Wet van 6 november 1986, tot verzekering van werknemers tegen geldelijke gevolgen van werkloosheid
- BWB-id
- BWBR0004045
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004045
- ELI
- /eli/nl/wet/1987/werkloosheidswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1987/werkloosheidswet/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004045&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004045&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004045/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1987/werkloosheidswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; c. vervallen; d. artikel 93 van de Wet financiering sociale verzekeringen Algemeen Werkloosheidsfonds: het Algemeen Werkloosheidsfonds, genoemd in; e. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens; f. artikel 95 van de Wet financiering sociale verzekeringen sector: een sector als bedoeld in; g. onbetaald verlof: een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen verlof, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht; h. Vreemdelingenwet 2000 vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de; i. overheidswerkgever: 1°. artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de WPA artikel 2, eerste lid, onderdeel b tot en met e, van die wet artikel 53 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen het orgaan van een publiekrechtelijk lichaam als bedoeld in, dan wel een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld in, zoals die bepalingen luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in, dat de overheidswerknemer rechtstreeks ten laste van dat lichaam bezoldigt of beloont; 2°. artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de WPA artikel 2, derde lid, van die wet artikel 53 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen een privaatrechtelijk lichaam als bedoeld inof, zoals die bepalingen luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in, dat zowel op die dag als op dat tijdstip op grond van een van die bepalingen is aangewezen als lichaam waarvan de werknemers deelnemen in de Stichting Pensioenfonds ABP, en dat de overheidswerknemer rechtstreeks ten laste van dat lichaam bezoldigt of beloont; 3°. artikel 2, tweede lid, onderdeel f, van de WPA artikel 53 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen Onze Minister van Defensie in relatie tot de inuitgezonderde personen, zoals die bepaling luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in; j. overheidswerknemer: 1°. artikel 2 van de WPA artikel 53 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet de overheidswerknemer in de zin vanzoals die bepaling luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in; 2°. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet de beroepsmilitair in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in; 3°. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet degene die door de Koning in dienst is genomen om bij de Koninklijke Hofhouding werkzaam te zijn en die uit dien hoofde onder de Pensioenregeling van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau valt, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in; k. artikel 106 van de Wet financiering sociale verzekeringen Uitvoeringsfonds voor de overheid: het Uitvoeringsfonds voor de overheid, genoemd in; l. reïntegratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert; m. Wetboek van Strafrecht vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het; n. artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland; o. artikel 14 inkomen uit arbeid: loon als bedoeld in, met dien verstande dat niet tot het inkomen uit arbeid worden gerekend: 1°. Wet arbeid en zorg Toeslagenwet artikel 6, vijfde lid, tweede zin uitkeringen op grond van een werknemersverzekering en deof wachtgeld als bedoeld in, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van deen de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat; 2°. artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Toeslagenwet hetgeen wordt genoten op grond van, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking met artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstige regelingen, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van deen de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat; 3°. artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 het voordeel van het voor privé-doeleinden ter beschikking stellen van een auto, bedoeld in; p. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet de pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in; q. artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan het UWV, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 Onder arbeidsuur wordt in deze wet verstaan: a. uur waarover een werknemer inkomen uit arbeid heeft ontvangen; of b. uur waarover een werknemer recht heeft op inkomen uit arbeid. 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld waarbij: a. uren worden gelijkgesteld met een arbeidsuur als bedoeld in het eerste lid; b. arbeidsuren als bedoeld in het eerste lid niet als arbeidsuren worden aangemerkt; c. vastgesteld wordt welke in het kader van een dienstbetrekking ontvangen bedragen in aanmerking komen voor omrekening naar arbeidsuren en hoeveel arbeidsuren deze bedragen vertegenwoordigen. 2012 675 27-12-2012 20-12-2012 33327 2012 676 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b 1 artikel 16, eerste lid, onderdeel a artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Voor de berekening van de hoogte van de uitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat wordt als dagloon beschouwd 1/261 deel van het loon dat de werknemer in de periode van één jaar, die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies, bedoeld in, is ingetreden, verdiende, doch ten hoogste het bedrag, bedoeld in, met betrekking tot een loontijdvak van een dag. 2 Het maandloon in een kalendermaand bedraagt: a. indien de werknemer over de volledige kalendermaand recht op een uitkering heeft gehad 21,75 maal het dagloon; b. indien de werknemer niet over de volledige kalendermaand recht op een uitkering heeft gehad het aantal werkdagen in die kalendermaand waarop recht op uitkering heeft bestaan, vermenigvuldigd met het dagloon. Bij het bepalen van het aantal werkdagen wordt een kalenderweek geacht vijf werkdagen te hebben; of c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het aanmerken van kalendermaanden als volledige kalendermaanden als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en met betrekking tot het aanmerken van dagen als werkdagen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. 4 Het inkomen in een kalendermaand bedraagt: a. indien de werknemer over de volledige kalendermaand recht op een uitkering heeft gehad: het inkomen over de eerste tot en met de laatste dag van de kalendermaand; of b. indien de werknemer niet over de volledige kalendermaand recht op een uitkering heeft gehad: het inkomen over de dagen in die kalendermaand waarop het recht op uitkering heeft bestaan. 5 artikel 8, eerste lid artikel 16, tweede lid Indien de werknemer de hoedanigheid van werknemer, bedoeld in, verliest of heeft verloren, anders dan door het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 8, vierde lid, dan wel indien de werknemer in een kalenderweek minder beschikbaar voor arbeid is dan zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek, bedoeld in, wordt onder zijn inkomen in een kalendermaand tevens verstaan: (A + B) x C / D. Hierbij staat: artikel 8 A voor het aantal uren in een kalendermaand waarover de werknemer de hoedanigheid van werknemer verliest of heeft verloren als bedoeld in, voor zover het uren betreft op dagen waarop recht op uitkering bestaat; artikel 76 B voor het aantal arbeidsuren in een kalendermaand dat de werknemer minder beschikbaar is voor arbeid wegens andere omstandigheden dan ziekte, arbeidsongeschiktheid of omdat hij deelneemt dan wel gaat deelnemen aan een naar het oordeel van het UWV noodzakelijke opleiding of scholing als bedoeld in; artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 64, eerste lid, onderdeel b C voor het dagloon waarnaar de uitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het inbedoelde bedrag, dan wel voor de uitkering, bedoeld in, zonder de maximering, bedoeld in artikel 64, vierde en zevende lid, gedeeld door 21,75 als de uitkering betrekking heeft op een periode die aanvangt op de eerste dag en eindigt op de laatste dag van een kalendermaand, dan wel gedeeld door het aantal dagen, bedoeld in artikel 64, zevende lid; en artikel 16, tweede en zesde lid D voor het gemiddeld aantal arbeidsuren, bedoeld in, gedeeld door 5. 6 artikel 18 Bij algemene maatregel van bestuur worden, onder meer voor, ten aanzien van de vaststelling van het dagloon, bedoeld in het eerste lid, en de herziening ervan nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld. 7 artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Het dagloon berekend op grond van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt herzien met ingang van de dag waarop en in de mate waarin het bedrag genoemd inwordt herzien. 8 Door of namens Onze Minister wordt in de Staatscourant medegedeeld met ingang van welke dag en met welk percentage een herziening als bedoeld in het zevende lid plaatsvindt. 9 Een herziening van de uitkering als gevolg van een herziening van het dagloon vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 10 Bij algemene maatregel van bestuur wordt tevens bepaald wat onder inkomen als bedoeld in dit artikel wordt verstaan. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten. 2023 168 23-05-2023 12-05-2023 35335 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Waar een natuurlijk persoon woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen die binnen Nederland hun thuishaven hebben, beschouwd als deel van Nederland. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a Vervallen 2000 627 28-12-2000 21-12-2000 27248 2000 627 28-12-2000 21-12-2000 27248 01-01-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Werknemer is de natuurlijke persoon, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die in privaatrechtelijke of in publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. 2 Wie zijn dienstbetrekking buiten Nederland en het continentaal plat vervult, wordt niet als werknemer beschouwd, tenzij hij in Nederland woont en zijn werkgever eveneens in Nederland woont of gevestigd is. Voor zover een werkgever: wordt hij voor de toepassing van de eerste volzin gelijkgesteld met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever. a. in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger heeft; of b. in Nederland een of meer personen in dienst heeft en hij door of vanwege Onze Minister als werkgever is aangewezen, 3 artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 In afwijking van het eerste en tweede lid wordt niet als werknemer beschouwd de vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat: a. personen, die buiten Nederland wonen ook als werknemer worden beschouwd, voor zover zij hun dienstbetrekking buiten Nederland vervullen; b. personen, die in Nederland wonen, ook als werknemer worden beschouwd, voor zover zij hun dienstbetrekking buiten Nederland vervullen en hun werkgever buiten Nederland woont of gevestigd is. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan van het eerste, tweede en derde lid worden afgeweken ten aanzien van: a. vreemdelingen; b. personen op wie een regeling van toepassing is inzake verzekering tegen geldelijke gevolgen van werkloosheid van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een vergelijkbare regeling ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, of van een andere mogendheid; c. personen, die slechts tijdelijk in Nederland verblijven of tijdelijk in Nederland werkzaam zijn; d. personen werkzaam bij een volkenrechtelijke organisatie. 6 Bij een maatregel, als bedoeld in het vijfde lid, kan worden afgeweken van het derde lid ten aanzien van: a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland arbeid verrichten, dan wel hebben verricht; b. artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in. 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a artikel 3 Zo nodig in afwijking vanen de daarop berustende bepalingen: a. wordt als werknemer beschouwd de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie; b. wordt niet als werknemer beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is. 1998 267 14-05-1998 29-04-1998 25873 1998 267 14-05-1998 29-04-1998 25873 15-05-1998 01-01-1992 Werkt terug tot en met 1 januari 1992.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als dienstbetrekking wordt mede beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die: a. artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek anders dan als zelfstandige en anders dan als thuiswerker, op grond van een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in, persoonlijk een werk tot stand brengt; b. de in onderdeel a bedoelde persoon bij het tot stand brengen van dat werk bijstaat; c. krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans door niet meer dan twee andere personen laat bijstaan; d. krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans door niet meer dan twee andere personen laat bijstaan; e. artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 129a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek artikel 6, eerste lid, onderdeel d de bestuurder van een vennootschap als bedoeld in, is, dan wel, indien een vennootschap toepassing geeft aan, de uitvoerend bestuurder is, bedoeld in artikel 129a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van een vennootschap als bedoeld in artikel 132, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in; f. als lid van de bemanning van een vissersvaartuig aanspraak heeft op een aandeel in de besomming, tenzij hij: 1°. als zodanig tegen geldelijke gevolgen van arbeidsongeschiktheid is verzekerd bij het Sociaal Fonds voor de Maatschapsvisserij; of 2°. exploitant of mede-exploitant van het vaartuig is; g. zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst vervult; h. artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek degene, die als bestuurder werkzaam is ten behoeve van een coöperatie die met haar leden uitsluitend arbeidsovereenkomsten als bedoeld insluit, indien hij lid is van de coöperatie en deze blijkens haar statuten en met inachtneming van de vereisten gesteld in het derde lid en krachtens het vierde lid kan worden beschouwd als een coöperatie met werknemerszelfbestuur. 2 Het eerste lid, onderdeel a en b, blijft buiten toepassing, indien de in onderdeel a bedoelde overeenkomst rechtstreeks is aangegaan met een natuurlijk persoon ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden. 3 Een coöperatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, dient te voldoen aan de vereisten, dat: a. artikel 610, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek doorgaans ten minste twee derde deel van het aantal personen met wie de coöperatie een arbeidsovereenkomst als bedoeld inheeft gesloten, lid van de coöperatie is; b. het lidmaatschap van de coöperatie door ieder van de in onderdeel a bedoelde personen onder dezelfde voorwaarden kan worden verkregen en voorwaarden van geldelijke aard geen wezenlijke belemmering vormen voor de verkrijging van het lidmaatschap; c. de leden van de coöperatie ieder één stem hebben; d. de arbeidsvoorwaarden van de leden van de coöperatie niet wezenlijk verschillen van hetgeen gebruikelijk is in gelijksoortige ondernemingen in de desbetreffende sector; e. een lid van de coöperatie behoudens in geval van liquidatie van de coöperatie, bij beëindiging van zijn lidmaatschap ten hoogste aanspraak kan maken op het door hem uit hoofde van een geldelijke voorwaarde als bedoeld in onderdeel b, hetzij uit anderen hoofde aan de coöperatie betaalde bedrag, herrekend naar geldontwaarding. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarbij de in het derde lid genoemde vereisten a. nader worden bepaald; b. worden aangevuld met andere vereisten op grond waarvan de coöperatie kan worden beschouwd als een coöperatie met werknemerszelfbestuur. 5 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder zelfstandige verstaan de persoon die: a. paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming geniet als bedoeld in, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; of b. afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming geniet als bedoeld in, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; c. artikel 6, eerste lid, onderdeel d directeur-grootaandeelhouder is als bedoeld in, en het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld, op grond waarvan eveneens als dienstbetrekking wordt beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die: a. als thuiswerker arbeid verricht; b. a de in onderdeelbedoelde persoon als hulp bij het verrichten van de arbeid bijstaat; c. als musicus of anderszins als artiest optreedt of als beroep een tak van sport beoefent; en d. artikelen 3 4 tegen beloning persoonlijk arbeid verricht en wiens arbeidsverhouding niet reeds op grond van dit artikel en deenals dienstbetrekking wordt beschouwd, doch hiermee maatschappelijk gelijk kan worden gesteld. 1986 566 06-11-1986 19261 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van een persoon: a. die minister, staatssecretaris, commissaris van de Koning, burgemeester, Nationale ombudsman, substituut-ombudsman, lid van gedeputeerde staten, wethouder, voorzitter van een waterschap of de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is; b. die als vrijwilliger werkzaamheden verricht als politiebeambte, alsmede van degene die als vrijwilliger al dan niet tegen loon werkzaamheden verricht bij de brandweer; c. die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van de natuurlijke persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat; d. die directeur-grootaandeelhouder is; e. artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 die als vrijwilliger als bedoeld in, uitsluitend vergoedingen of verstrekkingen als bedoeld in dat lid ontvangt met een gezamenlijke waarde van ten hoogste de in dat artikellid genoemde bedragen per maand en per kalenderjaar. 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder het verrichten van diensten ten behoeve van een huishouden mede verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden. 3 Het eerste lid is alleen van toepassing op de aldaar bedoelde arbeidsverhoudingen. 4 d Door Onze Minister worden, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, regels gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel, wordt verstaan. 5 Rijkswachtgeldbesluit 1959 Kaderwet militaire pensioenen Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van de overheidswerknemer, voor zover de overheidswerknemer als gevolg van de beëindiging van die arbeidsverhouding recht op wachtgeld heeft verkregen of verkrijgt. Onder wachtgeld als bedoeld in de eerste zin wordt verstaan: een wachtgeld in de zin van het, zoals dat luidde op 31 december 2000, of een soortgelijke uitkering van een overheidswerknemer op grond van ontslag of werkloosheid alsmede een wachtgeld of daarmee gelijkgestelde uitkering in de zin van de bij of krachtens devastgestelde bepalingen, met uitzondering van een uitkering in verband met functioneel leeftijdsontslag of vrijwillig vervroegd uittreden. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 01-01-2019
