Wet van 7 juli 1988, houdende regels betreffende loodsen
- BWB-id
- BWBR0004365
- Type
- Wet
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004365
- ELI
- /eli/nl/wet/1988/loodsenwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1988/loodsenwet/2022-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004365&g=2022-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004365&z=2026-06-06&g=2022-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004365/2022-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1988/loodsenwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; b. loods: 1°. registerloods; 2°. artikel 5, eerste lid degene die voldoet aan de eisen met betrekking tot opleiding, kundigheid, ervaring en geschiktheid, bedoeld in; c. artikel 6, eerste lid corporatie: de Nederlandse loodsencorporatie, bedoeld in; d. algemene raad: de algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie; e. artikel 21, eerste lid register: het loodsenregister, bedoeld in; f. registerloods: degene die is ingeschreven in het register; g. loodsplichtige scheepvaartwegen: de scheepvaartwegen waarop krachtens wettelijk voorschrift de kapitein van een schip verplicht is gebruik te maken van de diensten van een loods; h. verwerking van persoonsgegevens, onderscheidenlijk verwerkingsverantwoordelijke: hetgeen daaronder verstaan wordt in artikel 4, onderdelen 1, 2 en 7, van de Algemene verordening gegevensbescherming; i. artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in; j. vervallen; k. arbeidsvergoeding: arbeidsvergoeding voor registerloodsen, bestaande uit: 1°. een integraal uurtarief voor de uitvoering van verrichtingen van een registerloods aan boord of loodsen door een registerloods op afstand, met inbegrip van een vaste opslag voor de daarbij te maken reis-, wacht- en beschikbaarheidsuren; en 2°. een integraal uurtarief voor de uitvoering van andere taken dan bedoeld onder 1°, die bij of krachtens deze wet of anderszins aan een registerloods zijn toevertrouwd, met inbegrip van een vaste opslag voor de daarbij te maken reis- en wachturen; l. persoonsgegevens over gezondheid: persoonsgegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming. 2 Scheepvaartverkeerswet De begrippen in deze wet en de daarop berustende bepalingen hebben, tenzij anders is bepaald, dezelfde betekenis als in de. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De loods adviseert aan boord de kapitein of verkeersdeelnemer over de door deze te voeren navigatie. 2 Indien de loods zijn functie aan boord van het te loodsen schip uitoefent, mag hij met instemming van de kapitein optreden als verkeersdeelnemer. 3 Indien de loods zijn functie niet aan boord van het te loodsen schip kan uitoefenen, mag hij de kapitein of de verkeersdeelnemer vanaf een ander schip of vanaf de wal adviseren. 4 artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet Indien de loods zijn functie vanaf een ander schip of vanaf de wal uitoefent, mag hij, voor zover hij daartoe bij of krachtensbevoegd is, de kapitein of de verkeersdeelnemer ook verkeersinformatie geven. 5 artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet Indien zich aan boord van het te loodsen schip een loods bevindt, kan een loods vanaf de wal aan deze loods adviezen en, voor zover hij daartoe bij of krachtensbevoegd is, verkeersinformatie geven, in het geval van verminderd zicht, slechte weersomstandigheden of andere bijzondere omstandigheden. 6 artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet Ter bescherming van de belangen, genoemd in, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld die de loodsen voor en bij de uitoefening van hun beroep in acht dienen te nemen. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2, eerste, tweede of derde lid Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat onder bij in die maatregel te bepalen voorwaarden, bij wijze van experiment tijdelijk kan worden afgeweken van. 2 artikel 2, zesde lid Het experiment, bedoeld in het eerste lid, heeft tot doel om te beoordelen of met een andere invulling van de wijze van functie-uitoefening van de loods de belangen, bedoeld in, voldoende worden beschermd. 3 artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt, met inachtneming van de belangen, genoemd in, in ieder geval bepaald: a. de nadere concretisering van het doel van het experiment; b. binnen welke periode geëxperimenteerd mag worden, waarbij die periode niet meer dan vijf achtereenvolgende jaren bedraagt; c. welke voorschriften of beperkingen worden gesteld aan het experiment; d. welke mogelijkheden er zijn voor verlenging; e. op welke wijze het experiment wordt geëvalueerd. 4 Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 De loods is, voor zover hij handelt in de uitoefening van de ingenoemde taken en bevoegdheden, slechts aansprakelijk voor schade door hem veroorzaakt door opzet of grove schuld. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet Bij of krachtens verordening worden regels gesteld met betrekking tot de bevoegdheid van de registerloods ten aanzien van loodsplichtige scheepvaartwegen en categorieën van schepen en met betrekking tot het op peil houden van de in verband met het uitoefenen van het beroep van registerloods benodigde kennis en vaardigheden. Deze verordening en de krachtens die verordening te geven regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met de belangen, genoemd in. 2 Het is degene die geen daartoe bevoegd registerloods is, verboden diensten als loods aan te bieden dan wel te verlenen aan: a. zeeschepen op loodsplichtige scheepvaartwegen; en b. schepen die anderszins ingevolge een wettelijke regeling verplicht zijn gebruik te maken van de diensten van een loods. 3 artikel 10, vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet Het verbod, genoemd in het tweede lid, geldt niet met betrekking tot schepen voor de vaart op loodsplichtige scheepvaartwegen, aangewezen krachtens, voor zover die schepen op binnenwateren varen. 4 Trb. Het verbod, genoemd in het tweede lid, geldt niet voor de tot de Belgische loodsdienst behorende loods die krachtens het Scheldereglement als zodanig optreedt en de tot de Duitse loodsdienst behorende loods die krachtens het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding (1960, 69) als zodanig optreedt. 2020 79 04-03-2020 05-02-2020 35248 2020 378 14-10-2020 24-09-2020 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid,
onderdelen a tot en met e, in werking op 1 januari 2021. Treedt voor
het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het
Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een
bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (Stb. 2020/378).
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Onverminderd, worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen gesteld met betrekking tot de opleiding, kundigheid, ervaring en geschiktheid voor het loodsen van schepen op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen wateren en ten aanzien van het in verband met de beroepsuitoefening af te geven document. 2 De kosten verbonden aan en de kosten die samenhangen met de bij of krachtens het eerste lid, gestelde eisen, kunnen ten laste worden gebracht van de aanvrager van het in die maatregel genoemde examen of document. 3 De bedragen ter vergoeding van de kosten, bedoeld in het tweede lid, worden bij ministeriële regeling vastgesteld. 4 Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde eisen worden persoonsgegevens verwerkt over gezondheid. De verwerking van deze gegevens strekt ertoe te kunnen beoordelen of de geschiktheid voor het loodsen van schepen aanwezig is of niet meer aanwezig is. Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 134 van de Grondwet De gezamenlijke registerloodsen vormen de Nederlandse loodsencorporatie. De corporatie is een openbaar lichaam in de zin van. Zij is gevestigd te Rotterdam. 2 De corporatie heeft een voorzitter, een algemene raad en een ledenvergadering. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De voorzitter vertegenwoordigt de corporatie in en buiten rechte. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De algemene raad voert het geldelijk beheer en het overig bestuur. Deze raad bestaat uit de voorzitter en de voorzitters van de regionale corporaties of hun plaatsvervangers. 2 De voorzitter wordt door de ledenvergadering benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaren. Hij is geen lid van het bestuur van een regionale corporatie. 3 De voorzitter wordt bij verhindering vervangen door een lid van de algemene raad, daartoe door die raad aangewezen. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De algemene raad heeft in het bijzonder tot taak: a. met betrekking tot het beroep van registerloods: 1°. het verzorgen van de opleiding tot registerloods en het afnemen van de examens; 2°. Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties het verzorgen van de opleiding tot registerloods van degene die daartoe op grond van dein aanmerking komt, voor zover dit betreft het gedeelte van de opleiding dat betrokkene dient te volgen nadat hij heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van geschiktheid, zoals vastgesteld krachtens het tweede lid; 3°. het bevorderen van een behoorlijke beroepsuitoefening; 4°. het bevorderen van de vakbekwaamheid; 5°. het geven van voorlichting over onderwerpen die voor de registerloods van belang zijn; en b. het geven van advies aan Onze Minister inzake de uitvoering van deze wet, hetzij op verzoek van Onze Minister hetzij uit eigen beweging. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de opleiding, kundigheid, ervaring en geschiktheid die worden gevorderd bij de toelating tot de opleiding en bij de examens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, en worden regels gesteld omtrent de wijze van examinering. 3 Ten behoeve van de uitvoering van het eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, en tweede lid, worden persoonsgegevens verwerkt over gezondheid. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of de geschiktheid voor het uitoefenen van het beroep van registerloods aanwezig is. 4 De taken genoemd in het eerste lid, onderdeel a, onder 3° en 5°, worden uitsluitend verricht voor zover deze betrekking hebben op registerloodsen in meer dan één regio. 5 hoofdstuk VIA Voor de deelname aan een van de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, 2°, is een vergoeding verschuldigd voor de kosten aan de algemene raad, volgens een bij besluit van de Autoriteit Consument en Markt overeenkomstig het bepaalde bij en krachtensvast te stellen tarief. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De gezamenlijke registerloodsen van eenzelfde regio vormen de regionale loodsencorporatie in die regio. 2 De namen en de vestigingsplaatsen van de regionale loodsencorporaties zijn als volgt: a. Noord te Delfzijl; b. Amsterdam-IJmond te IJmuiden; c. Rotterdam-Rijnmond te Rotterdam; d. Scheldemonden te Vlissingen. 3 De grenzen van een regio worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. 4 Een regionale corporatie is rechtspersoon. 5 Een regionale corporatie heeft een voorzitter, een bestuur en een ledenvergadering. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De voorzitter van een regionale corporatie vertegenwoordigt de regionale corporatie in en buiten rechte. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het bestuur voert het geldelijke beheer en het overige bestuur van de regionale corporatie. 2 Het bestuur bestaat uit de voorzitter van de regionale corporatie en: a. ten minste twee en ten hoogste vier leden voor regionale corporaties die niet meer dan honderd leden tellen; b. en ten minste twee en ten hoogste zes leden voor regionale corporaties die meer dan honderd leden tellen. 3 De voorzitter van de regionale corporatie, de andere leden van het bestuur, alsmede hun plaatsvervangers, worden door de ledenvergadering uit de leden van de regionale corporatie benoemd voor een termijn van ten hoogste vier jaren. 4 De voorzitter van de regionale corporatie en de andere leden van het bestuur worden bij verhindering vervangen door hun plaatsvervangers. 1994 584 07-07-1994 23099 1995 397 31-08-1995 16-08-1995 01-10-1995
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Het bestuur van de regionale corporatie heeft in het bijzonder tot taak: a. met betrekking tot het beroep van registerloods: 1°. er voor zorg te dragen dat er steeds voldoende personen worden opgeleid; 2°. het bevorderen van een behoorlijke beroepsuitoefening; 3°. het geven van voorlichting over onderwerpen die voor de registerloods van belang zijn; b. artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet het ten behoeve van de verlening van een vrijstelling of ontheffing van de loodsplicht, bedoeld in, leveren van een aandeel bij de opleiding en examinering van personen die een dergelijke ontheffing aanvragen. c. het voorbereiden van ledenvergaderingen. 2 artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3° of 5° De taken, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 3°, worden uitsluitend verricht voor zover daarin niet is voorzien krachtens. 2020 79 04-03-2020 05-02-2020 35248 2020 378 14-10-2020 24-09-2020 01-01-2021 Treedt voor de zeehavengebieden, genoemd in artikel 2, eerste lid,
onderdelen a tot en met e, in werking op 1 januari 2021. Treedt voor
het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het
Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een
bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip (Stb. 2020/378).
