Wet van 6 november 1986, houdende verlening van toeslagen tot het relevante sociaal minimum aan uitkeringsgerechtigden op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen
- BWB-id
- BWBR0004043
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004043
- ELI
- /eli/nl/wet/1987/toeslagenwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1987/toeslagenwet/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004043&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004043&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004043/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1987/toeslagenwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; c. artikel 31 Toeslagenfonds: het fonds, bedoeld in; d. Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:6, eerste lid, van die wet Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen Wet inkomensvoorziening oudere werklozen loondervingsuitkering: een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de, de, de, deen de, alsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de, op grond vanaan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in, deen de; e. artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a van de Ziektewet toeslag: een op een loondervingsuitkering of naast het recht op loon, bedoeld in, dan wel de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in, te verlenen toeslag ingevolge deze wet; f. minimumloon: 1°. artikel 2, eerste lid artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor de persoon, bedoeld in, het minimumloon per maand, bedoeld in, gedeeld door 21,75, en 2°. artikel 2, tweede en zevende lid artikelen 7, derde lid 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor de persoon, bedoeld in, het op grond van de, envoor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, gedeeld door 21,75; g. artikel 21b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering vervolgdagloon: het vervolgdagloon, bedoeld in; h. Wetboek van Strafrecht vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het; i. artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in. 2 Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a. echtgenoot: geregistreerde partner; b. echtgenoten: geregistreerde partners; c. gehuwd: als partner geregistreerd; d. gehuwde: als partner geregistreerde. 3 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt: a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. 5 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid. 6 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. 7 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid. 8 Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige. 9 Wet op de jeugdzorg Jeugdwet Algemene Kinderbijslagwet Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van deof de, of kinderbijslag ontving op grond van de. 2023 168 23-05-2023 12-05-2023 35335 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Vervallen 2000 627 28-12-2000 21-12-2000 27248 2000 627 28-12-2000 21-12-2000 27248 01-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Recht op toeslag heeft een gehuwde, die: a. recht heeft op loondervingsuitkering, en b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan € 105,49. 2 Behoudens het derde lid hebben voorts recht op toeslag een ongehuwde die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt, een ongehuwde die uitsluitend met een of meer personen als bedoeld in het negende lid in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en een ongehuwde, die niet met een of meer meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en die: a. recht heeft op loondervingsuitkering, en b. per dag een inkomen heeft dat lager is dan: 1°. indien hij 21 jaar of ouder is: € 75,62; 2°. indien hij 20 jaar is: € 58,94; 3°. indien hij 19 jaar is: € 43,15; 4°. indien hij 18 jaar is: € 35,25. 3 Geen recht op toeslag heeft de in het tweede lid bedoelde ongehuwde, die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en behoort tot het huishouden van zijn ouders of pleegouders. 4 Zolang een gehuwde of ongehuwde geen recht heeft op een loondervingsuitkering omdat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen of omdat hij zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, heeft hij geen recht op toeslag. 5 Zolang een gehuwde of ongehuwde de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, heeft hij geen recht op toeslag. 6 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Geen recht op toeslag heeft de gehuwde of ongehuwde die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, heeft bereikt. 7 Recht op toeslag heeft een ongehuwde die met een of meer meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft en die: a. recht heeft op loondervingsuitkering, en b. indien hij 21 jaar of ouder is en per dag een inkomen heeft dat lager is dan: € 49,03. 8 Het zevende lid is niet van toepassing op ongehuwden die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt. 9 Tot de personen, bedoeld in het zevende lid, worden niet gerekend: a. de persoon die de leeftijd 27 jaar nog niet heeft bereikt, b. de persoon, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de toeslaggerechtigde, die op basis van een schriftelijke overeenkomst met de toeslaggerechtigde, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als verhuurder, huurder, onderverhuurder, onderhuurder, kostgever of kostganger in dezelfde woning als de toeslaggerechtigde zijn hoofdverblijf heeft, c. de persoon die op basis van een schriftelijke overeenkomst met een derde, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als huurder, onderhuurder of kostganger in dezelfde woning als de toeslaggerechtigde zijn hoofdverblijf heeft, mits hij de overeenkomst heeft met dezelfde persoon als met wie de toeslaggerechtigde een schriftelijke overeenkomst heeft, waarbij een commerciële prijs is overeengekomen, als huurder, onderhuurder of kostganger, en d. de persoon: 1°. artikel 3.1, eerste of tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 die onderwijs volgt waarvoor aanspraak op studiefinanciering als bedoeld inkan bestaan en op enig moment tijdens dat onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking kan komen voor die studiefinanciering; 2°. hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten die onderwijs volgt waarvoor aanspraak kan bestaan op een tegemoetkoming op grond vanen op enig moment tijdens dat onderwijs gelet op zijn leeftijd in aanmerking kan komen voor die tegemoetkoming; 3°. artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs die een beroepsopleiding als bedoeld inin de beroepsbegeleidende leerweg volgt; 4°. die een vergelijkbaar soort onderwijs of beroepsopleiding als bedoeld onder 1° tot en met 3° volgt buiten Nederland, waarbij voor onder 1° en 2° geldt dat hij op enig moment tijdens dat onderwijs jonger dan 30 jaar is of in de maand van aanvang de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt. 10 Op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt de toeslaggerechtigde de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in het negende lid, onderdeel b of onderdeel c, over en toont hij de betaling van de commerciële prijs aan door het overleggen van de bewijzen van betaling. 11 Zolang een gehuwde of ongehuwde geen recht heeft op een loondervingsuitkering omdat hij een uitreiziger is, heeft hij geen recht op toeslag. 2025 43553 18-12-2025 10-12-2025 2025-0000238547 2025 43553 18-12-2025 10-12-2025 2025-0000238547 01-01-2026
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vanaf 1990 heeft een gehuwde wiens echtgenoot is geboren na 31 december 1971 geen recht op toeslag, tenzij tot zijn huishouden een eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind behoort dat jonger is dan 12 jaar. 1986 562 06-11-1986 19257 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2023 417 21-11-2023 08-11-2023 36415 2023 437 05-12-2023 29-11-2023 01-01-2024
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 2 Geen recht op toeslag heeft de persoon, bedoeld in, gedurende de periode dat hij niet in Nederland woont. 2 artikel 2 De persoon, bedoeld in, die op grond van het eerste lid geen recht heeft op toeslag, heeft vanaf de dag dat hij in Nederland woont recht op toeslag, indien hij aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of zevende lid, voldoet. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 08-12-2016 01-07-2016
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b Vervallen 2020 173 18-06-2020 27-05-2020 35213 2020 174 18-06-2020 05-06-2020 01-09-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 76a van de Ziektewet derde of zesde lid van genoemd artikel 629 eerste tot en met derde lid van artikel 76b van de Ziektewet artikel 76c van de Ziektewet Indien de loondervingsuitkering gedeeltelijk wordt geweigerd op grond van enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, of het recht op loon, bedoeld in, dan wel de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in, gedeeltelijk ontbreekt dan wel de betaling daarvan is opgeschort door toepassing van het, hetofwordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen de loondervingsuitkering in aanmerking genomen alsof die weigering niet heeft plaatsgevonden en het loon, de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt alsof die artikelleden niet zijn toegepast. 2 Geen recht op toeslag bestaat, indien de loondervingsuitkering, het loon, de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in het eerste lid, niet tot uitbetaling komt op grond van enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten. 3 Indien bij samenloop van loondervingsuitkeringen op grond van enig handelen of nalaten van betrokkene dat hem redelijkerwijs kan worden verweten een of meer van de loondervingsuitkeringen gedeeltelijk worden geweigerd of niet tot uitbetaling komen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen het inkomen in aanmerking genomen alsof die weigering niet heeft plaatsgevonden respectievelijk alsof die uitbetaling heeft plaatsgevonden. 4 Werkloosheidswet artikel 1b, vijfde lid, van de Werkloosheidswet Indien de uitkering op grond van deis verminderd omdat de betrokkene in een kalenderweek minder beschikbaar voor arbeid is dan zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek, en er een inkomen als bedoeld in, is berekend, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen de uitkering op grond van de Werkloosheidswet in aanmerking genomen alsof die vermindering niet heeft plaatsgevonden. 5 artikel 47b van de Werkloosheidswet Indien de uitkering op grond vanis verminderd, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen de uitkering in aanmerking genomen alsof die vermindering niet heeft plaatsgevonden. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 11-12-2015 01-07-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Als inkomen wordt aangemerkt: a. voor een gehuwde: de som van het inkomen uit arbeid of overig inkomen van hemzelf en van zijn echtgenoot; b. voor een ongehuwde: zijn inkomen uit arbeid of overig inkomen. 2 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten. 2010 867 29-12-2010 23-12-2010 32421 2010 868 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 In afwijking vanwordt gedurende een periode van ten hoogste twee jaren van het inkomen uit arbeid buiten aanmerking gelaten: a. een bedrag gelijk aan 5% van het minimumloon; alsmede b. indien en voor zover het inkomen uit arbeid meer bedraagt dan het in onderdeel a bedoelde bedrag, 30% van dat inkomen. 2 Het niet in aanmerking te nemen inkomen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 15% van het minimumloon. 3 Ziektewet Voor de vaststelling van de in het eerste lid bedoelde periode wordt een periode waarover een uitkering op grond van deis ontvangen, buiten beschouwing gelaten. 