Wet van 5 september 1984, houdende regelen ter bevordering van de stads- en dorpsvernieuwing
- BWB-id
- BWBR0003709
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2007-04-01 t/m 2008-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003709
- ELI
- /eli/nl/wet/1985/wet-op-de-stads-en-dorpsvernieuwing
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1985/wet-op-de-stads-en-dorpsvernieuwing/2007-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003709&g=2007-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003709&z=2026-06-06&g=2007-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003709/2007-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1985/wet-op-de-stads-en-dorpsvernieuwing
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet wordt onder stads- en dorpsvernieuwing verstaan de stelselmatige inspanning zowel op stedebouwkundig als op sociaal, economisch, cultureel en milieuhygiënisch gebied, gericht op behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van bebouwde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied. 2 Waar hierna in deze wet wordt gesproken van stadsvernieuwing, al dan niet in verbinding met andere zelfstandige naamwoorden, wordt voor zover van toepassing dorpsvernieuwing daaronder mede begrepen. 3 Voorts wordt in deze wet verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; b. Woningwet gebouw, bouwen, bouwvergunning, verbeteren en slopen: hetgeen daaronder in dewordt verstaan. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Staatsblad De in deze wet voorziene algemene maatregelen van bestuur treden niet eerder in werking dan twee maanden na de dagtekening van het, waarin de desbetreffende besluiten zijn geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld aan de Staten-Generaal mededeling gedaan. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Onze Minister verricht het nodige ter voorbereiding van de bepaling van het regeringsbeleid inzake de stadsvernieuwing. Hij draagt ervoor zorg dat het beleid van Onze onderscheidene Ministers op het gebied van de stadsvernieuwing een samenhangend geheel vormt. 2 Ter uitvoering van het eerste lid doet Onze Minister jaarlijks ter gelegenheid van de aanbieding van de Rijksbegroting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal toekomen: a. een overzicht van de op stadsvernieuwing betrekking hebbende posten in de onderscheidene hoofdstukken van de Rijksbegroting, vergezeld door een overzicht van de aard en omvang van de behoefte aan stadsvernieuwing en van de ter bevordering van voorziening in deze behoefte van rijkswege te nemen maatregelen; b. een voor het desbetreffende begrotingsjaar bijgesteld programma van in de komende vijf jaren door de Regering te ontplooien activiteiten ten behoeve van de stadsvernieuwing en van van rijkswege voor de stadsvernieuwing ten laste van de onderscheidene hoofdstukken van de rijksbegroting ter beschikking te stellen bijdragen, vergezeld door een verslag van het door de regering gevoerde beleid en van de voortgang van de stadsvernieuwing; c. b een voor het desbetreffende begrotingsjaar bijgestelde raming van de kosten, verbonden aan de uitvoering van het onderbedoelde programma. 1994 138 14-02-1994 23417 1994 882 27-10-1994 14-12-1994 01-01-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1997 226 12-06-1997 30-05-1997 25044 1997 682 23-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Gedeputeerde Staten bevorderen de coördinatie tussen de stadsvernieuwing en de regionale ontwikkeling van de provincie. 2 artikel 53 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Onverminderd het bepaalde inis er ten behoeve van het overleg en de advisering over zaken betreffende de stadsvernieuwing in elke provincie een provinciale stadsvernieuwingscommissie. In deze commissie hebben vertegenwoordigers in de provincie van bij stadsvernieuwing betrokken rijksdiensten in elk geval zitting. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1986 47 19-02-1986 19255 1986 48 19-02-1986 01-03-1986