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2004 720 29-12-2004 23-12-2004 29677 2004 721 29-12-2004 23-12-2004 01-01-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-01-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Een persoon wiens dienstbetrekking geheel of gedeeltelijk is geëindigd, behoudt de hoedanigheid van werknemer, voor zover hij geen werkzaamheden verricht uit hoofde waarvan hij op grond van deze wet niet als werknemer wordt beschouwd, behalve als die werkzaamheden worden aangemerkt als vrijwilligerswerk. 2 In afwijking van het eerste lid behoudt een persoon de hoedanigheid van werknemer voor zover het aantal uren in een kalenderweek waarop hij de werkzaamheden uit hoofde waarvan hij op grond van deze wet niet als werknemer wordt beschouwd, verricht niet hoger is dan het gemiddeld aantal uren per kalenderweek waarop hij deze werkzaamheden verrichtte in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het moment waarop de werkzaamheden in dienstbetrekking, waaruit de werknemer werkloos is geworden, eindigden. 3 Een persoon, wiens werknemerschap geheel of gedeeltelijk is geëindigd door het verrichten van werkzaamheden in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep, herkrijgt bij de volledige beëindiging van die werkzaamheden de hoedanigheid van werknemer, indien de werkzaamheden worden beëindigd binnen een periode die gelijk is aan de uitkeringsduur, dan wel binnen anderhalf jaar, indien de uitkeringsduur korter is dan anderhalf jaar. 4 Een persoon, wiens werknemerschap geheel of gedeeltelijk is geëindigd door het verrichten van werkzaamheden als lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend orgaan van een publiekrechtelijk lichaam, dat bij rechtstreekse verkiezing wordt samengesteld, of van een algemeen bestuur van een waterschap, herkrijgt bij gehele of gedeeltelijke beëindiging van die werkzaamheden de hoedanigheid van werknemer, voor zover die beëindiging plaatsvindt binnen het tijdvak van de bij de aanvang van die werkzaamheden voor die persoon nog geldende uitkeringsduur krachtens deze wet. 5 Een persoon, wiens werknemerschap geheel of gedeeltelijk is geëindigd door het verrichten van werkzaamheden, waarvan hij op grond van deze wet niet als werknemer wordt beschouwd, niet zijnde werkzaamheden als bedoeld in het derde of vierde lid, herkrijgt bij gehele of gedeeltelijke beëindiging van die werkzaamheden de hoedanigheid van werknemer. 6 Bij ministeriële regeling worden nadere voorwaarden gesteld aan het aanmerken van werkzaamheden als vrijwilligerswerk als bedoeld in het eerste lid. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 08-12-2016 01-01-2015
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Degene die op grond van de verplichte verzekering op grond van deof deeen uitkering ontvangt verliest de hoedanigheid van werknemer indien hij niet in Nederland woont. 2005 718 29-12-2005 22-12-2005 30223 2005 719 29-12-2005 22-12-2005 01-01-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Werkgever is de overheidswerkgever onderscheidenlijk de natuurlijke persoon tot wie of het lichaam tot welk een of meer natuurlijke personen in dienstbetrekking staan. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Als werkgever wordt beschouwd: a. artikel 4, eerste lid in de gevallen, bedoeld in, onderdeel: a en b: de aanbesteder; c en d: degene, met wie de overeenkomst tot bemiddeling is gesloten; e: de vennootschap; f: de exploitant of mede-exploitant van het vaartuig; g: Onze Minister van Defensie of Onze Minister; h: de coöperatie. b. artikel 5 in de gevallen, bedoeld in, onderdeel: a: de opdrachtgever; b: de thuiswerker; c: degene, met wie het optreden of de sportbeoefening is overeengekomen; d: artikel 5 degene, die bij de inbedoelde algemene maatregel van bestuur als werkgever wordt aangewezen. c. artikel 6, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 de aangewezen inhoudingsplichtige, bedoeld in. 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013 01-01-2013
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het UWV wordt als werkgever beschouwd in de gevallen waarin: a. Ziektewet ziekengeld wordt betaald op grond van de verplichte verzekering krachtens de; b. hoofdstuk IV van deze wet uitkering wordt betaald op grond van de verplichte verzekering of; c. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering uitkering wordt betaald op grond van de verplichte verzekering op grond van deof de; d. hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid 6:3, eerste tot en met zesde lid, van de Wet arbeid en zorg artikel 3:6, eerste lid, van die wet uitkering wordt betaald op grond van, of de, ofaan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in; e. artikel 29, eerste lid, van de Ziektewet Toeslagenwet geen ziekengeld wordt betaald op grond vanmaar wel een toeslag op grond van de. 2 artikel 42 van de Zorgverzekeringswet artikel 9 10 12 Ingeval het UWV de uitkering of toeslag, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premies en de inkomensafhankelijk bijdrage, bedoeld in, betaalt aan de werkgever, bedoeld in,of, teneinde deze uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het eerste lid, deze in de plaats van het UWV, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die werkgever. 3 artikel 40, aanhef, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 8, onderdeel a, van de Ziektewet artikel 63a van de Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 8a, eerste lid, van de Ziektewet artikel 82 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Indien een eigenrisicodrager als bedoeld inde uitkering, bedoeld inop grond vanbetaalt of de uitkering op grond van de, bedoeld inop grond vanbetaalt, treedt voor de toepassing van het eerste lid deze eigenrisicodrager als werkgever in de plaats van het UWV, onafhankelijk van het voortbestaan van de dienstbetrekking met die eigenrisicodrager. 4 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de door de werkgever verschuldigde premies, bedoeld in het tweede lid, nadere regels worden gesteld. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikelen 9 10 Onze Minister is bevoegd, in afwijking van deen, andere dan de aldaar bedoelde personen of lichamen aan te wijzen als werkgever ten aanzien van de persoon die: a. krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander; b. een thuiswerker als hulp bij het verrichten van de arbeid bijstaat; c. als musicus of anderszins als artiest optreedt dan wel als beroep een tak van sport beoefent. 1988 655 28-12-1988 20854 1988 656 28-12-1988 01-01-1990
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De werkgever is verplicht de werknemer de gelegenheid te geven tot het uitoefenen van de hem op grond van deze wet of de daarop berustende bepalingen toegekende bevoegdheden en tot het nakomen van de hem op grond van deze wet of de daarop berustende bepalingen opgelegde verplichtingen, voor zover de uitoefening van die bevoegdheden en de nakoming van die verplichtingen niet buiten de arbeidstijd kan geschieden. 1986 566 06-11-1986 19261 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen Loon is het loon in de zin van. 2 artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag artikelen 7, derde lid 8, derde lid, van die wet artikel 15 van die wet Minimumloon is het minimumloon per maand, bedoeld inof, indien het een werknemer jonger dan 21 jaar betreft, het op grond van de, envoor zijn leeftijd geldende minimumloon, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantietoeslag, bedoeld inen vervolgens gedeeld door 21,75. 3 Loon, door verschillende personen te zamen onverdeeld ontvangen, wordt, voor zover niet blijkt van een andere verdeling, geacht door ieder van hen voor een gelijk deel te zijn ontvangen. 2023 168 23-05-2023 12-05-2023 35335 2023 247 07-07-2023 27-06-2023 01-01-2024
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikelen 16 tot en met 21 Met inachtneming van deen de daarop berustende bepalingen heeft de werknemer die werkloos is recht op uitkering. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Werkloos wordt de werknemer die: a. in een kalenderweek ten minste vijf arbeidsuren minder heeft dan zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek of een aantal arbeidsuren heeft dat ten hoogste gelijk is aan de helft van zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek; en b. beschikbaar is om arbeid te aanvaarden. 2 Onder het in het eerste lid bedoelde gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek wordt verstaan het gemiddeld aantal arbeidsuren in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan de kalenderweek, bedoeld in het eerste lid. Indien de werknemer ten opzichte van zijn gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek minder dan vijf arbeidsuren heeft verloren, worden bij de bepaling hoeveel arbeidsuren de werknemer heeft en bij de bepaling van het gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek, bedoeld in de eerste zin, mede in aanmerking genomen de uren waarin de werknemer werkzaamheden verricht uit hoofde waarvan hij niet als werknemer wordt beschouwd. Voor de vaststelling van de periode van 26 kalenderweken, bedoeld in de eerste zin, worden kalenderweken, tot een maximum van 78 kalenderweken, waarin de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, niet in aanmerking genomen, tenzij dit leidt tot een lager gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek dan wanneer die kalenderweken wel in aanmerking zouden worden genomen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste en het tweede lid regels worden gesteld: a. omtrent de berekening van het verlies van arbeidsuren bij een opeenvolgend verlies van arbeidsuren, waarbij andere perioden voor de berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren in aanmerking kunnen worden genomen; b. waarbij voor bepaalde groepen werknemers een kortere of langere periode voor de berekening van het gemiddeld aantal arbeidsuren geldt. 4 a b artikel 76 artikel 16a, tweede lid In afwijking van het eerste lid is tevens werkloos de werknemer die voldoet aan het eerste lid, onderdeel, doch niet voldoet aan het eerste lid, onderdeel, wegens het enkele feit dat hij voorafgaand aan of aansluitend op het arbeidsurenverlies deelneemt of gaat deelnemen aan een naar het oordeel van het UWV noodzakelijke opleiding of scholing, als bedoeld in. Voor de toepassing van, wordt een werknemer op wie de eerste volzin van toepassing is beschouwd als een werknemer die voldoet aan de voorwaarden van het eerste lid. 5 artikel 64, eerste lid artikel 61 In afwijking van het eerste lid is gedurende de periode dat de voor de werknemer rechtens geldende opzegtermijn langer duurt dan de opzegtermijn, bedoeld in, onderdeel b, tevens werkloos de werknemer waarvan de werkgever het loon niet voldoet omdat hij verkeert in een toestand als bedoeld in. 6 artikel 6, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 19ab, eerste lid, van de Ziektewet artikel 1 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Indien bij een beoordeling als bedoeld inof een beoordeling als bedoeld inis vastgesteld dat de werknemer voor een geringer aantal uren belastbaar is dan gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring als bedoeld in, doch minder dan 35% arbeidsongeschikt is, wordt onder het in het tweede lid bedoelde gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek verstaan: het aantal uren dat die werknemer belastbaar is, tenzij dit leidt tot een hoger aantal arbeidsuren. 7 Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen is de maandag de eerste dag van de kalenderweek. 8 artikel 20, eerste lid, onderdeel c Een recht op uitkering dat is ontstaan en direct eindigt op grond van, wordt geacht niet te zijn ontstaan indien het inkomen is genoten uit werkzaamheden als werknemer. 2023 417 21-11-2023 08-11-2023 36415 2023 437 05-12-2023 29-11-2023 01-01-2024
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a 1 artikel 16, eerste of vierde lid Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen is de eerste dag van werkloosheid de eerste dag waarop een verlies van een of meer arbeidsuren intreedt in de kalenderweek waarin zich een situatie voordoet als bedoeld in. 2 artikel 16, eerste lid artikel 19 Indien bij het intreden van het arbeidsurenverlies, bedoeld in, niet wordt voldaan aan de andere in dat lid bedoelde voorwaarde, of de werknemer geen recht op uitkering heeft op grond van, wordt, in afwijking van het eerste lid, voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen als eerste werkloosheidsdag aangemerkt, de dag van de kalenderweek waarop aan de andere voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan en artikel 19 niet meer aan het recht op uitkering in de weg staat. 3 artikel 16, vijfde lid artikel 64, eerste lid, onderdeel b In afwijking van het eerste en tweede lid is de eerste dag van werkloosheid voor de werknemer, bedoeld in, de dag na het einde van de termijn, bedoeld in, dan wel de eerste dag dat de werkgever het loon niet meer voldoet indien deze dag later is gelegen dan de dag na het einde van de bedoelde termijn. 2012 675 27-12-2012 20-12-2012 33327 2012 676 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Recht op uitkering ontstaat voor de werknemer indien hij in 36 kalenderweken onmiddellijk voorafgaand aan de eerste dag van werkloosheid in ten minste 26 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft. 2 artikel 19, derde of vierde lid Indien, toepassing heeft gevonden, ontstaat in afwijking van het eerste lid het recht op uitkering indien de werknemer in 36 kalenderweken onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop het arbeidsurenverlies is ingetreden in ten minste 26 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 artikel 17 Voor de vaststelling van het inbedoelde aantal van 36 kalenderweken worden niet in aanmerking genomen kalenderweken gedurende welke de werknemer: a. wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid geen arbeid kon verrichten; b. artikel 8 werkzaamheden heeft verricht als bedoeld inen hij op grond van dat artikel de hoedanigheid van werknemer heeft herkregen; c. wegens het genieten van onbetaald verlof geen arbeid heeft verricht, tot een maximum van 78 kalenderweken; of d. hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid 6:3, eerste tot en met zesde lid, van de Wet arbeid en zorg geen arbeid heeft verricht maar wel recht op uitkering heeft op grond van, of de, of. 2 artikel 17 hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Voor de vaststelling van het inbedoelde aantal van 26 kalenderweken worden arbeidsuren in een kalenderweek slechts in aanmerking genomen, voor zover deze betrekking hebben op de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden en op een of meer dienstbetrekkingen waarvoor eerstgenoemde dienstbetrekking in de plaats is gekomen, en voor zover deze niet reeds eerder hebben geleid tot het ontstaan van een recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk of op grond van. 3 artikel 17 Bij algemene maatregel van bestuur kan voor bepaalde groepen werknemers het inbedoelde aantal van 36 kalenderweken hoger worden vastgesteld en het in dat onderdeel bedoelde aantal van 26 kalenderweken lager worden vastgesteld. 4 artikel 17 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan kalenderweken waarin de werknemer arbeidsuren heeft meermaals in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van het inbedoelde aantal van 26 kalenderweken. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b 1 Indien in de kalenderweek na het ontstaan van een recht op uitkering ter zake van gedeeltelijke werkloosheid uit een dienstbetrekking, een nieuw recht op uitkering ontstaat ter zake van toegenomen werkloosheid uit dezelfde dienstbetrekking, of een dienstbetrekking die voor eerstgenoemde dienstbetrekking in de plaats is gekomen, worden beide rechten samengevoegd tot een recht. 2 Het eerste lid vindt geen toepassing met betrekking tot een recht dat reeds door samenvoeging van rechten is ontstaan. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006 Voorheen art. 17c.
