Wet van 6 november 1986, houdende intrekking van de Werkloosheidswet, invoering van een nieuwe Werkloosheidswet en een aantal andere wetten, alsmede de in het kader van die intrekking en invoering te treffen overgangsregelingen en de daarmee verband houdende wijzigingen van een aantal wetten en regelingen
- BWB-id
- BWBR0004046
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2007-07-01 t/m 2007-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004046
- ELI
- /eli/nl/wet/1987/invoeringswet-stelselherziening-sociale-zekerheid
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1987/invoeringswet-stelselherziening-sociale-zekerheid/2007-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004046&g=2007-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004046&z=2026-06-06&g=2007-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004046/2007-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1987/invoeringswet-stelselherziening-sociale-zekerheid
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet Stb. : de(1967, 421) zoals die wet luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt; c. Stb. Wet Werkloosheidsvoorziening: de Wet Werkloosheidsvoorziening (1964, 485) zoals die wet luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt; d. Werkloosheidswet nieuwe: het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 (kamerstukken II, 1985-1986, 19 261) ingediende voorstel van wet tot verzekering van werknemers tegen geldelijke gevolgen van werkloosheid, zoals dat tot wet wordt verheven; e. Toeslagenwet Werkloosheidswet Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering : het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 (kamerstukken II, 1985-1986, 19 257) ingediende voorstel van wet tot verlening van toeslagen tot het relevante sociaal minimum aan uitkeringsgerechtigden op grond van de, de, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, deen de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, die een of meer personen tot hun financiële last hebben, zoals dat tot wet wordt verheven; f. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Werkloosheidswet : het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 (kamerstukken II, 1985-1986, 19 260) ingediende voorstel van wet tot het treffen van een inkomensvoorziening voor oudere werkloze werknemers van wie het recht op een uitkering op grond van deis geëindigd, zoals dat tot wet wordt verheven; g. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wijzigingswet AAW/WAO: het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 (kamerstukken II, 1985-1986, 19 256) ingediende voorstel van wet tot nadere wijziging van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de, zoals dat tot wet wordt verheven; h. Wijzigingswet ABW: het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 (kamerstukken II, 1985-1986, 19 259) ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene Bijstandswet met betrekking tot de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en gelijkstelling van niet gehuwde personen met gehuwden, zoals dat tot wet wordt verheven; i. Algemene Ouderdomswet Wijzigingswet AOW: het bij koninklijke boodschap van 17 oktober 1985 (kamerstukken II, 1985-1986, 19 258) ingediende voorstel van wet tot wijziging van de(gelijkstelling niet-gehuwde personen met gehuwden of echtgenoten), zoals dat tot wet wordt verheven; j. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in. k. gemeentebestuur: burgemeester en wethouders. 2 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt gelijkgesteld met: a. echtgenoot: geregistreerde partner; b. gehuwd: als partner geregistreerd. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Vervallen 2000 627 28-12-2000 21-12-2000 27248 2000 627 28-12-2000 21-12-2000 27248 01-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Werkloosheidswet Dewordt ingetrokken. 2 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Deen de daarop berustende bepalingen blijven van toepassing op de rechten, bevoegdheden en verplichtingen over tijdvakken gelegen voor de dag waarop de nieuwein werking treedt, voor zover in deze wet of de daarop berustende bepalingen niet anders is bepaald. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Werkloosheidswet Wet Werkloosheidsvoorziening artikelen 9, eerste lid 10 a hoofdstuk IIIvan die wet Vanaf de dag waarop de nieuwein werking treedt ontstaat geen nieuw recht op uitkering op grond van deals bedoeld in de,, en. 2 Wet Werkloosheidsvoorziening artikelen 9, eerste lid 10 a hoofdstuk IIIvan die wet Aanvragen om uitkering op grond van de Wet Werkloosheidsvoorziening terzake van rechten, ontstaan vóór de in het eerste lid bedoelde dag, kunnen slechts leiden tot toekenning van uitkering op grond van deals bedoeld in de,, en, indien deze aanvragen zijn ingediend vóór de eerste dag van de zevende maand na de inwerkingtreding van de wet waarmee dit lid werd toegevoegd aan deze wet. 1991 318 06-06-1991 21543 1991 318 06-06-1991 21543 28-06-1991
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet Deen de daarop berustende bepalingen blijven van toepassing ten aanzien van de persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, recht op uitkering op grond van dehad, zo lang hij niet de maximum uitkeringsduur op grond van die wet heeft bereikt. 2 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet Met de in het eerste lid bedoelde persoon wordt, zolang voor hem geen recht op uitkering op grond van de nieuweis ontstaan, gelijkgesteld, de persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, geen recht op uitkering op grond van dehad, omdat: a b doch die, zodra de omstandigheid, bedoeld in onderdeelof, niet meer op hem van toepassing is vervolgens wel recht op uitkering op grond van die wet zou hebben gehad, indien die wet niet zou zijn ingetrokken. a. artikel 31, eerste en tweede lid het recht op uitkering op grond van die wet was onderbroken door werkaanvaarding of omdat, zo nodig in verbinding met artikel 39 van die wet op hem van toepassing was; b. na het intreden van zijn werkloosheid zijn werkgever tijdens het voortbestaan van de dienstbetrekking het loon onverminderd doorbetaalde; 3 Werkloosheidswet Deblijft van toepassing ten aanzien van de persoon: voor de duur van de betaling of de duur van de loonsuppletie. a. Werkloosheidswet a artikel 42, tweede lid, van de Werkloosheidswet a hoofdstuk III wiens werkgever op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, in staat van faillissement was verklaard, surséance van betaling was verleend of in een toestand verkeerde als bedoeld inen die in verband daarmee recht had op een betaling op grond vanvan laatstgenoemde wet; b. Werkloosheidswet b hoofdstuk IIIvan de Werkloosheidswet die op de dag, voorafgaand aan die waarop de nieuwein werking treedt, recht had op loonsuppletie op grond van; 4 Werkloosheidswet a artikel 12van die wet Toeslagenwet Werkloosheidswet Zolang deop hem van toepassing blijft, wordt de uitkering van de in het eerste of tweede lid bedoelde persoon, wiens uitkering niet is berekend naar het minimumdagloon, bedoeld in, voor de toepassing van debeschouwd als uitkering op grond van de nieuwe. 5 artikel 26 van de Werkloosheidswet Ziektewet Werkloosheidswet a artikel 3, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering Werkloosheidswet Stb. Stb. Stb. In afwijking van het eerste lid isniet van toepassing op de uitkering van de in het eerste, het tweede of het derde lid bedoelde persoon. In dat geval wordt deze persoon voor de toepassing van de(1967, 473) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (1977, 492) als werknemer in de zin van de nieuwebeschouwd, wordt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als werkgever beschouwd en wordt deze uitkering voor de toepassing van(1966, 64) als uitkering op grond van de nieuweaangemerkt. 6 Werkloosheidswet In aansluiting op het eindigen van het recht op uitkering, bedoeld in het eerste lid, heeft de in het eerste of tweede lid bedoelde persoon recht op uitkering op grond van de nieuwe, tenzij die wet of deze wet dat verhindert. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Wet Werkloosheidsvoorziening Werkloosheidswet Werkloosheidswet Deen de daarop berustende bepalingen blijven van toepassing ten aanzien van de persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, recht had op uitkering op grond van de Wet Werkloosheidsvoorziening, zolang geen recht op uitkering op grond van de nieuweis ontstaan. 