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De voorzitter van de corporatie of van een regionale corporatie, roept een vergadering bijeen zo vaak hij zulks nodig acht of indien zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, wordt verzocht: a. voor de ledenvergadering van de corporatie: door de ledenvergadering van ten minste een regionale corporatie; b. voor een ledenvergadering van een regionale corporatie: door ten minste tien procent van de leden; c. voor de algemene raad en voor het bestuur van een regionale corporatie: door ten minste twee leden. 2 De ledenvergaderingen van de corporatie zijn openbaar voor zover daarin ontwerpen van verordeningen aan de orde zijn. Hiervan wordt door de algemene raad op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze mededeling gedaan. 3 De ledenvergadering van een regionale corporatie voorziet bij reglement in het doeltreffend verloop van de ledenvergaderingen. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De ledenvergadering van de corporatie stelt de verordeningen, bedoeld in deze wet en de daarop berustende bepalingen, vast, alsmede andere verordeningen, waaronder die in het belang van: a. een goede beroepsuitoefening; b. een doelmatige dienstverlening, waarbij ten minste dient te worden voorzien in: 1°. artikel 4, tweede lid de verplichting van de registerloods zijn diensten tijdig en op non-discriminatoire wijze aan te bieden en te verlenen aan schepen als bedoeld in; en 2°. de verplichting van de registerloodsen om in onderling verband zorg te dragen voor het vervoer ten behoeve van hun beroepsuitoefening en de verdere organisatie van de dienstverlening; c. sociale voorzieningen voor registerloodsen en voor nabestaanden van overleden registerloodsen; d. een doeltreffend verloop van de ledenvergaderingen van de corporatie; en e. de borging van de kwaliteit van de loodsdienstverlening, waarbij ten minste wordt voorzien in de wijze waarop ten minste iedere vijf jaar een visitatie wordt uitgevoerd met het oog op de kwaliteit van de loodsdienstverlening. 2 In een verordening kan aan de algemene raad of aan het bestuur van een regionale corporatie de bevoegdheid worden verleend tot het geven van nadere voorschriften omtrent bij die verordening geregelde onderwerpen. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De ontwerpen van verordeningen worden door de algemene raad opgesteld, hetzij op last van de ledenvergadering hetzij uit eigen beweging. 2 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van verordeningen isvan toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door de algemene raad. 3 De algemene raad brengt de naar voren gebrachte zienswijzen ter kennis van de leden. 4 Staatscourant. De verordeningen worden na de vaststelling onverwijld ter kennis gebracht van Onze Minister en vervolgens bekendgemaakt in deIndien zij de goedkeuring van Onze Minister behoeven, wordt bij de bekendmaking aan de voet van de verordening het besluit vermeld waarbij deze is goedgekeurd. 5 De verordeningen treden, tenzij zij anders bepalen, in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. 6 artikel 15, tweede lid Het vierde en vijfde lid zijn eveneens van toepassing op de nadere voorschriften, bedoeld in. 2005 282 14-06-2005 26-05-2005 29421 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De verordeningen zijn slechts verbindend voor de leden, de corporatie, de algemene raad, de regionale corporaties en hun besturen alsmede, voor zover zij betrekking hebben op personen die worden opgeleid voor het beroep van registerloods, voor deze personen. 2 Bepalingen gesteld bij of krachtens een verordening die strijdig zijn met het bepaalde bij of krachtens de wet zijn onverbindend. 2012 442 02-10-2012 13-09-2012 33250 2013 553 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Besluiten van de algemene raad of van de ledenvergadering van de corporatie kunnen op de voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden vernietigd. 2 artikel 16, vierde lid Ingeval van vernietiging geschiedt deze binnen zes maanden na de in, bedoelde ter kennis brenging of, wanneer het een ander besluit betreft, binnen zes maanden nadat het besluit ter kennis van Onze Minister is gekomen. 1997 580 18-12-1997 04-12-1997 25464 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2012 442 02-10-2012 13-09-2012 33250 2013 553 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2012 442 02-10-2012 13-09-2012 33250 2013 553 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Er is een openbaar loodsenregister. Ten behoeve van dit register worden persoonsgegevens verwerkt met betrekking tot ingeschreven registerloodsen. De verwerking van deze gegevens vindt plaats ten behoeve van de waarborging van de kwaliteit, de continuïteit en de rechtszekerheid van de loodsdienstverlening, alsmede van de uitvoering van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels. De algemene raad is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking. 2 Bij verordening worden regels gesteld over de inrichting van het register, de wijze van inschrijving en van doorhaling en het geven van afschriften uit het register. 3 hoofdstuk VIA De tarieven voor de kosten van het verstrekken van afschriften uit het register worden vastgesteld bij besluit van de Autoriteit Consument en Markt, overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens. 4 artikel 22, eerste lid In het register wordt degene die voldoet aan, op zijn aanvraag ingeschreven als registerloods. Bij een inschrijving worden in het register vermeld de naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de aanvrager, alsmede de loodsplichtige scheepvaartwegen en de categorieën van schepen waarvoor hij bevoegd is en tot welke regionale corporatie hij behoort. 5 Indien een registerloods in meer dan een regio bevoegd is, bepaalt de algemene raad, gehoord de besturen van de betreffende regionale corporaties en de betrokken registerloods, ten aanzien van welke regionale corporatie de inschrijving zal plaatsvinden. 6 De algemene raad is belast met het beheer van het register. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 9 artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties Degene die met goed gevolg de examens, bedoeld in, heeft afgelegd, of beschikt over een ten aanzien van het beroep van registerloods verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in" wordt op zijn aanvraag in het register ingeschreven, indien hij: a. artikel 24, eerste lid, onderdeel e beschikt over de geneeskundige verklaringen, bedoeld in, en b. beschikt over een verklaring van toelating, afgegeven door het bestuur van de desbetreffende regionale corporatie. 2 Ter uitvoering van de aanvraag om inschrijving in het register worden persoonsgegevens over gezondheid verwerkt. De verwerking van deze gegevens vindt plaats teneinde te kunnen beoordelen of aan de wettelijke vereisten voor de inschrijving als registerloods is voldaan. De algemene raad is verwerkingsverantwoordelijke voor deze verwerking. 3 De aanvrager ontvangt van de inschrijving in het register een verklaring volgens een bij verordening vast te stellen model. 2018 247 27-07-2018 11-07-2018 34939 2018 248 27-07-2018 11-07-2018 28-07-2018 25-05-2018
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De inschrijving in het register wordt geweigerd, indien: a. artikel 22, eerste lid de aanvrager niet de bewijsstukken van het voldoen aan, binnen dertien weken nadat het laatste bewijsstuk is uitgegeven, heeft overgelegd of, na het verstrijken van deze termijn, niet tevens een aanvullende verklaring van toelating, afgegeven door het bestuur van de betreffende regionale corporatie, heeft overgelegd; of b. artikel 40 artikel 48 ten aanzien van de aanvrager ingevolgeof, de bevoegdheid als registerloods is geschorst of vervallen verklaard. 2 De algemene raad doet van een beschikking tot weigering van de inschrijving in het register mededeling door toezending van een afschrift daarvan aan het bestuur van de regionale corporatie. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De inschrijving in het register wordt doorgehaald: a. bij overlijden van de ingeschrevene; b. op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene; c. artikel 40, eerste lid artikel 48, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid indien ten aanzien van de ingeschrevene verval van de bevoegdheid, bedoeld inof, voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden; d. artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in, of van een bij verordening vastgestelde lagere leeftijd; e. indien de ingeschrevene niet beschikt over geldige geneeskundige verklaringen volgens de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven regels; f. indien de ingeschrevene gedurende een bij verordening te bepalen termijn niet ten minste een bij in die verordening te bepalen aantal malen zijn beroep feitelijk aantoonbaar heeft uitgeoefend; g. gedurende de termijn waarvoor de bevoegdheid ingevolge rechterlijke uitspraak of als maatregel is geschorst; of h. indien de reden voor weigering van de inschrijving eerst na de inschrijving is gebleken. 2 artikel 23, tweede lid Bij doorhaling is, van overeenkomstige toepassing. 3 Doorhaling van de inschrijving brengt mee verlies van de betrekkingen waarbij de hoedanigheid van lid van de corporatie of van de regionale corporatie, ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde, vereiste voor benoembaarheid of verkiesbaarheid is. 4 Bij een doorhaling krachtens het gestelde in het eerste lid, onderdeel g, eindigt de doorhaling van rechtswege na het verstrijken van de in dat onderdeel bedoelde termijn. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 e artikel 24, eerste lid, onderdeel Degene die in het register ingeschreven is geweest, wordt, indien de vorige inschrijving is doorgehaald op de grond, bedoeld in, op zijn verzoek opnieuw in het register ingeschreven als bij de aanvraag daarvoor het bewijs wordt overgelegd dat deze grond heeft opgehouden te bestaan. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Bij verordening worden regels vastgesteld ten aanzien van de bedragen, de verschuldigdheid daarvan, de maatstaven voor de vaststelling, alsmede de betaling met betrekking tot: a. de diensten van registerloodsen; b. de door de algemene raad en de besturen van de regionale corporaties krachtens deze wet te verzorgen taken; c. de taken ten behoeve van de door de registerloodsen te verlenen diensten. 2 De regels, vastgesteld bij de verordening, bedoeld in het eerste lid, houden rekening met de totale te verwachten opbrengst uit loodsgelden en voorzien in ieder geval in: a. een evenredigheid voor de maatstaven met betrekking tot de bedragen voor de diensten van registerloodsen en de verschillende regio's; b. een waarborg voor het kunnen verzorgen van de taken van de algemene raad en de besturen van de regionale corporaties. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 26, eerste lid Vaststelling van een verordening tot wijziging van de verordening, bedoeld in, voor zover deze betrekking heeft op een wijziging van de bedragen of de maatstaven voor de vaststelling daarvan, vindt slechts plaats door een besluit van de ledenvergadering met een meerderheid van twee derden van de in die ledenvergadering uitgebrachte geldige stemmen. 1994 584 07-07-1994 23099 1995 397 31-08-1995 16-08-1995 01-10-1995
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a De loodsgeldtarieven en de tarieven voor het verrichten van andere diensten die bij of krachtens de wet bij uitsluiting aan registerloodsen zijn opgedragen, onderscheidenlijk de vergoedingen voor de taken die bij of krachtens de wet aan de algemene raad of een regionale loodsencorporatie zijn opgedragen, worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. 2007 559 27-12-2007 20-12-2007 30913 2007 560 27-12-2007 20-12-2007 01-01-2008
Artikel 27b — Artikel 27b#
Artikel 27b 1 artikel 27a De ledenvergadering van de corporatie stelt in het belang van een op de kosten gebaseerde tariefstelling een toerekeningssysteem vast voor de kosten van de diensten en taken, bedoeld in. 2 artikel 27a Het toerekeningssysteem bevat een omschrijving van de wijze waarop de kosten van de diensten en taken, bedoeld in, in de tarieven worden doorberekend. 3 artikel 15ba, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet Het toerekeningssysteem wordt opgesteld met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens. 4 Afdeling 10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht Het toerekeningssysteem behoeft de instemming van de Autoriteit Consument en Markt.is van overeenkomstige toepassing op de instemming. Tevens stelt de Autoriteit Consument en Markt de methode en parameters voor de berekening van de vermogenskostenvoet bij besluit vast. 5 Voorafgaand aan vaststelling van het toerekeningssysteem stelt de algemene raad de besturen van de regionale loodsencorporaties, de bij ministeriële regeling te bepalen vertegenwoordigers van rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf in staat hun zienswijze over een ontwerp voor een toerekeningssysteem naar voren te brengen. 6 De algemene raad zendt het toerekeningssysteem en de ingebrachte zienswijzen tegelijkertijd naar de Autoriteit Consument en Markt en naar degenen die op grond van het vijfde lid zijn gevraagd om een zienswijze. Daarbij is gemotiveerd of en op welke wijze de ingebrachte zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het toerekeningssysteem. Indien een zienswijze niet heeft geleid tot aanpassing, geeft de algemene raad de redenen daarvoor aan. 7 De Autoriteit Consument en Markt kan de ledenvergadering opdragen een vastgesteld toerekeningssysteem te wijzigen. De ledenvergadering is verplicht aan een opdracht gevolg te geven. Het derde en vierde lid zijn van toepassing. 8 Onverminderd het zevende lid, wordt het toerekeningssysteem uiterlijk vijf jaar na de datum van inwerkingtreding herzien. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27c — Artikel 27c#
Artikel 27c 1 artikel 27a De algemene raad doet de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de tarieven en vergoedingen voor de diensten en taken, bedoeld in. In op grond van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen stelt de algemene raad een ingediend voorstel bij. Indien het ingediende voorstel niet wordt bijgesteld, geeft de algemene raad de redenen daarvoor aan 2 Een voorstel als bedoeld in het eerste lid wordt opgesteld met inachtneming van het uitgangspunt dat elk afzonderlijk tarief redelijk en non-discriminatoir is. 3 Een voorstel als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de loodsgeldtarieven wordt opgesteld met inachtneming van het uitgangspunt dat de loodsgeldtarieven voor het geheel kostengeoriënteerd zijn. 4 Voorafgaand aan de indiening van een voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven vraagt de algemene raad een zienswijze aan de besturen van de regionale loodsencorporaties, de bij ministeriële regeling te bepalen vertegenwoordigers van rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf. 5 De algemene raad zendt een voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven en de ingebrachte zienswijzen tegelijkertijd naar de Autoriteit Consument en Markt en naar degenen die op grond van het vierde lid zijn gevraagd om een zienswijze. Daarbij is gemotiveerd of en op welke wijze de ingebrachte zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het tariefvoorstel. Indien een zienswijze niet heeft geleid tot aanpassing, geeft de algemene raad de redenen daarvoor aan. 6 Een voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven wordt jaarlijks ingediend, is mede gebaseerd op de financiële verantwoording van het aan de indiening voorafgaande kalenderjaar en heeft betrekking op het volgende kalenderjaar. 7 Een voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven bevat ten minste: a. een raming van alle in het desbetreffende kalenderjaar te loodsen scheepsreizen per tarief en het voorgenomen kwaliteitsniveau; b. een raming van de te loodsen scheepsreizen, bedoeld onder a, te behalen omzet, die mede is gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde omzet in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan; c. een raming van de arbeidsvergoeding die is gebaseerd op de daadwerkelijk ontvangen vergoeding in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan; d. een raming van de wijzigingen in de kosten van de materiële vaste activa, de geraamde investeringen en het geraamde rendement; e. een raming van de overige omzet en kosten, die mede is gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde omzet en kosten in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan; f. vervallen; g. een raming van de voor het desbetreffende kalenderjaar voorziene algemene besparing op de kosten; h. de voor het desbetreffende kalenderjaar voorziene correctie in verband met bestaande onregelmatigheden in de mate van kostendekkendheid van de tarieven voor de verschillende zeehavengebieden; i. een verrekening van het verschil tussen de geraamde en de daadwerkelijk uitgevoerde wijzigingen in de materiële activa en investeringen in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin het voorstel wordt gedaan; j. een onderbouwing van de ramingen, bedoeld onder a tot en met g; k. artikel 26, eerste lid, onderdeel b een verrekening van te veel gedane stortingen gedaan voor het kunnen voldoen aan verplichtingen die voortvloeien uit het functioneel leeftijdspensioen van registerloodsen en uit het krachtens collectieve arbeidsovereenkomst toegekend recht op functioneel leeftijdsontslag van het personeel, belast met de uitvoering van de in het, bedoelde taken. 8 artikel 27f, eerste lid Indien een besluit ter vaststelling van de loodsgeldtarieven als bedoeld in, is of wordt herzien, bevat het eerstvolgende in te dienen voorstel, bedoeld in het zevende lid, tevens een verrekening van het verschil in omzet tussen de tarieven die in rekening zijn gebracht op basis van het eerdere tariefbesluit en de tarieven in het laatstelijk overeenkomstig artikel 27f, eerste lid, vastgestelde tariefbesluit. 9 De algemene raad maakt bij het voorstel, bedoeld in het zevende lid, aannemelijk dat het voorstel in voldoende mate bijdraagt aan het bereiken van de meest efficiënte werkwijze voor registerloodsen en de productiviteit en kwaliteit van de loodsdienstverlening. 10 Een voorstel als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot andere tarieven dan de loodsgeldtarieven is voor elk afzonderlijk tarief kostengeoriënteerd. Een voorstel bevat een onderbouwde raming van de kosten en omzet voor elke afzonderlijke dienst of taak. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27ca — Artikel 27ca#
Artikel 27ca 1 artikel 27c, zevende lid, onderdeel a Indien het geraamde aantal te loodsen scheepsreizen, bedoeld in, hoger is dan het geraamde aantal te loodsen scheepsreizen waarop het geldende tariefbesluit is gebaseerd, bevat een voorstel of bijstelling van een voorstel als bedoeld in artikel 27c, eerste lid, tevens een alternatieve berekening met inachtneming van de efficiencykorting. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de wijze bepaald waarop de alternatieve berekening, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27d — Artikel 27d#