Artikel 17c — Artikel 17c#
Artikel 17c 1 artikel 17 Wet Werkloosheidsvoorziening De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid, werknemer in de zin van deze wet was en die in de periode van 36 weken, bedoeld in, gelegen vóór 1 januari 1987, arbeid heeft verricht als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet of dezoals die wetten luidden op 31 december 1986, dan wel zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst heeft vervuld, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van deze wet. 2 artikel 17 De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid, werknemer in de zin van deze wet was en die in de periode van 36 weken, bedoeld in, vanaf 1 januari 1987, arbeid heeft verricht in een arbeidsverhouding ter zake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, wordt met betrekking tot de weken waarin hij deze arbeid heeft verricht beschouwd als werknemer in de zin van deze wet. 3 Artikel 17a is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste en tweede lid. 4 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Ten aanzien van de persoon die op 31 december 1986 recht had op een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet of deof beide wetten, en die op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid intrad werknemer was in de zin van de Werkloosheidswet zoals die wet luidde op 31 december 1986, zijn het eerste en het derde lid van overeenkomstige toepassing. 2007 302 30-08-2007 21-07-2007 30937 2007 303 30-08-2007 23-08-2007 01-01-2008
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De werknemer, die werkloos is uitsluitend als gevolg van vorst, sneeuwval, hoog water of andere buitengewone natuurlijke omstandigheden heeft recht op uitkering voor de duur van de buitengewone natuurlijke omstandigheden. 2 artikelen 17 42, tweede lid, onderdeel a Deenzijn niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde werknemer. 2006 703 22-12-2006 30-11-2006 30682 2006 704 22-12-2006 15-12-2006 23-12-2006 01-10-2006
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Geen recht op uitkering heeft de werknemer die: a. Ziektewet een uitkering ontvangt op grond van deof een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; b. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen een arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel een loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten ontvangt op grond van de; c. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een uitkering ontvangt op grond van de, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een uitkering ontvangt die naar aard en strekking met die uitkering overeenkomt; d. hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen een uitkering ontvangt op grond van, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die, al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, 70% of meer bedraagt van het dagloon waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend; e. buiten Nederland woont of verblijf houdt anders dan wegens vakantie; f. artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 niet rechtmatig in Nederland verblijf houdt als bedoeld in; g. rechtens zijn vrijheid is ontnomen; h. zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel; i. de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt; j. artikel 64 van de Wet financiering sociale verzekeringen op grond vaneen ontheffing wegens gemoedsbezwaren heeft of wiens werkloosheid binnen 3 maanden na de datum van intrekking van een zodanige ontheffing is aangevangen; k. vakantie geniet buiten de bij ministeriële regeling vast te stellen periode, bedoeld in het negende lid, onderdeel b; l. artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 werkloos is ten gevolge van werkstaking of uitsluiting, tenzij voor de werknemer een ontheffing is verleend op grond van; m. Wet arbeid en zorg een uitkering ontvangt op grond van de; n. een uitreiziger is. 2 a b c d Indien een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel,,ofniet wordt betaald wegens voor de werknemer geldende wachtdagen of wegens enig handelen of nalaten dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, wordt het niet betalen daarvan voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met het ontvangen van die uitkering. Onder wachtdagen worden niet verstaan de eerste dertien weken van ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. 3 artikel 672 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Geen recht op uitkering heeft de werknemer zolang de rechtens geldende opzegtermijn niet is verstreken en de arbeidsovereenkomst is geëindigd door opzegging of doordat daarover schriftelijk overeenstemming is bereikt. Onder de rechtens geldende opzegtermijn wordt verstaan de termijn die de werkgever of de werknemer op grond vanof een overeenkomstige bepaling van soortgelijke regeling ieder voor zich bij opzegging in acht behoort te nemen. In geval de dienstbetrekking is geëindigd met wederzijds goedvinden, geldt de in de vorige zin genoemde opzegtermijn voor de werkgever. Als datum waarop de dienstbetrekking wordt geacht te zijn opgezegd, geldt de datum waarop: a. de beëindiging schriftelijk is overeengekomen; of b. de werkgever of de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. 4 artikel 667, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Geen recht op uitkering heeft de werknemer totdat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zou zijn verstreken, indien deze tussentijds met wederzijds goedvinden is geëindigd, zonder dat in die arbeidsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen dat deze tussentijds kan worden opgezegd als bedoeld in. 5 artikel 16, vijfde lid Het derde en vierde lid zijn niet langer van toepassing indien, is toegepast. 6 De werknemer ten aanzien van wie het derde of vierde lid is toegepast, heeft enkel geen recht op uitkering voor zover het de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in het derde en vierde lid, betreft. 7 Geen recht op uitkering heeft de werknemer over een dag waarop zijn arbeid wordt onderbroken uitsluitend doordat: a. deze dag voor hem als rustdag geldt; b. deze dag een nationale of algemeen erkende christelijke feestdag is, dan wel een kerkelijke feestdag, die ter plaatse waar de werknemer pleegt te werken, algemeen als zodanig wordt gevierd. 8 artikel 4:2b, zevende lid artikel 6:3, zevende lid, van de Wet arbeid en zorg Het eerste lid blijft buiten toepassing ten aanzien van de werknemer die uitsluitend uit hoofde van een andere dienstbetrekking dan de dienstbetrekking waaruit hij werkloos is geworden in een omstandigheid verkeert als bedoeld in het eerste lid. Het eerste lid, onderdeel m, blijft tevens buiten toepassing ten aanzien van degene die een uitkering ontvangt op grond van, of. 9 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld: a. met betrekking tot het begrip vakantie genieten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k; b. met betrekking tot de vaststelling van de periode gedurende welke de werknemer met behoud van zijn recht op uitkering vakantie kan genieten. 10 Onze Minister is bevoegd regels te stellen voor gevallen waarin het eerste lid, onderdeel e, buiten toepassing blijft in verband met een ramp. 11 artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen Het eerste lid, onderdeel g, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in. 12 Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op: a. artikel 18, eerste lid de werknemer, bedoeld in; b. artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 de werknemer wiens werkloosheid uitsluitend het gevolg is van verkorting van de werktijd waarvoor op grond vanontheffing is verleend, en c. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen de werknemer wiens werkloosheid is ontstaan na het ontstaan van het recht op de loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van de. 13 hoofdstukken VI XA In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, blijft het recht op uitkering bestaan ten aanzien van de werknemer die buiten Nederland verblijf houdt anders dan wegens vakantie, indien hij gedurende dat verblijf meewerkt aan activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid als bedoeld in deen, mits: a. die activiteiten niet langer duren dan zes maanden; b. die activiteiten blijkens een intentieverklaring een reëel uitzicht bieden op een aansluitende dienstbetrekking voor ten minste zes maanden; en c. die activiteiten plaatsvinden in een lidstaat van de Europese Unie, in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland. 14 hoofdstukken VI XA Voor de toepassing van dit artikel wordt onder intentieverklaring verstaan: een ondertekende verklaring waarin de ondertekenaar aangeeft dat hij het voornemen heeft om een werknemer die meewerkt aan activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid als bedoeld in deen, na afloop van die activiteiten in dienst te nemen. 2023 202 19-06-2023 24-05-2023 35936 2023 307 28-09-2023 25-09-2023 01-10-2023
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Vervallen 1997 760 29-12-1997 04-12-1997 25122 1997 805 30-12-1997 24-12-1997 01-01-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Het recht op uitkering eindigt: a. artikel 19 met ingang van de dag waarop de werknemer geen recht op uitkering meer heeft op grond van; b. met ingang van de dag waarop de voor de werknemer geldende uitkeringsduur is verstreken; c. artikel 47, eerste lid, onderdelen a en b met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer niet meer werkloos is omdat hij inkomen geniet dat, na vermenigvuldiging met de factor C / D, bedoeld in, meer dan 87,5% van het maandloon bedraagt; d. artikel 16, eerste lid, onderdeel a met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer, die weer arbeid verricht en die daardoor minder dan vijf uur arbeidsurenverlies als bedoeld in, heeft, een aanvraag tot eindiging van het recht op WW-uitkering heeft ingediend. 2 Dit lid is nog niet in werking getreden. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20, eerste lid, onderdeel a of c artikel 8 Indien het recht op uitkering op grond van, is geëindigd en vervolgens de omstandigheid die tot dat eindigen heeft geleid heeft opgehouden te bestaan, herleeft het recht op uitkering met inachtneming van het tweede lid, de inen het derde lid genoemde termijnen, het vierde lid en de op grond van het vijfde lid gestelde regels. Indien laatstelijk het recht op uitkering op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel d, is geëindigd, herleeft het recht op uitkering met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer een aanvraag tot herleving van het recht op WW-uitkering indient met inachtneming van het tweede lid en de in het derde lid genoemde termijnen. 2 Het recht herleeft niet indien: a. een nieuw recht op uitkering ingevolge dit hoofdstuk ontstaat, waarvan het maandloon meer dan 87,5% bedraagt van het maandloon van de eerdere uitkering; of b. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen een recht op uitkering op grond van deontstaat. 3 Een recht op uitkering dat is geëindigd: kan, ook indien deze omstandigheden zich aaneensluitend voordoen, slechts herleven indien de periode tussen de eindiging van het recht en het vervallen van de omstandigheid of omstandigheden als hier bedoeld niet langer is dan zes maanden. a. artikel 19, eerste lid, onderdeel e, g, h, k of n wegens een omstandigheid als bedoeld in; b. artikel 20, eerste lid, onderdeel c artikel 16, tweede lid artikel 19, eerste lid, onderdelen a, b, c of d op grond van, als gevolg van het minder beschikbaar zijn voor arbeid dan zijn gemiddeld aantal arbeidsuren, bedoeld in, wegens andere omstandigheden dan ziekte of arbeidsongeschiktheid of het volgen van scholing of opleiding, terzake waarvan de werknemer een uitkering ontvangt als bedoeld in; c. artikel 20, eerste lid, onderdeel d op grond van; of d. wegens een combinatie van de hier bedoelde omstandigheden; 4 artikel 20, eerste lid, onderdeel c artikel 8, vierde lid Een recht op uitkering dat is geëindigd op grond van, doordat inkomen wordt genoten dat uitsluitend in verband met het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in, meer bedraagt dan 87,5% van het maandloon kan slechts herleven, indien de periode tussen de eindiging van het recht en het vervallen van de omstandigheid als hier bedoeld niet langer is dan de resterende uitkeringsduur bij de eindiging van het recht. 5 Bij ministeriële regeling kan worden geregeld dat het derde lid buiten toepassing blijft voor categorieën van werknemers. 6 artikel 20, eerste lid, onderdeel a artikel 19, eerste lid, onderdeel a artikel 16, zesde lid Indien het recht op uitkering op grond van, juncto, is geëindigd en vervolgens op grond van het eerste lid herleeft, is, van overeenkomstige toepassing. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Het UWV stelt op aanvraag vast of recht op uitkering bestaat. 2 artikel 18 artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 Een uitkering als bedoeld inen een uitkering die verband houdt met een verleende ontheffing op grond vanworden betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat. 3 Een uitkering als bedoeld in het tweede lid wordt beëindigd zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat. Indien de belanghebbende binnen een redelijke termijn om een beschikking verzoekt, dan wordt deze zo spoedig mogelijk alsnog verstrekt. 4 Het UWV betaalt de uitkering, bedoeld in het tweede lid, binnen zes weken na indiening van de aanvraag. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. 2008 600 30-12-2008 29-12-2008 31514 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a 1 Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van uitkering en terzake van weigering van uitkering, herziet het UWV een dergelijk besluit of trekt het dat in: a. artikel 24 25 26 indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van,ofheeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering; b. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; c. artikel 25 indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld inertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op uitkering bestaat. 2 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het UWV besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De intrekking of verlaging van een uitkering, die voortvloeit uit het door de werkgever ingesteld bezwaar of beroep, vindt niet eerder plaats dan de dag volgend op die waarop de beslissing op bezwaar is bekendgemaakt of de uitspraak is gedaan. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in geval van intrekking van het bezwaar of beroep omdat het UWV geheel of gedeeltelijk is tegemoet gekomen aan het bezwaar of beroep van de werkgever. 2 Het eerste lid geldt niet, indien de uitkering door eigen schuld of toedoen van de werknemer ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006 Voorheen art. 22b. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De werknemer voorkomt dat hij: a. verwijtbaar werkloos wordt; b. werkloos is of blijft, doordat hij: 1°. in onvoldoende mate tracht passende arbeid te verkrijgen; 2°. nalaat aangeboden passende arbeid te aanvaarden of door eigen toedoen geen passende arbeid verkrijgt; 3°. door eigen toedoen geen passende arbeid behoudt; of 4°. in verband met door hem te verrichten arbeid eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren. 2 De werknemer is verwijtbaar werkloos geworden indien: a. artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt in de zin vanen de werknemer terzake een verwijt kan worden gemaakt; b. de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de werknemer zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd. 3 hoofdstuk 2 3 van de Wet sociale werkvoorziening Ziektewet Onder passende arbeid als bedoeld in het eerste lid wordt, in de periode voordat zes maanden waarin een recht op uitkering bestaat op grond van deze wet zijn verstreken, verstaan arbeid die aansluit bij de arbeid waaruit de werknemer werkloos is geworden. Na deze periode van zes maanden is alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, passend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. Niet als passend wordt beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld inofof arbeid op grond waarvan men niet als werknemer in de zin van deze wet wordt aangemerkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het begrip passende arbeid, waarbij tevens wordt bepaald op welke wijze wordt vastgesteld of arbeid aansluit bij de arbeid waaruit de werknemer werkloos is geworden, alsmede in welke gevallen een periode waarin recht op ziekengeld op grond van debestaat, wordt meegeteld bij de vaststelling van de periode, bedoeld in de eerste zin. 4 artikel 5 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen In afwijking van het derde lid, is alle arbeid direct passend, indien de werknemer na 104 weken ziekte, op grond vangeen uitkering ontvangt en als gevolg hiervan een uitkering op grond van deze wet ontvangt. 5 artikel 25 De werknemer is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten het Algemeen Werkloosheidsfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid niet benadeelt of zou kunnen benadelen. Onder benadeling in de zin van dit artikel is niet begrepen een gedraging als bedoeld in. 6 Het niet voeren van verweer door de werknemer tegen of het instemmen van de werknemer met een beëindiging van de dienstbetrekking door of op verzoek van de werkgever leidt niet tot overtreding van de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, of het vijfde lid. 7 Het tweede en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het eerste lid, onderdeel b, onder 3°, waarbij voor de overeenkomstige toepassing van het tweede lid, onderdeel b, voor «de dienstbetrekking is beëindigd» mede wordt gelezen: de arbeid is beëindigd of niet voortgezet. 8 Onze Minister is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, opgelegd. 9 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aan werknemers in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan worden verleend van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° of 4°, opgelegd. 10 artikel 25, negende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen In afwijking van het zesde en zevende lid, is sprake van benadeling als bedoeld in het vijfde lid indien de werknemer tijdens het verlengde tijdvak, bedoeld in, zonder deugdelijke grond heeft nagelaten verweer te voeren tegen of heeft ingestemd met een beëindiging van de dienstbetrekking. 2019 219 19-06-2019 29-05-2019 35074 2019 266 18-07-2019 11-07-2019 01-01-2020
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De werknemer is verplicht aan het UWV op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan de werknemer wordt betaald. Deze verplichting geldt niet, voor zover een recht op uitkering niet geldend kan worden gemaakt als gevolg van een blijvend gehele weigering. Deze verplichting geldt evenmin indien die feiten en omstandigheden door het UWV kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens de derde zin van toepassing is. 2 artikel 18, eerste lid Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de werkgever van de in, bedoelde werknemer indien de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 18, eerste lid, geschiedt door zijn tussenkomst. 2020 496 04-12-2020 25-11-2020 35494 2020 497 04-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De werknemer is verplicht: a. zich te onthouden van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden; b. binnen één week na het intreden van zijn werkloosheid bij het UWV een aanvraag om een uitkering in te dienen; c. de voorschriften op te volgen die het UWV ten behoeve van een doelmatige controle stelt; d. artikel 30b, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen zich als werkzoekende bij het UWV te laten registreren en die registratie tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van; e. mee te werken aan de activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de arbeid; f. artikelen 7, eerste lid, onderdeel a 7a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet mee te werken aan een scholing of opleiding die noodzakelijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de arbeid, beschikbaar te zijn voor de voorzieningen, bedoeld in de, ofen mee te werken aan het verkrijgen van die voorzieningen; g. mee te werken aan een voor hem gewenst onderzoek naar zijn arbeidsgeschiktheid door een arts, een psycholoog of een beroepskeuze-adviseur; h. artikel 101, tweede lid te voldoen aan de andere voorwaarden die het UWV op grond van, stelt; i. hoofdstuk VI de hem op grond vanopgelegde verplichtingen na te komen; en j. de voorschriften op te volgen die het UWV stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering; k. artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 30a, zesde lid, van die wet mee te werken aan het opstellen van de re-integratievisie, bedoeld in, en het re-integratieplan, bedoeld in; l. artikel 30a, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 30a, zesde lid, van die wet te voldoen aan de verplichtingen die zijn opgenomen in de re-integratievisie, bedoeld in, en het re-integratieplan, bedoeld in; m. bij deelname aan een re-integratietraject de reden van het niet naleven van zijn re-integratieverplichtingen onmiddellijk aan het re-integratiebedrijf mee te delen. 2 Het UWV is bevoegd regels te stellen met betrekking tot het tijdstip van registratie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. 3 Onze Minister is bevoegd regels te stellen waarbij bepaalde groepen werknemers worden vrijgesteld van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdelen d, f of g, opgelegd. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aan werknemers in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan worden verleend van verplichtingen, hun op grond van het eerste lid, onderdelen d, f of g, opgelegd. 2025 210 27-08-2025 14-07-2025 36667 2025 407 05-12-2025 27-11-2025 01-01-2026
