Wet van 4 februari 1981, houdende instelling van het ambt van Nationale ombudsman en wijziging van een aantal wetten
- BWB-id
- BWBR0003372
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003372
- ELI
- /eli/nl/wet/1981/wet-nationale-ombudsman
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1981/wet-nationale-ombudsman/2022-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003372&g=2022-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003372&z=2026-06-06&g=2022-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003372/2022-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1981/wet-nationale-ombudsman
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze wet verstaat onder: a. artikel 2 ombudsman: de Nationale ombudsman, bedoeld in; b. Kinderombudsman: artikel 9, eerste lid de als zodanig aangewezen substituut-ombudsman, bedoeld in; c. hoofdstuk IIB artikel 9, eerste lid veteranenombudsman: de ombudsman voor zover hij optreedt als bedoeld in, of de als zodanig aangewezen substituut-ombudsman bedoeld in; d. artikel 3, onderdelen a, c, d, e en f, van de Ambtenarenwet 2017 artikel 1, onderdeel b, onder 7°, van de Wet op de rechterlijke organisatie ambtenaar: een ambtenaar, een gewezen ambtenaar, personen genoemd inen in, ook na beëindiging van de aanstelling, alsmede andere personen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, ook na het beëindigen van de werkzaamheden; e. openbare lichamen: openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 Deze wet is van toepassing op de gedragingen van de volgende bestuursorganen: a. Onze Ministers; b. artikel 79q van de Provinciewet artikel 81p van de Gemeentewet artikel 107 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba artikel 51b van de Waterschapswet artikel 10, vierde lid artikel 41, eerste lid, onder a artikel 50a, eerste lid, onder a artikel 52, eerste lid, onder a artikel 62, onder a artikel 74, eerste lid, onder a artikel 84, eerste lid, onder a artikel 126, onder b, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bestuursorganen van provincies, gemeenten, openbare lichamen, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen, tenzij voor die bestuursorganen een eigen voorziening voor de behandeling van verzoekschriften is ingesteld op grond van respectievelijk,,,of,,,,,,, en; c. bestuursorganen aan welke bij of krachtens wettelijk voorschrift een taak met betrekking tot de politie is opgedragen, voor zover het de uitoefening van die taak betreft; d. bestuursorganen van provincies, gemeenten, openbare lichamen, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen voor zover het de gedragingen van voor hen werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren betreft; e. andere bestuursorganen, daaronder mede begrepen bestuursorganen in de openbare lichamen, voor zover niet bij algemene maatregel van bestuur uitgezonderd. 2 Een gedraging van een ambtenaar, verricht in de uitoefening van zijn functie, wordt aangemerkt als een gedraging van het bestuursorgaan onder wiens verantwoordelijkheid hij werkzaam is. 3 artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens artikel 18 van die wet Op een gedraging van het College, genoemd in, is deze wet slechts van toepassing voor zover het gaat om een gedraging van een ambtenaar die behoort tot het inbedoelde bureau. 2022 18 18-01-2022 15-12-2021 35513 2022 128 30-03-2022 21-03-2022 01-07-2022
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b 1 artikel 79q, tweede of derde lid, van de Provinciewet artikel 81p, tweede of derde lid, van de Gemeentewet artikel 51b, tweede of derde lid, van de Waterschapswet artikel 10, vierde lid artikel 41, eerste lid, onder a artikel 50a, eerste lid, onder a artikel 52, eerste lid, onder a artikel 62, onder a artikel 74, eerste lid, onder a artikel 84, eerste lid, onder a artikel 126, onder b, van de Wet gemeenschappelijke regelingen Indien de ombudsman een besluit als bedoeld in,, artikel 107, tweede of derde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Sabaof,,,,,,, enheeft ontvangen, bevestigt hij onverwijld de ontvangst daarvan. 2 artikel 1a, eerste lid, onder b De ombudsman registreert de provincies, gemeenten, openbare lichamen, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen met een eigen voorziening als bedoeld in. Hij maakt deze registratie openbaar. 2022 18 18-01-2022 15-12-2021 35513 2022 128 30-03-2022 21-03-2022 01-07-2022
