Wet van 9 mei 1985, houdende regelen met betrekking tot de inrichting van de landelijke gebieden
- BWB-id
- BWBR0003793
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2006-03-08 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003793
- ELI
- /eli/nl/wet/1985/landinrichtingswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1985/landinrichtingswet/2006-03-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003793&g=2006-03-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003793&z=2026-06-06&g=2006-03-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003793/2006-03-08
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1985/landinrichtingswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; bevoegd bestuursorgaan: bestuursorgaan, dat bevoegd is tot besluitneming inzake de verwezenlijking van infrastructurele voorzieningen van nationaal of regionaal belang; blok: een geheel van in een herverkaveling begrepen onroerende zaken; eigenaar: hij, die eigenaar is van een tot het blok behorende onroerende zaak en hij, aan wie een recht van opstal, erfpacht, beklemming, vruchtgebruik, gebruik of bewoning toebehoort, waaraan een in het blok begrepen onroerende zaak is onderworpen, met dien verstande, dat onder het recht van opstal niet wordt begrepen dat recht voor zover het betreft het leggen en houden van leidingen in, op of boven de onroerende zaak van een ander; artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek rechthebbende: de eigenaar en hij, aan wie een niet onder de omschrijving van eigenaar genoemd beperkt recht toebehoort, waaraan een tot het blok behorende onroerende zaak is onderworpen, hij aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht van huur toebehoort of hij aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht als bedoeld intoebehoort; artikel 6 structuurschema: het structuurschema, bedoeld in; artikel 18 voorbereidingsschema: het voorbereidingsschema, bedoeld in; Hoofdstuk VII herverkaveling: de samenvoeging, verkaveling en verdeling van onroerende zaken met toepassing van; openbare registers: de openbare registers, bedoeld in afdeling 1 van titel 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Voor zover niet anders bepaald wordt onder "gedeputeerde staten" verstaan het college van gedeputeerde staten van de provincie, waarin het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen. 2 artikelen 42 43 46 51 80 82 85, eerste lid 90 92 107 109 115, eerste lid 131, derde lid 133, eerste lid 137 Het in het eerste lid bedoelde college neemt de besluiten, bedoeld in de,,,,,,,,,,,,,, en, niet dan in overeenstemming met de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, waarin het in te richten gebied mede is gelegen. 3 Wij nemen de in het tweede lid bedoelde besluiten, indien de betrokken organen ter zake niet tot overeenstemming zijn gekomen. 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Landinrichting strekt tot verbetering van de inrichting van het landelijk gebied overeenkomstig de functies van dat gebied, zoals deze in het kader van de ruimtelijke ordening zijn aangegeven. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Landinrichting kan maatregelen en voorzieningen omvatten ten behoeve van onder meer: a. de land-, tuin- en bosbouw; b. de natuur en het landschap; c. de infrastructuur; d. de openluchtrecreatie, en e. de cultuurhistorie. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Er is een Structuurschema Landinrichting. 2 a artikel 2van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Stb. Het structuurschema bevat voor een daarin vermelde tijd de hoofdlijnen en beginselen van het nationale landinrichtingsbeleid en geeft in het bijzonder inzicht in de ruimtelijke aspecten van dat beleid. Het structuurschema wordt aangemerkt als een onderdeel van het Regeringsbeleid als bedoeld in(1962, 286). 1985 623 21-11-1985 14889 1985 667 16-12-1985 01-03-1986
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Wanneer Onze Minister het ten behoeve van de voorbereiding van landinrichting nodig acht, dat grond wordt betreden of daarop gravingen of opmetingen worden verricht of tekens gesteld, moet hij, die de eigendom van de grond heeft of hij, aan wie een beperkt recht toebehoort, waaraan de grond is onderworpen, dan wel de gebruiker van de grond, dit gedogen. 2 De burgemeester is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de in het eerste lid bedoelde gedoogplicht. 3 De schade, die uit de toepassing van het eerste lid voortvloeit, wordt vanwege de Staat vergoed. Het verzoek om schadevergoeding moet worden ingediend bij Onze Minister. Bij geschil over het beloop van de schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de desbetreffende onroerende zaak geheel of grotendeels is gelegen, bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Geen wijziging wordt gebracht in de rechten en de gebruikstoestand ten aanzien van: a. artikelen 23 49 c 62, eerste lid, onder, van de Wet op de lijkbezorging begraafplaatsen, crematoria en bewaarplaatsen bedoeld in onderscheidenlijk de,,; b. artikel 85 van de Wet op de lijkbezorging artikel 46, tweede en derde lid, van die wet gesloten begraafplaatsen dan wel graven of grafkelders als bedoeld in, binnen de termijnen en anders dan op de wijze, omschreven in. 2 Zonder instemming van Onze Minister van Defensie wordt geen wijziging gebracht in de gebruikstoestand van onroerende zaken die een militaire bestemming hebben. 3 Zonder toestemming van de eigenaar wordt geen wijziging gebracht in diens recht ten aanzien van gebouwen. 4 Onze Minister kan in overeenstemming met gedeputeerde staten toestaan, dat van de bepaling in het derde lid wordt afgeweken, indien zij de totstandkoming van de landinrichting in de weg zou staan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1997 710 23-12-1997 17-12-1997 25265 1997 751 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1997 710 23-12-1997 17-12-1997 25265 1997 751 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Op de voet van het bij of krachtens deze wet bepaalde kan landinrichting plaatsvinden in de vorm van: a. herinrichting; b. ruilverkaveling; c. aanpassingsinrichting, dan wel d. ruilverkaveling bij overeenkomst. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Voor herinrichting komen in aanmerking gebieden, die ruimtelijk naast een agrarische functie ook in belangrijke mate een niet-agrarische functie vervullen of moeten vervullen. 2 artikel 5 Hoofdstuk VII Bij herinrichting worden in ieder geval met betrekking tot één of meer van de ingenoemde aangelegenheden maatregelen en voorzieningen getroffen, al dan niet met inbegrip van herverkaveling op de voet vanvan het gehele in te richten gebied of van één of meer gedeelten daarvan. 3 Herverkaveling van het in te richten gebied, of een gedeelte daarvan, kan in één of meer blokken plaatsvinden. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Voor ruilverkaveling komen in aanmerking gebieden, die ruimtelijk een overwegend agrarische functie, doch niet in belangrijke mate een niet-agrarische functie vervullen of moeten vervullen. 2 artikel 5 Hoofdstuk VII Bij ruilverkaveling worden in ieder geval met betrekking tot één of meer van de ingenoemde aangelegenheden, maatregelen en voorzieningen getroffen, met inbegrip van herverkaveling op de voet vanvan het gehele in te richten gebied. 3 Herverkaveling van het in te richten gebied kan in één of meer blokken plaatsvinden. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Aanpassingsinrichting vindt plaats in een gebied in samenhang met het treffen van een op zichzelf staande infrastructurele voorziening van nationaal of regionaal belang. 2 Bij aanpassingsinrichting vindt herverkaveling in één blok plaats en kunnen maatregelen en voorzieningen worden getroffen met betrekking tot de infrastructuur, de land-, tuin- en bosbouw, de natuur, het landschap en de openluchtrecreatie. 3 De in het eerste lid bedoelde voorziening maakt geen deel uit van het in het tweede lid bedoelde blok. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Ruilverkaveling bij overeenkomst is de vorm van landinrichting, waarbij drie of meer eigenaren zich verbinden bepaalde, hun toebehorende onroerende zaken samen te voegen, de verkregen massa op bepaalde wijze te verkavelen en onder elkaar bij notariële akte te verdelen. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Er is een Voorbereidingsschema Landinrichting. 2 Het voorbereidingsschema geeft de gebieden aan met betrekking waartoe herinrichting of ruilverkaveling wordt voorbereid. 3 Het voorbereidingsschema wordt jaarlijks vastgesteld. 4 De vaststelling van het voorbereidingsschema vindt, mede op de grondslag van het structuurschema, plaats door Onze Minister. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Gedeputeerde staten doen jaarlijks, elk voor hun provincie, voorstellen aan Onze Minister toekomen ten behoeve van de vaststelling van het voorbereidingsschema. 2 Gedeputeerde staten nemen bij het doen van de in het vorige lid bedoelde voorstellen in aanmerking: a. het structuurschema; b. artikel 23 de zienswijze van Onze Minister omtrent een overeenkomstigingediend verzoek om landinrichting in voorbereiding te nemen; c. het provinciaal ruimtelijk beleid, voor zover dit is neergelegd in een streekplan of een besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord. 3 artikel 23 Indien gedeputeerde staten voornemens zijn een vorm van landinrichting voor te stellen aan Onze Minister, die afwijkt van de vorm van landinrichting zoals deze vervat is in het verzoek, als bedoeld in, horen zij de indieners van het verzoek, alvorens het voorstel aan Onze Minister toe te zenden. 4 Titel 3-6 van dit Hoofdstuk Titel 7 van dit Hoofdstuk De voorstellen geven voor ieder gebied waarop zij betrekking hebben aan, of herinrichting dan wel ruilverkaveling wordt voorgesteld en of het besluit tot herinrichting dan wel het besluit tot ruilverkaveling wordt voorbereid, hetzij op de wijze als bedoeld in, hetzij op de wijze als bedoeld in. 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Het voorbereidingsschema geeft voor ieder daarop vermeld gebied aan of herinrichting dan wel ruilverkaveling wordt voorbereid. 2 Indien een gebied voor de eerste keer op het voorbereidingsschema wordt vermeld, worden daarbij aangegeven: a. de voorlopige grenzen van het in te richten gebied alsmede van ieder tot dat gebied behorend blok; b. de overwegingen en uitgangspunten voor het in voorbereiding nemen van herinrichting, onderscheidenlijk ruilverkaveling. 3 Indien een gebied voor de eerste keer op het voorbereidingsschema wordt vermeld en de daarbij aangegeven vorm van landinrichting en de wijze van voorbereiding een andere is dan bij het voorstel, dient daarover overeenstemming met de gedeputeerde staten te zijn verkregen. 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Indien de vaststelling van het voorbereidingsschema tot gevolg heeft dat: artikel 20, tweede en derde lid is, van overeenkomstige toepassing. a. de voorlopige grenzen van het in te richten gebied of van een tot dat gebied behorend blok worden gewijzigd, dan wel b. voor het in te richten gebied de in voorbereiding zijnde vorm van landinrichting wordt gewijzigd, 2 Indien de vaststelling van het voorbereidingsschema tot gevolg heeft dat een gebied niet langer wordt vermeld, wordt zulks op het voorbereidingsschema aangegeven. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Onze Minister zendt het voorbereidingsschema toe aan de colleges van gedeputeerde staten en maakt een uittreksel van het voorbereidingsschema bekend in de Nederlandse Staatscourant. 2 Een in het vorig lid bedoeld uittreksel geeft de op het voorbereidingsschema vermelde gebieden aan, alsmede voor elk zodanig gebied of herinrichting dan wel ruilverkaveling wordt voorbereid. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Een verzoek om landinrichting in voorbereiding te nemen, kan worden ingediend door: a. Onze Minister wie het aangaat; b. artikel 134 van de Grondwet provinciale staten, colleges van burgemeester en wethouders, besturen van waterschappen en besturen van lichamen zoals bedoeld in, c. verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en stichtingen, die belangen behartigen welke door landinrichting kunnen worden gediend, d. natuurlijke personen en rechtspersonen, die gezamenlijk ten minste dertig procent van de oppervlakte van het in te richten gebied in eigendom dan wel in gebruik hebben. 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Het verzoek moet schriftelijk en met redenen omkleed worden ingediend bij Onze Minister. 2 Het verzoek gaat vergezeld van een kaart, waarop het in te richten gebied is aangegeven. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Onze Minister brengt het verzoek onverwijld ter kennis van: op welker grondgebied het verzoek betrekking heeft. a. de colleges van gedeputeerde staten van de provincies, b. de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, c. de waterschappen, 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 24 Onze Minister stelt binnen een tijdvak van twee jaren na datum van de indiening van het verzoek, als bedoeld in, zijn zienswijze daaromtrent op en brengt deze schriftelijk ter kennis van: a. de colleges van gedeputeerde staten van de provincies, b. de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, c. de waterschappen, op welker grondgebied het verzoek betrekking heeft, alsmede van d. de indieners van het verzoek of, indien er meer dan vijf indieners zijn, tenminste de eerste vijf ondertekenaars van dit verzoek. 2 De zienswijze bevat: a. de grenzen van het gebied alsmede ingeval van herinrichting die van de blokken; b. met betrekking tot het gebied: 1. een beschrijving van de bestaande toestand; 2. een aanduiding van de ruimtelijke ontwikkeling; 3. een beschrijving van de wenselijk geachte inrichting; c. op grondslag van het bepaalde onder b en het structuurschema, de motivering of landinrichting al dan niet wenselijk is en zo ja, in welke vorm; d. de wijze van voorbereiding. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Nadat een gebied voor de eerste keer op het voorbereidingsschema is vermeld stellen gedeputeerde staten een landinrichtingscommissie met betrekking tot dat gebied in. 2 Gedeputeerde staten zenden bericht van de instelling van een landinrichtingscommissie aan Onze Minister, alsmede aan: op welker grondgebied het in te richten gebied is gelegen. a. de colleges van gedeputeerde staten van de overige provincies, b. de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en c. de waterschappen, 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Een landinrichtingscommissie bestaat uit ten hoogste zeven leden, waaronder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 2 Indien de aard of omvang van het gebied daartoe aanleiding geeft, kunnen gedeputeerde staten besluiten, dat de landinrichtingscommissie zal bestaan uit een daarbij vast te stellen aantal van meer dan zeven leden. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven met betrekking tot de wijze van benoeming, de zittingsduur, de schorsing en het ontslag van de leden van een landinrichtingscommissie alsmede met betrekking tot de aan hen toe te kennen vergoedingen. 4 Gedeputeerde staten kunnen adviserende leden benoemen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De landinrichtingscommissie is bevoegd al dan niet uit haar midden, sub-commissies in te stellen. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Onze Minister voegt aan de landinrichtingscommissie een secretaris toe. 2 Het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers wijst in overeenstemming met Onze Minister een ingenieur van het kadaster en één of meer plaatsvervangers aan, die de landinrichtingscommissie bijstaan. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De landinrichtingscommissie kan geen besluiten nemen, indien niet ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is. De voorzitter en de secretaris voeren de besluiten uit; zij kunnen daartoe rechtshandelingen verrichten en in rechte optreden. 2 De Staat garandeert de nakoming van de verplichtingen, die voortvloeien uit de in het eerste lid bedoelde rechtshandelingen. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Onze Minister stelt regelen betreffende de werkwijze van de landinrichtingscommissie vast. 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 26-07-1995
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Voor een gebied, waarvoor herinrichting dan wel ruilverkaveling wordt voorbereid, wordt een landinrichtingsprogramma vastgesteld. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Hoofdstuk VII Indien herinrichting wordt voorbereid, wordt in het programma aangegeven of herverkaveling op de voet vanzal plaatsvinden. 2 Hoofdstuk VII Indien ruilverkaveling, dan wel herinrichting waarbij herverkaveling op de voet vanzal plaatsvinden, wordt voorbereid, wordt in het programma vermeld of zodanige herverkaveling in één of meer blokken zal plaatsvinden. Daarbij wordt ieder blok aangegeven. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Het landinrichtingsprogramma bevat: a. de zo nauwkeurig mogelijk bepaalde grenzen van het in te richten gebied alsmede die van ieder tot dat gebied behorend blok; b. b artikel 20, tweede lid, onder met betrekking tot het in te richten gebied, op de grondslag van de in, bedoelde overwegingen en uitgangspunten: 1. een beschrijving van de bestaande toestand; 2. de aanduiding van de ruimtelijke ontwikkeling; 3. de nadere uitwerking van de uitgangspunten en de doeleinden van herinrichting, onderscheidenlijk ruilverkaveling; 4. de aanduiding en de ruimtelijke aspecten van de te treffen maatregelen en voorzieningen; 5. aanduidingen inzake de grondverwerving; 6. een beschrijving van de te verwachten gevolgen van de onder 4 en 5 bedoelde maatregelen en voorzieningen voor de economische toestand met inbegrip van de werkgelegenheid, de leef- en werkomstandigheden, de natuur en het landschap en de gesteldheid van water, bodem en lucht; 7. een voorlopige raming van de kosten en de voorgestelde verdeling daarvan; c. a b artikel 36 een of meer kaarten waarop het onderengestelde alsmede in voorkomende gevallen de inbedoelde beheersgebieden en reservaatsgebieden zoveel mogelijk afzonderlijk worden weergegeven. 2 Onze Minister kan bepalen dat door Onze Minister aangewezen voorzieningen van openbaar nut slechts in het kader van de landinrichting tot stand worden gebracht, indien tussen de landinrichtingscommissie en het betrokken openbaar lichaam overeenstemming is verkregen over de geldelijke bijdrage van het lichaam in de kosten van de verwezenlijking van het landinrichtingsplan en over de voorwaarden waaronder de betaling zal plaatsvinden, en Onze Minister instemt met deze bijdrage en voorwaarden. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Het landinrichtingsprogramma bevat tevens de begrenzing in hoofdlijnen van deze beheersgebieden onderscheidenlijk reservaatsgebieden. a. indien in één of meer gebieden de uitoefening van de landbouw mede gericht dient te worden op doeleinden van natuur- of landschapsbehoud, b. indien in één of meer gebieden het beheer in de toekomst uitsluitend of nagenoeg uitsluitend gericht dient te zijn op doeleinden van natuur- of landschapsbehoud, 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 40, eerste lid afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3:11, eerste lid Op de voorbereiding van een ontwerp-landinrichtingsprogramma als bedoeld in, isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door de landinrichtingscommissie. Onder het in het tweede lid bedoelde voorontwerp van het landinrichtingsprogramma wordt het ingevolge, door de landinrichtingscommissie ter inzage te leggen ontwerp verstaan. 2 De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsprogramma op na overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten en de besturen van de betrokken waterschappen. 3 Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten. 4 artikel 35, eerste lid, onder a Onder betrokken gemeenten en waterschappen worden verstaan de gemeenten en waterschappen, waarin het gebied als bedoeld in, is gelegen. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De landinrichtingscommissie stelt het landinrichtingsprogramma in ontwerp vast en zendt dit aan gedeputeerde staten. 2 Gedeputeerde staten brengen het ontwerp onverwijld ter kennis van de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, op welker grondgebied dit mede betrekking heeft. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Gedeputeerde staten stellen het landinrichtingsprogramma vast na toetsing van het ontwerp aan de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals deze hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voorvloeien uit een streekplan of een ander besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van het landinrichtingsprogramma isvan toepassing. De terinzagelegging geschiedt tevens ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. 2005 532 01-11-2005 06-10-2005 29316 2005 533 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006 De wijziging kan niet worden doorgevoerd.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Indien provinciale staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp, wordt alvorens zij het landinrichtingsprogramma vaststellen, advies ingewonnen van de landinrichtingscommissie. 2 Voorzover provinciale staten het landinrichtingsprogramma vaststellen in afwijking van het in het vorige lid bedoelde advies, zenden gedeputeerde staten het besluit daartoe binnen twee weken na vaststelling aan Onze Minister. 3 Het gedeelte van het in het vorige lid bedoelde besluit, waarbij wordt afgeweken van het in het eerste lid bedoelde advies, kan door Ons worden vernietigd. 4 Staatsblad Het koninklijk besluit tot vernietiging wordt in hetgeplaatst. 5 Een voordracht tot vernietiging wordt Ons door Onze Minister gedaan. 6 Een besluit tot vernietiging kan niet worden genomen, indien een jaar is verstreken na de ontvangst van het in het tweede lid bedoelde besluit. Wij behouden Ons voor de termijn van een jaar met zes maanden te verlengen. 7 Onze Minister zendt het besluit tot vernietiging onverwijld aan: a. de landinrichtingscommissie; b. provinciale staten; c. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernietiging betrekking heeft. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 152 van de Provinciewet artikelen 41, eerste lid 43, eerste en tweede lid 46, eerste en tweede lid 51, eerste lid Provinciale Staten bezien, in hoeverre met toepassing vande bevoegdheden als bedoeld in de,,, en, kunnen worden gedelegeerd aan gedeputeerde staten. 2 artikel 41,derde lid Voor zover de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid zijn gedelegeerd aan gedeputeerde staten, is, niet van toepassing. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Provinciale staten nemen het besluit tot herinrichting gelijktijdig met het besluit tot vaststelling van het landinrichtingsprogramma. 2 artikel 43, tweede lid artikel 43, zesde lid Indien provinciale staten het landinrichtingsprogramma met toepassing van, vaststellen, nemen zij in afwijking van het bepaalde in het eerste lid het besluit tot herinrichting eerst nadat de in, bedoelde termijn is verstreken of zo veel eerder als Onze Minister te kennen heeft gegeven van een voordracht tot vernietiging af te zien. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Hoofdstuk VII Gedeputeerde staten zenden afschrift van het besluit tot herinrichting naar Onze Minister, de landinrichtingscommissie en, indien met toepassing vanherverkaveling zal plaatsvinden, naar de rechtbank, binnen welker rechtsgebied het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen. 2 De rechtbank benoemt na ontvangst van dit bericht één of meer rechters-commissarissen en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten en aan de landinrichtingscommissie. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 Met ingang van het tijdstip waarop het ontwerp van het landinrichtingsplan ter inzage is gelegd tot het tijdstip waarop het landinrichtingsplan voor de betrokken onroerende zaken is verwezenlijkt, is het, behoudens daartoe door de landinrichtingscommissie verleende toestemming, verboden handelingen te verrichten, die de verwezenlijking van het plan ernstig belemmeren. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het landinrichtingsplan in gedeelten wordt voorbereid of vastgesteld, dan wel wordt gewijzigd. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Indien bij het besluit tot herinrichting is besloten tot herverkaveling van het gebied of van één of meer gedeelten daarvan, is het, nadat het besluit tot herinrichting is genomen, eigenaren en gebruiksgerechtigden van in een blok gelegen onroerende zaken verboden handelingen te verrichten, of handelingen welke voor een normale bedrijfsvoering zijn vereist, achterwege te laten, indien daardoor de waarde van de betrokken onroerende zaken zou veranderen, tenzij de landinrichtingscommissie daarmee heeft ingestemd. 2 Waardevermeerdering, ontstaan nadat het besluit tot herinrichting is genomen, behoeft niet te worden vergoed, tenzij deze waardevermeerdering het gevolg is van handelingen, waarmee de landinrichtingscommissie heeft ingestemd. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 artikel 11 artikel 146 Aan een werknemer wordt door Onze Minister uit ’s Rijks kas een geldelijke bijdrage verleend in door hem te bepalen gevallen en volgens door hem te stellen regelen, indien het bedrijf waarin de werknemer werkzaam is, ten gevolge van de toepassing vanof vanwordt beëindigd. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Provinciale staten nemen het besluit, dat een stemming wordt gehouden ter verkrijging van de beslissing of ruilverkaveling zal plaatsvinden, gelijktijdig met het besluit tot vaststelling van het landinrichtingsprogramma. 2 Artikel 46, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van "besluit tot herinrichting" wordt gelezen: besluit, dat een stemming wordt gehouden ter verkrijging van de beslissing of ruilverkaveling zal plaatsvinden. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 De beslissing of ruilverkaveling zal plaatsvinden, wordt genomen door degenen, die met betrekking tot het in te richten gebied: a. in de kadastrale registratie als eigenaar staan vermeld; b. artikelen 54-61 overeenkomstig deals pachters van daartoe behorende onroerende zaken zijn geregistreerd. 2 Ter verkrijging van de beslissing of ruilverkaveling zal plaatsvinden wordt zo spoedig mogelijk na het tijdstip, waarop het landinrichtingsprogramma is vastgesteld, onder verantwoordelijkheid van gedeputeerde staten een stemming gehouden. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 De landinrichtingscommissie stelt met betrekking tot het in te richten gebied een lijst vast van degenen, die in de kadastrale registratie als eigenaar staan vermeld. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van de lijst isvan toepassing. 3 artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht De landinrichtingscommissie zendt de inbedoelde kennisgeving toe aan degenen die op het ontwerp van de lijst zijn vermeld. 4 De terinzagelegging geschiedt ter secretarie van de provincies en gemeenten die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 De landinrichtingscommissie registreert met betrekking tot het in te richten gebied op hun daartoe strekkend verzoek de pachters, die aan de in artikel 62, eerste lid, bedoelde stemming wensen deel te nemen. 2 Voor registratie komt slechts in aanmerking de pachter: a. artikel 35, eerste lid, onderdeel a van onroerende zaken, gelegen binnen de begrenzing van het in te richten gebied, bedoeld in; b. wiens schriftelijke pachtovereenkomst, welke zo nodig de goedkeuring van de grondkamer heeft verkregen: 1°. artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet Stb. geldt voor ten minste de wettelijke duur als bedoeld in(1958, 37); 2°. artikel 12, derde lid, van die wet is aangegaan voor een kortere duur als bedoeld in, doch nadien voor zes jaren is verlengd; 3°. artikel 58 van de bedoelde wet valt onder de termen vanen voor ten minste zes jaren is aangegaan, dan wel 4°. f artikel 70, vijfde lid, van die wet met toepassing vanis aangegaan voor ten minste zes jaren. 3 Inzending van de pachtovereenkomst geldt als een verzoek tot registratie. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 Het verzoek tot registratie moet binnen een maand na een door de landinrichtingscommissie te bepalen tijdstip worden ingediend. 2 De landinrichtingscommissie maakt het in het eerste lid bedoelde tijdstip bekend in ten minste twee dag- of nieuwsbladen, die in zodanig gebied worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk in zodanig gebied zijn gelegen, op de aldaar gebruikelijke wijze. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikel 54, tweede lid Indien de pachter niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in, deelt de landinrichtingscommissie hem mee, dat hij niet in aanmerking komt voor registratie. 2 artikel 54, tweede lid Indien de pachter voldoet aan de voorwaarden, gesteld in, beschrijft de landinrichtingscommissie het gepachte door vermelding van de kadastrale aanduiding van die onroerende zaken en van de grootte volgens de kadastrale registratie van elk der desbetreffende percelen en, indien het gepachte een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte; de landinrichtingscommissie vermeldt tevens de oppervlakte, waarvoor de pachter stemgerechtigd is. 3 De landinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk aan partijen bij de pachtovereenkomst, voor zover deze bekend zijn, bij aangetekende brief bericht van het verzoek, onder vermelding van de kadastrale aanduiding van het gepachte, de grootte volgens de kadastrale registratie van elk der desbetreffende percelen en, indien het gepachte een gedeelte van een perceel uitmaakt, bovendien de grootte van dat gedeelte, alsmede onder vermelding van de oppervlakte, waarvoor de pachter stemgerechtigd is. 4 Op het niet-ontvangen van het bericht kan geen beroep worden gedaan. 5 Partijen kunnen hun bedenkingen binnen veertien dagen na de dagtekening van de in het derde lid bedoelde brief schriftelijk bij de landinrichtingscommissie naar voren brengen. 6 artikelen 57-60 Voor de toepassing van de vorige leden en van dewordt onder partijen mede verstaan degene, die op het tijdstip van de indiening van het verzoek tot registratie in de kadastrale registratie als eigenaar staat vermeld, indien deze niet de verpachter is. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 De landinrichtingscommissie beslist zo spoedig mogelijk of al dan niet tot registratie wordt overgegaan. 2 De landinrichtingscommissie stelt bij aangetekende brief partijen in kennis van haar beschikking. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 57, tweede lid Partijen kunnen binnen een maand na de dagtekening van de in, bedoelde brief bij een met redenen omkleed verzoekschrift, vergezeld van de nodige bewijsstukken en van een afschrift van de beschikking van de landinrichtingscommissie, deze onderwerpen aan de uitspraak van de voorzitter van de pachtkamer van de rechtbank van het arrondissement waarin het gepachte geheel of grotendeels is gelegen. 2 artikel 56, vijfde lid artikel 56, derde lid In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de partij, die geen bedenkingen overeenkomstig het bepaalde in, naar voren heeft gebracht, geen gebruik maken van de hem in het eerste lid verleende bevoegdheid, indien de landinrichtingscommissie overeenkomstig het verzoek en de gegevens, vermeld in de brief, bedoeld in, heeft beslist. 3 Alle stukken worden ingediend met afschriften voor de partijen, die bij de procedure betrokken zijn, alsmede voor de landinrichtingscommissie. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 De griffier van de rechtbank doet onverwijld bij aangetekende brief afschriften van de ingediende stukken aan de andere partij of partijen, voor zover deze hem bekend zijn, en aan de landinrichtingscommissie toekomen. 2 Op het niet-ontvangen van de stukken kan geen beroep worden gedaan. 3 Onverwijld zendt de landinrichtingscommissie alle haar ter beschikking staande stukken aan de voorzitter van de pachtkamer. 4 Elke wederpartij kan binnen een maand na de dagtekening van de in het eerste lid bedoelde brief een verweerschrift, al dan niet vergezeld van bewijsstukken, bij de voorzitter van de pachtkamer indienen. 5 De griffier doet onverwijld bij aangetekende brief afschrift van de ingediende stukken aan de andere partij of partijen toekomen. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 De voorzitter van de pachtkamer kan nader bewijs of verhoor van partijen of de landinrichtingscommissie bevelen. 2 Hij doet zo spoedig mogelijk uitspraak en bepaalt bij zijn beschikking hetgeen geregistreerd wordt. 3 De beslissing van de voorzitter van de pachtkamer is niet een uitspraak ten principale omtrent de rechtsverhouding tussen partijen. 4 Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 De landinrichtingscommissie zendt met betrekking tot het in te richten gebied aan gedeputeerde staten een lijst van hen, die als pachter zijn geregistreerd. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 De oproeping tot de stemming geschiedt bij aangetekende brief, waarin wordt gewezen op het rechtsgevolg, hetwelk de wet aan de stemming verbindt. 2 artikel 55, tweede lid Van de oproeping geschiedt openbare kennisgeving op de wijze, in, voorgeschreven. 3 Op het niet-ontvangen van de oproeping kan geen beroep worden gedaan. 4 De stemming wordt niet gehouden, dan nadat ten minste drie weken zijn verstreken sedert de verzending der aangetekende brieven, bedoeld in het eerste lid. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 Men kan in persoon of bij gemachtigde aan de stemming deelnemen. 2 Niemand kan als gemachtigde van meer dan één persoon optreden. 3 Als gemachtigde wordt slechts toegelaten hij, die desverlangd aan de voorzitter van het stembureau een schriftelijke volmacht overlegt en van wiens machtiging gedeputeerde staten ten minste twee dagen vóór de dag der stemming schriftelijk bericht van de lastgever hebben ontvangen. 4 De voorzitter van het stembureau kan weigeren personen, die de volle ouderdom van achttien jaren niet hebben bereikt of die onder curatele zijn gesteld, als gemachtigde toe te laten. 5 De stemmen worden geheim uitgebracht. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 Ten behoeve van de stemopneming en de vaststelling van de uitslag der stemming worden stembureaus en een hoofdstembureau ingesteld. 2 De voorzitter van het hoofdstembureau wordt door gedeputeerde staten uit hun midden benoemd. 3 Ter bijstand van het hoofdstembureau kan een administratief bureau worden ingesteld. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot de stemming nadere regelen gesteld. 2 De in het eerste lid bedoelde regelen kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de instelling, samenstelling en werkwijze van stembureaus, een hoofdstembureau en een administratief bureau; b. de oproeping voor de stemming; c. het verlenen van een volmacht; d. de verklaring van erfrecht; e. de aanwijzing en beschikbaarstelling van stemlokalen en de vergoeding van de daaruit voortvloeiende kosten; f. de stembiljetten; g. het stemmen. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Voor het nemen van het besluit tot ruilverkaveling wordt vereist de toestemming: a. hetzij van de meerderheid van hen, die met betrekking tot het in te richten gebied in de kadastrale registratie als eigenaar staan vermeld, en van hen, die als pachters zijn geregistreerd, gezamenlijk voor zover zij aan de stemming deelnemen, met dien verstande dat hij, die met betrekking tot het in te richten gebied in de kadastrale registratie als eigenaar staat vermeld en tevens als pachter is geregistreerd, ten behoeve van zichzelf, slechts één stem kan uitbrengen; b. hetzij van hen, die gezamenlijk van meer dan de helft van de totale grootte, waarvoor stemmen zijn uitgebracht, blijkens het kadaster eigenaar dan wel blijkens de registratie pachter zijn van tot het in te richten gebied behorende onroerende zaken. 2 Bij het bepalen van de meerderheid in kadastrale grootte worden de volgende regels in acht genomen: a. ingeval onroerende zaken aan twee of meer eigenaren gezamenlijk toebehoren, wordt iedere mede-eigenaar geacht eigenaar te zijn van een evenredig deel; b. ingeval op onroerende zaken een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik, gebruik of bewoning bestaat, tellen de stemmen van degenen aan wie de bezwaarde eigendom toebehoort en degenen aan wie deze rechten toebehoren elk voor de helft van de oppervlakte van de onroerende zaak waarop zodanig recht rust, met dien verstande dat, indien een onroerende zaak aan meer dan één van de genoemde rechten is onderworpen, de stemmen van degenen aan wie deze rechten toebehoren elk voor een gelijk deel van de helft van de oppervlakte van de onroerende zaak, welke aan deze rechten is onderworpen, tellen; c. ingeval onroerende zaken verpacht zijn, tellen de stemmen van de eigenaar en van de pachter elk voor de helft van de oppervlakte van de onroerende zaak die verpacht is, met dien verstande dat: 1°. indien een onroerende zaak aan meerdere pachters gezamenlijk is verpacht, de stemmen van de pachters elk voor een evenredig deel van de helft van de grootte van de onroerende zaak, die verpacht is, tellen, en 2°. indien een onroerende zaak is onderverpacht, de stemmen van de pachter en van de onderpachter elk voor een evenredig deel van de grootte van de onroerende zaak, waarvoor de pachter stemgerechtigd is, tellen; d. b b ingeval onroerende zaken aan een of meer van de onderbedoelde rechten zijn onderworpen en deze onroerende zaken tevens verpacht zijn, tellen de stemmen van degenen aan wie de bezwaarde eigendom toebehoort en degenen aan wie deze rechten toebehoren tezamen voor de helft van de grootte van de onroerende zaken, die aan genoemde rechten zijn onderworpen en die tevens verpacht zijn. Ten aanzien van deze helft is het bepaalde ondervan overeenkomstige toepassing. 3 Stemmen welke van onwaarde zijn worden voor de toepassing van dit artikel niet in aanmerking genomen. 4 artikel 188 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek artikel 13 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek Voor de toepassing van dit artikel worden met personen, die in de kadastrale registratie als eigenaar staan vermeld, onderscheidenlijk als pachter zijn geregistreerd, gelijkgesteld zij, die door een verklaring van erfrecht als bedoeld in, aantonen erfgenaam van een zodanige persoon te zijn. Is de nalatenschap ingevolgeverdeeld, dan wordt met de in de vorige zin bedoelde eigenaar, onderscheidenlijk pachter, gelijkgesteld de in de verklaring van erfrecht genoemde echtgenoot of geregistreerde partner van de erflater. Is de nalatenschap niet in Nederland opengevallen, dan wordt de verklaring van erfrecht vervangen door een, door de ter plaatse bevoegde autoriteit opgestelde en ondertekende, verklaring houdende: a. voor zover bekend de naam, voornamen, geboortedatum, de wettelijke woonplaats met adres, het beroep, de burgerlijke staat en de datum van overlijden van de erflater; b. voor zover bekend de naam, voornamen, geboortedatum, de wettelijke woonplaats met adres, het beroep en de burgerlijke staat van de erfgenamen met vermelding van ieders aandeel; c. b zo mogelijk de naam, voornamen, de geboortedatum en de wettelijke woonplaats met adres van de wettelijke vertegenwoordigers van de onderbedoelde personen, daaronder begrepen de bewindvoerders; d. een nauwkeurige aanwijzing van de uiterste wil of, bij wettelijke erfopvolging, van de betrekking tussen de erflater en de erfgenamen; e. een verklaring van de autoriteit, die de akte heeft opgemaakt, dat hij zich van de juistheid van hetgeen daarin is vermeld, zo goed mogelijk heeft overtuigd. 5 Voor de toepassing van dit artikel worden als in de kadastrale registratie vermelde eigenaren uitsluitend aangemerkt diegenen, die deze hoedanigheid bezitten aan het einde van de zevende dag, voorafgaande aan die der stemming. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet ten aanzien van erfgenamen van personen die op grond van het aldaar bepaalde als in de kadastrale registratie vermelde eigenaren worden aangemerkt. 6 b Voor de toepassing van het eerste lid, onder, wordt onder eigenaar niet verstaan degene aan wie de bezwaarde eigendom toebehoort van onroerende zaken, voor zover daarop een recht van beklemming rust. 7 Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid, wordt onder grootte verstaan de grootte volgens de kadastrale registratie van elk der betrokken percelen en, indien het een gedeelte van een perceel betreft, bovendien de grootte van dat gedeelte. 2002 230 23-05-2002 18-04-2002 27245 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 2002 429 22-08-2002 16-08-2002 2002 558 19-11-2002 11-11-2002 01-01-2003 Tekstplaatsing met aanpassing van de in de regeling genoemde nummering. De gegevens van inwerkingtreding zijn ontleend aan de bron van de tekstplaatsing.
