Wet van 29 oktober 1992, tot vervanging van de Wet van 27 april 1884, Stb. 96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen
- BWB-id
- BWBR0005700
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2018-08-01 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005700
- ELI
- /eli/nl/wet/1988/wet-bijzondere-opnemingen-in-psychiatrische-ziekenhuizen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1988/wet-bijzondere-opnemingen-in-psychiatrische-ziekenhuizen/2018-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005700&g=2018-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005700&z=2026-06-06&g=2018-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005700/2018-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1988/wet-bijzondere-opnemingen-in-psychiatrische-ziekenhuizen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur; b. vervallen; c. inspecteur: de inspecteur van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd; d. stoornis van de geestvermogens: een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens; e. gestoord zijn in zijn geestvermogens: een stoornis van de geestvermogens hebben; f. gevaar: 1°. gevaar voor degene, die het veroorzaakt, hetgeen onder meer bestaat uit: a. het gevaar dat betrokkene zich van het leven zal beroven of zichzelf ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen; b. het gevaar dat betrokkene maatschappelijk te gronde gaat; c. het gevaar dat betrokkene zichzelf in ernstige mate zal verwaarlozen; d. het gevaar dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen zal oproepen. 2°. gevaar voor een of meer anderen, hetgeen onder meer bestaat uit: a. het gevaar dat betrokkene een ander van het leven zal beroven of hem ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen; b. het gevaar voor de psychische gezondheid van een ander; c. het gevaar dat betrokkene een ander, die aan zijn zorg is toevertrouwd, zal verwaarlozen. 3°. gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen; g. echtgenoot: de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot; h. hoofdstuk VI § 1 hoofdstuk VIII psychiatrisch ziekenhuis: een door Onze Minister als psychiatrisch ziekenhuis, verpleeginrichting dan wel zwakzinnigeninrichting aangemerkte zorginstelling of afdeling daarvan, gericht op behandeling, verpleging en verblijf van personen die gestoord zijn in hun geestvermogens en mede geschikt voor de desbetreffende categorie van met toepassing van,, ofopgenomen personen; i. arts: een persoon die bevoegd is de titel van arts te voeren; j. psychiater: een arts die bevoegd is de titel van psychiater of zenuwarts te voeren; k. instelling: een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging, stichting of instelling, welke zich blijkens haar statuten of reglementen toelegt op het bevorderen van de psycho-sociale of de sociaal-psychiatrische zorg ten behoeve van personen die gestoord zijn in hun geestvermogens; l. artikel 20 inbewaringstelling: de inbewaringstelling, bedoeld in; m. patiëntenvertrouwenspersoon: a. persoon die in een psychiatrisch ziekenhuis werkzaam is om, onafhankelijk van het bestuur en van personen in dienst van het ziekenhuis, aan patiënten in het ziekenhuis op hun verzoek advies en bijstand te verlenen in aangelegenheden, samenhangend met hun opneming en verblijf in het ziekenhuis; b. artikel 34a persoon die onafhankelijk van de behandelaar aan patiënten op hun verzoek advies en bijstand verleent in aangelegenheden samenhangend met een voorwaardelijke machtiging of met een zelfbindingsverklaring als bedoeld in. 2 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde heeft degene die met betrokkene een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft of met betrokkene een geregistreerd partnerschap is aangegaan, gelijke bevoegdheden als de echtgenoot. 3 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder "geneesheer-directeur" mede verstaan de arts die, hoewel geen directeursfunctie bekledende, belast is met de zorg voor de algemene gang van zaken op geneeskundig gebied in het psychiatrisch ziekenhuis. 4 Voor de toepassing van deze wet wordt onder "rechter" verstaan de enkelvoudige of meervoudige kamer van de rechtbank voor het behandelen en beslissen van burgerlijke zaken, met dien verstande dat aan de behandeling van zaken met betrekking tot minderjarige personen de kinderrechter deelneemt. 5 Onze Minister kan bepalen, welk college voor de toepassing van deze wet ten aanzien van psychiatrische ziekenhuizen van Rijk, provincie of gemeente als bestuur wordt aangemerkt. 6 Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde, wordt met een psychiater gelijk gesteld, een arts voor verstandelijk gehandicapten voor zover het de opname of het verblijf van een verstandelijk gehandicapte betreft, of een specialist ouderengeneeskunde, voor zover het de opname of het verblijf van een patiënt met een psychogeriatrische aandoening betreft. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De rechter kan op verzoek van de officier van justitie een voorlopige machtiging verlenen om iemand die gestoord is in zijn geestvermogens, in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en te doen verblijven. Indien de betrokkene reeds vrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, strekt de machtiging er toe het verblijf te doen voortduren. 2 Een machtiging als bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter a. de stoornis van de geestvermogens de betrokkene gevaar doet veroorzaken, en b. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. 3 Voor opneming en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis is een machtiging als bedoeld in het eerste lid vereist, indien ter zake daarvan a. de betrokkene geen blijk geeft van de nodige bereidheid en twaalf jaar of ouder is, b. de ouders die gezamenlijk of de ouder die alleen het gezag over de betrokkene uitoefenen, de voogd, de curator dan wel de mentor, van oordeel zijn dat opneming en verblijf niet moeten plaatsvinden, of c. de ouders die gezamenlijk het gezag over de betrokkene uitoefenen, van mening verschillen. 4 In het geval, bedoeld in de tweede volzin van het eerste lid, is de machtiging vereist indien de daartoe met overeenkomstige toepassing van het derde lid bevoegde persoon of personen ervan blijk geven het vrijwillig verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis te willen beëindigen, tenzij die persoon of personen te kennen geven de behandeling in een ander door deze persoon of personen aangewezen psychiatrisch ziekenhuis te willen doen voortzetten en dat ziekenhuis bereid is de betrokkene op te nemen. 5 a artikel 453 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Met betrekking tot het in het derde lid, onder, bedoelde blijk geven van de nodige bereidheid isniet van toepassing. 