Wet van 1 mei 1981, houdende regelen met betrekking tot het afbreken van zwangerschap
- BWB-id
- BWBR0003396
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003396
- ELI
- /eli/nl/wet/1984/wet-afbreking-zwangerschap
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1984/wet-afbreking-zwangerschap/2025-07-05
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003396&g=2025-07-05
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003396&z=2026-06-06&g=2025-07-05
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003396/2025-07-05
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1984/wet-afbreking-zwangerschap
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; inspecteur: de inspecteur van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd; arts: degene die bevoegd is de titel van arts te voeren, alsmede, voor zover het betreft de arts bij wie de vrouw onder regelmatige medische behandeling staat, dan wel die als medisch specialist of in de woonplaats van de vrouw als huisarts werkzaam is, degene die in het land waar hij is gevestigd, het beroep van arts wettig uitoefent; ziekenhuis: een inrichting waarin personen worden opgenomen voor het ondergaan van een genees-, heel- of verloskundig onderzoek of een genees-, heel- of verloskundige behandeling, met inbegrip van een daarvan onderdeel uitmakende polikliniek; abortuskliniek - hierna te noemen kliniek -: een inrichting, niet zijnde een ziekenhuis, waarin vrouwen een behandeling ondergaan, gericht op het afbreken van zwangerschap; duur van de zwangerschap: tijd die een zwangerschap bedraagt, uitgedrukt in het aantal dagen of weken dat de amenorroe duurt. 2 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder het afbreken van zwangerschap niet verstaan het toepassen van een middel ter voorkoming van de innesteling van een bevruchte eicel in de baarmoeder. 3 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder "geneesheer-directeur" mede verstaan de arts die, hoewel geen directeursfunctie bekledende, belast is met de zorg voor de algemene gang van zaken op geneeskundig gebied in de inrichting. 2025 151 04-06-2025 26-05-2025 36682 2025 174 04-07-2025 30-06-2025 05-07-2025 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijziging geformuleerd die
niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Een behandeling, gericht op het afbreken van zwangerschap, mag slechts worden verricht door: a. een arts in een ziekenhuis of kliniek, waaraan door Onze Minister vergunning tot het verrichten van dergelijke behandelingen is verleend; b. artikel 6a een huisarts, indien het een medicamenteuze afbreking van de zwangerschap betreft en voldaan is aan. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 5 Een zwangerschap wordt niet eerder afgebroken dan nadat de vrouw de arts heeft bezocht en daarbij haar voornemen met hem heeft besproken. De arts en de vrouw stellen, met in achtneming van de eisen met betrekking tot hulpverlening en besluitvorming, bedoeld in, in gezamenlijk overleg een termijn vast die voorafgaat aan de afbreking van de zwangerschap. 2 In het geval, dat de arts de vrouw niet verwijst, stelt hij haar onverwijld een gedateerde schriftelijke kennisgeving daaromtrent ter hand, welke in elk geval het tijdstip vermeldt, waarop de vrouw zich tot hem had gewend. 3 artikel 2, onderdeel a artikel 5 artikel 6a Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien is vastgesteld dat de duur van de zwangerschap nog geen 45 dagen bedraagt op het moment van zwangerschapsafbreking. In dat geval wordt een zwangerschap niet eerder afgebroken dan nadat een arts in een ziekenhuis of kliniek als bedoeld in, zich ervan heeft vergewist dat aan de bij of krachtensgestelde eisen is voldaan, onderscheidenlijk nadat een huisarts als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, zich ervan heeft vergewist dat aan de bij of krachtensgestelde eisen is voldaan. 4 Indien de behandeling, gericht op het afbreken van de zwangerschap, wordt verricht om daarmee een dreigend gevaar voor het leven of de gezondheid van de vrouw af te wenden, wordt geen termijn gesteld als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, dan wel vervalt een ingevolge dat lid gestelde termijn. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, onder a De vergunning, bedoeld in, wordt aangevraagd door het bestuur van het ziekenhuis of de kliniek. Bij de aanvraag dienen de bij algemene maatregel van bestuur verlangde gegevens te worden verstrekt. Indien hij dit nodig acht voor een verantwoorde beslissing op het verzoek om vergunning, kan Onze Minister nadere gegevens vragen. 2 Onze Minister beslist binnen zeven maanden na de ontvangst van de aanvraag. 3 artikelen 5, eerste lid 6 Het ziekenhuis of de kliniek verkrijgt de vergunning indien aannemelijk is gemaakt dat aan de in de, ofbedoelde eisen zal worden voldaan. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Bij algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld met betrekking tot hulpverlening en besluitvorming, welke erop zijn gericht te verzekeren dat iedere beslissing tot het afbreken van zwangerschap met zorgvuldigheid wordt genomen en alleen dan uitgevoerd, indien de noodsituatie van de vrouw deze onontkoombaar maakt. 2 Deze eisen strekken er met name toe te verzekeren: a. dat de vrouw die het voornemen heeft tot afbreking van zwangerschap en zich met een daartoe strekkend verzoek tot de arts heeft gewend, wordt bijgestaan, in het bijzonder door het verstrekken van verantwoorde voorlichting over andere oplossingen van haar noodsituatie dan het afbreken van de zwangerschap; b. dat de arts, indien de vrouw van oordeel is dat haar noodsituatie niet op andere wijze kan worden beëindigd, zich ervan vergewist dat de vrouw haar verzoek heeft gedaan en gehandhaafd in vrijwilligheid, na zorgvuldige overweging en in het besef van haar verantwoordelijkheid voor ongeboren leven en van de gevolgen voor haarzelf en de haren; c. artikel 20 dat, onverminderd het bepaalde in, de arts de behandeling slechts verricht indien deze op grond van zijn bevindingen verantwoord is te achten; d. dat na afbreking van de zwangerschap een genoegzame nazorg voor de vrouw en de haren beschikbaar is, mede in de vorm van voorlichting over methoden ter voorkoming van ongewenste zwangerschap. 1993 655 23-12-1993 11-11-1993 19522 1997 553 27-11-1997 19-11-1997 01-12-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De vergunning wordt ten aanzien van een kliniek overigens slechts verleend indien: a. de kliniek wordt beheerd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid welke geen winst nastreeft; b. wordt voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen omtrent bestuur en beheer van de kliniek, organisatie, werkwijze, personeel, huisvesting en uitrusting, opdat gewaarborgd is dat de behandeling voldoet aan de eisen die daaraan uit medisch en verpleegkundig oogpunt behoren te worden gesteld, alsmede omtrent de samenstelling van het bestuur; c. de kliniek bij de behandeling van de afbreking van zwangerschappen volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels samenwerkt met een of meer ziekenhuizen; d. de rechtspersoon, die de kliniek beheert, jaarlijks verslag doet van de gang van zaken op medisch en financieel gebied in het voorafgaande kalenderjaar en dat verslag algemeen verkrijgbaar stelt; e. artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de rechtspersoon, die de kliniek beheert en geen openbaar lichaam is, krachtens de statuten de jaarrekening ter verkrijging van een verklaring daaromtrent door een accountant als bedoeld indoet onderzoeken. 2 b c, De vergunning heeft slechts mede betrekking op afbreking in een kliniek van zwangerschappen die langer dan dertien weken hebben geduurd, indien aan daartoe bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, onderente stellen nadere eisen van medische en verpleegkundige aard is voldaan. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 De huisarts is bevoegd een medicamenteuze afbreking van de zwangerschap uit te voeren, indien: a. gebruik wordt gemaakt van een medicament dat geregistreerd is voor de afbreking van een zwangerschap; b. Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg is voldaan aan de eisen die volgen uit deomtrent bevoegdheid en bekwaamheid en de kwaliteitswaarborgen die door de beroepsorganisaties en de professionele standaard aan de organisatie, werkwijze en uitrusting van de praktijk van de huisarts worden gesteld opdat gewaarborgd is dat de behandeling voldoet aan de eisen die daaraan uit medisch oogpunt worden gesteld. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels hebben in ieder geval betrekking op adequate en geaccrediteerde scholing van individuele huisartsen die naast medisch-technische zaken ook gericht is op voorlichting en begeleiding bij en na de besluitvorming. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden tevens eisen gesteld met betrekking tot hulpverlening en besluitvorming, welke erop zijn gericht te verzekeren dat iedere beslissing tot het afbreken van zwangerschap met zorgvuldigheid wordt genomen en alleen dan uitgevoerd, indien de noodsituatie van de vrouw deze onontkoombaar maakt. Deze eisen strekken er met name toe te verzekeren: a. dat de vrouw die het voornemen heeft tot afbreking van zwangerschap en zich met een daartoe strekkend verzoek tot de arts heeft gewend, wordt bijgestaan, in het bijzonder door het verstrekken van verantwoorde voorlichting over andere oplossingen van haar noodsituatie dan het afbreken van de zwangerschap; b. dat de arts, indien de vrouw van oordeel is dat haar noodsituatie niet op andere wijze kan worden beëindigd, zich ervan vergewist dat de vrouw haar verzoek heeft gedaan en gehandhaafd in vrijwilligheid, na zorgvuldige overweging en in het besef van haar verantwoordelijkheid voor ongeboren leven en van de gevolgen voor haarzelf en de haren; c. artikel 20 dat, onverminderd het bepaalde in, de arts de behandeling slechts verricht indien deze op grond van zijn bevindingen verantwoord is te achten; d. dat na afbreking van de zwangerschap een genoegzame nazorg voor de vrouw en de haren beschikbaar is, mede in de vorm van voorlichting over methoden ter voorkoming van ongewenste zwangerschap. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025 De wijziging is in werking getreden op 6 november 2024 (Stb. 2024/322).
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 5 6 Onze Minister kan, al naar gelang de specifieke omstandigheden van een inrichting hiertoe nopen, aan een vergunning aanvullende voorschriften verbinden, onderscheidenlijk deze voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken. De voorschriften mogen slechts betrekking hebben op de tariefstelling en de onderwerpen waaromtrent en voor zover daarover bij of krachtens deeneisen zijn gesteld. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onze Minister kan een vergunning intrekken: a. indien onjuiste gegevens zijn verstrekt, die hebben geleid tot het verlenen van de vergunning; b. indien de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet, dan wel de voorschriften verbonden aan de vergunning, zijn overtreden. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 5 8 Een krachtens detot en metgenomen besluit bepaalt het tijdstip waarop de verlening of intrekking van de vergunning, dan wel de wijziging, aanvulling of intrekking van de aan de vergunning te verbinden voorschriften, ingaat. 2 Staatscourant Van het verlenen of intrekken van een vergunning wordt mededeling gedaan in de. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 8 Hangende het onderzoek naar feiten op grond waarvan volgensintrekking van een vergunning mogelijk is, kan Onze Minister bevelen, dat de behandelingen in de inrichting, gericht op afbreking van zwangerschap, onverwijld zullen worden gestaakt. 2 Het bevel blijft van kracht totdat omtrent de intrekking van de vergunning is beschikt, onderscheidenlijk tot het tijdstip waarop de intrekking ingaat, behoudens eerdere opheffing van het bevel door Onze Minister. 3 Artikel 9, eerste en tweede lid Het bevel, alsmede de opheffing van het bevel, wordt schriftelijk gegeven., is van overeenkomstige toepassing. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 2, onderdeel a Elke arts in een ziekenhuis of kliniek als bedoeld in, die behandelingen, gericht op afbreking van zwangerschap, verricht, doet ten minste eens per jaar aan de geneesheer-directeur van de inrichting de volgende gegevens toekomen: a. het aantal behandelingen, gericht op afbreking van zwangerschap, dat hij in dat tijdsverloop heeft verricht, en de eventueel daarbij opgetreden bijzonderheden; b. de duur van de zwangerschap, het aantal voorafgegane zwangerschappen en zwangerschapsafbrekingen, de leeftijd, de provincie - dan wel, voor zover het buiten Nederland woonachtige vrouwen betreft, het land - van woonplaats, de burgerlijke