4 Werkloosheidswet De beperking tot een periode van twee jaren, als bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van de persoon die recht heeft op een uitkering op grond van deterzake van werkloosheid ontstaan na het bereiken van de leeftijd van 57,5 jaar. 1986 562 06-11-1986 19257 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 2, eerste lid Voor de persoon, bedoeld in, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen € 105,49 en het inkomen per dag. 2 artikel 2, tweede lid Voor de persoon, bedoeld in, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen het in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, bij de leeftijd van die persoon genoemd bedrag en het inkomen per dag. 3 artikel 2, zevende lid Voor de persoon, bedoeld in, is de toeslag gelijk aan het verschil tussen het in artikel 2, zevende lid, onderdeel b, bij de leeftijd van die persoon genoemde bedrag en het inkomen per dag. 2025 43553 18-12-2025 10-12-2025 2025-0000238547 2025 43553 18-12-2025 10-12-2025 2025-0000238547 01-01-2026
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 De toeslag bedraagt niet meer dan het verschil tussen het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, en de loondervingsuitkering, voor: a. artikel 2, eerste lid de persoon, bedoeld in, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan het minimumloon; b. artikel 2, tweede lid de persoon, bedoeld in, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 70% van het minimumloon; c. artikel 2, zevende lid de persoon, bedoeld in, indien het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, lager is dan 50% van het minimumloon. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de in het dagloon, vervolgdagloon of grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, begrepen vakantiebijslag niet in aanmerking genomen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat voor de toepassing van het eerste lid ander inkomen dan de loondervingsuitkering wordt gelijkgesteld met de op het dagloon, vervolgdagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, in mindering te brengen loondervingsuitkering. 4 artikel 10, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Voor de toepassing van dit artikel wordt tevens onder grondslag verstaan de factor A, bedoeld in, gedeeld door 21,75. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 08-12-2016 01-07-2016
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 2 8 hoofdstuk 3 van de Participatiewet De in deengenoemde bedragen worden gewijzigd overeenkomstig de wijze en met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in, worden gewijzigd. De gewijzigde bedragen treden voor de in de artikelen 2 en 8 genoemde bedragen in de plaats. 2 De gewijzigde bedragen, bedoeld in het eerste lid, en de dag waarop de wijzigingen ingaan, worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019 2014 269 15-07-2014 02-07-2014 33801 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2014 269 15-07-2014 02-07-2014 33801 01-01-2019
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Degene die recht heeft op een toeslag heeft tevens recht op een vakantie-uitkering ter hoogte van 8% van die toeslag. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien in het dagloon waarnaar de loondervingsuitkering is berekend, geen vakantietoeslag is begrepen. 3 artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld inwordt gewijzigd, wordt dit gewijzigde percentage in aanmerking genomen over het bedrag van de toeslag waarop recht bestaat over de periode aanvangende met de dag waarop die wijziging ingaat. Het gewijzigde percentage treedt in de plaats van het in het eerste lid genoemde percentage. 4 de artikelen 12 13 14 15, vierde lid 18 20 21 22 23 23a 25 27 29 Het bepaalde bij of krachtens,,,,,,,,,,,envindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vakantie-uitkering. 1995 696 29-12-1995 21-12-1995 24258 1995 696 29-12-1995 21-12-1995 24258 01-01-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op aanvraag vast of recht op toeslag bestaat. De aanvraag wordt ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2 artikelen 3:40 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht Op de toekenning en de beëindiging van een toeslag op een loondervingsuitkering zijn deenniet van toepassing, indien: a. redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan de bekendmaking van de beschikking geen behoefte bestaat en b. de toepasselijkheid van deze artikelen ook is uitgesloten voor de toekenning en de beëindiging van de loondervingsuitkering waarop de toeslag wordt of werd betaald. 3 De toeslag op een loondervingsuitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld indien de loondervingsuitkering waarop de toeslag wordt of werd betaald ook op die wijze wordt betaald en indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat. 4 Een toeslag als bedoeld in het derde lid wordt beëindigd zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat. Indien de belanghebbende binnen een redelijke termijn om een beschikking verzoekt, wordt deze zo spoedig mogelijk alsnog verstrekt. 5 artikelen 2 8 artikel 9 Een herziening van de toeslag als gevolg van een wijziging van de in deengenoemde bedragen als bedoeld inof als gevolg van een indexering van het dagloon of de grondslag waarnaar de loondervingsuitkering is berekend vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 6 De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 7 Het recht op toeslag kan niet worden vastgesteld over perioden gelegen voor één jaar voorafgaande aan de dag waarop de aanvraag om toeslag werd ingediend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de vorige zin. 2011 647 29-12-2011 15-12-2011 32777 2011 648 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a 1 Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van toeslag en terzake van weigering van toeslag, herziet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een dergelijk besluit of trekt zij dat in: a. artikel 12 12a, eerste lid, aanhef en onderdeel b 13 indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van,, ofheeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag; b. indien anderszins de toeslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; c. artikel 12 12a, eerste lid, aanhef en onderdeel b 13 indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van,, ofertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op toeslag bestaat. 