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De gemeenteraad kan voor een bepaald gedeelte of voor bepaalde gedeelten van het gemeentelijk grondgebied, die daarvoor naar zijn mening in aanmerking komen: a. afdelingen 2 3 een leefmilieuverordening vaststellen, zulks overeenkomstig hetgeen dienaangaande is bepaald in deenvan dit hoofdstuk; b. afdelingen 2 4 een stadsvernieuwingsplan vaststellen, zulks overeenkomstig hetgeen dienaangaande is bepaald in deenvan dit hoofdstuk. 2 Het bepaalde in dit artikel laat de bevoegdheid van de gemeenteraad onderscheidenlijk burgemeester en wethouders om overeenkomstig andere wettelijke voorschriften maatregelen in het belang van de stadsvernieuwing te nemen onverlet. Evenmin beperkt het de mogelijkheid om in datzelfde belang langs andere weg te komen tot uitvoering van werken en werkzaamheden ter verbetering van woningen, andere gebouwen en derzelver omgeving. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een leefmilieuverordening strekt tot wering van dreigende en tot stuiting van reeds ingetreden achteruitgang van de woon- en werkomstandigheden in en het uiterlijk aanzien van het bij die verordening aangewezen gebied of de daarbij aangewezen gebieden. 2 Voor een aanwijzing, als in het eerste lid bedoeld, komen slechts in aanmerking gebieden, welke in hoofdzaak worden gebezigd voor bewoning, het midden- en kleinbedrijf of kantoren of voor een samenstel van twee of meer van deze doeleinden. 3 Bij een leefmilieuverordening kunnen uitsluitend ter verwezenlijking van het in het eerste lid vermelde doel voorschriften worden gegeven zowel ten aanzien van op te richten of door verbouwing tot stand te brengen bouwwerken en de toelaatbaarheid van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden als ten aanzien van het gebruik van gronden en opstallen. 4 De verordening behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van een leefmilieuverordening isvan toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. De kennisgeving, bedoeld in, wordt tevens in de Staatscourant geplaatst. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De gemeenteraad beslist binnen twaalf weken na afloop van de ingenoemde termijn omtrent de vaststelling van de leefmilieuverordening. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 10, derde volzin Een leefmilieuverordening, die afwijkt van de ontwerp-verordening, zoals deze ter inzage heeft gelegen, ligt gedurende zes weken ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage. De tervisielegging geschiedt zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit. De nederlegging wordt bekendgemaakt op de wijze, inen, aangegeven. De bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het kenbaar maken van bedenkingen. 2 Een ieder, die bedenkingen heeft tegen wijzigingen, kan deze gedurende de in het eerste lid genoemde termijn van terinzageligging bij gedeputeerde staten kenbaar maken. 2005 705 27-12-2005 14-12-2005 30134 2005 705 27-12-2005 14-12-2005 30134 28-12-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De leefmilieuverordening wordt na vaststelling zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit aan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten onderworpen. 2 artikel 13, eerste lid Artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien, toepassing heeft gevonden, wordt het besluit omtrent goedkeuring binnen dertien weken na afloop van de in dat lid genoemde termijn van terinzagelegging bekendgemaakt. Alvorens te besluiten horen gedeputeerde staten de provinciale stadsvernieuwingscommissie en zo nodig de provinciale planologische commissie.is niet van toepassing. De goedkeuring kan worden onthouden indien de ingediende bedenkingen daartoe aanleiding geven dan wel wegens strijd met het belang van de stadsvernieuwing. 3 Van het besluit omtrent goedkeuring wordt door toezending van een afschrift mededeling gedaan aan de provinciale stadsvernieuwingscommissie en zo nodig de provinciale planologische commissie. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 10:31, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht De verordening wordt bekendgemaakt binnen vier weken na de dag waarop het besluit tot goedkeuring is bekendgemaakt dan wel het besluit tot goedkeuring ingevolgegeacht wordt te zijn genomen. Hiervan wordt mededeling gedaan aan gedeputeerde staten. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Planologische maatregelen welke gelden in een gebied waarvoor een leefmilieuverordening tot stand is gekomen, blijven - behoudens intrekking - van kracht voorzover zij niet met die verordening in strijd zijn. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 44 van de Woningwet Onverminderd het bepaalde inmoet de bouwvergunning eveneens worden geweigerd, indien het bouwwerk, waarop de aanvraag betrekking heeft, in strijd zou zijn met bepalingen van een leefmilieuverordening. 2 artikel 44 van de Woningwet artikel 26 In afwijking van het bepaalde inkan de bouwvergunning geweigerd worden indien burgemeester en wethouders toepassing hebben gegeven aan het bepaalde in, doch geen bankgarantie is verleend. 3 artikel 56a van de Woningwet Indien de aanvraag om bouwvergunning strekt tot vergunningverlening in twee fasen als bedoeld in, hebben het eerste en het tweede lid slechts betrekking op de bouwvergunning eerste fase. 2001 518 08-11-2001 18-10-2001 26734 2002 582 05-12-2002 28-11-2002 01-01-2003
