkomstige toepassing. 4 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid. 2023 57 21-02-2023 07-12-2022 36131 2023 107 04-04-2023 24-03-2023 01-07-2023
Artikel 10e — Artikel 10e#
Artikel 10e 1 Het bedrag van de bestuurlijke boete wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 4 000 000 bedraagt. Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, wordt het bedrag van de bestuurlijke boete, bedoeld in de eerste volzin, voor een afzonderlijke overtreding verdubbeld. 2 De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, bepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen bestuurlijke boete. De overtredingen worden gerangschikt in categorieën naar zwaarte van de overtreding met de daarbij behorende basisbedragen, minimumbedragen en maximumbedragen. Daarbij wordt de volgende indeling gebruikt: Categorie Basisbedrag Minimumbedrag Maximumbedrag 1 € 10 000,– € 0,– € 10 000,– 2 € 500 000,– € 0,– € 1 000 000,– 3 € 2 000 000,– € 0,– € 4 000 000,– 3 In afwijking van het eerste en tweede lid kan de toezichthouder de hoogte van de bestuurlijke boete vaststellen op ten hoogste twee keer het bedrag van het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen indien diens voordeel groter is dan € 2 000 000. 2009 327 31-07-2009 18-07-2009 31458 2009 328 31-07-2009 18-07-2009 01-08-2009 Artikel XII van Stb. 2009/327 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10f — Artikel 10f#
Artikel 10f 1 artikel 10, tweede lid De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van deze afdeling heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen die ingevolge, zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van deze afdeling jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon. 2 Aan de overdracht, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 07-06-2002
Artikel 10g — Artikel 10g#
Artikel 10g 1 artikel 10h Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze afdeling bepaalde omtrent afzonderlijke ondernemingen, instellingen of personen zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens en inlichtingen die van een instantie als bedoeld inzijn ontvangen, worden niet gepubliceerd en zijn geheim. 2 artikel 10h Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze afdeling of krachtens deze afdeling genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge genoemde artikelen verstrekt of van een instantie als bedoeld inontvangen, of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van zakelijke gegevens en van bescheiden verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of op grond van deze afdeling wordt geëist. 3 Wetboek van Strafvordering Het eerste en tweede lid laten, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het. 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 66 van de Faillissementswet Het in het eerste en tweede lid bepaalde laat evenzo, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van heten vanwelke betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze afdeling opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen omtrent een bank die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op ondernemingen of instellingen die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende bank in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten. 2011 670 29-12-2011 22-12-2011 32826 2011 671 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 10h — Artikel 10h#
Artikel 10h artikel 10g artikel 2 artikel 7 Onze Minister van Financiën is, onverminderd de bepalingen terzake in bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties, in afwijking van, bevoegd om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem bij deze wet opgedragen taak, te verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving of met de uitvoering van de verdragen, besluiten, aanbevelingen en afspraken, bedoeld in, op het gebied van het financieel verkeer en de daartoe krachtens dat artikel dan welgestelde regels, tenzij: a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is; b. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde; c. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd; d. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of e. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 07-06-2002
Artikel 10i — Artikel 10i#
Artikel 10i 1 Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden hoofdstuk 2 van die wet artikel 10g, eerste lid Onze Minister van Financiën verstrekt, indien hij deelneemt aan een samenwerkingsverband als bedoeld in de, in afwijking van, aan het samenwerkingsverband gegevens behorend tot de inof bij algemene maatregel van bestuur op grond van die wet aangewezen categorieën, voor zover dat noodzakelijk is voor het doel van dat samenwerkingsverband, tenzij naar het oordeel van Onze Minister van Financiën zwaarwegende redenen zich daartegen verzetten. 2 artikelen 10g, tweede tot en met vierde lid 10h Indien voor de verstrekking aan bepaalde partijen op grond van de, enbijzondere regels gelden, geschiedt de in het eerste lid bedoelde verstrekking steeds met inachtneming van die regels. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld aan de verstrekkingen op grond van dit artikel. 2024 198 28-06-2024 19-06-2024 35447 2024 380 04-12-2024 29-11-2024 01-03-2025
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2014 571 24-12-2014 17-12-2014 33910 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 2002 270 06-06-2002 16-05-2002 28251 07-06-2002
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een bij of krachtens deze wet strafbaar gesteld feit. 1980 93 15-02-1980 14006 1980 170 03-04-1980 21-04-1980
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikelen 4 10, tweede en derde lid 10a tot en met 11 Deze wet, met uitzondering van de,, en, is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met inachtneming van het in deze afdeling bepaalde. 2 Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. 2013 226 28-06-2013 19-06-2013 33455 2013 258 28-06-2013 25-06-2013 01-07-2013
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a artikel 2, tweede lid Voor de toepassing van deze wet in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba gelden bindende besluiten, vastgesteld in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie, als internationale verplichtingen in de zin van. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b Met de opsporing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn belast, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES bedoelde ambtenaren, de daartoe bij besluit van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 14c — Artikel 14c#
Artikel 14c 1 artikelen 2 7 Overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens deenzijn misdrijven voor zover zij opzettelijk zijn begaan. Voor zover deze gedragingen niet opzettelijk worden begaan, zijn zij overtredingen. 2 In geval van een misdrijf kan de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie opleggen. 3 In geval van een overtreding kan de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie opleggen. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Stb. Stb. De Uitvoerverbodenwet 1935 (599) en de Sanctiewet 1935 (621) treden voor Nederland buiten werking. 1980 93 15-02-1980 14006 1980 170 03-04-1980 21-04-1980
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Sanctiewet 1977 Deze wet kan worden aangehaald als. 2 Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1980 93 15-02-1980 14006 1980 170 03-04-1980 21-04-1980