2 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien. 2012 463 12-10-2012 04-10-2012 31929 2012 482 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 22 Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolgetoeslag wordt uitbetaald, zijn verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan hem of haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op toeslag, de hoogte van de toeslag, het geldend maken van het recht op toeslag of op het bedrag van de toeslag dat wordt betaald. Deze verplichting geldt niet indien die feiten en omstandigheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de tweede zin van toepassing is. 2 artikel 2, zevende lid Op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt de meerderjarige persoon die in dezelfde woning als de toeslaggerechtigde zijn hoofdverblijf heeft, als bedoeld in, desgevraagd alle gegevens en inlichtingen over die voor de beoordeling van de aanspraak op toeslag van belang kunnen zijn. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 08-12-2016 01-07-2016
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 artikel 12 In aanvulling opkan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen degene die aanspraak maakt op toeslag of zijn wettelijke vertegenwoordiger verzoeken aan te tonen dat: Teneinde hem daartoe in de gelegenheid te stellen kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij die verzoeken aanbieden met de toestemming van degene die aanspraak maakt op toeslag dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger de woning van degene die aanspraak maakt op toeslag binnen te treden. a. artikel 2, tweede lid, onderdeel a en onderdeel b, onder 1°, 2° of 3° degene die aanspraak maakt op toeslag een ongehuwde is als bedoeld in; b. de feitelijke woonsituatie van degene die aanspraak maakt op toeslag, van zijn echtgenoot of van een kind in overeenstemming is met het verstrekte adres van hemzelf, zijn echtgenoot of van zijn kind. 2 artikel 2, tweede lid, onderdeel a en onderdeel b, onder 1°, 2° of 3° artikel 8, eerste lid Indien degene die aanspraak maakt op toeslag dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger niet desgevraagd aantoont dat degene die aanspraak maakt op toeslag een ongehuwde is als bedoeld in, wordt de toeslag toegekend respectievelijk herzien naar een hoogte gelijk aan het verschil tussen de helft van het bedrag, bedoeld in, en het inkomen per dag. 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 22 artikel 30 Degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolgetoeslag wordt uitbetaald, zijn verplicht de voorschriften, bedoeld in, op te volgen en anderszins aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. 2 Degene die aanspraak maakt op toeslag of zijn echtgenoot onthouden zich van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. 2014 269 15-07-2014 02-07-2014 33801 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 artikel 12 artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen weigert de toeslag tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van een verplichting als bedoeld inof, dan wel ter zake van het niet binnen de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daarvoor vastgestelde termijn nakomen door genoemde personen van een verplichting als bedoeld in. 2 Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 3 artikel 12 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet tijdig nakomen van een verplichting als bedoeld in, indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van toeslag, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijk vertegenwoordiger een zodanige waarschuwing is gegeven. 4 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 5 artikel 14a Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld inwordt opgelegd. 6 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid. 2010 840 28-12-2010 13-12-2010 32435 2010 877 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 artikel 12 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 12, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 12, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2 artikel 12 In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan toeslag is ontvangen. 3 artikel 12 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in. 4 artikel 12 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in, in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een zodanige waarschuwing is gegeven. 5 artikel 12 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan toeslag is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden. 6 artikelen 12 25 van de Werkloosheidswet 70, eerste en tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 12, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen 80 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 2:7, eerste lid 3:74 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 27, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 31, eerste lid 49 van de Ziektewet Onder eenzelfde gedraging als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in devan deze wet,,,,,, of,,, of, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering, inkomensvoorziening, ziekengeld of toeslag is verleend. 7 In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. 8 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 9 Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn. 10 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete. 11 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd. 12 artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger wijzigen. 13 Artikel 21, eerste, derde en vierde lid Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid is begaan, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling., is van overeenkomstige toepassing. 14 Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het dertiende lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding is begaan wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid. 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 14c — Artikel 14c#
