Wet van 11 juni 1986, houdende regels inzake de opheffing van de organisatie bescherming bevolking en het treffen van enige daarmee verband houdende voorzieningen
- BWB-id
- BWBR0003986
- Type
- Wet
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1996-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0003986
- ELI
- /eli/nl/wet/1986/intrekkingswet-bb
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1986/intrekkingswet-bb/1996-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0003986&g=1996-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0003986&z=2026-06-06&g=1996-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0003986/1996-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1986/intrekkingswet-bb
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken; b. liquidatie: het geheel van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen, dat is gericht op de opheffing van de organisatie bescherming bevolking en op de vereffening van het vermogen van die organisatie, daaronder begrepen de vaststelling van de voorlopige liquidatierekening en de vereffening van het liquidatiesaldo; c. b. artikel 14, tweede lid, ondervan de Wet bescherming bevolking Stb. kringraad: de kringraad, bedoeld in(1952, 404); d. bevoegd gezag van de noodwacht: het gezag van de gemeentelijke, kring-, provinciale en rijksnoodwacht (burgemeester, respectievelijk kringraad, Commissaris van de Koningin, Minister van Binnenlandse Zaken); e. Stb. noodwachter: degene, die is benoemd dan wel in dienst genomen op grond van artikel 9 van de Wet op de noodwachten (1971, 61); f. onroerende zaken: de grond, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, in eigendom van de kringen bescherming bevolking, de commandoposten daaronder niet begrepen. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De navolgende wetten of onderdelen daarvan worden ingetrokken: a. Wet bescherming bevolking Stb. artikelen 4, tweede lid 7 29 de(1952, 404) behoudens de,en; b. Stb. de Wet bijdragen bescherming bevolking en verplaatsing bevolking 1961 (1964, 121); c. a a a Stb. Titel I, IV, V, alsmede de artikelen 7, 8, 8, 10, 21, 23, 169 en 171van de Wet op de noodwachten (1971, 61). 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 14 van de Wet bescherming bevolking De gemeenschappelijke regelingen, bedoeld in, vervallen van rechtswege met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet. 2 De kringen, ingesteld bij de gemeenschappelijke regelingen, bedoeld in het eerste lid, zijn van rechtswege ontbonden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet. 3 De kringen blijven na hun ontbinding voortbestaan voor zover en voor zolang zulks voor de liquidatie noodzakelijk is, doch uiterlijk tot zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wet. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De kringraad is uiterlijk tot zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wet belast met de liquidatie. 2 De kringraad stelt daartoe binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van deze wet een overzicht op van de wijze, waarop de liquidatie zal worden uitgevoerd. Het overzicht wordt aan gedeputeerde staten en aan Onze Minister ter kennisneming toegezonden. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4, eerste lid Het bestuur van de gemeente waar de kring zijn zetel heeft, is met de voortzetting van de liquidatie belast, indien na het verstrijken van de termijn, bedoeld in, de liquidatie niet is voltooid. 2 artikel 4, eerste lid Na het verstrijken van de termijn, bedoeld in, vervallen de vermogensbestanddelen van de kring van rechtswege aan het bestuur van de gemeente, bedoeld in het eerste lid. Tevens gaan op dat moment de rechten en verplichtingen van de kring over op het bestuur van deze gemeente. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Wet bescherming bevolking In een gemeente die niet behoort tot een op grond van degevormde kring, is het bestuur van de gemeente belast met de liquidatie. 2 Artikel 4, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 5, eerste lid artikel 6, eerste lid De liquidatierekening wordt binnen een maand na de datum, waarop het geheel van rechtshandelingen en overige handelingen, dat is gericht op de opheffing van de organisatie bescherming bevolking, is voltooid, voorlopig vastgesteld en wordt door de kringraad onderscheidenlijk het bestuur van de gemeente, bedoeld in, onderscheidenlijk, ter definitieve vaststelling aan gedeputeerde staten en ter kennisneming aan Onze Minister gezonden. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Wet bescherming bevolking Gedeputeerde staten bepalen welk deel van het in de liquidatierekening vastgestelde liquidatiesaldo ten gunste of ten laste van het rijk komt en welk deel ten gunste of ten laste van de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling, dan wel in de gevallen dat een gemeente niet behoort tot een op grond van degevormde kring, ten gunste of ten laste van die gemeente komt. 2 De verdeling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt naar evenredigheid van de bijdragen, die op grond van artikel 3 van de Wet bijdragen bescherming bevolking en verplaatsing bevolking 1961 uit 's Rijks kas beschikbaar zijn gesteld aan de kring, onderscheidenlijk de gemeente en van de bijdragen, die vanaf de datum van inwerkingtreding van die wet door de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling onderscheidenlijk de gemeente terzake van de bescherming van de bevolking beschikbaar zijn gesteld. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 5, eerste lid artikel 8 In geval van een positief liquidatiesaldo is de kringraad, onderscheidenlijk het bestuur van de gemeente, bedoeld in, belast met de uitvoering van het besluit, bedoeld in. 2 artikel 5, eerste lid In geval van een negatief liquidatiesaldo doen gedeputeerde staten mededeling aan Onze Minister en aan de in de kring deelnemende gemeenten, welk bedrag aan de kringraad, onderscheidenlijk aan het bestuur van de gemeente, bedoeld in, dient te worden betaald. 3 Het deel van het liquidatiesaldo dat ten gunste of ten laste van de in de kring deelnemende gemeenten komt, wordt over deze gemeenten verdeeld naar rato van het aantal inwoners daarvan op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar, waarin deze wet in werking treedt. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 6, eerste lid artikel 8 In een gemeente als bedoeld in, is in geval van een positief liquidatiesaldo het bestuur van de gemeente belast met de uitvoering van het besluit, bedoeld in. 2 artikel 6, eerste lid In geval van een negatief liquidatiesaldo doen gedeputeerde staten mededeling aan Onze Minister, welk bedrag aan het bestuur van de gemeente, bedoeld in, dient te worden betaald. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Onze Minister onderzoekt tot een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet op welke wijze de noodwachters bij voorrang in aanmerking kunnen worden gebracht voor herplaatsing bij een regionale brandweer of bij een ander daarvoor in aanmerking komend publiekrechtelijk of privaatrechtelijk lichaam. 2 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de noodwachters die op de datum van inwerkingtreding van deze wet 55 jaar of ouder zijn en binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van deze wet aan het bevoegd gezag te kennen hebben gegeven, dat zij niet in aanmerking wensen te komen voor herplaatsing. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 4, eerste lid Aan de noodwachter, die binnen of uiterlijk na het verstrijken van de termijn, bedoeld in, kan worden herplaatst, wordt op zijn verzoek door het bevoegd gezag eervol ontslag verleend. 2 artikel 11, tweede lid artikel 4, eerste lid Aan de noodwachters, bedoeld in, wordt door het bevoegd gezag eervol ontslag verleend met ingang van de dag, waarop de termijn, bedoeld in, is verstreken, of zoveel eerder als de liquidatie is voltooid. 3 Stb. Stb. artikel 4, eerste lid, van deze wet artikel 4, eerste lid, van deze wet Indien in de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, inachtneming van de opzegtermijn, genoemd in artikel 92, tweede lid, van het Ambtenarenreglement noodwachters (1955, 327) en in artikel 75, tweede en derde lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit noodwachters (1955, 328), er toe zou leiden dat het ontslag pas kan worden verleend met ingang van een dag, die ligt na de termijn, bedoeld inwordt die opzegtermijn zodanig beperkt, dat het ontslag wordt verleend met ingang van de dag waarop de termijn, bedoeld inis verstreken. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 4, eerste lid artikel 12, eerste of tweede lid b Ten opzichte van de noodwachter, aan wie na het verstrijken van de termijn, bedoeld in, geen ontslag is verleend op grond van, treedt Onze Minister gedurende de zes daaropvolgende maanden op als bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Ambtenarenreglement noodwachters en in artikel 1, onderdeel, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit noodwachters. 2 artikel 4, eerste lid artikel 12, eerste of tweede lid b Indien de liquidatie is voltooid voordat de termijn, bedoeld in, is verstreken, treedt Onze Minister ten opzichte van de noodwachter die op het moment waarop de liquidatie is voltooid niet is ontslagen op grond van, tot het tijdstip gelegen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wet op als bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Ambtenarenreglement noodwachters en in artikel 1, onderdeel, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit noodwachters. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13, eerste en tweede lid Aan de noodwachter, die tijdens de periode dat Onze Minister voor hem optreedt als bevoegd gezag, bedoeld in, kan worden herplaatst, wordt op zijn verzoek door Onze Minister eervol ontslag verleend. 2 artikel 12, derde lid Indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, inachtneming van de opzegtermijn, bedoeld in, er toe zou leiden dat het ontslag pas kan worden verleend met ingang van een dag, die ligt na een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet, wordt die opzegtermijn zodanig beperkt, dat het ontslag wordt verleend met ingang van de dag waarop een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet is verstreken. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 11, eerste lid Aan de noodwachter wordt door Onze Minister een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet eervol ontslag verleend, indien het onderzoek, bedoeld in, niet heeft geleid tot het in aanmerking brengen van de noodwachter voor een in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden passende functie. Artikel 95 van het Ambtenarenreglement noodwachters is niet van toepassing. 2 Ontslag als bedoeld in het eerste lid, wordt eveneens verleend aan de noodwachter die weigert een hem aangeboden functie als bedoeld in het eerste lid, te aanvaarden. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 12, eerste en tweede lid artikel 14, eerste lid artikel 15, eerste lid Stb. De noodwachter in vaste of tijdelijke dienst, mits dit laatste dienstverband tenminste vijf jaren heeft geduurd en de aanstelling niet is geschied in een betrekking van kennelijk tijdelijke aard, die is of wordt ontslagen op grond van het bepaalde in,, en, heeft recht op wachtgeld volgens de regelen, vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur van 23 november 1972,671, onverminderd het bepaalde in artikel 4 van die algemene maatregel. 2 artikel 12, eerste en tweede lid artikel 14, eerste lid artikel 15, eerste lid Stb. De noodwachter in tijdelijke dienst wiens dienstverband minder dan vijf jaren heeft geduurd dan wel van kennelijk tijdelijke aard was, alsmede de noodwachter in dienst op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, die is of wordt ontslagen op grond van het bepaalde in,, en, onderscheidenlijk wiens dienstverband dientengevolge wordt beëindigd, heeft recht op uitkering volgens de regelen, vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur van 23 november 1972,672, onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 en 6 van die algemene maatregel. 3 Het wachtgeld en de uitkering, die op grond van het bepaalde in het eerste en tweede lid door Onze Minister worden toegekend, komen ten laste van hoofdstuk VII van de rijksbegroting. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 a Stb. Stb. Rijkswachtgeldbesluit 1959 Uitkeringsregeling 1966 artikel 4, eerste lid De uitvoering van een beschikking, waarbij door het bevoegd gezag krachtens artikel 102 of artikel 102van het Ambtenarenreglement noodwachters onderscheidenlijk artikel 80 van het Arbeidsovereenkomstenbesluit noodwachters wachtgeld op de voet van het(1979, 621) onderscheidenlijk uitkering op de voet van de(1979, 622) is toegekend, geschiedt na het verstrijken van de termijn, bedoeld in, of zoveel eerder als de liquidatie is voltooid, door Onze Minister ten laste van hoofdstuk VII van de rijksbegroting. 2 Rijkswachtgeldbesluit 1959 Uitkeringsregeling 1966 De toepassing van heten van demet betrekking tot beschikkingen, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door Onze Minister. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Indien een noodwachter, die op grond van het bepaalde in deze wet is ontslagen, uit hoofde van ziekte aanspraak heeft of krijgt op doorbetaling van zijn laatstgenoten bezoldiging, komt deze bezoldiging ten laste van hoofdstuk VII van de rijksbegroting. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 16 Met betrekking tot de noodwachter, die deelnemer is in een "Instituut Ziektekostenvoorziening Ambtenaren" dan wel aan de "Interprovinciale Ziektekostenregeling" en die op grond van het bepaalde inrecht heeft op een wachtgeld onderscheidenlijk een uitkering, wordt het aandeel van de kring, gemeente of provincie in de bijdrage, die aan het instituut dan wel de regeling is verschuldigd, ten laste van hoofdstuk VII van de rijksbegroting gebracht. 2 Het bepaalde in het eerste lid is eveneens van toepassing op de deelnemer in een "Instituut Ziektekostenvoorziening Ambtenaren" dan wel aan de "Interprovinciale Ziektekostenregeling" die noodwachter is geweest en die als zodanig voor inwerkingtreding van deze wet met recht op een wachtgeld of een uitkering is ontslagen, dan wel is ontslagen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, een en ander voor zover het werkgeversaandeel voor de datum van inwerkingtreding van deze wet niet door hemzelf behoefde te worden betaald. 3 Ten aanzien van de noodwachter, die geen deelnemer is in een "Instituut Ziektekostenvoorziening Ambtenaren", maar voor wie de gemeente dan wel de kring een afzonderlijke ziektekostenvoorziening heeft getroffen, is het bepaalde in het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 b c d f g De hoedanigheid, bedoeld in artikel 7, onder,,,envan de Wet op de noodwachten, vervalt van rechtswege met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De uitvoering van de artikelen 15 en 22 van de Wet op de noodwachten geschiedt door Onze Minister. 