Wet van 14 oktober 1982, houdende invoering van het middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs
- BWB-id
- BWBR0003522
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1994-01-01 t/m 2022-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003522
- ELI
- /eli/nl/wet/1982/wet-invoering-m-d-g-o
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1982/wet-invoering-m-d-g-o/1994-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003522&g=1994-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003522&z=2026-06-06&g=1994-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003522/1994-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1982/wet-invoering-m-d-g-o
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 01-08-1984
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 dit hoofdstuk hoofdstuk III Inenwordt verstaan onder: "Onze minister": Onze minister van Onderwijs en Wetenschappen; artikel 1 onder D "nieuwe school": school voor middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs, als bedoeld in, van deze wet; "afdeling": afdeling voor middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs, verbonden aan een nieuwe school; dit hoofdstuk Wet op het voortgezet onderwijs "bestaande school": een op de datum van inwerkingtreding vanop grond van debekostigde school voor huishoud- en nijverheidsonderwijs, voor zover daaraan middelbaar huishoud- en nijverheidsonderwijs wordt gegeven, of een school voor middelbaar sociaal-pedagogisch onderwijs, dan wel een scholengemeenschap waarvan een of meer van deze scholen deel uitmaken; "bevoegd gezag": voor wat betreft: a. een rijksschool: Onze minister; b. een gemeentelijke school: het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen; c. een bijzondere school: het schoolbestuur. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 22-10-1982
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Na overleg met de daarvoor in aanmerking komende organisaties stelt Onze minister, de Onderwijsraad gehoord, een invoeringsplan vast van de nieuwe scholen en afdelingen die in het jaar 1984 voor bekostiging in aanmerking zullen worden gebracht, alsmede een aanvullend plan van de afdelingen die in het jaar 1985 voor bekostiging in aanmerking zullen worden gebracht. Daarnaast kunnen in het invoeringsplan en het aanvullend plan afdelingen worden opgenomen zonder vermelding van het jaar waarin zij voor bekostiging in aanmerking zullen worden gebracht. 2 Het invoeringsplan en het aanvullend plan, bedoeld in het vorige lid, hebben ten doel te komen tot een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen, mede gelet op het verlangde onderwijs in het betrokken gebied, en tot een aantal scholen dat ten hoogste 135 bedraagt. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 22-10-1982
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Bij de samenstelling van het invoeringsplan en het aanvullend plan, bedoeld in, wordt uitgegaan van verzoeken, bij Onze minister ingediend door of namens het bevoegd gezag van een bestaande school, alsmede van de in de tweede volzin van dit lid bedoelde deelplannen, alsmede van de door Onze minister noodzakelijk geachte rijksscholen. Indien het verzoek namens het bevoegd gezag wordt ingediend door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich de bevordering van het voortgezet onderwijs ten doel stelt, is het vervat in een deelplan waarin zijn opgenomen de nieuwe scholen en afdelingen waarvan de aanvang van de bekostiging in het jaar 1984, alsmede de afdelingen waarvan de aanvang van de bekostiging in het jaar 1985 door die rechtspersonen wordt voorgestaan. 2 Nederlandse Staatscourant De verzoeken worden voor 1 november 1982 bij Onze minister ingediend. Zij zijn met redenen omkleed, vermelden de afdelingen die de nieuwe school zal omvatten alsmede de plaats van vestiging van die school, en gaan vergezeld van een prognose omtrent de te verwachten omvang. Onze minister kan nadere voorschriften geven met betrekking tot de bij het verzoek over te leggen prognose en overige bescheiden. Deze voorschriften worden in deopenbaar gemaakt. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 22-10-1982
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4, tweede lid Indien voor een plaats van vestiging meer dan een verzoek wordt ingediend voor een nieuwe school waar het verlangde onderwijs zal worden gegeven, wordt de te verwachten omvang van elke school geacht niet groter te zijn dan het totale aantal leerlingen dat blijkens de prognose, bedoeld in, uit het betrokken gebied kan worden verwacht, gedeeld door het aantal verzoeken. 2 een afdeling Bij de prognose omtrent de te verwachten omvang van een nieuwe school ofworden niet in aanmerking genomen de leerlingen, voor wie binnen redelijke afstand plaatsruimte beschikbaar zal zijn op een gelijksoortige school waar het verlangde onderwijs zal worden gegeven. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 22-10-1982
