Wet van 30 januari 1985, houdende nieuwe regels met betrekking tot het brandweerwezen
- BWB-id
- BWBR0003764
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2007-01-01 t/m 2010-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003764
- ELI
- /eli/nl/wet/1985/brandweerwet-1985
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1985/brandweerwet-1985/2007-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003764&g=2007-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003764&z=2026-06-06&g=2007-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003764/2007-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1985/brandweerwet-1985
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Er is in elke gemeente een gemeentelijke brandweer, behoudens indien ingevolge samenwerking met andere gemeenten een regeling ter zake tot stand gekomen is. 2 Burgemeester en wethouders regelen de organisatie, het beheer en de taak van de gemeentelijke brandweer. 3 De regels inzake de organisatie betreffen in elk geval de personeels- en materieelssterkte. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen over de minimumsterkte voorschriften worden gegeven. 4 Burgemeester en wethouders hebben de zorg voor: a. het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt; b. het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand. 5 Burgemeester en wethouders zijn belast met het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel van de gemeentelijke brandweer. 6 artikel 1 van de Wet rampen en zware ongevallen De taak van de brandweer bestaat in elk geval uit de feitelijke uitvoering van werkzaamheden ter zake van de in het vierde lid genoemde onderwerpen alsmede ter zake van het beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen als bedoeld in. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1, tweede lid Besluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van de in, bedoelde regels worden binnen een week na de vaststelling aan gedeputeerde staten gezonden. 1985 87 26-02-1985 30-01-1985 16695 1985 100 12-02-1985 01-03-1985
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1, zesde lid Op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, wordt bij algemene maatregel van bestuur een verdeling van gemeenten in regio's vastgesteld. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die behoren tot één regio treffen een gemeenschappelijke regeling teneinde een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in, te bewerkstelligen en overigens een goede hulpverlening bij een ongeval of ramp te bevorderen. 2 bijlage behorend bij de Politiewet 1993 De verdeling van gemeenten in regio's, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de verdeling in de, met dien verstande dat daarvan kan worden afgeweken, indien dat noodzakelijk is voor een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde uitvoering van de werkzaamheden ter voorbereiding en uitvoering van de rampenbestrijding. 3 bijlage bij de Politiewet 1993 De voordracht van een algemene maatregel van bestuur, waarbij een van deafwijkende verdeling van gemeenten in regio's wordt voorgesteld, vindt niet plaats dan nadat gedeputeerde staten van de provincie op wiens grondgebied de betrokken regio's zijn gelegen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gedurende een periode van ten minste acht weken in de gelegenheid zijn gesteld daaromtrent een advies uit te brengen. Gedeputeerde staten betrekken in hun advies de zienswijzen terzake van alle bij het advies betrokken openbare lichamen. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid Bij de regeling als bedoeld in, wordt een openbaar lichaam met de aanduiding regionale brandweer ingesteld. Het openbaar lichaam is rechtspersoon. Bij deze regeling worden door de deelnemende gemeenten aan het bestuur van de regionale brandweer in elk geval de volgende taken opgedragen: 1°. Het zorgdragen voor: a. het instellen en in stand houden van een regionale brandweeralarmcentrale; b. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; c. het benoemen, schorsen en ontslaan van de commandant en het overige personeel van de regionale brandweer en het vaststellen van een instructie voor het personeel; d. artikelen 8 9 het beschikbaar stellen van personeel en materieel in de gevallen, bedoeld in deen; e. het voorbereiden van de coördinatie bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen; f. het voorbereiden van de organisatie voor het optreden van de brandweer in buitengewone omstandigheden en het regelen van de operationele leiding bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen; g. het verzamelen en evalueren van gegevens ten behoeve van de waarschuwing en alarmering van de bevolking in geval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan; h. het waarschuwen van de bevolking door middel van het sirenenet, het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting; 2°. het vaststellen van: a. artikel 5 van de Wet rampen en zware ongevallen een beheersplan als bedoeld in; b. artikel 4a een organisatieplan als bedoeld in. 3°. het adviseren van de colleges van burgemeester en wethouders: a. op het gebied van de brandpreventie, b. ter zake van voorbereidende maatregelen op het gebied van de brandbestrijding en -beperking in bepaalde objecten, c. over het aanschaffen van materieel, een en ander overeenkomstig de in de regeling neergelegde regels. 