Wet van 10 maart 1984, houdende regelen inzake de verlening van uitkeringen en bijzondere voorzieningen aan burger-oorlogsslachtoffers
- BWB-id
- BWBR0003664
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003664
- ELI
- /eli/nl/wet/1981/wet-uitkeringen-burger-oorlogsslachtoffers-1940-1945
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1981/wet-uitkeringen-burger-oorlogsslachtoffers-1940-1945/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003664&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003664&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003664/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1981/wet-uitkeringen-burger-oorlogsslachtoffers-1940-1945
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. artikel 3 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen de Raad: de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in; c. hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen de Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder burger-oorlogsslachtoffer verstaan: a. degene, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 als burger lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen bij met de krijgsverrichtingen direct verbonden handelingen of omstandigheden, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden of is overleden; b. degene, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 als burger lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen door of in verband met handelingen of maatregelen welke door of namens de vijandelijke bezettende machten tegen hem werden gericht, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden of is overleden; c. degene, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 als burger lichamelijk letsel heeft opgelopen bij handelingen, welke door of namens de vijandelijke bezettende machten werden gericht tegen derden, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden of is overleden; d. degene, die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 als burger op jeugdige leeftijd psychisch letsel heeft opgelopen door de confrontatie met doodslag, executie of zware mishandeling van derden, door of namens de vijandelijke bezettende macht, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden; e. degene, die in de na-oorlogse jaren als burger lichamelijk letsel heeft opgelopen bij het ontploffen van munitie of ander oorlogstuig afkomstig uit de oorlogsjaren 1940-1945, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden of is overleden, tenzij het letsel is te wijten aan onvoorzichtigheid van de betrokkene; f. a b c d degene, die in de na-oorlogse jaren in het voormalige Nederlands-Indië als burger lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen bij ongeregeldheden die zich nauw aansluitend aan de oorlog tot 27 december 1949 aldaar hebben voorgedaan en die naar aard en gevolgen vergelijkbaar zijn met de omstandigheden bedoeld onder,,of, ten gevolge van welk letsel hij blijvend invalide is geworden of is overleden. 2 Indien het letsel, bedoeld in het eerste lid, niet duidelijk door andere oorzaken dan het oorlogsgeweld als bedoeld in het eerste lid is ontstaan, wordt dit geacht zijn oorzaak te hebben in het oorlogsgeweld, dan wel in omstandigheden daarmee verband houdende. Daarbij wordt rekening gehouden met de inzichten en ervaringen van de medische wetenschap met betrekking tot de relatie tussen het oorlogsgeweld en de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand. 1995 122 14-03-1995 23-02-1995 23654 1995 122 14-03-1995 23-02-1995 23654 15-03-1995
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 Voor de toepassing van deze wet wordt gelijkgesteld met: a. huwelijk: het geregistreerd partnerschap; b. gehuwd: als partner geregistreerd; c. echtgenoot of echtpaar: de geregistreerde partner of het geregistreerde paar; d. weduwe of weduwnaar: de achtergebleven partij bij het geregistreerd partnerschap; 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen: a. wordt als minderjarig kind of als minderjarige volle wees aangemerkt onderscheidenlijk het kind dat of de volle wees die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en niet gehuwd is of gehuwd geweest is; b. worden als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt, ongehuwde personen van verschillend of gelijk geslacht die duurzaam een gezamenlijke huishouding voeren, tenzij het betreft personen tussen wie bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat; c. wordt als ongehuwd aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 3 Van een gezamenlijke huishouding als bedoeld in het eerste lid kan slechts sprake zijn indien twee personen gezamenlijk voorzien in huisvesting en bovendien beiden een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien. Onze Minister kan nadere regels stellen voor de toepassing van de eerste volzin. 1997 660 23-12-1997 17-12-1997 25407 1997 746 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b artikelen 4 6 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen Waar in deze wet in een artikel of artikellid sprake is van «de Raad of de Sociale verzekeringsbank» is de taakverdeling in overeenstemming met deen. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Deze wet is van toepassing op: a. artikel 2, eerste lid degene, die tijdens de oorlogsjaren 1940–1945 of in de na-oorlogse jaren, als burger getroffen is door oorlogsgeweld als bedoeld in, en op dat moment Nederlander was dan wel Nederlands onderdaan in de zin van de toenmalige Wet van de Ministers van Koloniën, Buitenlandse Zaken en Justitie van 10 februari 1910, houdende regeling van het Nederlandse onderdaanschap van de bevolking van Nederlands-Indië (Stb. 55), mits hij de Nederlandse nationaliteit bezit; b. artikel 2, eerste lid degene, die tijdens de oorlogsjaren 1940–1945 of in de na-oorlogse jaren, als burger getroffen is door oorlogsgeweld als bedoeld in, en op dat moment als vreemdeling in Nederland of het voormalige Nederlands-Indië gevestigd was, anders dan in opdracht van enige vijandige mogendheid, mits hij de Nederlandse nationaliteit bezit; c. de weduwe, weduwnaar en de minderjarige volle wees van het burger-oorlogsslachtoffer dat aan de eisen gesteld onder a of b voldeed, mits zij de Nederlandse nationaliteit bezitten; d. artikel 35 de weduwe, weduwnaar en de minderjarige volle wees van het burger-oorlogsslachtoffer dat aan de eisen gesteld onder a of b voldeed en voor de datum van aanvraag, bedoeld in, is overleden, mits zij de Nederlandse nationaliteit bezitten. 2 artikel 2, eerste lid De Raad kan deze wet tevens van toepassing verklaren op degene die tijdens de oorlogsjaren 1940–1945 of in de na-oorlogse jaren, als burger is getroffen door oorlogsgeweld als bedoeld in, of diens nabestaande die niet voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen en ten aanzien van wie het niet toepassen van deze wet een klaarblijkelijke hardheid zou zijn. 2008 150 15-05-2008 10-04-2008 31339 2008 150 15-05-2008 10-04-2008 31339 16-05-2008
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Behoudens in nader bij algemene maatregel van bestuur te regelen gevallen kunnen aan deze wet geen aanspraken worden ontleend door: a. artikel 2, eerste lid degene, die op grond van oorlogsgeweld als bedoeld in, aanspraken ontleent aan de voor militairen geldende voorzieningen; b. Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 degene, die op grond van zijn invaliditeit aanspraken ontleent aan de, de, deof de; c. de weduwe, weduwnaar en minderjarige volle wees van de onder a en b bedoelde personen, indien en voor zover zij als nabestaanden aanspraken ontlenen aan de voorzieningen, bedoeld onder a en de wetten, genoemd onder b. 2000 584 27-12-2000 13-12-2000 27259 2000 585 27-12-2000 13-12-2000 27259 01-01-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Aan deze wet kunnen geen rechten worden ontleend door: a. degene, die blijkens opgave van Onze Minister van Justitie: 1e. bij onherroepelijke uitspraak van een bijzondere strafrechter is veroordeeld; 2e. bij een uitspraak van een Tribunaal, waarop fiat executie is verleend, de al dan niet voorwaardelijke oplegging van een bijzondere maatregel onderging; 3e. bij een onherroepelijke beslissing van een orgaan van de bijzondere rechtspleging voorwaardelijk buiten vervolging is gesteld; 4e. zich door de vlucht aan vervolging door een orgaan van de bijzondere rechtspleging heeft onttrokken; b. degene, die bij een onherroepelijke uitspraak van een met zuivering belast orgaan of college is ontzet van het recht ambten of bepaalde ambten te bekleden dan wel bepaalde beroepen of functies uit te oefenen of oneervol is ontslagen. Zo nodig worden inlichtingen ingewonnen bij Onze Minister, hoofd van het betrokken departement van algemeen bestuur; c. degene, die zich tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd, onwaardig heeft gedragen. Zo nodig worden inlichtingen ingewonnen bij Onze Minister van Justitie; d. b c a b c de weduwe, weduwnaar en minderjarige volle wees van onderofbedoelde personen, indien en voor zover zij als nabestaanden rechten aan deze wet zouden hebben kunnen ontlenen en indien een der omstandigheden zoals omschreven onder,of, zich niet zou hebben voorgedaan. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 9 Behoudens het bepaalde inheeft recht op een periodieke uitkering: a. artikel 2 het burger-oorlogsslachtoffer, dat vóór het bereiken van de leeftijd, waarop gelijksoortige valide personen in de regel hun werkzaamheden beëindigen, door zijn invaliditeit, welke het gevolg is van het letsel, bedoeld in, gedwongen werd of wordt zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf te beëindigen of blijvend te verminderen, indien en voor zover hij buiten staat is door of in verband met arbeid een inkomen te verwerven, gelijk aan het inkomen, dat hij uit vorenbedoeld beroep of bedrijf zou hebben genoten, indien hij niet invalide zou zijn geweest; b. artikel 2 het burger-oorlogsslachtoffer, dat vóór het tot uiting komen van zijn invaliditeit, welke het gevolg is van het letsel, bedoeld in, door of in verband met het volgen van onderwijs nog geen arbeid in beroep of bedrijf uitoefende, indien hij ten gevolge van die invaliditeit nimmer in staat is geweest door arbeid in beroep of bedrijf een inkomen te verwerven, dat in overeenstemming was met het niveau van het gevolgde onderwijs; c. artikel 2 het burger-oorlogsslachtoffer, dat door of in verband met zijn invaliditeit, welke het gevolg is van het letsel, bedoeld in, zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf tijdelijk moet onderbreken of verminderen, indien en voor zolang in de ten gevolge daarvan ontstane derving van inkomsten niet op andere wijze wordt voorzien; d. a b c de weduwe of weduwnaar, alsmede de minderjarige volle wees van het burger-oorlogsslachtoffer, bedoeld onder,en, indien dit ten tijde van het overlijden in het genot was van een periodieke uitkering op grond van deze wet; e. artikel 2 de weduwe of weduwnaar, alsmede de minderjarige volle wees van het burger-oorlogsslachtoffer van wie het overlijden het gevolg was van het letsel, bedoeld in, mits het burger-oorlogsslachtoffer, ware het niet overleden, in aanmerking zou zijn gekomen voor een periodieke uitkering; f. artikel 2 de weduwe of weduwnaar, alsmede de minderjarige volle wees van het burger-oorlogsslachtoffer, dat ten tijde van zijn overlijden in het genot was van een periodieke uitkering, anders dan op grond van deze wet, mits deze uitkering hem was toegekend in verband met het letsel, bedoeld in. 1991 620 09-10-1991 21154 1991 620 09-10-1991 21154 01-01-1992
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 2 Recht op een garantie-uitkering heeft het burger-oorlogsslachtoffer, dat ten tijde van het tot uiting komen van zijn invaliditeit, welke het gevolg is van het letsel, bedoeld in, de leeftijd heeft bereikt waarop gelijksoortige valide personen in de regel hun werkzaamheden beëindigen, mits hij, indien hij die leeftijd nog niet zou hebben bereikt, door of in verband met die invaliditeit gedwongen zou zijn geweest zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf te beëindigen of blijvend te verminderen. 1991 620 09-10-1991 21154 1991 620 09-10-1991 21154 01-01-1992
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De periodieke uitkering aan de weduwe of weduwnaar van het burger-oorlogsslachtoffer wordt ten hoogste gedurende een tijdvak van twee jaren na de datum van het overlijden verleend, indien de weduwe of weduwnaar op dat tijdstip nog niet de leeftijd van 40 jaren heeft bereikt, tenzij deze arbeidsongeschikt is of een of meer minderjarige kinderen te haren of zijnen laste heeft. 2 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Een periodieke uitkering aan de weduwe of weduwnaar van het burger-oorlogsslachtoffer wordt niet toegekend, indien het huwelijk is gesloten, nadat het burger-oorlogsslachtoffer, aan wie voordien een periodieke uitkering in de zin van deze wet was toegekend, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt, tenzij de echtgenoten of geregistreerde partners reeds gedurende een periode van ten minste tien jaren met elkaar zijn gehuwd geweest of hebben samengeleefd. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Indien aanspraak bestaat op een periodieke uitkering, wordt de grondslag vastgesteld, waarnaar de uitkering wordt berekend. 2 a. artikel 7, onder a artikel 35 Indien het burger-oorlogsslachtoffer voldoet aan het bepaalde in, wordt de grondslag vastgesteld naar het inkomen uit arbeid, dat het burger-oorlogsslachtoffer ten tijde van de aanvraag, bedoeld in, in Nederland, ware hij niet invalide geweest, zou hebben genoten uit het door hem uitgeoefende beroep of bedrijf, waarin hij voor het eerst ten gevolge van zijn invaliditeit zijn werkzaamheden moest beëindigen of blijvend verminderen; b. artikel 35 indien het burger-oorlogsslachtoffer, bedoeld onder a, na het tot uiting komen van de invaliditeit ten gevolge waarvan hij zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf heeft moeten beëindigen of blijvend verminderen, arbeid heeft aanvaard in een ander beroep of bedrijf, kan, indien dat voor hem gunstiger is, de grondslag worden vastgesteld naar het inkomen, dat het burger-oorlogsslachtoffer ten tijde van de aanvraag, bedoeld in, in Nederland uit arbeid in laatstbedoeld beroep of bedrijf zou hebben genoten, indien hij zijn werkzaamheden door of in verband met zijn invaliditeit niet had moeten beëindigen of blijvend verminderen; c. onder arbeid in een ander beroep of bedrijf, bedoeld onder b, wordt verstaan: arbeid, welke gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren in de voor dat beroep of bedrijf gebruikelijke arbeidstijd is verricht; d. de Raad kan, bij beschikking, van het bepaalde onder c afwijken indien naar zijn oordeel de onverkorte toepassing daarvan, gelet op alle omstandigheden, in een individueel geval onredelijk zou zijn. 3 Indien het in het tweede lid bedoelde beroep of bedrijf buiten Nederland werd uitgeoefend, wordt bij de vaststelling van de grondslag, waarnaar de uitkering wordt berekend, rekening gehouden met het meest vergelijkbare beroep of bedrijf in Nederland, alsmede met (vak)opleiding, bekwaamheid en andere factoren, welke ter zake van belang kunnen zijn. 4 Bij de vaststelling van de grondslag, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt geen rekening gehouden met de mogelijkheid van inkomstenvermeerdering ten gevolge van bevordering of verhoging van de vakbekwaamheid, uitbreiding van het bedrijf of andere dergelijke factoren. 5 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid in beroep of bedrijf, als bedoeld in het tweede lid, moet worden verstaan. 6 artikel 7, onder b Indien het burger-oorlogsslachtoffer voldoet aan het bepaalde in, wordt de grondslag vastgesteld met inachtneming van door Onze Minister te stellen regelen. 7 artikel 7, onder c Indien het burger-oorlogsslachtoffer voldoet aan het bepaalde in, wordt de grondslag vastgesteld op het bedrag, bedoeld in het achtste lid, onder a, tenzij de Raad, rekening houdende met alle omstandigheden, in een individueel geval van oordeel is, dat een hogere grondslag gerechtvaardigd is. Deze grondslag kan niet op een hoger bedrag worden vastgesteld dan de grondslag die zou zijn vastgesteld, indien het burger-oorlogsslachtoffer zou voldoen aan het bepaalde in het tweede lid, onder a of b. 8 De grondslag wordt bepaald op: a. per 1 januari 2026: € 3.159,20 ten minste een bedrag van € 1.867,87 per maand per 1 januari 1983; b. per 1 januari 2026: € 6.558,50 ten hoogste een bedrag van € 3.877,64 per maand per 1 januari 1983. 9 artikel 7, onder d tot en met f artikel 35 De grondslag, waarnaar de uitkering aan de weduwe of weduwnaar bedoeld in, wordt berekend, wordt vastgesteld op hetzelfde bedrag als waarop de grondslag voor het burger-oorlogsslachtoffer zou zijn vastgesteld, indien hij op de datum van de aanvraag, bedoeld in, nog in leven zou zijn geweest en op die datum voldaan zou hebben aan het bepaalde in artikel 7, onder a of b. 2025 37734 07-11-2025 30-10-2025 4251840-1090383-WJZ 2025 37734 07-11-2025 30-10-2025 4251840-1090383-WJZ 01-01-2026