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c 1 artikel 1a, eerste lid, onder b Provincies, gemeenten, openbare lichamen, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in, zijn een vergoeding verschuldigd ter dekking van de kosten die zijn verbonden aan de behandeling van verzoekschriften ten aanzien van hun bestuursorganen door de ombudsman. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt de vergoeding vast. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent: a. de berekening van de te betalen vergoeding; b. de wijze van betaling van de verschuldigde vergoeding; c. het tijdstip waarop de verschuldigde vergoeding dient te zijn voldaan. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 1d — Artikel 1d#
Artikel 1d artikelen 1b 1c Deenzijn niet van toepassing op de Kinderombudsman of de Veteranenombudsman, voor zover die als zodanig optreedt. 2012 133 30-03-2012 11-02-2012 32414 2014 221 25-06-2014 19-06-2014 28-06-2014
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een Nationale ombudsman. 2 De ombudsman wordt benoemd door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Bij de benoeming slaat de Tweede Kamer zodanig acht op een aanbeveling, daartoe in gezamenlijk overleg opgemaakt door de vice-president van de Raad van State, de president van de Hoge Raad der Nederlanden en de president van de Algemene Rekenkamer en bevattende de namen van ten minste drie personen, als zij zal dienstig oordelen. 3 De benoeming geschiedt voor de duur van zes jaren. 4 Indien de Tweede Kamer voornemens is de ombudsman opnieuw te benoemen, kan zij bepalen dat het tweede lid, tweede volzin, buiten toepassing blijft. 5 Artikel 10, vijfde tot en met zevende lid Indien blijkt dat de Tweede Kamer niet tijdig tot de benoeming van een nieuwe ombudsman zal kunnen komen, voorziet de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk in de waarneming van het ambt van ombudsman., is van overeenkomstige toepassing. 1992 594 29-10-1992 21995 1992 594 29-10-1992 21995 20-11-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Tweede Kamer ontslaat de ombudsman met ingang van de eerstvolgende maand na die waarin hij de zeventigjarige leeftijd bereikt. 2 De Tweede Kamer ontslaat de ombudsman voorts: a. op zijn verzoek; b. wanneer hij uit hoofde van ziekten of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; c. bij de aanvaarding van een ambt of betrekking bij deze wet onverenigbaar verklaard met het ambt van ombudsman; d. bij het verlies van het Nederlanderschap; e. wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; f. wanneer hij ingevolge onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; g. wanneer hij naar het oordeel van de Tweede Kamer door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen. 2007 168 10-05-2007 19-04-2007 30960 2007 168 10-05-2007 19-04-2007 30960 11-05-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De Tweede Kamer stelt de ombudsman op non-activiteit ingeval: a. hij zich in voorlopige hechtenis bevindt; b. hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; c. hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak. 2 artikel 3, tweede lid onder b De Tweede Kamer kan de ombudsman op non-activiteit stellen, indien hij wordt vervolgd wegens een misdrijf of indien er een ander ernstig vermoeden is voor het bestaan van feiten of omstandigheden die tot ontslag, anders dan op gronden vermeld in, zouden kunnen leiden. 3 In het geval, bedoeld in het tweede lid, eindigt de non-activiteit na drie maanden. De Tweede Kamer kan de maatregel echter telkens voor ten hoogste drie maanden verlengen. 4 De Tweede Kamer beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is vervallen. 