6 artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Indien een voorlopige machtiging betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in. 2014 131 27-03-2014 12-03-2014 33061 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2, derde lid, onder a artikel 2 In afwijking van het bepaalde in, is voor opneming en verblijf van een persoon in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting de inbedoelde machtiging vereist, indien de betrokkene blijk geeft van verzet tegen opneming of verblijf. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2 Tot het indienen van een verzoek, gericht op het verkrijgen van een voorlopige machtiging als bedoeld in, zijn bevoegd: a. de echtgenoot; b. de ouders dan wel een van hen, voor zover hun gezag niet is beëindigd, en elke meerderjarige bloedverwant in de rechte lijn, niet zijnde een ouder, en in de zijlijn tot en met de tweede graad; c. de voogd, de curator of de mentor van de betrokkene. 2 artikel 7 Het verzoek wordt schriftelijk gedaan aan de officier van justitie bij de ingevolgebevoegde rechtbank. 2014 131 27-03-2014 12-03-2014 33061 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 artikel 2, vierde lid Bij een verzoek als bedoeld in, moet worden overgelegd een verklaring van een psychiater die de betrokkene met het oog daarop kort te voren heeft onderzocht maar niet bij diens behandeling betrokken was. In het geval, bedoeld in, moet worden overgelegd een verklaring van de geneesheer-directeur van het ziekenhuis waarin betrokkene verblijft, die: artikel 2 Uit de verklaring dient te blijken dat de persoon op wie de verklaring betrekking heeft, is gestoord in zijn geestvermogens en dat een geval als bedoeld inzich voordoet. De geneeskundige verklaring verschaft inzicht in de actuele situatie van de betrokkene. De verklaring moet met redenen zijn omkleed en zijn ondertekend. a. indien hij niet bij de behandeling betrokken was, betrokkene met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht of doen onderzoeken door een psychiater die niet bij de behandeling betrokken was, of b. indien hij bij de behandeling betrokken was, betrokkene met het oog daarop kort tevoren heeft doen onderzoeken door een psychiater die niet bij de behandeling betrokken was. 2 artikel 2, vierde lid artikel 2, eerste lid Indien in een geval als bedoeld in, een verklaring zal worden opgemaakt met het oog op een verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging als bedoeld in, wordt de betrokkene daarvan in kennis gesteld. 3 artikel 2, vierde lid De psychiater, bedoeld in de eerste volzin van het eerste lid, pleegt zo mogelijk tevoren overleg met de huisarts en de behandelend psychiater van de betrokkene. Indien dit overleg niet heeft plaatsgevonden, vermeldt de psychiater de reden daarvan in de verklaring. In het geval bedoeld in, pleegt degene die het onderzoek uitvoert tevoren overleg met de behandelend psychiater. 4 artikel 244 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Indien de betrokkene minderjarig is, moet tevens worden overgelegd een uittreksel uit het inbedoelde register, of een verklaring van de griffier van de rechtbank dat ten aanzien van de minderjarige het register geen gegevens bevat. 5 artikel 391 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Indien de betrokkene onder curatele is gesteld, moet tevens worden overgelegd een uittreksel uit het inbedoelde register. 6 Indien ten behoeve van de betrokkene een mentorschap is ingesteld, moet tevens worden overgelegd een afschrift van de beschikking waarbij het mentorschap is ingesteld alsmede van die waarbij een mentor is benoemd. 2000 292 13-07-2000 22-06-2000 26527 2001 657 21-12-2001 05-12-2001 01-02-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 4 artikel 4 artikel 4 Indien een verzoek als bedoeld in, is gedaan, doet de officier van justitie bij de rechter een verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging, tenzij hij het verzoek, bedoeld in, kennelijk ongegrond acht of minder dan een jaar verstreken is sedert een vorig verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging is afgewezen dat op dezelfde persoon betrekking had, en uit het nieuwe verzoek als bedoeld inniet blijkt van nieuwe feiten. 2 artikel 2 Indien zich naar het oordeel van de officier van justitie een geval voordoet als bedoeld in, doet hij, ook indien hij daartoe ingevolge het eerste lid niet verplicht is, bij de rechter een verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging. 3 Indien de beslissing van de officier van justitie inzake het doen van het verzoek betrekking heeft op een persoon die reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, deelt de officier zijn beslissing schriftelijk mede aan de geneesheer-directeur van dat psychiatrisch ziekenhuis. 4 artikel 5, eerste lid Een verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging ten aanzien van een persoon die reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, wordt zo spoedig mogelijk gedaan, doch in elk geval binnen twee weken na de dag van verzending van de verklaring van de geneesheer-directeur, bedoeld in. 5 artikel 5 artikel 4 Bij het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging worden de inbedoelde bescheiden alsmede - indien aanwezig - het verzoek, bedoeld in, overgelegd. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 2, vierde lid Bevoegd is de rechtbank van de woonplaats van de betrokkene of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van zijn werkelijk verblijf dan wel, indien het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging wordt gedaan in een geval als bedoeld in, de rechtbank van het arrondissement waarin het ziekenhuis waarin de betrokkene verblijft, gelegen is. 2 artikel 2, vierde lid artikel 5, eerste lid Indien, in een geval als bedoeld in, de betrokkene, nadat de verklaring bedoeld in, ter kennis van het openbaar ministerie is gekomen, is overgebracht naar een ziekenhuis in een ander arrondissement, kan de oorspronkelijk bevoegde officier van justitie dan wel - na het verzoek van de officier van justitie - de oorspronkelijk bevoegde rechter besluiten de behandeling van de zaak voort te zetten. De rechter kan evenwel verwijzing van de behandeling van het verzoek naar de rechter van dat andere arrondissement bevelen. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Alvorens op het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging te beschikken, hoort de rechter degene ten aanzien van wie de machtiging is verzocht, tenzij de rechter vaststelt dat de betrokkene niet bereid is zich te doen horen. Indien de betrokkene in Nederland verblijft, maar buiten staat is zich naar de rechtbank te begeven, zal de rechter, door de griffier vergezeld, hem te zijner verblijfplaats horen. Indien de betrokkene reeds in een psychiatrisch ziekenhuis of in een ziekenhuis, niet zijnde een psychiatrisch ziekenhuis, verblijft, wordt de rechter, vergezeld van de griffier, door het ziekenhuis in de gelegenheid gesteld hem aldaar te horen. Indien de betrokkene niet in Nederland verblijft, wordt de verdere behandeling van het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging aangehouden totdat hij in Nederland kan worden gehoord. 2 De betrokkene die minderjarig is, onder curatele is gesteld dan wel ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld, is bekwaam in deze procedure in rechte op te treden. 3 artikelen 38 39 45 tot en met 49 50, eerste lid 51 van het Wetboek van Strafvordering De rechter geeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot toevoeging van een raadsman aan de betrokkene, tenzij de betrokkene daartegen bedenkingen heeft. De,,,, enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 De rechter doet zich, zo mogelijk, voorlichten door: a. artikel 4 degene die het verzoek, bedoeld in, heeft ingediend; b. de echtgenoot; c. degene door wie de betrokkene wordt verzorgd; d. de ouders van de betrokkene die het gezag uitoefenen; e. de voogd, de curator of de mentor van de betrokkene; f. de instelling of psychiater die de betrokkene behandelt of begeleidt; g. artikel 5 degene die de verklaring, bedoeld in, heeft afgegeven. 5 artikel 4 De rechter kan zich doen voorlichten door een of meer van de inbedoelde bloedverwanten die het verzoek niet hebben ingediend. 6 De rechter kan onderzoek door deskundigen bevelen en is bevoegd deze deskundigen alsmede getuigen op te roepen. De rechter roept de door de betrokkene opgegeven deskundigen en getuigen op, tenzij hij van oordeel is dat door het achterwege blijven daarvan de betrokkene redelijkerwijs niet in zijn belangen kan zijn geschaad. Indien hij een opgegeven deskundige of getuige niet heeft opgeroepen, vermeldt hij de reden daarvan in de beschikking. 7 a g Indien de rechter dit gewenst oordeelt, kan hij de personen, bedoeld in het vierde lid, onderenverplichten te verschijnen. 8 Indien de rechter zich doet voorlichten door een of meer der personen, bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid, buiten tegenwoordigheid van de betrokkene, wordt de zakelijke inhoud van de verstrekte inlichtingen aan de betrokkene medegedeeld. 9 De betrokkene of zijn raadsman wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken naar aanleiding van de mededelingen en verklaringen van de personen, bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid. 10 Kosten van getuigen en deskundigen in verband met de toepassing van het zesde lid, komen ten laste van 's Rijks kas. 2010 2 12-01-2010 17-12-2009 31835 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a Indien de rechtbank op grond van het door haar ingestelde onderzoek zich afvraagt of in de gegeven omstandigheden een andere maatregel dan de verzochte niet passender is, kan zij dit gevoelen aan de officier van justitie kenbaar maken; zo nodig bepaalt de rechtbank daarbij dat de behandeling op een later tijdstip wordt voortgezet. 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2003 467 20-11-2003 04-11-2003 01-01-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De rechter beslist zo spoedig mogelijk. Indien het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging betrekking heeft op een persoon die reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, beslist de rechter in elk geval binnen drie weken na het indienen van het verzoekschrift. 2 De griffier zendt een afschrift van de beschikking inzake de machtiging aan: a. de betrokkene; b. de raadsman van de betrokkene; c. de ouders die het gezag uitoefenen, de voogd, de curator of de mentor; d. de echtgenoot van de betrokkene of degene door wie de betrokkene wordt verzorgd; e. c d de verzoeker indien deze niet is een der onderofgenoemde personen; f. de officier van justitie. 3 Van een beschikking waarbij op het verzoek tot het verlenen van de voorlopige machtiging afwijzend wordt beslist, geeft de griffier tevens kennis aan de huisarts van de betrokkene en aan de inspecteur. 4 artikel 5 Bij de kennisgeving aan de huisarts en de inspecteur, bedoeld in het derde lid, voegt de griffier afschrift van de geneeskundige verklaring, bedoeld in. 5 Tegen de beschikking op een verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging staat geen hoger beroep open. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De beschikking van de rechter is bij voorraad uitvoerbaar. De voorlopige machtiging kan niet meer ten uitvoer worden gelegd wanneer meer dan twee weken na haar dagtekening zijn verlopen. 2 artikel 3 Indien in de eerste week na de dagtekening van de voorlopige machtiging, niet zijnde een machtiging in een geval als bedoeld in, door de daarvoor in aanmerking komende psychiatrische ziekenhuizen nog niet tot opneming is overgegaan, kan de officier van justitie, na overleg met de inspecteur, een van de bovenbedoelde ziekenhuizen bevelen de betrokkene op te nemen. Hij legt zodanige verplichting niet op dan nadat hij de geneesheer-directeur van het desbetreffende ziekenhuis heeft gehoord. Het desbetreffende ziekenhuis is verplicht de betrokkene op te nemen. 3 artikel 5 Bij de opneming van de betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis wordt een afschrift van de inbedoelde geneeskundige verklaring aan het ziekenhuis overgelegd. 4 artikelen 48 49 De voorlopige machtiging heeft een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden na haar dagtekening, onverminderd het bepaalde in deen. 1997 271 01-07-1997 10-04-1997 24669 1997 271 01-07-1997 10-04-1997 24669 02-07-1997
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene is opgenomen, doet van deze opneming zo spoedig mogelijk mededeling aan de griffier van de rechtbank die de machtiging heeft verleend, en aan de officier van justitie bij die rechtbank. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 Na ontvangst van de inbedoelde mededeling geeft de griffier van het verlenen van de voorlopige machtiging - onder vermelding van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene ingevolge de machtiging verblijft - kennis aan: a. artikel 8, vierde lid, onder b tot en met g de inbedoelde personen of instelling, de inspecteur en de huisarts van de betrokkene; b. de officier van justitie in wiens ambtsgebied het psychiatrisch ziekenhuis gelegen is. 2 artikel 8, vierde lid, onder a De griffier stelt desgevraagd andere personen en instellingen die door de rechter zijn gehoord, met uitzondering van de persoon, bedoeld in, in kennis van het verlenen van de voorlopige machtiging onder vermelding van de naam en het adres van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene is opgenomen. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Aan de geneesheer-directeur en aan de voor de behandeling verantwoordelijke persoon geeft de griffier desgevraagd nadere inlichtingen omtrent hetgeen de rechter bij de behandeling van het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot voorlichting heeft gediend. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 4 artikel 5 artikel 14a, vierde lid Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot het verzoekschrift, bedoeld in, en de verklaringen, bedoeld inen. 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2003 467 20-11-2003 04-11-2003 01-01-2004