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 a artikel 10, achtste lid, onder Indien aanspraak bestaat op een garantie-uitkering wordt deze berekend naar het bedrag, bedoeld in. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het bepaalde in deze paragraaf is niet van toepassing indien de aanspraak betrekking heeft op een uitkering aan een minderjarige volle wees. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 10 De periodieke uitkering bedraagt een percentage van de overeenkomstig het bepaalde invastgestelde grondslag. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Het inbedoelde percentage bedraagt voor het burger-oorlogsslachtoffer dat de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt: a. 80, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd, tenzij het bepaalde onder b van toepassing is; b. artikel 10, achtste lid, onder b 70, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd en het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in; c. 75, indien het burger-oorlogsslachtoffer niet is gehuwd en minderjarige kinderen te zijnen laste heeft; d. 70, indien het burger-oorlogsslachtoffer als alleenstaande moet worden aangemerkt. 2 artikel 13 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Het inbedoelde percentage bedraagt voor het burger-oorlogsslachtoffer met ingang van de dag waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt: a. b 65, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd, tenzij het bepaalde ondervan toepassing is; b. artikel 10, achtste lid, onder b 55, indien het burger-oorlogsslachtoffer is gehuwd en het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in; c. 60, indien het burger-oorlogsslachtoffer niet is gehuwd en minderjarige kinderen te zijnen laste heeft; d. 55, indien het burger-oorlogsslachtoffer als alleenstaande moet worden aangemerkt. 3 Bij overlijden van de echtgenoot van het burger-oorlogsslachtoffer blijft het uitkeringspercentage ongewijzigd tot en met de laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het overlijden heeft plaatsgevonden. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 13 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Behoudens het bepaalde in het derde lid bedraagt het inbedoelde percentage voor de nagelaten betrekking van het burger-oorlogsslachtoffer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt: a. 75, indien de weduwe of weduwnaar van het burger-oorlogsslachtoffer minderjarige kinderen te haren of zijnen laste heeft; b. 70, indien de weduwe of weduwnaar van het burger-oorlogsslachtoffer geen minderjarige kinderen te haren of zijnen laste heeft. 2 artikel 13 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Het inbedoelde percentage bedraagt voor de nagelaten betrekking van het burger-oorlogsslachtoffer die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt: a. 55, indien de weduwe of weduwnaar van het burger-oorlogsslachtoffer minderjarige kinderen te haren of zijnen laste heeft; b. 50, indien de weduwe of weduwnaar van het burger-oorlogsslachtoffer geen minderjarige kinderen te haren of zijnen laste heeft. 3 a. De uitkering aan de minderjarige volle wees van het burger-oorlogsslachtoffer wordt naar behoefte individueel bepaald. Bij vaststelling van de uitkering wordt rekening gehouden met geëigende voorzieningen ter zake van kosten van onderwijs en opleiding. b. De onder a bedoelde uitkering kan zo nodig worden voortgezet tot uiterlijk het bereiken van de 27-jarige leeftijd door de betrokkene, indien hij, hetzij in verband met een dagstudie, hetzij in verband met arbeidsongeschiktheid, door het ontbreken van andere geëigende voorzieningen op die uitkering is aangewezen. 4 artikel 10, achtste lid, onder b artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 De uitkering, berekend met toepassing van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt niet meer dan een bedrag ter grootte van 80% van het bedrag, bedoeld in, vermenigvuldigd met 3/4 en vermeerderd met een bedrag ter grootte van 20% van het bedrag dat na inhouding van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen voor een persoon die de inbedoelde leeftijd nog niet heeft bereikt, gelijk is aan 90% van het netto-minimumloon, rekening houdend met de algemene heffingskorting, bedoeld in. 5 artikel 10, achtste lid, onder b artikel 17, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet De uitkering, berekend met toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder b, bedraagt niet meer dan een bedrag ter grootte van 80% van het bedrag, bedoeld in, vermenigvuldigd met 5/7 en vermeerderd met een bedrag ter grootte van 20% van de uitkering bedoeld in. 2014 167 15-05-2014 07-05-2014 33855 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 a, b c artikel 7, onderof d, e f artikel 7, onderof Indien een burger-oorlogsslachtoffer voldoet zowel aan het bepaalde in, als aan het bepaalde in, wordt de hoogste ingevolge deze paragraaf van toepassing zijnde uitkering verleend. 1991 620 09-10-1991 21154 1991 620 09-10-1991 21154 01-01-1992
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 10, achtste lid, onder a Indien en voor zolang het burger-oorlogsslachtoffer in staat is zich door arbeid een inkomen te verwerven, doch deze arbeid naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank om niet gegronde redenen niet of slechts ten dele verricht, wordt de grondslag waarnaar de uitkering wordt berekend, nader vastgesteld, rekening houdende met de mate van invaliditeit van het burger-oorlogsslachtoffer, waardoor diens vermogen om een inkomen te verwerven door of in verband met arbeid in beroep of bedrijf nadelig is beïnvloed. In een zodanig geval is het bepaalde in, niet van toepassing. 2 De Sociale verzekeringsbank gaat niet over tot een nadere vaststelling van de grondslag, als bedoeld in het eerste lid, dan na advies te hebben ingewonnen van ter zake deskundige personen of organen. 3 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing, indien het burger-oorlogsslachtoffer buiten staat is 50% te verwerven van het inkomen dat hij verwierf uit de laatstelijk door hem verrichte arbeid in beroep of bedrijf. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Bij verblijf van een alleenstaande of een echtpaar ter verpleging of verzorging in een daartoe bestemde inrichting, waarvan de kosten met toepassing van één der sociale verzekeringswetten worden betaald, wordt de periodieke uitkering, met ingang van het tijdstip waarop redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze verpleging of verzorging een langdurig karakter zal gaan dragen, doch in ieder geval na verloop van een jaar, nader bepaald op: a. artikel 10 12% van de overeenkomstigvastgestelde grondslag, voor een alleenstaande; b. artikel 10 c 20% van de overeenkomstigvastgestelde grondslag, voor een gehuwde, tenzij onderdeelvan toepassing is; c. artikel 10 b artikel 10, achtste lid, onder 12% van de overeenkomstigvastgestelde grondslag voor een gehuwde, indien het inkomen van de echtgenoot, inkomsten uit vermogen daaronder niet begrepen, meer bedraagt dan 30% van het bedrag, bedoeld in. De garantie-uitkering wordt in een zodanig geval berekend naar: d. a artikel 10, achtste lid, onder 12% van het bedrag, bedoeld in, voor een alleenstaande; e. a artikel 10, achtste lid, onder 20% van het bedrag, bedoeld in, voor een echtpaar. 2 artikel 1, eerste lid, onder b, van de Overgangswet verzorgingshuizen Het eerste lid is niet van toepassing indien de uitkeringsgerechtigde op 31 december 2000 verbleef in een verzorgingshuis als bedoeld inzoals dat luidde voor het vervallen van deze bepaling. 2001 602 13-12-2001 29-11-2001 27898 2001 602 13-12-2001 29-11-2001 27898 01-03-2002 01-01-2001 De artikelen 18, 19, 20, 23, 30, 32 werken terug tot en met 1
januari 2001.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 2 Behoudens het bepaalde in het vierde lid, wordt aan het burger-oorlogsslachtoffer, wiens invaliditeit, welke het gevolg is van het letsel, bedoeld in, zijn vermogen om door arbeid een inkomen te verwerven nadelig beïnvloedt of zou hebben beïnvloed indien hij nog op inkomsten uit arbeid zou zijn aangewezen, een toeslag toegekend voor voorzieningen welke strekken tot verbetering van diens levensomstandigheden. 2 artikel 10, achtste lid, onder a De hoogte van de toeslag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 10% van het bedrag bedoeld in, tenzij het bepaalde in het derde lid van toepassing is. 3 Indien aan het burger-oorlogsslachtoffer een periodieke uitkering is toegekend, wordt op de in het tweede lid bedoelde toeslag een bedrag in mindering gebracht, berekend volgens de formule: in welke formule artikel 10, achtste lid, onder a A voorstelt: het bedrag bedoeld in; artikel 10, achtste lid, onder b B voorstelt: het bedrag bedoeld in; artikel 10, achtste lid, onder a C voorstelt: het bedrag bedoeld in; G voorstelt: de grondslag, waarnaar de uitkering wordt berekend. 4 artikelen 18, eerste lid 32, vierde lid 42 De toeslag, bedoeld in het eerste lid, wordt niet toegekend, indien toepassing is gegeven aan het bepaalde in de,, of. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 68b, eerste lid artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet artikel 18, eerste lid Voor de in Nederland gevestigde uitkeringsgerechtigde en de uitkeringsgerechtigde op wie, ofvan toepassing is, wordt op de overeenkomstig, vastgestelde uitkering ten behoeve van de te zijnen laste komende premie van verzekering tegen ziektekosten een bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde toeslag verleend die per categorie van uitkeringsgerechtigden verschilt. 2 artikel 68b, eerste lid artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet artikel 18, eerste lid artikel 18, eerste lid Voor de niet in Nederland gevestigde uitkeringsgerechtigde, met uitzondering van de uitkeringsgerechtigde op wie, ofvan toepassing is, wordt op de overeenkomstig, vastgestelde uitkering een toeslag verleend gelijk aan het, op het tijdstip met ingang waarvan toepassing wordt gegeven aan, eenmalig vast te stellen bedrag van de te zijnen laste blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten, doch ten hoogste tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag. 3 Het ingevolge het tweede lid vastgestelde bedrag van de ten laste van de uitkeringsgerechtigde blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten wordt door de Sociale verzekeringsbank herzien: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag jaarlijks, naar evenredigheid van de ontwikkeling van de standaardpremie, bedoeld in, b. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet bij het door de gerechtigde bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, c. bij veranderingen in de gezinssituatie van de gerechtigde, of d. indien de Sociale verzekeringsbank van oordeel is dat het niet herzien van het vastgestelde bedrag gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 4 artikel 18, eerste lid dat artikel Wet langdurige zorg Indien de in, bedoelde kosten van verpleging of verzorging met toepassing van deworden betaald en de uitkeringsgerechtigde in die kosten een eigen bijdrage verschuldigd is, wordt op de overeenkomstig het bepaalde invastgestelde uitkering een toeslag verleend gelijk aan het bedrag van de eigen bijdrage. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 383 06-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 68b, eerste lid artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet artikelen 14 15 artikel 10, achtste lid, onder a Voor de in Nederland gevestigde uitkeringsgerechtigde en de uitkeringsgerechtigde op wie, ofvan toepassing is, wordt op zijn periodieke uitkering of garantie-uitkering ten behoeve van de te zijnen laste komende premie van verzekering tegen ziektekosten een bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde toeslag verleend voor zover deze premie meer bedraagt dan het overeenkomstig deenvastgestelde percentage van het verschil tussen de grondslag en het bedrag, bedoeld in. De toeslag verschilt per categorie van uitkeringsgerechtigden. 2 artikel 68b, eerste lid artikel 69, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet artikelen 14 15 artikel 10, achtste lid, onder a Voor de niet in Nederland gevestigde uitkeringsgerechtigde, met uitzondering van de uitkeringsgerechtigde op wie, ofvan toepassing is, wordt op zijn periodieke uitkering of garantie-uitkering een toeslag verleend gelijk aan het bij de toekenning van de periodieke uitkering of de garantie-uitkering eenmalig vast te stellen bedrag van de te zijnen lasten blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten, doch ten hoogste tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag, voor zover deze premie meer bedraagt dan het overeenkomstig deenvastgestelde percentage van het verschil tussen de grondslag en het bedrag, bedoeld in. 3 Het ingevolge het tweede lid vastgestelde bedrag van de ten laste van de uitkeringsgerechtigde blijvende premie van verzekering tegen ziektekosten wordt door de Sociale verzekeringsbank herzien: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag jaarlijks, naar evenredigheid van de ontwikkeling van de standaardpremie, bedoeld in, b. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet bij het door de gerechtigde bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, c. bij veranderingen in de gezinssituatie van de gerechtigde, of d. indien de Sociale verzekeringsbank van oordeel is dat het niet herzien van het vastgestelde bedrag gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 383 06-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Algemene Kinderbijslagwet Indien geen kinderbijslag uit welken hoofde of onder welke benaming ook wordt genoten, wordt op de periodieke uitkering en de garantie-uitkering een toeslag verleend voor de minderjarige kinderen waarvoor kinderbijslag zou worden ontvangen, indien devan toepassing zou zijn. 2 Deze toeslag beloopt een bedrag gelijk aan de kinderbijslag ingevolge de in het eerste lid genoemde wet. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Op de periodieke uitkering wordt, indien de uitkeringsgerechtigde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt, een toeslag verleend. Deze toeslag bedraagt: a. artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet artikel 29 van die wet voor de gehuwde uitkeringsgerechtigde 60% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in; b. artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet artikel 29 van die wet voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde 20% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in. 2 De toeslag, bedoeld in het eerste lid, wordt niet toegekend: a. artikel 8 indienvan toepassing is; b. artikel 18, eerste lid indien, van toepassing is; c. artikel 28, zesde lid aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op enig pensioen en ten aanzien van wie, wordt toegepast. 3 Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 Onder enig pensioen als bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt verstaan, een pensioen ten laste van de Nederlandse Schatkist of die van de Nederlandse Antillen of Aruba, van een publiekrechtelijk lichaam of een privaatrechtelijke rechtspersoon in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel ten laste van een door het openbaar gezag in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba ingesteld fonds, alsmede een uitkering ingevolge deze wet of de. 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 artikel 43 van de Zorgverzekeringswet artikel 45, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet artikel 43, tweede lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet Indien de uitkeringsgerechtigde over zijn periodieke uitkering of garantie-uitkering de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, verschuldigd is, heeft hij recht op een toeslag. Deze toeslag bedraagt het percentage van de periodieke uitkering of garantie-uitkering dat overeenkomt met het bijdragepercentage, bedoeld in, vermenigvuldigd met anderhalf, voorzover de uitkering of garantie-uitkering is te rekenen tot het deel van het bijdrage-inkomen, bedoeld in. 2 artikel 68b, vijfde lid artikel 69, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet Indien de uitkeringsgerechtigde over zijn periodieke uitkering of garantie-uitkering de bijdrage, bedoeld in, of, verschuldigd is, heeft hij recht op een toeslag. Voor de berekening van deze toeslag is het eerste lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 43, derde lid, van de Zorgverzekeringswet Het in aanmerking te nemen bijdrage-inkomen bedraagt op jaarbasis ten hoogste het bedrag, bedoeld in. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 383 06-12-2024 02-12-2024 01-01-2025
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 11 De garantie-uitkering bedraagt een percentage van het bedrag, bedoeld in. 2 Het percentage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt: a. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor het burger-oorlogsslachtoffer, dat de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt: 1e. 80, indien hij is gehuwd, tenzij hij duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenoot; 2e. 75, indien hij niet is gehuwd of duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenoot en minderjarige kinderen te zijnen laste heeft; 3e. 70, indien hij als alleenstaande moet worden aangemerkt; b. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor het burger-oorlogsslachtoffer, dat de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt: 1e. 65, indien hij is gehuwd, tenzij hij duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenoot; 2e. 55, indien hij niet is gehuwd of duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenoot en minderjarige kinderen te zijnen laste heeft; 3e. 45, indien hij als alleenstaande moet worden aangemerkt. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 14 van die wet De periodieke uitkering of de garantie-uitkering wordt door de Sociale verzekeringsbank aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd iningevolgewordt herzien. 2 artikel 10, eerste, tweede, zesde, zevende en negende lid artikel 10, achtste lid, onder a en b artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 14 van die wet De grondslagen, bedoeld in, en de bedragen genoemd in, worden door Onze Minister aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd iningevolgewordt herzien. 3 artikelen 20, eerste en tweede lid 21, eerste en tweede lid Bij de aanpassing, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde dan wel overeenkomstig het eerste lid aangepaste periodieke uitkering of garantie-uitkering, waarbij de toeslagen, bedoeld in de, en, buiten beschouwing worden gelaten. 4 De aanpassing van een periodieke uitkering of een garantie-uitkering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 5 De aangepaste periodieke uitkering of garantie-uitkering, bedoeld in het vierde lid, wordt betaald bij de eerste betaling nadat de aanpassing heeft plaatsgevonden. 2023 168 23-05-2023 12-05-2023 35335 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 28, vierde lid Het bedrag, bedoeld in, wordt door Onze Minister herzien, indien en voor zover de ontwikkeling van de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft. 2018 403 13-11-2018 12-10-2018 34879 2018 427 22-11-2018 07-11-2018 01-01-2019 01-01-2017
