Wet van 1 maart 1980, houdende aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 februari 1976 inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen
- BWB-id
- BWBR0003299
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003299
- ELI
- /eli/nl/wet/1980/wet-gelijke-behandeling-van-mannen-en-vrouwen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1980/wet-gelijke-behandeling-van-mannen-en-vrouwen/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003299&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003299&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003299/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1980/wet-gelijke-behandeling-van-mannen-en-vrouwen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet wordt verstaan onder: a. onderscheid: direct en indirect onderscheid, alsmede de opdracht daartoe; b. direct onderscheid: indien een persoon op grond van geslacht op een andere wijze wordt behandeld dan een ander in een vergelijkbare situatie wordt, is of zou worden behandeld; c. indirect onderscheid: indien een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelwijze personen van een bepaald geslacht in vergelijking met andere personen bijzonder treft. 2 Onder direct onderscheid wordt mede verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap. 2011 554 02-12-2011 07-11-2011 31832 2011 554 02-12-2011 07-11-2011 31832 03-12-2011
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 Het in deze wet neergelegde verbod van direct onderscheid houdt mede in een verbod op intimidatie en een verbod op seksuele intimidatie. 2 Onder intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: gedrag dat met het geslacht van een persoon verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd. 3 Onder seksuele intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. 4 Het feit dat een persoon het in het tweede en derde lid bedoelde gedrag afwijst of lijdzaam ondergaat, mag niet ten grondslag liggen aan een beslissing die die persoon treft. 5 artikelen 3, tweede lid 4, tweede lid 5, eerste en tweede lid De,, en, zijn niet van toepassing op het verbod van intimidatie en seksuele intimidatie, bedoeld in het eerste lid. 2007 321 13-09-2007 21-07-2007 30967 2007 321 13-09-2007 21-07-2007 30967 14-09-2007
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b 1 In de openbare dienst mag het bevoegd gezag geen onderscheid maken bij de aanstelling tot ambtenaar of indienstneming op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, in de arbeidsvoorwaarden, bij de arbeidsomstandigheden, bij het verstrekken van onderricht, bij de bevordering en bij de beëindiging van het dienstverband. 2 artikel 132a van de Grondwet Tot de openbare dienst, bedoeld in het eerste lid, worden gerekend alle instellingen, diensten en bedrijven door de staat en de openbare lichamen beheerd. Waar in deze wet wordt gesproken over openbare dienst worden tevens openbare lichamen als bedoeld inbegrepen. 3 Van het in het eerste lid bepaalde mag worden afgeweken in de gevallen waarin het de bescherming van de vrouw betreft, met name in verband met zwangerschap en moederschap. 4 Het bevoegd gezag mag het dienstverband van degene die krachtens aanstelling of arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is in de openbare dienst niet beëindigen of betrokkene niet anderszins benadelen wegens de omstandigheid dat deze in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het in het eerste lid bepaalde of terzake bijstand heeft verleend. 5 artikel 681 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 1615s van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES In geval van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst van degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is in openbare dienst door het bevoegd gezag in strijd met deze wet, isofvan overeenkomstige toepassing. 6 Elk beding dat strijdig is met het in het eerste lid bepaalde is nietig. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c artikelen 646 681 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 1614aa 1615s van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES Ingeval een natuurlijke persoon, rechtspersoon of bevoegd gezag een ander onder zijn gezag arbeid laat verrichten, anders dan krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of ambtelijke aanstelling, zijn deenof deenvan overeenkomstige toepassing. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 12a Het is niet toegelaten onderscheid te maken met betrekking tot de voorwaarden voor de toegang tot en de mogelijkheden tot uitoefening van en ontplooiing binnen het vrije beroep, alsmede wat betreft regelingen tussen beroepsgenoten inzake sociale zekerheid niet zijnde pensioenvoorzieningen als bedoeld in. 2 Indien een regeling als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op ziekte of arbeidsongeschiktheid mag daarin geen uitzondering worden gemaakt voor zwangerschap en bevalling, onverminderd de bevoegdheid bepalingen op te nemen ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. 