Wet van 12 februari 1981, houdende bepalingen betreffende de meting van schepen
- BWB-id
- BWBR0003378
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003378
- ELI
- /eli/nl/wet/1982/meetbrievenwet-1981
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1982/meetbrievenwet-1981/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003378&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003378&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003378/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1982/meetbrievenwet-1981
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Deze wet verstaat onder: a. "Onze Minister": Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. Trb. "Verdrag": het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, 1969,1970, 122 en 194; c. Trb. "Verdrag van Oslo 1947": Het Internationaal Verdrag nopens een eenvormig stelsel voor de meting van zeeschepen, laatstelijk1970, 55; d. "de datum van inwerkingtreding van het Verdrag": het tijdstip bedoeld in artikel 17, lid (1), van het Verdrag; e. artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikel 3, eerste lid, van Boek 8 van dat Wetboek "schip": een zeeschip in de zin vanof een binnenschip in de zin van; f. "Nederlands schip": 1°. een zeeschip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren, dan wel 2°. eerste lid van artikel 784 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek een binnenschip dat voldoet aan tenminste een der in hetgestelde voorwaarden; g. inspecteur-generaal: inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; h. de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat: de door Onze Minister aangewezen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. i. artikel 1, eerste lid, van de Schepenwet "het ondernemen van een reis": het buitengaats brengen van een schip als bedoeld in; j. "Internationale Meetbrief (1969)": de meetbrief, door Onze Minister dan wel door de administratie van een andere Staat, aangesloten bij het Verdrag, afgegeven overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag; k. j "bijzondere meetbrief": de meetbrief, anders dan bedoeld onder, vermeldende de bruto- en netto-tonnage van een schip, door Onze Minister afgegeven ten behoeve van een schip; l. j k "voorlopige meetbrief": de meetbrief, anders dan bedoeld onderen, voor een tijdsduur van ten hoogste zes maanden door Onze Minister afgegeven ten behoeve van een Nederlands schip; m. "nieuw schip": een schip waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium van aanbouw bevindt op of na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag; n. "bestaand schip": een schip, dat niet is een nieuw schip; o. "lengte (L)": 96 procent van de lengte (L) van de lastlijn op 85 procent van de kleinste holte naar de mal gemeten vanaf de bovenzijde van de kielplaat, dan wel de lengte (L) van de voorzijde van de voorsteven tot aan de hartlijn van de roerkoning op deze lastlijn gemeten, indien deze laatste lengte (L) groter is. Bij schepen die met stuurlast zijn ontworpen moet de lastlijn waarop deze lengte (L) wordt gemeten, evenwijdig aan de constructie-waterlijn worden genomen. 2023 156 10-05-2023 08-06-2022 34836 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Tenzij in deze wet anders is bepaald, is deze wet uitsluitend van toepassing op Nederlandse schepen, voor zover deze schepen bestemd of gebezigd worden voor het ondernemen van een reis. 2 Deze wet is niet van toepassing op oorlogsschepen. 3 Deze wet is mede van toepassing op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2010 350 01-09-2010 17-05-2010 31959 2010 389 07-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking om 00.00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06.00 uur in het Europese deel van Nederland.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op alle Nederlandse schepen. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Er wordt geen reis ondernomen tenzij ten behoeve van het schip overeenkomstig de bij of krachtens deze wet gegeven bepalingen een meetbrief is afgegeven, welke nog geldig is op het ogenblik van vertrek, te weten: a. voor schepen met een lengte van 24 meter of meer een Internationale Meetbrief (1969) ten behoeve van: 1e. nieuwe schepen; 2e. bestaande schepen, die veranderingen of wijzigingen ondergaan of hebben ondergaan welke door Onze Minister worden geacht een aanzienlijke afwijking te vormen van hun bestaande bruto-tonnage; 3e. bestaande schepen, indien de eigenaar of de rompbevrachter zulks verlangt, in welk geval de tonnages van deze schepen na deze afgifte niet meer kunnen worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen die door de Scheepsmetingsdienst werden toegepast vóór de datum van inwerkingtreding van het Verdrag; 4e. alle bestaande schepen, twaalf jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag, met dien verstande dat deze schepen, met uitzondering van de onder 2e en 3e bedoelde, hun alsdan bestaande tonnages behouden voor de toepassing van de daarmee verband houdende bepalingen van andere bestaande internationale verdragen. b. een bijzondere meetbrief, afgegeven door Onze Minister ingevolge de bepalingen van de Meetbrievenwet 1948 ten behoeve van alle bestaande schepen, niet vallende onder 2e, 3e en 4e van het eerste lid, onder a. c. voor nieuwe schepen met een lengte van minder dan 24 meter een bijzondere meetbrief, afgegeven door Onze Minister ingevolge de bepalingen van deze wet, met uitzondering van pleziervaartuigen, welke uitsluitend als zodanig worden gebezigd, voor zover zij geen passagiers tegen vergoeding vervoeren, tenzij de eigenaar of de rompbevrachter een bijzondere meetbrief verlangt; d. voor schepen die hebben gevaren onder de vlag van een andere Staat een voorlopige meetbrief, welke door Onze Minister kan worden afgegeven voordat de tonnages zijn vastgesteld. 