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 De rechter kan op verzoek van de officier van justitie met betrekking tot een persoon die gestoord is in zijn geestvermogens en twaalf jaar of ouder is, een voorwaardelijke machtiging verlenen. 2 Een voorwaardelijke machtiging kan slechts worden verleend, indien naar het oordeel van de rechter: a. de stoornis van de geestvermogens betrokkene gevaar doet veroorzaken, en b. het gevaar buiten een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of een verpleeginrichting, slechts door het stellen en naleven van voorwaarden kan worden afgewend. 3 Artikel 4 is van toepassing, met dien verstande dat de betrokkene ook zelf een verzoek tot het verkrijgen van een voorwaardelijke machtiging kan indienen. 4 artikel 4 Artikel 5, derde tot en met zesde lid artikelen 6 tot en met 8a Artikel 9 Artikel 10, eerste lid, eerste volzin Bij een verzoek als bedoeld in, gericht op het verkrijgen van een voorwaardelijke machtiging, moet worden overgelegd een verklaring van een psychiater die de betrokkene met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was. Uit de verklaring dient te blijken dat de persoon op wie de verklaring betrekking heeft, gestoord is in zijn geestvermogens en dat een geval als bedoeld in het tweede lid zich voordoet. De verklaring verschaft inzicht in de actuele geestelijke gezondheidstoestand van de betrokkene. De verklaring is met redenen omkleed en ondertekend., en dezijn van overeenkomstige toepassing.is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de griffier tevens een afschrift van de beschikking inzake de voorwaardelijke machtiging aan de inspecteur zendt., is van overeenkomstige toepassing. 5 Artikel 38a, tweede en vijfde lid De rechter verleent een voorwaardelijke machtiging slechts indien een behandelingsplan wordt overgelegd dat na overleg met de betrokkene door de psychiater die verantwoordelijk zal zijn voor de behandeling, verder te noemen de behandelaar, is opgesteld. Aan het behandelingsplan wordt een passage toegevoegd waaruit blijkt dat het overleg tot overeenstemming heeft geleid of, indien zulks niet het geval is, op welke grond de behandelaar tot het oordeel komt dat redelijkerwijs is aan te nemen dat betrokkene de voorwaarde, bedoeld in het zesde lid, zal naleven. Het behandelingsplan bevat de therapeutische middelen die zullen worden toegepast teneinde buiten de inrichting het gevaar af te wenden. Het behandelingsplan regelt de wijze waarop de behandelaar er op toeziet dat het gevaar buiten de inrichting wordt afgewend., is van overeenkomstige toepassing. In het behandelingsplan wordt mededeling gedaan van het psychiatrisch ziekenhuis dat bereid is de betrokkene op te nemen als deze de voorwaarden niet naleeft of het gevaar niet langer buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend door de naleving van de voorwaarden. 6 Het verlenen van een voorwaardelijke machtiging geschiedt in elk geval onder de voorwaarde dat betrokkene zich onder behandeling stelt van de behandelaar, overeenkomstig het overgelegde behandelingsplan. 7 Naast de in het zesde lid bedoelde voorwaarde kan de rechter bij de voorwaardelijke machtiging voorwaarden stellen betreffende het gedrag van de betrokkene, voorzover dit gedrag het gevaar, voortvloeiend uit de stoornis van de geestvermogens, beïnvloedt. De voorwaarden mogen de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging dan wel de staatkundige vrijheid niet beperken. 8 De rechter geeft slechts toepassing aan het eerste lid, indien de betrokkene zich bereid heeft verklaard tot naleving van de voorwaarden of redelijkerwijs is aan te nemen dat betrokkene de voorwaarden zal naleven. 9 Vanaf het moment dat voor betrokkene een voorwaardelijke machtiging geldt, verleent de patiëntenvertrouwenspersoon op verzoek van betrokkene advies en bijstand. 10 De behandelaar draagt ervoor zorg dat betrokkene zo spoedig mogelijk in het bezit wordt gesteld van een schriftelijk overzicht van de op grond van deze wet aan hem toekomende rechten; de behandelaar draagt er tevens zorg voor dat betrokkene een mondelinge toelichting terzake ontvangt. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b 1 Het behandelingsplan kan, nadat de voorwaardelijke machtiging is verleend, slechts met instemming van de betrokkene door de behandelaar worden gewijzigd. Afschrift van een gewijzigd behandelingsplan wordt terstond gezonden aan de griffier van de rechtbank die de voorwaardelijke machtiging heeft verleend, en aan de officier van justitie bij die rechtbank. 2 artikelen 37, eerste lid, derde volzin 56, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede lid, onderdelen b en c, derde en vijfde lid artikel 37, vierde lid artikel 56, vierde lid Het bij de, en, alsmede het krachtens, en, omtrent het patiëntendossier bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 3 De betrokkene of de behandelaar kan de officier van justitie verzoeken de beslissing van de rechter omtrent het wijzigen van de voorwaarden of het aanwijzen van een andere behandelaar te verzoeken. Het verzoek van de betrokkene of de behandelaar wordt schriftelijk gedaan. 4 De officier van justitie verzoekt na ontvangst zo spoedig mogelijk de beslissing van de rechter. 5 artikelen 8 14a, zesde tot en met achtste lid De rechter kan op verzoek van de officier van justitie de voorwaarden wijzigen of een andere behandelaar aanwijzen. Deen, zijn van overeenkomstige toepassing. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 14c — Artikel 14c#