4°. het verzorgen van: a. oefeningen met het oog op het optreden in groter verband; b. opleidingen. 2 De regeling bevat bepalingen omtrent onderlinge bijstand bij het beperken en bestrijden van brand en bij de hulpverlening bij ongevallen en rampen, alsmede omtrent de feitelijke leiding over de brandweer bij het optreden in groter verband. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 4, eerste lid, onderdeel 2, onder b artikel 5 van de Wet rampen en zware ongevallen Het bestuur van de regionale brandweer stelt ingevolge, ten minste één maal in de vier jaren een organisatieplan vast. Het organisatieplan bevat de operationele prestaties van de regionale brandweer die nodig zijn om uitvoering te geven aan het beheersplan, bedoeld in. 2 Het organisatieplan wordt tussentijds geactualiseerd, indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. 3 Het plan bevat in ieder geval: a. de taken van de brandweer en de maatregelen gericht op de realisering daarvan; b. de werkwijzen van de brandweer en de maatregelen gericht op de realisering daarvan; c. de personeel- en materieelsterkte van de brandweer en de maatregelen gericht op de realisering daarvan; d. het opleidingsniveau en de geoefendheid van het brandweerpersoneel en de maatregelen gericht op de realisering daarvan. 4 artikel 22 van de Politiewet 1993 artikel 3 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen Het organisatieplan en de wijzigingen daarop worden toegezonden aan de besturen van het regionale college, bedoeld in, en van het samenwerkingsverband inzake de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bedoeld inen aan de commissaris van de Koning. 5 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld ten aanzien van de inhoud van het organisatieplan. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Tot vergoeding van de kosten die voor de regionale brandweren voortvloeien uit de uitoefening van hun taken in het kader van de bestrijding van rampen en zware ongevallen in buitengewone omstandigheden en de voorbereiding daarop wordt uit ’s Rijks kas een bijdrage verleend. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Indien de bijstand, verleend door de regionale brandweer waaraan de gemeente deelneemt, niet toereikend is, verzoekt de burgemeester Onze commissaris in de provincie de nodige voorzieningen te treffen. 2 De burgemeester doet de voorzitter van het dagelijks bestuur van de regionale brandweer mededeling van het doen van een verzoek, als bedoeld in het eerste lid. 1985 87 26-02-1985 30-01-1985 16695 1985 100 12-02-1985 01-03-1985
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De voorzitter van het dagelijks bestuur van de regionale brandweer stelt op verzoek van Onze commissaris in de provincie waarin de plaats van vestiging is gelegen personeel en materieel ter beschikking ten behoeve van bijstand binnen de provincie. De colleges van burgemeester en wethouders verlenen de voorzitter de hiervoor nodige medewerking. 2 Onze commissaris in de provincie doet Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties mededeling van het doen van een verzoek, als bedoeld in het eerste lid. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 Indien de bijstand, verleend ingevolge, niet toereikend is, verzoekt Onze commissaris in de provincie Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de nodige voorzieningen te treffen. Deze wendt zich tot Onze commissarissen van andere provincies. 2 De voorzitter van het dagelijks bestuur van de regionale brandweer stelt op verzoek van Onze commissaris in de provincie waarin de plaats van vestiging is gelegen personeel en materieel ter beschikking ten behoeve van bijstand buiten de provincie. De colleges van burgemeester en wethouders verlenen de voorzitter de hiervoor nodige medewerking. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 8 9 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze commissaris in de provincie treffen de nodige voorbereidende maatregelen met het oog op de uitoefening van hun bevoegdheden bedoeld in deen. Voorzover deze maatregelen van rechtstreeks belang zijn voor een regionale brandweer, treffen Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, onderscheidenlijk Onze commissaris in de provincie deze niet dan na overleg met Onze commissaris in de provincie, onderscheidenlijk de voorzitter van het dagelijks bestuur van de regionale brandweer. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 8, eerste lid 9, tweede lid In de kosten die voor de regionale brandweren en de gemeenten voortvloeien uit de uitvoering van deen, kan uit ’s Rijks kas een bijdrage worden verleend. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid. 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 26-07-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Woningwet De gemeenteraad stelt bij verordening regels vast omtrent het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt (brandbeveiligingsverordening), voor zover daarin niet bij of krachtens deof enige andere wet is voorzien. 1991 439 05-09-1991 29-08-1991 20066 1992 292 04-06-1992 01-10-1992