2 De meetbrieven bedoeld in het eerste lid worden op verzoek van de eigenaar of de rompbevrachter afgegeven door Onze Minister tegen betaling van de kosten, berekend volgens een door Onze Minister vast te stellen tarief. 3 Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de afgifte van meetbrieven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c, voor zover het gaat om de afgifte van duplicaten van eerder afgegeven meetbrieven die verloren zijn geraakt of door slijtage ongeldig zijn geworden. 2011 575 09-12-2011 01-12-2011 32454 2011 627 21-12-2011 15-12-2011 01-01-2012
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 a artikel 4, eerste lid, onder, 1e, 2e, 3e en 4e De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op Nederlandse schepen als bedoeld in. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Voor de afgifte van een Internationale Meetbrief (1969) stelt Onze Minister de tonnages vast volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven voorschriften. 2 Voor de afgifte van een bijzondere meetbrief, speciaal ingericht ten gebruike voor de vaart door het Suezkanaal of het Panamakanaal, kan Onze Minister de tonnnages vaststellen overeenkomstig de metingsvoorschriften voor de betreffende kanalen. 3 De bijzondere meetbrieven, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dienen een verklaring te bevatten inhoudende overeenkomstig welke bepalingen de tonnages van het schip, waarvoor de meetbrief is afgegeven, zijn vastgesteld. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 6 Indien de aanvrager van een meetbrief, als bedoeld in, van mening is, dat de vaststelling van de bruto- en netto-tonnage opgenomen in de meetbrief, niet juist is, kan hij binnen twee weken na afgifte van de meetbrief aan Onze Minister een nieuwe vaststelling verzoeken. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 6, eerste lid Onze Minister kan, in afwijking van het bepaalde in, een Staat, aangesloten bij het Verdrag, verzoeken de bruto- en netto-tonnage van een schip vast te stellen en ten behoeve van dit schip overeenkomstig het Verdrag een Internationale Meetbrief (1969) af te geven. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een Internationale Meetbrief (1969) verliest zijn geldigheid en wordt door Onze Minister ingetrokken indien zodanige wijzigingen hebben plaatsgevonden in de inrichting, de bouw, de capaciteit, het benutten van ruimten, het totale aantal passagiers dat het schip volgens zijn veiligheidscertificaat voor passagiersschepen mag vervoeren, het vastgestelde vrijboord of de toegestane diepgang, dat daaruit noodzakelijkerwijs een vermeerdering van de bruto- of netto-tonnage voortvloeit. 2 Een door Onze Minister ten behoeve van een schip afgegeven Internationale Meetbrief (1969) verliest zijn geldigheid indien zulk een schip de vlag van een andere Staat gaat voeren, behoudens het bepaalde in het derde en het vijfde lid. 3 Indien een schip de vlag van een andere Staat, aangesloten bij het Verdrag, gaat voeren, blijft de Internationale Meetbrief (1969) van kracht voor een periode van ten hoogste twaalf weken of wel tot het tijdstip waarop die andere Staat een andere Internationale Meetbrief (1969) ter vervanging uitgeeft, al naar gelang welk tijdstip eerder valt. 4 Onze Minister doet zo spoedig mogelijk, nadat het schip de vlag van de andere Staat is gaan voeren, aan die andere Staat een afschrift toekomen van de op het tijdstip van de verandering van de vlag door het schip gevoerde meetbrief en een afschrift van de hierop betrekking hebbende berekening van de tonnage. 5 Indien een schip, de vlag voerende van een andere Staat, aangesloten bij het Verdrag, een Nederlands schip wordt, blijft de Internationale Meetbrief (1969) van kracht voor een periode van ten hoogste twaalf weken ofwel tot het tijdstip waarop Onze Minister een Internationale Meetbrief (1969) ter vervanging uitgeeft, al naar gelang welk tijdstip eerder valt. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 4, eerste lid, onder b De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op Nederlandse schepen, als bedoeld in. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 4, eerste lid, onder b Voor de afgifte van een bijzondere meetbrief, als bedoeld in, ten behoeve van een bestaand schip, kan Onze Minister tot het tijdstip, twaalf jaar na de datum van de inwerkingtreding van het Verdrag, de tonnages vaststellen overeenkomstig de bepalingen, die door de Scheepsmetingsdienst werden toegepast voor de datum van de inwerkingtreding van het Verdrag. 2 Voor de afgifte van een bijzondere meetbrief, speciaal ingericht ten gebruike voor de vaart door het Suezkanaal of het Panamakanaal, kan Onze Minister de tonnages vaststellen overeenkomstig de metingsvoorschriften voor de betreffende kanalen. 