staat en het aantal kinderen van elk van de behandelde vrouwen; c. artikel 3, vierde lid de datum waarop hij met de vrouw haar voornemen heeft besproken, alsmede, indien de vrouw door een arts bij wie de vrouw onder regelmatige medische behandeling staat, dan wel die als medisch specialist of in de woonplaats van de vrouw als huisarts werkzaam is, verwezen is, de medische hoedanigheid waarin hij de vrouw hulp heeft geboden, de vraag of, en zo ja in welke gevallen, overleg is gepleegd met andere deskundigen, en welke de aard van de deskundigheid van de geraadpleegde was, de datum van de ingreep, met dien verstande dat, indien het zich in, bedoelde geval heeft voorgedaan, tevens de bijzondere redenen daarvoor worden opgegeven, en de nazorg die na de afbreking van de zwangerschap aan de vrouw is verleend. 2 De geneesheer-directeur van de inrichting ziet erop toe dat alle in de inrichting werkzame artsen hem de in het eerste lid bedoelde gegevens volledig en tijdig doen toekomen in zodanige vorm dat zij niet tot individuele patiënten herleidbaar zijn. Hij draagt er zorg voor, dat deze gegevens ten minste vijf jaar worden bewaard. 3 De geneesheer-directeur doet eens per jaar aan de inspecteur opgave toekomen van de totalen, die aan de in de vorige leden bedoelde gegevens kunnen worden ontleend. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de tijdstippen en wijze waarop de in de vorige leden van dit artikel bedoelde gegevens moeten worden verstrekt. Bij deze opgaven wordt de anonimiteit van de behandelde vrouwen gewaarborgd. 5 De verkregen gegevens mogen uitsluitend worden gebruikt: a. voor statistische doeleinden en b. ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde. 6 De in het eerste lid bedoelde arts draagt er tevens zorg voor, dat vóór of zo spoedig mogelijk na de behandeling aantekening wordt gemaakt van de bevindingen die ertoe hebben geleid de behandeling te geven. Hij is verplicht deze aantekeningen gedurende ten minste vijf jaar te bewaren en de daarin vervatte gegevens, mits niet herleidbaar tot individuele patiënten, desverzocht ter beschikking te stellen van de inspecteur. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 artikel 2, onderdeel b artikel 11, eerste lid De huisarts, bedoeld in, doet ten minste eens per jaar de in, bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aangewezen rechtspersoon toekomen in zodanige vorm dat zij niet tot individuele patiënten herleidbaar zijn. De rechtspersoon doet deze gegevens toekomen aan de inspecteur. 2 De rechtspersoon kan kostendekkende tarieven vaststellen voor de door zijn in het eerste lid, eerste volzin, verrichte werkzaamheden. Onze Minister kan tarieven vaststellen die de rechtspersoon ten hoogste mag berekenen voor de door hem verrichte werkzaamheden. 3 Indien de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van Onze Minister zijn taak verwaarloost, kan Onze Minister de aanwijzing intrekken. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de tijdstippen en wijze waarop de in het eerste lid bedoelde gegevens moeten worden verstrekt. Bij deze opgaven wordt de anonimiteit van de behandelde vrouwen gewaarborgd. 5 De verkregen gegevens mogen uitsluitend worden gebruikt: a. voor statistische doeleinden, en b. ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde. 6 artikel 2, onderdeel b De huisarts, bedoeld in, draagt er tevens zorg voor, dat vóór of zo spoedig mogelijk na de behandeling aantekening wordt gemaakt van de bevindingen die ertoe hebben geleid de behandeling te geven. Hij is verplicht deze aantekeningen gedurende ten minste vijf jaar te bewaren en de daarin vervatte gegevens, mits niet herleidbaar tot individuele patiënten, op verzoek ter beschikking te stellen van de inspecteur. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 2, onderdeel b artikel 11, tweede lid artikel 11a, eerste lid De geneesheer-directeur van de inrichting onderscheidenlijk de huisarts, bedoeld in, draagt zorg dat de inspecteur op zijn verzoek inzage wordt verschaft van de in, onderscheidenlijk, bedoelde gegevens en dat hem alle gevraagde inlichtingen, mits niet herleidbaar tot individuele patiënten, worden verstrekt die hij redelijkerwijs voor de uitoefening van zijn taak met betrekking tot deze wet behoeft. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikelen 4, eerste lid 5, eerste lid 6, eerste lid, onderdelen b of c, tweede lid 6a, tweede of derde lid 11, vierde lid 11a, vierde lid Een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in de,,,,, en, wordt vastgesteld op voordracht van Onze Minister. 2 Hij treedt niet in werking dan nadat drie maanden sedert de datum van afkondiging zijn verstreken. Van de datum van afkondiging wordt door Onze Minister mededeling gedaan aan de Staten-Generaal onder overlegging van de over het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur uitgebrachte adviezen. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b Vervallen 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 6, tweede lid De arts die een behandeling, gericht op het afbreken van zwangerschap, verricht in een kliniek, tenzij het betreft een kliniek ten aanzien waarvan aan, is voldaan terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat de zwangerschap langer dan dertien weken heeft geduurd, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2022 326 26-08-2022 22-08-2022 35737 2022 377 04-10-2022 28-09-2022 01-01-2023
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 2, onder a artikel 10, eerste lid Het ziekenhuis of de kliniek waar behandelingen, gericht op het afbreken van zwangerschap, worden verricht in strijd met, dan wel met het in, bedoelde bevel, wordt gestraft met een geldboete van de vijfde categorie. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 2, onderdeel a artikel 11, eerste of zesde lid De arts in een ziekenhuis of kliniek als bedoeld in, die nalaat te voldoen aan het bepaalde in, wordt gestraft met een geldboete van de derde categorie. 2 artikelen 11, tweede en derde lid 12 De geneesheer-directeur die nalaat te voldoen aan het bepaalde in de, enwordt gestraft met een geldboete van de vierde categorie. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 artikel 2, onderdeel b artikel 11a, eerste of zesde lid De huisarts, bedoeld in, die nalaat te voldoen aan het bepaalde in, wordt gestraft met een geldboete van de derde categorie. 2 artikel 2, onderdeel b artikelen 11a, vierde lid 12 De huisarts, bedoeld in, die nalaat te voldoen aan het bepaalde in de, ofwordt gestraft met een geldboete van de vierde categorie. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 15 17 18 18a De in de,,enstrafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Met de opsporing van de in het vorige lid bedoelde strafbare feiten zijn, behalve de ambtenaren bedoeld in, belast de inspecteurs. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a artikel 11, tweede lid, laatste volzin, derde, vierde of zesde lid artikel 11a, eerste, vierde of zesde lid Onze Minister is bevoegd een bestuurlijke boete van ten hoogste € 33 500,– op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is metof. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Niemand is verplicht een vrouw een behandeling, gericht op het afbreken van zwangerschap, te geven, dan wel daaraan medewerking te verlenen. 2 Indien de arts gemoedsbezwaren koestert tegen het verrichten of doen verrichten van de behandeling, stelt hij de vrouw onverwijld nadat zij zich tot hem heeft gewend, daarvan in kennis. 3 Het eerste lid ontheft een arts niet van de verplichting om desgevraagd en indien de vrouw daartoe toestemming heeft verleend inlichtingen omtrent de toestand van de vrouw te geven aan andere artsen. 1981 257 01-05-1981 15475 1984 356 21-07-1984 01-11-1984
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a 1 Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met inachtneming van dit artikel. 2 artikel 6, eerste lid, onder f artikel 121, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES In afwijking van, laat de rechtspersoon de jaarrekening onderzoeken met het oog op het verkrijgen van een verklaring als bedoeld in. 3 artikel 19, tweede lid artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES In afwijking van, wordt in plaats van «» gelezen:. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 20b — Artikel 20b#
Artikel 20b Onze Minister zendt uiterlijk voor 1 januari 2028, en vervolgens iedere zeven jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van deze wet. 2023 43 10-02-2023 16-01-2023 34891 2024 367 29-11-2024 25-11-2024 01-01-2025