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Burgemeester en wethouders kunnen een inrichting die in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid aanwijzen als bedrijfsbrandweerplichtig. Het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting is verplicht er voor te zorgen, dat in die inrichting kan worden beschikt over een bedrijfsbrandweer, die voldoet aan de bij de aanwijzing gestelde eisen inzake personeel en materieel. Voordat een aanwijzing plaatsvindt, horen burgemeester en wethouders het hoofd of de bestuurder van de inrichting. 2 In afwijking van het eerste lid vindt de aanwijzing door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties plaats indien het een inrichting betreft die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein, voor zover er gegevens in het geding zijn waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de staat is geboden. Voordat een aanwijzing plaatsvindt, hoort Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het hoofd of de bestuurder van de inrichting. 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke inrichtingen kunnen worden aangewezen, welke eisen inzake personeel en materieel kunnen worden gesteld en worden nadere regels gegeven betreffende de wijze van totstandkoming van een aanwijzing. 4 Het hoofd of de bestuurder van een inrichting als bedoeld in het derde lid is verplicht burgemeester en wethouders en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de nodige inlichtingen te verstrekken ten behoeve van de uitoefening van de in dit artikel bedoelde bevoegdheid tot aanwijzing. 5 Voor 1 februari van ieder jaar zendt het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting aan burgemeester en wethouders en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een overzicht van de werkelijke sterkte van de bedrijfsbrandweer op 1 januari van dat jaar. 6 Het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting draagt er zorg voor dat de bedrijfsbrandweer ter zake van het optreden, dat noodzakelijk is ter bestrijding van brand of van gevaar anderszins binnen de inrichting, de aanwijzingen opvolgt van degene die op grond van een wettelijk voorschrift met de feitelijke leiding van die bestrijding is belast. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 a artikel 18, eerste lid Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor het personeel van de gemeentelijke brandweer, de regionale brandweer en het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding, bedoeld in, regels worden gegeven ten aanzien van: a. de eisen van aanstelling en bevordering; b. de rangen; c. de eisen met betrekking tot de keuring en de controle op lichamelijke en geestelijke geschiktheid; d. de kleding en de uitrusting. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven betreffende de wijze waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over het ontwerp van een maatregel, vast te stellen krachtens het eerste lid van dit artikel. 1995 601 14-12-1995 06-12-1995 24029 1995 602 14-12-1995 08-12-1995 01-01-1996
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke opleidingen worden afgesloten met een rijksexamen. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt het examenreglement vast en geeft het diploma af. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a Vervallen 1995 601 14-12-1995 06-12-1995 24029 1995 602 14-12-1995 08-12-1995 01-01-1996
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1995 601 14-12-1995 06-12-1995 24029 1995 602 14-12-1995 08-12-1995 01-01-1996
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven betreffende de veiligheid, deugdelijkheid, normalisatie en standaardisatie waaraan brandweer- en reddingsmaterieel moet voldoen, dat met het oog op gebruik hier te lande wordt vervaardigd, ingevoerd of in de handel gebracht. 2 Voor verrichtingen van overheidswege, die krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid worden gedaan kunnen overeenkomstig daarbij te stellen regels vergoedingen in rekening worden gebracht. Deze vergoedingen worden niet in rekening gebracht aan publiekrechtelijke lichamen. 1985 87 26-02-1985 30-01-1985 16695 1985 100 12-02-1985 01-03-1985
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1997 142 08-04-1997 13-03-1997 24481 1997 142 08-04-1997 13-03-1997 24481 09-04-1997