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 3 de vorige volzin Indien Onze minister van oordeel is, dat een andere afdeling dan gevraagd wordt, dan wel een andere plaats van vestiging meer in overeenstemming is met een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen, treedt hij, alvorens het invoeringsplan of het aanvullend plan, bedoeld in, wordt vastgesteld, in overleg met de aanvrager. Het bepaalde inis eveneens van toepassing, indien Onze minister voornemens is, de gevraagde afdeling niet in het invoeringsplan of het aanvullend plan op te nemen. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 22-10-1982
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Een verzoek tot opneming van een nieuwe school in het invoeringsplan leidt in elk geval tot opneming van die school in het invoeringsplan indien: a. redelijkerwijze kan worden aangenomen, dat de school zal worden bezocht door ten minste 500 leerlingen, en b. de school past in een evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen, mede gelet op het verlangde onderwijs in het betrokken gebied, alsmede c. in een plaats van vestiging waar een nieuwe school wordt voorzien, de aanvrager het bevoegd gezag is van alle in het betrokken gebied bestaande scholen waar het verlangde onderwijs wordt gegeven, en zich bereid verklaart tot samenvoeging van die scholen tot een school op uiterlijk 31 juli 1984. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 22-10-1982
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 3 Onze minister stelt vóór 1 maart 1983 onderscheidenlijk vóór 1 januari 1984 het invoeringsplan en het aanvullend plan, bedoeld in, vast. 2 Nederlandse Staatscourant Het invoeringsplan en het aanvullend plan worden binnen een maand na de vaststelling in deopenbaar gemaakt en aan de aanvragers toegezonden. 3 een afdeling Indien aan een verzoek tot opneming van een nieuwe school of vangeen gevolg is gegeven, worden de redenen hiervan bij de toezending van het invoeringsplan en van het aanvullend plan aan de aanvrager medegedeeld. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 22-10-1982
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De bekostiging van een in het invoeringsplan opgenomen nieuwe school neemt niet eerder een aanvang dan nadat is komen vast te staan, dat de door het bevoegd gezag in het betrokken gebied beheerde bestaande scholen op uiterlijk 31 juli 1984 zijn samengevoegd tot een school. 2 artikel 4, eerste lid Zodra de bekostiging van een in het invoeringsplan opgenomen nieuwe school of afdeling, dan wel een in het aanvullend plan opgenomen afdeling een aanvang kan nemen, doet Onze minister daarvan mededeling aan het bevoegd gezag en aan de rechtspersoon, bedoeld in. 3 de afdeling De aanspraak op bekostiging vervalt, indien de voorgenomen aanvang van de nieuwe school ofniet is verwezenlijkt binnen twee jaar na het jaar waarin de bekostiging een aanvang had kunnen nemen, tenzij Onze minister in bijzondere gevallen anders bepaalt. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 22-10-1982
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 In het aanvullend plan worden in elk geval opgenomen de afdelingen die in het invoeringsplan zijn opgenomen zonder vermelding van het jaar waarin zij voor bekostiging in aanmerking zullen worden gebracht. 2 artikel 65 van de Wet op het voortgezet onderwijs In het krachtensvast te stellen plan van de scholen die in de jaren 1986-1987-1988 voor bekostiging in aanmerking zullen worden gebracht, worden in elk geval opgenomen de afdelingen uit het aanvullend plan die nog niet voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht. 3 de afdeling De bekostiging vangt in ieder geval aan nadatvijf achtereenvolgende jaren in een plan is opgenomen. 4 Op verzoek van de aanvrager dan wel indien zich naar het oordeel van Onze minister omstandigheden hebben voorgedaan die bij de vaststelling van een plan niet bekend waren, kan uit het plan een in een vorig plan opgenomen afdeling vervallen. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 22-10-1982
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 10, derde en vierde lid artikel 65 van de Wet op het voortgezet onderwijs Voor de toepassing van, wordt onder plan verstaan: het invoeringsplan, het aanvullend plan, en het plan van scholen, bedoeld in. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Hoofdstuk II de vorige volzin Een bestaande school als bedoeld inwordt met ingang van 1 augustus 1984 een school voor middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs, indien op de aanvraag van het bevoegd gezag die school voor middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs in het invoeringsplan is opgenomen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regelen worden gegeven met betrekking tot de rechtspositionele gevolgen van het bepaalde in. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 01-08-1984