Artikel 14c 1 artikelen 14f 14g Een voorwaardelijke machtiging heeft een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden na haar dagtekening, onverminderd deen. 2 artikelen 14f 14g De rechter kan op verzoek van de officier van justitie telkens een nieuwe voorwaardelijke machtiging verlenen met een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar, onverminderd deen. 3 Een nieuwe voorwaardelijke machtiging wordt slechts verleend indien naar het oordeel van de rechter de stoornis van de geestvermogens van de betrokkene ook na het verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging aanwezig zal zijn en deze stoornis de betrokkene ook dan gevaar zal doen veroorzaken en het afwenden van het gevaar een nieuwe voorwaardelijke machtiging vereist. 4 artikel 4, eerste lid De personen, bedoeld in, alsmede de behandelaar kunnen de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen die de voorwaardelijke machtiging heeft afgegeven, schriftelijk verzoeken een verzoek te doen tot het verlenen van een nieuwe voorwaardelijke machtiging. 5 Bij het verzoek moet worden overgelegd een verklaring van een psychiater die betrokkene met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was, waaruit blijkt dat het geval, bedoeld in het derde lid, zich voordoet. Tevens wordt door de behandelaar een beschrijving overgelegd van de geestelijke en lichamelijke toestand van de betrokkene, van de op hem toegepaste behandeling en de effecten daarvan. 6 Het verzoekschrift tot verlening van een nieuwe voorwaardelijke machtiging wordt ingediend tijdens de zesde of de vijfde week voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende machtiging. 7 artikelen 14a 14b Deenzijn van overeenkomstige toepassing. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 14d — Artikel 14d#
Artikel 14d 1 artikel 14a, vijfde lid De geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis, bedoeld in, doet de betrokkene opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis, indien buiten de inrichting het gevaar niet langer kan worden afgewend door de naleving van de voorwaarden. De geneesheer-directeur kan de betrokkene doen opnemen, wanneer deze de gestelde voorwaarden niet naleeft of op verzoek van de betrokkene. Voorafgaand aan de opneming stelt de geneesheer-directeur zich op de hoogte van de actuele geestelijke gezondheidstoestand van de patiënt. 2 De opneming geschiedt voor ten hoogste de termijn van de resterende geldigheidsduur van de voorwaardelijke machtiging, doch niet langer dan zes maanden. Behoudens bij een opneming op verzoek van de betrokkene geldt de voorwaardelijke machtiging van het moment van de beslissing van de geneesheer-directeur af als voorlopige machtiging. Behoudens bij een opneming op verzoek van de betrokkene stelt de geneesheer-directeur de betrokkene uiterlijk vier dagen na zijn beslissing tot opneming daarvan schriftelijk in kennis onder mededeling van de redenen van de beslissing. Een afschrift van de mededeling wordt gezonden aan de officier van justitie in het arrondissement waarin de rechtbank is gelegen die de voorwaardelijke machtiging heeft verleend. 3 artikel 4, eerste lid De personen, bedoeld in, kunnen de geneesheer-directeur verzoeken toepassing te geven aan het eerste lid. 4 De geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis doet van de opneming mededeling aan de griffier van de rechtbank die de voorwaardelijke machtiging heeft verleend. 5 artikelen 10, tweede lid 12, eerste lid De, en, zijn van overeenkomstige toepassing. 6 artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Indien een beslissing als bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die beslissing als machtiging als bedoeld in. 2014 131 27-03-2014 12-03-2014 33061 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 14e — Artikel 14e#
Artikel 14e 1 artikel 4, eerste lid Artikel 49, zesde lid Met betrekking tot de beslissing van de geneesheer-directeur tot opneming staat voor de betrokkene en voor ieder van de in, bedoelde personen de mogelijkheid open de officier van justitie te verzoeken de beslissing van de rechter te verzoeken. Het verzoek van een van deze personen wordt schriftelijk gedaan; bij het verzoek wordt gevoegd een afschrift van de beslissing van de geneesheer-directeur., is van overeenkomstige toepassing. 2 De inspecteur geeft desgevraagd of eigener beweging aan de officier van justitie schriftelijk zijn oordeel over de beslissing van de geneesheer-directeur. 3 De officier van justitie verzoekt na ontvangst van het verzoek met de bijbehorende stukken zo spoedig mogelijk de beslissing van de rechter. Aan de verzoeker wordt schriftelijk medegedeeld dat het verzoekschrift is ingediend. 4 Artikel 49, zevende en negende lid , is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het voorschrift dat het verzoek wordt behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank. 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 01-02-2006
Artikel 14f — Artikel 14f#
Artikel 14f Artikel 14d, eerste lid , vindt geen toepassing indien: a. artikel 14g, eerste lid artikel 14g, vierde lid de in, bedoelde verklaring, al dan niet na toepassing van, is verschaft; b. de geldigheidsduur van de voorwaardelijke machtiging is verstreken, tenzij voor het einde van de termijn een verzoekschrift is ingediend tot het verlenen van een aansluitende machtiging, zolang niet op dat verzoekschrift afwijzend is beschikt en zolang de termijn voor het geven van de beschikking niet is verstreken; c. ten aanzien van betrokkene een inbewaringstelling is gelast. 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2003 467 20-11-2003 04-11-2003 01-01-2004
Artikel 14g — Artikel 14g#
Artikel 14g 1 artikel 14f, onderdeel b artikel 14g, vierde lid Artikel 45, eerste lid, laatste volzin De behandelaar verschaft aan de betrokkene, indien deze niet langer in zijn geestvermogens is gestoord of gevaarlijk is, in het geval, bedoeld in, of indien de rechter na toepassing van, zulks heeft bevolen, een schriftelijke verklaring ter zake., is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 4, eerste lid De betrokkene, ieder van de in, bedoelde personen alsmede de inspecteur en de officier van justitie in wiens ambtsgebied de woonplaats van de betrokkene is gelegen, kunnen aan de behandelaar verzoeken een verklaring als bedoeld in het eerste lid, te verschaffen. 3 De beslissing op het verzoek wordt aan de inspecteur medegedeeld. Voor de toepassing van het vierde lid wordt met een afwijzende beslissing van de behandelaar gelijkgesteld het niet beslissen binnen twee weken na ontvangst van het verzoek. 4 Artikel 14e, eerste lid, tweede volzin, en tweede tot en met vierde lid artikel 49, zesde lid In geval van een afwijzende beslissing kan degene die de beslissing heeft verkregen, de officier van justitie verzoeken de beslissing van de rechter te verzoeken., en, zijn van overeenkomstige toepassing. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 14h — Artikel 14h#
Artikel 14h Vervallen 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2005 95 03-03-2005 03-02-2005 29363 2005 492 18-10-2005 02-09-2005 01-01-2009
