Wet van 25 maart 1981, tot uitvoering van artikel IV van het op 10 april 1972 te Londen, Moskou en Washington tot stand gekomen Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Trb. 1972, 142)
- BWB-id
- BWBR0003385
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003385
- ELI
- /eli/nl/wet/1981/uitvoeringswet-verdrag-biologische-wapens
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1981/uitvoeringswet-verdrag-biologische-wapens/2025-07-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003385&g=2025-07-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003385&z=2026-06-06&g=2025-07-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003385/2025-07-05
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1981/uitvoeringswet-verdrag-biologische-wapens
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van deze wet worden onder biologische agentia verstaan: voor zover die organismen, bestanddelen of stoffen ziekte of dood kunnen veroorzaken bij mens, dier of plant. a. levende organismen die zich in mens, dier of plant kunnen vermenigvuldigen; b. uit die organismen verkregen infectieuze bestanddelen, die zich in mens, dier of plant kunnen vermenigvuldigen; c. stoffen, die door levende micro-organismen worden geproduceerd, met inbegrip van stoffen met identieke of analoge structuur en werking, welke langs chemische weg vervaardigd zijn; 2 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ieder voor zoveel het hem aangaat, aangewezen ambtenaren. 2024 143 04-06-2024 22-05-2024 36334 2024 374 03-12-2024 27-11-2024 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Onze Minister van Landbouw en Visserij dan wel Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, na overleg met zijn genoemde ambtgenoot en in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, de ontwikkeling, de produktie, het in voorraad hebben, de verwerving of het bezit van biologische agentia verbieden, indien hij reden heeft om aan te nemen dat deze geëigend zijn om als strijdmiddel te worden gebruikt. 2 Er is reden om aan te nemen dat biologische agentia geëigend zijn om als strijdmiddel te worden gebruikt indien daarvan de soort of de aanwezige hoeveelheid onder de omstandigheden van het moment niet kan worden gerechtvaardigd uit hoofde van profylactische, beschermende of andere vreedzame doeleinden. 3 Onze Minister, die een verbod ingevolge dit artikel uitvaardigt, kan daarbij voorschriften geven omtrent de wijze waarop en de termijn waarbinnen de desbetreffende biologische agentia dienen te worden vernietigd, alsmede het toezicht waaronder de vernietiging dient plaats te vinden. 4 Het in het vorige lid bedoelde verbod wordt de betrokkene bij aangetekende brief medegedeeld of bevestigd. Alvorens een verbod uit te vaardigen wordt de betrokkene in de gelegenheid gesteld te worden gehoord, tenzij naar het oordeel van Onze betrokken Minister geen uitstel kan worden gedoogd. 2025 151 04-06-2025 26-05-2025 36682 2025 174 04-07-2025 30-06-2025 05-07-2025
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Onverminderd het bepaalde inis het een ieder verboden biologische agentia te ontwikkelen, te produceren, in voorraad te hebben of op enigerlei andere wijze te verwerven of te bezitten, indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze zijn of zullen worden bestemd om als strijdmiddel te worden gebruikt. 1981 187 25-03-1981 16024 1981 125 30-06-1981 07-07-1981
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het is een ieder verboden wapens, uitrusting of verspreidingsmiddelen te ontwikkelen, te produceren, in voorraad te hebben of op enigerlei andere wijze te verwerven of te bezitten, indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze zijn of zullen worden bestemd om te dienen voor het gebruik van biologische agentia als strijdmiddel. 1981 187 25-03-1981 16024 1981 125 30-06-1981 07-07-1981
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 2 3 artikel 4 artikel 7, onder e, van de Wet op de economische delicten artikelen 33 34 36b 36c van het Wetboek van Strafrecht artikel 6:1:12 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 35 tot en met 36 37 38a tot en met 38c van het Wetboek van Strafrecht BES De in deenbedoelde agentia, de inbedoelde voorwerpen, alsmede de inbedoelde voorwerpen worden steeds verbeurd of aan het verkeer onttrokken verklaard. Voor het overige zijn de,,enenof de,,van toepassing. 2017 82 09-03-2017 22-02-2017 34086 2019 507 24-12-2019 18-12-2019 01-01-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Een ieder die bij de uitvoering van deze wet de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden is verplicht tot geheimhouding daarvan tenzij uit hoofde van het ambt dat hij bekleedt enig ander voorschrift van toepassing is. 1981 187 25-03-1981 16024 1981 125 30-06-1981 07-07-1981
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat: a. artikelen 2, eerste en derde lid 3 4 hij die een voorschrift overtreedt, gesteld bij of krachtens de,en, als schuldig aan een overtreding wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie; b. artikelen 2, eerste en derde lid 3 4 hij die een voorschrift overtreedt, gesteld bij of krachtens de,en, als schuldig aan een misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het feit opzettelijk is begaan; c. artikelen 2, eerste en derde lid 3 4 hij die een voorschrift overtreedt, gesteld bij of krachtens de,en, als schuldig aan een misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het feit opzettelijk is begaan met een terroristisch oogmerk als bedoeld in artikel 84b van het Wetboek van Strafrecht BES, dan wel met het oogmerk om een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 84a van dat wetboek voor te bereiden of gemakkelijk te maken; d. artikel 5 artikel 7, onder e, van de Wet op de economische delicten in afwijking vanin plaats van de inbedoelde voorwerpen worden bedoeld de voorwerpen die behoren tot de onderneming van degene die overeenkomstig deze wet is veroordeeld en voor zover deze voorwerpen soortgelijk zijn aan en met betrekking tot het delict verband houden met die, genoemd in artikel 35 van het Wetboek van Strafrecht BES. e. artikel 1, tweede lid in afwijking van: 1°. met controle op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast: – de bij besluit van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ieder voor zoveel het hem aangaat, aangewezen ambtenaren; – de bij of krachtens artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES aangewezen ambtenaren, en 2°. de onder 1° bedoelde ambtenaren – voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van voornoemde controlerende taak nodig is – bevoegd zijn: – inzage te vorderen van gegevens en bescheiden alsmede daarvan kopieën te maken; – elke plaats te betreden; – zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen en daartoe verpakkingen te openen; – vervoermiddelen en daarmee vervoerde lading te onderzoeken. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1981 187 25-03-1981 16024 1981 125 30-06-1981 07-07-1981
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Deze wet kan worden aangehaald als "Uitvoeringswet verdrag biologische wapens". 2 Nederlandse Staatscourant Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de plaatsing in devan een mededeling omtrent de nederlegging van de akte van bekrachtiging van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens. 1989 609 28-12-1989 21360 1989 609 28-12-1989 21360 31-12-1989