Artikel 27d 1 artikel 27c, tweede lid Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de vaststelling van kostengeoriënteerde loodsgeldtarieven zeehavengebieden aangewezen, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de redelijkheid, bedoeld in, de kostenoriëntatie, bedoeld in artikel 27c, derde lid, en kunnen overige maatstaven voor de structuur van deze tarieven worden geregeld. Bij deze maatregel kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen. 2 Bij algemene maatregel van bestuur wordt een jaarlijkse indexering van de uurtarieven van de arbeidsvergoeding vastgesteld. 3 Bij algemene maatregel van bestuur wordt een jaarlijks indexcijfer voor de prijzen vastgesteld. 4 Bij ministeriële regeling wordt een bij de vaststelling van de loodsgeldtarieven in acht te nemen correctiefactor vastgesteld in verband met bestaande onevenwichtigheden in de mate van kostendekkendheid van de loodsgeldtarieven in de verschillende zeehavengebieden. 4 artikel 27c, vierde lid Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de samenstelling van de regionale overlegcommissies, bedoeld in. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022 Abusievelijk voegt het Staatsblad een tweede lid 4 toe.
Artikel 27e — Artikel 27e#
Artikel 27e Vervallen 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27f — Artikel 27f#
Artikel 27f 1 artikel 27c artikel 27ca De Autoriteit Consument en Markt stelt voor elk kalenderjaar bij besluit de loodsgeldtarieven vast en gaat daarbij uit van het voorstel op basis van, dan weldat resulteert in de laagste loodsgeldtarieven. 2 artikel 27a De Autoriteit Consument en Markt stelt bij besluit de tarieven en vergoedingen voor de overige diensten en taken, bedoeld in, vast. 3 De loodsgeldtarieven en de andere tarieven en vergoedingen kunnen per zeehavengebied en per verrichting verschillen. 4 Besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27g — Artikel 27g#
Artikel 27g 1 artikel 27f, eerste en tweede lid De Autoriteit Consument en Markt stelt een besluit als bedoeld in, vast in afwijking van het desbetreffende voorstel, indien het voorstel naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt: a. artikelen 27c tot en met 27d niet voldoet aan de bij of krachtens degestelde eisen; b. in onvoldoende mate bijdraagt aan het bereiken van de meest efficiënte werkwijze van registerloodsen en de productiviteit en kwaliteit van de loodsdienstverlening, of, c. niet is gebaseerd op een redelijk rendement op investeringen. 2 De Autoriteit Consument en Markt kan, ambtshalve of op verzoek van de algemene raad, bij de vaststelling van de tarieven en vergoedingen correcties aanbrengen in verband met bijzondere omstandigheden. 3 De Autoriteit Consument en Markt kan bij de vaststelling van de tarieven en vergoedingen correcties aanbrengen indien de tarieven of vergoedingen voor een kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor de tarieven en vergoedingen worden vastgesteld: a. artikelen 6:19 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht bij rechterlijke uitspraak of met toepassing van deofzijn gewijzigd, of b. zijn vastgesteld met inachtneming van onjuiste of onvolledige gegevens en de Autoriteit Consument en Markt, indien zij de beschikking had over juiste en volledige gegevens, tarieven of vergoedingen zou hebben vastgesteld die in aanmerkelijk mate zouden afwijken van de vastgestelde tarieven of vergoedingen. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27h — Artikel 27h#
Artikel 27h 1 artikelen 2, derde lid 4, eerste lid 9, tweede lid 15 eerste lid 24, eerste lid, onder d 26, eerste lid artikel 12 van de Scheepvaartverkeerswet De Autoriteit Consument en Markt kan, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de,,,,, en, van deze wet en, voorwaarden vaststellen waaronder registerloodsen de diensten verlenen die zij bij of krachtens de wet bij uitsluiting verrichten. 2 De voorwaarden hebben slechts betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening en zijn non-discriminatoir. 3 Artikel 27c, vierde en vijfde lid Voorafgaand aan de vaststelling van deze voorwaarden nodigt de Autoriteit Consument en Markt de algemene raad uit haar een voorstel daarvoor te doen., is van overeenkomstige toepassing. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27i — Artikel 27i#
Artikel 27i 1 artikelen 15a, tweede lid 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 27f 27g De registerloods en de krachtens de, enaangewezen organisaties zijn verplicht de overeenkomstigenvastgestelde tarieven te hanteren. 2 artikel 15, eerste lid, onder b artikel 27h De registerloods en de samenwerkingsverbanden van registerloodsen die ter uitvoering van het bepaalde krachtens, zijn of worden opgericht zijn verplicht de overeenkomstigvastgestelde voorwaarden te hanteren. 2007 559 27-12-2007 20-12-2007 30913 2007 560 27-12-2007 20-12-2007 01-01-2008
Artikel 27j — Artikel 27j#
Artikel 27j 1 De algemene raad stelt jaarlijks een financiële verantwoording op over het voorafgaande kalenderjaar die bestaat uit: a. artikel 27a een exploitatierekening van de diensten en taken, bedoeld in, met inbegrip van een verantwoording van de omzet; b. een overzicht van de aan de exploitatie van die diensten en taken toegerekende materiële vaste activa; c. een verantwoording van de gehanteerde afschrijvingsmethoden en afschrijvingstermijnen; d. artikel 27c, zevende lid, onder g een verantwoording van de algemene besparing, bedoeld in; e. een toelichting op de stukken, bedoeld onder a tot en met d; en f. artikel 393 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een verklaring van een onafhankelijke accountant als bedoeld in. 2 artikel 27a De algemene raad draagt jaarlijks zorg voor een verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de diensten en taken, bedoeld in, over het voorafgaande kalenderjaar. Voorafgaand aan de vaststelling van de verantwoording vraagt de algemene raad een zienswijze aan de besturen van de regionale loodsencorporatie, de bij ministeriële regeling aan te wijzen rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf. 3 De algemene raad zendt de verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau tegelijkertijd naar de Autoriteit Consument en Markt en naar degenen die op grond van het tweede lid zijn gevraagd om een zienswijze. Daarbij is gemotiveerd welke overwegingen zijn gemaakt ten aanzien van de ingebrachte zienswijzen. 4 De algemene raad nodigt de bij ministeriële regeling aan te wijzen rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf uit om gezamenlijk te bepalen op welke wijze afspraken gemaakt worden ten aanzien van in ieder geval de te leveren kwaliteit van de loodsdienstverrichting door registerloodsen. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27ja — Artikel 27ja#
Artikel 27ja 1 De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is. 2 artikel 27j, tweede lid Onverminderd het eerste lid zendt de algemene raad de verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau, bedoeld in, naar Onze Minister. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27k — Artikel 27k#
Artikel 27k Vervallen 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 27l — Artikel 27l#
Artikel 27l 1 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent: a. artikel 27b de inrichting en de mate van detaillering van het toerekeningssysteem, bedoeld in; b. de termijn waarbinnen een vastgesteld toerekeningssysteem ter verkrijging van instemming aan de Autoriteit Consument en Markt wordt gezonden; c. artikelen 27c 27h artikel 27c het tijdstip waarop de voorstellen, bedoeld in deen, en de bijstelling van het voorstel, bedoeld in, moeten zijn gedaan, en daarbij over te leggen stukken; d. de termijn waarbinnen de vaststelling van de tarieven plaatsvindt; e. artikel 27j de inrichting en de mate van detaillering van de verantwoordingen, bedoeld in; f. artikel 27ca het tijdstip waarop de alternatieve berekening, bedoeld in, moet zijn gedaan; g. artikel 27j het tijdstip waarop de financiële verantwoording en de verantwoordingen over het gerealiseerde kwaliteitsniveau, bedoeld in, moet zijn gedaan. 2 Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 15 De registerloods is onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk registerloods niet betaamt, ter zake van enige overtreding van een verordening of van een krachtens een verordening gegeven nader voorschrift als bedoeld in. 2 De tuchtrechtspraak in eerste aanleg wordt uitgeoefend door het tuchtcollege loodsen. 3 De tuchtrechtspraak in hoger beroep wordt uitgeoefend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven beslist in hoogste ressort. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Het tuchtcollege loodsen bestaat uit een voorzitter en vier leden. Er kunnen een of meer plaatsvervangende voorzitters en leden zijn. 2 Het tuchtcollege loodsen heeft een secretaris en kan een of meer plaatsvervangende secretarissen hebben. 3 De voorzitter, leden en hun plaatsvervangers worden door Onze Minister benoemd voor een periode van vier jaren en zijn terstond herbenoembaar. De benoemingstermijn van degene die wordt benoemd ter vervulling van een tussentijdse vacature, eindigt bij het verstrijken van de benoemingstermijn van degene in wiens plaats hij is getreden. 4 Tussen de voorzitter, de leden, de secretaris en hun plaatsvervangers bestaat geen nauwe persoonlijke betrekking. 5 Benoembaar tot voorzitter of plaatsvervangend voorzitter zijn degenen: a. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek aan wie op grond van het afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit, waarop debetrekking heeft, de graad van Bachelor op het gebied van het recht en tevens de graad van Master op het gebied van het recht is verleend, of b. die op grond van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit dan wel de Open Universiteit, waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht hebben verkregen om de titel meester te voeren. 