3 De bijzondere meetbrieven, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dienen een verklaring te bevatten inhoudende overeenkomstig welke bepalingen de tonnages van het schip, waarvoor de meetbrief is afgegeven, zijn vastgesteld. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 11 Indien de aanvrager van een meetbrief, als bedoeld in, van mening is, dat de vaststelling van de bruto- en netto-tonnage opgenomen in de meetbrief, niet juist is, kan hij binnen twee weken na afgifte van de meetbrief aan Onze Minister een nieuwe vaststelling verzoeken. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 c artikel 4, eerste lid, onder De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op Nederlandse schepen, als bedoeld in. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 4, eerste lid, onder c Voor de afgifte van een bijzondere meetbrief, als bedoeld in, stelt Onze Minister de tonnages vast volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven voorschriften. 2 Voor de afgifte van een bijzondere meetbrief, speciaal ingericht ten gebruike voor de vaart door het Suezkanaal of het Panamakanaal, kan Onze Minister de tonnages vaststellen overeenkomstig de metingsvoorschriften voor de betreffende kanalen. 3 De bijzondere meetbrieven, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, dienen een verklaring te bevatten inhoudende overeenkomstig welke bepalingen de tonnages van het schip waarvoor de meetbrief is afgegeven, zijn vastgesteld. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 14 Indien de aanvrager van een meetbrief als bedoeld invan mening is, dat de vaststelling van de bruto- en netto-tonnage opgenomen in de meetbrief niet juist is, kan hij binnen twee weken na afgifte van de meetbrief aan Onze Minister een nieuwe vaststelling verzoeken. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De bepalingen van deze paragraaf zijn uitsluitend van toepassing op schepen, andere dan Nederlandse schepen, waarop het Verdrag van toepassing is. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Op verzoek van een Staat, aangesloten bij het Verdrag, kan Onze Minister de bruto- en netto-tonnage van een schip vaststellen en ten behoeve van dit schip overeenkomstig het Verdrag een Internationale Meetbrief (1969) afgeven, zulks tegen betaling van de kosten, berekend volgens een door Onze Minister vast te stellen tarief. 2 Een afschrift van de in het eerste lid bedoelde meetbrief alsmede een afschrift van de berekeningen van de tonnages zullen zo spoedig mogelijk aan de Staat, die de vaststelling en afgifte heeft verzocht, worden toegezonden. 3 Een meetbrief, afgegeven op de wijze, bedoeld in het eerste lid, moet een verklaring bevatten inhoudende dat de meetbrief is afgegeven op verzoek van de Staat wiens vlag het schip voert of zal gaan voeren. 4 Ten behoeve van een schip, de vlag voerende van een Staat, niet aangesloten bij het Verdrag, wordt geen Internationale Meetbrief (1969) afgegeven. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 9 De Internationale Meetbrief (1969), afgegeven door een andere Staat, aangesloten bij het Verdrag, wordt, behoudens het bepaalde in, door Nederland erkend en voor alle doelstellingen, waarop het Verdrag betrekking heeft, door Nederland geacht dezelfde geldigheid te bezitten als de door Onze Minister, dan wel de inspecteur-generaal afgegeven meetbrieven. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Op verzoek van een Staat, aangesloten bij het Verdrag, kan, voor de afgifte van een bijzondere meetbrief, speciaal ingericht ten gebruike voor de vaart door het Suezkanaal of het Panamakanaal, Onze Minister de tonnages vaststellen overeenkomstig de metingsvoorschriften voor de betreffende kanalen. 2 De bijzondere meetbrieven, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dienen een verklaring te bevatten, inhoudende overeenkomstig welke bepalingen de tonnages van het schip, waarvoor de meetbrief is afgegeven, zijn vastgesteld. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De bepalingen van deze paragraaf zijn uitsluitend van toepassing op schepen, andere dan Nederlandse schepen, waarop het Verdrag niet van toepassing is. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Op verzoek van een Staat, kan Onze Minister ten behoeve van een schip, geen Nederlands schip zijnde, een bijzondere meetbrief afgeven, zulks tegen betaling van de kosten, berekend volgens een door Onze Minister vast te stellen tarief. 2 artikel 17, tweede en derde lid Op de bijzondere meetbrief, afgegeven ingevolge het eerste lid van dit artikel, is het bepaalde in, van overeenkomstige toepassing. 3 De bijzondere meetbrief, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dient een verklaring te bevatten, inhoudende overeenkomstig welke bepalingen de tonnages van het schip, waarvoor de meetbrief is afgegeven, zijn vastgesteld. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 21, eerste lid Bijzondere meetbrieven, afgegeven ingevolge, kunnen voor een bepaalde termijn of onder beperkingen worden afgegeven. 1981 122 12-02-1981 16059 1982 69 05-02-1982 18-07-1982
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot het in stand houden van merken op ladingruimten en het inleveren van ongeldig geworden meetbrieven. 1981 122 12-02-1981 16059 1982 69 05-02-1982 18-07-1982