5 De Tweede Kamer kan bij de beslissing waarbij de ombudsman op non-activiteit wordt gesteld, bepalen dat tijdens de duur van de non-activiteit geen salaris of slechts een gedeelte van het salaris zal worden genoten, in het laatste geval onder aanwijzing van het gedeelte dat zal worden genoten. 6 Indien de non-activiteit anders dan door ontslag is geëindigd, kan de Tweede Kamer beslissen, dat het niet genoten salaris alsnog geheel of gedeeltelijk zal worden uitbetaald, in het laatste geval onder aanwijzing van het gedeelte dat zal worden uitbetaald. 2011 600 22-12-2011 01-12-2011 32177 2012 408 19-09-2012 13-09-2012 01-01-2013
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De ombudsman kan niet bekleden: a. het lidmaatschap van publiekrechtelijke colleges waarvoor de keuze geschiedt bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen; b. een openbare betrekking waaraan een vaste beloning of toelage is verbonden; c. het lidmaatschap van vaste colleges van advies en bijstand aan de Regering; d. het beroep of ambt van advocaat of notaris. 2 De ombudsman vervult geen betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn ambt of op de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. 3 De betrekkingen die de ombudsman buiten zijn ambt vervult, worden door hem openbaar gemaakt. 2008 100 08-04-2008 20-03-2008 30815 2008 274 15-07-2008 03-07-2008 01-09-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers De bepalingen van dezijn van overeenkomstige toepassing op de ombudsman, met dien verstande dat deze wordt gelijkgesteld met een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 2021 328 09-07-2021 23-06-2021 35548 10-07-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2008 494 04-12-2008 06-11-2008 31387 2009 53 12-02-2009 26-01-2009 13-02-2009
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Alvorens zijn ambt te aanvaarden legt de ombudsman in de handen van de Voorzitter der Tweede Kamer af: a. de eed of verklaring en belofte dat hij tot het verkrijgen van zijn benoeming rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of onder welk voorwendsel ook, aan iemand iets heeft gegeven of beloofd, alsmede dat hij om iets in zijn ambt te doen of te laten rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte heeft aangenomen of zal aannemen; b. Grondwet de eed of belofte van trouw aan de. 1981 35 24-02-1981 04-02-1981 14178 1981 326 15-05-1981 10-06-1981
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De Tweede Kamer benoemt op verzoek van de ombudsman een of meer personen tot substituut-ombudsman en wijst daarbij de substituut-ombudsman aan die de functie van Kinderombudsman of Veteranenombudsman heeft. De ombudsman maakt daartoe een aanbeveling op, die de namen van ten minste drie personen bevat. Indien er geen Kinderombudsman of Veteranenombudsman is, draagt de ombudsman zo spoedig mogelijk zorg voor een verzoek als bedoeld in de eerste volzin. 2 De benoeming van een substituut-ombudsman geschiedt voor de duur van de ambtstermijn van de ombudsman op wiens verzoek hij is benoemd, vermeerderd met een jaar. 3 Indien de Tweede Kamer voornemens is een substituut-ombudsman opnieuw te benoemen, kan zij bepalen dat het eerste lid, tweede volzin, buiten toepassing blijft. 4 artikelen 3 tot en met 8 15 artikelen 9:21 9:30 tot en met 9:34 van de Algemene wet bestuursrecht De,, en deen, zijn van overeenkomstig toepassing op een substituut-ombudsman. 5 De ombudsman regelt de werkzaamheden van een substituut-ombudsman. 6 artikelen 16, derde lid artikelen 9:27 9:35 9:36 van de Algemene wet bestuursrecht De ombudsman kan bepalen dat de bevoegdheden, bedoeld in de, en de,en, tevens worden uitgeoefend door een substituut-ombudsman. De ombudsman kan voor de uitoefening van die bevoegdheden richtlijnen vaststellen. 2012 133 30-03-2012 11-02-2012 32414 2014 221 25-06-2014 19-06-2014 28-06-2014