6 Uit iedere regionale corporatie wordt op een voordracht van het bestuur van die regionale corporatie een registerloods benoemd, die geen lid of plaatsvervangend lid van het bestuur van die betreffende regionale loodsencorporatie is. 7 Onze Minister verleent aan de voorzitter en zijn plaatsvervanger in elk geval ontslag met ingang van de maand, volgende op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaren hebben bereikt, en op eigen verzoek tussentijds. 8 Het lidmaatschap van leden van het tuchtcollege vervalt van rechtswege indien een lid benoemd wordt in het bestuur van een regionale loodsencorporatie of bij het verlies van de hoedanigheid van registerloods. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikelen 46c, onderdelen b en c 46ca, eerste lid, onderdeel d 46d, tweede lid 46f 46g 46i, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en tweede lid 46l, eerste lid, aanhef en onderdeel a 46m 46o 46p, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren De,,,,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers. 2 artikelen 13a 13b, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid 13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie De,, enzijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers, met dien verstande dat: a. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van het tuchtcollege; en b. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De secretaris en plaatsvervangend secretaris zijn voor de uitoefening van hun taken uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de voorzitter. 2 De secretaris en plaatsvervangend secretaris worden door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen. Schorsing en ontslag vindt plaats op voordracht van de voorzitter. 3 Artikel 29, vijfde lid , is op de secretaris en plaatsvervangend secretaris van overeenkomstige toepassing. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De voorzitter, de secretaris, de leden en hun plaatsvervangers ontvangen vacatiegeld, alsmede een vergoeding van reis- en verblijfkosten en van andere verschotten. 2 Hoofdstuk VIA Het in het eerste lid bedoeld vacatiegeld, de reis- en verblijfskosten en andere verschotten worden overeenkomstig, bij ministeriële regeling vastgesteld. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 De voorzitter, de leden en de secretaris, alsmede hun plaatsvervangers, mogen zich niet op enige wijze inlaten met partijen of hun raadslieden of gemachtigden over enige zaak die bij het tuchtcollege loodsen aanhangig is, of waarvan zij weten of kunnen vermoeden dat deze bij het tuchtcollege loodsen aanhangig zal worden gemaakt. 2 De voorzitter, de leden en de secretaris, alsmede hun plaatsvervangers zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijk karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. 3 De voorzitter, de leden en de secretaris, alsmede hun plaatsvervangers zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Een zaak wordt in eerste aanleg bij het tuchtcollege loodsen aanhangig gemaakt door een schriftelijke klacht van de algemene raad, het bestuur van een regionale loodsencorporatie of van degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen. 2 Een klacht bevat ten minste de volgende gegevens: a. de naam, het adres en de woonplaats van de klager; b. de naam en, voor zover bekend, het adres en de woonplaats van de registerloods op wie de klacht betrekking heeft; en c. een omschrijving van de gedraging, waarop de klacht betrekking heeft en de bezwaren daartegen. 3 De organen van de corporatie of een regionale loodsencorporatie verlenen desgevraagd hun medewerking bij de behandeling van de klacht door het tuchtcollege loodsen. 4 Indien de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaar na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring blijft achterwege indien de gevolgen van de gedraging pas nadien bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 De voorzitter kan een klacht na een summier onderzoek terstond afwijzen bij een met redenen omklede schriftelijke beslissing indien hij van oordeel is dat de klager kennelijk niet-ontvankelijk is, dan wel de klacht kennelijk ongegrond of het tuchtcollege loodsen onbevoegd is. 2 De secretaris zendt onverwijld een afschrift van de beslissing van de voorzitter aan de registerloods over wie geklaagd is, aan de klager en aan de algemene raad. 3 De klager en de algemene raad kunnen binnen twee weken na de dag van verzending van de beslissing van de voorzitter tot afwijzing van een klacht schriftelijk verzet doen bij het tuchtcollege. Ten gevolge van het verzet vervalt de eerdere beslissing van de voorzitter. 4 De voorzitter brengt klachten die niet door hem zijn afgewezen onverwijld ter kennis van het tuchtcollege loodsen. 5 Intrekken van de klacht, nadat deze is ingediend, of staking van de werkzaamheden door de registerloods over wie geklaagd is, heeft op de verdere behandeling van de klacht geen invloed, wanneer naar het oordeel van het tuchtcollege loodsen het algemeen belang dat vermoedelijk is geschonden vordert dat de behandeling wordt voortgezet of wanneer degene over wie geklaagd is, schriftelijk heeft verklaard voortzetting van de behandeling van de klacht te verlangen. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Aan de behandeling van een zaak door het tuchtcollege loodsen nemen deel de voorzitter of zijn plaatsvervanger en vier leden of hun plaatsvervanger, waarvan een uit elke regionale loodsencorporatie. 2 De voorzitter en de leden kunnen zich verschonen en kunnen worden gewraakt indien er te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan, waardoor de onpartijdigheid van het tuchtcollege loodsen schade zou kunnen lijden. 3 Het tuchtcollege loodsen beslist zo spoedig mogelijk over een verzoek tot verschoning of wraking. Aan de besluitvorming wordt niet deelgenomen door de voorzitter of het lid waarop het verzoek betrekking heeft. Indien het verzoek betrekking heeft op de voorzitter, neemt een plaatsvervangend voorzitter deel aan de besluitvorming. Bij staking van stemmen wordt het verzoek tot verschoning of wraking toegewezen. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Zodra het tuchtcollege loodsen een klacht in behandeling heeft genomen, zendt de secretaris een afschrift van de klacht aan de registerloods waartegen de klacht zich richt. 2 De registerloods waartegen de klacht zich richt kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift van de klacht, als bedoeld in het eerste lid, een verweerschrift indienen. De voorzitter kan deze termijn op verzoek van de registerloods verlengen. 3 De secretaris zendt een afschrift van het verweerschrift aan de klager. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De voorzitter bepaalt het tijdstip en de locatie voor de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting. De secretaris draagt zorg voor de tijdige publicatie van deze informatie op de door de algemene raad ter beschikking gestelde internetsite. 2 De secretaris roept de klager en de registerloods waartegen de klacht zich richt ten minste twee weken voorafgaand aan de datum van de zitting bij aangetekende brief op voor de zitting. 3 De behandeling van een klacht door het tuchtcollege loodsen, geschiedt in een openbare zitting, tenzij het tuchtcollege loodsen om gewichtige redenen beveelt dat de behandeling van de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden. Het bevel daartoe houdt de overwegingen in waarop het steunt. 4 De registerloods, waartegen de klacht zich richt, is verplicht aan de oproeping, bedoeld in het tweede lid, gevolg te geven. Indien hij na oproeping niet ter zitting verschijnt, kan het tuchtcollege loodsen de officier van justitie verzoeken hem te dagvaarden. Hij is verplicht na dagvaarding te verschijnen. 5 Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering Indien de registerloods waartegen de klacht zich richt, op de dagvaarding niet ter zitting verschijnt, doet de officier van justitie hem op verzoek van het tuchtcollege loodsen dagvaarden, met bevel tot medebrenging.is van overeenkomstige toepassing. 6 De registerloods waartegen de klacht zich richt, kan zich door een raadsman doen bijstaan. 7 Het tuchtcollege loodsen kan weigeren personen die geen advocaat zijn als raadsman of als gemachtigde ter zitting toe te laten. Bij een zodanige weigering houdt het tuchtcollege loodsen de zaak tot een volgende zitting aan. 8 Het tuchtcollege loodsen stelt de registerloods waartegen de klacht zich richt en zijn raadsman ten minste twee weken voor de zitting in de gelegenheid om van alle op de zaak betrekking hebbende stukken kennis te nemen. 9 De secretaris maakt van het verhandelde ter zitting een proces-verbaal op dat door de voorzitter en de secretaris wordt ondertekend. 10 De kosten die samenhangen met de mondelinge behandeling van de zaak ter zitting komen ten laste van de algemene raad. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Het tuchtcollege loodsen kan, hetzij op verzoek van de registerloods waartegen de klacht zich richt, hetzij op verzoek van de klager, hetzij ambtshalve, getuigen en deskundigen voor de zitting oproepen en horen. 2 De secretaris roept getuigen en deskundigen bij aangetekende brief voor de zitting op. Eenieder die als getuige of deskundige door het tuchtcollege loodsen is opgeroepen, is verplicht aan die oproeping gevolg te geven. 