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a artikelen 20, eerste en tweede lid 21, eerste en tweede lid artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag De op grond van de, enbij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedragen worden door Onze Minister herzien naar evenredigheid van de ontwikkeling van de standaardpremie, bedoeld in. 2009 356 26-08-2009 18-07-2009 31736 2009 357 26-08-2009 06-08-2009 01-09-2009
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikelen 21 23 Op de periodieke uitkering vermeerderd met de toeslagen, bedoeld in deen, worden, voor zover deze over de overeenkomstige periode werden genoten, in mindering gebracht: a. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet indien de uitkeringsgerechtigde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, nog niet heeft bereikt, de bruto-inkomsten uit tegenwoordige arbeid in beroep of bedrijf, na aftrek van de daarop drukkende verwervingskosten, voor zover deze inkomsten 20% van de grondslag waarnaar de uitkering is berekend te boven gaan; b. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene ouderdomswet Algemene Ouderdomswet artikel 10 van die wet artikel 29 van die wet artikel 9, eerste lid, onder b, van die wet artikel 29 van die wet Indien de uitkeringsgerechtigde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt, en pensioengerechtigd is ingevolge de, het bruto-ouderdomspensioen krachtens die wet van de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot met inbegrip van de toeslag, bedoeld in, en de vakantie-uitkering, bedoeld in, voor zover dit niet meer bedraagt dan tweemaal het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in; c. de inkomsten uit vermogen van de uitkeringsgerechtigde en van diens echtgenoot; d. de overige inkomsten van de uitkeringsgerechtigde. 2 Bij de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder a, b en d, worden de jaarlijkse vakantie-uitkeringen van de uitkeringsgerechtigde voor 1/12 deel per maand op de uitkering in mindering gebracht. 3 Ziektewet Werkloosheidswet Met inkomsten uit tegenwoordige arbeid worden gelijkgesteld uitkeringen op grond van deen de, alsmede de daarmede vergelijkbare uitkeringen welke worden verleend aan het overheidspersoneel. 4 artikel 35 De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden op jaarbasis gesteld op 1,78% van het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in, bezitten. Van het aldus berekende bedrag wordt een bedrag vrijgelaten, waarvan de hoogte door Onze Minister wordt bepaald. 5 Bij bedrijfsbeëindiging vindt het bepaalde in het eerste lid, onder c, en het vierde lid, van dat tijdstip af overeenkomstige toepassing. 6 artikel 23, derde lid Algemene Ouderdomswet artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet artikel 29 van die wet Algemene Ouderdomswet artikel 29 van die wet Indien de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde eveneens recht heeft op enig pensioen als bedoeld in, en op dat pensioen een vermindering is toegepast uit hoofde van recht op ouderdomspensioen ingevolge devan tenminste 40% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in, vermeerderd met 40% van de vakantie-uitkering, bedoeld in, zijn het eerste tot en met vierde lid van toepassing, met dien verstande dat, in afwijking van het eerste lid, onder b, op schriftelijk verzoek van de uitkeringsgerechtigde 50% van het aan de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot toegekende bruto-ouderdomspensioen krachtens de, met inbegrip van de vakantie-uitkering, bedoeld in, op de uitkering in mindering wordt gebracht. 7 Indien de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde eveneens recht heeft op een uitkering ingevolge deze wet, zijn het eerste tot en met vijfde lid van toepassing, met dien verstande dat: a. in afwijking van het eerste lid, onder c, de inkomsten uit vermogen van de uitkeringsgerechtigde en de echtgenoot bij ieder voor de helft in mindering worden gebracht; b. in afwijking van het in het vierde lid, onder a, laatste volzin, bedoelde bedrag, de helft daarvan wordt vrijgelaten. 2020 546 23-12-2020 16-12-2020 35577 2020 546 23-12-2020 16-12-2020 35577 01-01-2021
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Op de garantie-uitkering worden in mindering gebracht alle over de overeenkomstige periode genoten bruto-inkomsten, uit welken hoofde dan ook, van het burger-oorlogsslachtoffer en van diens echtgenoot of van degene met wie hij duurzaam samenleeft. 2 artikel 28, vierde en vijfde lid De inkomsten uit vermogen worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in. 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 18, eerste lid artikel 20 Op de uitkering, bedoeld in, vermeerderd met de toeslag bedoeld in, worden alle inkomsten van het burger-oorlogsslachtoffer en van diens echtgenoot in mindering gebracht. 2 artikel 28, vierde en vijfde lid De inkomsten uit vermogen worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in. 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Tot de inkomsten, bedoeld in deze paragraaf, worden niet gerekend: a. kinderbijslag uit welken hoofde of onder welke benaming ook; b. artikelen 10 11 van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 artikelen 9 10 van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers artikelen 12 13 14 van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet artikel 19 doelgerichte subsidies of tegemoetkomingen, waaronder begrepen de vermeerdering, bedoeld in deen, deenen de,en, voorzover deze de toeslag, bedoeld in, indien deze is toegekend, overschrijdt. 2 Onze Minister kan nadere regelen stellen met betrekking tot de vaststelling van de inkomsten uit of in verband met arbeid in beroep of bedrijf en de daarop drukkende verwervingskosten, de overige inkomsten alsmede met betrekking tot de vaststelling en de taxatie van het vermogen. 1986 360 16-05-1986 18831 1986 360 16-05-1986 18831 01-01-1983
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 2 Indien het burger-oorlogsslachtoffer wegens zijn invaliditeit, welke het gevolg is van het letsel, bedoeld in, geneeskundige behandeling of verpleging behoeft, worden de daaraan verbonden ten laste van het burger-oorlogsslachtoffer blijvende noodzakelijke kosten volledig vergoed, tenzij het vierde lid van toepassing is. 2 De extra, ten laste van het burger-oorlogsslachtoffer blijvende, kosten voor noodzakelijke voorzieningen, die direct verband houden met de in het eerste lid bedoelde geneeskundige behandeling of verpleging worden eveneens volledig vergoed. 3 Een volledige vergoeding wordt tevens verleend in het geval dat een geneeskundige behandeling of verpleging kan bijdragen tot voorkoming van het verergeren van de invaliditeit, bedoeld in het eerste lid. 4 artikelen 18, eerste lid 20, eerste en tweede lid Indien de in het eerste lid bedoelde kosten betrekking hebben op verpleging of verzorging van een alleenstaande of een echtpaar in een daartoe bestemde inrichting en niet worden betaald met toepassing van een der sociale verzekeringswetten, worden deze kosten vergoed voor zover de inkomsten daartoe ontoereikend zijn. Van de inkomsten blijft buiten beschouwing een bedrag ter grootte van de met toepassing van het bepaalde in de, en, vastgestelde uitkering. 5 Zorgverzekeringswet Een vergoeding ter zake van de kosten, bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt slechts verleend voor zover deze niet ten laste kunnen worden gebracht van een zorgverzekering ingevolge deof een andere ziektekostenverzekering of ten laste daarvan zouden kunnen worden gebracht indien een zodanige verzekering is of zou zijn gesloten. De Raad of de Sociale verzekeringsbank kan van de eerste volzin afwijken, indien, gezien de individuele omstandigheden van de aanvrager, naar het oordeel van de Raad of de Sociale verzekeringsbank daartoe gegronde redenen aanwezig zijn. 6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gesteld met betrekking tot de aard, de duur en de wijze van verstrekking van de voorzieningen bedoeld in de voorgaande leden. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 2 In de ten laste van het burger-oorlogsslachtoffer blijvende kosten van voorzieningen verband houdende met zijn invaliditeit, welke het gevolg is van het letsel, bedoeld in, welke voorzieningen strekken tot verbetering van diens levensomstandigheden, kan een tegemoetkoming worden verleend. 2 De tegemoetkoming heeft ten hoogste betrekking op de in het eerste lid bedoelde kosten in zover deze, met inachtneming van de totale financiële omstandigheden van het burger-oorlogsslachtoffer, als bijzondere kosten moeten worden aangemerkt. 3 De tegemoetkoming in de bijzondere kosten, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald met inachtneming van de financiële draagkracht van het burger-oorlogsslachtoffer. 4 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gesteld met betrekking tot de bepaling van de financiële draagkracht van het burger-oorlogsslachtoffer alsmede zo nodig met betrekking tot de aard, de duur en de wijze van verstrekking van de voorzieningen, bedoeld in het eerste lid. 2001 602 13-12-2001 29-11-2001 27898 2001 602 13-12-2001 29-11-2001 27898 01-03-2002 De artikelen 18, 19, 20, 23, 30, 32 werken terug tot en met 1
januari 2001.