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De ombudsman regelt zijn vervanging door een substituut-ombudsman, voor het geval dat hij tijdelijk niet in staat is zijn ambt te vervullen. De ombudsman regelt tevens de vervanging van de Kinderombudsman of de Veteranenombudsman door een substituut-ombudsman, voor het geval dat die tijdelijk niet in staat is zijn ambt te vervullen. 2 Indien geen substituut-ombudsman aanwezig of beschikbaar is, voorziet de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk in de vervanging van de ombudsman, Kinderombudsman of Veteranenombudsman. In dat geval eindigt de vervanging wanneer de ombudsman, Kinderombudsman of Veteranenombudsman weer in staat is zijn ambt te vervullen of, indien de ombudsman, Kinderombudsman of Veteranenombudsman op non-activiteit is gesteld, op het tijdstip dat de non-activiteit eindigt. 3 artikel 3 Indien de ombudsman, Kinderombudsman of Veteranenombudsman overlijdt of ingevolgewordt ontslagen, voorziet de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk in de waarneming van het ambt van ombudsman, Kinderombudsman of Veteranenombudsman door een substituut-ombudsman. 4 Indien geen substituut-ombudsman aanwezig of beschikbaar is, voorziet de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk in de waarneming van het ambt van ombudsman, Kinderombudsman of Veteranenombudsman. 5 De waarneming eindigt van rechtswege op het tijdstip waarop een nieuwe ombudsman, Kinderombudsman of Veteranenombudsman in functie is getreden. 6 artikelen 2, tweede lid, tweede volzin, derde en vierde lid 3, eerste lid 6 9 Op degene die krachtens het tweede of het vierde lid de ombudsman, Kinderombudsman of Veteranenombudsman vervangt of het ambt van ombudsman, Kinderombudsman of Veteranenombudsman waarneemt, zijn de,,envan deze wet niet van toepassing. 7 artikel 5, eerste lid, onderdelen b en c Indien de in het zesde lid bedoelde vervanger respectievelijk waarnemer een betrekking of lidmaatschap als bedoeld in, bekleedt of gaat bekleden, is hij voor de duur van de vervanging respectievelijk de waarneming in die betrekking of dat lidmaatschap van rechtswege op non-activiteit gesteld. De bezoldiging voor die betrekking of dat lidmaatschap met inbegrip van eventuele toelagen blijft gedurende de periode van non-activiteit achterwege. 2012 133 30-03-2012 11-02-2012 32414 2014 221 25-06-2014 19-06-2014 28-06-2014
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Te zijner ondersteuning beschikt de ombudsman over een bureau. 2 artikel 677 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Op voordracht van de ombudsman wordt bij koninklijk besluit besloten tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst met de tot het bureau behorende personen. Tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt bij koninklijk besluit op voordracht van de ombudsman besloten, tenzij de ombudsman de arbeidsovereenkomst opzegt op grond van. 3 Bij koninklijk besluit wordt bepaald in welke gevallen het tweede lid niet van toepassing is. 4 Ten aanzien van het tot het bureau van de ombudsman behorende personeel gelden de voor alle ambtenaren geldende arbeidsvoorwaarden die zijn opgenomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 5 Op verzoek van de ombudsman kunnen in de collectieve arbeidsovereenkomst, bedoeld in het vierde lid, andere arbeidsvoorwaarden voor het tot het bureau van de ombudsman behorende personeel worden opgenomen. 2019 173 16-05-2019 17-04-2019 35073 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. jeugdige: een persoon die de meerderjarigheidsleeftijd nog niet heeft bereikt; b. kinderrechtenverdrag: het op 20 november 1989 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van het kind (Trb. 1990, 46); c. rechten van jeugdigen: de rechten van jeugdigen, opgenomen in het kinderrechtenverdrag. 2010 716 12-10-2010 20-09-2010 31831 2011 127 14-03-2011 02-03-2011 01-04-2011
