Wet van 11 september 1985, houdende regelen betreffende de overgang van personeel van het Staatsbedrijf der PTT en de Rijkspostspaarbank naar de Postbank N.V.
- BWB-id
- BWBR0003843
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003843
- ELI
- /eli/nl/wet/1985/personeelswet-postbank-n-v
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1985/personeelswet-postbank-n-v/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003843&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003843&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003843/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1985/personeelswet-postbank-n-v
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. Staatsbedrijf: het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie; b. artikel 7 van de Postwet Stb. overgangsdatum: de datum waarop1954 (592) vervalt en de Rijkspostspaarbank wordt opgeheven; c. personeelslid: degene, die op de dag voor de overgangsdatum in dienst is van het Staatsbedrijf of van de Rijkspostspaarbank, hetzij als ambtenaar, hetzij op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, en die werkzaam is bij de Postcheque- en Girodienst of de Rijkspostspaarbank. 1985 511 11-09-1985 18347 1985 557 21-10-1985 28-10-1985
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ieder personeelslid heeft het recht om in dienst te treden bij de Postbank N.V. op een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht ingaande op de overgangsdatum. 2 Een arbeidsovereenkomst, als in het eerste lid bedoeld, geldt voor onbepaalde tijd indien het personeelslid was aangesteld in vaste dienst, dan wel werkzaam was voor onbepaalde tijd op arbeidsovereenkomst. 3 De arbeidsovereenkomst geldt voor de niet verstreken tijd van de tijdelijke dienst of de arbeidsovereenkomst, indien het personeelslid was aangesteld of werkzaam was op arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd. 4 De arbeidsovereenkomst betreft een functie die overeenkomt met de functie die het personeelslid laatstelijk vervulde in dienst van het Staatsbedrijf dan wel de Rijkspostspaarbank, behoudens ten aanzien van enkele nader door Onze Ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Financiën te bepalen functies. 5 De voorwaarden van de arbeidsovereenkomst zullen in het algemeen niet ongunstiger zijn dan die welke voor het personeelslid golden uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij het Staatsbedrijf dan wel de Rijkspostspaarbank. 6 De Postbank N.V. is gehouden de arbeidsovereenkomst aan te gaan zonder nadere selectie of keuring. 7 Door het tot stand komen van de arbeidsovereenkomst is het personeelslid met ingang van de overgangsdatum van rechtswege eervol ontslagen uit de dienst van het Staatsbedrijf dan wel van de Rijkspostspaarbank. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, zevende lid c Stb. Stb. Pensioen- en Spaarfondsenwet Met ingang van de overgangsdatum verkrijgen de in, bedoelde personeelsleden aanspraken jegens een door de Postbank N.V. aan te wijzen instelling, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder, van de1952 (275), die gelijkwaardig zijn aan die welke deze personeelsleden op voornoemde datum krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet 1979 (679) hebben jegens het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, en neemt voornoemde instelling de daarmee verband houdende verplichtingen op zich. 2 De aanspraken van de in het eerste lid bedoelde personen krachtens de Algemene Burgerlijke Pensioenwet en de daaruit voortvloeiende verplichtingen van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds jegens die personen vervallen op de overgangsdatum. 3 De directie van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds draagt op de overgangsdatum aan de in het eerste lid bedoelde instelling een bedrag aan middelen over waarvan Onze Ministers van Economische Zaken en Klimaat, van Financiën en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk, de directie van het fonds en de Commissie bedoeld in artikel L 16 van de Algemene burgerlijke pensioenwet gehoord, de hoogte bepalen aan de hand van de rechten die krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet bij het fonds zijn opgebouwd ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde personen, rekening houdend met de actuariële gevolgen voor het fonds van de uittreding van de in het eerste lid bedoelde personen. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Financiën geven in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties regelen omtrent de behandeling van bezwaren van een personeelslid tegen de overgang naar de Postbank N.V. 2 artikelen 2 3 Onze Ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Financiën geven in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties regelen met betrekking tot de uitvoering van het in deenbepaalde. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Deze wet kan worden aangehaald als: Personeelswet Postbank N.V. 2 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1985 511 11-09-1985 18347 1985 557 21-10-1985 28-10-1985