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a 1 artikelen 32 33 In afwijking van het eerste lid van deenkan aan categorieën burger-oorlogsslachtoffers in de kosten van bepaalde voorzieningen een vergoeding of tegemoetkoming worden verleend zonder dat het in die artikelleden bedoelde verband is vereist. Bij algemene maatregel van bestuur worden ter zake regels gesteld. 2 artikelen 32 33 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de mogelijkheid om een vergoeding of tegemoetkoming in de kosten van bepaalde voorzieningen als bedoeld in deenna het overlijden van het burger-oorlogsslachtoffer gedurende een bepaalde tijd ten gunste van de weduwe of weduwnaar voort te zetten. 2000 584 27-12-2000 13-12-2000 27259 2000 585 27-12-2000 13-12-2000 27259 01-01-2001
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 2, eerste lid Degene, die verwacht te eniger tijd aanspraken te kunnen ontlenen aan deze wet, kan bij de Raad een aanvraag indienen om erkenning dat de aanvrager is getroffen door oorlogsgeweld als bedoeld in. 2 artikelen 35 a 39 Het bepaalde in detot en metis, voor zover ter zake van belang, van overeenkomstige toepassing. 2000 584 27-12-2000 13-12-2000 27259 2000 585 27-12-2000 13-12-2000 27259 01-01-2001
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 De beoordeling van de aanspraken op een uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming geschiedt naar aanleiding van een daartoe bij de Raad of de Sociale verzekeringsbank ingediende aanvraag. 2 De Raad of de Sociale verzekeringsbank kent geen uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming toe dan nadat is vastgesteld dat het door de aanvrager opgegeven adres overeenstemt met het hem betreffende adresgegeven in de basisregistratie personen. 3 Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien de aanvrager in het buitenland gevestigd is. 4 De Raad of de Sociale verzekeringsbank kan het tweede lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 5 Op de aanvraag wordt de datum van ontvangst aangetekend. 6 De ontvangst van de aanvraag wordt de aanvrager schriftelijk bevestigd. Daarbij wordt hem voorlichting gegeven over de verdere procedure en de geldende behandeltermijnen. 7 Onze Minister kan nadere regelen stellen met betrekking tot de bij de aanvraag over te leggen bescheiden. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Alvorens op een aanvraag wordt beslist, wordt een rapport opgesteld omtrent de aard en de gevolgen van de oorlogscalamiteit en de levensomstandigheden van de betrokkene vóór, tijdens en na de oorlogsjaren 1940-1945. 2 artikel 10 Voor zover nodig wordt, alvorens op een aanvraag wordt beslist, een rapport opgesteld omtrent de financiële omstandigheden van de betrokkene. Dit rapport bevat in ieder geval gegevens, welke noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de grondslag bedoeld in. 3 Naar keuze van de belanghebbende worden de in het eerste en tweede lid bedoelde rapporten opgesteld door de Stichting Pelita of de Raad of de Sociale verzekeringsbank dan wel, in overeenstemming met de belanghebbende, door een andere door de Raad of de Sociale verzekeringsbank aan te wijzen instelling of instantie. 4 Het rapport wordt opgesteld binnen zes weken nadat de opdracht daartoe bij een instantie als bedoeld in het derde lid is ingekomen, met dien verstande dat het rapport binnen vier weken wordt opgesteld, indien de aanvraag betrekking heeft op een vergoeding of een tegemoetkoming. Indien die instantie niet tijdig in het opstellen van de rapporten voorziet kan de Raad of de Sociale verzekeringsbank, met instemming van de betrokkene, besluiten op andere wijze informatie omtrent de aard en de gevolgen van de oorlogscalamiteit, de levensomstandigheden van de betrokkene vóór, tijdens en na de oorlogsjaren 1940-1945, en de financiële omstandigheden van de betrokkene in te winnen. 5 De Raad of de Sociale verzekeringsbank geeft aanwijzingen omtrent de inhoud en samenstelling van de in het eerste en tweede lid bedoelde rapporten. 6 Indien een aanvraag betrekking heeft op een vergoeding of tegemoetkoming behoeft het in het eerste lid bedoelde rapport slechts te worden opgesteld indien de Raad of de Sociale verzekeringsbank dat nodig acht. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 35 Voor zover de aanvraag, bedoeld in, is ingediend door of namens een burger-oorlogsslachtoffer, wordt door de geneeskundig adviseur een medisch rapport opgesteld. Hij vermeldt daarin voor zover nodig zijn bevindingen over: a. artikel 2 de invaliditeit van het burger-oorlogsslachtoffer en het inbedoelde causaal verband; b. de relatie tussen de invaliditeit en het vermogen om een inkomen te verwerven; c. de in artikel 17 bedoelde graad van onvermogen om een inkomen te verwerven en d. paragraaf 8 de noodzaak van bijzondere voorzieningen bedoeld in. 2 artikel 36, eerste lid Het medisch rapport wordt niet opgesteld dan nadat de geneeskundig adviseur heeft kunnen kennisnemen van het rapport, bedoeld in. 3 artikel 35 artikel 2 Voor zover de aanvraag, bedoeld in, is ingediend door de weduwe, weduwnaar of minderjarige volle wees van het burger-oorlogsslachtoffer, wordt door de in het eerste lid bedoelde geneeskundig adviseur onderzocht of het overlijden van het burger-oorlogsslachtoffer het gevolg was van het letsel, bedoeld in, dan wel of de uit dit letsel ontstane invaliditeit hem nadelig beïnvloedde in zijn vermogen een inkomen te verwerven door arbeid in beroep of bedrijf. 4 Indien een aanvraag betrekking heeft op een vergoeding of tegemoetkoming behoeft het in het eerste lid bedoelde rapport slechts te worden opgesteld indien de Raad of de Sociale verzekeringsbank dat nodig acht. 5 De aanvrager is gehouden medewerking te verlenen aan een medisch onderzoek indien de Raad of de Sociale verzekeringsbank zulks noodzakelijk oordeelt. 6 Indien de aanvrager niet voldoet aan het bepaalde in het vijfde lid, wijst de Raad of de Sociale verzekeringsbank de aanvraag af of herziet de Raad of de Sociale verzekeringsbank de eerder gegeven beschikking in het nadeel van de betrokkene. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a Vervallen 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Bij de bekendmaking van de beschikking wordt voorlichting gegeven over de procedure en de voor het bezwaarschrift geldende termijn van behandeling. 2 artikel 7, onder a, b of c artikel 8 artikel 19 artikel 34 artikel 7, onder d, e of f artikelen 32 33 De beschikking op een aanvraag krachtens,of, voorzover de aanvrager niet reeds op grond vanis erkend,, voor zover de overledene geen aanspraken op deze wet heeft doen gelden, deen, voorzover de aanvrager niet reeds eerder aanspraken op deze wet heeft doen gelden, wordt gegeven binnen zeven maanden na de datum waarop de aanvraag bij de Raad is ingekomen. Indien de Raad ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet binnen deze termijn kan beslissen, kan hij eenmaal met ten hoogste acht weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad schriftelijk mededeling aan de belanghebbende. 3 artikel 34 De beschikking op een aanvraag krachtenswordt gegeven binnen vier maanden na de datum waarop de aanvraag bij de Raad is ingekomen. Indien de Raad ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet binnen deze termijn kan beslissen, kan hij eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad schriftelijk mededeling aan de belanghebbende. 4 artikel 7, onder a, b of c artikel 8 artikel 19 artikel 34 artikel 7, onder d, e of f artikelen 32 33 De beschikking op een aanvraag krachtens,of, voorzover de aanvrager reeds op grond vanis erkend,, voor zover de overledene aanspraken op deze wet heeft doen gelden, of deof, voorzover de aanvrager reeds eerder aanspraken op deze wet heeft doen gelden, wordt gegeven binnen dertien weken na de datum waarop de aanvraag bij de Raad of de Sociale verzekeringsbank is ingekomen. Indien de Raad of de Sociale verzekeringsbank ten gevolge van bijzondere omstandigheden niet binnen deze termijn kan beslissen, kan hij eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad schriftelijk mededeling aan de belanghebbende. 5 Met betrekking tot een aanvraag, bedoeld in het vierde lid, die wordt ingediend terwijl een aanvraag, bedoeld in het tweede lid, nog in behandeling is geldt, in afwijking van het vierde lid, de termijn die resteert voor de beschikking op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, tenzij de resterende termijn korter is dan de termijn, bedoeld in het het vierde lid. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 38, tweede lid Indien de Raad vier weken voor het verstrijken van de verlengde termijn, bedoeld in, onvoldoende gegevens aanwezig acht om tot een beoordeling van de aanvraag te komen en dientengevolge niet in staat is een beschikking te geven, stelt hij de aanvrager gedurende die vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen. 2 Artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht is op het horen van toepassing. 3 Indien de aanvrager zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, wordt een verslag gemaakt. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 39a — Artikel 39a#