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b 1 De Kinderombudsman heeft tot taak te bevorderen dat de rechten van jeugdigen worden geëerbiedigd door bestuursorganen en door privaatrechtelijke organisaties. 2 Hij doet dit in elk geval door: a. voor te lichten en informatie te geven over de rechten van jeugdigen; b. gevraagd en ongevraagd advies te geven aan de regering en de beide Kamers der Staten-Generaal over wetgeving die en beleid dat de rechten van jeugdigen raakt; c. het instellen van onderzoek naar de eerbiediging van de rechten van jeugdigen naar aanleiding van klachten of uit eigen beweging; d. het toezicht houden op de wijze waarop klachten van jeugdigen of hun wettelijke vertegenwoordigers door de daartoe bevoegde instanties, niet zijnde de ombudsman, worden behandeld. 3 Bij de uitvoering van zijn taken, houdt de Kinderombudsman zo veel mogelijk rekening met de mening van jeugdigen zelf overeenkomstig artikel 12 van het kinderrechtenverdrag, met de belangen van jeugdigen en met hun belevingswereld. 2010 716 12-10-2010 20-09-2010 31831 2011 127 14-03-2011 02-03-2011 01-04-2011 2011 4 11-01-2011 13-12-2010 32456 2011 127 14-03-2011 02-03-2011 01-04-2011
Artikel 11c — Artikel 11c#
Artikel 11c 1 Een ieder die meent dat een of meer rechten van jeugdigen niet geëerbiedigd worden door: kan een klacht indienen bij de Kinderombudsman. a. artikel 1a een bestuursorgaan als bedoeld in, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 1a, eerste lid, onder b, daaronder mede worden begrepen bestuursorganen met een eigen voorziening voor de behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onder b; b. een orgaan van een rechtspersoon, niet zijnde een bestuursorgaan, voor zover die: 1° een bij of krachtens de wet geregelde taak ten aanzien van jeugdigen uitoefent; of 2° anderszins een taak ten aanzien van jeugdigen uitoefent op het terrein van het onderwijs, de jeugdhulp, de kinderopvang of de gezondheidszorg, 2 artikel 1a artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een klacht over een bestuursorgaan als bedoeld in, geldt als een verzoek als bedoeld in. 3 Een gedraging van een medewerker van een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, onder b, verricht in de uitoefening van zijn functie, wordt aangemerkt als een gedraging van die rechtspersoon. 2014 442 21-11-2014 05-11-2014 33983 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 11d — Artikel 11d#
Artikel 11d 1 artikel 1a, eerste lid, onder b artikel 11c, eerste lid, onder b artikel 15 titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht Op de behandeling van klachten over en onderzoek uit eigen beweging naar bestuursorganen met een eigen voorziening voor de behandeling van verzoekschriften als bedoeld in, en organen van rechtspersonen als bedoeld in, door de Kinderombudsman zijnalsmedevan overeenkomstige toepassing. 2 artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 9:23 onder a 9:28 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 11c, eerste lid In afwijking van, kan een klacht als bedoeld in, mondeling worden ingediend. Deenzijn in dat geval niet van toepassing. 3 artikel 9:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 11c, eerste lid, onder b In afwijking vanis de Kinderombudsman niet verplicht een onderzoek in te stellen, indien de klacht een orgaan als bedoeld in, betreft. 4 artikel 9:33 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 11c, eerste lid, onder b De inbedoelde vergoeding van kosten vindt plaats ten laste van het Rijk indien het onderzoek betrekking heeft op een orgaan van een rechtspersoon als bedoeld in. 2010 716 12-10-2010 20-09-2010 31831 2011 127 14-03-2011 02-03-2011 01-04-2011
Artikel 11e — Artikel 11e#
Artikel 11e 1 Artikel 5.1 van de Wet open overheid De Kinderombudsman zendt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden aan de beide Kamers der Staten-Generaal en aan Onze Ministers, alsmede aan andere bestuursorganen en privaatrechtelijke organisaties voor zover hij dat wenselijk acht.is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de Kinderombudsman bij het verslag gegevens kan voegen, slechts ter vertrouwelijke kennisneming door de leden van de Staten-Generaal en Onze Ministers. 2 De Kinderombudsman draagt er zorg voor dat het verslag openbaar wordt gemaakt en algemeen verkrijgbaar wordt gesteld. 3 De Kinderombudsman kan ook dadelijk na het afsluiten van een onderzoek de beide Kamers der Staten-Generaal en vertegenwoordigende organen van provincies en gemeenten inlichten omtrent zijn bevindingen, zo dikwijls hij de eerdere kennisneming daarvan voor het betreffende orgaan van belang acht of een orgaan als hiervoor bedoeld dit verzoekt. 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022