Artikel 14c Vervallen 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 14d — Artikel 14d#
Artikel 14d Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 14e — Artikel 14e#
Artikel 14e Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 14f — Artikel 14f#
Artikel 14f Vervallen 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 14g — Artikel 14g#
Artikel 14g 1 artikel 14a, vijfde lid Werkloosheidswet Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Wet arbeid en zorg Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verrekent de bestuurlijke boete en een eerdere bestuurlijke boete wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in, met een toeslag op grond van deze wet, een uitkering op grond van de, de, de, de, de, de, de, deof de, die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd ontvangt. 2 Onverminderd het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de bestuurlijke boete verrekenen met een vordering die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd op hem heeft. 3 Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Participatiewet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de, de, de, deof de. 4 artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De inaan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van, door middel van toezending per post aan degene aan wie de boete is opgelegd. 5 artikel 14a, negende lid Zolang degene die aanspraak maakt op een toeslag, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger zijn verplichting, bedoeld in, niet of niet behoorlijk nakomt: a. artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in afwijking vanbevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn; b. artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de, in afwijking van, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel. 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 01-01-2017 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017
Artikel 14h — Artikel 14h#
Artikel 14h Vervallen 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de toeslag waarop op grond van deze wet recht bestaat. 2 Wet financiering sociale verzekeringen De bepalingen die gelden voor de loondervingsuitkering ter zake van het verschuldigd zijn van premie, van de heffing en invordering van premie, zoals deze zijn opgenomen in de, zijn op de toeslag die op de loondervingsuitkering wordt verleend, van overeenkomstige toepassing. 3 De betaling van de toeslag geschiedt, voor zoveel mogelijk, in dezelfde termijnen als die waarin de betaling van de loondervingsuitkering geschiedt. 4 artikel 10, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 11, derde lid, van de Ziektewet artikel 11, tweede lid, van de Werkloosheidswet Zoveel mogelijk wordt de toeslag betaald samen met de loondervingsuitkering in één bedrag dan wel wordt de toeslag betaald aan de werkgever met toepassing van,of. 5 Onverminderd het eerste tot en met vierde lid vindt betaling plaats: a. artikel 11, derde lid binnen zes weken na indiening van de aanvraag indien, van toepassing is; b. artikel 11, vijfde lid bij de eerstvolgende betaling van de toeslag nadat wijziging van het minimumloon heeft plaatsgevonden of tegelijk met de eerstvolgende gewijzigde loondervingsuitkering indien, van toepassing is; c. artikel 11, zesde lid tegelijk met de betaling van de vakantie-uitkering op de loondervingsuitkering indien, van toepassing is. 6 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van de toeslag op of schorst de betaling, indien het op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat: a. het recht op toeslag niet of niet meer bestaat; b. recht op een lagere toeslag bestaat, of c. artikel 22 artikel 12 12a 13 degene die aanspraak maakt op toeslag, zijn echtgenoot dan wel de persoon aan wie of de instelling aan welke ingevolgetoeslag wordt uitbetaald, een verplichting als bedoeld in,ofniet is nagekomen. 2011 288 21-06-2011 06-06-2011 32131 2012 45 10-02-2012 06-02-2012 01-01-2013 2012 463 12-10-2012 04-10-2012 31929 2012 482 19-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a Vreemdelingenwet 2000 artikel 8 van die wet Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van de toeslag op indien degene aan wie een toeslag is toegekend een vreemdeling als bedoeld in deis die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt als bedoeld in. 2003 524 23-12-2003 10-12-2003 28983 2003 525 23-12-2003 19-12-2003 01-03-2004
Artikel 15b — Artikel 15b#
Artikel 15b 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schort de betaling van de toeslag op, indien blijkt dat het door de toeslaggerechtigde verstrekte adres van hemzelf, van zijn echtgenoot of van een kind afwijkt van het adres waaronder de betrokkene in de basisregistratie personen staat ingeschreven. 2 Geen opschorting vindt plaats: a. indien de afwijking redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van de uitkering; b. indien de toeslaggerechtigde van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. 3 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen doet schriftelijk mededeling van de opschorting aan de toeslaggerechtigde. 4 De opschorting wordt beëindigd zodra het aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebleken is dat de afwijking niet meer bestaat. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 15c — Artikel 15c#