3 Indien een getuige of deskundige na oproeping niet ter zitting verschijnt, doet de officier van justitie hem op verzoek van het tuchtcollege loodsen dagvaarden. Hij is verplicht na dagvaarding te verschijnen. 4 Artikel 556 van het Wetboek van Strafvordering Indien een getuige of deskundige op de dagvaarding niet ter zitting verschijnt, doet de officier van justitie hem op verzoek van het tuchtcollege loodsen dagvaarden, met bevel tot medebrenging.is van overeenkomstige toepassing. 5 De voorzitter beëdigt getuigen om de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. Getuigen zijn verplicht op de gestelde vragen te antwoorden. 6 De voorzitter beëdigt deskundigen om hun taak naar geweten te vervullen. Deskundigen zijn verplicht de door het tuchtcollege loodsen gevorderde diensten te bewijzen. 7 artikelen 217 tot en met 219 van het Wetboek van Strafvordering Ten aanzien van de getuigen en deskundigen zijn devan overeenkomstige toepassing. 8 Wet tarieven in strafzaken De getuigen en deskundigen ontvangen desgevraagd op vertoon van hun oproep of dagvaarding een door de voorzitter vast te stellen schadeloosstelling overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de. Deze schadeloosstelling komt ten laste van de corporatie. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Het tuchtcollege loodsen kan, indien het van oordeel is dat een tegen een registerloods ingediende klacht geheel of gedeeltelijk gegrond is, een of meer van de volgende tuchtmaatregelen opleggen: a. waarschuwing; b. berisping; c. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht geldboete van ten hoogste de vierde categorie, bedoeld in; d. schorsing of beperking van de bevoegdheid voor een periode van ten hoogste één jaar; e. definitief vervallen of beperken van de bevoegdheid; f. veroordeling in de kosten die de klager in verband met de behandeling van de klacht redelijkerwijs heeft moeten maken; of g. veroordeling in de overige kosten die in verband met de behandeling van de tuchtzaak zijn gemaakt. 2 Het tuchtcollege loodsen kan een klacht gegrond verklaren zonder oplegging van een tuchtmaatregel als bedoeld in het eerste lid. 3 titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 4:86 van die wet Bij het opleggen van een geldboete als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en een veroordeling in de kosten als bedoeld in onderdeel f en g, bepaalt het tuchtcollege loodsen de wijze waarop, en het termijn of de termijnen waarbinnen aan die tuchtmaatregel worden voldaan. De te betalen geldboete komt toe aan de Staat. Voor de toepassing vanwordt de uitspraak van het tuchtcollege loodsen aangemerkt als een beschikking als bedoeld in. Indien niet binnen de gestelde termijn aan de opgelegde tuchtmaatregel wordt voldaan, kan het tuchtcollege loodsen ambtshalve beslissen de registerloods aan wie een in de eerste zin bedoelde tuchtmaatregel is opgelegd, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord, op deze grond een of meer andere tuchtmaatregelen als bedoeld in het eerste lid op te leggen. 4 artikel 15 Bij het opleggen van de tuchtmaatregelen, genoemd in het eerste lid, onder c en d, kan het tuchtcollege loodsen bepalen dat deze geheel of ten dele niet ten uitvoer worden gelegd, tenzij het tuchtcollege loodsen bij een latere beslissing anders mocht bepalen op grond van het feit dat de registerloods aan wie de tuchtmaatregelen zijn opgelegd, zich voor het einde van een bij die oplegging te bepalen proeftijd van ten hoogste twee jaren heeft gedragen in strijd met een verordening of krachtens een verordening gegeven nader voorschrift als bedoeld in. 5 De tuchtmaatregelen, genoemd in het eerste lid onder c, d, e, f en g, kunnen eerst ten uitvoer worden gelegd nadat de beslissing van het tuchtcollege loodsen onherroepelijk is geworden. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 De beslissing van het tuchtcollege loodsen berust op een deugdelijke motivering. 2 De voorzitter bepaalt het tijdstip en de locatie voor de openbare zitting waarin de beslissing van het tuchtcollege loodsen zal worden uitgesproken. De secretaris draagt zorg voor de tijdige publicatie van deze informatie op de door de algemene raad ter beschikking gestelde internetsite. 3 Indien de registerloods waartegen de klacht zich richt, niet ter zitting is verschenen, kan het tuchtcollege loodsen bij verstek uitspraak doen. 4 De secretaris zendt onverwijld een afschrift van de schriftelijke beslissing van het tuchtcollege loodsen bij aangetekende brief aan: a. de registerloods, tegen wie de klacht zich richt; b. aan de klager; c. aan de algemene raad. 5 De secretaris publiceert een geanonimiseerd afschrift van de schriftelijke beslissing van het tuchtcollege loodsen op een daartoe ter beschikking gestelde internetsite. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikel 41, vierde lid Tegen een beslissing van het tuchtcollege loodsen kan binnen zes weken na de dag van de verzending van de in, bedoelde brief hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven: a. door de registerloods indien de klacht die tegen hem is ingediend geheel of ten dele gegrond is verklaard; b. door de klager; of c. door de algemene raad. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Het hoger beroep wordt ingesteld bij beroepschrift. Bij het beroepschrift wordt overgelegd een afschrift van de schriftelijke beslissing van het tuchtcollege loodsen, waartegen het hoger beroep is gericht. 2 De griffier van het College van Beroep voor het bedrijfsleven zendt binnen een week na ontvangst van het beroepschrift een afschrift daarvan aan de registerloods waartegen de klacht zich richt, aan de klager en de algemene raad, voor zover het hoger beroep niet door hen is ingesteld, alsmede aan de secretaris van het tuchtcollege loodsen. 3 De secretaris van het tuchtcollege loodsen zendt binnen drie weken na ontvangst van het afschrift van het beroepschrift alle stukken die op de zaak betrekking hebben aan de griffier van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 4 artikelen 35, eerste, tweede en derde lid 36, tweede en derde lid 37 38, met uitzondering van de tweede volzin van het eerste lid 39 40 41 Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelt de zaak opnieuw in volle omvang. Op de behandeling in hoger beroep zijn de,,,,,envan overeenkomstige toepassing. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Het College van Beroep voor het bedrijfsleven kan op verzoek van een registerloods aan wie een tuchtmaatregel is opgelegd een onherroepelijk geworden beslissing van het tuchtcollege loodsen of van het College van Beroep voor het bedrijfsleven herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. het tuchtcollege loodsen of het College van Beroep voor het bedrijfsleven bij de behandeling van de zaak ter zitting niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die b. indien zij het tuchtcollege loodsen of het College van Beroep voor het bedrijfsleven bij de behandeling van de zaak ter zitting wel bekend zouden zijn geweest, tot een andere beslissing zouden hebben kunnen leiden. 2 artikelen 35, eerste, tweede en derde lid 36, tweede en derde lid 37 38, tweede tot en met negende lid 39 40 41, eerste, derde, vierde en vijfde lid Op de behandeling van het verzoek tot herziening zijn de,,,,,en, van overeenkomstige toepassing. 3 Aan de behandeling van het verzoek tot herziening ter zitting van het College van Beroep voor het bedrijfsleven nemen geen leden deel die hebben deelgenomen aan de behandeling van de zaak, waarvan de herziening wordt verzocht. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a 1 artikel 15 Op verzoek van de algemene raad of het bestuur van een regionale loodsencorporatie kan het tuchtcollege loodsen de registerloods jegens wie een ernstig vermoeden is gerezen van een handelen of nalaten waardoor enig krachtensbeschermd belang ernstig is geschaad of dreigt te worden geschaad, met onmiddellijke ingang schorsen voor een periode van ten hoogste een jaar in de uitoefening van zijn bevoegdheid indien het door artikel 15 beschermde belang dit vergt. Het tuchtcollege loodsen beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de registerloods en de voorzitter van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort. 2 Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden ingediend ingeval een registerloods zich in voorlopige hechtenis bevindt of deze bij nog niet onherroepelijk of onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens een misdrijf is veroordeeld dan wel hem bij een dergelijke uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft, met dien verstande dat alleen een schorsing kan worden uitgesproken voor de duur van de vrijheidsbeneming. De griffier van het gerecht dat een van de in de eerste volzin genoemde beslissingen neemt, geeft van die beslissing kennis aan de voorzitter van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort. 3 De voorzitter van de regionale loodsencorporatie stelt de betrokken registerloods schriftelijk op de hoogte van het in het eerste en tweede lid bedoelde verzoek, alsmede van de gronden waarop het verzoek rust. 4 Het tuchtcollege loodsen beslist binnen veertien dagen nadat het verzoek overeenkomstig het eerste of tweede lid aan hem ter kennis is gebracht. Het tuchtcollege loodsen kan deze termijn ten hoogste eenmaal verlengen met eenzelfde termijn. 5 artikelen 28 tot en met 41 artikelen 34, derde lid 37, tweede lid 38, tweede en achtste lid 40 Indien de klacht tegen de registerloods op grond waarvan het ernstige vermoeden is gerezen niet reeds schriftelijk ter kennis is gebracht van het tuchtcollege, bepaalt het tuchtcollege bij zijn beslissing op het in het eerste lid bedoelde verzoek tevens een redelijke termijn van niet langer dan zes weken, waarbinnen de algemene raad of het bestuur van een regionale loodsencorporatie de klacht schriftelijk ter kennis van het tuchtcollege brengt. Bij overschrijding van deze termijn vervalt de beslissing op het in het eerste lid bedoelde verzoek van rechtswege. Het tuchtcollege kan op schriftelijk verzoek van de algemene raad of het bestuur van een regionale loodsencorporatie de termijn ten hoogste eenmaal verlengen met een door hem te bepalen redelijke termijn van niet langer dan zes weken. Dezijn van overeenkomstige toepassing met uitzondering van,,, en. 6 Op verzoek van de betrokken registerloods kan het tuchtcollege loodsen te allen tijde de op grond van het eerste lid opgelegde schorsing opheffen. Hij beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de registerloods en de voorzitter van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 44a, eerste, tweede en vijfde lid Artikel 43 Tegen een beslissing op grond van, kunnen de betrokken registerloods, de algemene raad en het bestuur van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort binnen zes weken na verzending van een afschrift van de beslissing hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.is van overeenkomstige toepassing. 2 Het hoger beroep schorst niet de werking van de beslissing waartegen het is gericht. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 45a — Artikel 45a#