Artikel 11f — Artikel 11f#
Artikel 11f In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. veteraan: artikel 1 van de Veteranenwet een veteraan als bedoeld in; b. relaties van een veteraan: artikel 1 van de Veteranenwet relaties als bedoeld in. 2012 133 30-03-2012 11-02-2012 32414 2014 221 25-06-2014 19-06-2014 28-06-2014
Artikel 11g — Artikel 11g#
Artikel 11g 1 De Veteranenombudsman is bevoegd: a. artikel 11h, eerste lid artikel 9:22 van de Algemene wet bestuursrecht naar aanleiding van klachten of uit eigen beweging een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een instantie als bedoeld in, zich in een bepaalde aangelegenheid heeft gedragen, tenzijvan toepassing is; b. Veteranenwet gevraagd en ongevraagd advies te geven aan de regering en de beide Kamers der Staten-Generaal over de uitvoering van deen over beleid dat een behoorlijke behandeling van Veteranen raakt; c. de wijze waarop klachten van veteranen of hun relaties door de daartoe bevoegde instanties, niet zijnde de ombudsman, worden behandeld te monitoren en te analyseren en de regering en de Tweede Kamer in te lichten over zijn bevindingen. 2012 133 30-03-2012 11-02-2012 32414 2014 221 25-06-2014 19-06-2014 28-06-2014
Artikel 11h — Artikel 11h#
Artikel 11h 1 Een veteraan of namens deze, een relatie van een veteraan, die meent niet behoorlijk behandeld te zijn door: kan een klacht indienen bij de Veteranenombudsman. a. artikel 1a een bestuursorgaan als bedoeld in; b. een orgaan van een rechtspersoon, niet zijnde een bestuursorgaan, voorzover die: 1° . een bij of krachtens wet geregelde taak ten aanzien van veteranen uitoefent; of 2° . anderszins een taak ten aanzien van veteranen uitoefent, 2 artikel 1a artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een klacht over een bestuursorgaan als bedoeld in, geldt als een verzoek als bedoeld in. 3 Een gedraging van een medewerker van een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, onder b, verricht in de uitoefening van zijn functie, wordt aangemerkt als een gedraging van die rechtspersoon. 2012 133 30-03-2012 11-02-2012 32414 2014 221 25-06-2014 19-06-2014 28-06-2014
Artikel 11i — Artikel 11i#
Artikel 11i 1 artikel 11h, eerste lid, onder b artikel 15 titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht Op de behandeling van klachten over en onderzoek uit eigen beweging naar organen van rechtspersonen als bedoeld in, door de Veteranenombudsman zijnalsmedevan overeenkomstige toepassing. 2 artikel 9:33 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 11h, eerste lid, onder b De inbedoelde vergoeding van kosten vindt plaats ten laste van het Rijk indien het onderzoek betrekking heeft op een orgaan van een rechtspersoon als bedoeld in. 2012 133 30-03-2012 11-02-2012 32414 2014 221 25-06-2014 19-06-2014 28-06-2014
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De ombudsman is niet verplicht een onderzoek als bedoeld in, in te stellen of voort te zetten indien een verzoekschrift, dezelfde gedraging betreffende, in behandeling is bij een tot de behandeling van verzoekschriften bevoegde commissie uit de Eerste of Tweede Kamer of uit de verenigde vergadering der Staten-Generaal of – behoudens indien een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid bekend is geworden en zulks tot een ander oordeel over de bedoelde gedraging zou hebben kunnen leiden – daarover door de betrokken commissie haar conclusie op een verzoekschrift aan de Eerste of Tweede Kamer dan wel de verenigde vergadering der Staten-Generaal is voorgesteld. 2005 71 22-02-2005 03-02-2005 28747 2005 116 08-03-2005 28-02-2005 15-03-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Artikel 9:31, eerste lid, derde volzin, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op Onze Ministers. 