2 De kosten verbonden aan de uitvoering van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van hoofdstuk VII van de rijksbegroting. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De kringraad stelt het bestuur van de regionale brandweer in de gelegenheid de goederen in eigendom van de kring, de onroerende zaken daaronder begrepen, te kopen. 2 Binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van deze wet verstrekt de kringraad hiertoe een schriftelijke opgave van de goederen aan het bestuur van de regionale brandweer. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 22, tweede lid Binnen een maand na ontvangst van de in, bedoelde opgave besluit het bestuur van de regionale brandweer of de regionale brandweer de daarin vermelde goederen geheel of gedeeltelijk wenst te kopen tegen een nader overeen te komen prijs en doet het van dit besluit mededeling aan de kringraad. 2 De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan met een maand door de kringraad worden verlengd. De regionale brandweer wordt geacht van de koop af te zien, indien de mededeling niet tijdig wordt verstrekt. 3 Ten aanzien van die goederen die de regionale brandweer wenst te kopen, treden het bestuur van de regionale brandweer en de kringraad zo spoedig mogelijk in onderhandeling over de koop. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 artikel 23, eerste lid Binnen een maand na dagtekening van de mededeling, bedoeld in, besluiten het bestuur van de regionale brandweer en de kringraad over de koop onderscheidenlijk de verkoop. 2 De besluiten tot koop onderscheidenlijk verkoop van onroerende zaken behoeven de goedkeuring van gedeputeerde staten dan wel in geval de regionale brandweer of de kring in verschillende provincies is gelegen, goedkeuring bij koninklijk besluit, gedeputeerde staten gehoord. 3 artikelen 155, tweede lid 263 264 266 272, tweede lid 280, tweede lid 281 van de Gemeentewet Stb. De,,,,,, en(1992, 96) zijn van overeenkomstige toepassing. 1993 610 11-11-1993 22893 1993 610 11-11-1993 22893 01-01-1994
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De commandoposten, in eigendom van de kringen dan wel de gemeenten, worden binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wet door het Rijk tegen boekwaarde in eigendom overgenomen. 2 Binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van deze wet verstrekt de kringraad een opgave van de boekwaarde aan Onze Minister. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Wet bescherming bevolking artikel 5, eerste lid Onze Minister vergoedt volgens door hem te stellen regels de kosten, die voor de provincies, de kringen, de gemeenten, die niet behoren tot een op grond van degevormde kring en de gemeenten, die op grond van, zijn belast met de voortzetting van de liquidatie, voortvloeien uit het bepaalde in deze wet. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Onze Minister kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze wet. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Het Ambtenarenreglement noodwachters alsmede het Arbeidsovereenkomstenbesluit noodwachters worden bij koninklijk besluit op een in dat besluit te bepalen tijdstip ingetrokken. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Stb. Stb. Stb. Besluit bescherming waterleidingbedrijven Het Besluit Bedrijfszelfbescherming (1958, 147), het(1963, 361), alsmede het Besluit bescherming gas- en electriciteitsbedrijven (1957, 580) blijven van kracht totdat zij worden vervangen of ingetrokken. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 4,eerste lid Rechtsgedingen die betrekking hebben op de rechtspositie van de noodwachter worden na het verstrijken van de termijn, bedoeld in, of zoveel eerder als de liquidatie is voltooid, voortgezet door of tegen onderscheidenlijk gevoerd door of tegen Onze Minister. 2 De overige rechtsgedingen, waarbij een kring betrokken is, worden met ingang van de datum waarop de liquidatie is voltooid doch uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze wet voortgezet door of tegen de gemeente, waar de kring zijn zetel heeft. 3 artikelen 254 tot en met 262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Ten aanzien van de rechtsgedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is het bepaalde in devan overeenkomstige toepassing. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Archiefwet 1995 Stb. De archiefbescheiden van de kring worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente waar de kring zijn zetel heeft, met inachtneming van de bepalingen van de(276). 1995 276 30-05-1995 28-04-1995 22866 1995 671 28-12-1995 15-12-1995 01-01-1996
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 112, eerste lid, van de Grondwet artikel 112, tweede lid, van de Grondwet Geschillen omtrent de toepassing van deze wet worden bij koninklijk besluit beslist, voor zover zij niet behoren tot die, vermeld inof tot die, waarvan de beslissing op grond vanis opgedragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Deze wet kan worden aangehaald als Intrekkingswet BB. 1986 312 11-06-1986 19394 1986 313 12-06-1986 01-07-1986