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 De voorzitter van het hoofdstembureau maakt onverwijld de uitslag van de stemming bekend. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Indien niet tot ruilverkaveling is besloten, stellen gedeputeerde staten alle stukken die op de voorbereiding van de ruilverkaveling betrekking hebben, in handen van Onze Minister. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Artikel 47 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat in de plaats van "besluit tot herinrichting" wordt gelezen: "besluit tot ruilverkaveling". 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 Met ingang van het tijdstip waarop het ontwerp van het landinrichtingsplan ter inzage is gelegd tot het tijdstip waarop het landinrichtingsplan voor de betrokken onroerende zaken is verwezenlijkt, is het, behoudens daartoe door de landinrichtingscommissie verleende toestemming, verboden handelingen te verrichten, die de verwezenlijking van het plan ernstig belemmeren. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het landinrichtingsplan in gedeelten wordt voorbereid of vastgesteld, dan wel wordt gewijzigd. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 Nadat het besluit tot ruilverkaveling is genomen is het eigenaren en gebruiksgerechtigden van in een blok gelegen onroerende zaken verboden handelingen te verrichten, of handelingen welke voor een normale bedrijfsvoering zijn vereist, achterwege te laten, indien daardoor de waarde van de betrokken onroerende zaken zou veranderen, tenzij de landinrichtingscommissie daarmee heeft ingestemd. 2 Waardevermeerdering, ontstaan nadat het besluit tot ruilverkaveling is genomen, behoeft niet te worden vergoed, tenzij deze waardevermeerdering het gevolg is van handelingen, waarmee de landinrichtingscommissie heeft ingestemd. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 artikel 11 artikel 146 Aan een werknemer wordt door Onze Minister uit ’s Rijks kas een geldelijke bijdrage verleend in door hem te bepalen gevallen en volgens door hem te stellen regelen, indien het bedrijf waarin de werknemer werkzaam is, ten gevolge van de toepassing vanof vanwordt beëindigd. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 Voor een gebied, met betrekking waartoe het besluit tot herinrichting, onderscheidenlijk ruilverkaveling, is genomen wordt een landinrichtingsplan vastgesteld. 2 Het met betrekking tot het gebied vastgestelde landinrichtingsprogramma vormt de grondslag voor het in het vorige lid bedoelde landinrichtingsplan. 3 Het landinrichtingsplan kan in gedeelten worden voorbereid of vastgesteld. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 Het landinrichtingsplan bevat: a. de grenzen van het in te richten gebied, alsmede die van ieder tot dat gebied behorende blok; b. een beschrijving van de bestaande toestand; c. een aanduiding van de ruimtelijke ontwikkeling; d. een omschrijving van de te treffen maatregelen en voorzieningen, met, in voorkomende gevallen, vermelding van de daarvoor benodigde gronden; e. een raming van de kosten en de verdeling daarvan; f. artikel 75, tweede lid één of meer kaarten, die met inachtneming van, zijn vervaardigd. 2 d De in het eerste lid, onder, bedoelde maatregelen en voorzieningen kunnen onder meer omvatten: a. wijziging van het stelsel van wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daarbij behorende kunstwerken; b. veiligstelling, aanleg en ontwikkeling van gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde; c. a b uitvoering van andere dan onderenbegrepen werken van openbaar nut. 3 artikel 35, tweede lid Indien, is toegepast worden de aldaar bedoelde voorzieningen slechts in het landinrichtingsplan opgenomen, nadat de aldaar bedoelde instemming is verkregen. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 Het landinrichtingsplan bevat tevens: a b die voor herinrichting overeenkomstig het derde lid, onder, en voor ruilverkaveling overeenkomstig het vierde lid, onder, op de kaarten zijn aangegeven. a. artikel 36 de begrenzing van de inbedoelde beheersgebieden onderscheidenlijk reservaatsgebieden; b. de voornemens inzake de toewijzing onderscheidenlijk regeling van de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daarbij behorende kunstwerken; c. de voornemens, alsmede de overwegingen waarop deze zijn gegrond, inzake de toewijzing, met de daarbij in acht te nemen voorwaarden, van de eigendom van - gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud; - elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde; - onroerende zaken, waarop andere werken van openbaar nut zullen worden uitgevoerd, 2 f artikel 74, eerste lid, onder Op de in, bedoelde kaarten worden zo nauwkeurig mogelijk aangegeven: a. de grenzen van het in te richten gebied; b. de grenzen van ieder blok; c. de te handhaven openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden; d. de te handhaven gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde; e. d artikel 74, eerste lid, onder de in, bedoelde maatregelen en voorzieningen; f. a in voorkomend geval, de grenzen van de in het eerste lid, onder, bedoelde gebieden. 3 d artikel 74, eerste lid, onder, Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt bij herinrichting ten aanzien van de inbedoelde maatregelen en voorzieningen op de kaarten afzonderlijk en zo nauwkeurig mogelijk aangegeven: a. maatregelen en voorzieningen, voor de verwezenlijking waarvan de verwerving van eigendom van grond noodzakelijk is; b. artikel 141 maatregelen en voorzieningen, voor de verwezenlijking waarvankan worden toegepast. 4 d artikel 74, eerste lid, onder Onverminderd het bepaalde in het tweede lid worden bij ruilverkaveling ten aanzien van de in, bedoelde maatregelen en voorzieningen op de kaarten afzonderlijk en zo nauwkeurig mogelijk aangegeven: a. a artikel 142, eerste lid, aanhef en onder maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan, kan worden toegepast; b. b c artikel 142, eerste lid, aanhef en onderen maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan, kan worden toegepast. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 artikel 79, eerste lid afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3:11, eerste lid Op de voorbereiding van een ontwerp landinrichtingsplan als bedoeld in, isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door de landinrichtingscommissie. Onder het in het tweede lid bedoelde voorontwerp van het landinrichtingsplan wordt het ingevolge, door de landinrichtingscommissie ter inzage te leggen ontwerp verstaan. 2 De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het landinrichtingsplan op na overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten en de besturen van de betrokken waterschappen. 3 Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten. 4 Voor zover het voorontwerp uitvoering van werken op onroerende zaken bevat, waarvan de eigendom, het beheer of het onderhoud bij een gemeente of waterschap berust, stelt de landinrichtingscommissie het daarop betrekking hebbende gedeelte van het voorontwerp op in overeenstemming met het college van burgemeester en wethouders van die gemeente of dat waterschap. 5 artikel 74, eerste lid, onder a Onder betrokken gemeenten en waterschappen worden verstaan de gemeenten en waterschappen, waarin het gebied bedoeld in, is gelegen. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006 Abusievelijk geeft het Staatsblad een wijzigingsopdracht voor het derde lid in plaats van het vierde lid.
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Vervallen 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 De landinrichtingscommissie stelt het landinrichtingsplan in ontwerp vast en zendt dit aan gedeputeerde staten. 2 Gedeputeerde staten brengen het ontwerp onverwijld ter kennis van de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, op welker grondgebied dit mede betrekking heeft. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 Gedeputeerde staten stellen het landinrichtingsplan vast. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van het landinrichtingsplanvan toepassing. De terinzagelegging geschiedt tevens ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 De vaststelling van de hoogte van de door het Rijk te dragen kosten zoals deze in het landinrichtingsplan worden opgenomen, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 1 Indien gedeputeerde staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp, winnen zij advies in van de landinrichtingscommissie, alvorens zij het landinrichtingsplan vaststellen. 2 Voor zover gedeputeerde staten het landinrichtingsplan vaststellen in afwijking van het in het vorige lid bedoelde advies, zenden zij hun besluit daartoe binnen twee weken na vaststelling aan Onze Minister. 3 Het gedeelte van het in het vorige lid bedoelde besluit, waarbij wordt afgeweken van het in het eerste lid bedoelde advies, kan door Ons worden vernietigd. 4 Staatsblad Het koninklijk besluit tot vernietiging wordt in hetgeplaatst. 5 Een voordracht tot vernietiging wordt Ons door Onze Minister gedaan. 6 Een besluit tot vernietiging kan niet worden genomen, indien een jaar is verstreken na de ontvangst van het in het tweede lid bedoelde besluit. Wij behouden Ons voor de termijn van een jaar met zes maanden te verlengen. 7 Onze Minister zendt het besluit tot vernietiging onverwijld aan: a. de landinrichtingscommissie; b. gedeputeerde staten; c. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernietiging betrekking heeft. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 artikel 75, eerste lid, onder c artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en c artikel 122 van de Onteigeningswet Tegen de in, bedoelde voornemens tot toewijzing van de eigendom, voor zover zulks geschiedt met toepassing van, dan wel met toepassing van, kunnen uitsluitend rechthebbenden en pachters die zich tijdig tot gedeputeerde staten hebben gewend met bedenkingen tegen deze voornemens of die bedenkingen hebben tegen deze voornemens voor zover deze afwijken van die in het ter inzage gelegde ontwerp van het landinrichtingsplan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 artikel 131 Een landinrichtingsplan kan worden gewijzigd tot het tijdstip waarop voor het betrokken gedeelte van het gebied het besluit tot vaststelling van het inbedoelde begrenzingenplan, of een gedeelte daarvan, wordt genomen. 2 Gedeputeerde staten kunnen tot het tijdstip als bedoeld in het eerste lid de landinrichtingscommissie een aanwijzing geven met betrekking tot een op te stellen wijziging van het landinrichtingsplan, indien zich zodanige omstandigheden voordoen, dat één of meer wezenlijke onderdelen van het landinrichtingsplan niet of ontoereikend kunnen worden verwezenlijkt. 3 De landinrichtingscommissie kan aan gedeputeerde staten haar zienswijze kenbaar maken omtrent het bestaan van omstandigheden als bedoeld in het tweede lid. 4 artikelen 74 tot en met 83 In afwijking van dekunnen de grenzen van een blok worden gewijzigd door de landinrichtingscommissie in overeenstemming met de belanghebbende eigenaren. 5 Maakt de landinrichtingscommissie van deze bevoegdheid gebruik dan doet zij hiervan mededeling aan gedeputeerde staten, de rechter-commissaris en de belanghebbende eigenaren. 6 artikel 131 artikel 199, eerste lid In afwijking van het eerste lid kan een landinrichtingsplan waarvoor geen begrenzingenplan als bedoeld inwordt vastgesteld, worden gewijzigd tot het plan van toedeling overeenkomstig, ter inzage wordt gelegd. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 Bij het landinrichtingsplan kan worden bepaald dat, indien het belang van de herverkaveling zulks vordert, gedeputeerde staten bevoegd zijn op voorstel van de landinrichtingscommissie, met instemming van Onze Minister en met inachtneming van in het plan vervatte regelen het landinrichtingsplan uit te werken en de daarin omschreven maatregelen en voorzieningen uit te breiden. 2 De in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, maakt deel uit van het landinrichtingsplan. 3 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing Op de voorbereiding van het plan tot uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding is. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Titel 3 artikelen 74-85 artikelen 87-93 Voor een gebied waarvoor op het voorbereidingsschema in een vereenvoudigde voorbereiding van herinrichting dan wel ruilverkaveling is voorzien, wordt geen landinrichtingsprogramma als bedoeld invastgesteld, doch wordt overeenkomstig het bepaalde in deeen landinrichtingsplan vastgesteld met inachtneming van de. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 artikel 86 Hoofdstuk VII Indien een herinrichting wordt voorbereid op de wijze als bedoeld in, wordt in het plan aangegeven of herverkaveling op de voet vanzal plaatsvinden. 2 Hoofdstuk VII artikel 86 Indien ruilverkaveling, dan wel herinrichting, waarbij herverkaveling op de voet vanzal plaatsvinden, wordt voorbereid op de wijze als bedoeld in, wordt in het plan vermeld of zodanige herverkaveling in één of meer blokken zal plaatsvinden. Daarbij wordt ieder blok aangegeven. 3 artikelen 74 75 artikel 86 Onverminderd het bepaalde in deenbevat het landinrichtingsplan voor een gebied waarop het bepaalde invan toepassing is tevens: a. b artikel 20, tweede lid, onder met betrekking tot het in te richten gebied, op de grondslag van de in, bedoelde overwegingen en uitgangspunten, de nadere uitwerking van de uitgangspunten en de doeleinden van herinrichting onderscheidenlijk ruilverkaveling; b. d artikel 74, eerste lid, onder een beschrijving van de te verwachten gevolgen van de onder, bedoelde maatregelen en voorzieningen voor de economische toestand met inbegrip van de werkgelegenheid, de leef- en werkomstandigheden, de natuur en het landschap en de gesteldheid van water, bodem en lucht. 4 Onze Minister kan bepalen dat door Onze Minister in het landinrichtingsplan aangewezen voorzieningen van openbaar nut slechts in het kader van landinrichting tot stand worden gebracht, indien tussen de landinrichtingscommissie en het betrokken openbaar lichaam overeenstemming is verkregen over de geldelijke bijdrage van het lichaam in de kosten van de verwezenlijking van het landinrichtingsplan en over de voorwaarden waaronder de betaling zal plaatsvinden, en Onze Minister instemt met deze bijdrage en voorwaarden. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 artikel 80, eerste lid In afwijking van, stellen gedeputeerde staten het landinrichtingsplan vast na toetsing van het ontwerp aan de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals deze hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voortvloeien uit een streekplan of een ander besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 afdeling II III Gedeputeerde staten nemen het besluit tot herinrichting, dan wel het besluit dat een stemming wordt gehouden ter verkrijging van de beslissing of ruilverkaveling zal plaatsvinden met inachtneming van onderscheidenlijk deen. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 Gedeputeerde staten nemen het besluit tot herinrichting gelijktijdig met het besluit tot vaststelling van het landinrichtingsplan. 2 artikel 82, tweede lid artikel 82, zesde lid Indien gedeputeerde staten het landinrichtingsplan met toepassing van, vaststellen, nemen zij in afwijking van het bepaalde in het eerste lid het besluit tot herinrichting eerst nadat de in, bedoelde termijn is verstreken of zoveel eerder als Onze Minister te kennen heeft gegeven van een voordracht tot vernietiging af te zien. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 artikelen 47-50 artikel 48, tweede lid Dezijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in, de woorden "in gedeelten wordt voorbereid of vastgesteld, dan wel" vervallen. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Gedeputeerde staten nemen het besluit, dat een stemming wordt gehouden ter verkrijging van de beslissing of ruilverkaveling zal plaatsvinden, gelijktijdig met het besluit tot vaststelling van het landinrichtingsplan. 2 artikel 82, tweede lid artikel 82, zesde lid Indien gedeputeerde staten het landinrichtingsplan met toepassing van, vaststellen, nemen zij in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, het besluit dat een stemming wordt gehouden ter verkrijging van de beslissing of ruilverkaveling zal plaatsvinden, eerst nadat de in, bedoelde termijn is verstreken of zoveel eerder als Onze Minister te kennen heeft gegeven van een voordracht tot vernietiging af te zien. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 artikelen 52-72 Dezijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat: a. artikel 52, tweede lid in, het woord "landinrichtingsprogramma" wordt vervangen door: "landinrichtingsplan"; b. artikel 70, tweede lid in, de woorden "in gedeelten wordt voorbereid of vastgesteld, dan wel" vervallen. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Het bevoegd bestuursorgaan kan tot Onze Minister een met redenen omkleed verzoek richten aanpassingsinrichting te bevorderen met betrekking tot een gebied waarin een infrastructurele voorziening van nationaal of regionaal belang zal worden verwezenlijkt. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Vervallen 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Onze Minister onderzoekt of, en zo ja, in hoeverre aanpassingsinrichting wenselijk is. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 1 Onze Minister brengt haar zienswijze schriftelijk en met redenen omkleed ter kennis van het bevoegd bestuursorgaan en van gedeputeerde staten. 2 artikel 96 Indien Onze Minister op grond van het inbedoelde onderzoek van mening is dat aanpassingsinrichting wenselijk is, doet hij zijn zienswijze vergezeld gaan van een met redenen omkleed voorstel tot aanpassingsinrichting met betrekking tot dat gebied. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Het voorstel tot aanpassingsinrichting bevat: a. een beschrijving van de te treffen infrastructurele voorziening en de daaruit voortvloeiende nadelige gevolgen voor de inrichting van het gebied; b. de zo nauwkeurig mogelijk bepaalde grenzen van het in te richten gebied alsmede van het tot dat gebied behorende blok; c. aanduidingen inzake de ter opvanging van de nadelige gevolgen voor de inrichting van het gebied te treffen maatregelen en voorzieningen; d. aanduidingen inzake de grondverwerving; e. een raming van de kosten en de voorgestane verdeling daarvan; f. b één of meer kaarten waarop de onderbedoelde grenzen zijn aangegeven. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 1 Gedeputeerde staten stellen, in overeenstemming met het bevoegd bestuursorgaan, met betrekking tot het in te richten gebied een landinrichtingscommissie in. 2 Artikel 27, tweede lid artikelen 28-31 , alsmede het bij of krachtens debepaalde is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. ten minste één van de leden van de landinrichtingscommissie wordt benoemd op voorstel van het bevoegd bestuursorgaan; b. het bevoegd bestuursorgaan één of meer adviserende leden van de landinrichtingscommissie kan benoemen; c. a b schorsing en ontslag van een onderbedoeld lid en een onderbedoeld adviserend lid plaatsvindt door het bevoegd bestuursorgaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 Onze Minister stelt in overeenstemming met het bevoegd bestuursorgaan regelen betreffende de werkwijze van de landinrichtingscommissie vast. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Voor een gebied met betrekking waartoe een landinrichtingscommissie is ingesteld, wordt op de grondslag van het voorstel tot aanpassingsinrichting een aanpassingsplan vastgesteld. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 1 Het aanpassingsplan bevat: a. de grenzen van het in te richten gebied, alsmede de grenzen van het blok; b. de omschrijving van de in het blok te treffen maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de infrastructuur, de land-, tuin-, en bosbouw, de natuur, het landschap en de openluchtrecreatie, met vermelding van de daarvoor benodigde gronden; c. de voornemens inzake de regeling van de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen en waterlopen, met daarbij behorende kunstwerken, alsmede van het beheer en het onderhoud van dijken en kaden; d. b de voornemens, alsmede de overwegingen waarop deze zijn gegrond, inzake de toewijzing, met de daarbij in acht te nemen voorwaarden, van de eigendom van gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud, van landschappelijke elementen en van elementen ten behoeve van de openluchtrecreatie die overeenkomstig het tweede lid, onder, op de kaarten zijn aangegeven; e. de raming van de kosten en de verdeling daarvan; f. één of meer kaarten, waarop zo nauwkeurig mogelijk zijn aangegeven: 1. a de onderbedoelde grenzen; 2. de in het blok te handhaven openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden; 3. de in het blok te handhaven gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en landschappelijke elementen; 4. b de onderbedoelde maatregelen en voorzieningen. 2 f Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, onder, worden op de kaarten afzonderlijk en zo nauwkeurig mogelijk aangegeven: a. a artikel 143, eerste lid, aanhef en onder maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan, kan worden toegepast; b. b artikel 143, eerste lid, aanhef en onder maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan, kan worden toegepast. 3 Artikel 35 , tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 1 artikel 106, eerste lid afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3:11, eerste lid Op de voorbereiding van een ontwerp-aanpassingsplan als bedoeld in, isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door de landinrichtingscommissie. Onder het in het tweede lid bedoelde voorontwerp van het aanpassingsplan wordt het ingevolge, van de Algemene wet bestuursrecht door de landinrichtingscommissie ter inzage te leggen ontwerp verstaan. 2 De landinrichtingscommissie stelt een voorontwerp van het aanpassingsplan op na overleg met het bevoegd bestuursorgaan. 3 Het voorontwerp kan met betrekking tot eenzelfde aangelegenheid meer dan één mogelijkheid van te treffen maatregelen of voorzieningen bevatten. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Vervallen 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 Vervallen 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 1 De landinrichtingscommissie stelt het aanpassingsplan in ontwerp vast na overleg met het bevoegd bestuursorgaan en zendt dit aan gedeputeerde staten en het bevoegd bestuursorgaan. 2 Gedeputeerde staten brengen het ontwerp onverwijld ter kennis van de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, op welker grondgebied dit mede betrekking heeft. 3 Indien het ontwerp afwijkt van het voorontwerp, doet de landinrichtingscommissie hiervan mededeling aan het bevoegd bestuursorgaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 1 Gedeputeerde staten stellen het aanpassingsplan vast na toetsing van het ontwerp aan de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals deze hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voortvloeien uit een streekplan of een ander besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van het aanpassingsplan isvan toepassing. De terinzagelegging geschiedt tevens ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. 3 Het aanpassingsplan wordt vastgesteld binnen zes maanden nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 De vaststelling van de hoogte van de door het Rijk te dragen kosten zoals deze in het aanpassingsplan worden opgenomen, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 1 Indien gedeputeerde staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp winnen zij advies in van de landinrichtingscommissie en het bevoegd bestuursorgaan, alvorens zij het aanpassingsplan vaststellen. 2 Vaststelling van het aanpassingsplan door gedeputeerde staten in afwijking van een in het eerste lid bedoeld advies geschiedt niet dan nadat Onze Minister en het bevoegd bestuursorgaan gezamenlijk daarin hebben toegestemd. 3 De toestemming, bedoeld in het tweede lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 4 artikel 107, derde lid In geval van toepassing van het eerste lid zijn gedeputeerde staten bevoegd de ingenoemde termijn met drie maanden te verlengen. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 artikel 102, eerste lid, onder d artikel 143, eerste lid, aanhef en onderdeel b Tegen de in, bedoelde voornemens inzake toewijzing van de eigendom, voor zover zulks geschiedt met toepassing van, kunnen uitsluitend rechthebbenden en pachters die zich tijdig tot gedeputeerde staten hebben gewend met bedenkingen tegen deze voornemens of die bedenkingen hebben tegen deze voornemens voor zover deze afwijken van die in het ter inzage gelegde ontwerp van het aanpassingsplan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 1 Gedeputeerde staten nemen het besluit tot aanpassingsinrichting gelijktijdig met het besluit tot vaststelling van het aanpassingsplan dan wel binnen drie maanden na zodanig besluit. 2 artikel 109, tweede lid Indien het besluit van gedeputeerde staten tot vaststelling van het aanpassingsplan ingevolge, de toestemming behoeft van Onze Minister en het bevoegd bestuursorgaan gezamenlijk, nemen gedeputeerde staten, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, het besluit tot aanpassingsinrichting eerst nadat die toestemming is verkregen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 1 artikelen 107, derde lid 109 111, eerste lid Bij overschrijding van de in de,en, genoemde termijnen is Onze Minister bevoegd in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen op verzoek van het bevoegd bestuursorgaan de in die artikelen bedoelde besluiten te nemen. 2 Onze Minister doet van een besluit als bedoeld in het eerste lid mededeling aan gedeputeerde staten. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 1 Gedeputeerde staten zenden afschrift van het besluit tot aanpassingsinrichting naar Onze Minister, het bevoegd bestuursorgaan, de landinrichtingscommissie en de rechtbank, binnen welker rechtsgebied het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen. 2 De rechtbank benoemt na ontvangst van dit bericht één of meer rechters-commissarissen en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten en aan de landinrichtingscommissie. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 Een aanpassingsplan kan worden gewijzigd tot het tijdstip waarop het besluit tot vaststelling van het begrenzingenplan, of een gedeelte daarvan, wordt genomen. 2 Gedeputeerde staten kunnen tot het tijdstip als bedoeld in het eerste lid de landinrichtingscommissie een aanwijzing geven met betrekking tot een op te stellen wijziging van het aanpassingsplan, indien zich zodanige omstandigheden voordoen, dat één of meer wezenlijke onderdelen van het aanpassingsplan niet of ontoereikend kunnen worden verwezenlijkt. 3 De landinrichtingscommissie kan aan gedeputeerde staten haar zienswijze kenbaar maken omtrent het bestaan van omstandigheden als bedoeld in het tweede lid. 4 artikelen 103-110 Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 1 Bij het aanpassingsplan kan worden bepaald dat, indien het belang van de herverkaveling zulks vordert, gedeputeerde staten bevoegd zijn op voorstel van de landinrichtingscommissie, met instemming van Onze Minister en het bevoegd bestuursorgaan en met inachtneming van in het plan vervatte regelen het aanpassingsplan uit te werken en de daarin omschreven maatregelen en voorzieningen uit te breiden. 2 De in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, maakt deel uit van het aanpassingsplan. 3 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding isvan toepassing. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 1 Met ingang van het tijdstip waarop het ontwerp van het aanpassingsplan ter inzage is gelegd tot het tijdstip waarop het aanpassingsplan voor de betrokken onroerende zaken is verwezenlijkt, is het, behoudens daartoe door de landinrichtingscommissie verleende toestemming, verboden handelingen te verrichten, die de verwezenlijking van het plan ernstig belemmeren. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien het aanpassingsplan wordt gewijzigd. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 1 Nadat het besluit tot aanpassingsinrichting is genomen is het eigenaren en gebruiksgerechtigden van in het blok gelegen onroerende zaken verboden handelingen te verrichten, of handelingen welke door een normale bedrijfsvoering zijn vereist, achterwege te laten, indien daardoor de waarde van de betrokken onroerende zaken zou veranderen, tenzij hun daartoe door de landinrichtingscommissie toestemming is verleend. 2 Waardevermeerdering, ontstaan nadat het besluit tot aanpassingsinrichting is genomen, behoeft niet te worden vergoed, tenzij deze waardevermeerdering het gevolg is van handelingen, waarvoor de landinrichtingscommissie toestemming heeft verleend. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 artikel 11 artikel 146 Aan een werknemer wordt door Onze Minister uit ’s Rijkskas een geldelijke bijdrage verleend in door hem te bepalen gevallen en volgens door hem te stellen regelen, indien het bedrijf waarin de werknemer werkzaam is, ten gevolge van de toepassing vanof vanwordt beëindigd. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 1 Een ruilverkavelingsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan en in de openbare registers ingeschreven. 2 Door de inschrijving in de openbare registers wordt de ruilverkavelingsovereenkomst mede verbindend voor degenen, die na de inschrijving onder bijzondere titel in de rechten van de eigenaren opvolgen. 3 Indien een ruilverkavelingsovereenkomst onroerende zaken omvat, waarop hypotheken, conservatoire of executoriale beslagen rusten, is de overeenkomst slechts rechtsgeldig, indien zij door de hypotheekhouders en beslagleggers is mede-ondertekend. 4 artikel 17 De inbedoelde notariële akte wordt namens partijen ondertekend door hen, die daartoe bij de overeenkomst bevoegd zijn verklaard en wordt ingeschreven in de openbare registers. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Blijkt na het tot stand komen van de ruilverkavelingsovereenkomst, dat daaraan hebben deelgenomen partijen, die geen eigenaar waren, doch in de kadastrale registratie als zodanig vermeld stonden, dan wordt de overeenkomst niettemin geacht rechtsgeldig te zijn tot stand gekomen en treedt de werkelijke eigenaar in de rechten en verplichtingen, die de in zijn plaats opgetreden partij onbevoegdelijk verworven en op zich genomen heeft. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 Men kan mede tot een ruilverkavelingsovereenkomst toetreden, ten einde tegen inbreng van geld kavels of tegen inbreng van onroerende zaken een geldsom te bedingen. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 1 Hoofdstuk VI VII VIII Een beding in de overeenkomst, waarbij bepalingen van,entoepasselijk worden verklaard, treedt slechts in werking, indien en voor zover Onze Minister daarmee heeft ingestemd. Aan de instemming kunnen voorwaarden worden verbonden. 2 Hoofdstuk VII, Titel 2 De bepalingen vankunnen in de overeenkomst niet van overeenkomstige toepassing worden verklaard. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 artikel 122 Het inbedoelde, goedgekeurde beding, waarmee Onze Minister heeft ingestemd, heeft overeenkomstige rechtsgevolgen als de daarin van toepassing verklaarde wetsbepalingen. De in die wetsbepalingen aangewezen autoriteiten, colleges en ambtenaren verlenen op overeenkomstige wijze hun medewerking. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 1 Zodra een landinrichtingsplan of een gedeelte daarvan dan wel een aanpassingsplan is vastgesteld, kan de uitvoering hiervan ter hand worden genomen. 2 artikel 82, tweede lid artikel 82, derde lid artikel 82, zesde lid Indien een landinrichtingsplan of een gedeelte daarvan is vastgesteld met toepassing van, kunnen Wij bepalen, dat in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, de uitvoering van het in, bedoelde gedeelte eerst ter hand wordt genomen, nadat de in, bedoelde termijn is verstreken. 3 artikelen 125-127 Onverminderd het bepaalde in deis de landinrichtingscommissie belast met de uitvoering van het landinrichtingsplan of het aanpassingsplan. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 1 artikel 127, eerste lid Gedeputeerde staten kunnen in overeenstemming met Onze Minister bepalen, dat met name genoemde andere dan in, bedoelde werken worden uitgevoerd door openbare lichamen, die met het beheer of onderhoud daarvan zijn of vermoedelijk zullen worden belast, waarbij een doelmatig verband met andere werken voor zoveel mogelijk verzekerd zal zijn. 2 Omtrent een gecoördineerde uitvoering der voorzieningen plegen de in het eerste lid bedoelde openbare lichamen overleg met de landinrichtingscommissie alsmede, indien aanpassingsinrichting plaatsvindt, met het bevoegd bestuursorgaan. 3 Omtrent de uitvoering van werken waarvan het beheer en het onderhoud vermoedelijk ten laste van het Rijk zullen komen, beslist de daarbij betrokken Minister, gehoord Onze Minister. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 artikel 189, derde lid Voor zover toepassing is gegeven aan, kunnen het Rijk en de in dat lid bedoelde openbare lichamen en rechtspersonen op de aan hen in tijdelijk gebruik gegeven gronden alle werkzaamheden verrichten of doen verrichten, welke zij dienstig achten ter verwezenlijking van de in het landinrichtingsplan dan wel aanpassingsplan omschreven doeleinden. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 1 artikel 94 Indien aanpassingsinrichting plaatsvindt voert het bevoegd bestuursorgaan de werken uit, die strekken tot de totstandkoming van de inbedoelde voorziening. 2 Indien aanpassingsinrichting plaatsvindt plegen de landinrichtingscommissie en het bevoegd bestuursorgaan overleg over een gecoördineerde uitvoering der voorzieningen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 1 Binnen het in te richten gebied kunnen op de terreinen metingen en waarnemingen worden verricht en tekens worden gesteld en binnen een blok kan houtgewas worden geplant en gekapt, en kunnen zoden, aarde, grind en andere specie aan de terreinen worden onttrokken of daarop worden neergelegd. 2 Binnen een blok kunnen werken worden uitgevoerd met betrekking tot de ontsluiting, waterbeheersing, inrichting en profielopbouw der gronden. 3 Binnen een blok kunnen opstallen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst, gebouwd of herbouwd, indien dit naar het oordeel van Onze Minister nodig is ter verwezenlijking van het landinrichtingsplan, of een vastgesteld gedeelte daarvan. 4 De uitvoering van de werken, bedoeld in het eerste-derde lid mag niet ter hand worden genomen, alvorens door de zorg van de landinrichtingscommissie een beschrijving is gemaakt van de betrokken onroerende zaak, door middel van daartoe geschikte middelen, voor zover dit niet bij de eerste schatting is geschied. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 1 artikelen 124-128 Artikel 9, tweede lid Hij, die de eigendom van een onroerende zaak heeft of hij, aan wie een beperkt recht toebehoort, waaraan een onroerende zaak is onderworpen dan wel de gebruiker van een onroerende zaak, moet gedogen, dat het bepaalde in dewordt uitgevoerd en dat daartoe zijn gebouwen en terreinen worden betreden., is van overeenkomstige toepassing. 2 artikelen 124-128 De schade, welke uit de toepassing van devoortvloeit, wordt vergoed. Het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend bij de landinrichtingscommissie. Bij geschil over het beloop der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de rechtbank bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open. 3 Aan de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, wordt op zijn verzoek een voorschot op de schadevergoeding toegekend. Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de belanghebbende door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de landinrichtingscommissie. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 Vervallen 1985 623 21-11-1985 14889 1985 624 21-11-1985 1985 667 16-12-1985 01-03-1986
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 1 De landinrichtingscommissie stelt voor een gebied waarvoor een landinrichtingsplan dan wel een aanpassingsplan is vastgesteld, in zijn geheel of in gedeelten een ontwerp van een begrenzingenplan op. Zij vervaardigt daartoe één of meer kaarten, waarop zo nauwkeurig mogelijk worden aangegeven: a. het stelsel van wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken, alsmede de voorzieningen samenhangende met de wegen en waterlopen, zoals deze zijn omschreven in het landinrichtingsplan dan wel aanpassingsplan; b. de gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische of natuurwetenschappelijke waarde, alsmede de andere voorzieningen van openbaar nut zoals deze zijn omschreven in het landinrichtingsplan dan wel aanpassingsplan. 2 De landinrichtingscommissie zendt het ontwerp toe aan gedeputeerde staten vergezeld van een voorstel tot vaststelling van het begrenzingenplan. 3 Gedeputeerde staten stellen het begrenzingenplan vast en doen van hun besluit daartoe afschrift met de daarbij behorende kaart of kaarten toekomen aan de landinrichtingscommissie en aan de betrokken openbare lichamen. 4 De landinrichtingscommissie doet gedeputeerde staten, gelijktijdig met het in het tweede lid bedoelde voorstel, toekomen: a. een voorstel inzake de regeling van de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen en waterlopen met de daarbij behorende kunstwerken en het beheer en onderhoud van dijken en kaden met de daarbij behorende kunstwerken; b. b een voorstel inzake de toewijzing van de eigendom van de in het eerste lid, onder, bedoelde gebieden, elementen en voorzieningen. 5 b c artikel 75, eerste lid, onderen Indien een landinrichtingsplan geen voornemens als bedoeld in, bevat, wordt geen begrenzingenplan opgesteld. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 132 — Artikel 132#
Artikel 132 1 artikelen 8 en 9 van de Wegenwet artikelen 4 en 5 van de Wegenwet Stb. In elk blok zijn de wegen met de daartoe behorende kunstwerken, welke voorheen voor het openbaar verkeer waren opengesteld en niet in het begrenzingenplan zijn opgenomen, in afwijking van het bepaalde in de(1930, 342) door het enkele feit van de- niet-opneming aan het openbaar verkeer onttrokken. In elk blok is aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken, welke in het begrenzingenplan zijn opgenomen, maar die voorheen niet voor het openbaar verkeer waren opengesteld, in afwijking van het bepaalde in dedoor het enkele feit van de opneming in het begrenzingenplan de bestemming van openbare weg gegeven. 2 artikelen 4 en 5 van de Wegenwet Aan wegen met de daartoe behorende kunstwerken gelegen buiten een blok is in afwijking van het bepaalde in dedoor het enkele feit van de opneming in het begrenzingenplan de bestemming van openbare weg gegeven. 3 artikel 131, vijfde lid De in de vorige leden bedoelde rechtsgevolgen gaan in op de dag volgend op de in, bedoelde kennisgeving. 4 In afwijking van het derde lid kunnen gedeputeerde staten besluiten dat de in dat lid bedoelde rechtsgevolgen ingaan op een nader door hen te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene wegen met de daartoe behorende kunstwerken verschillend kan zijn. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 133 — Artikel 133#