2005 71 22-02-2005 03-02-2005 28747 2005 116 08-03-2005 28-02-2005 15-03-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Onze Ministers kunnen aan de ombudsman het betreden van bepaalde plaatsen verbieden, indien dit naar hun oordeel de veiligheid van de staat zou schaden. 2005 71 22-02-2005 03-02-2005 28747 2005 116 08-03-2005 28-02-2005 15-03-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De ombudsman kan bevelen dat personen die, hoewel wettelijk opgeroepen, niet zijn verschenen, door de openbare macht voor hem worden gebracht om aan hun verplichtingen te voldoen. 2005 71 22-02-2005 03-02-2005 28747 2005 116 08-03-2005 28-02-2005 15-03-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 1a, eerste lid, onder b Artikel 5.1 van de Wet open overheid De ombudsman zendt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden aan de beide Kamers der Staten-Generaal en aan Onze Ministers, alsmede aan de vertegenwoordigende organen van provincies, gemeenten openbare lichamen en waterschappen en aan de algemene besturen van gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in, voorzover de ombudsman ten aanzien van hun bestuursorganen verzoekschriften heeft behandeld.is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de ombudsman bij het verslag gegevens kan voegen, slechts ter vertrouwelijke kennisneming door de leden van de Staten-Generaal en Onze Ministers. 2 De ombudsman draagt er zorg voor dat het verslag openbaar wordt gemaakt en algemeen verkrijgbaar wordt gesteld. 3 De ombudsman kan ook dadelijk na het afsluiten van een onderzoek de beide Kamers der Staten-Generaal, vertegenwoordigende organen van provincies, gemeenten openbare lichamen en waterschappen en algemene besturen van gemeenschappelijke regelingen inlichten omtrent zijn bevindingen en oordeel, zo dikwijls hij de eerdere kennisneming daarvan voor het betreffende orgaan van belang acht of een orgaan als hiervoor bedoeld dit verzoekt. 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De voordrachten voor ter uitvoering van deze wet te nemen koninklijke besluiten worden gedaan door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2005 71 22-02-2005 03-02-2005 28747 2005 116 08-03-2005 28-02-2005 15-03-2005
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 1a, eerste lid, onder b Indien provincies, gemeenten, openbare lichamen, waterschappen of gemeenschappelijke regelingen een eigen voorziening voor de behandeling van verzoekschriften hebben ingesteld als bedoeld in, blijft de ombudsman bevoegd verzoekschriften ten aanzien van hun bestuursorganen te behandelen die voor de ingangsdatum van de eigen voorziening door hem zijn ontvangen. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 1a, eerste lid, onder e Tot een jaar na inwerkingtreding van een besluit als bedoeld in, kan met betrekking tot een gedraging van het desbetreffende bestuursorgaan die heeft plaatsgevonden voordat het desbetreffende bestuursorgaan is uitgezonderd, een verzoekschrift bij de ombudsman worden ingediend. 2005 71 22-02-2005 03-02-2005 28747 2005 116 08-03-2005 28-02-2005 15-03-2005
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 artikel 1a In afwijking van, is deze wet tot twee jaar na de inwerkingtreding van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba alleen van toepassing op de gedragingen van de bestuursorganen van de openbare lichamen, voor zover de ombudsman hiertoe op een gezamenlijk verzoek van de eilandsraden van de openbare lichaam heeft besloten. De ombudsman kan daarbij een termijn bepalen waarop deze wet ten aanzien van de gedragingen van de bestuursorganen van de openbare lichamen van toepassing zal zijn. 2 Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekend gemaakt in de Staatscourant en in de afkondigingsbladen van de openbare lichamen. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Deze wet wordt aangehaald als: Wet Nationale ombudsman. 2005 71 22-02-2005 03-02-2005 28747 2005 116 08-03-2005 28-02-2005 15-03-2005