Artikel 14i — Artikel 14i#
Artikel 14i Vervallen 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2005 95 03-03-2005 03-02-2005 29363 2005 492 18-10-2005 02-09-2005 01-01-2009
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De rechter kan op verzoek van de officier van justitie met betrekking tot een persoon die ingevolge een voorlopige machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, een machtiging tot voortgezet verblijf verlenen. 2 Een machtiging tot voortgezet verblijf kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter: a. de stoornis van de geestvermogens van de betrokkene ook na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging aanwezig zal zijn en deze stoornis betrokkene ook dan gevaar zal doen veroorzaken, en b. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het ziekenhuis kan worden afgewend. 3 artikel 2, derde en vierde lid artikel 4 Met betrekking tot de voortzetting van het verblijf van de betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging zijn, envan overeenkomstige toepassing. 4 artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Indien een machtiging tot voortgezet verblijf betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in. 2014 131 27-03-2014 12-03-2014 33061 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 4 artikel 15 Bij een verzoek van een persoon als bedoeld in, gericht op het verkrijgen van een machtiging tot voortgezet verblijf, moet worden overgelegd een verklaring van de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene is opgenomen. Uit de verklaring dient te blijken dat het geval, bedoeld in, zich voordoet. 2 artikelen 5, eerste lid, tweede volzin 5, derde lid, derde volzin 14 Met betrekking tot de verklaring van de geneesheer-directeur zijn de,envan overeenkomstige toepassing. 3 artikel 6, eerste, tweede en derde lid Met betrekking tot het verzoek van de officier van justitie is, van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 37a artikel 38 38a artikel 38, vijfde lid, derde volzin 38c, eerste lid Bij het verzoek van de officier van justitie moet worden overgelegd de verklaring, bedoeld in het eerste lid. Bij die verklaring is een afschrift gevoegd van de inbedoelde aantekeningen en van het inofbedoelde behandelingsplan. Indien het behandelingsplan nog niet tot stand is gekomen wordt daarvan bij de verklaring mededeling gedaan, onder vermelding van de daarvoor bestaande redenen. Indien, oftoepassing heeft gevonden wordt daarvan, onder vermelding van de redenen, bij de verklaring mededeling gedaan. 5 Artikel 7, tweede lid Bevoegd is de rechtbank van het arrondissement waarin het ziekenhuis waarin de patiënt is opgenomen, is gelegen., is van overeenkomstige toepassing. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008 Abusievelijk is op het vierde lid, zesde volzin, een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Het verzoekschrift van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf wordt ingediend tijdens de zesde of vijfde week voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende machtiging. 2 artikelen 8 8a 9, tweede tot en met vijfde lid 12 13 14 De rechter beslist binnen vier weken na het indienen van het verzoekschrift. De,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 15, eerste lid artikelen 48 49 De machtiging tot voortgezet verblijf, bedoeld in, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste een jaar na haar dagtekening, onverminderd het bepaalde in deen. 4 artikel 2, tweede lid artikelen 48 49 Indien het verzoek van de officier van justitie betrekking heeft op een machtiging tot voortgezet verblijf in een zwakzinnigeninrichting of een verpleeginrichting, kan, indien te verwachten valt dat de omstandigheden, bedoeld in, zich zullen blijven voordoen, een machtiging worden verleend die een geldigheidsduur heeft van ten hoogste vijf jaren, onverminderd het bepaalde in deen. 5 De beschikking, bedoeld in het derde lid, is bij voorraad uitvoerbaar. 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2003 467 20-11-2003 04-11-2003 01-01-2004
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De rechter kan op verzoek van de officier van justitie met betrekking tot een persoon die op grond van een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, telkens een nieuwe machtiging tot voortgezet verblijf verlenen. 2 Artikel 15, tweede en derde lid artikelen 16 17 , en deenzijn van toepassing. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikelen 2 15 18 artikelen 48 49 Indien het verblijf van een persoon in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van rechterlijke machtigingen als bedoeld in de,en, zonder onderbreking ten minste vijf jaren heeft geduurd, kan een machtiging tot voortgezet verblijf worden verleend die een geldigheidsduur heeft van ten hoogste twee jaren, onverminderd het bepaalde in deen. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 27 artikel 2, derde en vierde lid De burgemeester kan in het geval, bedoeld in het tweede lid, bij beschikking lastgeven dat een persoon die zich in zijn gemeente bevindt, gedurende de periode, benodigd voor de toepassing van, in bewaring wordt gesteld, indien deze persoon twaalf jaar of ouder is en geen blijk geeft van de nodige bereidheid zich in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen dan wel een van de andere omstandigheden, bedoeld in, zich voordoet. De burgemeester kan de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin, delegeren aan een wethouder. 2 De burgemeester kan slechts lastgeven tot inbewaringstelling als bedoeld in het eerste lid, indien naar zijn oordeel a. de betrokkene gevaar veroorzaakt, b. het ernstige vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens de betrokkene het gevaar doet veroorzaken, c. paragraaf 1 het gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat toepassing vanvan dit hoofdstuk niet kan worden afgewacht, en d. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de beschikking, bedoeld in het eerste lid. Een afschrift van de beschikking wordt aan betrokkene uitgereikt. 4 Het ten uitvoer leggen van een krachtens het eerste lid gegeven beschikking draagt de burgemeester op aan een of meer ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die zich voorzien van de bijstand van een of meer personen met kennis van de zorg voor personen die gestoord zijn in hun geestvermogens. De bedoelde ambtenaren kunnen daartoe elke plaats betreden waar de op te nemen persoon zich bevindt, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 5 De door de burgemeester aangewezen personen kunnen aan de betrokkene voorwerpen ontnemen die een gevaar voor de veiligheid van de betrokkene of van anderen kunnen opleveren. Zij zijn bevoegd hem daartoe aan de kleding of aan het lichaam te onderzoeken. 