3 Elke bepaling van een regeling als bedoeld in het eerste lid, die in strijd is met het in het eerste of tweede lid bepaalde is nietig. 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 18-10-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het is niet toegelaten onderscheid te maken bij de aanbieding van een betrekking, bij de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking of bij arbeidsbemiddeling. 2 Van het in het eerste lid bepaalde mag worden afgeweken in die gevallen waarin ingevolge deze of enige andere wet bij het aanbieden van een betrekking onderscheid mag worden gemaakt en, voor zover het betreft een openlijke aanbieding van een betrekking, de grond voor dat onderscheid daarbij uitdrukkelijk wordt vermeld. 3 Het aanbieden van een betrekking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt wat betreft tekst en vormgeving zodanig, dat duidelijk blijkt, dat zowel mannen als vrouwen in aanmerking komen. 4 Indien voor de aangeboden betrekking een functiebenaming wordt gebruikt, wordt of zowel de mannelijke als de vrouwelijke vorm gebruikt, of uitdrukkelijk vermeld, dat zowel vrouwen als mannen in aanmerking komen. 5 Wanneer iemand ter zake van een aanbieding in strijd met het in deze wet bepaalde uit onrechtmatige daad jegens een ander aansprakelijk is, kan de rechter hem op vordering van die ander ook veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie op een door de rechter aan te geven wijze. 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 18-10-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een beroepsopleiding, voortgezette beroepsopleiding of cursus voor bijscholing of omscholing onder welke benaming dan ook in stand houdt, dan wel de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een examen verband houdend met de hiervoor bedoelde opleidingen of cursussen afneemt, mag bij de toelating tot en de behandeling binnen de opleiding, dan wel bij het afnemen van het examen, geen onderscheid maken noch ten aanzien van de criteria noch ten aanzien van de niveaus. 2 Van het in het eerste lid van dit artikel bepaalde mag, behoudens voor wat betreft het afnemen van het examen en mits voor leerlingen van beide geslachten gelijkwaardige voorzieningen aanwezig zijn, worden afgeweken indien de eigen aard van een instelling voor bijzonder onderwijs zich tegen het in dat lid bepaalde verzet. 3 Iedere bepaling die strijdig is met het in het eerste lid bepaalde, is nietig. 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 18-10-2006
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Het is niet toegelaten onderscheid te maken bij het lidmaatschap van of de betrokkenheid bij een werknemers- of werkgeversorganisatie of een vereniging van beroepsgenoten, alsmede bij de voordelen die uit dat lidmaatschap of uit die betrokkenheid voortvloeien. 2 Iedere bepaling die in strijd is met het eerste lid is nietig. 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 18-10-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 1b 2 3 4 Van het in de,,enbepaalde mag worden afgeweken indien het gemaakte onderscheid beoogt vrouwen in een bevoorrechte positie te plaatsen teneinde nadelen op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot het beoogde doel. 2 artikelen 1b 2 3 4 Voor zover het betreft de toegang tot beroepsactiviteiten of de hiervoor noodzakelijke opleidingen mag van de,,enworden afgeweken indien het gemaakte onderscheid is gebaseerd op een kenmerk dat verband houdt met het geslacht en dat kenmerk wegens de aard van de betrokken specifieke beroepsactiviteiten of de context waarin deze worden uitgevoerd, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste is, mits het doel legitiem is en het vereiste evenredig aan dat doel is. 3 Als beroepsactiviteiten en hiervoor noodzakelijke opleidingen waarvoor een kenmerk als bedoeld in het tweede lid, een wezenlijk en bepalend beroepsvereiste is, worden slechts beschouwd die welke behoren tot respectievelijk opleiden voor geestelijke ambten dan wel beroepsactiviteiten die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen. 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 18-10-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien van indirect onderscheid, indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 18-10-2006
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Indien degene die meent dat te zijnen nadeel een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in deze wet, in rechte feiten aanvoert die dat onderscheid kunnen doen vermoeden, dient de wederpartij te bewijzen dat niet in strijd met deze wet is gehandeld. 2000 635 28-12-2000 13-12-2000 27026 2000 636 28-12-2000 18-12-2000 01-01-2001