Artikel 15c 1 Is van de aanvrager of ontvanger van een toeslag bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken. 2 Wanneer na afloop van deze termijn de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de toeslag aan de persoon, aan wie de toeslag is toegekend, op. 3 De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen. 4 Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de betaling van de toeslag op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen. 2013 405 23-10-2013 09-10-2013 33579 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot samenloop van toeslagen. 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot op een nog niet vastgestelde toeslag beschouwd als een toeslag op grond van deze wet. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De toeslag die niet in ontvangst is genomen of is ingevorderd binnen drie maanden na de dag van betaalbaarstelling, wordt niet meer betaald. de eerste volzin Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd in bijzondere gevallen ten gunste van de toeslaggerechtigde af te wijken van de ingenoemde drie maanden. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 Bij Stb. 2001/625 is in artikel 47 een bepaling betreffende de
toepassing gepubliceerd.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de vakantie-uitkering, voor zover niet reeds eerder betaald, jaarlijks in de maand mei over de aan die maand voorafgaande maanden. 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt de vakantie-uitkering, voor zoveel mogelijk, samen met de vakantie-uitkering over de loondervingsuitkering in één bedrag. 3 Indien niet langer recht op loondervingsuitkering bestaat, wordt de nog niet betaalde vakantie-uitkering, voor zoveel mogelijk samen met de vakantie-uitkering over de loondervingsuitkering, in één bedrag betaald. 2010 840 28-12-2010 13-12-2010 32435 2010 877 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 11a 14 De toeslag die als gevolg van een besluit als bedoeld inofonverschuldigd is betaald, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd. 2 In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd: a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost. 3 artikel 12 De in het tweede lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in. 4 De in het tweede lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar indien: a. artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in deniet te boven is gegaan; en b. artikel 12 de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in. 5 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. 6 Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. 7 In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. 2017 110 24-03-2017 08-03-2017 34628 2020 499 08-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 20a — Artikel 20a#
Artikel 20a 1 artikel 20, eerste lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan de onverschuldigd betaalde toeslag, bedoeld in, invorderen bij dwangbevel. 2 Artikel 14g artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in deniet te boven is gegaan, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aflossingsbedragen lager vaststelt. 2017 110 24-03-2017 08-03-2017 34628 2020 499 08-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 20b — Artikel 20b#
Artikel 20b 1 artikel 20, tweede en derde lid Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot, nadere regels worden gesteld. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat onverschuldigd is betaald. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20, eerste lid artikel 22 In afwijking van, kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op verzoek van degene die aanspraak maakt op de toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolgetoeslag wordt uitbetaald, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien bij medewerking aan een schuldregeling, indien: a. artikel 22 redelijkerwijs te voorzien is dat degene die aanspraak maakt op de toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolgetoeslag wordt uitbetaald, niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; c. artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbaar voorstel voor een schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in; d. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en e. artikel 349 van de Faillissementswet uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig. 2 artikel 22 artikel 12 artikel 14a Wetboek van Strafrecht Het eerste lid is niet van toepassing indien een vordering is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld niet nakomen door degene die aanspraak maakt op de toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolgetoeslag wordt uitbetaald, van de verplichting, bedoeld in, en hiervoor een boete als bedoeld inis opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het. 3 artikel 22 Het besluit tot het afzien van terugvordering of van verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van degene die aanspraak maakt op de toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolgetoeslag wordt uitbetaald, degene van wie wordt teruggevorderd gewijzigd indien: a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid; b. artikel 22 degene die aanspraak maakt op de toeslag, zijn echtgenoot of zijn wettelijke vertegenwoordiger, alsmede de instelling aan welke ingevolgetoeslag wordt uitbetaald, zijn schuld aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. 4 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te werken aan schuldregelingen. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 21-12-2021 15-11-2021
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a artikel 20 21 artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld inenis bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in. 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van een wettelijke bepaling de loondervingsuitkering geheel of gedeeltelijk in plaats van aan de toeslaggerechtigde zonder diens machtiging uitbetaalt aan het Zorginstituut Nederland, genoemd in, een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen of aan een gemeente die de opnamekosten in een dergelijke inrichting betaalt, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tevens de toeslag aan die raad, inrichting of gemeente. 2013 578 23-12-2013 11-12-2013 33243 2014 93 06-03-2014 11-02-2014 01-04-2014