2 Werkloosheidswet Wet Werkloosheidsvoorziening Met de in het eerste lid bedoelde persoon wordt gelijkgesteld, de persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, geen recht op uitkering op grond van dehad, omdat: a b doch die, zodra de omstandigheid, bedoeld in onderdeelof, niet meer op hem van toepassing is vervolgens wel recht op uitkering op grond van die wet heeft. a. artikel 13, eerste lid artikel 14, eerste lid, van die wet het recht op uitkering op grond van die wet was onderbroken door werkaanvaarding of door een omstandigheid als bedoeld in, of; b. na het intreden van zijn werkloosheid zijn werkgever tijdens het voortbestaan van de dienstbetrekking het loon onverminderd doorbetaalde; 3 Werkloosheidswet e n artikel 13, eerste lid, onderdeeltot en met artikel 14, eerste lid, van de Wet Werkloosheidsvoorziening In afwijking van het eerste en het tweede lid zijn de Wet Werkloosheidsvoorziening en de daarop berustende bepalingen niet meer op de in die leden bedoelde personen van toepassing, indien in de periode gelegen twee jaar na de dag waarop de nieuwein werking is getreden geen recht op uitkering bestaat, omdat dat recht is onderbroken door een omstandigheid als bedoeld in, of. 4 Wet Werkloosheidsvoorziening a d artikel 13, eerste lid, onderdeeltot en metbis, van die wet Werkloosheidswet De persoon die in de periode gelegen twee jaar na de dag, bedoeld in het derde lid, geen recht op uitkering op grond van deheeft, omdat dat recht is onderbroken door een omstandigheid als bedoeld in, heeft na afloop van die onderbreking recht op uitkering op grond van de nieuwe. 5 artikel 4 Het eerste en tweede lid gelden niet, indien ten aanzien van de in die leden bedoelde persoon tevensvan toepassing is. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 4, eerste lid 5, eerste lid Werkloosheidswet Werkloosheidswet Wet Werkloosheidsvoorziening Werkloosheidswet In afwijking van de, en, is ten aanzien van de persoon die op de eerste dag van werkloosheid 57,5 jaar of ouder was en op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, recht had op uitkering op grond van deof de, de nieuwevan toepassing. 2 Artikel 4, tweede lid artikel 5, tweede lid b artikel 4, tweede lid, onderdeel b artikel 5, tweede lid, onderdeel Werkloosheidswet Wet Werkloosheidsvoorziening , en, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste lid, met dien verstande dat voor de persoon op wie, of, van toepassing is, als eerste dag van werkloosheid wordt beschouwd de eerste dag dat hij recht op uitkering op grond van deof vanaf het bereiken van de leeftijd van 58 jaar op grond van dezou hebben gehad. 3 Werkloosheidswet De arbeidsverhouding van de persoon, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan wie door het Rijk ter zake van zijn arbeidsverhouding invaliditeitspensioen is verzekerd, wordt als dienstbetrekking in de zin van de nieuwebeschouwd. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Werkloosheidswet Werkloosheidswet hoofdstuk III van de Wet Werkloosheidsvoorziening Wet Werkloosheidsvoorziening a artikel 2, eerste lid, onderdeel, sub 2° en 3° artikel 17 De persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, recht had op uitkering op grond van deofen op de eerste dag van werkloosheid 47,5 jaar of ouder is, heeft na afloop van de uitkeringsduur, bedoeld inof bedoeld in de, recht op uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, tenzij dat anders dan op grond van, van laatstgenoemde wet wordt verhinderd. 2 Werkloosheidswet b hoofdstuk IIIvan de Wet Werkloosheidsvoorziening Werkloosheidswet a artikel 2, eerste lid, onderdeel, sub 2° en 3° De persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, recht had op uitkering op grond van, heeft met ingang van de dag waarop de nieuwein werking treedt recht op uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, tenzij dat anders dan op grond van, van laatstgenoemde wet wordt verhinderd. 3 Artikel 4, tweede lid artikel 5, tweede lid b artikel 4, tweede lid, onderdeel b artikel 5, tweede lid, onderdeel Werkloosheidswet Hoofdstuk III van de Wet Werkloosheidsvoorziening , en, zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste lid, met dien verstande dat voor de persoon op wie, of, van toepassing is, als eerste dag van werkloosheid wordt beschouwd de eerste dag dat hij recht op uitkering op grond van deof vanaf het bereiken van de leeftijd van 48 jaar op grond vanzou hebben gehad. 4 Werkloosheidswet b hoofdstuk IIIvan de Wet Werkloosheidsvoorziening artikel 5, tweede lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon, bedoeld in het tweede lid, die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, geen recht had op een uitkering op grond van, omdat dat recht is onderbroken door werkaanvaarding of een omstandigheid als bedoeld in, doch die na afloop van die onderbreking recht zou hebben gehad op deze uitkering, indien dat hoofdstuk niet zou zijn vervallen. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Werkloosheidswet Werkloosheidswet artikelen 4 tot en met 7 Ter zake van werkloosheid ontstaan voor de dag waarop de nieuwein werking treedt en in verband met die werkloosheid deniet van toepassing zijn, ontstaat geen recht op uitkering op grond van de nieuwe. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Onze Minister is bevoegd met betrekking tot deze afdeling nadere en zo nodig afwijkende regels te stellen. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 7, eerste lid, van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 1, onderdeel l, onder 1, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen artikel 2 van de Wet privatisering ABP Tot het tijdstip, aangewezen op grond vankunnen ten aanzien van degene die overheidswerknemer is, in de zin van, uit hoofde van zijn arbeidsverhouding tot de Stichting Pensioenfonds ABP of een lichaam als bedoeld in, niet zijnde het Rijk, een provincie, gemeente, waterschap, veenschap of veenpolder, bij algemene maatregel van bestuur voorschriften worden gegeven omtrent zijn ten laste van die stichting of dat lichaam komende aanspraken bij werkloosheid. 2 artikel 2, onderdelen b tot en met e, van de Wet privatisering ABP Het eerste lid is niet van toepassing op degene, die overheidswerknemer is uit hoofde van zijn arbeidsverhouding tot een lichaam als bedoeld in, mits zodanig lichaam krachtens subsidievoorwaarden voorschriften als bedoeld in het eerste lid toepast. 3 Werkloosheidswet artikel 6, derde lid, van de Werkloosheidswet Bij de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent aanspraken bij werkloosheid ten laste van een lichaam als bedoeld in dat lid van degene, die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, een aanspraak op uitkering ontleent aan de algemene maatregel van bestuur op grond van. 1998 742 30-12-1998 24-12-1998 26239 1998 742 30-12-1998 24-12-1998 26239 31-12-1998 Artikel 48 werkt terug tot en met 1 januari 1998. Artikel 64a
werkt terug tot en met 1 juli 1998.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikelen 4 6 artikel 17 van de nieuwe Werkloosheidswet De personen, bedoeld in deen, worden geacht te voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Werkloosheidswet artikel 17 van die wet Werkloosheidswet Werkloosheidswet De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van de nieuwewas en die in de periode van 12 maanden, bedoeld in, in weken, gelegen vóór de dag, waarop die wet in werking treedt, arbeid heeft verricht als werknemer in de zin van deof de Wet Werkloosheidsvoorziening, dan wel zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst heeft vervuld, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van de nieuwe. 2 Werkloosheidswet artikel 17 van die wet Werkloosheidswet De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van de nieuwewas en die in de periode van 36 weken, bedoeld in, in weken vanaf de dag waarop die wet in werking treedt, arbeid heeft verricht in een arbeidsverhouding ter zake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van de nieuwe. 3 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon die op de dag onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid werknemer in de zin van dewas en wiens werkloosheid begint op de dag waarop de nieuwein werking treedt. 4 a Artikel 17van de nieuwe Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid. 5 Werkloosheidswet Werkloosheidswet artikel 51 Ten aanzien van de persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld inen die op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid intrad werknemer was in de zin van de, zijn het eerste en het vierde lid van overeenkomstige toepassing. 6 Onze Minister is bevoegd met betrekking tot dit artikel nadere en zo nodig afwijkende regels te stellen. 