Artikel 133 1 artikel 131, tweede en vierde lid Binnen zes maanden na ontvangst van de in, bedoelde voorstellen wijzen gedeputeerde staten de eigendom van de openbare wegen en van de waterlopen met de daarbij behorende kunstwerken toe aan de naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komende openbare lichamen of andere rechtspersonen, wijzen gedeputeerde staten het beheer en het onderhoud van openbare wegen met de daarbij behorende kunstwerken toe aan de naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komende openbare lichamen en regelen gedeputeerde staten het beheer en het onderhoud van de waterlopen, dijken en kaden met de daarbij behorende kunstwerken. 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, kunnen gedeputeerde staten, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, het onderhoud van openbare wegen toewijzen aan andere rechtspersonen dan openbare lichamen. 3 Alvorens te besluiten horen gedeputeerde staten de in het eerste lid bedoelde openbare lichamen en rechtspersonen, voor zover deze laatsten de eigendom, het beheer of het onderhoud hadden voor de landinrichting. 4 Tenzij een rechtspersoon, niet zijnde een openbaar lichaam, voor de landinrichting de eigendom, het beheer en het onderhoud had, geschiedt de toewijzing en de regeling als bedoeld in dit artikel, niet dan nadat overeenstemming is verkregen met de betrokken rechtspersoon. 5 De toewijzing van de eigendom, het beheer en het onderhoud geschiedt zonder geldelijke verrekening, met dien verstande dat dit in de gegeven omstandigheden niet tot onredelijke gevolgen voor het betrokken openbaar lichaam mag leiden. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 134 — Artikel 134#
Artikel 134 1 De eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen, en de waterlopen met de daartoe behorende kunstwerken kunnen niet aan het Rijk worden toegewezen of onttrokken dan nadat Onze betrokken Minister daarin heeft toegestemd, met dien verstande dat toestemming niet vereist is voor toewijzing van eigendom, beheer en onderhoud van openbare wegen en waterlopen met de daartoe behorende kunstwerken welke voorheen bij het Rijk in eigendom, beheer en onderhoud waren. 2 De toestemming, bedoeld in het eerste lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 3 artikel 131, tweede en vierde lid artikel 133, eerste lid Wanneer de in, bedoelde voorstellen betrekking hebben op een gebied, dat in meer dan een provincie is gelegen, wordt het in, bedoelde besluit genomen door gedeputeerde staten van ieder van die provincies voor het gedeelte van zodanig gebied, dat in hun provincies is gelegen. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 135 — Artikel 135#
Artikel 135 1 artikel 133, eerste lid Tot het tijdstip van de toewijzing bedoeld in, berust het beheer en het onderhoud van de openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daarbij behorende kunstwerken bij de beheers- en onderhoudsplichtigen, die voor de desbetreffende landinrichting daarmee belast waren. 2 artikel 133, eerste lid In afwijking van het eerste lid berust het beheer en onderhoud bij de landinrichtingscommissie indien het betreft verbetering van de in dat lid bedoelde voorzieningen, vanaf het tijdstip waarop de landinrichtingscommissie opdracht geeft tot de uitvoering van de verbeteringswerken tot het tijdstip waarop de landinrichtingscommissie aan het openbaar lichaam of de rechtspersoon, bedoeld in, heeft verklaard dat de werken zijn voltooid. 3 artikel 133, eerste lid Het beheer en het onderhoud van nieuwe voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, berust bij de landinrichtingscommissie tot het tijdstip van de toewijzing bedoeld in dat lid, of indien dit later valt, het tijdstip waarop de landinrichtingscommissie aan het openbaar lichaam of de rechtspersoon, bedoeld in, heeft verklaard dat de werken zijn voltooid. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 136 — Artikel 136#
Artikel 136 artikelen 1 en 2 van de Waterstaatswet 1900 a artikelen 18 19 20 van de Wegenwet Stb. artikelen 133, eerste lid 134 Voor zover het openbaar lichaam voorheen niet was belast met het beheer en het onderhoud van openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken gaan in afwijking van het bepaalde in de(176) en de,enhet beheer en het onderhoud, door het enkele feit van de aanwijzing in beheer en onderhoud, over op het tijdstip als bedoeld in de, of. 1988 676 08-11-1988 19639 1991 188 15-04-1991 01-06-1991
Artikel 137 — Artikel 137#
Artikel 137 artikel 131, tweede en vierde lid artikel 133 Binnen zes maanden na ontvangst van de in, bedoelde voorstellen, wijzen gedeputeerde staten de eigendom van gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud, elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische of natuurwetenschappelijke waarde en de overige gronden bestemd voor doeleinden van openbaar nut, met uitzondering van die, bedoeld in, toe aan a. het Rijk, dan wel b. in overeenstemming met Onze Minister aan een ander openbaar lichaam of een andere rechtspersoon dan het Rijk, indien deze andere rechtspersoon daarmee instemt. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 138 — Artikel 138#
Artikel 138 1 artikelen 133 137 Gedeputeerde staten doen van hun besluiten, bedoeld in deen, mededeling door toezending van een afschrift aan de landinrichtingscommissie. 2 Van de besluiten van gedeputeerde staten inzake de toewijzing van de eigendom van een en ander voor zover zij gelegen zijn buiten een blok, wordt een akte opgemaakt door een door de landinrichtingscommissie aan te wijzen notaris en ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de landinrichtingscommissie. a. de openbare wegen en waterlopen met de daartoe behorende kunstwerken; b. gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische of natuurwetenschappelijke waarde, 3 Door de inschrijving van de akte in de openbare registers wordt de daarin omschreven eigendom verkregen. 4 artikel 133 artikel 133, vierde lid Tegen een besluit als bedoeld inkunnen uitsluitend belanghebbende openbare lichamen en andere rechtspersonen, met uitzondering van de rechtspersonen waarvan de toewijzing of regeling is geschied met toepassing van, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 5 Gedeputeerde staten doen van de uitspraak in beroep mededeling door toezending van een afschrift ervan aan de landinrichtingscommissie, alsmede ter inschrijving in de openbare registers, aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers: a. indien door de uitspraak in beroep de eigendom aan een ander openbaar lichaam wordt toegewezen dan in de in het tweede lid bedoelde akte is vermeld; b. artikel 207 indien de inbedoelde akte van toedeling is ingeschreven in de openbare registers en door de uitspraak in beroep de eigendom aan een ander openbaar lichaam of een andere rechtspersoon wordt toegewezen dan in die akte is vermeld. 6 Door inschrijving van de uitspraak in beroep in de openbare registers wordt de in die uitspraak omschreven eigendom verkregen door de in die uitspraak genoemde openbare lichamen. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 139 — Artikel 139#
Artikel 139 1 artikelen 141 142 143 Iedere eigenaar heeft aanspraak op het verkrijgen van een recht van dezelfde aard als hij had op de in een blok gelegen onroerende zaken, op de voet van het in de,enbepaalde. 2 De in het eerste lid bedoelde aanspraak bestaat niet ten aanzien van rechten op onroerende zaken, die voor de verwezenlijking van het landinrichtingsplan ter onteigening zijn aangewezen. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 140 — Artikel 140#
Artikel 140 artikelen 141-145 c artikel 162, tweede lid, onder Onder waarde wordt in deverstaan de waarde, bedoeld in, zoals deze op grond van de schatting is komen vast te staan. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 141 — Artikel 141#
Artikel 141 1 Bij herinrichting wordt voor ieder blok de in het derde lid bedoelde totale waarde tot een maximum van drie procent verminderd met de waarde van de in dat blok gelegen gronden, a. die in het belang van het blok benodigd zijn voor het tot stand brengen of verbeteren van openbare wegen en waterlopen; b. die benodigd zijn voor de aanleg van de met die wegen en waterlopen samenhangende voorzieningen. 2 Bij herinrichting staat de aan een eigenaar toe te delen waarde in kavels tot de na toepassing van het eerste lid verkregen waarde als de waarde van zijn rechten op in het blok gelegen gronden, tot de in het derde lid, bedoelde totale waarde. 3 De totale waarde is de waarde van alle tot het blok behorende gronden, verminderd met de waarde van de voor de verwezenlijking van het landinrichtingsplan ter onteigening aangewezen gronden. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 142 — Artikel 142#
Artikel 142 1 Bij ruilverkaveling wordt voor ieder blok de totale waarde van alle in het blok opgenomen gronden tot een maximum van vijf procent verminderd met de waarde van de in dat blok gelegen gronden, benodigd voor: a. a b artikel 141, eerste lid, onderen artikel 146, eerste lid de in, genoemde aangelegenheden, en, voor zover ten aanzien van de betreffende gronden geen toepassing is gegeven aan het bepaalde in: b. het verwezenlijken van maatregelen en voorzieningen met betrekking tot de natuur en het landschap, c. het verwezenlijken van maatregelen en voorzieningen met betrekking tot andere doeleinden van openbaar nut. 2 Bij ruilverkaveling staat de aan een eigenaar toe te delen waarde in kavels tot de na toepassing van het eerste lid verkregen waarde als de waarde van zijn rechten op de in het blok gelegen gronden tot de totale waarde. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 143 — Artikel 143#
Artikel 143 1 Bij aanpassingsinrichting wordt de totale waarde van de in het blok opgenomen gronden tot een maximum van drie procent verminderd met de waarde van de in het blok gelegen gronden, benodigd voor: a. a b artikel 141, eerste lid, onderen artikel 146, eerste lid de in, genoemde aangelegenheden, en, voor zover ten aanzien van de betreffende gronden geen toepassing is gegeven aan het bepaalde in: b. het verwezenlijken van maatregelen en voorzieningen met betrekking tot de natuur, het landschap en de openluchtrecreatie. 2 Bij aanpassingsinrichting staat de aan een eigenaar toe te delen waarde in kavels tot de na toepassing van het eerste lid verkregen waarde als de waarde van zijn rechten op de in het blok gelegen gronden tot de totale waarde. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 144 — Artikel 144#
Artikel 144 1 artikelen 141, tweede lid 142, tweede lid 143, tweede lid artikelen 141, tweede lid 142, tweede lid 143, tweede lid Van het bepaalde in de,, en, mag worden afgeweken, indien deze bepalingen de totstandkoming van een behoorlijke herverkaveling in de weg zouden staan. Deze afwijking mag, tegen de wil van de eigenaar en van degene, die op de onroerende zaak een recht van hypotheek of van grondrente heeft, niet meer bedragen dan vijf procent van de waarde, waarop de eigenaar ingevolge de,, en, aanspraak heeft. 2 artikel 128 Indien tengevolge van de ingenoemde werkzaamheden waardeverandering ontstaat, kan de landinrichtingscommissie hiermede bij de toedeling rekening houden. Op verzoek van de eigenaar vindt echter verrekening in geld plaats op grondslag van die waardeverandering, voor zover het belang van de herverkaveling zich hiertegen niet verzet. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 145 — Artikel 145#
Artikel 145 artikelen 141 142 143 artikel 144, eerste lid Het verschil in waarde tengevolge van de toepassing van de,ofen van, wordt met de eigenaren in geld verrekend. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 146 — Artikel 146#
Artikel 146 1 c artikel 75, eerste lid, onder d artikel 102, eerste lid, onder b c 142, eerste lid, aanhef en onderen b 143, eerste lid, aanhef en onder artikelen 141-143 De eigenaar van onroerende zaken, die zijn begrepen in de voornemens inzake de toewijzing als bedoeld in, en, voorzover zulks geschiedt met toepassing van de artikelen, en, ontvangt voor die zaken op zijn verzoek in afwijking van het bepaalde in de, algehele vergoeding in geld. 2 artikelen 141-143 artikelen 141-143 De landinrichtingscommissie is, nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd, bevoegd te bepalen dat een eigenaar, in afwijking van het bepaalde in de, algehele vergoeding in geld zal ontvangen, wanneer de waarde van de rechten op zijn in een blok gelegen onroerende zaken zo gering is, dat de toepassing van dezou leiden tot de vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geen redelijk belang heeft bij het verkrijgen van een zodanige kavel. 3 De toestemming, bedoeld in het tweede lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 4 artikelen 141-143 De eigenaar van andere onroerende zaken dan de in het tweede lid bedoelde, die zulks nadat het besluit tot landinrichting is genomen, doch vóór een op voorstel van de landinrichtingscommissie door Onze Minister te bepalen tijdstip schriftelijk aan de landinrichtingscommissie verzoekt, ontvangt, in afwijking van het bepaalde in deeen vergoeding in geld gelijk aan de werkelijke waarde van zijn onroerende zaken. 5 Staatscourant Onze Minister maakt het in het vierde lid bedoelde tijdstip bekend in de, in ten minste twee dag- of nieuwsbladen die in het gebied, waarin het blok is gelegen worden verspreid en in de gemeenten die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze. 6 Zodra de lijst van rechthebbenden te zijnen aanzien vaststaat, ontvangt de in het vierde lid bedoelde eigenaar, die schriftelijk afstand heeft gedaan van het gebruik van de onroerende zaak waarop zijn recht betrekking heeft, op zijn verzoek een voorschot in geld op de vergoedingen bedoeld in het vierde lid. 7 De eigenaar kan de rechter-commissaris verzoeken het bedrag van het voorschot vast te stellen. Alvorens het bedrag van het voorschot vast te stellen hoort de rechter-commissaris de landinrichtingscommissie. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 147 — Artikel 147#
Artikel 147 1 b c artikel 142, eerste lid, aanhef en onderen b artikel 143, eerste lid, aanhef en onder artikel 146, eerste lid Toewijzing van gronden voor doeleinden van openbaar nut, voor zover daarin is voorzien door middel van toepassing van, en, vindt plaats tegen betaling van een tussen de landinrichtingscommissie en het Rijk, een ander openbaar lichaam of een andere rechtspersoon overeengekomen en door Onze Minister goedgekeurd bedrag, dat niet minder bedraagt dan de werkelijke waarde van de grond. Indien de toewijzing grond betreft waarvan de eigenaar een beroep heeft gedaan op het bepaalde in, vindt deze toewijzing plaats tegen betaling van de in die bepalingen omschreven vergoeding. 2 artikel 146, eerste lid artikel 222 Behoudens in het geval van, wordt het door het openbaar lichaam of een andere rechtspersoon betaalde bedrag in mindering gebracht op de ingevolgeten laste van de eigenaren vallende uitgaven. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 148 — Artikel 148#
Artikel 148 Voor zover het belang van de landinrichting zich hiertegen niet verzet, wordt aan iedere eigenaar een recht toegedeeld met betrekking tot onroerende zaken van gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming als te zijnen aanzien in het blok is opgenomen. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 149 — Artikel 149#
Artikel 149 Elke kavel moet zo worden gevormd, dat hij: a. uitweg heeft op een openbare land- of waterweg en zo mogelijk daaraan belendt; b. zonodig en mogelijk de gelegenheid tot behoorlijke afwatering heeft. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 150 — Artikel 150#
Artikel 150 1 Iedere pachter van in een blok gelegen onroerende zaken heeft aanspraak op het in pacht verkrijgen van een waarde in kavels, naar de maatstaven, als bedoeld in het tweede lid. 2 Artikel 139, tweede lid artikelen 140-144 146 147, eerste lid 148 , en de,,, en, zijn van toepassing, met dien verstande dat, in plaats van "eigenaar" wordt gelezen "pachter". 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 151 — Artikel 151#
Artikel 151 1 artikel 150 De inbedoelde aanspraak bestaat slechts, indien de pachtovereenkomst aan de landinrichtingscommissie ter registratie is ingezonden. 2 De inzending ter registratie dient plaats te vinden binnen dertig dagen na een door de landinrichtingscommissie te bepalen tijdstip. 3 Indien de pachtovereenkomst na het in het tweede lid bedoelde tijdstip is aangegaan, dient de inzending ter registratie plaats te vinden binnen dertig dagen na de goedkeuring van die overeenkomst door de grondkamer, doch uiterlijk tot een door de landinrichtingscommissie vast te stellen tijdstip. 4 De landinrichtingscommissie maakt de in het tweede en derde lid bedoelde tijdstippen bekend in ten minste twee dag- of nieuwsbladen die in het gebied, waarin het blok is gelegen, worden verspreid en in de gemeenten die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze. 5 Van de registratie wordt door de landinrichtingscommissie een bewijs afgegeven. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 152 — Artikel 152#
Artikel 152 1 De landinrichtingscommissie zendt aan de wederpartij van degene, die een pachtovereenkomst ter registratie heeft ingezonden, bij aangetekende brief bericht van de inzending ter registratie. 2 De wederpartij kan zijn bezwaren tegen de registratie binnen veertien dagen na de dagtekening van de in het eerste lid bedoelde brief schriftelijk aan de landinrichtingscommissie kenbaar maken. 3 Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid bezwaren kenbaar zijn gemaakt, stelt de landinrichtingscommissie, onder vaststelling van die bezwaren, bij aangetekende brief partijen ervan in kennis, dat binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief bij de landinrichtingscommissie dient te worden ingezonden, hetzij een door beide partijen ondertekende akte, waaruit blijkt dat overeenstemming is verkregen, hetzij een gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift, waarbij de meest gerede partij de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank van het arrondissement waarin de desbetreffende onroerende zaak geheel of grotendeels is gelegen, heeft ingeroepen. De waarmerking van het afschrift geschiedt door de griffier van de rechtbank. 4 artikelen 2 158 van de Pachtwet Stb. Indien de landinrichtingscommissie bevindt, dat met betrekking tot de ter registratie ingezonden pachtovereenkomst de, tweede lid, en(1958, 37) niet zijn in acht genomen, draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de beslissing van de grondkamer in te roepen en binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de secretaris van de grondkamer gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden. 5 artikel 2, eerste lid, van de Pachtwet Indien de landinrichtingscommissie bevindt, dat met betrekking tot de ter registratie ingezonden pachtovereenkomstniet in acht is genomen, draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank in te roepen en binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de griffier van de rechtbank gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden. 6 Indien aan het bepaalde in het derde-vijfde lid geen gevolg is gegeven, is de landinrichtingscommissie bevoegd met het bestaan der pachtovereenkomst geen rekening te houden. 7 De grondkamer en de pachtkamer van de rechtbank en in beroep de Centrale Grondkamer en de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem behandelen de verzoeken en vorderingen, bedoeld in het derde-vijfde lid, vóór alle andere zaken. 2001 584 18-12-2001 06-12-2001 27878 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 153 — Artikel 153#