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikelen 50, eerste lid 51, eerste lid, van de Woningwet Onverminderd het bepaalde in de, enhouden burgemeester en wethouders de beschikking eveneens aan, indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en voor het gebied, waarin het bouwwerk zal worden uitgevoerd, voordat de aanvraag is binnengekomen, een ontwerp voor een leefmilieuverordening of voor een herziening daarvan ter inzage is gelegd dan wel een zodanige verordening of een herziening daarvan is vastgesteld. 2 artikelen 12 14, tweede lid De aanhouding duurt totdat de termijnen bedoeld in deof, zijn overschreden of omtrent de goedkeuring van de verordening of de herziening daarvan onherroepelijk is beslist. 3 Artikel 50, vierde, vijfde en zesde lid, van de Woningwet is van overeenkomstige toepassing. 4 Na de in het tweede lid bedoelde beëindiging van de aanhouding verlenen burgemeester en wethouders de bouwvergunning binnen vier weken na de beëindiging van de aanhouding. 5 artikel 56a van de Woningwet Indien de aanvraag om bouwvergunning strekt tot vergunningverlening in twee fasen als bedoeld in, hebben het eerste en het tweede lid slechts betrekking op de bouwvergunning eerste fase. 2005 705 27-12-2005 14-12-2005 30134 2005 705 27-12-2005 14-12-2005 30134 28-12-2005
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Indien en voorzover blijkt, dat een belanghebbende ten gevolge van de bepalingen van een leefmilieuverordening schade lijdt of zal lijden, isvan overeenkomstige toepassing. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 In gebieden, waarvoor een leefmilieuverordening geldt is het verboden te slopen zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (sloopvergunning). 2 Geen sloopvergunning krachtens deze wet is vereist voor het slopen: a. artikel 13 van de Woningwet artikel 1a 1b 7b 13 40 45, zevende lid 120 van die wet ingevolge een besluit van burgemeester en wethouders als bedoeld indan wel ingevolge een besluit van burgemeester en wethouders tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom wegens overtreding van het bepaalde bij of krachtens,,,,,, of; b. artikel 43 van de Woningwet van bouwwerken als bedoeld in. 3 In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, kan de gemeenteraad bij de leefmilieuverordening bepalen, dat het verbod om zonder vergunning te slopen slechts van toepassing is in bepaalde gedeelten van de in dit artikel bedoelde gebieden. 2007 27 23-01-2007 21-12-2006 29392 2007 111 27-03-2007 16-03-2007 01-04-2007
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De sloopvergunning mag worden geweigerd, indien bouwvergunning kan worden verleend voor een in plaats van het te slopen bouwwerk op te richten bouwwerk, doch deze vergunning nog niet is aangevraagd. 2 Monumentenwet 1988 De sloopvergunning moet worden geweigerd, indien vergunning voor het slopen van het bouwwerk ingevolge de, een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze vergunning niet is verleend. 1999 302 20-07-1999 01-07-1999 25311 2000 7 13-01-2000 24-12-1999 03-04-2000
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikelen 46, vierde tot en met zevende lid 47 van de Woningwet Burgemeester en wethouders beslissen omtrent een aanvraag om sloopvergunning binnen twaalf weken na de dag waarop zij de aanvraag hebben ontvangen. De, enzijn van overeenkomstige toepassing. 2 In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders de beslissing aanhouden, indien voor een in plaats van het te slopen bouwwerk op te richten bouwwerk bouwvergunning is aangevraagd, doch op de aanvrage nog niet is beslist. 3 De aanhouding duurt totdat onherroepelijk op de aanvrage om bouwvergunning, bedoeld in het tweede lid, is beslist. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Voor een gebied waarvoor een leefmilieuverordening geldt, worden door burgemeester en wethouders voorschriften gegeven omtrent: a. de inrichting van aanvragen om sloopvergunning; b. de overdraagbaarheid van deze vergunning. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikelen 20-24 artikel 12 Dezijn van overeenkomstige toepassing op die delen van de gemeente waarvoor een ontwerp voor een leefmilieuverordening ter inzage is gelegd of een zodanige verordening is vastgesteld, met dien verstande echter, dat het verbod om zonder vergunning te slopen van rechtswege vervalt, indien de termijn bedoeld inis overschreden dan wel Gedeputeerde Staten goedkeuring aan de verordening hebben onthouden. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 20 25 Het verlenen van een bouwvergunning voor een bouwwerk, dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen een gebied, waar het op grond vandan welverboden is om zonder vergunning te slopen en dat sloping van een bestaand bouwwerk zou medebrengen, kan afhankelijk worden gesteld van een bankgarantie ten bedrage van ten hoogste eenvijfde gedeelte van de door burgemeester en wethouders geschatte bouwkosten. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 c artikel 59, eerste lid, onder, van de Woningwet artikel 26 In afwijking van het bepaalde inkunnen burgemeester en wethouders in een bouwvergunning als bedoeld ineen termijn opnemen waarbinnen met de werkzaamheden moet begonnen zijn. Deze termijn mag niet korter zijn dan twaalf weken na de dagtekening van de vergunning. Burgemeester en wethouders kunnen deze termijn op verzoek van de vergunninghouder verlengen. 2 artikel 26 De bankgarantie bedoeld ineindigt in elk geval op het tijdstip waarop metterdaad met de bouw is begonnen. 3 Indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn of verlengde termijn niet met de werkzaamheden is begonnen, kunnen burgemeester en wethouders het bedrag, waarvoor de garantie is gesteld, aan de gemeente doen uitbetalen; tevens kunnen zij de bouwvergunning intrekken. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 20 25 Artikel 27, eerste lid De eigenaar van grond of de rechthebbende op een beperkt recht waaraan grond is onderworpen, die geheel of gedeeltelijk is gelegen in een gebied, waar het op grond vandan welverboden is zonder vergunning te slopen en waarop door zijn toedoen zonder vergunning een bouwwerk is gesloopt, is, indien bouwvergunning kan worden verleend voor een in de plaats van het gesloopte bouwwerk op te richten bouwwerk, verplicht deze vergunning binnen zes maanden na de sloop aan te vragen. Burgemeester en wethouders kunnen deze termijn op verzoek van de eigenaar verlengen., is van overeenkomstige toepassing. 1989 492 25-10-1989 20503 1991 609 04-12-1991 1990 90 20-02-1990 01-01-1992
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Burgemeester en wethouders kunnen besluiten in een gebied, waarvoor een leefmilieuverordening geldt tijdelijk, in het besluit nader omschreven voorzieningen te treffen met het oog op de verbetering van de woon- en werkomstandigheden in of het uiterlijk aanzien van dat gebied. 2 De voorzieningen bedoeld in het eerste lid, worden alleen getroffen op grond, welke onmiddellijk vóórdien reeds gedurende enige tijd niet of niet noemenswaard voor een bepaald doeleinde in gebruik was. Werken en werkzaamheden ten behoeve van deze voorzieningen worden niet uitgevoerd alvorens over de inhoud en vormgeving daarvan met de direct betrokkenen in het gebied overleg is gepleegd. 3 Rechthebbenden ten aanzien van gronden alwaar voorzieningen als bedoeld worden getroffen, moeten, voorzover ter zake met de gemeente geen overeenstemming is bereikt, de uitvoering alsmede het in stand blijven daarvan gedogen. Indien zij dientengevolge schade lijden wordt deze desverzocht door de kantonrechter - met inachtneming van het bedrag, dat in geval van huur en verhuur redelijkerwijs als huurprijs zou zijn verschuldigd - vastgesteld en vervolgens door de gemeente vergoed. 4 Indien de rechthebbende ten aanzien van grond, waarop voorzieningen zijn getroffen daarop een bouwwerk wil oprichten, dat niet in strijd is met de ter plaatse geldende bouwvoorschriften, of die grond in gebruik wil nemen voor enig doeleinde, waartegen de leefmilieuverordening noch een ander wettelijk voorschrift zich verzet, worden de voorzieningen van gemeentewege ongedaan gemaakt. 5 De voorzieningen worden eveneens onverwijld van gemeentewege ongedaan gemaakt, indien de rechthebbende ten aanzien van de grond zulks, nadat de leefmilieuverordening heeft opgehouden te gelden, aan burgemeester en wethouders verzoekt. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Een leefmilieuverordening geldt voor een daarbij te stellen termijn van ten hoogste vijf jaar. Het besluit tot verlenging behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. 2 artikelen 10–15 Ten aanzien van de herziening en intrekking van een leefmilieuverordening zijn devan overeenkomstige toepassing 1999 302 20-07-1999 01-07-1999 25311 2000 7 13-01-2000 24-12-1999 03-04-2000