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a Artikel 24, eerste lid, onderdeel b , is niet van toepassing op de geïndiceerde, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet sociale werkvoorziening. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, onder 3° Het UWV brengt een bedrag blijvend op de uitkering in mindering indien de werknemer een verplichting als bedoeld in, niet is nagekomen, tenzij het niet nakomen van de verplichting de werknemer niet in overwegende mate kan worden verweten. In dat geval brengt het UWV de helft van het bedrag, bedoeld in de eerste zin, in mindering over ten hoogste een periode van 26 weken. 2 artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 2° Het UWV brengt een bedrag blijvend op de uitkering in mindering indien de werknemer een verplichting als bedoeld in, niet is nagekomen. 3 artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 4°, of vijfde lid 26 artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 28, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 25 Het UWV weigert de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in de, of,of, dan wel ter zake van het niet binnen de door het UWV daarvoor vastgestelde termijn nakomen door de werknemer van een verplichting als bedoeld in. 4 Ziektewet artikel 45, eerste lid, van de Ziektewet Het UWV weigert de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk indien de verzekerde, bedoeld in de, die gedurende de eerste dertien weken van zijn ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte een uitkering ontvangt op grond van deze wet een verplichting voortvloeiend uitniet is nagekomen. 5 Het opleggen van een maatregel op grond van het vierde lid blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een maatregel op grond van het eerste, tweede of derde lid kan worden opgelegd. 6 Een maatregel als bedoeld in het derde of vierde lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 7 artikel 25 artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1° artikel 26, eerste lid, onderdeel b of d Het UWV kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde of vierde lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet tijdig nakomen van een verplichting als bedoeld in, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, of ter zake van het zich niet houden aan een voorschrift als bedoeld in, of, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting, of het zich niet houden aan de voorschriften, plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven. 8 Het UWV kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 9 artikel 27a Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld inwordt opgelegd. 10 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het derde, vierde en zesde lid. 11 Het bedrag, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt als volgt berekend: A x B x (C / D). Hierbij staat: A voor 0,75 in de eerste twee maanden waarop recht op uitkering bestaat en daarna voor 0,7; B voor het aantal uren in een kalendermaand dat de werknemer gewerkt zou hebben indien hij de arbeid, bedoeld in het eerste of tweede lid, zou hebben aanvaard, verkregen of behouden; C voor het dagloon; en artikel 16, tweede en zesde lid D voor het gemiddeld aantal arbeidsuren per kalenderweek, bedoeld in, gedeeld door 5. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a 1 artikel 25 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Het UWV legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 25, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in. Indien de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 25, niet of niet behoorlijk zijn medegedeeld en deze overtreding niet opzettelijk is begaan, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. 2 artikel 25 In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is ontvangen. 3 artikel 25 artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt het UWV een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in. 4 artikel 25 Het UWV kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in, in situaties die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de werknemer een zodanige waarschuwing is gegeven. 5 artikel 25 Het UWV legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag, met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden. 6 artikelen 25 12 van de Toeslagenwet 12, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen 80 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 27, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 31, eerste lid 49 van de Ziektewet Onder eenzelfde gedraging als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in devan deze wet,,,,,, of, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering, ziekengeld of toeslag is verleend. 7 In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, de werknemer is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. 8 Het UWV kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. 9 Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan het UWV de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn. 10 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete. 11 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij de bestuurlijke boete is opgelegd. 12 artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vankan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de werknemer wijzigen. 13 Artikel 36c, eerste, derde en vierde lid Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid is begaan, is het UWV bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling., is van overeenkomstige toepassing. 14 Het besluit tot kwijtschelding, bedoeld in het dertiende lid, wordt ingetrokken of ten nadele van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd herzien indien binnen vijf jaar na het besluit tot kwijtschelding wederom een overtreding is begaan wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in het zesde lid. 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 27b — Artikel 27b#
Artikel 27b Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 27c — Artikel 27c#
Artikel 27c Vervallen 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 27d — Artikel 27d#
Artikel 27d Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 27e — Artikel 27e#
Artikel 27e Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 27f — Artikel 27f#
Artikel 27f Vervallen 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013
Artikel 27g — Artikel 27g#
Artikel 27g 1 Ziektewet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Wet arbeid en zorg Toeslagenwet Het UWV verrekent de bestuurlijke boete en een eerdere bestuurlijke boete wegens eenzelfde gedraging als bedoeld in artikel 27a, vijfde lid, met een uitkering op grond van deze wet, de, de, de, de, de, de, de, deof een toeslag op grond van de, die de overtreder ontvangt. 2 Onverminderd het eerste lid kan het UWV de bestuurlijke boete verrekenen met een vordering die degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd op hem heeft. 3 Algemene Ouderdomswet Algemene nabestaandenwet Participatiewet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het UWV indien de overtreder een uitkering ontvangt op grond van de, de, de, deof de. 4 artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De inaan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het UWV. Indien het UWV gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van, door middel van toezending per post aan degene aan wie de boete is opgelegd. 5 artikel 27a, negende lid Zolang de overtreder zijn verplichting, bedoeld in, niet of niet behoorlijk nakomt: a. artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het UWV in afwijking vanbevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn; b. artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de, in afwijking van, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel. 2016 471 07-12-2016 14-11-2016 34528 2016 472 07-12-2016 26-11-2016 01-01-2017 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 27h — Artikel 27h#
Artikel 27h Vervallen 2016 318 08-09-2016 23-08-2016 34396 2016 421 08-11-2016 27-10-2016 01-01-2017
Artikel 27i — Artikel 27i#
Artikel 27i Indien het UWV de werknemer de uitkering op grond van deze wet tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk heeft geweigerd dan wel hem een bestuurlijke boete heeft opgelegd, stelt het UWV het reïntegratiebedrijf dat ten behoeve van die verzekerde werkzaamheden gericht op vergroting van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid of op inschakeling in arbeid verricht, van dat besluit in kennis voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden door het reïntegratiebedrijf. 2012 462 12-10-2012 04-10-2012 33207 2012 498 23-10-2012 11-10-2012 01-01-2013 Voorheen art. 27h.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 27 artikel 21 Indien het UWV een maatregel als bedoeld inheeft opgelegd, zet het in geval van herleving van het recht op uitkering als bedoeld ineen weigering van de uitkering voort. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Bij een besluit tot herziening van de uitkering wordt mededeling gedaan van de herziening en, in een bijlage, van de op die herziening betrekking hebbende gewijzigde rechten en plichten van de werknemer. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Het UWV betaalt de uitkering waarop op grond van deze wet recht bestaat. 2 Het UWV schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling, indien het op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat: a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat; b. recht op een lagere uitkering bestaat; of c. artikelen 24 25 26 de werknemer een verplichting, hem op grond van de,ofopgelegd, niet is nagekomen. 3 Indien een reïntegratiebedrijf aan het UWV heeft gemeld dat het gegronde vermoeden bestaat dat een persoon aan wie een uitkering op grond van deze wet is toegekend onvoldoende medewerking verleent aan de op hem betrekking hebbende werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, neemt het UWV een besluit omtrent de gehele of gedeeltelijke opschorting of schorsing van de betaling van de uitkering aan die persoon voor de duur van ten hoogste acht weken. 4 Het UWV stelt het reïntegratiebedrijf in kennis van een besluit tot opschorting of schorsing als bedoeld in het derde lid. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a 1 Is van de aanvrager of ontvanger van een uitkering bij het UWV een adres in Nederland bekend, terwijl in de basisregistratie personen ambtshalve is opgenomen dat hij is vertrokken naar een onbekend land van verblijf, dan verzoekt het UWV hem de afwijkende registratie in de basisregistratie personen binnen een redelijke termijn ongedaan te laten maken. 2 Wanneer na afloop van deze termijn, de afwijkende registratie niet is beëindigd of als uit de basisregistratie personen niet blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente de gegevens over het adres in onderzoek heeft genomen, schort het UWV de betaling van de uitkering aan de persoon, die recht heeft op de uitkering, op. 3 De opschorting wordt beëindigd zodra is vastgesteld dat de persoon, bedoeld in het tweede lid, in het buitenland woont of verblijft of dat een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen. 4 Indien het onderzoek van het college van burgemeester en wethouders is afgerond en de persoon, bedoeld in het tweede lid, in de basisregistratie personen ambtshalve opgenomen blijft met gegevens over het vertrek uit Nederland, schort het UWV de betaling van de uitkering op tot verblijf in het buitenland kan worden vastgesteld of een adres in Nederland in de basisregistratie personen is opgenomen. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Het UWV betaalt geen voorschot op de uitkering over tijdvakken waarin het loon niet wordt doorbetaald in verband met een geschil tussen de werknemer en zijn werkgever over het bestaan van ziekte van de werknemer. 2 Voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot op de uitkering beschouwd als een uitkering op grond van deze wet. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 De uitkering die niet in ontvangst is genomen of is ingevorderd binnen drie maanden na de dag van betaalbaarstelling, wordt niet meer betaald. Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen ten gunste van de werknemer af te wijken van de in de eerste volzin genoemde drie maanden. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 Het UWV betaalt de uitkering in de regel per kalendermaand achteraf. 2 In afwijking van het eerste lid is het UWV bevoegd, op verzoek van de werknemer of uit eigen beweging, de uitkering over een kortere periode te betalen, indien de werknemer over die kortere periode loon ontving. 3 In afwijking van het eerste lid betaalt het UWV aan de werknemer die werkloos is ten gevolge van de eindiging van zijn dienstbetrekking en in wiens dagloon vakantiebijslag is berekend, een gedeelte van de uitkering als vakantiebijslag jaarlijks in de maand mei over de aan die maand voorafgaande maanden, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand. De vakantiebijslag bedraagt 8/108 van de uitkering. 4 artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien het percentage van de vakantiebijslag, bedoeld in, wordt gewijzigd, treedt dit gewijzigde percentage in de plaats van de teller en het getal boven het honderd in plaats van de noemer van de in het derde lid genoemde breuk. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop recht bestaat vanaf de dag waarop de wijziging ingaat. 5 De vakantiebijslag wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a Vervallen 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-01-2007
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 De uitkering wordt niet betaald over perioden gelegen voor 26 weken voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag om een uitkering werd ingediend. Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de eerste zin. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a Vervallen 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 35aa — Artikel 35aa#
Artikel 35aa Vervallen 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 35ab — Artikel 35ab#
Artikel 35ab Vervallen 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 35b — Artikel 35b#
Artikel 35b Vervallen 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 35c — Artikel 35c#
Artikel 35c Vervallen 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 22a 27 artikel 18, eerste lid De uitkering die als gevolg van een besluit als bedoeld inofonverschuldigd is betaald, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het UWV teruggevorderd. Indien de uitkering, bedoeld in, van de werkgever wordt teruggevorderd, kan deze het teruggevorderde bedrag niet verhalen op de werknemer. 2 Een uitkering die onverschuldigd aan de werkgever is betaald, wordt door het UWV van de werkgever teruggevorderd, indien de werknemer recht heeft op loon over de uren waarop de onverschuldigd betaalde uitkering betrekking had. 3 In afwijking van het eerste lid kan het UWV besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd: a. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost. 4 artikel 25 De in het derde lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in. 5 De in het derde lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar indien: a. artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in deniet te boven is gegaan; en b. artikel 25 de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in. 6 Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het UWV besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. 7 Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het UWV de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn. 8 In afwijking van het eerste lid kan het UWV, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat. 2017 110 24-03-2017 08-03-2017 34628 2020 499 08-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a 1 artikel 36, eerste en tweede lid Het UWV kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in, invorderen bij dwangbevel. 2 Artikel 27g artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in deniet te boven is gegaan, het UWV de aflossingsbedragen lager vaststelt. 2017 110 24-03-2017 08-03-2017 34628 2020 499 08-12-2020 30-11-2020 01-01-2021
Artikel 36b — Artikel 36b#
Artikel 36b Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat onverschuldigd is betaald. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 36c — Artikel 36c#
Artikel 36c 1 artikel 36, eerste lid In afwijking van, kan het UWV, op verzoek van de werknemer, besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere terugvordering af te zien door medewerking aan een schuldregeling, indien: a. redelijkerwijs te voorzien is dat de werknemer niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; c. artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet een naar het oordeel van het UWV betrouwbaar voorstel voor een schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in; d. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en e. artikel 349 van de Faillissementswet uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig. 2 artikel 25 artikel 27a Wetboek van Strafrecht Het eerste lid is niet van toepassing, indien een vordering is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld niet nakomen door de werknemer van de verplichting, bedoeld in, en hiervoor een boete als bedoeld inis opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet naleven van die verplichting aangifte is gedaan op grond van het. 3 Het besluit tot afzien van terugvordering of verdere terugvordering wordt ingetrokken of ten nadele van de werknemer gewijzigd indien: a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid; b. de werknemer zijn schuld aan het UWV niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. 4 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld ten aanzien van de bevoegdheid om mee te werken aan schuldregelingen. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 21-12-2021 15-11-2021
Artikel 36d — Artikel 36d#
Artikel 36d artikel 36 36c artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek Een vordering van het UWV als bedoeld inenis bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in. 2011 618 20-12-2011 01-12-2011 33015 2011 619 20-12-2011 12-12-2011 01-01-2012
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 artikelen 4:2b, eerste tot en met zesde lid 6:3, eerste tot en met zesde lid, van de Wet arbeid en zorg Toeslagenwet Ingeval het UWV een aan een overheidswerknemer toegekende uitkering op grond van deze wet, de, de, deof, of de, of, dan wel een toeslag op grond van debetaalt aan een overheidswerkgever met het oogmerk die uitkering of toeslag door diens tussenkomst te doen uitbetalen: a. artikel 24, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen wordt de bedoelde uitkering of toeslag niet vermeerderd met de daarover door de werkgever verschuldigde premie op grond van; b. artikel 11, tweede lid artikel 10, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 11, derde lid, van de Ziektewet artikel 24, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen treedt, in afwijking van,, en, voorzover die artikelleden betrekking hebben op de premie bedoeld in, de overheidswerkgever niet in de plaats van het UWV. 2021 592 07-12-2021 13-10-2021 35613 2021 595 07-12-2021 26-11-2021 02-08-2022
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Voor het in ontvangst nemen en het verlenen van kwijting voor de betaling van de uitkering, wordt een minderjarige met een meerderjarige gelijk gesteld. 2 Indien de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige zich schriftelijk bij het UWV verzet tegen betaling aan de minderjarige wordt de uitkering aan de wettelijke vertegenwoordiger betaald. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Wet langdurige zorg artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet Indien degene aan wie een uitkering is toegekend, aanspraak heeft op verstrekking of vergoeding van zorg als bedoeld in deen op grond van die wet een bijdrage voor die zorg verschuldigd is, is het UWV bevoegd de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie de uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het Zorginstituut Nederland, genoemd in. 2 artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wet artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg Indien aan degene aan wie een uitkering op grond van deze wet is toegekend, een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor beschermd wonen als bedoeld in, en hij op grond van diehiervoor een bijdrage is verschuldigd, is het UWV bevoegd de uitkering tot het bedrag van die bijdrage in plaats van aan degene, aan wie die uitkering is toegekend, zonder diens machtiging uit te betalen aan het CAK, genoemd in, dat voor de gemeente de bijdrage int. 3 Indien degene, aan wie een uitkering is toegekend, in een inrichting ter verpleging van geesteszieken of van zwakzinnigen is opgenomen en het UWV, van de desbetreffende inrichting of van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die de opnamekosten betaalt, het verzoek ontvangt om de uitkering aan die inrichting of die gemeente uit te betalen, is het UWV bevoegd dat verzoek zonder het stellen van andere voorwaarden in te willigen. 4 Indien het eerste of tweede lid toepassing vindt, heeft de in het derde lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van de uitkering dat niet aan de in het eerste of tweede lid genoemde instantie wordt uitbetaald. 5 Een herziening van de uitkering op grond van het eerste of tweede lid als gevolg van een wijziging van de verschuldigde bijdrage vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. 2020 67 24-02-2020 05-02-2020 35299 2020 93 18-03-2020 06-03-2020 19-03-2020
Artikel 39a — Artikel 39a#
Artikel 39a Vervallen 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 1997 789 30-12-1997 24-12-1997 25641 31-12-1997 Artikelen 18, 25, eerste volzin, 27g, 30, 66, 85, 89, 92,
onderdeel f, 93, werken terug tot en met 1 maart 1997. Artikel
90 werkt terug tot en met 1 april 1997. Artikel 92, onderdeel
d, werkt terug tot en met 1 augustus 1996.