Artikel 153 1 artikel 150 Bestaande pachtverhoudingen blijven zoveel mogelijk gehandhaafd. Wanneer het belang van de landinrichting zulks dringend vordert, kan de landinrichtingscommissie een bestaande pachtverhouding opheffen en een nieuwe pachtverhouding vestigen in dier voege, dat aan een verpachter een pachter uit de inbedoelde pachters wordt toegewezen. 2 De landinrichtingscommissie bepaalt tot welk tijdstip de uit een nieuw gevestigde pachtverhouding voortvloeiende pachtovereenkomst zal gelden en of deze overeenkomst, indien zij voor kortere dan de wettelijke duur zal gelden, voor verlenging vatbaar zal zijn. Zij draagt daarbij zorg, dat de pachter en de verpachter, wat het einde en de verlengbaarheid der overeenkomst betreft, zoveel mogelijk dezelfde aanspraken behouden als zij aan de opgeheven pachtverhouding konden ontlenen. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 154 — Artikel 154#
Artikel 154 artikel 153 De landinrichtingscommissie deelt zo spoedig mogelijk nadat het plan van toedeling is komen vast te staan, aan de grondkamer mede welke pachtverhoudingen gehandhaafd, welke opgeheven en welke nieuw gevestigd zijn onder vermelding van de namen en woonplaatsen van partijen in de pachtverhoudingen, de onroerende zaken waarop deze betrekking hebben en de bepalingen op grond vaninzake de duur en de verlengbaarheid der uit de gevestigde pachtverhoudingen voortvloeiende pachtovereenkomsten. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 155 — Artikel 155#
Artikel 155 1 artikel 153, tweede lid De grondkamer ontwerpt de pachtovereenkomsten, welke uit de gevestigde pachtverhoudingen voortvloeien, en neemt daarin op de in, bedoelde bepalingen. 2 artikel 153 Indien ingevolge het bepaalde ineen overeenkomst, geldende voor kortere dan de wettelijke duur, verlengbaar zal zijn, doet de grondkamer daarvan blijken door een op de ontwerp-pachtovereenkomst gestelde en door haar ondertekende verklaring. 3 De grondkamer zendt de ontwerp-pachtovereenkomst aan hen, die daarbij partijen zullen zijn, en stelt hen in de gelegenheid binnen dertig dagen na toezending de ondertekende overeenkomst aan de grondkamer te doen toekomen. Betrokkenen kunnen de door hen overeengekomen pachtprijs, alsmede bijzondere bepalingen in de overeenkomst opnemen. 4 Pachtwet Op de in het vorige lid bedoelde pachtovereenkomsten vinden de bepalingen van detoepassing, met dien verstande dat de grondkamer niet treedt in de beoordeling van de bepalingen der overeenkomst, welke voortvloeien uit de pachtverhouding, zoals deze door het plan van toedeling is komen vast te staan. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 156 — Artikel 156#
Artikel 156 artikel 155, derde lid Indien partijen niet binnen de in, gestelde termijn tot inzending van de getekende pachtovereenkomst bij de grondkamer zijn overgegaan, maakt de grondkamer een akte in drievoud op, gelijkluidend aan de aan partijen gezonden ontwerp-pachtovereenkomst en bepaalt daarin de pachtprijs. De grondkamer ondertekent de akte en zendt een exemplaar daarvan bij aangetekende brief aan ieder der partijen toe. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 157 — Artikel 157#
Artikel 157 1 De akte heeft dezelfde kracht als een tussen partijen gesloten, door de grondkamer goedgekeurde, pachtovereenkomst. 2 artikel 156 Het opmaken en ondertekenen van de akte is een beschikking van de grondkamer, waartegen partijen beroep kunnen instellen. Het beroep moet worden ingesteld binnen dertig dagen na de verzending van de inbedoelde aangetekende brief. 3 De Centrale Grondkamer, beslissende op een beroep, als bedoeld in het tweede lid, kan de akte wijzigen met uitzondering van bepalingen, welke voortvloeien uit de pachtverhouding, zoals deze door het plan van toedeling is komen vast te staan. 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 158 — Artikel 158#
Artikel 158 1 Partijen in een gehandhaafde pachtverhouding zenden, binnen dertig dagen, nadat het plan van toedeling is komen vast te staan, een nieuwe overeenkomst ter goedkeuring bij de grondkamer in. 2 De nieuwe overeenkomst eindigt op hetzelfde tijdstip als waarop de overeenkomst, waarvoor zij in de plaats treedt, zou zijn geëindigd. Indien laatstbedoelde overeenkomst voor de wettelijke duur gold, tekent de grondkamer op de nieuwe overeenkomst aan, dat deze verlengbaar zal zijn. 3 artikelen 156 157 Indien aan het bepaalde in het eerste lid niet is voldaan, vinden op verzoek van de meest gerede partijen deenovereenkomstige toepassing. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 159 — Artikel 159#
Artikel 159 1 artikel 207 Alle pachtovereenkomsten, welke ingevolge de bepalingen van deze titel tot stand komen, treden van rechtswege in werking op het tijdstip, waarop de inbedoelde akte van toedeling in de openbare registers wordt ingeschreven. Op hetzelfde tijdstip eindigen de pachtovereenkomsten, voor welke de eerstgenoemde pachtovereenkomsten in de plaats treden. 2 artikel 156 Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de rechtsverhoudingen, geregeld bij een akte, als bedoeld in. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 160 — Artikel 160#
Artikel 160 1 Titel 1 In elk blok worden de niet onderbegrepen beperkte rechten, het recht van huur en de lasten, welke met betrekking tot de onroerende zaken bestaan, geregeld of opgeheven onder regeling van de geldelijke gevolgen daarvan; ruilverkavelingsrenten, herverkavelingsrenten, reconstructierenten, herinrichtingsrenten en landinrichtingsrenten worden afgekocht overeenkomstig de daaromtrent geldende wettelijke bepalingen. 2 In het belang der herverkaveling kunnen beperkte rechten worden gevestigd. 3 artikel 146 artikel 43 van de onteigeningswet De hypotheken gaan met behoud van haar rang over op de kavels of gedeelten van kavels, welke in de plaats van de onroerende zaak, waarop zij rusten, worden toegedeeld. In de gevallen, voorzien in, oefenen de hypotheekhouder en degene, die op de zaak een recht van grondrente had, hun rechten uit op de wijze als omschreven in. 4 Conservatoire en executoriale beslagen gaan over op de kavels of gedeelten van kavels, welke in de plaats van de onroerende zaak, waarop zij gelegd zijn, worden toegedeeld, alsmede op de geldsommen, welke in de plaats van kavels of ter zake van onderbedeling worden toegekend. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 161 — Artikel 161#
Artikel 161 De landinrichtingscommissie stelt voor elk blok een zo volledig mogelijke lijst van rechthebbenden samen met vermelding van de aard en omvang van ieders recht. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 162 — Artikel 162#
Artikel 162 1 Met betrekking tot ieder blok wordt een stelsel van classificatie van de gronden, hierna te noemen stelsel van classificatie, vastgesteld. 2 Het stelsel van classificatie bevat: a. een algemene beschrijving van de aard, de kenmerken, het gebruik en zonodig de gesteldheid van de gronden; b. de indeling in klassen van de te schatten gronden; c. b voor elke onderbedoelde klasse de agrarische waarde per hectare, die als grondslag voor de toedeling zal dienen. 3 Het stelsel van classificatie bevat tevens de grondslagen en de uitgangspunten voor: a. de bepaling van de waardeverandering van de tot het blok behorende gronden en overige onroerende zaken als gevolg van de verwezenlijking van het landinrichtingsplan; b. de bepaling van de vergoedingen, die verband houden met de overgang van onroerende zaken; c. de schatting van de andere dan de agrarische waarde. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 163 — Artikel 163#
Artikel 163 Bij regeling van Onze Minister wordt het stelsel van classificatie vastgesteld. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 164 — Artikel 164#
Artikel 164 1 De landinrichtingscommissie benoemt de schatters, die onder haar leiding de eerste schatting zullen verrichten. 2 De landinrichtingscommissie kan zonodig voor de schatters één of meer plaatsvervangers benoemen. 3 De schatters treden steeds in oneven getale op. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 165 — Artikel 165#
Artikel 165 De schatters verrichten hun werkzaamheden met inachtneming van het stelsel van classificatie. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 166 — Artikel 166#
Artikel 166 Met betrekking tot ieder blok wordt, met inachtneming van het stelsel van classificatie een eerste schatting uitgevoerd, waarbij de gronden in klassen worden ingedeeld, en de gegevens met betrekking tot de inrichting van de gronden worden vastgelegd. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 167 — Artikel 167#
Artikel 167 De landinrichtingscommissie legt voor elk blok de uitkomsten van de eerste schatting vast in een register van schattingsuitkomsten en op een kaart waarop de klassegrenzen staan aangegeven. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 168 — Artikel 168#
Artikel 168 1 De landinrichtingscommissie legt op één of meer door haar te bepalen plaatsen gedurende een maand kosteloos voor een ieder ter inzage: a. de lijst van rechthebbenden; b. het register van schattingsuitkomsten met een kaart waarop de klassegrenzen en de gegevens met betrekking tot de inrichting der gronden zijn aangegeven. 2 Van de terinzagelegging geeft de landinrichtingscommissie tevoren openbare kennis in ten minste twee dag- of nieuwsbladen die in het gebied, waarin het blok is gelegen, worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze, alsmede bijzondere kennis bij aangetekende brief aan de haar bekende belanghebbenden. 3 De kennisgevingen houden mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van bezwaren. 4 Op het niet-ontvangen zijn van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan. 5 De landinrichtingscommissie stelt de lijst van rechthebbenden in haar geheel of in uittreksel tegen betaling van de kosten verkrijgbaar. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 169 — Artikel 169#
Artikel 169 artikel 168, eerste lid Na de terinzagelegging bedoeld in, kunnen de grenzen van een blok niet meer worden gewijzigd. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 170 — Artikel 170#
Artikel 170 1 artikel 168, eerste lid Uiterlijk veertien dagen na de laatste dag, waarop de in, bedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan iedere belanghebbende zijn bezwaren tegen de toekenning en omschrijving van rechten op de lijst van rechthebbenden en tegen de uitkomsten van de eerste schatting schriftelijk bij de landinrichtingscommissie indienen. 2 Na verloop van de in het eerste lid bepaalde termijn kunnen slechts zij als rechthebbende worden erkend, die voorkomen op de lijst van rechthebbenden of die tegen de daarop voorkomende toekenning of omschrijving van rechten bezwaren hebben ingediend, of hun rechtverkrijgenden. 3 artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek Rechtverkrijgende, als bedoeld in het tweede lid, is degene die een onroerende zaak, een beperkt recht of een recht als bedoeld inverkrijgt en waarvan de verkrijging blijkt uit in de openbare registers ingeschreven stukken, alsmede degene die onder algemene titel een recht van huur verkrijgt dat is vermeld op de lijst van rechthebbenden. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 171 — Artikel 171#
Artikel 171 artikel 170, eerste lid Indien daartegen binnen de termijn en op de wijze, in, bepaald, geen bezwaren zijn ingediend, staan de rechten, zoals zij op de lijst van rechthebbenden zijn omschreven en toegekend, en de uitkomsten van de eerste schatting vast. Daarvan maakt de landinrichtingscommissie proces-verbaal op. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 172 — Artikel 172#
Artikel 172 1 artikel 170, eerste lid Indien binnen de termijn en op de wijze in, bepaald, bezwaren zijn ingediend, onderzoekt de landinrichtingscommissie de bezwaren en tracht zij overeenstemming te bereiken. 2 De landinrichtingscommissie maakt omtrent ieder bezwaarschrift als bedoeld in het eerste lid en het daaromtrent verhandelde afzonderlijk procesverbaal op en zendt daarvan zo spoedig mogelijk afschrift aan degene, die het bezwaar heeft ingediend, alsmede aan de haar bekende belanghebbenden. 3 Voor zover overeenstemming is verkregen, wijzigt de landinrichtingscommissie zo nodig de lijst van rechthebbenden of het register van schattingsuitkomsten. De wijzigingen worden vermeld in de processen-verbaal als bedoeld in het tweede lid. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 173 — Artikel 173#
Artikel 173 artikel 170, eerste lid artikel 170, eerste lid De landinrichtingscommissie maakt omtrent ieder bezwaarschrift dat niet binnen de termijn of op de wijze in, bepaald, is ingediend, afzonderlijk proces-verbaal op waarin zij de redenen vermeldt op grond waarvan naar haar oordeel de indiening in strijd is met. Zij zendt daarvan zo spoedig mogelijk afschrift aan degene die het bezwaar heeft ingediend. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 174 — Artikel 174#
Artikel 174 artikel 168, eerste lid artikelen 171 172 173 De landinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de in, bedoelde stukken, van de ingediende bezwaarschriften en van de krachtens de,enopgemaakte processen-verbaal aan Onze Minister en aan de rechter-commissaris. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 175 — Artikel 175#
Artikel 175 1 artikelen 172 173 Zo spoedig mogelijk na ontvangst van een proces-verbaal, bedoeld in deofstelt de rechter-commissaris tijd en plaats vast voor de behandeling van de bezwaren. Hij doet hiervan mededeling aan de landinrichtingscommissie en aan Onze Minister. 2 artikel 173 De rechter-commissaris roept hen met wie omtrent hun bezwaar geen overeenstemming is verkregen en hen, wier bezwaren zijn opgenomen in een proces-verbaal als bedoeld in, alsmede de hem bekende belanghebbenden bij die bezwaren bij aangetekende brief op, om in persoon of bij schriftelijke gemachtigde bij de behandeling aanwezig te zijn. 3 In de oproeping wordt gewezen op het rechtsgevolg dat de wet aan het niet-bijwonen van de behandeling en aan het vaststaan van de rechten verbindt. 4 De behandeling vindt niet plaats dan nadat ten minste veertien dagen na het verzenden van de oproepingen zijn verstreken. 5 Op het niet-ontvangen zijn van de oproeping kan geen beroep worden gedaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 176 — Artikel 176#
Artikel 176 1 De rechter-commissaris tracht overeenstemming te verkrijgen omtrent de door hem te behandelen bezwaren. 2 artikel 201 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering Van de behandeling van de bezwaren door de rechter-commissaris maakt deel uit een plaatsopneming als bedoeld in, indien degene die bezwaar maakt dit wenst. 3 De rechter-commissaris doet zich bij de behandeling bijstaan door de griffier van de rechtbank. 4 Bij de behandeling zijn aanwezig één of meer vertegenwoordigers van Onze Minister, één of meer vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 5 Indien de behandeling niet op één dag kan aflopen, verdaagt de rechter-commissaris haar. Hij deelt het tijdstip van voortzetting mee aan hen, die verschenen zijn. Een nadere oproeping heeft niet plaats. 6 Tijdens de behandeling worden eerst de toekenning en de vaststelling van de rechten en daarna de schattingen behandeld. Van het verhandelde omtrent elk van beide onderwerpen maakt de rechter-commissaris een afzonderlijk proces-verbaal op, waarvan hij afschrift zendt aan Onze Minister en de landinrichtingscommissie. 7 Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde bij de behandeling van hun bezwaren aanwezig zijn, worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken. 8 Het zesde lid is niet van toepassing op hen, die binnen een week na de dag van de behandeling bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, hun niet-verschijnen verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken. 9 Indien de rechter-commissaris het beroep op overmacht gegrond acht, stelt hij een nadere dag voor de behandeling van de bezwaren vast. 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 01-02-2006
Artikel 177 — Artikel 177#
Artikel 177 1 Voor zover omtrent de toekenning, de aard en de omvang der rechten overeenstemming is verkregen, dan wel het in het zesde lid van het vorige artikel bedoelde geval zich voordoet, staan de rechten vast. 2 Partijen, tussen wie geen overeenstemming is verkregen, worden door de rechter-commissaris naar een door hem te bepalen zitting van de rechtbank verwezen. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 178 — Artikel 178#
Artikel 178 1 Voor zover de behandeling door de rechter-commissaris tot overeenstemming heeft geleid, wijzigt hij zonodig het register van schattingsuitkomsten. De rechter-commissaris maakt daarvan melding in het proces-verbaal. 2 Voor zover geschillen blijven bestaan, verwijst de rechter-commissaris de zaak naar een nader te bepalen zitting van de rechtbank. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 179 — Artikel 179#
Artikel 179 De rechtbank behandelt zaken betreffende de toekenning en de vaststelling van de rechten en de schattingen vóór elke andere, met uitzondering van die betreffende onteigening. Zaken betreffende de lijst van rechthebbenden worden behandeld voor zaken betreffende het register van schattingsuitkomsten. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 180 — Artikel 180#
Artikel 180 1 artikel 177, tweede lid Op de voor de behandeling van de bezwaren vastgestelde terechtzitting geven partijen wier zaken verwezen zijn ingevolge het bepaalde in, de gronden van hun beweringen en de middelen tot staving daarvan op bij conclusie, door een procureur ondertekend. Afschrift van de conclusie wordt op de terechtzitting in handen gesteld van de procureur van de wederpartij. 2 Desgewenst kunnen partijen op een uiterlijk veertien dagen hierna te stellen, door de rechtbank te bepalen dag hun conclusies bij pleidooi door een advocaat doen toelichten. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 181 — Artikel 181#
Artikel 181 1 artikel 180, eerste onderscheidenlijk tweede lid De rechtbank doet uiterlijk dertig dagen, nadat de in, bedoelde terechtzitting is gehouden, uitspraak. 2 Tegen de uitspraak staat uitsluitend het rechtsmiddel van cassatie open. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 182 — Artikel 182#