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Na het overlijden van de toeslaggerechtigde wordt met ingang van de dag na het overlijden, de toeslag in de vorm van een overlijdensuitkering uitbetaald: a. aan de langstlevende van de echtgenoten; b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, aan de minderjarige kinderen tot wie de overledene in familierechtelijke betrekking stond; c. bij ontstentenis van de in de onderdelen a en b bedoelde personen, aan degene met wie de overledene in gezinsverband leefde. 2 De overlijdensuitkering is gelijk aan het bedrag van de toeslag over één maand, doch niet over de zaterdagen en zondagen, berekend naar de hoogte van die toeslag op de dag of laatstelijk voor de dag van overlijden van de toeslaggerechtigde. 3 De overlijdensuitkering wordt ambtshalve of op verzoek aan de rechthebbende of rechthebbenden genoemd in het eerste lid, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uitbetaald. 4 De overlijdensuitkering wordt in een bedrag ineens uitbetaald. 5 Het bedrag van de overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag aan toeslag dat, over na het overlijden gelegen dagen, reeds is uitbetaald. 6 De overlijdensuitkering is niet vatbaar voor beslag. 2012 2 10-01-2012 08-12-2011 32846 2012 109 20-03-2012 08-03-2012 01-04-2012
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a Na het overlijden van de echtgenoot van een toeslaggerechtigde wordt de toeslaggerechtigde voor de toepassing van deze wet en de daarop rustende bepalingen tot en met één maand na de dag van overlijden van de echtgenoot, als gehuwd aangemerkt. 1995 696 29-12-1995 21-12-1995 24258 1995 696 29-12-1995 21-12-1995 24258 01-01-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1995 696 29-12-1995 21-12-1995 24258 1995 696 29-12-1995 21-12-1995 24258 01-01-1997
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De toeslag is onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening. 2 Een machtiging tot het in ontvangst nemen van de toeslag, onder welke vorm of benaming ook verleend, is steeds herroepelijk. 3 Elk beding, strijdig met het eerste of tweede lid, is nietig. 1986 562 06-11-1986 19257 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 14a In de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Toeslagenfonds wordt voorzien door het Rijk, alsmede door de met toepassing vanverkregen bestuurlijke boeten. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De op grond van deze wet te betalen toeslagen en de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten komen ten laste van het Toeslagenfonds. 2 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan regels stellen met betrekking tot het eerste lid. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 Bij Stb. 2001/625 is in artikel 47 een bepaling betreffende de
toepassing gepubliceerd.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 In de uitvoering van deze wet wordt voorzien door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2 Het recht op toeslag ingevolge deze wet bestaat tegenover het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 Bij Stb. 2001/625 is in artikel 47 een bepaling betreffende de
toepassing gepubliceerd.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd controlevoorschriften vast te stellen. Deze voorschriften mogen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor de juiste uitvoering van deze wet. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 Bij Stb. 2001/625 is in artikel 47 een bepaling betreffende de
toepassing gepubliceerd.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven, bedoeld in artikel 27, eerste lid, in de vorm van een Toeslagenfonds dat deel uitmaakt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 Bij Stb. 2001/625 is in artikel 47 een bepaling betreffende de
toepassing gepubliceerd.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Artikel 120 van de Wet financiering sociale verzekeringen is van overeenkomstige toepassing. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Indien de aanvraag om een toeslag tezamen met een aanvraag om een loondervingsuitkering wordt ingediend, wordt de beschikking over de toeslag gegeven binnen de termijn die geldt voor het geven van een beschikking inzake de loondervingsuitkering. 2 Indien een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2010 840 28-12-2010 13-12-2010 32435 2010 877 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 23-11-2018
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbeslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 2 artikel 112 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 96, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 6:3, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 87d van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering XXVIIa, tweede lid, van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen Indien het bezwaarschrift, bedoeld in het eerste lid, verband houdt met een bezwaar tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, zijn de artikelen 79, tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet,,,,envan overeenkomstige toepassing. 2014 270 15-07-2014 02-07-2014 33161 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 artikel 1, derde tot en met zevende lid Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van, en de daarop berustende bepalingen. 2 Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof. 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 02-01-1998
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Een gedraging die in strijd is met een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 artikel 40 De inbedoelde strafbare feiten zijn overtredingen. 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 43a — Artikel 43a#