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dat artikel Bij de toepassing vanwordt voor de vergelijking van de inbedoelde arbeidsvoorwaarden met betrekking tot het loon uitgegaan van het loon dat in de onderneming waar de werknemer in wiens belang de loonvergelijking wordt gemaakt werkzaam is, door een werknemer van de andere kunne voor arbeid van gelijke waarde dan wel, bij gebreke daarvan, voor arbeid van nagenoeg gelijke waarde pleegt te worden ontvangen. 2 Onder loon als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de vergoeding door de werkgever aan de werknemer verschuldigd terzake van diens arbeid. 1998 187 09-04-1998 12-03-1998 20890 1998 188 09-04-1998 12-03-1998 22695 1998 187 09-04-1998 12-03-1998 20890 10-04-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7 Voor de toepassing vanwordt arbeid gewaardeerd volgens een deugdelijk stelsel van functiewaardering, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij het stelsel dat gebruikelijk is in de onderneming waarin de belanghebbende werknemer werkzaam is. Bij gebreke van een zodanig stelsel wordt de arbeid, gelet op de beschikbare gegevens, naar billijkheid gewaardeerd. 1996 562 26-11-1996 14-11-1996 24770 1997 37 06-02-1997 10-01-1997 01-04-1997
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 7 Voor de toepassing vanwordt het loon van de belanghebbende werknemer geacht gelijk te zijn aan het loon dat een werknemer van de andere kunne voor arbeid van gelijke waarde pleegt te ontvangen, indien het is berekend op grondslag van gelijkwaardige maatstaven. 2 artikel 7 Voor de toepassing vanworden andere dan geldelijke loonbestanddelen in aanmerking genomen naar de waarde, welke daaraan in het economisch verkeer kan worden toegekend. 3 Ingeval een arbeidsduur is overeengekomen, welke korter is dan die welke in overeenkomstige arbeidsverhoudingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen, wordt het loon, voorzover het naar tijdsduur wordt berekend, naar evenredigheid verminderd. 1996 562 26-11-1996 14-11-1996 24770 1997 37 06-02-1997 10-01-1997 01-04-1997
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 7 8 9 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld omtrent het in de,enbepaalde. 1989 168 27-04-1989 1989 168 27-04-1989 01-07-1989
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2000 391 03-10-2000 14-09-2000 27185 2000 391 03-10-2000 14-09-2000 27185 04-10-2000
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikelen 1b 1c Bij de toepassing van deenvan deze wet is deze paragraaf van overeenkomstige toepassing. 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 18-10-2006
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a Voor de toepassing van het in deze paragraaf bepaalde wordt verstaan onder pensioenvoorziening: een pensioenvoorziening ten behoeve van een of meer personen, uitsluitend in verband met hun werkzaamheden in een onderneming, bedrijfstak, tak van beroep of openbare dienst, in aanvulling op een wettelijk stelsel van sociale zekerheid en, ingeval van een voorziening ten behoeve van een persoon, anders dan door die persoon zelf tot stand gebracht. 1998 187 09-04-1998 12-03-1998 20890 1998 188 09-04-1998 12-03-1998 22695 1998 187 09-04-1998 12-03-1998 20890 10-04-1998
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b 1 artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 1b Het is ook aan anderen dan de werkgever bedoeld inof het bevoegd gezag bedoeld inniet toegestaan onderscheid te maken wat betreft de bepaling van de kring van personen voor wie een pensioenvoorziening tot stand wordt gebracht, wat betreft de bepaling van de inhoud van een pensioenvoorziening of wat betreft de wijze van uitvoering daarvan. 2 artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 1b Bepalingen krachtens welke de verwerving van pensioenaanspraken wordt onderbroken gedurende de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van een wettelijke bepaling of overeenkomst, worden voor de toepassing van,en het eerste lid beschouwd als strijdig met het verbod van ongelijke behandeling van mannen en vrouwen. 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 18-10-2006
Artikel 12c — Artikel 12c#