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Bij vertrek uit en bij binnenkomst in een Nederlandse haven moet elk schip, ongeacht welke vlag het voert, zijn voorzien van een geldige meetbrief. 2 De in het eerste lid bedoelde meetbrief moet worden getoond aan de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, bij gebreke waarvan deze ambtenaren geen expeditie verlenen. 3 Als geldige meetbrieven worden alleen aangemerkt: a. Internationale Meetbrieven (1969); b. meetbrieven afgegeven ingevolge de Meetbrievenwet 1948; c. Internationale Meetbrieven, afgegeven ingevolge het Verdrag van Oslo 1947, tot twaalf jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag; d. door de inspecteur-generaal afgegeven of aanvaarde meetbrieven; e. door Onze Minister afgegeven of aanvaarde meetbrieven. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 24, eerste lid Met het toezicht op de naleving van de in, bedoelde verplichting zijn belast de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. 2 artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet De toezichthouder dan wel de inspecteur, bedoeld in, oefent zijn bevoegdheden slechts uit ten aanzien van een schip, ongeacht welke vlag het voert, dat zich in een Nederlandse haven bevindt. 3 De uitoefening van het toezicht dan wel de douanecontrole op de naleving mag in geen geval vertraging voor het schip meebrengen. 4 Indien blijkt, dat de voornaamste kenmerken van het schip afwijken van die vermeld op de Internationale Meetbrief (1969), in dier voege, dat dit tot een vermeerdering van de bruto- of netto-tonnage leidt, wordt de Staat wiens vlag het schip voert hiervan door Onze Minister onmiddellijk in kennis gesteld. 5 artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 1:5 van de Algemene douanewet artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet Indien niet is voldaan aan de inofin samenhang met artikel 15, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269) bedoelde verplichting, verleent de inspecteur, bedoeld in, geen expeditie. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 24, derde lid Elk schip, ongeacht welke vlag het voert, dat zich bevindt in een Nederlandse haven en niet is voorzien van een meetbrief als bedoeld in, is verplicht te voldoen aan een vordering van de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat tot vaststelling van de bruto- en netto-tonnage van het schip. 2 Zolang de in het eerste lid bedoelde vaststelling niet heeft plaatsgevonden, verlenen de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, geen expeditie. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De kapitein van een Nederlands schip, die daarmee een reis onderneemt zonder dat het schip is voorzien van een overeenkomstig de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften afgegeven meetbrief, welke geldig is op het ogenblik van vertrek, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikelen 25, eerste lid 26, eerste lid De kapitein van een Nederlands schip, dat niet voldoet aan een der verplichtingen, vermeld in de, en, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie. 1990 294 23-05-1990 20576 1991 128 22-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 23 Overtreding van de voorschriften ingevolgebij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld, wordt, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit aangemerkt, gestraft met geldboete van de tweede categorie. 1988 77 11-02-1988 19803 1991 528 17-10-1991 07-11-1991
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 De bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 1981 122 12-02-1981 16059 1982 69 05-02-1982 18-07-1982
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens deze wet, zijn belast: a. artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering de bij of krachtensaangewezen ambtenaren; b. de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat; c. de Nederlandse diplomatieke en consulaire ambtenaren; d. de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane. 2007 176 24-05-2007 26-04-2007 30969 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Op meetbrieven, afgegeven ingevolge het bepaalde in de Meetbrievenwet 1948, blijft die wet van toepassing. 2 Op Internationale Meetbrieven, afgegeven ingevolge het Verdrag van Oslo 1947, blijft dat Verdrag van toepassing. 1981 122 12-02-1981 16059 1982 69 05-02-1982 18-07-1982
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De Meetbrievenwet 1948 en de nadere regelen ter uitvoering van deze wet worden ingetrokken met ingang van de datum, gelegen twaalf jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag. 1981 122 12-02-1981 16059 1982 69 05-02-1982 18-07-1982
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een goede uitvoering van deze wet nadere regelen worden gesteld. 1981 122 12-02-1981 16059 1982 69 05-02-1982 18-07-1982
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Meetbrievenwet Staatsblad Deze wet, welke kan worden aangehaald als "" onder vermelding van het jaartal van hetwaarin de wet is geplaatst, treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. 1981 122 12-02-1981 16059 1982 69 05-02-1982 18-07-1982