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening hoofdstukken IV V VII VIII IXA van de Wet op de Ruimtelijke Ordening hoofdstuk IV van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 hoofdstukken IV V van de Wet op de Ruimtelijke Ordening Een stadsvernieuwingsplan strekt tot behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van het daarin begrepen gebied. Het wordt voor de toepassing van deze en andere wetten gelijkgesteld met een bestemmingsplan, als bedoeld in. De,,,enalsmedezijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in deenin plaats van "de provinciale planologische commissie" telkenmale wordt gelezen: de provinciale stadsvernieuwingscommissie en zo nodig de provinciale planologische commissie. 2003 189 13-05-2003 03-04-2003 28651 2003 213 22-05-2003 16-05-2003 23-05-2003
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Bij een stadsvernieuwingsplan kunnen gebieden worden aangewezen, waarbinnen de woningen en andere gebouwen, alsmede bouwwerken, niet zijnde gebouwen, voor het merendeel uit het oogpunt van woongerief, gebruiksmogelijkheden of anderszins niet of niet meer aan de daaraan te stellen eisen voldoen en hetzij door middel van verbetering, verbouwing, samenvoeging of op andere wijze dienen te worden gemoderniseerd, hetzij door gelijksoortige bebouwing van gelijke of nagenoeg gelijke bouwmassa dienen te worden vervangen. 2 Zolang de binnen een ingevolge het eerste lid aangewezen gebied gelegen woningen en andere gebouwen, alsmede bouwwerken, niet zijnde gebouwen, niet zijn gemoderniseerd, dan wel vervangen, wordt het gebruik daarvan geacht af te wijken van het plan. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Een stadsvernieuwingsplan gaat vergezeld van een uitvoeringsschema. Dit geeft aan: a. de volgorde, waarin aan de verschillende onderdelen van het plan naar het oordeel van burgemeester en wethouders uitvoering zou moeten worden gegeven; b. het tijdstip, waarop naar het oordeel van burgemeester en wethouders de uitvoering van het plan of van onderdelen daarvan uiterlijk zou moeten zijn voltooid; c. de termijn, waarbinnen burgemeester en wethouders ernaar streven dat de bestemming zal worden verwezenlijkt van gronden, die bij het plan zijn aangewezen voor doeleinden van openbaar nut; d. de raming van de kosten, welke de uitvoering van het plan, naar tijdsvolgorde onderscheiden, zal medebrengen en van de opbrengsten, die daarmede zullen worden verkregen, alsmede de wijze waarop in de dekking van een eventueel tekort zal worden voorzien en voorts een overzicht van de te verwachten financiële tekorten die mochten ontstaan door de uitvoering van maatregelen, die als gevolg van het plan buiten het plangebied zullen worden uitgevoerd; e. de wijze, waarop burgemeester en wethouders voornemens zijn de bevolking bij de uitvoering van het plan of van onderdelen daarvan te betrekken; f. de wijze, waarop burgemeester en wethouders zich voorstellen om gedurende de uitvoering van het plan de belangen van personen of groepen, die doordat zij hun woning of ander gebouw tijdelijk niet kunnen gebruiken of anderszins door die uitvoering worden getroffen, te behartigen; g. de wijze, waarop burgemeester en wethouders zich voorstellen, zo nodig, van gemeentewege te voorzien in de huisvesting van hen, die ten gevolge van de uitvoering van het plan niet in hun oorspronkelijke woongelegenheid kunnen terugkeren alsmede de wijze, waarop het gemeentebestuur zich voorstelt, in vergelijkbaar geval het bedrijfsleven hulp en zo nodig geldelijke steun te bieden bij het vinden, respectievelijk innemen van een vestigingsplaats elders; h. welke andere maatregelen ten behoeve van de uitvoering van het plan, onder meer op het gebied van het specifieke welzijn en op economisch en milieuhygiënisch gebied, burgemeester en wethouders zich voorstellen, dat van gemeentewege of door anderen met instemming van de gemeente zullen worden genomen. 2 Het uitvoeringsschema bevat voorts een beschrijving van de in het plan begrepen, voor modernisering of vervanging in aanmerking komende gebouwen, en geeft ten aanzien daarvan in elk geval aan de voornemens van burgemeester en wethouders ten aanzien van: a. de aard van de modernisering of de vervanging onderscheiden naar de soort van gebouwen of groepen van gebouwen; b. de volgorde van de modernisering of de vervanging naar gelang de dringendheid daarvan; c. de mate en de volgorde waarin voorzieningen ter verbetering van de omgeving van gemeentewege zullen worden getroffen. 2005 530 01-11-2005 06-10-2005 28995 2005 531 01-11-2005 20-10-2005 08-03-2006