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 Er is een Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding. Het instituut bezit rechtspersoonlijkheid. 2 Het instituut heeft de volgende taken: a. artikel 15 het verzorgen van de officiersopleidingen voor de brandweer die met een rijksexamen als bedoeld inworden afgesloten, b. artikel 15 het verzorgen van de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen andere opleidingen die met een rijksexamen als bedoeld inworden afgesloten, c. a b het werven en selecteren van kandidaten voor opleidingen, bedoeld onderen, en d. a b het ontwikkelen van leerstof en instructiemethoden en -middelen voor de opleidingen, bedoeld onderen. 3 Het instituut kan andere werkzaamheden verrichten dan die welke uit de in het tweede lid genoemde taken voortvloeien, voor zover het betreft: a. a b het verzorgen van andere opleidingen op het gebied van de brandweerzorg en de rampenbestrijding dan die welke in het tweede lid, onderenzijn bedoeld, en van oefeningen op dat gebied, b. a het werven en selecteren van kandidaten voor opleidingen en oefeningen, bedoeld onder, c. a b het ontwikkelen van leerstof en instructiemethoden en -middelen voor andere opleidingen dan die welke in het tweede lid, onderen, zijn bedoeld, d. artikel 15 het vaststellen van examenreglementen voor opleidingen die niet met een rijksexamen als bedoeld inworden afgesloten, e. het ontwikkelen, in stand houden en beschikbaar stellen van expertise met betrekking tot de brandweerzorg en rampenbestrijding en f. het verrichten van andere activiteiten die de deskundigheid van personen op het gebied van de brandweerzorg en rampenbestrijding of het functioneren van de organisaties waarvoor zij werkzaam zijn, bevorderen. 4 De in het derde lid genoemde werkzaamheden mogen niet leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van private aanbieders van vergelijkbare diensten en worden tegen kostendekkende tarieven verricht. 5 De inkomsten van het instituut bestaan uit: a. de kosten die het instituut bij de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde taken en de in het derde lid bedoelde werkzaamheden bij derden in rekening brengt, b. artikel 18e, eerste lid de bijdragen, bedoeld in, en c. andere baten. 6 artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht Het instituut trekt geen gelden aan die dagelijks of op termijn opvorderbaar zijn. In afwijking van de eerste volzin is het het instituut toegestaan ter overbrugging van tijdelijke kastekorten bij een bank als bedoeld intijdelijke kredieten in rekening-courant op te nemen. 2006 605 07-12-2006 20-11-2006 30658 2006 664 20-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 18b — Artikel 18b#
Artikel 18b 1 Het instituut heeft een bestuur dat uit vijf leden bestaat, waaronder de voorzitter. 2 c artikel 18, zevende lid De voorzitter en de overige leden van het bestuur worden bij koninklijk besluit benoemd, geschorst en ontslagen. De Raad, bedoeld in, kan een aanbeveling doen voor de voordracht voor het koninklijk besluit tot benoeming. 3 De leden van het bestuur hebben, behoudens tussentijds ontslag, zitting voor vier jaren. Zij kunnen ten hoogste eenmaal worden herbenoemd. 1995 601 14-12-1995 06-12-1995 24029 1995 602 14-12-1995 08-12-1995 01-01-1996
Artikel 18c — Artikel 18c#
Artikel 18c 1 Het bestuur heeft de algemene leiding over het instituut. 2 Het bestuur benoemt een directeur, die de dagelijkse leiding over het instituut heeft. 3 Het bestuur stelt bij reglement regels over de inrichting en werkwijze van het instituut en nadere regels over de taken en bevoegdheden van de directeur vast. 4 Het bestuur stelt jaarlijks een begroting van de inkomsten en uitgaven voor het daarop volgende kalenderjaar, een meerjarenraming van de inkomsten en uitgaven voor de daarop volgende vier kalenderjaren en de rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven van het daaraan voorafgaande kalenderjaar vast. Deze behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 5 Het bestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 6 Het bestuur stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. 7 Het bestuur stelt bij reglement een Raad voor het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding in, waarin vertegenwoordigers zitting hebben uit de kring van openbare lichamen en organisaties die een taak vervullen op het terrein van de brandweerzorg en rampenbestrijding. Het bestuur voert overleg met de Raad over aangelegenheden die betrekking hebben op het instituut in het algemeen en de opleidingen in het bijzonder. In het reglement, bedoeld in het derde lid, worden regels gegeven over de samenstelling, taak en werkwijze van de Raad alsmede over de wijze van benoeming van de leden van de Raad. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 18d — Artikel 18d#
Artikel 18d 1 Ambtenarenwet Het personeel van het instituut is ambtenaar in de zin van de. 2 artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet De regels die op grond vanzijn vastgesteld voor de ambtenaren die bij een ministerie anders dan het Ministerie van Defensie zijn aangesteld, zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaren die in dienst van het instituut zijn. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden vastgesteld. 3 artikel 15 In afwijking van de in het tweede lid bedoelde regels kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gegeven voor de ambtenaren die bij het instituut zijn aangesteld voor de duur van een opleiding als bedoeld in, voor zover dit in verband met hun bijzondere positie noodzakelijk is. 1995 601 14-12-1995 06-12-1995 24029 1995 602 14-12-1995 08-12-1995 01-01-1996
Artikel 18e — Artikel 18e#