Artikel 12c 1 artikel 1 van de Pensioenwet artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 1a 12b In geval van een uitkeringsovereenkomst als bedoeld in, blijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de werkgever voor de toepassing vanen van deenbuiten beschouwing, voor zover dat gerechtvaardigd is in verband met voor mannen en vrouwen verschillende actuariële berekeningselementen. 2 artikel 1 van de Pensioenwet artikel 1 van de Pensioenwet artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 1a 12b In geval van een premieovereenkomst als bedoeld inof een kapitaalovereenkomst als bedoeld inblijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de werkgever voor de toepassing vanen van deenbuiten beschouwing en wordt: a. of de omvang van de uit de premieovereenkomst of kapitaaloverovereenkomst voortvloeiende periodieke pensioenuitkering voor mannen en vrouwen gelijk getrokken; b. of de door de werkgever beschikbaar gestelde premie respectievelijk de opbouw van aanspraak op kapitaal zodanig vastgesteld dat naar het inzicht op het tijdstip van vaststelling, de omvang van de pensioenen voor mannen en vrouwen gelijk wordt getrokken. 3 artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling artikel 12b In geval van een uitkeringsregeling als bedoeld inblijft de omvang van de geldelijke bijdrage van de beroepsgenoot voor de toepassing vanbuiten beschouwing voor zover dat gerechtvaardigd is in verband met voor mannen en vrouwen verschillende actuariële berekeningselementen. 4 artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling In geval van een premieregeling of een aanspraak op kapitaal op basis van een kapitaalregeling als bedoeld inwordt de omvang van het daaruit voortvloeiende pensioen voor mannen en vrouwen gelijk getrokken. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het tweede en vierde lid. 2006 706 22-12-2006 07-12-2006 30655 2006 707 22-12-2006 18-12-2006 01-01-2007
Artikel 12d — Artikel 12d#
Artikel 12d artikel 12b In afwijking vanzijn toegestaan bepalingen die betrekking hebben op bescherming van de vrouw met name in verband met zwangerschap en moederschap. 1998 187 09-04-1998 12-03-1998 20890 1998 187 09-04-1998 12-03-1998 20890 10-04-1998
Artikel 12e — Artikel 12e#
Artikel 12e artikel 12b Iedere bepaling die strijdig is met het verbod van ongelijke behandeling van mannen en vrouwen bedoeld inis nietig. 1998 187 09-04-1998 12-03-1998 20890 1998 187 09-04-1998 12-03-1998 20890 10-04-1998
Artikel 12f — Artikel 12f#
Artikel 12f artikel 681 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 1615s van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek BES artikel 12b Het bepaalde inofis van overeenkomstige toepassing bij beëindiging van de dienstbetrekking door de werkgever wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1994 230 02-03-1994 22014 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a Vervallen 1994 269 06-04-1994 22486 1994 391 27-05-1994 01-07-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Staatscourant Met het toezicht op de naleving vanen van het bepaalde bij of krachtens deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaren. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan ten behoeve van dit toezicht een onderzoek doen instellen door die ambtenaren. Voorzover het de openbare dienst betreft kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzoeken een onderzoek als bedoeld in de tweede volzin te doen instellen. Van een besluit als bedoeld in de eerste volzin wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 2 artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 1b artikel 1c Indien uit een onderzoek blijkt dat een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld inof in deze wet doet Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hiervan mededeling aan de natuurlijke persoon, rechtspersoon of het bevoegde gezag dat het onderscheid heeft gemaakt of maakt, en, indien het een onderscheid als bedoeld inofofvan deze wet betreft, aan de betrokken ondernemingsraad of het daarmee vergelijkbare medezeggenschapsorgaan, alsmede aan de daarvoor in aanmerking komende organisaties van werkgevers, van werknemers, uit het beroepsleven of van overheidspersoneel. De mededeling aan de betrokken ondernemingsraad of het daarmee vergelijkbare medezeggenschapsorgaan, alsmede aan de daarvoor in aanmerking komende organisaties van werkgevers, van werknemers, uit het beroepsleven of van overheidspersoneel bevat geen gegevens waaruit de identiteit van de in het onderzoek betrokken personen ten nadele van wie het onderscheid is of wordt gemaakt kan worden afgeleid. 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 2006 469 17-10-2006 05-10-2006 30237 18-10-2006
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 5, derde lid, onderdeel c artikel 10 Staatscourant De voordracht tot wijziging van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in, en de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld inwordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in deis bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a artikelen 1 tot en met 23 Devan deze wet zijn mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2025 389 25-11-2025 08-10-2025 36551 2025 433 15-12-2025 08-12-2025 01-01-2026
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen. 2 Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst. 1989 168 27-04-1989 1989 168 27-04-1989 01-07-1989