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Bij een stadsvernieuwingsplan kan worden bepaald, dat burgemeester en wethouders volgens bij het plan te geven regelen het uitvoeringsschema of een of meer gedeelten daarvan vaststellen. Tevens kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders volgens bij het plan te geven regelen het door hen vastgestelde uitvoeringsschema of gedeelte van het uitvoeringsschema kunnen wijzigen. 2 Burgemeester en wethouders oefenen de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden zoveel mogelijk uit na overleg met de belanghebbenden. 3 Artikel 3:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Staatscourant Een door burgemeester en wethouders vastgesteld of gewijzigd uitvoeringsschema of gedeelte daarvan wordt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten meegedeeld. Tegelijk met deze mededeling wordt het voor een ieder ter inzage gelegd.is van overeenkomstige toepassing. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt tevens in degedaan. 1992 422 04-06-1992 22061 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 13, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening In een stadsvernieuwingsplan begrepen grond waarvan het gebruik afwijkt van het plan wordt geacht te zijn aangewezen ingevolge. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikelen 20-28 In het gebied, dat is begrepen in een stadsvernieuwingsplan is het verboden te slopen zonder vergunning van burgemeester en wethouders. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 29 De gemeenteraad kan voor het in een stadsvernieuwingsplan begrepen gebied een overeenkomstig besluit nemen als bedoeld in. De leden 1-4 van genoemd artikel zijn van overeenkomstige toepassing. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikel 33 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven zowel omtrent de voorbereiding en de inhoud van een leefmilieuverordening als omtrent de voorbereiding, de vormgeving en de inrichting van stadsvernieuwingsplannen met inbegrip van het inbedoelde uitvoeringsschema. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 01-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 01-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 01-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 41a — Artikel 41a#
Artikel 41a Vervallen 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 01-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 01-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 42a — Artikel 42a#
Artikel 42a Vervallen 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 01-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 42b — Artikel 42b#
Artikel 42b Vervallen 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 01-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 2000 505 30-11-2000 15-11-2000 27160 01-12-2000 01-01-2000 Werkt terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Indien toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen leidt tot sloping van bouwwerken, worden overblijvende materialen in het openbaar verkocht, tenzij, naar redelijke verwachtingen, bij onderhandse verkoop een hogere opbrengst kan worden verkregen. De opbrengst wordt, na aftrek van de kosten van sloping en verkoop, aan de rechthebbende uitgekeerd. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikel 20 Overtreding vanwordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 31 Overtreding van bepalingen, die ter uitvoering van deze wet zijn vastgesteld, wordt, voor zover de overtreding van die bepalingen uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangeduid, gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie, met uitzondering van overtreding van bepalingen die ter uitvoering vanzijn vastgesteld. 2 Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan de rechter hechtenis of geldboete tot het dubbele van het voor elke overtreding gestelde maximum uitspreken. 2004 361 22-07-2004 30-06-2004 28734 2004 446 09-09-2004 24-08-2004 13-09-2004