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 De uitkering is onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening. 2 Een machtiging tot het in ontvangst nemen van de uitkering, onder welke vorm of benaming ook verleend, is steeds herroepelijk. 3 Elk beding, strijdig met het eerste of tweede lid, is nietig. 1986 566 06-11-1986 19261 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 De uitkering wordt niet betaald indien deze per maand doorgaans minder bedraagt dan een achtste deel van het minimumloon. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-07-2015
Artikel 41a — Artikel 41a#
Artikel 41a Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De uitkeringsduur is ten minste drie maanden en ten hoogste 24 maanden, te rekenen vanaf de eerste dag waarop het recht op uitkering is ontstaan. 2 Indien de werknemer: a. aantoont in de periode van vijf kalenderjaren onmiddellijk voorafgaande aan het kalenderjaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag is gelegen, in ten minste vier kalenderjaren over 52 of meer dagen per kalenderjaar respectievelijk over 208 of meer uren per kalenderjaar loon te hebben ontvangen, waarbij voor 1 januari 2013 52 of meer dagen bepalend is en vanaf 1 januari 2013 208 of meer uren; of b. artikel 19, eerste lid, onderdeel b, c of d onmiddellijk voorafgaande aan of op zijn eerste dag van werkloosheid recht heeft op een uitkering op grond van een wet als genoemd in; 1° is de uitkeringsduur een maand voor ieder kalenderjaar arbeidsverleden voor zover het arbeidsverleden niet meer dan tien kalenderjaren is; en 2° wordt de uitkeringsduur, voor zover het arbeidsverleden meer is dan tien kalenderjaren, verlengd met een halve maand voor ieder kalenderjaar arbeidsverleden gelegen na 2015 en met een maand voor ieder kalenderjaar arbeidsverleden gelegen voor 2016. Bij het berekenen van de uitkeringsduur worden de maanden en de halve maanden bij elkaar opgeteld en wanneer die berekening niet leidt tot een aantal gehele maanden, telt een halve maand voor 15 kalenderdagen. 3 artikel 18, eerste lid Bij het vaststellen van de uitkeringsduur op grond van het eerste en tweede lid blijven perioden waarin recht op uitkering bestaat op grond van, buiten beschouwing. 4 Indien de duur van het arbeidsverleden gelegen voor 2016 niet louter uitgedrukt wordt in een aantal gehele kalenderjaren, wordt het kwart, halve of driekwart kalenderjaar geacht gelegen te zijn na 2015. 5 Als de duur van het arbeidsverleden gelegen na 2015 niet louter uitgedrukt wordt in een aantal gehele kalenderjaren, wordt de duur van het arbeidsverleden naar beneden afgerond tot gehele kalenderjaren. 6 Het arbeidsverleden, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door samentelling van: a. het aantal kalenderjaren, vanaf en met inbegrip van 2013 tot en met het kalenderjaar onmiddellijk voorafgaande aan het kalenderjaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag is gelegen, waarin de werknemer over 208 of meer uren loon heeft ontvangen; b. het aantal kalenderjaren, vanaf en met inbegrip van 1998 tot 2013, waarover de werknemer over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen; en c. het aantal kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het kalenderjaar waarin de werknemer zijn 18e verjaardag bereikte tot 1998. 7 artikel 33d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Een kalenderjaar wordt in aanmerking genomen bij de berekening, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en b, indien volgens de informatie, bedoeld in, de werknemer in dat kalenderjaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen respectievelijk over 208 of meer uren loon heeft ontvangen. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2016 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-01-2016
Artikel 42a — Artikel 42a#
Artikel 42a 1 artikel 42 Voor de toepassing vanworden met dagen waarover loon is ontvangen of met acht uren waarover loon is ontvangen, gelijkgesteld: a. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering artikel 1 van eerstgenoemde wet dagen waarover recht bestond op een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op grond van deof met een uitkering op grond van devoorzover de uitkering wordt toegekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% respectievelijk wordt toegekend over periodes waarin de persoon slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen, bedoeld in; b. hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen dagen waarover een persoon een uitkering ontvangt op grond van, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend. 2 artikel 42 artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet Voor de toepassing vanworden niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren waarin een persoon recht heeft op kinderbijslag op grond vanof een andere gezinsbijslag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de aanvang van dat kalenderjaar de leeftijd van vijf jaar niet heeft bereikt, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen, respectievelijk over 208 of meer uren loon is ontvangen. De in de eerste zin bedoelde persoon wordt aangemerkt als verzorgend persoon. 3 artikel 42 artikel 3.3.3 van de Wet langdurige zorg artikel 2.3.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Voor de toepassing vanworden niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren vanaf en met in begrip van een bij ministeriële regeling nader te bepalen kalenderjaar, waarin een persoon inkomsten ontvangt voor het verlenen van zorg op grond van een regeling voor persoonsgebonden budget, die is gegrond opdan wel voor het verlenen van ondersteuning ten laste van een persoonsgebonden budget als bedoeld in, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen, respectievelijk over 208 of meer uren loon is ontvangen, tenzij de zorg of ondersteuning wordt verleend als zelfstandige. De eerste zin is uitsluitend van toepassing indien de in de eerste zin bedoelde persoon aantoont dat deze zorgverlening aan deze voorwaarden voldoet of heeft voldaan. Die persoon wordt aangemerkt als verzorgend persoon. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit lid. 4 hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het tweede en derde lid vinden geen toepassing indien de verzorgende persoon in een kalenderjaar voor een periode langer dan een half jaar als werknemer in de zin van een wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een uitkering ter zake van werkloosheid of op de loongerelateerde uitkering op grond van. 5 Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder: a. een kind verstaan een eigen, aangehuwd of pleegkind; b. een pleegkind verstaan een kind dat als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed. 6 artikel 42 Voor de toepassing vanworden dagen, tot een maximum van achttien maanden, waarover de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, gelijkgesteld met dagen, waarover loon is ontvangen of met acht uren, waarover loon is ontvangen. 7 artikel 42 Voor de toepassing van dit artikel en vanwordt niet als loon beschouwd een uitkering: a. hoofdstuk IV op grond van deze wet, met uitzondering van een uitkering op grond vanvan deze wet; b. hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 1 van die wet op grond van, met uitzondering van een uitkering aan de persoon die slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen, bedoeld in; c. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van de, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%; of d. die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in onderdeel a, b of c. 8 artikel 42 artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 Voor de toepassing van dit artikel en vanwordt niet als loon beschouwd het voordeel van het voor privé-doeleinden ter beschikking stellen van een auto, bedoeld in. 9 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld: a. artikel 42 ter vaststelling van het aantal dagen respectievelijk het aantal uren waarover loon is ontvangen, bedoeld in; b. artikel 42 op grond waarvan voor het bepalen van het aantal van 52 dagen of van het aantal van 208 uren, bedoeld in, dagen of uren waarover, anders dan bedoeld in het zesde lid, geen loon is ontvangen, worden gelijkgesteld met dagen of uren waarover loon is ontvangen. 2021 627 20-12-2021 15-12-2021 35897 2021 628 20-12-2021 15-12-2021 01-01-2022
Artikel 42b — Artikel 42b#
Artikel 42b 1 artikel 42, tweede lid, onderdeel a of b Indien het recht op uitkering is geëindigd en vervolgens een nieuw recht op uitkering is ontstaan, zonder dat aan de voorwaarde, bedoeld in, wordt voldaan, dan wordt de duur van dat nieuwe recht verlengd met: a. de resterende duur van het beëindigde recht, indien de werknemer over ten minste drie maanden een uitkering heeft ontvangen op grond van dat beëindigde recht; b. de duur van het beëindigde recht waarop drie maanden in mindering worden gebracht, indien de werknemer over minder dan drie maanden een uitkering heeft ontvangen op grond van dat beëindigde recht. 2 artikel 20, eerste lid, onderdeel a of c artikel 21 Het eerste lid vindt geen toepassing voorzover het eerdere recht was geëindigd op grond van, en op grond vanniet voor herleving in aanmerking zou zijn gekomen wegens het overschrijden van de in laatstgenoemd artikel bedoelde termijnen. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 11-12-2015 01-07-2015
Artikel 42c — Artikel 42c#
Artikel 42c 1 artikelen 42 42a De persoon die op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid, werknemer in de zin van deze wet was, wordt voor de toepassing van deenals werknemer in de zin van deze wet beschouwd gedurende de periode waarin hij: a. Wet Werkloosheidsvoorziening voor 1 januari 1987 als werknemer in de zin van de Werkloosheidswet of dezoals die wetten luidden op 31 december 1986 in dienstbetrekking heeft gestaan dan wel zijn militaire dienstplicht of in plaats daarvan vervangende dienst heeft vervuld; b. vanaf 1 januari 1987 een arbeidsverhouding had ter zake waarvan hem door het Rijk invaliditeitspensioen was verzekerd. 2 artikel 17c, vierde lid Ten aanzien van de persoon, bedoeld in, is het eerste lid, onderdeel a, van overeenkomstige toepassing. 2007 302 30-08-2007 21-07-2007 30937 2007 303 30-08-2007 23-08-2007 01-01-2008 01-10-2006
Artikel 42d — Artikel 42d#
Artikel 42d Vervallen 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 01-04-2019
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 21 artikel 42, eerste, tweede en derde lid Telkens nadat het recht op uitkering na eindiging van dat recht is herleefd op grond van, eindigt de uitkering zoveel later dan de in, bedoelde periode als de periode tussen de eindiging en herleving van het recht op uitkering heeft geduurd. 2 artikel 29, tweede lid, onderdeel d, aanhef en onder 1°, van de Ziektewet Voor de persoon, bedoeld indie eerder dan de eerste dag van de veertiende week van de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid een uitkering ontvangt op grond van die wet wordt voor de vaststelling van de periode tussen de eindiging en de herleving van het recht op uitkering, de periode waarin het ziekengeld wordt uitbetaald tijdens de eerste 13 weken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, buiten beschouwing gelaten. 3 artikel 29, tweede lid, onderdeel e of f, van de Ziektewet Ziektewet Voor de persoon, bedoeld inworden voor de vaststelling van de periode tussen de eindiging en de herleving van het recht op uitkering, telkens nadat het recht op uitkering is geëindigd wegens ziekte, de eerste dertien weken waarin de persoon een uitkering ontvangt op grond van debuiten beschouwing gelaten. 4 Ziektewet Voor de bepaling van de periode van dertien weken bedoeld in het derde lid, worden perioden waarover een uitkering op grond van dewordt ontvangen samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. 5 Artikel 19, tweede lid , is van toepassing op het tweede tot en met vierde lid. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-07-2015
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 De uitkering op grond van dit hoofdstuk wordt berekend naar het dagloon. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 De uitkering op grond van deze wet bedraagt per kalendermaand: Hierbij staat: A voor het maandloon; B voor het inkomen in een kalendermaand; C voor het dagloon; artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen D voor het dagloon waarnaar de uitkering zou zijn berekend indien dat niet gemaximeerd zou zijn op het inbedoelde bedrag met betrekking tot een loontijdvak van een dag; en E voor het inkomen in verband met arbeid. a. 0,75 x (A – B x C/D) – E over de eerste twee maanden waarin recht op een uitkering bestaat; en b. 0,7 x (A – B x C/D) – E vanaf de derde maand waarin recht op een uitkering bestaat. 2 Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder inkomen in verband met arbeid, bedoeld in het eerste lid wordt verstaan. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 47a — Artikel 47a#
Artikel 47a artikel 76 Indien de werknemer deelneemt aan een voor hem naar het oordeel van het UWV noodzakelijke opleiding of scholing en het recht op uitkering op grond vanblijft bestaan, wordt op de uitkering geheel in mindering gebracht het inkomen uit of in verband met de opleiding of scholing voor zover dat meer bedraagt dan een nader bij ministeriële regeling door Onze Minister vast te stellen bedrag. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 47b — Artikel 47b#
Artikel 47b 1 artikel 77a, eerste lid Indien de werknemer toestemming van het UWV heeft verkregen om werkzaamheden als bedoeld in, te verrichten, wordt de uitkering voor de duur van die toestemming verminderd met 29% van de uitkering, dan wel met een lager, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen, percentage van de uitkering. 2 artikel 77a, eerste lid Met ingang van de dag waarop de werknemer die toestemming van het UWV heeft verkregen om werkzaamheden als bedoeld in, te verrichten, handelt in strijd met artikel 77a, eerste lid, onderdeel d, wordt de uitkering voor de resterende duur van die toestemming verminderd met 100% van de uitkering. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Vervallen 2003 546 30-12-2003 19-12-2003 29268 2003 547 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Vervallen 2003 546 30-12-2003 19-12-2003 29268 2003 547 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 2003 546 30-12-2003 19-12-2003 29268 2003 547 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 2003 546 30-12-2003 19-12-2003 29268 2003 547 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Vervallen 2003 546 30-12-2003 19-12-2003 29268 2003 547 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 artikel 3, tweede, vierde en vijfde lid Het UWV laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering toe de persoon, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die op grond van het bepaalde bij of krachtens, niet als werknemer wordt beschouwd, en a. wiens werknemerschap is geëindigd en die buiten Nederland woont, aldaar direct aansluitend op de beëindiging van zijn werknemerschap een dienstbetrekking vervult voor de duur van maximaal vijf jaar en wiens werkgever binnen Nederland woont of gevestigd is; b. die Nederlander is en die is uitgezonden om werkzaamheden te verrichten voor door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen organisaties voor ontwikkelingssamenwerking; c. die Nederlander is en die is uitgezonden om, in of buiten Nederland, werkzaamheden te verrichten voor een volkenrechtelijke organisatie, waarvan Nederland lid is dan wel waarvan de werkzaamheden door Nederland worden ondersteund; d. die in Nederland woont, en buiten Nederland een dienstbetrekking vervult; of e. die Nederlander is en buiten Nederland werkzaamheden verricht die worden bekostigd door het Rijk en die tevens in opdracht van het Rijk worden verricht in het kader van een wettelijke taakomschrijving of ter uitvoering van een internationaal verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. 2 artikel 6, eerste lid, onderdeel c Het UWV laat, op zijn verzoek, tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering toe de persoon, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, wiens arbeidsverhouding op grond van, niet als dienstbetrekking wordt beschouwd. 3 Voorafgaand aan het vervullen van een dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dient de persoon gedurende een aaneengesloten periode van tenminste één jaar de hoedanigheid van werknemer te bezitten. 4 Met de Nederlander, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en e, wordt gelijkgesteld de persoon, die onderdaan is van één van de lidstaten van de Europese Gemeenschap of onderdaan is van een Staat, waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten, mits hij voor hij werd uitgezonden in Nederland woonde. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 16-12-2017
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Het verzoek om toelating tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering wordt ingediend bij het UWV. 2 Het verzoek om toelating als bedoeld in het eerste lid moet worden ingediend: a. artikel 53, eerste lid, onderdeel a door de in, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop zijn werknemerschap is geëindigd; b. artikel 53, eerste lid, onderdeel b, c en e artikel 53, eerste lid, onderdeel c door de inbedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, binnen dertien weken na de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen; c. artikel 53, eerste lid, onderdeel d door de in, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop zijn werkzaamheden buiten Nederland een aanvang hebben genomen. 3 Het UWV is bevoegd te verklaren dat een verzoek om toelating tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering, ingediend na de ingevolge het tweede lid geldende termijn, tijdig is ingekomen, indien de persoon die het verzoek heeft gedaan, redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest. 4 De vrijwillige werkloosheidsverzekering vangt aan: a. artikel 53, eerste lid, onderdeel a voor de in, bedoelde persoon: op de dag na die, waarop zijn werknemerschap is geëindigd; b. artikel 53, eerste lid, onderdeel b, c en e artikel 53, eerste lid, onderdeel c voor de inbedoelde persoon: op de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, op de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen; c. artikel 53, eerste lid, onder d voor de in, bedoelde persoon: op de dag waarop zijn werkzaamheden een aanvang hebben genomen; d. artikel 53, tweede lid voor de in, bedoelde persoon: op de dag van ontvangst van zijn verzoek om toelating. 2008 192 03-06-2008 29-05-2008 31366 2008 192 03-06-2008 29-05-2008 31366 04-06-2008 Artikel VI, lid 1, van Stb. 2008/192 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Ziektewet Toelating van een persoon tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering vindt slechts plaats, indien hij zich tegelijkertijd vrijwillig verzekert op grond van de. De in de eerste zin opgenomen verplichting is niet van toepassing indien betrokkene bij ziekte, zwangerschap of bevalling, recht heeft op loon dan wel bezoldiging. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002 2001 692 28-12-2001 20-12-2001 27897 2001 693 28-12-2001 20-12-2001 27897 01-01-2002