Artikel 182 1 De cassatie wordt ingesteld binnen dertig dagen te rekenen van de dag, waarop het vonnis is uitgesproken. 2 Zij geschiedt door een verklaring ter griffie van de rechtbank, die het vonnis heeft gewezen. 3 Deze verklaring wordt binnen veertien dagen met een ontwikkeling van de gronden der cassatie aan de tegenpartij betekend en gaat vergezeld van dagvaarding tegen de eerstvolgende terechtzitting na verloop van de in het volgende lid bepaalde termijn. 4 De tegenpartij is bevoegd te antwoorden binnen veertien dagen na de betekening ingevolge het vorige lid. 5 In de genoemde terechtzitting nemen de partijen haar conclusies, desverkiezende bij pleidooi, mits in dezelfde terechtzitting, nader te ontwikkelen. 6 Het openbaar ministerie neemt zijn conclusie uiterlijk veertien dagen na de terechtzitting. 7 Uiterlijk zes weken na de terechtzitting doet de Hoge Raad uitspraak. 8 De Hoge Raad zendt een afschrift van de uitspraak aan de rechter- commissaris. 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 183 — Artikel 183#
Artikel 183 1 Zodra omtrent alle bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden onherroepelijk is beslist, sluit de rechtbank deze lijst, na haar zo nodig overeenkomstig haar uitspraken, onderscheidenlijk de arresten van de Hoge Raad, te hebben gewijzigd. 2 Indien de uitspraak van de Hoge Raad een verwijzing naar een rechtbank behelst, dient de zaak binnen een maand na de uitspraak opnieuw aanhanging te worden gemaakt. 3 Indien de in het vorige lid bedoelde termijn wordt overschreden, wordt het bezwaar geacht te zijn ingetrokken. 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 01-02-2006
Artikel 184 — Artikel 184#
Artikel 184 Nadat alle rechten betreffende de tot een blok behorende onroerende zaken zijn komen vast te staan, worden zij met wie geen overeenstemming omtrent de uitkomsten der schattingen is verkregen, één of meer vertegenwoordigers van Onze Minister alsmede van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger door de griffier van de rechtbank bij aangetekende brief opgeroepen om te verschijnen op een door de rechtbank vastgestelde terechtzitting. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 185 — Artikel 185#
Artikel 185 1 artikel 184 Op de voor de behandeling van de bezwaren vastgestelde terechtzitting, als bedoeld in, lichten zij van wie zaken zijn verwezen hun standpunt, hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk gemachtigde mondeling toe. 2 De rechtbank hoort de bij het bezwaar betrokken haar bekende belanghebbenden, één of meer vertegenwoordigers van Onze Minister, één of meer vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger. 3 Uiterlijk dertig dagen na de in het eerste lid bedoelde terechtzitting doet de rechtbank uitspraak. 4 De rechtbank wijzigt zonodig het register van schattingsuitkomsten overeenkomstig haar uitspraak na de bij de wijziging betrokken belanghebbenden daarover te hebben gehoord. 5 De rechtbank sluit het register van schattingsuitkomsten nadat zij in alle geschillen daaromtrent heeft beslist. 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 01-02-2006
Artikel 186 — Artikel 186#
Artikel 186 Tegen de uitspraak van de rechtbank staat geen rechtsmiddel open, onverminderd de bevoegdheid van de procureur-generaal bij de Hoge Raad om zich in het belang der wet in cassatie te voorzien. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 187 — Artikel 187#
Artikel 187 1 artikel 177, tweede lid artikel 178, tweede lid Wet tarieven in burgerlijke zaken (Stb. 1960, 541) Voor een geding, voortvloeiende uit een verwijzing door de rechter-commissaris, als bedoeld in, en in, is alleen door de indiener van het bezwaarschrift, met wie geen overeenstemming is verkregen, vast recht, als bedoeld in de, verschuldigd. 2 De kosten van een geding, als bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de belanghebbende, met wie geen overeenstemming is verkregen, indien deze in het ongelijk is gesteld; ten laste van de gezamenlijke belanghebbenden, indien hij in het gelijk wordt gesteld. Indien de rechter daartoe termen vindt in de omstandigheden van het geding, kan hij de kosten geheel of voor een deel compenseren. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 188 — Artikel 188#
Artikel 188 Zodra de lijst van rechthebbenden en het register van schattingsuitkomsten zijn gesloten, geeft de rechter-commissaris hiervan kennis aan Onze Minister en aan de landinrichtingscommissie. Hij zendt een afschrift van de lijst van rechthebbenden aan de landinrichtingscommissie en aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 189 — Artikel 189#
Artikel 189 1 Artikel 129 Indien het belang van de landinrichting zulks vordert, kan de landinrichtingscommissie tot een blok behorende gronden tijdelijk in gebruik geven overeenkomstig een daartoe vastgesteld plan van tijdelijk gebruik.is van overeenkomstige toepassing. 2 Met betrekking tot het tijdelijk in gebruik geven van gronden zijn de ter zake van pacht geldende wettelijke bepalingen niet van toepassing. 3 b c artikel 142, eerste lid, aanhef en onderen b artikel 143, eerste lid, aanhef en onder Het plan van tijdelijk gebruik kan mede omvatten gronden die met toepassing van, dan wel, worden toegewezen aan het Rijk, openbare lichamen en rechtspersonen, mits de toewijzing vaststaat. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 190 — Artikel 190#
Artikel 190 1 De landinrichtingscommissie stelt voor het gehele blok of een gedeelte daarvan een ontwerp van een plan van tijdelijk gebruik op. 2 De landinrichtingscommissie legt het ontwerp gedurende veertien dagen voor een ieder ter kosteloze inzage op een of meer door haar te bepalen plaatsen. 3 Van de terinzagelegging geeft de landinrichtingscommissie tevoren openbare kennis in één of meer in het gebied waarop het ontwerp betrekking heeft, verspreide dag- of nieuwsbladen, en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze, alsmede bijzondere kennis bij aangetekende brief aan de haar bekende belanghebbende gebruiksgerechtigden. 4 De kennisgevingen houden mededeling in van de aan belanghebbende gebruiksgerechtigden toekomende bevoegdheid bezwaren tegen het ontwerp in te dienen. 5 Op het niet-ontvangen zijn van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 191 — Artikel 191#
Artikel 191 Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag waarop het ontwerp ter inzage heeft gelegen, kan iedere belanghebbende gebruiksgerechtigde schriftelijk zijn bezwaren indienen bij de landinrichtingscommissie. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 192 — Artikel 192#
Artikel 192 artikel 191 Indien binnen de termijn en op de wijze inbepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat het plan van tijdelijk gebruik vast. Daarvan maakt de landinrichtingscommissie proces-verbaal op. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 193 — Artikel 193#
Artikel 193 1 artikel 191 Indien binnen de termijn en op de wijze inbepaald bezwaren zijn ingediend, onderzoekt de landinrichtingscommissie de bezwaren en tracht zij overeenstemming te bereiken. 2 De landinrichtingscommissie maakt omtrent ieder bezwaarschrift en het daaromtrent verhandelde proces-verbaal op en zendt daarvan zo spoedig mogelijk afschrift aan degene, die het bezwaar heeft ingediend. 3 artikel 192 Indien in alle gevallen overeenstemming is verkregen vinden de bepalingen vanovereenkomstige toepassing. 4 Indien omtrent één of meer bezwaren geen overeenstemming is verkregen, of de landinrichtingscommissie van oordeel is, dat de bezwaren niet tijdig zijn ingediend, legt zij gelijktijdig het ontwerp, de betrokken bezwaarschriften alsmede de daaromtrent opgemaakte processen-verbaal, voorzien van haar beschouwingen ter beslissing voor aan de rechter-commissaris. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 194 — Artikel 194#
Artikel 194 1 artikelen 175 176 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op de behandeling van de bezwaren door de rechter-commissaris. 2 Na de behandeling van de bezwaren wijzigt de rechter-commissaris zo nodig het plan van tijdelijk gebruik en stelt dit vast. 3 Tegen de uitspraak van de rechter-commissaris staat geen rechtsmiddel open. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 195 — Artikel 195#
Artikel 195 1 Bij regeling van Onze Minister worden regels voor het plan van toedeling vastgesteld. 2 De regels, bedoeld in het eerste lid, bevatten de uitgangspunten voor: a. artikelen 133 137 de toedeling van de rechten met betrekking tot de gronden, voor zover deze niet op de voet van deenworden toegewezen; b. artikel 160 de inbedoelde regeling, opheffing of vestiging van de beperkte rechten, het recht van huur en lasten, welke met betrekking tot de onroerende zaken bestaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 196 — Artikel 196#
Artikel 196 1 artikel 195, eerste lid Met betrekking tot ieder blok ontwerpt de landinrichtingscommissie, met inachtneming van de regels, bedoeld in, een plan van toedeling. 2 Het plan van toedeling bevat: a. de kavelindeling; b. Titel 1 artikelen 133 137 de toedeling ingevolgevan rechten met betrekking tot de gronden, die niet ingevolge deenzijn toegewezen; c. Titel 2 artikel 153, tweede lid de ingevolgete handhaven, op te heffen en te vestigen pachtverhoudingen, onder vermelding van de in, bedoelde bepalingen inzake de duur en de verlengbaarheid van de pachtovereenkomst; d. artikel 160 de inbedoelde regeling, opheffing of vestiging van de beperkte rechten, het recht van huur en lasten, welke met betrekking tot de onroerende zaken bestaan; e. de bepalingen inzake de ingebruikneming van de kavels. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 197 — Artikel 197#
Artikel 197 In het plan van toedeling kunnen met toestemming van hen, die bevoegd zijn te beschikken ten aanzien van niet in het blok gelegen onroerende zaken, regelingen worden opgenomen betreffende grenswijzigingen, burenrechten en erfdienstbaarheden. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 198 — Artikel 198#
Artikel 198 De landinrichtingscommissie stelt op één of meer door haar te bepalen plaatsen en tijdstippen de eigenaren en gebruikers in de gelegenheid hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 199 — Artikel 199#
Artikel 199 1 Nadat met betrekking tot het blok: legt de landinrichtingscommissie het plan van toedeling gedurende een maand kosteloos voor een ieder ter inzage op één of meer door haar te bepalen plaatsen. a. de lijst van rechthebbenden in zoverre is komen vast te staan, dat nog uitsluitend het rechtsmiddel van cassatie kan worden toegepast; b. het register van schattingsuitkomsten is gesloten; c. het begrenzingenplan voor het gehele blok is vastgesteld; d. derde lid van artikel 151 het in hetlaatstbedoelde tijdstip is verstreken; e. artikel 198 toepassing heeft gevonden; 2 Van de terinzagelegging geeft de landinrichtingscommissie tevoren openbare kennis in ten minste twee dag- of nieuwsbladen die in het gebied, waarin het blok is gelegen, worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze alsmede bijzondere kennis bij aangetekende brief aan de haar bekende belanghebbenden. 3 De kennisgevingen houden mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van bezwaren. 4 Op het niet-ontvangen zijn van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 200 — Artikel 200#
Artikel 200 Uiterlijk veertien dagen na de laatste dag, waarop het plan van toedeling ter inzage heeft gelegen, kan iedere belanghebbende zijn bezwaren tegen het plan van toedeling schriftelijk bij de landinrichtingscommissie indienen. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 201 — Artikel 201#
Artikel 201 artikel 200 Indien daartegen binnen de termijn en op de wijze inbepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat het plan van toedeling vast. Daarvan maakt de landinrichtingscommissie proces-verbaal op, waarvan zij afschrift zendt aan de rechter-commissaris en Onze Minister. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 202 — Artikel 202#
Artikel 202 Op de behandeling van bezwaren zijn de navolgende artikelen van overeenkomstige toepassing: a. artikelen 172 173 174 de,en; b. artikel 175 , met dien verstande dat het derde lid als volgt wordt gelezen: In de oproeping wordt gewezen op het rechtsgevolg dat de wet aan het niet-bijwonen van de behandeling verbindt; c. artikel 176 , met uitzondering van het zesde lid, eerste volzin; d. artikelen 178 179, eerste volzin deen; e. artikel 185 , met dien verstande dat het vijfde lid als volgt wordt gelezen: de rechtbank stelt het plan van toedeling vast nadat zij in alle geschillen daaromtrent heeft beslist; f. artikelen 186 187 188, eerste volzin de,en. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 203 — Artikel 203#
Artikel 203 artikel 152 artikel 151 Indien overeenkomstig de arresten van de Hoge Raad inzake de bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden door de rechtbank wijzigingen in die lijst worden aangebracht, alsmede indien ingevolge het bepaalde inwijzigingen worden aangebracht in de registratie, bedoeld in, brengt de rechtbank de daardoor noodzakelijk geworden wijzigingen in het plan van toedeling aan. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 204 — Artikel 204#
Artikel 204 Op verzoek van de landinrichtingscommissie wordt degene, aan wie krachtens het plan van toedeling een onroerende zaak in eigendom of in gebruik toekomt, op bevelschrift van de rechter-commissaris desnoods door middel van de sterke arm bij voorraad in de macht daarvan gesteld. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 205 — Artikel 205#
Artikel 205 1 a artikel 199, eerste lid, onder De landinrichtingscommissie kan in afwijking van het bepaalde in, bepalen, dat de lijst van rechthebbenden, het register van schattingsuitkomsten en het plan van toedeling gelijktijdig zullen worden opgemaakt en ter inzage gelegd. 2 In het in het eerste lid bedoelde geval worden eerst de bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden en tegen het register van schattingsuitkomsten en vervolgens die tegen het plan van toedeling behandeld. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 206 — Artikel 206#
Artikel 206 1 Indien de behandeling van de bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden en tegen het register van schattingsuitkomsten wijziging van het ter inzage gelegde plan van toedeling noodzakelijk maakt, brengt de landinrichtingscommissie die wijziging in dat plan aan, zodra en voor zover de lijst van rechthebbenden en het register van schattingsuitkomsten zijn komen vast te staan. 2 De landinrichtingscommissie doet aan de betrokken belanghebbenden schriftelijk mededeling van de door haar in het plan van toedeling aangebrachte wijzigingen. Zij stelt de betrokken belanghebbenden in de gelegenheid uiterlijk veertien dagen na de verzending van die mededeling schriftelijke bezwaren tegen de aangebrachte wijzigingen bij haar in te dienen. 3 Voor zover in het geval, bedoeld in het tweede lid, bezwaren zijn ingediend, worden deze bezwaren te zamen met de eerder tegen het plan van toedeling ingediende bezwaren behandeld. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 207 — Artikel 207#
Artikel 207 1 artikelen 133 137 Zodra gedeputeerde staten de besluiten inzake de toewijzing, bedoeld in deenhebben genomen, het plan van toedeling vaststaat en de lijst van rechthebbenden door de rechtbank is gesloten, maakt een door de landinrichtingscommissie aangewezen notaris de akte van toedeling op. 2 artikelen 133 137 In de akte wordt opgenomen een kaart van het blok met aanwijzing van de kavels, de wegen en waterlopen en de gronden die op de voet van deenzijn toegewezen, een en ander voor zover gelegen binnen het blok. 3 In de akte worden voorts opgenomen: een en ander voor zover deze besluiten betrekking hebben op toewijzing in eigendom. a. artikelen 133 137 artikel 138, tweede lid artikel 138, vierde lid de in deenbedoelde besluiten, andere dan de in, bedoelde besluiten, voor zover deze niet door Ons ingevolge, zijn gewijzigd; b. artikel 138, vierde lid artikel 138, tweede lid Onze ingevolge, genomen besluiten, voor zover deze geen betrekking hebben op de in, bedoelde besluiten; 4 a b Artikel 20, eerste lid, van de Kadasterwet De omschrijving van de kavels, de wegen en de waterlopen, begrepen in de in het derde lid onderen, bedoelde besluiten, die op de in het tweede lid bedoelde kaart zijn afgebeeld en die daarop voorzien zijn van een nummer, geschiedt door vermelding van het nummer waarmee zij op die kaart voorkomen.is niet van toepassing voor zover het betreft het vermelden van de aard en de plaatselijke aanduiding zo deze er is, van onroerende zaken. 5 In de akte van toedeling worden tevens vermeld de hypotheken en de beslagen die door de inschrijving van de akte van toedeling niet meer blijven bestaan. 6 artikelen 18, eerste en vijfde lid b 24, tweede lid onder, en vierde lid, tweede zin, van de Kadasterwet Het bepaalde in de, en, is van overeenkomstige toepassing op de akte van toedeling. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 208 — Artikel 208#
Artikel 208 1 De akte van toedeling wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de voorzitter en de secretaris van de landinrichtingscommissie. 2 Zij geldt als titel voor de daarin omschreven rechten. Door de inschrijving van de akte in de openbare registers worden de daarin omschreven onroerende zaken en beperkte rechten verkregen. 3 Op grond van de akte wordt in de openbare registers bij elke hypothecaire inschrijving, onderscheidenlijk bij elke inschrijving van een beslag aangetekend, dat de hypotheek onderscheidenlijk het beslag in het vervolg zal rusten op de in de akte aangewezen kavels of gedeelten daarvan, dan wel op de rechten waaraan die kavels of gedeelten daarvan zijn onderworpen. 4 artikel 207, vijfde lid De bewaarder van het kadaster en de openbare registers haalt ambtshalve door de door de inschrijving van de akte van toedeling niet meer bestaande inschrijvingen van de in, bedoelde hypotheken en beslagen. 5 Kadasterwet b e artikelen 56tot en met 56van de Kadasterwet De bewaarder van het kadaster en de openbare registers zendt zo spoedig mogelijk per brief aan elke eigenaar van, alsmede aan elke beperkt gerechtigde met betrekking tot de onroerende zaak een kennisgeving van het resultaat van de bijhouding van de kadastrale registratie die op grond van de inschrijving van de akte plaatsvindt. De brief vermeldt de dag van de verzending alsmede de in de kadastrale registratie vermeld staande gegevens omtrent de rechten, de rechthebbenden, als bedoeld in de, de grootte en de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak, waarop de kennisgeving betrekking heeft. Dezijn niet van toepassing op de in de eerste zin bedoelde bijhouding. 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 1995 250 16-05-1995 26-04-1995 23780 17-05-1995
Artikel 209 — Artikel 209#
Artikel 209 Na de inschrijving van de akte van toedeling wordt hij, aan wie daarbij enige onroerende zaak in eigendom of gebruik is toegedeeld, op bevelschrift van de rechter-commissaris desnoods door middel van de sterke arm, in de macht daarvan gesteld. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 210 — Artikel 210#
Artikel 210 1 artikel 164 De landinrichtingscommissie geeft, op een tijdstip door haar te bepalen, aan de schatters, bedoeld in, opdracht tot het schatten van: a. b voor iedere eigenaar de verandering van de waarde van de gronden en de overige onroerende zaken als gevolg van de landinrichting, voor zover niet begrepen onder; b. 144, tweede lid de in artikel, bedoelde verandering van de waarde der gronden; c. bij overgang der onroerende zaken de verrekenposten tussen de oude en nieuwe eigenaar, te weten: 1°. 49 71 117 de waardeveranderingen, bedoeld in de artikelen,en, voor zover deze voor verrekening in aanmerking komen en daarmede bij de eerste schatting nog geen rekening is gehouden; 2°. de waarde der gebouwen, werken en beplantingen; 3°. de andere dan agrarische waarde der gronden; 4°. de overige zaken. 2 c c artikel 199, eerste lid De in het eerste lid, onder, sub 1°, 2° en 3°, bedoelde waarden worden vastgesteld naar het tijdstip van de in, bedoelde ter inzagelegging van het plan van toedeling. De schatting van de zaken bedoeld in het eerste lid, onder, sub 4°, kan zo nodig plaatsvinden naar het tijdstip van de kavelovergang. 3 Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de schatting wordt verricht. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 211 — Artikel 211#