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 artikelen 46 47 De in deenbedoelde strafbare feiten worden beschouwd als overtredingen. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikelen 46 47 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering Met de opsporing van de bij deenstrafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast: a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren; b. artikel 100a, eerste lid, van de Woningwet de door burgemeester en wethouders krachtens, aangewezen ambtenaren. 2 artikelen 179 tot en met 182 184 van het Wetboek van Strafrecht Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in deen, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 3 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 2007 27 23-01-2007 21-12-2006 29392 2007 111 27-03-2007 16-03-2007 01-04-2007
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 artikelen 46 47 artikel 49 Bij het opsporen van een strafbaar feit als bedoeld in deen, hebben de inbedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 In afwijking in zoverre van deze wet kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek van de gemeenteraad een vóór de inwerkingtreding van deze wet onherroepelijk goedgekeurd bestemmingsplan, dat strekt tot behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van het daarin begrepen gebied, gelijkstellen met een stadsvernieuwingsplan. 2 Gelijke bevoegdheid komt Gedeputeerde Staten toe met betrekking tot een bestemmingsplan, als in het eerste lid bedoeld, waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van deze wet ter inzage is gelegd, doch dat eerst ná die inwerkingtreding van kracht is geworden. 3 Gedeputeerde Staten beslissen binnen drie maanden na de dag, waarop zij het verzoek hebben ontvangen. Alvorens te beslissen, horen zij de provinciale stadsvernieuwingscommissie en zo nodig de provinciale planologische commissie. Zij worden geacht het verzoek te hebben ingewilligd indien zij binnen de genoemde termijn geen beslissing aan de gemeenteraad hebben toegezonden. 4 Gedeputeerde staten maken hun besluit zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen vier weken na dagtekening daarvan bekend aan de gemeenteraad. Tegen een afwijzend besluit van gedeputeerde staten kan de gemeenteraad beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 5 Gedeputeerde Staten kunnen voorts, in afwijking in zoverre van deze wet, bij hun beslissing omtrent goedkeuring een bestemmingsplan, dat strekt tot behoud, herstel, verbetering, herindeling of sanering van het daarin begrepen gebied, waarvan het ontwerp vóór de inwerkingtreding van deze wet ter inzage is gelegd, gelijkstellen met een stadsvernieuwingsplan. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 artikel 24 Zolang geen uitvoering is gegeven aan het bepaalde inzijn met betrekking tot de inrichting van aanvragen om en de overdraagbaarheid van sloopvergunning de overeenkomstige bepalingen uit de bouwverordening betreffende bouwvergunningen van toepassing. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Vervallen 1999 30 16-02-1999 28-01-1999 25836 1999 40 16-02-1999 04-02-1999 25836 17-02-1999
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Indien de bekendmaking van beschikkingen op grond van deze wet niet kan geschieden op de wijze als voorzien in, geschiedt zij door openbare bekendmaking op het perceel waarop de beschikking betrekking heeft. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast: a. in een gemeente: de burgemeester en de door hem aan te wijzen personen; b. in een provincie: de bij besluit van de commissaris van de Koning aan te wijzen personen. 2 De toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 55a — Artikel 55a#
Artikel 55a 1 Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. 2 artikelen 5:13 5:15 5:16 5:17 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen. 2003 449 18-11-2003 22-10-2003 28744 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 55b — Artikel 55b#
Artikel 55b 1 Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn tevens belast de bij besluit van de commissaris van de Koning aangewezen personen. 2 artikelen 5:13 5:15 5:16 5:17 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2003 449 18-11-2003 22-10-2003 28744 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de stads- en dorpsvernieuwing. 2 Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor verschillende onderdelen van deze wet verschillend kan zijn. 1984 406 05-09-1984 13924 1984 619 27-11-1984 01-01-1985