Artikel 18e 1 a artikel 18, tweede lid Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt het instituut jaarlijks uit ’s Rijks kas een bijdrage met het oog op de kosten van de uitvoering van de in, bedoelde taken. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan het instituut een tijdelijke bijdrage voor een bijzonder doel verstrekken. 2 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan beleidsregels vaststellen over de uitvoering van de aan het instituut toegekende taken. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 18f — Artikel 18f#
Artikel 18f 1 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven over: a. de taken en bevoegdheden van het bestuur, b. de openbaarheid van de vergaderingen van het bestuur, en c. e artikel 18, eerste lid de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de bijdragen, bedoeld in, worden verstrekt. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven over de controle op de rechtmatigheid van het gevoerde financiële beheer en de verantwoording daarover en op de doelmatigheid van het beheer, de organisatie en het gevoerde beleid van het bestuur. 1995 601 14-12-1995 06-12-1995 24029 1995 602 14-12-1995 08-12-1995 01-01-1996
Artikel 18g — Artikel 18g#
Artikel 18g 1 Er is een Nederlands bureau brandweerexamens dat rechtspersoonlijkheid bezit. 2 Het bureau heeft tot taak: a. artikel 15 te zorgen voor de ontwikkeling, de uitvoering, de organisatie en de afneming van een rijksexamen als bedoeld in; b. het afgeven van vrijstellingen en certificaten; c. het vaststellen van de uitslag van een examen en het adviseren aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het afgeven van een diploma. 3 Het bureau kan andere werkzaamheden verrichten dan die welke uit het tweede lid voortvloeien, voor zover het betreft: a. a het zorgen voor de ontwikkeling, de uitvoering, de organisatie en de afneming van andere examens op het gebied van de brandweerzorg en de rampenbestrijding dan die welke in het tweede lid, onder, zijn bedoeld, alsmede het afgeven van vrijstellingen, certificaten en diploma's; b. het ontwikkelen, het in stand houden en het beschikbaar stellen van expertise met betrekking tot de examinering van opleidingen op het gebied van de brandweerzorg en de rampenbestrijding. 4 De in het derde lid genoemde werkzaamheden mogen niet leiden tot concurrentievervalsing ten opzichte van private aanbieders van vergelijkbare diensten en worden tegen kostendekkende tarieven verricht. 5 Het bureau heeft een bestuur dat bestaat uit zeven leden, de voorzitter daaronder begrepen. 6 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemt, schorst en ontslaat de leden van het bestuur. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan een vertegenwoordiger benoemen die deelneemt aan de beraadslagingen van het bestuur. 7 artikel 15 Het bestuur stelt bij reglement regels met betrekking tot de uitvoering, de organisatie en de afneming van een rijksexamen als bedoeld in. 8 Het bestuur verstrekt desgevraagd aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 9 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan beleidsregels vaststellen over de uitvoering van de aan het bureau toegekende taken. 10 Ambtenarenwet artikel 125, eerste lid, van de Ambtenarenwet Het personeel van het bureau is ambtenaar in de zin van de, behoudens degenen met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten naar burgerlijk recht. Het bestuur stelt bij reglement regels met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in. Indien het bestuur, ondanks daartoe strekkende uitnodiging, nalatig blijft hieraan uitvoering te geven, stelt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bedoeld reglement vast. 11 De inkomsten van het bureau bestaan uit de kosten die het bij de uitvoering van de taken, bedoeld in het tweede lid, en de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid, bij derden in rekening brengt en andere baten. 12 De begroting van de inkomsten en uitgaven voor het daarop volgende kalenderjaar, de meerjarenraming van de inkomsten en uitgaven en het jaarverslag van het voorafgaande kalenderjaar behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 13 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van het bureau, de taak, de samenstelling en de openbaarheid van de vergaderingen van het bestuur en de controle op het financieel beheer. 14 Het bureau stelt jaarlijks een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft tot taak: a. het toetsen van de wijze waarop een bestuursorgaan van een provincie, een gemeente, een lichaam dat bij gemeenschappelijke regeling is ingesteld dan wel een ander openbaar lichaam uitvoering geeft aan de taken met betrekking tot het voorkomen van, het voorbereiden op en het bestrijden van een brand, ongeval of ramp; b. artikel 2 van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid het verrichten van onderzoek naar aanleiding van een brand, ongeval of ramp, tenzij de Onderzoeksraad voor veiligheid, bedoeld in, naar de brand, het ongeval of de ramp een onderzoek instelt. 2 a Een bestuursorgaan van een provincie, een gemeente, een lichaam dat bij gemeenschappelijke regeling is ingesteld of een ander openbaar lichaam is desgevraagd verplicht de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen ambtenaren de inlichtingen te verstrekken die zij redelijkerwijs nodig hebben in verband met de uitvoering van een toets als bedoeld in het eerste lid, onderdeel. 3 b Een bestuursorgaan van één van de openbare lichamen, bedoeld in het tweede lid, of van het Rijk dan wel een ieder die werkzaam is bij een organisatie, een instelling, een inrichting die of een bedrijf dat betrokken is bij een brand, ongeval of ramp is desgevraagd verplicht de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen ambtenaren de inlichtingen te verstrekken die zij redelijkerwijs nodig hebben in verband met het verrichten van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel. 2004 678 23-12-2004 02-12-2004 28635 2005 58 08-02-2005 31-01-2005 15-02-2005