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wet op het voortgezet onderwijs De bij of krachtens degegeven voorschriften die betrekking hebben op het middelbaar huishoud- en nijverheidsonderwijs en op het middelbaar sociaal-pedagogisch onderwijs, vervallen voor zover bij deze wet niet anders is bepaald. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 01-08-1984
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De op 31 juli 1984 uit 's Rijks kas bekostigde scholen voor middelbaar huishoud- en nijverheidsonderwijs en voor middelbaar sociaal-pedagogisch onderwijs komen voor wat het eerste leerjaar betreft met ingang van 1 augustus 1984 niet meer voor zodanige bekostiging in aanmerking. 2 Met betrekking tot de op 1 augustus 1984 aangevangen hogere leerjaren blijven de op 31 juli 1984 voor het betrokken onderwijs geldende voorschriften van toepassing, voor wat betreft het tweede leerjaar tot 1 augustus 1985, en voor wat betreft het derde leerjaar tot 1 augustus 1986. Wij kunnen deze voorschriften wijzigen voor zover zij bij algemene maatregel van bestuur zijn gegeven. 3 Wet op het voortgezet onderwijs In afwijking van het eerste lid wordt de bekostiging van een op 31 juli 1984 op grond van debekostigde afdeling couture, verbonden aan een school voor middelbaar huishoud- en nijverheidsonderwijs, tot uiterlijk 31 juli 1986 voortgezet. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 4 Nederlandse Staatscourant Leerlingen die het eindexamen niet met goed gevolg hebben afgelegd, kunnen het jaar, volgende op dat van het eindexamen, in de gelegenheid worden gesteld alsnog eindexamen af te leggen volgens door Onze minister nader te stellen regelen. Deze regelen worden in deopenbaar gemaakt. 5 Indien het in het tweede en derde lid bedoelde onderwijs onder hetzelfde bevoegd gezag staat als een school voor middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs, wordt dat onderwijs als een of meer afdelingen verbonden aan laatstbedoelde school. 1984 348 05-07-1984 18414 1984 348 05-07-1984 18414 01-08-1984
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Wet op het voortgezet onderwijs artikel 3 Tot een nader door Onze minister te bepalen datum kan een op grond van debekostigde afdeling interim algemene schakelopleiding of afdeling vooropleiding voor hoger beroepsonderwijs van het middelbaar huishoud- en nijverheidsonderwijs dan wel kunnen beide afdelingen, worden verbonden aan een in het inbedoelde invoeringsplan opgenomen school. 2 artikel 15, eerste lid In afwijking van het bepaalde inblijven op de in het eerste lid bedoelde afdelingen de op 31 juli 1984 voor het middelbaar huishoud- en nijverheidsonderwijs geldende voorschriften van toepassing. Wij kunnen deze voorschriften wijzigen voor zover zij bij algemene maatregel van bestuur zijn gegeven. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 01-08-1984
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 22, van de Wet op het voortgezet onderwijs De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in, kan voor zover het betreft de scholen en afdelingen voor middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs niet alleen voorschriften inhouden omtrent de onderwerpen, genoemd in het tweede tot en met vierde lid van dat artikel, maar tevens omtrent het schoolwerkplan en de onderwerpen die dit in elk geval moet bevatten, alsmede het activiteitenplan. 2 artikel 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs Met betrekking tot de in het voorgaande lid bedoelde scholen en afdelingen wordt ingelezen: a. in het eerste lid in plaats van "het leerplan en de lesrooster": het schoolwerkplan en het activiteitenplan. b. in het tweede lid in plaats van "het leerplan": het schoolwerkplan. c. in het derde lid in plaats van "de leerplannen": de schoolwerkplannen. d. in het vijfde lid in plaats van "leerplannen en lesroosters": schoolwerkplannen en activiteitenplannen. 1992 270 27-05-1992 20381 1992 270 27-05-1992 20381 01-08-1993
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 01-08-1984
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 hoofdstuk II Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 1984, met uitzondering vandat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin deze wet wordt geplaatst. 2 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet invoering m.d.g.o. 1982 579 14-10-1982 16719 1982 579 14-10-1982 16719 01-08-1984