Artikel 39a 1 Indien de aanvrager kennis wenst te nemen van gegevens welke mede tot een beschikking van de Raad of de Sociale verzekeringsbank kunnen leiden dan wel hebben geleid, worden deze hem op zijn verzoek door de Raad of de Sociale verzekeringsbank verstrekt. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent de vergoeding welke verschuldigd is, indien afschrift wordt verstrekt van de op de beschikking betrekking hebbende bescheiden. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De uitkering, de toeslag, de vergoeding en tegemoetkoming gaan in: a. b op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag daartoe is ingediend, tenzij het bepaalde ondervan toepassing is; b. voor de weduwe, weduwnaar of minderjarige volle wees, die aansluitend aan het overlijden van het burger-oorlogsslachtoffer, dat een uitkering ingevolge deze wet genoot, aanspraak op een uitkering maakt, op de eerste dag van de derde maand volgend op die, waarin het overlijden heeft plaatsgevonden. 2 De Raad of de Sociale verzekeringsbank kan bij beschikking van het bepaalde in het eerste lid in het voordeel van de betrokkene afwijken, indien hij, rekening houdende met alle omstandigheden, een dergelijke afwijking in een individueel geval noodzakelijk acht. Onze Minister stelt te dien aanzien nadere regelen. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 8 De periodieke uitkering alsmede de garantie-uitkering, bedoeld in, wordt beëindigd: a. bij het overlijden van de uitkeringsgerechtigde die een echtgenoot of minderjarige kinderen achterlaat: met ingang van de eerste dag van de derde maand volgend op die, waarin het overlijden heeft plaatsgevonden; b. bij het overlijden van de uitkeringsgerechtigde die geen echtgenoot of minderjarige kinderen achterlaat: met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die, waarin het overlijden heeft plaatsgevonden; c. a b artikel 2, tweede lid, onder bij huwelijk, daaronder mede begrepen de in, bedoelde situatie, van de weduwe of de weduwnaar, die niet als burger-oorlogsslachtoffer recht heeft op een uitkering ingevolge deze wet, met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op die, waarin daarvan sprake is; d. b artikel 15, derde lid, onder a b artikel 2, tweede lid, onder bij het bereiken van de leeftijd van 21 jaar, tenzij, van toepassing is, of bij het aangaan van een huwelijk door de volle wees vóór het bereiken van die leeftijd, daaronder mede begrepen de in, bedoelde situatie, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die, waarin de volle wees de leeftijd van 21 jaar bereikt heeft, onderscheidenlijk het huwelijk heeft plaatsgehad. 2 De toeslag, de vergoeding en tegemoetkoming worden beëindigd bij het overlijden van het burger-oorlogsslachtoffer met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het overlijden heeft plaatsgevonden. 3 c artikel 41, eerste lid onder De uitkering die op grond van, werd beëindigd, wordt opnieuw verleend indien het huwelijk is ontbonden of het aangaan van een andere vorm van duurzaam samenleven is beëindigd. In dat geval gaat de uitkering in op de eerste dag van de maand waarin de hernieuwde aanvraag is ingediend. 1997 660 23-12-1997 17-12-1997 25407 1997 746 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De uitkeringsgerechtigde, die is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van drie maanden, tot plaatsing in een Rijkswerkinrichting of tot enige zwaardere straf, of op bevel van de rechter ter beschikking van de Regering is gesteld, mist over de tijd gedurende welke hij zijn straf ondergaat of van regeringswege in zijn verpleging wordt voorzien, of gedurende welke hij zich door de vlucht aan de tenuitvoerlegging van het vonnis onttrekt, het genot van de uitkering. 2 De Sociale verzekeringsbank is bevoegd het uitkeringsbedrag over die tijd geheel of ten dele aan of ten behoeve van de echtgenoot of minderjarige kinderen van de uitkeringsgerechtigde uit te betalen. 3 De Sociale verzekeringsbank is tevens bevoegd om, voor zover van de bevoegdheid in het tweede lid bedoeld, geen gebruik is gemaakt, de uitkeringsgerechtigde die al of niet voorwaardelijk uit de gevangenis of uit de Rijkswerkinrichting is ontslagen, of wiens verpleging van regeringswege is beëindigd, in het genot te stellen van een uitkering, ten bedrage van ten hoogste de helft van het niet uitgekeerde bedrag, tot een maximum van de helft van het jaarlijkse bedrag van de uitkering. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Van alle rechten op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt terstond vervallen verklaard het burger-oorlogsslachtoffer of diens nabestaande, indien zij de Nederlandse nationaliteit verliezen. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 De belanghebbende is gehouden aanspraken op wettelijke voorzieningen geldend te maken, welke kunnen leiden tot een vermindering van de aanspraken op grond van deze wet. 2 Indien de belanghebbende niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, kan bij de vaststelling van de uitkering, toeslag, vergoeding en tegemoetkoming rekening worden gehouden met de in het eerste lid bedoelde aanspraken. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a 1 De uitkeringen, toeslagen, vergoedingen of tegemoetkomingen worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertien weken na de toekenning, vastgesteld en betaald. 2 Indien de door belanghebbende verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor het vaststellen van het bedrag van de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming, verzoekt de Sociale verzekeringsbank de belanghebbende deze gegevens en bescheiden alsnog te verstrekken. De periode van dertien weken, bedoeld in het eerste lid, wordt in zodanig geval opgeschort met ingang van de dag waarop de Sociale verzekeringsbank vorenbedoeld verzoek heeft gedaan tot de dag waarop de gegevens en bescheiden zijn verstrekt. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikelen 19 23 De uitkering, de toeslagen, bedoeld in detot en met, de vergoeding en de tegemoetkoming zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding. 2 artikelen 19 22 artikel 41, eerste lid a De toeslagen, bedoeld in deen, de vergoeding en de tegemoetkoming, alsmede de op grond van onderdeelvan, na overlijden doorlopende uitkering zijn niet vatbaar voor beslag. 3 Volmacht tot ontvangst van de uitkering, toeslag, vergoeding en tegemoetkoming, in welke vorm of onder welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk. 4 Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig. 1990 605 13-12-1990 17897 1990 605 13-12-1990 17897 01-04-1991
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Vervallen 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 De belanghebbende is verplicht desgevraagd aan de Raad of de Sociale verzekeringsbank alle inlichtingen te verstrekken die hij voor het vaststellen of het bestendigen van het recht van een burger-oorlogsslachtoffer of diens nabestaanden op een uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming noodzakelijk acht. 2 Indien de belanghebbende niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, wijst de Raad of de Sociale verzekeringsbank de aanvraag af, dan wel herziet hij de eerder gegeven beschikking in het nadeel van de betrokkene. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 De belanghebbende is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank die gegevens te verstrekken, welke voor de uitvoering van de beschikkingen van die Raad noodzakelijk zijn. 2 Zolang de belanghebbende niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, wordt de beschikking niet uitgevoerd of wordt de uitvoering ervan geschorst. De Sociale verzekeringsbank doet hem hiervan mededeling. 3 artikel 40, eerste lid Indien de belanghebbende eerst na twee jaar, nadat het recht op een uitkering, een vergoeding of een tegemoetkoming is vastgesteld de in het tweede lid bedoelde gegevens verstrekt, beslist de Sociale verzekeringsbank of, gelet op alle omstandigheden, de in de beschikking genoemde ingangsdatum kan worden gehandhaafd. Zo nodig stelt de Sociale verzekeringsbank, in afwijking van het bepaalde in, een nieuwe ingangsdatum vast. 4 Indien de belanghebbende eerst na twee jaar, nadat de uitvoering van de beschikking werd geschorst, de in het eerste lid bedoelde gegevens verstrekt, beslist de Sociale verzekeringsbank, rekening houdende met alle omstandigheden, of en zo ja in hoeverre, de uitvoering van deze beschikking, voor zover deze betrekking heeft op de periode gedurende welke de uitvoering van de beschikking was geschorst, alsnog kan plaatsvinden. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 De belanghebbende, diens wettelijke vertegenwoordiger en de persoon aan wie de uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming wordt uitbetaald, zijn gehouden onverwijld aan de Sociale verzekeringsbank mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, die tot intrekking of verlaging van de uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming aanleiding zouden kunnen geven. 2 artikel 50, tweede tot en met vierde lid Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 Alle ambtenaren, tot afgifte van uittreksels uit registers van de burgerlijke stand bevoegd, zijn gehouden aan de Raad of de Sociale verzekeringsbank de door hem gevraagde uittreksels uit de registers kosteloos te verstrekken. 2 De gemeentebesturen zijn gehouden aan de Raad of de Sociale verzekeringsbank de door hem gevraagde inlichtingen uit de basisregistratie personen kosteloos te verstrekken. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikelen 49 50 51 Onverminderd het bepaalde in de,en, doet de belanghebbende aan wie een uitkering of tegemoetkoming wordt uitbetaald, al dan niet door tussenkomst van zijn wettelijke vertegenwoordiger, op een door de Sociale verzekeringsbank te bepalen tijdstip en wijze, opgave van alle door hem, anders dan uit vermogen genoten inkomsten, en indien zulks door de Sociale verzekeringsbank wordt verlangd, van de hoogte en samenstelling van zijn vermogen. 2 De Raad of de Sociale verzekeringsbank kan, voor zover zulks naar zijn oordeel nodig is, de financiële gegevens, die bij een aanvraag om een uitkering of tegemoetkoming zijn overgelegd, alsmede die welke op grond van het eerste lid zijn verstrekt, ter controle aan de Belastingdienst voorleggen. De Raad of de Sociale verzekeringsbank is gehouden de belanghebbende van deze mogelijkheid in kennis te stellen. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbedraagt de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift dertien weken, indien de belanghebbende in het buitenland gevestigd is. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 54a — Artikel 54a#