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 artikel 19, eerste lid, onderdeel a Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toetst, in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Verkeer en Waterstaat en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, periodiek de voorbereiding op de rampenbestrijding door de bestuursorganen, bedoeld in, en brengt in een multidisciplinaire rapportage aan de Tweede Kamer van de Staten-Generaal verslag uit van zijn bevindingen. 2 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties informeert de Tweede Kamer van de Staten-Generaal jaarlijks over de wijze waarop in het daarop volgende jaar uitvoering zal worden gegeven aan het eerste lid door toezending van een werkprogramma. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19, tweede en derde lid De burgemeester, de commandant van de gemeentelijke brandweer, de commandant van de regionale brandweer en het door hen aangewezen ter plaatse dienstdoende personeel van de brandweer, alsmede de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen ambtenaren, bedoeld in, hebben vrije toegang tot alle plaatsen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm. Zij kunnen zich bij het binnentreden doen vergezellen van door hen aangewezen personen. 2 artikel 19, tweede en derde lid De burgemeester, de commandant van de gemeentelijke brandweer, de commandant van de regionale brandweer en het door hen aangewezen ter plaatse dienstdoende personeel van de brandweer, alsmede de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen ambtenaren, bedoeld in, zijn bevoegd alle benodigde uitrustingsstukken en hulpmiddelen op de plaatsen, bedoeld in het eerste lid, mee te nemen en daarvan op zodanige wijze gebruik te maken als zij voor een goede vervulling van hun taak noodzakelijk achten. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikelen 13 17 Staatscourant Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deenzijn belast de bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen ambtenaren. Zij kunnen tevens worden belast met het toezicht op de veiligheid en deugdelijkheid van brandweer- en reddingsmaterieel. Van het besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 2 artikel 12 Met het toezicht op de naleving van de brandbeveiligingsverordening, bedoeld in, zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 17, eerste lid Op overtreding van de regels van de brandbeveiligingsverordening en het bij of krachtens, bepaalde kan als straf gesteld worden hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 2 artikel 13, eerste, vierde en vijfde lid Overtreding van het bij of krachtensbepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 3 artikel 13, eerste lid In geval van overtreding van, kan als bijkomende straf worden opgelegd gehele of gedeeltelijke stillegging van de inrichting voor een tijd van ten hoogste een jaar. 4 De feiten zijn overtredingen. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Met de opsporing van de bijstrafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2 artikel 142, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering Onverminderd de eisen, gesteld krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in, kan slechts als opsporingsambtenaar worden aangewezen degene die voldoet aan de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels over de eisen van bekwaamheid. 3 De opsporingsambtenaren zijn bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen. 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1997 142 08-04-1997 13-03-1997 24481 1997 142 08-04-1997 13-03-1997 24481 09-04-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1995 431 19-09-1995 10-07-1995 23804 1995 431 19-09-1995 10-07-1995 23804 20-09-1995
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2004 184 06-05-2004 13-04-2004 28644 2004 265 22-06-2004 09-06-2004 01-07-2004
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Brandweerwet Staatsblad Deze wet kan worden aangehaald alsmet vermelding van het jaartal van hetwaarin zij zal worden geplaatst. 1985 87 26-02-1985 30-01-1985 16695 1985 100 12-02-1985 01-03-1985
Artikel B — B#
B Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1985 87 26-02-1985 30-01-1985 16695 1985 100 12-02-1985 01-03-1985
Artikel C — C#
C De onderdelen A en B treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen verschillend kan worden gesteld. 1985 87 26-02-1985 30-01-1985 16695 1985 100 12-02-1985 01-03-1985