Artikel 43a Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 8, vierde lid Op de persoon die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding vanrecht had op een toeslag op grond van deze wet blijft tenzij het recht op de uitkering eindigt,, zoals dat luidde op die dag van toepassing tot een bij ministeriële regeling bepaald tijdstip dat voor verschillende groepen personen verschillend kan worden vastgesteld. 2005 573 22-11-2005 10-11-2005 30118 2005 619 08-12-2005 02-12-2005 29-12-2005
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a 1 artikelen 24 48 64a van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid De,enen de daarop rustende bepalingen zoals deze luidden op 31 december 2007 blijven tot 1 maart 2008 van toepassing op de persoon die: a. artikelen 24 48 64a van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid op 31 december 2007 recht had op een verhoging van zijn uitkering op grond van de,of, en b. op 1 januari 2008 geen recht heeft op een toeslag. 2 Artikel 64a van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid dat artikel en deze wet en de open deze wet rustende bepalingen zoals deze luidden op 31 december 2007 blijven van toepassing tot de dag waarop het recht op ziekengeld is geëindigd, maar uiterlijk tot 1 maart 2008 op de persoon die: a. artikel 64a van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid op 31 december 2007 recht had op een verhoging van zijn uitkering op grond van; b. op 31 december 2007 geen recht had op een toeslag, en c. op 1 januari 2008 recht zou hebben op een toeslag. 2007 302 30-08-2007 21-07-2007 30937 2007 303 30-08-2007 23-08-2007 01-01-2008
Artikel 44b — Artikel 44b#
Artikel 44b 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder verordening verstaan: Verordening (EG) nr. 647/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2005 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PbEU (L 117). 2 artikel 2, eerste of tweede lid Aan de persoon, bedoeld in, die: a. op de dag voor de inwerkingtreding van de verordening recht op toeslag heeft op grond van artikel 10, eerste lid, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de gemeenschap verplaatsen (PbEG L 149); en b. artikel 4a niet in Nederland woont maar wel in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een land aangesloten bij de Europese Economische Ruimte dan wel in Zwitserland, wordt in afwijking van: 1°. vanaf de datum van inwerkingtreding van de verordening tot en met een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet waarbij dit artikel in deze wet is ingevoegd het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen; 2°. gedurende het tweede jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet waarbij dit artikel in deze wet is ingevoegd twee derden van het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen; en 3°. gedurende het derde jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet waarbij dit artikel in deze wet is ingevoegd een derde van het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen. 2014 227 27-06-2014 25-06-2014 33716 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 44c — Artikel 44c#
Artikel 44c Artikel 1, achtste en negende lid artikel 2 , is niet van toepassing indien voor de inwerkingtreding van deze artikelleden op grond vanrecht bestaat op toeslag omdat de ongehuwde toeslaggerechtigde wegens een gezamenlijke huishouding met een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind is aangemerkt als gehuwd, voor zolang dit recht op toeslag bestaat, tenzij toepassing van de genoemde artikelleden leidt tot een hogere toeslag. 2009 596 30-12-2009 17-12-2009 32037 2009 623 30-12-2009 23-12-2009 01-01-2010
Artikel 44d — Artikel 44d#
Artikel 44d artikel 4a Aan de persoon op wievan toepassing wordt als gevolg van de opzegging van een verdrag, de beëindiging van de voorlopige toepassing van een verdrag dan wel de beëindiging van een daarmee gelijk te stellen situatie, wordt, zolang deze persoon blijft wonen in hetzelfde land als waar hij op de dag voor buitenwerkingtreding als gevolg van die opzegging respectievelijk op de dag voor de beëindiging woonde en blijft voldoen aan de overige voorwaarden voor het recht op toeslag, in afwijking van artikel 4a: 1°. vanaf de datum van die opzegging of beëindiging tot en met een jaar na het tijdstip hiervan het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen; 2°. gedurende het tweede jaar na de datum van die opzegging of beëindiging twee derden van het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen; en 3°. gedurende het derde jaar na de datum van die opzegging of beëindiging een derde van het bedrag uitbetaald waarop recht zou bestaan indien betrokkene in Nederland zou wonen. 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2025
Artikel 44e — Artikel 44e#
Artikel 44e 1 Artikel 5, vierde lid Werkloosheidswet , zoals dit luidde op 30 juni 2015, blijft van toepassing op een uitkering op grond van dewaarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 juli 2015. 2 Werkloosheidswet artikel 130z, tweede lid artikel 130aa, eerste lid, van de Werkloosheidswet Het eerste lid is niet van toepassing op een uitkering op grond van de, die op grond van, ofis omgezet. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 11-12-2015 01-07-2015
Artikel 44f — Artikel 44f#
Artikel 44f Vervallen 2014 269 15-07-2014 02-07-2014 33801 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2014 269 15-07-2014 02-07-2014 33801 01-01-2019
Artikel 44g — Artikel 44g#
Artikel 44g Vervallen 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 01-01-2019
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Toeslagenwet". 1986 562 06-11-1986 19257 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Deze wet treedt in werking op een bij of krachtens wet te bepalen tijdstip. 1986 562 06-11-1986 19257 1986 597 26-11-1986 01-01-1987