2006 167 31-03-2006 30-03-2006 29738 2006 168 31-03-2006 30-03-2006 01-04-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet artikel 4 artikel 4 artikel 6 In afwijking van artikel 22 van de nieuwestelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ambtshalve vast of de persoon, bedoeld in, wiens recht op uitkering is geëindigd wegens het bereiken van de maximumuitkeringsduur op grond van deof, en de persoon, bedoeld in, recht op uitkering op grond van de nieuwehebben. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Werkloosheidswet artikel 39 van de Werkloosheidswet artikel 14 van de Wet Werkloosheidsvoorziening artikel 27, eerste en tweede lid, van de nieuwe Werkloosheidswet a f artikel 31, eerste lid, onderdeeltot en met artikel 6 Indien ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 4, op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuweop hem van toepassing wordt,, zo nodig in verbinding metvan toepassing was en ten aanzien van de persoon, bedoeld in, op dat tijdstipvan toepassing was, wordt deze toepassing voortgezet, tenzij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met gebruikmaking van zijn bevoegdheid, bedoeld in, anders beslist. 2 artikel 27, eerste en tweede lid, van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 39 van de Werkloosheidswet artikel 14 van de Wet Werkloosheidsvoorziening Werkloosheidswet a f artikel 31, eerste lid, onderdeeltot en met Bij het gebruik maken van de bevoegdheid, bedoeld in, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering niet verder weigeren en de uitkeringsduur niet verder beperken dan de mate waarin en de duur waarover uitsluiting of verlaging van de uitkering op grond van, zonodig in verbinding metofnog zou hebben plaatsgehad, indien de nieuweniet in werking was getreden. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikelen 36 37 van de nieuwe Werkloosheidswet Werkloosheidswet Deenzijn van overeenkomstige toepassing op de uitkering op grond van de. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 5 6 Wet Werkloosheidsvoorziening Werkloosheidswet Indien aan een werknemer als bedoeld inof, uitkering op grond van deis toegekend over een periode, waarover recht op uitkering op grond van de nieuwebestaat, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd de uitkering over die periode tot ten hoogste het bedrag van die toegekende uitkering, zonder machtiging van de werknemer, te betalen aan het betrokken gemeentebestuur. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 42, eerste en tweede lid artikel 49 van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 4 artikel 5, vierde lid In afwijking van, enis de uitkeringsduur voor de persoon, bedoeld inen, die op de eerste dag van de werkloosheid: a. Werkloosheidswet Wet Werkloosheidsvoorziening jonger is dan 22,5 jaar, indien hij aantoont in de periode van drie jaar aan het intreden van zijn werkloosheid onmiddellijk voorafgaande, ten minste gedurende twee en een half jaar als werknemer in de zin van deof dein een dienstbetrekking van 8 of meer uren per week te hebben gestaan: een half jaar; b. 22,5 jaar of ouder is, doch jonger dan 29,5 jaar: één jaar; c. 29,5 jaar of ouder is, doch jonger dan 34,5 jaar: anderhalf jaar; d. 34,5 jaar of ouder is, doch jonger dan 57,5 jaar: twee jaar. 2 a b c Werkloosheidswet Wet Werkloosheidsvoorziening Voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel,en, wordt de uitkeringsduur verlengd met een half jaar, indien hij aantoont in de periode van vijf jaar aan het intreden van zijn werkloosheid onmiddellijk voorafgaande, ten minste gedurende drie jaar als werknemer in de zin van deof dein een dienstbetrekking van 8 of meer uren per week te hebben gestaan. 3 artikel 4 Perioden waarin de persoon, bedoeld in: worden in aanmerking genomen voor de periode van twee en een half jaar, bedoeld in het eerste lid, en de periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid. a. Werkloosheidswet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de dag, waarop de nieuwein werking treedt ter zake van een geëindigde dienstbetrekking van 8 of meer uren per week recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deberekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer; b. Werkloosheidswet voor of vanaf de dag, waarop de nieuwein werking treedt ter zake van een geëindigde dienstbetrekking van 8 of meer uren per week op grond waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer; c. Werkloosheidswet voor de dag, waarop de nieuwein werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer; d. Werkloosheidswet Ziektewet artikel 29, tweede lid, van die wet voor de dag, waarop de nieuwein werking treedt, ter zake van een geëindigde dienstbetrekking van 8 of meer uren per week recht had op een uitkering op grond van deover de maximale duur, bedoeld in; e. a d a d Werkloosheidswet anders dan genoemd in onderdeeltot en met, voor of vanaf de dag, waarop de nieuwein werking treedt, recht had op een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in onderdeelof; 4 artikel 34, vierde en vijfde lid, van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 34, zesde lid, van de nieuwe Werkloosheidswet Tijdens de duur op grond van dit artikel isniet van toepassing. Tevens worden, in afwijking van, tijdens de duur op grond van dit artikel, inkomsten uit ouderdomspensioen niet op de uitkering in mindering gebracht, voor zover zij door de werknemer reeds vóór het intreden van zijn werkloosheid werden genoten naast de inkomsten uit het beroep, waaruit hij werkloos is. 5 Artikel 42, vierde tot en met negende lid, van de nieuwe Werkloosheidswet is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de periode van twee en een half jaar, bedoeld in het eerste lid, en de periode van drie jaar, bedoeld in het tweede lid. 6 artikelen 43 76 van de nieuwe Werkloosheidswet Deenzijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de uitkeringsduur, bedoeld in het eerste en het tweede lid. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet a artikel 42, tweede lid, onderdeel, van die wet artikel 4, eerste en tweede lid artikel 17, eerste en tweede lid Indien het recht op uitkering op grond van devan de persoon, bedoeld in, door het verrichten van arbeid als werknemer is geëindigd en vervolgens na beëindiging van die arbeid op een tijdstip, gelegen binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de nieuwe, recht op uitkering is ontstaan op grond van de nieuwe, zonder dat aan de voorwaarde, bedoeld inwordt voldaan, wordt de duur van die uitkering voor zover de werknemer ter zake van het eerstbedoelde recht aan de in, genoemde voorwaarden voldeed, verlengd met de duur, bedoeld in die leden. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 5, eerste en tweede lid Werkloosheidswet Werkloosheidswet a artikel 42, tweede lid, onderdeel, van die wet Wet Werkloosheidsvoorziening Wet Werkloosheidsvoorziening Indien het recht op uitkering op grond van de Wet Werkloosheidsvoorziening van de persoon, bedoeld in, door het verrichten van arbeid als werknemer geheel of gedeeltelijk is geëindigd en vervolgens na beëindiging van die arbeid op een tijdstip, gelegen binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de nieuwe, recht op uitkering is ontstaan op grond van de nieuwe, zonder dat aan de voorwaarde, bedoeld inwordt voldaan, wordt de duur van die uitkering verlengd met de duur van de uitkering op grond van de, die de werknemer als gevolg van de eindiging van het recht op uitkering op grond van deniet heeft ontvangen. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 42, eerste en tweede lid artikel 49 van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 6 vierde lid van artikel 17 In afwijking van, en, eindigt de uitkeringsduur voor de persoon, bedoeld in, op de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt. Hetis van overeenkomstige toepassing. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Werkloosheidswet b artikelen 17 , onderdeel b 17van die wet De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid, werknemer in de zin van de nieuwewas, wordt voor de toepassing van de, enals werknemer in de zin van die wet beschouwd gedurende de periode waarin hij: a. Werkloosheidswet Werkloosheidswet Wet Werkloosheidsvoorziening voor de dag, waarop de nieuwein werking treedt, als werknemer in de zin van deof dein dienstbetrekking heeft gestaan dan wel zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst heeft vervuld; b. Werkloosheidswet vanaf de dag, waarop de nieuwein werking treedt, een arbeidsverhouding had ter zake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd. 2 a artikel 12, derde en vijfde lid, is het eerste lid, onderdeel Ten aanzien van de persoon, bedoeld in, van overeenkomstige toepassing. 3 Werkloosheidswet artikel 17, derde lid Met betrekking tot de periode voor de dag, waarop de nieuwein werking treedt, is, van overeenkomstige toepassing. 4 Werkloosheidswet b e artikel 17, derde lid, onderdeelen Met betrekking tot de periode vanaf de dag, waarop de nieuwein werking treedt, is, van overeenkomstige toepassing. 5 Onze Minister is bevoegd met betrekking tot dit artikel nadere en zo nodig afwijkende regels te stellen. 1994 955 22-12-1994 23985 1995 73 16-02-1995 02-02-1995 01-03-1995