Artikel 211 artikel 210 De landinrichtingscommissie gaat nadattoepassing heeft gevonden zo spoedig mogelijk over tot het opmaken van de lijst der geldelijke regelingen. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 212 — Artikel 212#
Artikel 212 1 De lijst der geldelijke regelingen houdt in: a. a artikel 210, eerste lid, onder de uitkomsten der schatting volgens, alsmede de zo nauwkeurig mogelijke opgave van de daaruit op grond van artikel 223, eerste lid, voortvloeiende kosten voor de betrokken eigenaren; b. b artikel 210, eerste lid, onder artikel 144, tweede lid de uitkomsten der schatting volgens, alsmede een opgave van de daarmede verband houdende geldelijke verrekeningen voor de betrokken eigenaren als gevolg van de toepassing van; c. een opgave van de geldelijke verrekeningen voor de betrokken eigenaren als gevolg van: 1°. 145 146, eerste en tweede lid de toepassing van de artikelenen; 2°. 146, vierde lid 150 de toepassing van de artikelen, en; 3°. artikel 160 de toepassing van; 4°. artikel 129 de toe te kennen schadevergoedingen, andere dan die bedoeld in; 5°. de overige zaken; d. c artikel 210, eerste lid, onder de uitkomsten der schatting volgens, alsmede een opgave van de daarmede verband houdende geldelijke verrekeningen tussen de oude en de nieuwe eigenaar. 2 b c artikel 185, vijfde lid Voor de bepaling van de in het eerste lid, onderen onder, sub 1°, bedoelde verrekening kunnen de waarden, zoals deze door de sluiting van het in, bedoelde register van schattingsuitkomsten zijn komen vast te staan, worden geactualiseerd met inachtneming van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 01-01-1998 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 213 — Artikel 213#
Artikel 213 1 De lijst der geldelijke regelingen wordt door de landinrichtingscommissie gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage gelegd op een door haar te bepalen plaats. 2 Artikel 199, tweede tot en met vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 De lijst der geldelijke regelingen wordt in haar geheel of in uittreksel tegen betaling der kosten beschikbaar gesteld. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 214 — Artikel 214#
Artikel 214 artikel 213 Uiterlijk de veertiende dag na de laatste dag, waarop de inbedoelde lijst der geldelijke regelingen ter inzage heeft gelegen, kan iedere belanghebbende schriftelijk zijn bezwaren tegen de lijst der geldelijke regelingen bij de landinrichtingscommissie indienen. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 215 — Artikel 215#
Artikel 215 artikel 214 Indien binnen de termijn en op de wijze in hetbepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat de lijst der geldelijke regelingen vast. Daarvan maakt de landinrichtingscommissie een proces-verbaal op. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 216 — Artikel 216#
Artikel 216 Op de behandeling van bezwaren zijn de navolgende artikelen van overeenkomstige toepassing: a. artikelen 172 173 174 de,en; b. artikel 175 , met dien verstande dat het derde lid als volgt wordt gelezen: In de oproeping wordt gewezen op het rechtsgevolg dat de wet aan het niet-bijwonen van de behandeling verbindt; c. artikelen 176 178 179 185, eerste-vierde lid 187 de, met uitzondering van het zesde lid, eerste volzin,,, eerste volzin,, en. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 217 — Artikel 217#
Artikel 217 1 Nadat zij omtrent alle geschillen betreffende de lijst der geldelijke regelingen heeft beslist, sluit de rechtbank de lijst der geldelijke regelingen. Zij geeft hiervan kennis aan Onze Minister en aan de landinrichtingscommissie. 2 Artikel 182 Tegen de uitspraak van de rechtbank bestaat behalve cassatie geen rechtsmiddel open.is van overeenkomstige toepassing. 3 Indien de cassatie, als bedoeld in het tweede lid leidt tot een vermindering van de schuldplichtigheid, worden de geldelijke gevolgen daarvan door het Rijk gedragen. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 218 — Artikel 218#
Artikel 218 De lijst der geldelijke regelingen, zoals zij door de rechtbank is gesloten, geldt als titel voor de daarin omschreven vorderingen. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 219 — Artikel 219#
Artikel 219 1 De landinrichtingscommissie kan bepalen dat het plan van toedeling en de lijst der geldelijke regelingen gelijktijdig zullen worden opgemaakt en ter inzage gelegd. Alsdan worden eerst de bezwaren tegen het plan van toedeling en vervolgens die tegen de lijst der geldelijke regelingen behandeld. 2 In de lijst der geldelijke regelingen dienen te worden opgenomen de geldelijke gevolgen van de behandeling van de bezwaren tegen het plan van toedeling. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 220 — Artikel 220#
Artikel 220 1 artikel 219 Indien bij toepassing vande behandeling van de bezwaren tegen het plan van toedeling wijzigingen van de ter inzage gelegde lijst der geldelijke regelingen noodzakelijk maakt, doet de landinrichtingscommissie de betrokken belanghebbenden schriftelijk mededeling van de geldelijke gevolgen, welke de behandeling van de bezwaren tegen het plan van toedeling heeft voor de lijst der geldelijke regelingen. 2 De landinrichtingscommissie stelt in dat geval de betrokken belanghebbenden in de gelegenheid uiterlijk veertien dagen na de verzending van die mededeling schriftelijk bezwaren tegen die geldelijke gevolgen in te dienen. 3 Voor zover in het geval, bedoeld in het tweede lid, bezwaren zijn ingediend, worden deze bezwaren tezamen met de eerder tegen de lijst der geldelijke regelingen ingediende bezwaren behandeld. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 220a — Artikel 220a#
Artikel 220a hoofdstukken 6 7 van de Algemene wet bestuursrecht artikelen 152, tweede lid 170, eerste lid 191 200 205, tweede lid 214 219, eerste lid artikel 157, tweede lid Deenzijn niet van toepassing ten aanzien van de bezwaren, bedoeld in de,,,,,, en, en van het beroep, bedoeld in. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 221 — Artikel 221#
Artikel 221 De kosten van landinrichting worden gedragen door het Rijk, andere openbare lichamen en eigenaren op de voet van de navolgende bepalingen. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 222 — Artikel 222#
Artikel 222 1 Ten laste van het Rijk komen de kosten van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, van het bijeenroepen en houden van vergaderingen en van het doen van openbare kennisgevingen. 2 artikel 146, derde lid artikelen 145 c 210, eerste lid, onder Eveneens komen ten laste van het Rijk vergoedingen welke voortvloeien uit de toepassing van het bepaalde in, en welke niet in de verrekening, bedoeld in deen, zijn begrepen. 3 artikel 35, tweede lid artikel 87, vierde lid Ten laste van andere openbare lichamen komen de kosten waartoe zij zich op grond van, en, dan wel anderszins bij overeenkomst, hebben verplicht. 4 Ten laste van de gezamenlijke eigenaren komen de kosten van landinrichting, die gemaakt zijn ten behoeve van het blok, voor zover deze niet gedekt worden door een rijksbijdrage of voor zover de betaling van deze lasten niet bij overeenkomst is verzekerd. Deze kosten worden uit ’s Rijks kas voorgeschoten volgens een door Ons vastgestelde regeling. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 223 — Artikel 223#
Artikel 223 1 a artikel 210, eerste lid, onder De kosten die ten laste van de gezamenlijke eigenaren komen worden omgeslagen over de kavels naar de mate van het nut, zoals bepaald op grond van de schatting bedoeld in, dat de landinrichting voor de eigenaar heeft gehad, met dien verstande dat a. geen heffing en invordering plaatsvindt indien de door een eigenaar verschuldigde kosten geringer zijn dan een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag; b. het door een eigenaar te betalen gedeelte der kosten, de waardevermeerdering als gevolg van landinrichting niet te boven gaat. 2 Terzake van het op grond van de lijst der geldelijke regelingen, zoals zij door de rechtbank is gesloten, door de eigenaar verschuldigde bedrag rust op de hem toegedeelde kavels onder de naam van "landinrichtingsrenten", verder te noemen rente, een schuldplichtigheid ten behoeve van het Rijk. 2004 215 25-05-2004 13-05-2004 28958 2004 275 24-06-2004 17-06-2004 01-07-2004
Artikel 224 — Artikel 224#
Artikel 224 1 artikel 223 De rente wordt geheven van degene die als bezitter, eigenaar of beperkt gerechtigde het genot heeft van één of meer toegedeelde kavels, bedoeld in. 2 artikel 230 In geval van vruchtgebruik op een toegedeelde kavel is de eigenaar van die kavel verplicht aan de vruchtgebruiker daarvan bij het eindigen van het recht van vruchtgebruik te vergoeden, hetgeen die vruchtgebruiker in verband met de vermindering van de waarde van de op de voet vanberekende rente geacht moet worden voor aflossing te hebben betaald. 3 In geval van het recht van opstal is de rente slechts verschuldigd, voor zover zodanig recht niet betreft het leggen en houden van leidingen in, op of boven de onroerende zaak van een ander. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 225 — Artikel 225#
Artikel 225 artikel 223, eerste lid De rente bedraagt zes percent van het ingevolge, verschuldigde bedrag. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 226 — Artikel 226#
Artikel 226 1 De rente wordt geheven over zesentwintig achtereenvolgende jaren, te beginnen met het kalenderjaar volgende op dat waarin de kennisgeving van het bedrag van die rente ter opneming in de kadastrale registratie door het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers is ontvangen. 2 artikel 230 Op verzoek van degene die als bezitter, eigenaar of beperkt gerechtigde het genot heeft wordt de rente voor de ten tijde van de indiening van het verzoek nog niet aangevangen kalenderjaren ineens voldaan met inachtneming van het bepaalde in. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 227 — Artikel 227#
Artikel 227 artikel 225 Het op de voet vanberekende bedrag van de verschuldigde rente wordt door de zorg van het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers in de kadastrale registratie bij de desbetreffende percelen opgenomen. 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 1994 125 01-03-1994 14-02-1994 23007 01-05-1994
Artikel 228 — Artikel 228#
Artikel 228 1 Indien een perceel wordt gesplitst, wordt de voor dat perceel vastgestelde rente van de nog niet aangevangen kalenderjaren verdeeld over de na de splitsing ontstane percelen naar verhouding van de grootten van die percelen volgens de kadastrale registratie. 2 Indien een perceel of een gedeelte daarvan wordt samengevoegd met een ander perceel of met een gedeelte daarvan, wordt de rente voor het door samenvoeging ontstane perceel voor de nog niet aangevangen kalenderjaren bepaald door samenvoeging van de rentebedragen die rusten op de bij die samenvoeging betrokken percelen of de gedeelten daarvan. 3 Artikel 227 vindt toepassing ten aanzien van rentebedragen die op de voet van het eerste of het tweede lid zijn bepaald. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 229 — Artikel 229#
Artikel 229 1 De rente wordt geheven en ingevorderd door of vanwege Onze Minister van Financiën. 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen Invorderingswet 1990 Stb. Stb. De heffing en de invordering van de rente geschieden met toepassing van de(1959, 301) en de(221) als ware die rente een rijksbelasting. 3 De rente wordt geheven bij wege van aanslag. Indien met betrekking tot een zelfde perceel twee of meer personen renteplichtig zijn kan de rente bij wege van één aanslag worden geheven ten name van één van hen. 4 Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 223 Bezwaar en beroep bedoeld inkunnen niet zijn gegrond op de stelling dat het op grond vanverschuldigde bedrag ten onrechte of te hoog is vastgesteld. 5 Indien met toepassing van de tweede volzin van het derde lid de aanslag ten name van één renteplichtige is gesteld kan: a. de ontvanger de aanslag op het gehele perceel verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige renteplichtigen; b. de renteplichtige die de aanslag heeft voldaan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn renteplicht verhalen op de overige renteplichtigen naar evenredigheid van ieders renteplicht. 6 b Van het vijfde lid, aanhef en onderdeel, kan bij overeenkomst worden afgeweken. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 230 — Artikel 230#
Artikel 230 1 Vóór of op 1 juli van elk jaar kan de rente over de nog niet ingetreden jaren worden afgekocht voor haar waarde op genoemde dag. 2 Ter berekening van die waarde wordt het over een jaar verschuldigde bedrag geacht op de eerste juli van dat jaar te verschijnen. De berekening geschiedt voorts naar de rentevoet van drie vijfachtste percent. 3 De verdere bepalingen omtrent de afkoop worden door Onze Minister van Financiën vastgesteld. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 231 — Artikel 231#
Artikel 231 1 artikelen 48 49 70 71 116 117 Overtreding van het bepaalde in de,,,,enwordt gestraft met geldboete van de derde categorie. 2 Het strafbare feit wordt als een overtreding beschouwd. 1988 77 11-02-1988 19803 1988 172 20-04-1988 30-04-1988
Artikel 232 — Artikel 232#
Artikel 232 1 Na beëindiging der werkzaamheden draagt de landinrichtingscommissie alle stukken, op de landinrichting betrekking hebbende, over aan Onze Minister. 2 Zodra de overdracht heeft plaatsgevonden is de landinrichtingscommissie van rechtswege ontbonden. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 233 — Artikel 233#
Artikel 233 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 234 — Artikel 234#
Artikel 234 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 235 — Artikel 235#
Artikel 235 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 236 — Artikel 236#
Artikel 236 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 237 — Artikel 237#
Artikel 237 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 238 — Artikel 238#
Artikel 238 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 239 — Artikel 239#
Artikel 239 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985
Artikel 240 — Artikel 240#
Artikel 240 1 artikel 241, tweede lid Wij behouden Ons voor te bepalen, dat een ruilverkaveling waartoe het besluit tot ruilverkaveling is genomen voor het krachtens, bepaalde tijdstip zal worden voltooid volgens de bepalingen van de Ruilverkavelingswet 1954, met dien verstande dat artikel 125 van die wet als volgt wordt gelezen: Artikel 125. - 1. De rente wordt geheven en ingevorderd door of vanwege Onze Minister van Financiën. 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen Invorderingswet 1990 Stb. Stb. De heffing en de invordering van de rente geschieden met toepassing van de(1959, 301) en de(221) als ware die rente een rijksbelasting. 3 Vervallen. 4 Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 117 Bezwaar en beroep bedoeld inkunnen niet zijn gegrond op de stelling dat het op grond vanverschuldigde bedrag ten onrechte of te hoog is vastgesteld. 5 Indien met toepassing van de tweede volzin van het derde lid de aanslag ten name van één renteplichtige is gesteld kan: a. de ontvanger de aanslag op het gehele perceel verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige renteplichtigen; b. de renteplichtige die de aanslag heeft voldaan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn renteplicht verhalen op de overige renteplichtigen naar evenredigheid van ieders renteplicht. 6 Vervallen. 7 Vervallen. 8 artikel 38 artikel 77 Hoofdstuk III, Titel 7 Indien ten aanzien van een voorontwerp van een rapport als bedoeld in het vorige lid inspraak heeft plaatsgevonden, kan Onze Minister bepalen dat deze inspraak in de plaats treedt van de inspraak bedoeld in, dan wel dat deze inspraak in de plaats treedt van de inspraak als bedoeld in, voortvloeiende uit de toepassing van. 9 Hoofdstuk III, Titel 7 Voor een gebied, waarvoor een rapport als bedoeld in artikel 34 van de Ruilverkavelingswet 1954 aan gedeputeerde staten is toegezonden, doch waarvoor de stemming als bedoeld in artikel 37 dier wet nog niet is gehouden treedt genoemd rapport in de plaats van het ontwerp-landinrichtingsplan zoals voorbereid op de wijze als bedoeld in. 10 Hoofdstuk III, Titel 7 Voor een gebied waarvoor een rapport als bedoeld in artikel 34 van de Ruilverkavelingswet 1954 door gedeputeerde staten is vastgesteld en waarvoor de in artikel 37 dier wet bedoelde stemming nog niet is gehouden, treedt het vorengenoemde rapport in de plaats van het landinrichtingsplan dat met toepassing vanis vastgesteld. 11 Hoofdstuk III, Titel 2 De ingevolge artikel 51 van de Ruilverkavelingswet 1954 benoemde plaatselijke commissie wordt beschouwd als landinrichtingscommissie als bedoeld in. 12 Vervallen. 13 artikel 241, tweede lid Onze Minister kan voor ruilverkavelingen waartoe het besluit tot ruilverkaveling is genomen voor het krachtens, bepaalde tijdstip procedure-onderdelen en proceduremomenten ingevolge de Ruilverkavelingswet 1954 gelijkstellen aan procedureonderdelen en proceduremomenten ingevolge deze wet. 14 Op ruilverkavelingen waartoe is besloten vóór 1 juli 1975 blijven de artikelen 119, 121 en 127, van de Ruilverkavelingswet 1954, zoals zij voor dat tijdstip luidden, van toepassing. 15 Vervallen. 16 de Ontgrondingenwet is niet van toepassing op het uitvoeren van ruilverkavelingen, als bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van ontgrondingen welke geschieden ter verkrijging van het voor de werken nodige bodemmateriaal. 17 artikel 14 van de Pachtwet Stb. Geldig is een beding in een pachtovereenkomst, als bedoeld in(1958, 37), ingevolge hetwelk de lasten, welke de verpachter krachtens een ruilverkaveling, als bedoeld in het eerste lid, zijn opgelegd ten dele ten laste van de pachter komen. 18 artikel 6 van de Wet agrarisch grondverkeer Een overeenkomst tot vervreemding van land, als bedoeld inwordt goedgekeurd, indien het een ruilverkavelingsovereenkomst als bedoeld in artikel 4 van de Ruilverkavelingswet 1954 betreft, welke voldoet aan door Onze Minister te stellen eisen. 19 De ruilverkaveling Tubbergen waarvoor het besluit tot ruilverkaveling is genomen op 21 december 1971, wordt niet in uitvoering genomen. 20 veertiende lid, de artikelen 224 226, tweede lid 227 tot en met 230 Op nog ingevolge de bepalingen van de Ruilverkavelingswet 1954 verschuldigde ruilverkavelingsrente zijn, onverminderd het bepaalde in het,, envan overeenkomstige toepassing. 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 2004 223 27-05-2004 22-04-2004 28-05-2004 Treedt in werking onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke referendumwet.
Artikel 241 — Artikel 241#
Artikel 241 1 Deze wet kan worden aangehaald als: Landinrichtingswet. 2 Zij treedt in werking op een door Ons nader te bepalen tijdstip. 1985 299 09-05-1985 15907 1985 520 08-10-1985 26-09-1985 15-10-1985