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 De persoon die is toegelaten tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering wordt voor de toepassing van deze wet voor de duur van die verzekering als werknemer beschouwd. 2004 594 25-11-2004 04-11-2004 29249 2004 708 29-12-2004 03-12-2004 01-01-2005
Artikel 56a — Artikel 56a#
Artikel 56a Het UWV beëindigt de vrijwillige werkloosheidsverzekering: a. op verzoek van de vrijwillig verzekerde met ingang van een door hem te bepalen datum; b. artikel 53, eerste lid, onderdeel a met ingang van de dag, waarop de termijn van vijf jaar, bedoeld in, is verstreken; c. artikel 53, eerste en tweede lid met ingang van de dag, waarop de werkzaamheden bedoeld inworden beëindigd; d. met ingang van de dag waarop de vrijwillig verzekerde verplicht verzekerd wordt ingevolge deze wet; e. indien de verschuldigde premie over een periode van twee volle kalendermaanden niet, niet volledig of niet-tijdig is betaald; of f. artikel 53, eerste lid indien niet langer wordt voldaan aan andere vereisten voor toelating tot de vrijwillige verzekering, bedoeld in. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 artikel 53, eerste lid, onderdeel a, b en c De persoon, bedoeld in, die werkloos is, heeft eerst recht op uitkering na terugkeer in Nederland. 1992 675 23-11-1992 22349 1992 675 23-11-1992 22349 01-03-1993
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 De persoon, die om toelating tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering verzoekt, bepaalt bij de aanvang van de vrijwillige werkloosheidsverzekering de hoogte van het dagloon, met dien verstande dat dit niet meer kan bedragen dan: a. artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 18 van die wet het bedrag, bedoeld in, met betrekking tot een loontijdvak van een dag eventueel verhoogd of verlaagd krachtens; en b. het loon of het inkomen dat hij in geval van werkloosheid naar het oordeel van het UWV derft. 2 artikel 1b, eerste lid Voor de vaststelling van de hoogte van het recht op uitkering op grond van de vrijwillige werkloosheidsverzekering wordt, zonodig in afwijking van, en de daarop berustende bepalingen, onder dagloon verstaan het in het eerste lid bedoelde dagloon. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Het UWV stelt nadere regels met betrekking tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering. Deze regels bevatten in ieder geval bepalingen met betrekking tot: a. de toelating tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering; b. het einde van de vrijwillige werkloosheidsverzekering; c. artikel 58, eerste lid het dagloon, bedoeld in. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Voor zover bij of krachtens dit hoofdstuk niet anders is bepaald, zijn de overige artikelen van deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de betaling van de uitkering, de hoogte en de duur van de uitkering op grond van dit hoofdstuk. 1986 566 06-11-1986 19261 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Een werknemer heeft recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk, indien hij van een werkgever, die in staat van faillissement is verklaard, aan wie surséance van betaling is verleend, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, of die anderszins verkeert in de blijvende toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, loon, vakantiegeld, of vakantiebijslag te vorderen heeft of indien hij geldelijk nadeel kan ondervinden doordat deze werkgever bedragen die hij in verband met de dienstbetrekking met de werknemer aan derden verschuldigd is, niet heeft betaald. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006
Artikel 61a — Artikel 61a#
Artikel 61a 1 artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 61 De nagelaten betrekkingen van een werknemer hebben recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk over de periode vanaf de dag na overlijden tot en met één maand na de dag van het overlijden, ten bedrage van het loon dat de werknemer laatstelijk rechtens toekwam, doch ten hoogste anderhalf maal het bedrag, bedoeld in, met betrekking tot het loontijdvak van een dag, vermenigvuldigd met 21,75, indien zij van een werkgever, die verkeert in een omstandigheid als bedoeld in, een overlijdensuitkering te vorderen hebben. Indien het loon dat de werknemer laatstelijk rechtens toekwam meer bedroeg dan de uitkomst van de berekening, bedoeld in de vorige zin, worden de tot het loon behorende elementen naar evenredigheid betaald. 2 Artikel 674, derde en vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikel 63 artikelen 19 20 21 64 65 enzijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het recht op uitkering op grond van dit artikel. De,,,enzijn niet van toepassing met betrekking tot het recht op uitkering op grond van dit artikel. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-01-2016
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 artikel 61 Geen recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk heeft de werknemer, wiens dienstbetrekking met de werkgever reeds was geëindigd voordat de werkgever kwam te verkeren in een toestand als bedoeld in, tenzij: a. een duidelijke samenhang bestaat tussen de omstandigheden die tot het eindigen van de dienstbetrekking leidden en de omstandigheden, die tot die toestand hebben geleid; of b. artikel 61 artikel 61 de werknemer een recht heeft op betaling van loon, vakantiegeld, vakantiebijslag of andere bedragen als bedoeld in, dat geen verband houdt met een toestand als bedoeld inen dat niet geldend kan worden gemaakt uitsluitend wegens die toestand. 2 artikel 61 De werknemer heeft of de nagelaten betrekkingen hebben geen recht op uitkering indien de aanvraag om een uitkering is ingediend nadat 26 weken zijn verstreken na de dag waarop de werkgever is komen te verkeren in een toestand als bedoeld in. Het UWV is bevoegd in bijzondere gevallen af te wijken van de eerste zin. 3 artikelen 3 3a artikel 61 61a Mede heeft recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk de persoon, niet zijnde werknemer, bedoeld in deof, die gewoonlijk arbeid in Nederland verricht voor de werkgever, bedoeld inof, mits er geen recht op een uitkering bestaat in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een land aangesloten bij de Europese Economische Ruimte. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikel 61 De werknemer, wiens werkgever verkeert in een toestand als bedoeld in, is verplicht: a. indien geen tijdige betaling van loon, vakantiegeld of vakantiebijslag heeft plaatsgevonden, binnen een week na de dag waarop hij deze betaling normaal zou hebben ontvangen daarvan aangifte te doen bij het UWV; en b. artikel 61 binnen een week na de dag waarop het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn geweest dat zijn werkgever de bedragen, bedoeld in, niet heeft betaald, daarvan aangifte te doen bij het UWV. 2 Indien de werknemer een verplichting hem op grond van het eerste lid opgelegd, niet of niet behoorlijk is nagekomen, weigert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkering op grond van dit hoofdstuk tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk. 3 artikel 61 Indien het de werknemer voor de totstandkoming van de dienstbetrekking of voor een wijziging in de arbeidsvoorwaarden tijdens de dienstbetrekking redelijkerwijs duidelijk moet zijn geweest dat in verband met een toestand als bedoeld in, geen of slechts ten dele betaling zou plaatsvinden van loon, vakantiegeld, vakantiebijslag of aan derden verschuldigde bedragen in verband met de dienstbetrekking van de werknemer, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 Het recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk wordt per kalendermaand berekend en omvat: a. het loon over ten hoogste dertien weken, onmiddellijk voorafgaande aan: 1°. de dag waarop de dienstbetrekking door ontbinding eindigt; 2°. de dag waarop de dienstbetrekking met wederzijds goedvinden eindigt; 3°. de dag waarop de dienstbetrekking van rechtswege eindigt, of 4°. de dag van opzegging van de dienstbetrekking; b. artikel 40 van de Faillissementswet het loon over ten hoogste de voor de werknemer geldende termijn van opzegging of de termijn van opzegging, die zou hebben gegolden als deze termijn was aangevangen op de op grond van het tweede lid door het UWV vastgestelde dag, met dien verstande dat de krachtensten aanzien van de werknemer geldende termijn, zowel in als buiten faillissement, niet wordt overschreden; en c. het vakantiegeld, de vakantiebijslag en de bedragen, die de werkgever in verband met de dienstbetrekking met de werknemer aan derden verschuldigd is, over ten hoogste het jaar onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop de in onderdeel a, onder 1°, 2°, 3° of de in onderdeel b bedoelde termijn eindigt. 2 Ten aanzien van het eerste lid, onderdeel a, geldt dat het recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk het loon omvat over ten hoogste dertien weken onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop de dienstbetrekking naar het oordeel van het UWV redelijkerwijs had moeten worden beëindigd of opgezegd, indien de dienstbetrekking niet of op een later dan het daarvoor redelijkerwijs in aanmerking komende moment is beëindigd of opgezegd. 3 artikel 61 De hoogte van de uitkering van het vakantiegeld, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt berekend op grond van de aanspraak op vakantiedagen die de werknemer bij het einde van de dienstbetrekking heeft, met dien verstande dat de uitkering niet meer bedraagt dan het vakantiegeld over het aantal vakantiedagen dat hij kan verwerven in een jaar waarin hij een dienstbetrekking met de werkgever, bedoeld in, heeft en waarin hij gedurende de volledig overeengekomen arbeidsduur recht op loon heeft. 4 artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Voor zover de uitkering betrekking heeft op het loon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, bedraagt de uitkering per kalendermaand, zonder verrekening van inkomen als bedoeld in artikel 65, ten hoogste 100/108 deel van anderhalf maal het bedrag, bedoeld in, vermenigvuldigd met 21,75. 5 artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Voor zover de uitkering betrekking heeft op de vakantiebijslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bedraagt de uitkering per kalendermaand ten hoogste 8/108 deel van anderhalf maal het bedrag, bedoeld in, vermenigvuldigd met 21,75. 6 artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Voor zover de uitkering betrekking heeft op het vakantiegeld, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bedraagt de uitkering per dag waarop het vakantiegeld betrekking heeft ten hoogste 100/108 deel van anderhalf maal het bedrag, bedoeld in. 7 artikel 65 artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Indien het loon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, betrekking heeft op een periode die niet aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand of niet op de laatste dag van een kalendermaand eindigt, bedraagt de uitkering in die kalendermaand, zonder verrekening van inkomen als bedoeld in, ten hoogste 100/108 deel van anderhalf maal het bedrag, bedoeld in, vermenigvuldigd met 21,75 maal het verschil tussen enerzijds het totale aantal dagen in die kalendermaand en anderzijds het aantal dagen in die kalendermaand voordat voornoemde periode is aangevangen of nadat voornoemde periode is geëindigd, gedeeld door het totaal aantal dagen in die kalendermaand. Bij het bepalen van het aantal dagen in een kalendermaand worden de zaterdagen en zondagen buiten beschouwing gelaten. 8 artikel 65 artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen Indien de vakantiebijslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, betrekking heeft op een periode die niet aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand of niet op de laatste dag van een kalendermaand eindigt, bedraagt de uitkering in die kalendermaand, zonder verrekening van inkomen als bedoeld in, ten hoogste 100/108 deel van anderhalf maal het bedrag, bedoeld in, vermenigvuldigd met 21,75 maal het verschil tussen enerzijds het totale aantal dagen in die kalendermaand en anderzijds het aantal dagen in die kalendermaand voordat voornoemde periode is aangevangen of nadat voornoemde periode is geëindigd, gedeeld door het totaal aantal dagen in die kalendermaand. Bij het bepalen van het aantal dagen in een kalendermaand worden de zaterdagen en zondagen buiten beschouwing gelaten. 9 Indien de uitkering is verminderd op grond van het vierde of zevende lid, worden de verschillende tot het loon behorende elementen naar evenredigheid betaald. 10 Indien de werkgever over de periode als bedoeld in het eerste lid, loon, vakantiegeld of vakantiebijslag aan de werknemer heeft betaald dan wel een bedrag in verband met de dienstbetrekking met de werknemer aan een derde heeft betaald, wordt dat inkomensbestanddeel toegerekend aan een periode voorafgaand aan voornoemde periode, indien de werknemer of die derde over die voorafgaande periode een vordering tot betaling van dat inkomensbestanddeel heeft op de werkgever. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2016
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 artikel 64, eerste lid, onderdeel b Indien de verplichting tot betaling van het loon, bedoeld in, door het UWV is overgenomen en de werknemer geniet inkomen in een kalendermaand, wordt de op grond van artikel 64, eerste lid, onderdeel b, vierde of zevende lid, vastgestelde uitkering vermenigvuldigd met de uitkomst van (A-B)/A. Hierbij staat: artikel 64, vierde of zevende lid A voor de uitkering per kalendermaand indien die niet zou zijn gemaximeerd op grond van; en B voor het inkomen in een kalendermaand. 2 Indien de berekening, bedoeld in het eerste lid, leidt tot een negatief bedrag, wordt de uitkering op nihil gesteld. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2016 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 64, eerste lid De vorderingen van de werknemer en derden op de werkgever, bedoeld in, gaan over op het UWV, voorzover deze vorderingen door het UWV worden voldaan. 2 Wet financiering sociale verzekeringen Het UWV verhaalt de door werkgevers verschuldigde premies op grond vanover de uitkering, bedoeld in dit hoofdstuk, op de werkgever. 3 artikelen 287 288 onder a artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek De vorderingen van het UWV, bedoeld in het tweede lid, zijn bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaan boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van deen, alsmede die van. 2007 545 20-12-2007 06-12-2007 31080 2007 546 20-12-2007 12-12-2007 01-03-2008
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt: a. onder loon verstaan: al hetgeen de werkgever in verband met de dienstbetrekking aan de werknemer rechtens verschuldigd is met uitzondering van vakantiegeld en vakantiebijslag; b. onder vakantiegeld en vakantiebijslag ook verstaan: vakantiebonnen, vakantiezegels en andere dergelijke waardepapieren; en c. onder werknemer ook verstaan: de persoon die uitsluitend omdat hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of ouder is niet als werknemer wordt beschouwd. 2012 361 08-08-2012 02-08-2012 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikelen 17 17a 17b 18 artikel 19, eerste lid, onderdelen e tot en met n, derde tot en met zevende lid, negende lid, en elfde tot en met veertiende lid 20, eerste lid, onderdeel c 28 35 41 42 42a 47 De,,,,,,,,,,enzijn niet van toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering en de betaling van de uitkering op grond van dit hoofdstuk. 2 Voor zover bij of krachtens dit hoofdstuk niet anders is bepaald zijn de overige artikelen van deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering en de betaling van de uitkering op grond van dit hoofdstuk. 2017 78 09-03-2017 16-01-2017 34577 2017 354 29-09-2017 22-09-2017 01-10-2017
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 1995 685 28-12-1995 20-12-1995 24417 1995 685 28-12-1995 20-12-1995 24417 01-01-1996
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 1995 685 28-12-1995 20-12-1995 24417 1995 685 28-12-1995 20-12-1995 24417 01-01-1996
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2008 600 30-12-2008 29-12-2008 31514 2008 601 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 72a — Artikel 72a#
Artikel 72a De overheidswerkgever heeft tot taak de inschakeling in de arbeid te bevorderen van: a. hoofdstuk II een persoon die uit hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer met die overheidswerkgever recht heeft op uitkering op grond van; b. hoofdstuk II een overheidswerknemer die kan aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van het UWV redelijkerwijs valt aan te nemen dat hij recht zal hebben op een uitkering op grond van. 2012 224 30-05-2012 21-05-2012 33065 2012 251 12-06-2012 04-06-2012 01-07-2012
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 De werknemer die recht heeft op een uitkering op grond van deze wet heeft recht op ondersteuning bij arbeidsinschakeling. 2012 224 30-05-2012 21-05-2012 33065 2012 251 12-06-2012 04-06-2012 01-07-2012
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 Vervallen 2004 455 21-09-2004 09-07-2004 28447 2004 555 29-10-2004 25-10-2004 30-10-2004 Geldt voor kalenderjaren die aanvangen op of na 1 januari 2005.