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikelen 4 5, vierde lid 6 Werkloosheidswet Ten aanzien van de persoon, bedoeld in de,, en, bedraagt de uitkering per dag 70% van het dagloon dat gold op de dag, voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt. 2 artikelen 4 5, vierde lid 6 Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet Werkloosheidswet Wet Werkloosheidsvoorziening Indien voor de persoon, bedoeld in de,, en, op de dag voorafgaande aan die waarop de nieuweop hem van toepassing wordt als dagloon het minimumdagloon in aanmerking werd genomen, blijft, zodra de nieuweop hem van toepassing wordt, het minimumdagloon voor hem gelden zolang hij voldoet aan de voorwaarden zoals deze op de dag voorafgaande aan die waarop de nieuwein werking treedt op grond van deof deen de daarop berustende bepalingen zijn gesteld. 3 artikelen 4 5, vierde lid 6 Werkloosheidswet c artikel 12, derde lid, van de Werkloosheidswet c 5, derde lid, van de Wet Werkloosheidsvoorziening Toeslagenwet Indien voor de persoon, bedoeld in de,, en, op de dag voorafgaande aan die waarop de nieuweop hem van toepassing wordt, het minimumdagloon in aanmerking werd genomen met toepassing vanof, wordt voor het recht op toeslag op grond van deals dagloon aangemerkt 70% van het voor deze persoon in aanmerking genomen minimumdagloon. a artikel 12van de Werkloosheidswet a artikel 5van de Wet Werkloosheidsvoorziening artikel 46 van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 22 In afwijking van de op grond vanengestelde regels wordt het dagloon, bedoeld in, herzien overeenkomstig. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 In afwijking van de op grond van artikel 12a van de Werkloosheidswet en artikel 5a van de Wet Werkloosheidsvoorziening gestelde regels wordt het dagloon, bedoeld in artikel 22, herzien overeenkomstig artikel 46 van de nieuwe Werkloosheidswet. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Toeslagenwet artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Werkloosheidswet Werkloosheidswet artikel 14, tweede lid, van de nieuwe Werkloosheidswet Werkloosheidswet hoofdstuk II van de nieuwe Werkloosheidswet per 1 juli 2007: € € 30,05, € 35,71, onderscheidenlijk € 46,53. De persoon die 21 jaar of ouder is, die voor de toepassing van deniet als gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting, bedoeld in, maar niet de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in, van toepassing is en die recht heeft op uitkering op grond van deof de nieuwedie bij de aanvang van de werkloosheid is berekend naar een dagloon dat ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, bedoeld in, heeft recht op een verhoging van zijn uitkering op grond van deof, indien die uitkering per dag, indien hij 21 jaar, 22 jaar onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder bedraagt dan f 47,96, f 55,77 onderscheidenlijk f 65,50. 2 Werkloosheidswet hoofdstuk II van de nieuwe Werkloosheidswet Werkloosheidswet artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 7, derde lid artikel 8, derde lid, van genoemde wet De in het eerste lid bedoelde verhoging bedraagt het verschil tussen het bedrag, genoemd in het eerste lid, en de uitkering per dag op grond van deofdan wel, indien tegelijkertijd recht bestaat op meerdere uitkeringen op grond van de nieuwe, het totaalbedrag van die uitkeringen, doch ten hoogste het verschil tussen het bedrag, genoemd in het eerste lid, en 70% van het minimumloon, zijnde het minimumloon per maand, bedoeld in, gedeeld door 21,75, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het minimumloon per maand dat voor zijn leeftijd geldt op grond van, en, gedeeld door 21,75. 3 hoofdstuk 3 van de Wet werk en bijstand De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden door Onze Minister herzien op dezelfde wijze en op hetzelfde tijdstip als waarop de bedragen genoemd inworden herzien, waarna de herziene bedragen voor de in het eerste lid genoemde bedragen in de plaats treden. 2007 120 26-06-2007 18-06-2007 SV/WV/07/20704 2007 120 26-06-2007 18-06-2007 SV/WV/07/20704 01-07-2007
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1990 316 30-05-1990 21213 1990 316 30-05-1990 21213 29-06-1990
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 hoofdstuk III van de nieuwe Werkloosheidswet Werkloosheidswet Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering, bedoeld in, toe de persoon, jonger dan 65 jaar, die op de dag, waarop de nieuwein werking treedt: a. buiten Nederland woont en aldaar een dienstbetrekking vervult en wiens werkgever binnen Nederland woont of gevestigd is; of b. Nederlander is en die werkzaamheden verricht in een ontwikkelingsland. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26 Werkloosheidswet Het verzoek om toelating tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering op grond van, dient te worden ingediend binnen drie maanden na de dag, waarop de nieuwein werking treedt. 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd te verklaren dat een verzoek om toelating, ingediend na afloop van de in het eerste lid gestelde termijn, geacht wordt tijdig te zijn ingekomen, indien de persoon die het verzoek heeft gedaan, redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Ziektewet Ziektewet artikel 26 Met inachtneming van hetgeen in demet betrekking tot de vrijwillige verzekering op grond van die wet overigens is bepaald, laat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de persoon, bedoeld in, die niet op grond van deis verzekerd, tegelijkertijd tot die verzekering toe. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 15 van de nieuwe Werkloosheidswet artikelen 42 49 van de nieuwe Werkloosheidswet Werkloosheidswet artikel 26 Met betrekking tot het recht op uitkering, bedoeld inen de duur van de uitkering, bedoeld in deen, van de persoon, bedoeld in, worden van de periode voorafgaande aan de dag, waarop de nieuwein werking treedt slechts in aanmerking genomen de weken waarin hij: a. Werkloosheidswet arbeid heeft verricht als werknemer in de zin van de; b. arbeid heeft verricht in een arbeidsverhouding ter zake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd; c. zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst heeft vervuld; d. Wet Werkloosheidsvoorziening arbeid heeft verricht als werknemer in de zin van deen voor werkzaamheden buiten Nederland is uitgezonden in het kader van ontwikkelingssamenwerking, of werkzaam is voor een volkenrechtelijke organisatie, waarvan Nederland lid is dan wel waarvan de werkzaamheden door Nederland worden ondersteund. 1992 675 23-11-1992 22349 1992 675 23-11-1992 22349 01-03-1993
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Hoofdstuk III van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 26 is, voor zover daarvan in deze afdeling niet is afgeweken, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering van de persoon, bedoeld in. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 102 van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 103, van die wet artikel 20, tweede lid, van de Werkloosheidswet hoofdstuk II van die wet Een wachtgeldfonds als bedoeld inrespectievelijk het Algemeen Werkloosheidsfonds, bedoeld inis een voortzetting van een fonds als bedoeld inrespectievelijk een voortzetting van het fonds, bedoeld in, in de vorm van een afzonderlijk beheerd en geadministreerd onderdeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 6 De persoon, bedoeld in, is verzekerd bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2 artikel 6 Het gemeentebestuur waarvan de persoon, bedoeld in, uitkering ontvangt, meldt die persoon aan bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Artikel 24 artikel I, onderdeel A, van de Verzamelwet sociale verzekeringen 2007 hoofdstuk IIa IIb van de nieuwe Werkloosheidswet zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding vanblijft van toepassing met betrekking tot een recht op uitkering op grond vanofzoals die hoofdstukken luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel J, van de Wet wijziging WW-stelsel, waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen op of voor laatstbedoelde dag. 2006 703 22-12-2006 30-11-2006 30682 2006 704 22-12-2006 15-12-2006 23-12-2006 01-10-2006