Artikel 54a Vervallen 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 a Artikel 39 is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 7:10, eerste, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbeslist de Raad of de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Ingeval van bijzondere omstandigheden kan deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad of de Sociale verzekeringsbank schriftelijk mededeling aan de belanghebbende. 3 Indien de belanghebbende in het buitenland gevestigd is, worden de termijnen, bedoeld in het tweede lid, ieder met acht weken verlengd. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 55a — Artikel 55a#
Artikel 55a Vervallen 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift dertien weken, indien de belanghebbende in het buitenland is gevestigd. 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 56a — Artikel 56a#
Artikel 56a Vervallen 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikel 10 De periodieke uitkering of de garantie-uitkering wordt, met uitzondering van de op grond vanvastgestelde grondslag, opnieuw vastgesteld: a. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet wanneer de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, bereikt; b. wanneer de uitkeringsgerechtigde in het huwelijk treedt of zijn huwelijk wordt beëindigd door echtscheiding of overlijden van zijn echtgenoot; c. wanneer de uitkeringsgerechtigde duurzaam gescheiden van zijn echtgenoot gaat leven; d. wanneer een kind of pleegkind van de uitkeringsgerechtigde meerderjarig wordt; e. artikel 18, eerste lid wanneer toepassing wordt gegeven aan; f. wanneer er sprake is van bedrijfsbeëindiging door de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot; g. wanneer de uitkeringsgerechtigde aanspraak maakt op de betaling uit een nieuwe bron van inkomsten, of h. wanneer de uitkeringsgerechtigde geen aanspraak meer kan maken op de betaling uit een bron van inkomsten, tenzij hij het vervallen van die aanspraak heeft bewerkstelligd. 2 artikel 8 Het eerste lid, onder g en h, is van overeenkomstige toepassing op de inkomsten van de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde, voor zover die inkomsten de hoogte van de periodieke uitkering of de garantie-uitkering, bedoeld in, mede bepalen. 3 De beschikking, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt genomen binnen 13 weken nadat de noodzakelijke gegevens ter kennis van de Sociale verzekeringsbank zijn gebracht. 4 Hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid te veel dan wel te weinig is uitbetaald, wordt door de Sociale verzekeringsbank teruggevorderd of verrekend dan wel nabetaald. De terugvordering kan in door de Sociale verzekeringsbank te bepalen termijnen plaatsvinden. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 10 Op aanvraag van de uitkeringsgerechtigde wordt de periodieke uitkering of de garantie-uitkering, met uitzondering van de op grond vanvastgestelde grondslag, opnieuw vastgesteld: a. indien de vast te stellen periodieke uitkering of de garantie-uitkering op de datum van deze aanvraag hoger is dan de laatst vastgestelde of aangepaste periodieke uitkering of garantie-uitkering, mits dit niet uitsluitend het gevolg is van de koersomrekening van inkomsten die door de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot worden ontvangen, of; b. artikel 28, eerste lid, onder c indien het vermogen van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot door oorzaken gelegen in factoren waarop de uitkeringsgerechtigde geen invloed heeft kunnen uitoefenen, zodanig is verminderd, dat het niet herzien van de laatst vastgestelde inkomsten uit vermogen, bedoeld in, tot een klaarblijkelijke hardheid zou leiden. Bij de beoordeling hiervan wordt rekening gehouden met de totale vermogens- en inkomstenpositie van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot. 2 Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, gaat de opnieuw vastgestelde periodieke uitkering of de garantie-uitkering in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend. 3 artikel 38, vierde lid Op een besluit, voortvloeiende uit de toepassing van het eerste lid, is, van overeenkomstige toepassing. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020 01-09-2018
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 De Raad of de Sociale verzekeringsbank is bevoegd een eenmaal gegeven beschikking in het nadeel van betrokkene te herzien, indien hem alsnog blijkt of na kennisneming van enig feit, gegeven of omstandigheid op zich zelf of in samenhang met andere feiten, gegevens of omstandigheden, duidelijk wordt, dat de gronden waarop die beschikking was gebaseerd dermate onjuist of onvolledig waren, dat de beschikking op die gronden niet kan worden gehandhaafd en de bekend geworden feiten, gegevens of omstandigheden onvoldoende grond bieden om de oorspronkelijke beschikking te dragen. 2 Indien, naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank, door de herzieningsbeschikking het recht op elke voorziening van deze wet zal moeten worden ontzegd, stelt de Sociale verzekeringsbank, alvorens tot herziening over te gaan, de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen. 3 De Raad of de Sociale verzekeringsbank is bevoegd, op daartoe door of vanwege de belanghebbende gedane aanvraag, een door de Raad of de Sociale verzekeringsbank of door de Centrale Raad van Beroep gegeven beschikking dan wel uitspraak in het voordeel van de bij die beschikking dan wel uitspraak betrokkene te herzien. 4 paragraaf 10 artikel 38, tweede, derde en vierde lid artikel 39 Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van het derde lid, isvan overeenkomstige toepassing, met uitzondering van, en. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Indien met terugwerkende kracht een voorziening wordt getroffen voor hetzelfde doel als waarvoor reeds ingevolge deze wet een vergoeding of tegemoetkoming werd verleend, herziet de Sociale verzekeringsbank de oorspronkelijke beschikking. 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 2010 182 20-05-2010 15-04-2010 32310 01-01-2011
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Indien een ingevolge deze wet gegeven beschikking in het nadeel van betrokkene wordt herzien, wordt hetgeen te veel was uitbetaald, niet teruggevorderd of verrekend, tenzij: a. artikel 59 tenzij toepassing is gegeven aan, dan wel b. artikel 62 toepassing is gegeven aan het bepaalde in, dan wel c. artikel 61, eerste lid in de herzieningsbeschikking gemotiveerd is aangegeven dat van de feiten, gegevens en omstandigheden, bedoeld in, niet kon worden kennisgenomen als gevolg van opzet of grove nalatigheid van betrokkene, dan wel d. betrokkene redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hem te veel werd uitbetaald. 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Participatiewet Indien aan de uitkeringsgerechtigde, in afwachting van de toekenning van een uitkering, vergoeding of tegemoetkoming ingevolge deze wet, door burgemeester en wethouders een uitkering is verleend ingevolge de, wordt de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming ingevolge deze wet verminderd met de kosten van bijstand welke voor overeenkomstige voorzieningen zijn gemaakt over dezelfde periode waarover de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming wordt verleend, terwijl de som welke in mindering wordt gebracht, wordt uitbetaald aan de betrokken gemeente. 2014 270 15-07-2014 02-07-2014 33161 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Vervallen 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 2003 376 10-10-2003 09-10-2003 28960 2003 386 14-10-2003 10-10-2003 01-01-2004
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Vervallen 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 2008 531 16-12-2008 20-11-2008 31551 2008 532 16-12-2008 04-12-2008 01-01-2009 De artikelen VI en VII van Stb. 2008/531 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 1990 324 27-06-1990 21512 1990 324 27-06-1990 21512 01-07-1990
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 In het belang van een goede uitvoering van deze wet kan Onze Minister nadere regelen stellen. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Vervallen 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Vervallen 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 1997 63 20-02-1997 06-02-1997 24749 21-02-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 31-03-1984
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Deze wet kan worden aangehaald als Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Staatsblad artikel 82 Deze wet treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst en werkt, met uitzondering van, terug tot 1 juli 1981. 1984 94 10-03-1984 17376 1984 94 10-03-1984 17376 01-07-1981