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 Onze Minister is bevoegd regels te stellen op grond waarvan, in bij die regels aan te geven gevallen en met inachtneming van bij die regels te stellen beperkingen, de werknemer bevoegd is deel te nemen aan een opleiding of scholing in dagonderwijs. 1986 566 06-11-1986 19261 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 hoofdstuk II Indien de werknemer die recht heeft op een uitkering op grond van, deelneemt of gaat deelnemen aan een voor hem, naar het oordeel van het UWV, noodzakelijke opleiding of scholing, blijft volgens door Onze Minister te stellen regels het recht op uitkering op grond van dat hoofdstuk bestaan. 2 In de door Onze Minister te stellen regels, die voor verschillende groepen werknemers verschillend kunnen luiden, worden in ieder geval voorschriften en beperkingen gegeven met betrekking tot de aard, de omvang en de duur van de opleiding of scholing. 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 23-11-2018
Artikel 76a — Artikel 76a#
Artikel 76a 1 hoofdstuk II Het UWV kan toestemming verlenen aan de werknemer, die recht heeft op een uitkering op grond van, om op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal zes maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten. 2 hoofdstuk II artikel 20, eerste lid, aanhef en onderdeel b Voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, blijft het recht op uitkering op grond vanbestaan, onverminderd, gedurende de periode waarover toestemming is verleend tot het verrichten van die werkzaamheden. 3 De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn: a. werkzaamheden, waartoe de werknemer met zijn krachten en bekwaamheden in staat is; b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheidsverzekering ten behoeve van de werknemer heeft afgesloten; c. werkzaamheden, die de werknemer niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en d. werkzaamheden, waarbij er, naar het oordeel van het UWV, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden. 4 Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten. 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het eerste tot en met vierde lid. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Vervallen 2009 318 27-07-2009 02-07-2009 31811 2009 319 27-07-2009 18-07-2009 01-08-2009
Artikel 77a — Artikel 77a#
Artikel 77a 1 Het UWV kan een werknemer toestemming verlenen om gedurende 6 kalendermaanden werkzaamheden in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep te verrichten, indien: a. aannemelijk is dat de werknemer in de toekomst met die werkzaamheden structureel in zijn bestaan kan voorzien; b. de werkzaamheden nog geen aanvang hebben genomen; c. hoofdstuk II artikel 18 de werknemer recht heeft op uitkering op grond van, anders dan op grond van; d. geen werkzaamheden verricht worden in opdracht, ten behoeve, of onder verantwoordelijkheid van de werkgever bij wie de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn werkloosheid als werknemer arbeid heeft verricht; e. deze toestemming tijdens de uitkeringsduur niet eerder aan de werknemer is verleend. 2 artikel 20, eerste lid, aanhef en onderdeel b hoofdstuk II Voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, blijft, onverminderd, het recht op uitkering op grond vanbestaan. 3 De werknemer aan wie toestemming is verleend als bedoeld in het eerste lid wordt geacht werknemer te zijn en te blijven zolang die toestemming duurt. 2023 417 21-11-2023 08-11-2023 36415 2023 437 05-12-2023 29-11-2023 01-01-2024
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 artikel 75 76 76a 77 77a De werknemer, ten aanzien van wie,,,ofwordt toegepast, wordt geacht werkloos te zijn en te blijven zolang die toepassing duurt. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-07-2006
Artikel 78a — Artikel 78a#
Artikel 78a Vervallen 2008 590 30-12-2008 29-12-2008 31577 2011 608 20-12-2011 06-12-2011 01-01-2012
Artikel 78b — Artikel 78b#
Artikel 78b Vervallen 2008 590 30-12-2008 29-12-2008 31577 2011 608 20-12-2011 06-12-2011 01-01-2012
Artikel 78c — Artikel 78c#
Artikel 78c hoofdstuk II Artikel 10a, tweede tot en met tiende lid, van de Participatiewet Het UWV kan de werknemer, die recht heeft op een uitkering op grond van, en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten gedurende maximaal twee jaar.is van overeenkomstige toepassing. 2014 270 15-07-2014 02-07-2014 33161 2014 271 15-07-2014 04-07-2014 01-01-2015
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 Het UWV verhaalt op de overheidswerkgever tot wie de dienstbetrekking bestond uit hoofde waarvan de overheidswerknemer de in onderdeel a bedoelde uitkering ontvangt: a. hoofdstuk II artikel 24, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen de op grond vante betalen uitkering aan die overheidswerknemer, met uitzondering van de premie verschuldigd over een uitkering, als bedoeld in; b. artikel 42 van de Zorgverzekeringswet artikel 24, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen de op grond van enige wet over de uitkering, bedoeld in onderdeel a, door het UWV verschuldigde premies en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in, die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht, met uitzondering van de premie verschuldigd over een uitkering, als bedoeld in. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder uitkering niet verstaan de uitkering aan een persoon: a. artikel 4a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen artikel 4 van die wet voor wie een beschikking geldt als bedoeld inwaarin hij met betrekking tot de, in de in het eerste lid bedoelde dienstbetrekking, verrichte soort van werkzaamheden wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in; b. waarvan het de overheidswerkgever niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat deze tot hem in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking stond; c. artikel 3:7, eerste lid 3:8 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg welke op grond van deze wet wordt ontvangen in de eerste dertien weken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Perioden van ongeschiktheid worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van,ofwordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 3 artikel 36 Op het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever op grond van het eerste lid over enig tijdvak wordt verhaald, wordt in mindering gebracht hetgeen het UWV in dat tijdvak ontvangt door de toepassing van, onder aftrek van de daarop betrekking hebbende uitvoeringskosten, voorzover die toepassing betrekking heeft op uitkeringen en premies die eerder op grond van dat lid op de overheidswerkgever zijn verhaald. 4 Indien hetgeen op grond van het derde lid in mindering wordt gebracht het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever over het betrokken tijdvak wordt verhaald overtreft, wordt dat meerdere door het UWV betaald aan de overheidswerkgever. 5 Indien de overheidswerkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat, wordt voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid onder overheidswerkgever verstaan de rechtsopvolger van die overheidswerkgever. De eerste zin is niet van toepassing met betrekking tot de rechtsopvolger na faillissement. 6 Het UWV kan de in het eerste lid bedoelde bedragen invorderen bij dwangbevel. 7 Het UWV kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met derde lid en het vijfde lid. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 79, eerste lid Een beschikking tot verhaal van uitkering, premies of vergoeding als bedoeld in, wordt niet meer gegeven indien meer dan vijf jaren sedert het einde van het kalenderjaar zijn verstreken, waarin zij zijn betaald of afgedragen. 2 Uitkering, premies of vergoeding, die niet zijn ingevorderd binnen tien jaren na het geven van de beschikking tot verhaal, worden niet meer ingevorderd. 3 De rechtsvordering tot terugbetaling van een onverschuldigd betaald bedrag in verband met verhaal van uitkering, premies of vergoeding verjaart door verloop van vijf jaren sedert het einde van het kalenderjaar waarin de beschikking tot verhaal is gegeven. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006 2005 708 28-12-2005 22-12-2005 30238 2005 709 28-12-2005 22-12-2005 01-01-2006
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 artikel 79, eerste lid artikelen 287 288 onder a artikel 284 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek De vordering van het UWV wegens verhaal als bedoeld in, is bevoorrecht op alle goederen van de werkgever en gaat boven alle andere voorrechten met uitzondering van die van deen, alsmede dat van. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 In de uitvoering van deze wet wordt voorzien door het UWV. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 De werknemer is verzekerd bij het UWV. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 1 Het UWV stelt een uitkeringsreglement werkloosheidsverzekeringen vast. 2 Onverminderd het elders in deze wet dienaangaande bepaalde, bevat het uitkeringsreglement bepalingen omtrent: a. voorschriften ten behoeve van een doelmatige controle, die ten aanzien van de werknemers moeten worden genomen; b. voorschriften met betrekking tot het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering; c. voorschriften in verband met de betaling van de uitkering door tussenkomst van de werkgever, indien tijdens werkloosheid de dienstbetrekking voortduurt; d. andere voorwaarden, die aan het ontvangen van uitkering zijn verbonden; e. het betalen van een deel van de uitkering in de vorm van bijdragen aan sociale fondsen, waaronder begrepen bonnen, zegels en certificaten, die door het desbetreffende fonds worden uitgegeven of voorgeschreven; en f. samenloop van uitkering en inkomsten uit of in verband met arbeid. 3 Het uitkeringsreglement mag geen bepalingen bevatten, welke strijdig zijn met deze wet en de daarop berustende bepalingen. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 01-01-2006
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 artikel 12 Tussen Onze Minister en Onze Minister van Financiën dient overeenstemming te bestaan omtrent te stellen regels als bedoeld in. 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 Vervallen 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 114a — Artikel 114a#
Artikel 114a Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 1 artikelen 26, tweede lid 59 79, zevende lid De door het UWV op grond van de,en, gestelde regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. 2 artikel 101, eerste lid Een door het UWV vastgesteld uitkeringsreglement werkloosheidsverzekeringen, bedoeld in, behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 Vervallen 1997 96 27-02-1997 26-02-1997 25047 1997 97 27-02-1997 26-02-1997 25090 01-03-1997
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 Vervallen 1997 96 27-02-1997 26-02-1997 25047 1997 97 27-02-1997 26-02-1997 25090 01-03-1997
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 Vervallen 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 Vervallen 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006
Artikel 126 — Artikel 126#
Artikel 126 artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 127a, eerste lid In afwijking vanis de werkgever geen belanghebbende bij een besluit van het UWV over het verzekerd zijn op grond van deze wet als bedoeld in. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006 Voorheen art. 126c.
Artikel 127 — Artikel 127#
Artikel 127 Vervallen 2018 424 22-11-2018 17-10-2018 34977 2018 425 22-11-2018 08-11-2018 23-11-2018
Artikel 127a — Artikel 127a#
Artikel 127a 1 Een aanvraag tot het geven van een beschikking over het verzekerd zijn op grond van deze wet kan door de werknemer uitsluitend bij het UWV worden ingediend. Het UWV geeft de beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. 2 artikel 31 4:95, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht Een beschikking over de betaling van een voorschot op grond vanofwordt gegeven binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag. 3 hoofdstuk IV Een beschikking op grond vanen de daarop berustende bepalingen wordt gegeven binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag. 4 Indien een beschikking als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid niet binnen de toepasselijke termijn kan worden gegeven, wordt dit schriftelijk aan de aanvrager medegedeeld onder vermelding van een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2010 840 28-12-2010 13-12-2010 32435 2010 877 29-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 127b — Artikel 127b#
Artikel 127b Vervallen 2004 720 29-12-2004 23-12-2004 29677 2004 721 29-12-2004 23-12-2004 01-01-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 128 — Artikel 128#
Artikel 128 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 129 — Artikel 129#
Artikel 129 artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbeslist het UWV binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. 2009 384 30-09-2009 18-06-2009 31751 2009 384 30-09-2009 18-06-2009 31751 01-10-2009
Artikel 129a — Artikel 129a#
Artikel 129a Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de behandeling van bezwaarschriften tegen besluiten, waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt. 1997 768 30-12-1997 24-12-1997 25282 1999 354 24-08-1999 17-07-1999 01-01-2001 Treedt in werking als fase 2 van de Wet overheidspersoneel onder
de werknemersverzekeringen in werking treedt.
Artikel 129b — Artikel 129b#
Artikel 129b artikel 79, eerste lid Het bezwaar of beroep van een werkgever tegen het verhaal, bedoeld in, kan niet zijn gegrond op de grief dat de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 129c — Artikel 129c#
Artikel 129c artikelen 103 tot en met 110 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Ten aanzien van besluiten waaraan een medische beoordeling ten grondslag ligt zijn devan overeenkomstige toepassing. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 29-12-2005
Artikel 129d — Artikel 129d#
Artikel 129d 1 artikelen 2 tot en met 12 14, eerste lid Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen terzake van schending of verkeerde toepassing van deen, en de daarop berustende bepalingen. 2 Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen de uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 130 — Artikel 130#
Artikel 130 1 hoofdstuk II artikelen 24 26 72 tot en met 78 Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van mogelijkheden om deze wet met betrekking tot de inschakeling in de arbeid van werknemers die recht op uitkering hebben op grond van, doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de,envan deze wet. Bij toepassing van de eerste zin wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken. 2 Een experiment als bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste vier jaar. Indien, voor een experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het voorstel van wet in werking treedt. Het eerste lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van een experiment en voorzieningen worden getroffen voor zich gedurende een experiment voordoende onvoorziene gevallen. 4 Onze Minister meldt aan de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen, alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment. 5 De voordracht voor krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregelen van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-10-2006
Artikel 130a — Artikel 130a#
Artikel 130a Vervallen 2004 728 30-12-2004 23-12-2004 29513 2004 729 30-12-2004 23-12-2004 29-03-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 130b — Artikel 130b#
Artikel 130b Vervallen 2004 728 30-12-2004 23-12-2004 29513 2004 729 30-12-2004 23-12-2004 01-01-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 130c — Artikel 130c#
Artikel 130c Vervallen 2004 728 30-12-2004 23-12-2004 29513 2004 729 30-12-2004 23-12-2004 01-07-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 130d — Artikel 130d#
Artikel 130d Vervallen 2004 728 30-12-2004 23-12-2004 29513 2004 729 30-12-2004 23-12-2004 01-07-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 130e — Artikel 130e#
Artikel 130e Vervallen 2004 728 30-12-2004 23-12-2004 29513 2004 729 30-12-2004 23-12-2004 01-07-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 130f — Artikel 130f#
Artikel 130f Vervallen 2004 728 30-12-2004 23-12-2004 29513 2004 729 30-12-2004 23-12-2004 01-07-2005 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 130g — Artikel 130g#
Artikel 130g 1 artikelen 82, tweede lid 82a, eerste lid 97c, zesde lid Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen De,, en, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van de, zijn niet van toepassing indien de dienstbetrekking is aangegaan voor 1 januari 2002. 2 artikelen 82, derde lid 82a, tweede lid 97c, zevende lid Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen De,, en, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van de, zijn niet van toepassing indien de werknemer voor 1 januari 2002 zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel indien diens arbeidsplaats voor die datum is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer. 3 artikelen 82, tweede, derde en vierde lid 82a, eerste, tweede en derde lid 97c, zesde, zevende en achtste lid Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen Zo nodig in afwijking van de,, of, zoals deze artikelen luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van de, kan het bedrag dat in mindering wordt gebracht op de door de werkgever verschuldigde premie en de premiekorting met betrekking tot het jaar 2002, in 2003 worden vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit lid nadere regels worden gesteld. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 130h — Artikel 130h#
Artikel 130h 1 Hoofdstuk IIA, Afdeling III , zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 19 december 2003 tot wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering (Stb. 546), blijft van toepassing op een recht op uitkering: a. waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 11 augustus 2003; b. ontstaan als gevolg van eindiging van de dienstbetrekking door opzegging, indien de aanzegging van de opzegging heeft plaatsgevonden voor de in onderdeel a genoemde datum; c. ontstaan als gevolg van ontbinding door de rechter van de dienstbetrekking, indien de datum waarop de ontbinding is uitgesproken is gelegen voor de in onderdeel a genoemde datum. 2 artikelen 48 51 52 De,en, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde wet, blijven van toepassing op de persoon: a. artikelen 43 50 die voor 11 augustus 2003 recht op uitkering op grond van deze wet had, welk recht eindigt of is geëindigd op grond van het verrichten van werkzaamheden als werknemer, en die terzake van de verrichte werkzaamheden op of na 11 augustus 2003 een nieuw recht op uitkering krijgt, tot aan het moment waarop dat eerste recht zonder toepassing van deenzou hebben geduurd; b. artikelen 43 50 op wie het eerste lid, onderdeel b of c van toepassing is, en wiens recht als bedoeld in dat lid eindigt of is geëindigd op grond van het verrichten van werkzaamheden als werknemer, en die terzake van de verrichte werkzaamheden op of na 11 augustus 2003 een nieuw recht op uitkering krijgt, tot aan het moment waarop dat eerste recht zonder toepassing van deenzou hebben geduurd. 3 artikelen 15 35c 52b, derde lid 52d, derde tot en met vijfde lid De,,, en, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde wet, blijven van toepassing op de in het eerste en tweede lid bedoelde rechten respectievelijk personen. 4 artikelen 93 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Met opzegging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gelijkgesteld, ontslag als bedoeld in deenof een overeenkomstige bepaling van een soortgelijke regeling. 5 Het eerste tot en met het derde lid zijn niet van toepassing op aanvragen die na 31 december 2019 worden ingediend. 2019 483 17-12-2019 11-12-2019 35275 2019 484 17-12-2019 11-12-2019 01-01-2020