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 40, eerste lid, van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 25, eerste lid, van de Toeslagenwet artikel 25, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Totdat het bij koninklijke boodschap van 4 mei 1983 ingediende voorstel van wet houdende algemene regeling van beslag op loon, sociale uitkeringen en andere periodieke betalingen (kamerstukken II, 1982/83, 17 897) tot wet is verheven en in werking is getreden, luiden,enals volgt: 1. De uitkering is: a. onvervreemdbaar; b. niet vatbaar voor verpanding of belening; c. behoudens voor zover dit dient tot verhaal van levensonderhoud waartoe de betrokkene volgens de wet is gehouden, niet vatbaar voor executoriaal of conservatoir beslag, noch voor faillissementsbeslag. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Werkloosheidswet e f artikel 40, onderdeelen, van de Wet Werkloosheidsvoorziening Vanaf de dag, waarop de nieuwein werking treedt, vindt geen vergoeding aan de gemeente plaats van de kosten, bedoeld in. 2 Werkloosheidswet e f artikel 40, onderdeelen, van de Wet Werkloosheidsvoorziening Het Rijk verstrekt gedurende vier perioden van twaalf maanden vanaf de dag waarop de nieuwein werking treedt, aan de gemeente een uitkering, die is gebaseerd op de kosten die over het dienstjaar 1984 op grond vanaan de gemeente zijn vergoed. 3 Werkloosheidswet De uitkering, bedoeld in het tweede lid, bedraagt gedurende de eerste tot en met de vierde periode van 12 maanden vanaf de dag waarop de nieuwein werking treedt, onderscheidenlijk 80%, 60%, 40% en 20% van de in het tweede lid bedoelde kosten. 4 Vanaf 1 januari 1991 verstrekt het Rijk aan de gemeente een uitkering van f 1050,- per toegewezen aanvraag. 5 artikel 26, eerste lid, van de Wet Werkloosheidsvoorziening Onze Minister is bevoegd de verstrekte uitkering, bedoeld in het tweede en het vierde lid, gedeeltelijk terug te vorderen of te verrekenen, indien het gemeentebestuur niet of in onvoldoende mate voldoet aan zijn verplichtingen, bedoeld in. 6 Onze Minister is bevoegd met betrekking tot de wijze van verstrekking van de in dit artikel bedoelde uitkeringen nadere regels te stellen. 1995 691 28-12-1995 21-12-1995 24326 1995 691 28-12-1995 21-12-1995 24326 29-12-1995 01-01-1994
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Werkloosheidswet Wet Werkloosheidsvoorziening Werkloosheidswet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Beslissingen en uitkeringen op grond van dit hoofdstuk of de daarop berustende bepalingen worden, voor zover deof deen de op die wetten berustende bepalingen niet van toepassing blijven, voor de toepassing van wettelijke bepalingen beschouwd als beslissingen en uitkeringen op grond van de nieuwe, onderscheidenlijk de. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 639 18-12-1986 19735 1986 700 29-12-1986 01-01-1987
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 39, onderdeel D tot en met F en Q artikel 10, derde of vierde lid a artikel 10, tweede en derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet a artikel 10, tweede en derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet a artikel 10 Ten aanzien van de persoon, die op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, berekend naar een grondslag als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, van die wet, zoals die leden luidden op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, worden de wijzigingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet als vervat in, geacht niet te hebben plaatsgevonden zolang de betrokkene voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in, in verbinding met, zoals die leden luidden op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, doch uiterlijk tot een binnen een jaar na die dag gelegen tijdstip, waarop op grond van, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, het inkomen opnieuw zou dienen te worden vastgesteld, indien de in voornoemdbedoelde perioden op één jaar zouden zijn gesteld. 2 Stb. Stb. artikel 42 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel V van de wet van 29 december 1982,737, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt. Ten aanzien van de in de vorige volzin bedoelde persoon blijft de wijziging van de Wet van 29 december 1982 (737) als vervat in, buiten toepassing tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid. 3 Toeslagenwet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 39, onderdeel D en E artikel 42 Voor de persoon, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt de toeslag op grond van devanaf de dag waarop de in het eerste dan wel tweede lid bedoelde wijzigingen op hem van toepassing worden, ten minste vastgesteld op het verschil tussen de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop recht zou hebben bestaan indien de wijzigingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet als vervat in, en de wijziging, bedoeld in, niet zouden hebben plaatsgevonden, en de som van de uitkeringen op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de. 4 artikel 10, derde en vierde lid a artikel 10, tweede en derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet a artikel 10, tweede en derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet Het derde lid is van toepassing zolang de betrokkene voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in, in verbinding met, zoals die leden luidden op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, doch uiterlijk tot het tijdstip waarop op grond van, zoals die leden luidden op de dag voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, het inkomen voor de eerste keer na inwerkingtreding van deze wet opnieuw zou dienen te worden vastgesteld. 5 a b b Toeslagenwet De in het eerste en tweede lid bedoelde persoon, wiens grondslag was vastgesteld, of zou zijn vastgesteld indien artikel 90, eerste lid, onderdeel, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet niet op hem van toepassing was geweest, met toepassing van artikel 10, derde lid, onderdeel, onderscheidenlijk artikel 10, vierde lid, onderdeel, van die wet, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, wordt, zolang hij ongehuwd is en een eigen kind of pleegkind heeft dat jonger is dan 18 jaar, dat tot zijn huishouden behoort of grotendeels op zijn kosten wordt onderhouden, vanaf het in het eerste lid bedoelde tijdstip tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen datum voor de toepassing van deals gehuwd aangemerkt. 6 artikel 31 van de Toeslagenwet artikel 34 van de Wet financiering volksverzekeringen artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Het verschil tussen het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, dat op grond van het eerste en het tweede lid wordt uitbetaald en het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat zou worden uitbetaald indien het eerste lid niet zou hebben gegolden, wordt volgens door Onze Minister te stellen regels door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, ten laste van het Toeslagenfonds, bedoeld in, ten gunste gebracht van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in, onderscheidenlijk het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering verstaan zowel uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet als uitkering op grond van de. 7 artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 34 van de Wet financiering volksverzekeringen Het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dat zou worden uitbetaald dan wel meer zou worden uitbetaald indien het eerste lid niet zou hebben gegolden, wordt volgens door Onze Minister te stellen regels door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in, ten gunste gebracht van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in. 8 Toeslagenwet Ten aanzien van de persoon, bedoeld in het eerste of tweede lid, blijft debuiten toepassing tot de dag waarop de in het eerste dan wel tweede lid bedoelde wijzigingen op hem van toepassing worden. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a 1 artikel 43, tweede lid artikel 43, tweede lid artikel 43, derde lid artikel 42 artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Toeslagenwet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Voor de persoon, bedoeld in, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering op de dag voorafgaande aan de dag waarop de inbedoelde wijziging op hem van toepassing wordt is verhoogd met toepassing van, wordt de toeslag op grond van devanaf laatstgenoemde dag doch niet eerder dan vanaf de dag waarop geen recht meer bestaat op de toeslag, bedoeld in, vastgesteld op het verschil tussen de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop op de dag voorafgaande aan dat tijdstip recht zou hebben bestaan indien de wijziging bedoeld inniet zou hebben plaatsgevonden en de uitkering op grond van de. 2 artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Algemene Ouderdomswet Stb. Het eerste lid is van toepassing voor zolang de betrokkene gehuwd is dan wel een eigen kind of pleegkind heeft dat jonger is dan 18 jaar en dat tot zijn huishouden behoort of grotendeels op zijn kosten wordt onderhouden, doch uiterlijk zolangwordt toegepast of tot het tijdstip waarop de echtgenoot van betrokkene aanspraak verkrijgt op een ouderdomspensioen op grond van de(1985, 181). 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt: a. als ongehuwd aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. b. als pleegkind aangemerkt een kind dat als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed. 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 02-01-1998
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Ten aanzien van de persoon, die op de dag voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, berekend met toepassing van artikel 10, vijfde lid, van die wet, zoals dat lid luidde op de dag voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, en wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet op de dag waarop deze wet in werking treedt niet wordt berekend met toepassing van artikel 10, eerste lid, van die wet, wordt de voor hem geldende grondslag vermenigvuldigd met de factor 8/7. 2 Indien toepassing van het eerste lid leidt tot een grondslag, die hoger is dan het bedrag van de grondslag, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, wordt in afwijking van het eerste lid de grondslag vastgesteld op dat bedrag. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 21, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering De uitkeringsgerechtigde op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, die zowel op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, als op de dag waarop deze wet in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van een van die of van beide wetten, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% of 65 tot 80%, heeft, zolang hij in dezelfde arbeidsongeschiktheidsklasse blijft ingedeeld, in afwijking van artikel 12, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, onderscheidenlijk, recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering die per dag, de zaterdagen en de zondagen niet meegerekend, bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: 55-65%: 44% van de grondslag onderscheidenlijk van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon 65-80%: 57% van de grondslag onderscheidenlijk van 100/108 maal het dagloon of het vervolgdagloon. 2 artikel 38 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Voor de toepassing van het eerste lid wordt te rekenen vanaf 30 januari 1986 een herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in artikel 28 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of, geacht niet te hebben plaatsgevonden, indien de uitkeringsgerechtigde binnen 48 weken na de herziening weer wordt ingedeeld in dezelfde arbeidsongeschiktheidsklasse als voor die herziening. 1993 412 07-07-1993 22824 1993 413 19-07-1993 01-08-1993
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 De persoon, die zowel op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, als op de dag, waarop deze wet in werking treedt, recht had op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en op laatstbedoelde dag de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt, heeft, indien zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering niet was berekend met toepassing van artikel 10, vijfde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals dat lid luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, zolang hij de leeftijd van 23 jaar niet heeft bereikt recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering berekend naar een grondslag, die voor een uitkeringsgerechtigde van 18 jaar f 62,63, van 19 jaar f 72,97, van 20 jaar f 83,31, en van 21 en 22 jaar f 93,64 bedraagt. 2 Artikel 10, vijfde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet is op de grondslag, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. 1988 367 07-07-1988 20284 1988 367 07-07-1988 20284 01-01-1987
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 a artikel 39 Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, onderdeel, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, worden ten aanzien van de verzekerde, wiens arbeidsongeschiktheid is ingetreden voor de dag, waaropin werking treedt, de wijzigingen, vervat in de onderdelen C en D van dat artikel geacht niet te hebben plaatsgevonden. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 Toeslagenwet artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten artikel 13 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 14 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 21b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 13, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 8, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 7, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten per 1 juli 2007: € € 30,05, € 35,71, onderscheidenlijk € 46,53. De persoon, die 21 jaar of ouder is, die voor de toepassing van deniet als gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting, bedoeld in, maar niet de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in, van toepassing is en die recht heeft op uitkering op grond van de, de, deof deof meer van deze wetten gezamenlijk, in verband met een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, en berekend naar een dagloon als bedoeld indan welof een vervolgdagloon als bedoeld in, dat ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, bedoeld inen, of berekend naar een grondslag die ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon als bedoeld in, of, heeft recht op en verhoging van zijn uitkering, indien zijn uitkering per dag, indien hij 21 jaar, 22 jaar, onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder bedraagt dan € 28,09, € 34,46, onderscheidenlijk € 44,25. 2 artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 7, derde lid artikel 8, derde lid van genoemde wet, De in het eerste lid bedoelde verhoging bedraagt het verschil tussen het voor betrokkene geldende bedrag, genoemd in het eerste lid, en de uitkering per dag, doch ten hoogste het verschil tussen het voor betrokkene geldende bedrag, genoemd in het eerste lid, en 70% van het minimumloon, zijnde het minimumloon per maand, bedoeld in, gedeeld door 21,75, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het minimumloon per maand dat voor zijn leeftijd geldt op grond van, en, gedeeld door 21,75. 3 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder uitkering verstaan het totaalbedrag aan uitkering per dag op grond van de, de, deen de. 4 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het aanmerken van de in het eerste lid bedoelde verhoging als een uitkering op grond van de, de, deof de. 5 hoofdstuk 3 van de Wet werk en bijstand De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden door Onze Minister herzien op dezelfde wijze en op hetzelfde tijdstip als waarop de bedragen, genoemd inworden herzien, waarna de herziene bedragen voor de in het eerste lid genoemde bedragen in de plaats treden. 2007 120 26-06-2007 18-06-2007 SV/WV/07/20704 2007 120 26-06-2007 18-06-2007 SV/WV/07/20704 01-07-2007
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 artikel 39 artikel 39, onderdeel D tot en met F artikel 39, onderdeel D tot en met F Toeslagenwet De persoon ten aanzien van wie op de dag, voorafgaande aan die waaropin werking treedt, artikel 8 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet van toepassing is en over die dag recht heeft op een uitkering op grond van die wet, aan wie die uitkering als gevolg van, niet meer wordt betaald, wordt voor de toepassing van degeacht een tot uitbetaling komende uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet te hebben, zolang die uitkering zou zijn betaald, indien, niet in werking zou zijn getreden. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 31-12-1997