Artikel 45a 1 hoofdstuk VIA artikel 49, eerste lid Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van, zijn belast de ambtenaren aangewezen bij het besluit, bedoeld in, alsmede de bij besluit van Onze Minister aangewezen andere ambtenaren. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 3 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 2007 559 27-12-2007 20-12-2007 30913 2007 560 27-12-2007 20-12-2007 01-01-2008
Artikel 45b — Artikel 45b#
Artikel 45b 1 hoofdstuk VIA De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens. 2 artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De krachtensaanwezen ambtenaren beschikken voor het toezicht, bedoeld in het eerste lid, niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 45c — Artikel 45c#
Artikel 45c Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 45d — Artikel 45d#
Artikel 45d Vervallen 2010 208 10-06-2010 29-04-2010 32151 2010 209 10-06-2010 27-05-2010 01-01-2011
Artikel 45e — Artikel 45e#
Artikel 45e Indien door Onze Minister vast te stellen beleidsregels betrekking hebben op de interpretatie van mededingingsbegrippen stelt Onze Minister die beleidsregels vast in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 45f — Artikel 45f#
Artikel 45f 1 artikelen 27b, eerste en zevende lid 27c 27ca 27i 27j 27l, eerste lid In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de,,,,en, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder: a. een bestuurlijke boete opleggen; b. een last onder dwangsom opleggen. 2 artikelen 15a, tweede lid 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet Artikel 12o van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt De in het eerste lid, onder a, bedoelde boete bedraagt ten hoogste € 900.000, of, indien dit meer is, 10% van de gezamenlijke omzet van de organisaties, aangewezen krachtens de, en.is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 45g — Artikel 45g#
Artikel 45g Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 45h — Artikel 45h#
Artikel 45h Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 45i — Artikel 45i#
Artikel 45i Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 45j — Artikel 45j#
Artikel 45j Vervallen 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 45k — Artikel 45k#
Artikel 45k 1 artikel 45f artikel 12m van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt Indien krachtensofeen bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan de corporatie is deze bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het geïnde loodsgeld. 2 artikel 15, eerste lid, onder b artikel 26 artikelen 15a, tweede lid 15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet Indien een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan een regionale loodsencorporatie of een samenwerkingsverband van registerloodsen, opgericht ter uitvoering van, zijn deze natuurlijke en rechtspersonen bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het gedeelte van het geïnde loodsgeld waarop de desbetreffende regionale loodsencorporatie, onderscheidenlijk het desbetreffende samenwerkingsverband, recht heeft ingevolgde de bij en krachtensen de krachtens de, engestelde regels en voorschriften. 3 artikel 26 artikelen 15a, tweede lid 15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet Een voldoening als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft voorrang boven de bij en krachtensen de krachtens de, engestelde regels en voorschriften. 2014 247 03-07-2014 25-06-2014 33622 2014 266 15-07-2014 02-07-2014 01-08-2014
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 9, eerste lid, onder a, onder 1° en 2°, en tweede lid artikel 13, eerste lid, onder a, onder 1°, en onder b artikel 15, eerste lid, onder b, 2° 21, zesde lid artikel 26 Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens,,,, en. Van het besluit wordt mededeling gedaan aan de corporatie onderscheidenlijk de regionale corporatie. 2 Van de krachtens het eerste lid genomen maatregelen wordt binnen tweemaal vierentwintig uur een schriftelijk verslag opgemaakt dat onverwijld in afschrift wordt gezonden aan de belanghebbenden alsmede aan de algemene raad onderscheidenlijk het bestuur van de regionale corporatie. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022 Abusievelijk is voor het tweede lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 artikel 2, zesde lid artikel 4, tweede lid Overtreding van de bepalingen, gesteld krachtens, voor zover daarbij uitdrukkelijk als strafbaar feit aangewezen, of overtreding van, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie. 2 De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 47, eerste lid Bij veroordeling wegens een overtreding genoemd in, kan het vonnis tevens inhouden: a. artikel 5 schorsing of beperking van de bevoegdheid als registerloods onderscheidenlijk schorsing of beperking van de krachtensverkregen bevoegdheid, voor de duur van ten hoogste een jaar; b. artikel 5 verval of beperking van de bevoegdheid als registerloods onderscheidenlijk verval of beperking van de krachtensverkregen bevoegdheid. 2 Scheepvaartverkeerswet Het in het eerste lid gestelde geldt ook bij veroordeling van de loods wegens een overtreding, genoemd in de, indien de loods die overtreding heeft begaan bij de uitoefening van zijn beroep. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering artikelen 179 tot en met 182 184 van het Wetboek van Strafrecht Met de opsporing van de in deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd, belast de daartoe aangewezen buitengewone opsporingsambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in deen, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, een vordering of een handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. 3 artikelen 5:13 5:15 tot en met 5:17 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner. 2021 135 17-03-2021 03-03-2021 35256 2021 254 02-06-2021 18-05-2021 01-07-2021
Artikel 49a — Artikel 49a#
Artikel 49a Vervallen 2007 559 27-12-2007 20-12-2007 30913 2007 560 27-12-2007 20-12-2007 01-01-2008
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikelen 7, eerste lid 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden artikel 52 Onverminderd de, enkan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President,in werking worden gesteld. 2 Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepaling. 3 Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan wordt bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, onverwijld buiten werking gesteld. 4 Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, wordt de bepaling die ingevolge het eerste lid in werking is gesteld, buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten. 5 Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond na de bekendmaking. 6 Staatsblad Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het. 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 52 en 53, eerste lid, gezamenlijk of afzonderlijk,
kunnen volgens artikel 7, eerste lid en artikel 8, eerste lid
van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in beperkte en in
algemene noodtoestand in werking worden gesteld.
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Vervallen 1996 366 09-07-1996 03-04-1996 23791 1997 172 29-04-1997 23-04-1997 01-05-1997 De artikelen 52 en 53, eerste lid, gezamenlijk of afzonderlijk,
kunnen volgens artikel 7, eerste lid en artikel 8, eerste lid
van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in beperkte en in
algemene noodtoestand in werking worden gesteld.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden. 1 artikel 2, eerste tot en met vijfde lid Onze Minister is bevoegd aanwijzingen te geven aan de registerloodsen met betrekking tot de beschikbaarheid voor het verrichten van de inbedoelde diensten en het verrichten van die diensten alsmede aan de organen van de corporatie en de regionale corporaties met betrekking tot het verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten. 2 artikel 2, zesde lid artikel 15, eerste lid, onderdelen a en b De bepalingen gesteld krachtens, en de bepalingen gesteld bij of krachtens verordeningen als bedoeld in, vinden geen toepassing, voor zover zij onverenigbaar zijn met krachtens het eerste lid gegeven aanwijzingen.
