Wet van 1 juli 1981, houdende regelen omtrent een eenmalige uitkering aan bepaalde door de Japanners in Azië geïnterneerden en hun weduwen
- BWB-id
- BWBR0003419
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 1981-07-31 t/m 2007-11-13
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003419
- ELI
- /eli/nl/wet/1981/uitkeringswet-indische-ge-nterneerden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1981/uitkeringswet-indische-ge-nterneerden/1981-07-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003419&g=1981-07-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003419&z=2026-06-06&g=1981-07-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003419/1981-07-31
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1981/uitkeringswet-indische-ge-nterneerden
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: 1. Tractatenblad Tractatenblad geïnterneerde: degene die bij de uitvoering door Nederland van artikel 16 van het Vredesverdrag met Japan (1952, no. 91) of bij de uitvoering van het Stikker-Joshida Akkoord (1956, no. 28) voor een uitkering in aanmerking is of zou zijn gebracht en die als gevolg van de Japanse bezetting inkomsten uit arbeid of bedrijf, welke hij op het tijdstip van de bezetting van Nederlands-Indië door Japan genoot door krijgsgevangenschap of internering heeft gederfd; 2. weduwe: de weduwe van een voor 1 januari 1981 overleden geïnterneerde. 1981 477 01-07-1981 16730 1981 477 01-07-1981 16730 31-07-1981
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De op 1 januari 1981 in leven zijnde geïnterneerde onderscheidenlijk weduwe, die in de periode van 15 augustus 1945 tot 1 januari 1981 tenminste 10 jaren onafgebroken in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd is geweest of in die periode vanuit Nederland is geëmigreerd, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering ten bedrage van f 7500 welke niet in mindering wordt gebracht op pensioenen, uitkeringen, subsidies en dergelijke. 1981 477 01-07-1981 16730 1981 477 01-07-1981 16730 31-07-1981
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De uitkering wordt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken verleend op verzoek van de geïnterneerde, de weduwe of indien de geïnterneerde of de weduwe op of na 1 januari 1981 is overleden, hun erfgenamen. De aanvraag moet schriftelijk worden ingediend en uiterlijk binnen 2 jaren na de datum van inwerkingtreding van deze wet bij Onze Minister van Binnenlandse Zaken zijn ontvangen. 1981 477 01-07-1981 16730 1981 477 01-07-1981 16730 31-07-1981
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Een weduwe heeft, ook al is zij eveneens geïnterneerde in de zin van deze wet, slechts aanspraak op één uitkering. 1981 477 01-07-1981 16730 1981 477 01-07-1981 16730 31-07-1981
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan in bijzondere gevallen na advies van een ter zake door Ons in te stellen Commissie afwijken van het bepaalde in deze wet. 1981 477 01-07-1981 16730 1981 477 01-07-1981 16730 31-07-1981
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Staatsblad Stb. Deze wet wordt, onder toevoeging op de gebruikelijke wijze van het jaartal en het nummer van hetwaarin zij is geplaatst, opgenomen als nr. 19 in het onderdeel "Departement van Binnenlandse Zaken" van de bijlage, bedoeld in artikel 6 van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (1975, 284). 1981 477 01-07-1981 16730 1981 477 01-07-1981 16730 31-07-1981
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze wet kan worden aangehaald als: Uitkeringswet Indische geïnterneerden. 1981 477 01-07-1981 16730 1981 477 01-07-1981 16730 31-07-1981
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst. 1981 477 01-07-1981 16730 1981 477 01-07-1981 16730 31-07-1981