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder arbeidsongeschiktheidsuitkering een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of deof beide wetten. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikelen 18 21, tweede tot en met vierde lid 32 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering De artikelen 5, 12, tweede tot en met vierde lid, en 23, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de,, en, zoals die artikelen luidden op de dag, voorafgaande aan die waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt, blijven van toepassing op de persoon die op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en op die dag de leeftijd van 35 jaar heeft bereikt. 2 b De artikelen 5, 12, tweede tot en met vierde lid, en artikel 23 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die artikelen luidden op de dag, voorafgaande aan die, waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt, blijven van toepassing op de persoon, die op die dag recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel, van die wet. 3 Stb. Vanaf de datum dat de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (1993, 412) in werking is getreden vinden de voorgaande leden nog slechts toepassing met betrekking tot personen die op die datum de leeftijd van 45 jaar hebben bereikt. 1996 665 23-12-1996 19-12-1996 25148 1996 665 23-12-1996 19-12-1996 25148 24-12-1996 01-08-1993 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 Werkt terug tot en met 1 augustus 1993.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 De persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer en op die dag de leeftijd van 35 jaar nog niet heeft bereikt, en wiens arbeidsongeschiktheid als gevolg van het bepaalde in de Wijzigingswet AAW/WAO met ingang van een later gelegen dag minder bedraagt dan 80%, heeft met ingang van die later gelegen dag recht op aanvullende uitkering. 2 artikelen 15 tot en met 17 van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 19 van die wet Geen recht op aanvullende uitkering heeft de persoon die niet voldoet aan de voorwaarden voor het recht op werkloosheidsuitkering, bedoeld in de, of op wie een uitsluitingsgrond als bedoeld invan toepassing is. 3 De duur van de aanvullende uitkering is voor de persoon, die op de dag, waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt: a. jonger is dan 23 jaar: één jaar; b. 23 jaar of ouder is, doch jonger dan 30 jaar: twee jaar; c. 30 jaar of ouder is, doch jonger dan 35 jaar: drie jaar. 4 Indien de persoon die recht heeft op aanvullende uitkering gedurende de laatste vijf jaar voor de dag, waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, is, in afwijking van het derde lid, de duur van de aanvullende uitkering vijf jaar. 5 artikelen 44 tot en met 47 van de nieuwe Werkloosheidswet Het bedrag van de aanvullende uitkering wordt berekend met overeenkomstige toepassing van de. 6 c Dit artikel is slechts van toepassing indien de later gelegen dag, bedoeld in het eerste lid, niet later is gelegen dan binnen twee jaar na de dag, waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt en ten aanzien van de persoon, bedoeld in het derde lid, onderdeel, niet eerder dan een jaar na de dag waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt. Onze Minister is bevoegd voor bepaalde categorieën personen andere tijdvakken dan als genoemd in de eerste volzin vast te stellen. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 53 artikelen 15 16 42, tweede tot en met negende lid artikel 48, tweede lid, van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 19 van die wet De persoon die recht heeft op de aanvullende uitkering, bedoeld in, heeft na het verstrijken van de daarvoor geldende uitkeringsduur aansluitend recht op aanvullende vervolguitkering gedurende een jaar, indien hij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in deen, alsmede, ofen op wie geen uitsluitingsgrond als bedoeld invan toepassing is. 2 artikelen 51 52 van de nieuwe Werkloosheidswet Het bedrag van de aanvullende vervolguitkering wordt berekend met overeenkomstige toepassing van deen. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikelen 20 22 tot en met 40 76 128 129 van de nieuwe Werkloosheidswet Met betrekking tot de aanvullende uitkering en de aanvullende vervolguitkering zijn de,,,envan overeenkomstige toepassing. 2 Werkloosheidswet De persoon, die in verband met werkloosheid recht heeft op aanvullende uitkering of aanvullende vervolguitkering, heeft ter zake van dezelfde werkloosheid geen recht op uitkering op grond van de nieuwe. 3 Werkloosheidswet De aanvullende uitkering en de aanvullende vervolguitkering worden, voor zover in deze wet of de daarop berustende bepalingen niet anders is bepaald, voor de toepassing van wettelijke bepalingen beschouwd als uitkering op grond van de nieuwe. 4 artikel 34 van de Wet financiering volksverzekeringen artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering De aanvullende uitkering en de aanvullende vervolguitkering komen ten laste van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld inen het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in. 5 Onze Minister stelt regels met betrekking tot de verdeling van de lasten, bedoeld in het vierde lid, over de in dat lid genoemde fondsen. 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 a, b, c d artikel 20, eerste lid, onderdeelofvan de nieuwe Werkloosheidswet artikel 15 van die wet artikel 8 van die wet artikel 21, tweede lid, van die wet Indien het recht op aanvullende uitkering of aanvullende vervolguitkering op grond vangeheel of gedeeltelijk is geëindigd, en vervolgens de omstandigheid die tot dat eindigen heeft geleid heeft opgehouden te bestaan, zonder dat een recht op uitkering als bedoeld inis ontstaan, herleeft het recht op aanvullende uitkering of aanvullende vervolguitkering met overeenkomstige toepassing vanen de op grond vangestelde regels. 2 artikel 53, derde of vierde lid artikel 54, eerste lid Telkens nadat het recht op aanvullende uitkering of aanvullende vervolguitkering na een gehele eindiging van dat recht is herleefd op grond van het eerste lid, eindigt het recht op die uitkering zoveel later dan de in, dan wel in, genoemde periode als de periode tussen de eindiging en de herleving van het recht op die uitkering heeft geduurd. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 15 van de nieuwe Werkloosheidswet artikel 42 van die wet Indien het recht op aanvullende uitkering door het verrichten van arbeid geheel of gedeeltelijk is geëindigd en vervolgens na beëindiging van die arbeid een recht op uitkering is ontstaan als bedoeld in, herleeft het recht op aanvullende uitkering, voor zover geen recht op genoemde uitkering bestaat, met ingang van de dag waarop het recht op die uitkering is ontstaan, en overigens met ingang van de eerste dag na het verstrijken van de uitkeringsduur, bedoeld in. 2 Het eerste lid is slechts van toepassing indien de in het eerste lid bedoelde dag is gelegen binnen een tijdvak van: artikel 53, eerste lid te rekenen vanaf de later gelegen dag, bedoeld in. a. a artikel 53, derde lid, onderdeel twee jaar ten aanzien van de persoon, bedoeld in; b. b artikel 53, derde lid, onderdeel vier jaar ten aanzien van de persoon, bedoeld in; c. c artikel 53, derde lid, onderdeel zes jaar ten aanzien van de persoon, bedoeld in; d. artikel 53, vierde lid tien jaar ten aanzien van de persoon, bedoeld in; 3 Indien het recht op aanvullende uitkering na een gehele eindiging van dat recht is herleefd op grond van het eerste lid, is de uitkeringsduur de duur van de aanvullende uitkering die betrokkene als gevolg van die eindiging van het eerdere recht niet heeft ontvangen, doch ten hoogste de duur van de periode beginnend op de dag, bedoeld in het eerste lid, en eindigend op de laatste dag van het voor betrokkene geldende tijdvak, bedoeld in het tweede lid. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 artikel 53 c artikel 2, eerste lid, onderdeel, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Werkloosheidswet Ten aanzien van de persoon, bedoeld in, isvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat in plaats van de uitkeringsduur op grond van de nieuwein aanmerking wordt genomen de uitkeringsduur op grond van deze afdeling. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikel 53, tweede lid Onze Minister is bevoegd in verband met het recht op aanvullende uitkering nadere en zo nodig afwijkende regels te stellen met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 artikel 60 artikel 60 artikel 17, eerste lid, van de Ziektewet artikel 17 van de Ziektewet De persoon, ten aanzien van wie op de dag, voorafgaande aan die waaropin werking treedt, op grond vanhet minimumdagloon in aanmerking werd genomen en die op de dag van inwerkingtreding vanop grond van die bepaling voor het minimumdagloon in aanmerking zou zijn gekomen alsniet was vervallen, wordt ten hoogste gedurende de eerste zes weken van de ongeschiktheid tot werken voor het minimumdagloon in aanmerking gebracht. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikel 60 artikel 60 artikel 17, tweede en derde lid, van de Ziektewet artikel 17 van de Ziektewet Ziektewet De persoon, ten aanzien van wie op de dag voorafgaande aan die waaropin werking treedt, op grond van, het minimumdagloon in aanmerking werd genomen en op de dag van inwerkingtreding vanop grond van die bepaling voor het minimumdagloon in aanmerking zou zijn gekomen alsniet was vervallen, wordt zolang hij onafgebroken uitkering op grond van deontvangt voor het minimumdagloon in aanmerking gebracht. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt de uitkering geacht niet te zijn onderbroken indien perioden waarover ziekengeld wordt uitgekeerd elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen. 2 artikel 60 artikel 17, vierde lid, van de Ziektewet Toeslagenwet Indien voor de in het eerste lid bedoelde persoon op de dag voorafgaande aan die waaropin werking treedt, het minimumdagloon in aanmerking werd genomen met toepassing van, wordt voor het recht op toeslag op grond van deals dagloon aangemerkt 70% van het voor deze persoon in aanmerking genomen minimumdagloon. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 artikelen 62 63 artikel 60 artikel 16 van de Ziektewet Voor de toepassing van deenwordt onder minimumdagloon verstaan, het minimumdagloon dat zou zijn vastgesteld als, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die waaropin werking treedt, niet was vervallen. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 64a — Artikel 64a#
Artikel 64a 1 Toeslagenwet artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Ziektewet Ziektewet per 1 juli 2007: € € 30,05, € 35,71, onderscheidenlijk € 46,53. De persoon die 21 jaar of ouder is, die voor de toepassing van deniet als gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting, bedoeld in, maar niet de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in, van toepassing is en die recht heeft op uitkering op grond van de, berekend naar een dagloon dat ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, heeft recht op een verhoging van zijn uitkering op grond van de, indien die uitkering per dag, indien hij 21 jaar, 22 jaar onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder bedraagt dan f 50,33, f 61,78, onderscheidenlijk f 79,-. 2 Ziektewet artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 7, derde lid artikel 8, derde lid, van genoemde wet De in het eerste lid bedoelde verhoging bedraagt het verschil tussen het bedrag, genoemd in het eerste lid, en de uitkering per dag op grond van de, doch ten hoogste het verschil tussen het voor betrokkene geldende bedrag, genoemd in het eerste lid, en 70% van het minimumloon, zijnde het minimumloon per maand, bedoeld in, gedeeld door 21,75, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het minimumloon per maand dat voor zijn leeftijd geldt op grond van, en, gedeeld door 21,75. 3 artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikel 7, derde lid artikel 8, derde lid, van die wet artikel 15 van die wet Onder het in het eerste lid bedoelde minimumloon wordt verstaan het minimumloon per maand, bedoeld inof, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het minimumloon per maand dat voor zijn leeftijd geldt op grond van, en, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantiebijslag, bedoeld in, en vervolgens gedeeld door 21,75. 4 hoofdstuk 3 van de Wet werk en bijstand De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden door Onze Minister herzien op dezelfde wijze en op hetzelfde tijdstip als waarop de bedragen genoemd inworden herzien, waarna de herziene bedragen voor de in het eerste lid genoemde bedragen in de plaats treden. 2007 120 26-06-2007 18-06-2007 SV/WV/07/20704 2007 120 26-06-2007 18-06-2007 SV/WV/07/20704 01-07-2007
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Wet Werkloosheidsvoorziening Werkloosheidswet De organen, die op grond van deze wet of de daarop berustende bepalingen zijn belast met de uitvoering van de, en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn gehouden in gezamenlijk overleg al datgene te verrichten, waardoor voor hun personeel mogelijke nadelige gevolgen van de invoering van de nieuweworden voorkomen. 2 Wet Werkloosheidsvoorziening Werkloosheidswet Onze Minister is bevoegd, na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken nadere regels te stellen met betrekking tot de overgang van personeel, belast met de uitvoering van de, naar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in verband met de invoering van de nieuwe. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 639 18-12-1986 19735 1986 700 29-12-1986 01-01-1987
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 77a — Artikel 77a#
Artikel 77a Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 artikelen 36, eerste lid, van de nieuwe Werkloosheidswet 57, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 33, eerste lid, van de Ziektewet e 6, eerste lid, onderdeel, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering 9, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers a 26, derde lid, onderdeel, van de Wet op de studiefinanciering Toeslagenwet Toeslagenwet h Staatsblad In de, 48, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet,,, 1, onderdeel, van de Organisatiewet Sociale Verzekering,,en, zoals deze luiden op de dag, waarop deze wet in werking treedt, wordt na "" op de gebruikelijke wijze ingevoegd de jaargang en het nummer van hetwaarin deis geplaatst. 2 artikelen 37, eerste lid, van de nieuwe Werkloosheidswet 21, eerste lid, van de Toeslagenwet a 57, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering a 33, eerste lid, van de Ziektewet a 26, derde lid, onderdeel, van de Wet op de studiefinanciering Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Staatsblad In de,, 49, eerste lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet,,, en, zoals deze luiden op de dag, waarop deze wet in werking treedt, wordt na "" op de gebruikelijke wijze ingevoegd de jaargang en het nummer van het, waarin deis geplaatst. 3 a artikelen 2, eerste lid, onderdeel, sub 3°, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers d 1, eerste lid, onderdeel, van de Toeslagenwet Werkloosheidswet Werkloosheidswet Staatsblad In de,, zoals deze luiden op de dag, waarop deze wet in werking treedt, wordt na "" op de gebruikelijke wijze ingevoegd de jaargang en het nummer van hetwaarin de nieuweis geplaatst. 1986 568 06-11-1986 19606 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 Waar in deze wet nummeringen van artikelen en van leden van artikelen en aanduidingen van onderdelen van artikelen worden aangehaald van: a e worden deze door Onze Minister in overeenstemming gebracht met de nummering en de aanduiding, zoals deze komen te luiden indien de voorstellen van de ondertot en metbedoelde wetten tot wet zijn verheven. a. Werkloosheidswet de nieuwe b. Toeslagenwet de c. de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers d. de Wijzigingswet AAW/WAO e. de Wijzigingswet ABW 2 Staatsblad De tekst van deze wet, zoals die luidt na toepassing van het eerste lid, wordt door Onze Minister van Justitie in hetgeplaatst. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 Hetgeen nog ter uitvoering van deze wet nodig is, wordt door Onze Minister geregeld. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 1 artikel 40, onderdeel S Werkloosheidswet Toeslagenwet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Deze wet, met uitzondering van, de nieuwe, de, de, de Wijzigingswet AAW/WAO, de Wijzigingswet ABW en de Wijzigingswet AOW treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende wetten en artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 2 Artikel 40, onderdeel S , treedt in werking op 1 januari 1987. 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid". 1986 567 18-11-1986 06-11-1986 19383 1986 597 26-11-1986 01-01-1987