Artikel 130i — Artikel 130i#
Artikel 130i 1 artikelen 42 17b Deen, zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 4 november 2004 tot wijziging van de Werkloosheidswet en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met de vervanging van fictief arbeidsverleden door feitelijk arbeidsverleden en de beperking van het verzorgingsforfait Stb. 2004, 594, blijven van toepassing op een recht op uitkering waarbij de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor of op die dag. 2 artikel 17b, tweede lid artikel 17, aanhef en onderdeel b, onder 1° artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet In afwijking van de eerste zin van, worden voor de toepassing van, niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren over de periode tot 1 januari 2005, waarin een persoon recht heeft op kinderbijslag op grond vanof een andere gezinsbijslag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166) voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de aanvang van dat kalenderjaar de leeftijd van vijf jaar niet heeft bereikt, gelijkgesteld met, en worden dergelijke kalenderjaren over de periode van 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 voor drie kwart gelijkgesteld met, kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen. 2013 236 28-06-2013 19-06-2013 33556 2013 261 28-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 130j — Artikel 130j#
Artikel 130j 1 artikelen 17a, eerste lid, onderdeel c 17b, eerste lid, onderdeel a 19, eerste lid, onderdeel m 28, derde lid 76, eerste lid De,,,,, en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 23 december 2004 houdende wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen, blijven van toepassing op de werknemer die voor de datum van inwerkingtreding van die wet: voor de duur van die opleiding of scholing respectievelijk die reïntegratie-uitkering. a. een voor hem, naar het oordeel van het UWV, noodzakelijke opleiding of scholing volgt, of b. artikel 23, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een reïntegratie-uitkering als bedoeld in, zoals dat artikel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de in de aanhef genoemde wet, ontvangt, 2 artikel 76a artikel 130a Tijdelijk besluit proefplaatsing WW Tijdelijk besluit proefplaatsing WW In afwijking vanblijvenen het daarop berustende, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 23 december 2004 houdende wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen, van toepassing op de werknemer die voor de datum van inwerkingtreding van die wet werkzaamheden verricht in het kader van het, voor de duur van die werkzaamheden. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 30-06-2006
Artikel 130k — Artikel 130k#
Artikel 130k artikelen 92, onderdelen g, h, en i 93, onderdeel i 97b, tweede lid 97e, onderdeel j 97f, onderdeel i Wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het tot stand brengen van een recht op langdurend zorgverlof en het aanbrengen van enkele verbeteringen hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg De,,,, en, zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de(Stb. 274) blijven van toepassing voor de duur van de periode waarin op grond van artikel IXa van die wet recht bestaat op een financiële tegemoetkoming op grond van. 2005 708 28-12-2005 22-12-2005 30238 2005 709 28-12-2005 22-12-2005 29-12-2005 01-06-2005
Artikel 130l — Artikel 130l#
Artikel 130l 1 artikel 4 van het Tijdelijk besluit preventieve inzet sectorfondsen artikel 3 van dat besluit artikel 72, eerste lid onderdeel b Een aanvraag als bedoeld invan een werknemer als bedoeld inwordt vanaf 1 juli 2005 aangemerkt als een aanvraag om werkzaamheden waarmee de taak, bedoeld in, wordt uitgevoerd. 2 artikel 4 van het Tijdelijk besluit preventieve inzet sectorfondsen artikel 72, eerste lid, onder b Een traject als bedoeld indat is aangevangen voor 1 juli 2005 wordt vanaf die datum aangemerkt als een traject, bedoeld in, met dien verstande dat de duur van het traject hierdoor niet wordt verlengd. 3 artikelen 72 72a hoofdstuk IIa IIb Deen, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 16 juli 2005, houdende wijziging van de Werkloosheidswet in verband met het preventief inzetten van reïntegratie-instrumenten, het opdragen van de reïntegratietaak aan overheidswerkgevers, het ondersteunen van WAO-herbeoordeelden bij scholing, het subsidiëren van scholing in het kader van de WAJONG en enkele andere wijzigingen in wetten die de reïntegratie-instrumenten betreffen (Stb. 382), blijven van toepassing op de persoon, die recht heeft op uitkering op grond vanofen van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 juli 2005. 4 artikel 72a, vierde lid artikel 78a In afwijking van het derde lid is, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de in het derde lid genoemde wet, slechts van toepassing op door de overheidswerkgever gedane uitgaven die betrekking hebben op tot 1 juli 2006 verrichte activiteiten in verband met de inschakeling in het arbeidsproces van personen als bedoeld in. 2005 710 27-12-2005 22-12-2005 30318 2005 711 27-12-2005 22-12-2005 01-01-2006
Artikel 130m — Artikel 130m#
Artikel 130m Artikel 34 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van de artikelen VI en VII, van de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in socialeverzekeringswetten, blijven van toepassing op de persoon wiens recht op uitkering op grond van deze wet is ontstaan voor de datum van inwerkingtreding van die artikelen, met betrekking tot die uitkering. 2004 311 08-07-2004 24-06-2004 28219 2004 548 29-10-2004 18-10-2004 01-01-2006
Artikel 130n — Artikel 130n#
Artikel 130n artikel 8, tweede lid De periode waarbinnen de hoedanigheid van werknemer kan worden herkregen op grond van, bedraagt ten hoogste 38 maanden voor de persoon die voor de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BB, van de Wet wijziging WW-stelsel recht op uitkering op grond van deze wet had. 2006 303 29-06-2006 28-06-2006 30370 2006 304 29-06-2006 28-06-2006 01-07-2006
Artikel 130o — Artikel 130o#
Artikel 130o 1 15 16 17 17a 17b 17c 18 19 23 24 27 28 35c 42 43 47 72 72a 76 76a 77a 79, eerste lid 130 De artikelen,,,,,,,,,,,,,,,, 52a tot en met 52i,,,,,,, enen de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel J, van de Wet wijziging WW-stelsel blijven van toepassing met betrekking tot een recht op uitkering waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen op of voor die dag. 2 artikelen 42 43 52g 52h Indien dit een langere duur van het recht op uitkering ten gevolge heeft, blijven de,,en, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel BB, van de in het eerste lid genoemde wet, tot vijf jaar na die dag, van toepassing met betrekking tot het recht op uitkering van de persoon die op of voor die dag recht op uitkering op grond van deze wet had, welk recht eindigt of is geëindigd op grond van het verrichten van werkzaamheden als werknemer, en die ter zake van de verrichte werkzaamheden na die dag een nieuw recht op uitkering krijgt. 3 artikelen 16 31 hoofdstuk IV artikel 64, onderdeel a Deenenen de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, onder 1, van de in het eerste lid genoemde wet blijven van toepassing met betrekking tot een recht op uitkering waarvan de eerste dag van de periode, bedoeld in, zoals dat luidde op die dag, is gelegen op of voor die dag. 4 artikelen 20 35 artikel 35 Deenzoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel O, onder 1, van de in het eerste lid genoemde wet blijven van toepassing op een verlies van arbeidsuren dat heeft plaatsgevonden op of voor die dag zolang er sprake is van aftrek van arbeidsinkomsten op grond vanzoals dat luidde op die dag. 5 artikelen 24 27 Het eerste lid is voor de toepassing van deenniet van toepassing met betrekking tot een herleving van het recht op uitkering die heeft plaatsgevonden op of na 1 oktober 2006. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 130p — Artikel 130p#
Artikel 130p artikel 42b artikel 42, tweede lid Voor de toepassing vanwordt bij de bepaling van de duur van een nieuw recht op uitkering met betrekking tot de persoon wiens eerdere recht is ontstaan voor 1 oktober 2006 voor «de duur van de verlengde uitkering, bedoeld in, van het eerdere recht voor zover de werknemer hierover geen uitkering heeft ontvangen als gevolg van de eindiging van dat eerdere recht» gelezen: de resterende duur van het eerdere recht voor zover de werknemer hierover geen uitkering heeft ontvangen als gevolg van de eindiging van dat eerdere recht, verminderd met drie maanden. 2006 703 22-12-2006 30-11-2006 30682 2006 704 22-12-2006 15-12-2006 23-12-2006 01-10-2006
Artikel 130q — Artikel 130q#
Artikel 130q artikelen 19 20 27 43 79, tweede lid De,,,en, en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikel I, onderdeel EE, van de Wet wijziging WW-stelsel blijven van toepassing met betrekking tot een recht op uitkering van de persoon wiens eerste dag tot ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is gelegen op of voor die dag. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 130r — Artikel 130r#
Artikel 130r 1 Artikel 64, vierde, zevende en negende lid onderdelen V, X en Y van artikel XXVI van de Wet werk en zekerheid , is niet van toepassing op het loon, bedoeld in dat artikel, over de weken die liggen voor de dag waarop dein werking zijn getreden. 2 Artikel 64, vijfde, zesde en achtste lid onderdelen V, X en Y van artikel XXVI van de Wet werk en zekerheid , is niet van toepassing op het vakantiegeld en de vakantiebijslag, voor zover het deel van het jaar bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel c, ligt voor de dag waarop dein werking zijn getreden. 3 artikel 61a onderdelen V, X en Y van artikel XXVI van Wet werk en zekerheid Voor zover de uitkering, bedoeld in, betrekking heeft op de periode voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van de, heeft de maximering, bedoeld in artikel 61a, eerste lid, geen plaats. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-01-2016 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2016 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 130s — Artikel 130s#
Artikel 130s Wijzigt deze wet. 2007 551 21-12-2007 29-11-2007 31229 2007 552 21-12-2007 14-12-2007 01-01-2008
Artikel 130t — Artikel 130t#
Artikel 130t Hoofdstuk IV artikel 64, eerste lid, onderdeel a en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de Wet van 6 december 2007 tot wijziging van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet teneinde enkele vereenvoudigingen te realiseren en uitkering bij overlijden toe te voegen (Stb. 2007, 545) blijven van toepassing met betrekking tot een recht op uitkering waarvan de eerste dag van de periode, bedoeld in, is gelegen op of voor die dag doch op of na 1 oktober 2006. 2007 545 20-12-2007 06-12-2007 31080 545 20-12-2007 2007 546 20-12-2007 12-12-2007 01-03-2008
Artikel 130u — Artikel 130u#
Artikel 130u 1 Artikel 78a vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 Artikel 78b vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2008 590 30-12-2008 29-12-2008 31577 2008 591 30-12-2008 29-12-2008 01-01-2009
Artikel 130v — Artikel 130v#
Artikel 130v Vervallen 2012 224 30-05-2012 21-05-2012 33065 2012 224 30-05-2012 21-05-2012 33065 01-07-2017
Artikel 130w — Artikel 130w#
Artikel 130w Vervallen 2010 838 28-12-2010 16-12-2010 32520 2010 838 28-12-2010 16-12-2010 32520 01-07-2011
Artikel 130x — Artikel 130x#
Artikel 130x Artikel 16, derde lid , zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet vereenvoudiging regelingen UWV blijft van toepassing op de werknemer, van wie de dienstbetrekking is geëindigd door ontbinding op verzoek van de werkgever en de datum van het verzoek tot ontbinding is gelegen voor de dag van inwerkingtreding van dit artikel van die wet. 2012 675 27-12-2012 20-12-2012 33327 2012 676 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013
Artikel 130y — Artikel 130y#
Artikel 130y Vervallen 2012 675 27-12-2012 20-12-2012 33327 2012 675 27-12-2012 20-12-2012 33327 01-01-2018
Artikel 130z — Artikel 130z#
Artikel 130z 1 Hoofdstuk II artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de datum waaropin werking is getreden, blijven van toepassing op een recht op uitkering waarvan de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor de dag van die inwerkingtreding. 2 hoofdstuk II artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een recht op uitkering op grond vanzoals dat hoofdstuk luidde op de dag voor de datum waaropin werking is getreden, in afwijking van het eerste lid, door het UWV wordt omgezet in een recht op uitkering op grond van deze wet, zoals die luidt op het tijdstip van inwerkingtreding van de hiervoor bedoelde algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de duur van de uitkering door omzetting niet wordt verkort en de omzetting niet eerder geschiedt dan een half jaar na inwerkingtreding van dit artikel. 3 In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald op welke wijze het dagloon wordt berekend bij de omzetting, bedoeld in het tweede lid. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-04-2018
Artikel 130aa — Artikel 130aa#
Artikel 130aa 1 artikel 130z hoofdstuk II artikel 24 artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid artikel XXVI, onderdeel H, van de Wet werk en zekerheid In afwijking vanwordt indien een recht op uitkering op grond van, zoals dat hoofdstuk luidde op de dag voor de datum waaropin werking is getreden, bestaat of na die inwerkingtreding herleeft en er bestaat of ontstaat een recht op uitkering op grond van deze wet zoals deze luidt na die inwerkingtreding, het eerstgenoemde recht door het UWV omgezet in een recht op uitkering op grond van deze wet zoals deze luidt na die inwerkingtreding, met dien verstande dat de duur van de uitkering door omzetting niet wordt verkort en na omzettingvan deze wet en de daarop berustende bepalingen van toepassing blijven zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van. 2 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de omzetting, bedoeld in het eerste lid, waarbij wordt bepaald op welke wijze het dagloon wordt berekend bij die omzetting. 2014 216 24-06-2014 14-06-2014 33818 2014 274 17-07-2014 10-07-2014 01-07-2015 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-07-2015
Artikel 130bb — Artikel 130bb#
Artikel 130bb 1 artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid artikel 18 Deze wet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de datum waaropinwerking is getreden, blijven van toepassing op een recht op uitkering op grond vandat is ontstaan voor de inwerkingtreding van artikel XXVI, onderdeel C, van de Wet werk en zekerheid. 2 Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 16-12-2017 19-07-2017
Artikel 130cc — Artikel 130cc#
Artikel 130cc 1 artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid artikel XXVI, onderdelen V, X en Y, van de Wet werk en zekerheid hoofdstuk IV artikel 61 Deze wet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de inwerkingtreding van, blijven van toepassing op een recht op uitkering op grond vanindien de dag vanaf welke een werkgever verkeert in een toestand als bedoeld inis gelegen voor de dag van inwerkingtreding van. 2 Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2014 504 16-12-2014 26-11-2014 33988 2014 516 18-12-2014 10-12-2014 01-01-2016 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 130dd — Artikel 130dd#
Artikel 130dd 1 artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 hoofdstuk II Deze wet en de daarop berustende bepalingen zoals deze luidden op de dag voor de datum waaropin werking is getreden, blijven van toepassing op een uitkering ontstaan voor inwerkingtreding van artikel XXVI, onderdeel C, van de Wet werk en zekerheid indien de werkloosheid is ingetreden in verband met het verlenen van een ontheffing van het verbod de werktijd te verkorten krachtensen als gevolg daarvan een uitkering wordt ontvangen op grond vanvan deze wet. 2 Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 16-12-2017 19-07-2017
Artikel 130ee — Artikel 130ee#
Artikel 130ee Artikel 42b, eerste lid artikel 20, eerste lid, onderdelen a, b, c en d artikel XXVI, onderdeel S, van de Wet werk en zekerheid , vindt geen toepassing voor zover het eerdere recht was geëindigd op grond van, zoals dat luidde op de dag voor de datum waaropin werking is getreden en op grond van artikel 21, zoals dat luidde op de dag voor die inwerkingtreding, geen herleving zou plaatsvinden wegens het overschrijden van de in laatstgenoemd artikel bedoelde termijnen. 2015 464 10-12-2015 25-11-2015 34273 2015 465 10-12-2015 02-12-2015 01-01-2016
Artikel 130ff — Artikel 130ff#
Artikel 130ff Artikel 4, eerste lid, onderdeel e artikel VIII, onderdeel OA, van de Verzamelwet SZW 2018 , zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van, blijft van toepassing op een recht op uitkering op grond van deze wet dat is ontstaan voor de inwerkingtreding van artikel VIII, onderdeel OA, van de Verzamelwet SZW 2018. 2017 484 15-12-2017 29-11-2017 34766 2017 485 15-12-2017 06-12-2017 01-01-2018
Artikel 131 — Artikel 131#
Artikel 131 artikel 13 De werkgever, die zijn verplichting als bedoeld inniet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. 2005 37 03-02-2005 16-12-2004 29531 2005 717 28-12-2005 15-12-2005 01-01-2006
Artikel 132 — Artikel 132#
Artikel 132 Een gedraging die in strijd is met een op grond van deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 133 — Artikel 133#
Artikel 133 Vervallen 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 134 — Artikel 134#
Artikel 134 Vervallen 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 135 — Artikel 135#
Artikel 135 artikelen 131 132 De in deenomschreven strafbare feiten zijn overtredingen. 2000 40 01-02-2000 20-01-2000 23993 2000 237 13-06-2000 31-05-2000 01-07-2000
Artikel 135a — Artikel 135a#
Artikel 135a Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 135b — Artikel 135b#
Artikel 135b Vervallen 2012 675 27-12-2012 20-12-2012 33327 2012 676 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013
Artikel 136 — Artikel 136#
Artikel 136 Deze wet treedt in werking op een bij of krachtens wet te bepalen tijdstip. 1986 566 06-11-1986 19261 1986 597 26-11-1986 01-01-1987
Artikel 137 — Artikel 137#
Artikel 137 Werkloosheidswet Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "". 1986 566 06-11-1986 19261 1986 597 26-11-1986 01-01-1987