6 Zo mogelijk worden de overeenkomstig het vijfde lid ontnomen voorwerpen met de betrokkene overgebracht naar het psychiatrisch ziekenhuis waarin hij wordt opgenomen. In het ziekenhuis wordt de patiënt een bewijs van ontvangst afgegeven waarin die voorwerpen zijn omschreven. De voorwerpen worden voor de patiënt bewaard, voor zover dit niet in strijd is met enig wettelijk voorschrift. 7 artikel 2, vierde lid artikel 21 Bij de opneming van de betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis wordt door de door de burgemeester aangewezen personen een afschrift van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, aan het ziekenhuis overgelegd. Tenzij het geval, bedoeld in, zich heeft voorgedaan, wordt daarbij tevens overgelegd een afschrift van de inbedoelde geneeskundige verklaring. 8 artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Indien een last als bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die last als machtiging als bedoeld in. 2014 131 27-03-2014 12-03-2014 33061 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20, tweede lid De burgemeester gelast een inbewaringstelling niet dan nadat een, bij voorkeur niet-behandelend, psychiater of, zo dat niet mogelijk is, een, bij voorkeur niet-behandelend arts, niet psychiater zijnde, een schriftelijke verklaring heeft verstrekt waaruit met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid, blijkt dat het geval, bedoeld in, zich voordoet. 2 Indien de arts die de verklaring afgeeft, geen psychiater is, pleegt hij zo mogelijk tevoren overleg met een psychiater en wel, indien de betrokkene onder behandeling is van een psychiater, bij voorkeur met die psychiater; indien de arts die de verklaring afgeeft, niet is de huisarts van de patiënt, pleegt hij zo mogelijk tevoren overleg met de huisarts. Indien overleg als bedoeld in de eerste volzin niet heeft plaatsgevonden, vermeldt de arts die de verklaring afgeeft, de reden daarvan in de verklaring. 3 Alvorens de verklaring af te geven onderzoekt de arts, zo enigszins mogelijk, de betrokkene. 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, worden nadere voorschriften gegeven ten aanzien van de geneeskundige verklaring, bedoeld in de voorgaande leden. 1992 670 29-10-1992 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 20, eerste lid artikelen 38 39 40 45 tot en met 49 50, eerste lid 51 van het Wetboek van Strafvordering De burgemeester draagt, tenzij de betrokkene daartegen bedenkingen heeft, er zorg voor dat de betrokkene binnen 24 uur na het tijdstip waarop de beschikking, bedoeld in, wordt gegeven, wordt bijgestaan door een raadsman. De,,,,, enzijn van overeenkomstige toepassing. 2 Bij algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kunnen regels worden gegeven ten aanzien van de toepassing van de eerste volzin van het eerste lid. 2000 292 13-07-2000 22-06-2000 26527 2000 420 17-10-2000 02-10-2000 26527 01-12-2000
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 20, eerste lid De burgemeester tekent zo spoedig mogelijk op de beschikking, bedoeld in, de door hem ontvangen gegevens omtrent toepassing van de overige artikelen van deze paragraaf aan. 2 artikel 21 De schriftelijke beschikking van de burgemeester, de inbedoelde geneeskundige verklaring en een afschrift van het opgemaakte proces-verbaal, worden gedurende vijf jaren ter gemeentesecretarie bewaard en vervolgens vernietigd. De in de loop van deze termijn ontvangen stukken betreffende deze patiënt worden daarbij gevoegd. 3 De in het tweede lid bedoelde persoonsgegevens worden verzameld met het oog op de rechtspositie van de patiënt en zijn vertegenwoordigers alsmede met het oog op het toezicht in het kader van deze wet. 4 Is de beschikking niet ten uitvoer gelegd, dan wordt daarop de reden van niet-tenuitvoerlegging aangetekend. Het tweede lid is van toepassing. 2001 180 19-04-2001 05-04-2001 26410 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 25892 (Wet
bescherming persoonsgegevens) tot wet wordt verheven en in
werking treedt.
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Indien binnen 24 uur na het tijdstip waarop de beschikking van de burgemeester is gegeven, door de daarvoor in aanmerking komende psychiatrische ziekenhuizen nog niet tot opneming is overgegaan, kan de burgemeester na overleg met de inspecteur een van de bovenbedoelde ziekenhuizen bevelen de betrokkene op te nemen. Het betrokken ziekenhuis is verplicht de betrokkene op te nemen. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De burgemeester draagt zorg dat onverwijld de inspecteur en de officier van justitie, in wiens ambtsgebied zijn gemeente is gelegen, van de inbewaringstelling telefonisch of mondeling op de hoogte worden gesteld. Indien het ziekenhuis waarin de betrokkene zich ten tijde van de mededeling bevindt, is gelegen buiten het ambtsgebied van de officier van justitie die op grond van de eerste volzin door de burgemeester op de hoogte moet worden gesteld, wordt ook de officier van justitie, in wiens ambtsgebied het ziekenhuis is gelegen, overeenkomstig het in de eerste volzin bepaalde op de hoogte gesteld. 2 artikel 21 Zo spoedig mogelijk nadat de beschikking is gegeven, doch in elk geval niet later dan de volgende dag, die niet is een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet, zendt de burgemeester aan de in het eerste lid bedoelde functionarissen bij aangetekend schrijven een afschrift van de beschikking en van de inbedoelde geneeskundige verklaring. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 20 Bij de opneming geeft de burgemeester aan de echtgenoot, de wettelijke vertegenwoordiger en de naaste (familie) betrekking van de betrokkene zo mogelijk kennis van de door hem op grond vangegeven beschikking en van de opneming. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 25, tweede lid artikel 20, tweede lid Algemene termijnenwet Stb. Indien de officier van justitie na ontvangst van de in, bedoelde bescheiden van oordeel is dat het gevaar, bedoeld in, zich ten aanzien van de in bewaring gestelde persoon voordoet, doet hij uiterlijk op de dag na de datum van ontvangst van deze stukken die niet is een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag als bedoeld in de(1964, 314), bij de rechter een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van die persoon. De officier deelt aan de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene verblijft, schriftelijk mede dat het verzoekschrift is ingediend of dat hij heeft besloten geen verzoekschrift in te dienen. 