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Oorlogswet voor Nederland artikel 2, eerste tot en met vijfde lid Het bij of krachtens deaangewezen militair gezag is bevoegd om indien de beperkte of de algemene noodtoestand is afgekondigd, in afwijking van de bepalingen gesteld bij of krachtens deze wet, regels te stellen met betrekking tot de beschikbaarheid van registerloodsen voor het verrichten van diensten als bedoeld inen het door registerloodsen verrichten van die diensten, alsmede met betrekking tot het door de organen van de corporatie en de regionale corporaties verzorgen van de hun bij of krachtens deze wet opgedragen taken ten aanzien van de door de registerloodsen te verlenen diensten, voor zover zulks met het oog op de uitvoering van de militaire taak ter handhaving van de uitwendige of inwendige veiligheid noodzakelijk is. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 52, eerste lid artikel 2, eerste tot en met vijfde lid Een registerloods die als gevolg van een aanwijzing als bedoeld in, wordt beperkt in zijn mogelijkheden tot het verrichten van diensten als bedoeld inen daardoor onevenredig financieel nadeel ondervindt, wordt door Onze Minister een naar billijkheid te bepalen vergoeding toegekend, die wordt berekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. 2 artikel 53 artikel 26 Ingevaltoepassing vindt, kan aan de corporatie een vergoeding worden toegekend die wordt berekend volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Deze regels kunnen afwijken van het bepaalde bij of krachtens. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikel 52 artikel 53 Overtreding van de krachtensgegeven aanwijzingen en van het bepaalde bij of krachtens de op grond vangestelde regels wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie. 2 De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 artikelen 2, zesde lid 5, eerste lid 9, tweede lid Het stellen van regels krachtens de,, en, kan dienen ter uitvoering van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. 2 Daarbij wordt afgeweken van het bepaalde in deze wet, voor zover de bepalingen van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie daartoe nopen. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 6, eerste lid De verordeningsbevoegdheid van andere openbare lichamen dan genoemd in, blijft ten aanzien van het onderwerp waarin bij of krachtens deze wet is voorzien, gehandhaafd. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven met betrekking tot de financiële gevolgen van een verordening als bedoeld in het eerste lid. 3 De vaststelling van krachtens het tweede lid te stellen regels geschiedt na overleg met het bestuur van het betrokken openbare lichaam. 4 De vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid, geschiedt op voordracht van Onze Minister en van Onze Minister van Binnenlandse Zaken. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Vervallen 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 1995 355 25-07-1995 10-07-1995 23983 26-07-1995
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikel 46, eerste lid De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie, alsmede degene op wie een verplichting rust als bedoeld in, zijn verplicht Onze Minister de inlichtingen te verstrekken die hij nodig acht om te kunnen beoordelen of aanleiding bestaat tot toepassing van artikel 46, eerste lid. 2 artikel 46, eerste lid Indien op basis van de verstrekte inlichtingen niet kan worden beoordeeld of er aanleiding bestaat tot toepassing van, kan Onze Minister een nader onderzoek instellen. 3 artikel 46, eerste lid De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie, alsmede degene op wie een verplichting rust als bedoeld in, zijn verplicht om aan dat onderzoek alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs kan worden gevorderd. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 Vervallen 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 Vervallen 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 Vervallen 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Vervallen 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Vervallen 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 artikel 15, eerste lid Onze Minister kan verordeningen als bedoeld in, voor de eerste maal als ministeriële regeling vaststellen, voor zover deze, naar het oordeel van Onze Minister, op de datum waarop artikel 3, van de Loodswet 1957 wordt ingetrokken, in werking dienen te treden. Zij blijven, behoudens eerdere intrekking door Onze Minister, van kracht totdat zij bij verordening zijn ingetrokken en vervangen. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 artikel 27c, derde lid artikel 27d, tweede lid Wanneer de algemene raad voor de eerste maal na inwerkingtreding van de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen een voorstel als bedoeld in, doet, is de raming, bedoeld in artikel 27c, zevende lid, onderdeel c, gebaseerd op de voor het jaar 2015 geldende hoogte, vermeerderd met de indexering vastgesteld krachtens. 2 Bij ministeriële regeling wordt de voor het jaar 2015 geldende hoogte van de integrale uurtarieven vastgesteld. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 68a — Artikel 68a#
Artikel 68a 1 artikel 14, eerste lid, onderdeel a De voorzitter van de corporatie of een regionale corporatie kan bepalen dat leden in bijzondere gevallen geen toegang hebben tot de ledenvergadering, bedoeld in, respectievelijk b. In dat geval draagt de voorzitter er zorg voor dat de leden in een digitale omgeving door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel aan de opgeroepen ledenvergadering kunnen deelnemen, daarin het woord kunnen voeren en het stemrecht kunnen uitoefenen. Daartoe is vereist dat de leden via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd. 2 In een geval als bedoeld in het eerste lid wordt op de agenda en de mededeling van de opgeroepen ledenvergadering als de plaats van de vergadering het communicatiemiddel vermeld. 3 In een geval als bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van het vereiste dat een lid aanwezig is op de vergadering, gelezen dat een lid deelneemt aan de vergadering. 2020 195 22-06-2020 17-06-2020 35457 2020 196 22-06-2020 17-06-2020 23-06-2020
Artikel 68b — Artikel 68b#
Artikel 68b artikel 15, eerste lid, onderdeel b artikel 1655 van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek Een samenwerkingsverband van registerloodsen, opgericht ter uitvoering van, dat berust op een maatschap als bedoeld in, kan in bijzondere gevallen bijeenkomen in een digitale omgeving door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel, onder de voorwaarden dat alle in de maatschap verbonden personen aan de vergadering kunnen deelnemen, daarin het woord kunnen voeren en het stemrecht kunnen uitoefenen. 2020 195 22-06-2020 17-06-2020 35457 2020 196 22-06-2020 17-06-2020 23-06-2020
Artikel 68c — Artikel 68c#
Artikel 68c artikelen 68a 68b Deenvervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2020 195 22-06-2020 17-06-2020 35457 2020 196 22-06-2020 17-06-2020 23-06-2020
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen artikel 27f De op het tijdstip van inwerkingtreding van degeldende loodsgeldtarieven, vastgesteld krachtensvan de Loodsenwet, zoals dat artikel luidde voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen, blijven van kracht tot het tijdstip waarop het besluit in werking treedt, waarbij het desbetreffende tarief voor de eerste maal met toepassing van de door eerdergenoemde wet gewijzigde artikelen is vastgesteld. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 69a — Artikel 69a#
Artikel 69a Hoofdstuk VIA Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen van de Loodsenwet, zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de, blijft van kracht ten aanzien van: a. artikel 27b artikelen 27c, eerste lid een toerekeningssysteem waarmee de Autoriteit Consument en Markt voor dat tijdstip heeft ingestemd, als bedoeld in, en een voor dat tijdstip ingediend voorstel als bedoeld in,; b. de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen enig besluit op grond van dit hoofdstuk dat op het tijdstip van inwerkingtreding eerdergenoemde wet nog niet onherroepelijk is; c. eerdergenoemde wet de behandeling van het bezwaar of het beroep gericht tegen enig besluit op grond van dit hoofdstuk dat voor het tijdstip van inwerkingtreding vanis gemaakt, onderscheidenlijk ingesteld; d. eerdergenoemde wet de behandeling van het bezwaar of het beroep dat op of na het tijdstip van inwerkingtreding vanis gemaakt, onderscheidenlijk ingesteld en dat is gericht tegen enig besluit op grond van dit hoofdstuk waartegen voor dat tijdstip eveneens bezwaar is gemaakt, onderscheidenlijk beroep is ingesteld; e. Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen artikel 27f, eerste lid of tweede lid een na het tijdstip van inwerkingtreding van deals gevolg van een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak genomen besluit als bedoeld in, dat betrekking heeft op enig jaar gelegen voor het tijdstip van inwerkingtreding van eerdergenoemde wet. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 69b — Artikel 69b#
Artikel 69b Artikelen 28 tot en met 44 artikelen 28 tot en met 45 (nieuw) Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen van de Loodsenwet, zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van debij de, blijven van kracht ten aanzien van klachten die voor inwerkingtreding van de artikelen 28 tot en met 45 (nieuw) bij het tuchtcollege loodsen aanhangig zijn gemaakt en beroepen tegen uitspraken van het tuchtcollege loodsen die voor de inwerkingtreding van de genoemde artikelen bij het College van beroep voor het bedrijfsleven aanhangig zijn gemaakt. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 69c — Artikel 69c#
Artikel 69c 1 Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deen vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. 2 artikel 27c Onverminderd het eerste lid kan de Autoriteit Consument en Markt ten hoogste eenmaal per vijf jaar een onderzoek uitvoeren naar de kostenelementen opgenomen in het voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven, bedoeld in. 2021 617 17-12-2021 01-12-2021 35720 2021 618 17-12-2021 07-12-2021 01-01-2022
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Deze wet wordt aangehaald als: Loodsenwet. 1988 353 07-07-1988 20290 1988 390 08-08-1988 01-09-1988