2 artikel 20, eerste lid artikel 21 Artikel 5, vierde en vijfde lid Bij het verzoek van de officier van justitie worden overgelegd de beschikking van de burgemeester, bedoeld in, en de geneeskundige verklaring, bedoeld in., is van overeenkomstige toepassing. 3 Artikel 7, tweede lid Bevoegd is de rechtbank van het arrondissement waarin het ziekenhuis waarin de patiënt is opgenomen, is gelegen., is van overeenkomstige toepassing. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Degene ten aanzien van wie een last is gegeven tot inbewaringstelling, kan de rechter verzoeken een schadevergoeding toe te kennen op de grond dat de door de burgemeester gegeven last onrechtmatig was. 2 artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 27, eerste lid Het verzoek kan worden ingediend als zelfstandig verzoek bij een verweerschrift als bedoeld in, of bij een desbetreffend verzoekschrift ter gelegenheid van zijn verhoor, dan wel, indien de officier van justitie geen verzoek als bedoeld in, doet, binnen zes weken nadat de last is gegeven, bij een afzonderlijk verzoekschrift. 3 artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien het verzoek wordt ingediend bij verzoekschrift ter gelegenheid van het verhoor van de betrokkene isvan overeenkomstige toepassing. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 artikel 8, eerste, tweede en derde lid Met betrekking tot de behandeling van de zaak door de rechter is, van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 21 Artikel 8, zesde lid, eerste volzin De rechter doet zich zo mogelijk voorlichten door personen uit de naaste omgeving van de betrokkene, door de arts die de geneeskundige verklaring, bedoeld in, heeft opgemaakt en door de instelling of psychiater die de betrokkene begeleidt., zevende, achtste, negende en tiende lid, is van overeenkomstige toepassing. 3 Algemene termijnenwet De rechter beslist binnen drie dagen te rekenen vanaf de dag na die van het indienen van het verzoekschrift door de officier van justitie. Deis op de termijn, bedoeld in de eerste volzin, van toepassing. 4 Artikel 9, tweede, derde en vierde lid artikelen 11 12, eerste lid , is van overeenkomstige toepassing. Indien de betrokkene op het tijdstip waarop het verzoekschrift tot voortzetting van de inbewaringstelling werd ingediend, nog niet in een psychiatrisch ziekenhuis was opgenomen, zijn deen, van overeenkomstige toepassing. 5 Tegen de beschikking op een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling staat geen gewoon rechtsmiddel open. 6 artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Indien een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in. 2014 131 27-03-2014 12-03-2014 33061 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikelen 48 49 De machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling heeft een geldigheidsduur van drie weken na haar dagtekening, onverminderd het bepaalde in deen. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 27, eerste lid artikelen 2 3 4 6, eerste, tweede en derde lid 8 tot en met 13 14a tot en met 14c 16 Met betrekking tot een persoon die ingevolge een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in, in een ziekenhuis verblijft, zijn de,,,,,envan overeenkomstige toepassing. 2 Het verzoekschrift wordt door de officier van justitie ingediend voor het einde van de geldigheidsduur van de lopende machtiging. 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2003 467 20-11-2003 04-11-2003 01-01-2004
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De rechter kan op verzoek van de officier van justitie een machtiging verlenen om een persoon die gestoord is in zijn geestvermogens en die bereid is deswege in een psychiatrisch ziekenhuis een behandeling te ondergaan, in een psychiatrisch ziekenhuis op te nemen of te doen verblijven, ook indien die bereidheid tijdens de duur van de machtiging komt te ontbreken. 2 Een machtiging als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de rechter a. de betrokkene gevaar veroorzaakt, en b. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. 3 Een machtiging als bedoeld in het eerste lid kan, behoudens in het geval, bedoeld in het vijfde lid, slechts worden verleend indien het verzoek door de officier van justitie is gedaan op verzoek van betrokkene. 4 Een betrokkene als bedoeld in het derde lid, kan zijn een minderjarige, een persoon die onder curatele is gesteld dan wel ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld, indien deze tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat kan worden geacht. Zodanige persoon kan hiertoe in rechte optreden. 5 Indien betrokkene minderjarig is, onder curatele is gesteld dan wel indien ten behoeve van hem een mentorschap is ingesteld, kan het verzoek van betrokkene worden gedaan door zijn ouders die het gezag uitoefenen dan wel een van hen, zijn voogd onderscheidenlijk zijn curator of zijn mentor, doch slechts indien de betrokkene daarmee instemt. 6 artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Indien een machtiging op eigen verzoek betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in. 2014 131 27-03-2014 12-03-2014 33061 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 1 artikel 32, derde lid artikel 7, eerste lid Het verzoek van betrokkene, bedoeld in, wordt schriftelijk gedaan bij de officier van justitie bij de volgens, bevoegde rechtbank. 2 In het verzoek moet het psychiatrisch ziekenhuis worden genoemd, waarin opneming of verder verblijf wordt verzocht. 3 Bij het verzoek moeten worden overgelegd a. artikel 32, tweede lid, onder a en b een verklaring van een psychiater, verbonden aan het in het verzoek genoemde psychiatrisch ziekenhuis, waaruit blijkt dat de persoon die de plaatsing verzoekt of met wiens instemming de plaatsing wordt verzocht, gestoord is in zijn geestvermogens en dat het geval, bedoeld in, zich voordoet; b. a een door de onderbedoelde psychiater tezamen met betrokkene opgesteld behandelingsplan. 4 De verklaring moet ten hoogste zeven dagen voor het verzoek zijn opgemaakt en door de psychiater zijn ondertekend. De verklaring is met redenen omkleed. 5 Het behandelingsplan moet ten hoogste zeven dagen voor het verzoek zijn opgemaakt en door de psychiater en de betrokkene zijn ondertekend. 6 Artikel 6, eerste lid , is van overeenkomstige toepassing. 7 artikelen 8 8a 9, vijfde lid 11 tot en met 14 Met betrekking tot de behandeling van het verzoekschrift door de rechter zijn de,,, en, van overeenkomstige toepassing. 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 2006 24 31-01-2006 22-12-2005 30171 01-02-2006
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikelen 48 49 artikel 32 Onverminderd het bepaalde in deenwordt de machtiging op eigen verzoek als bedoeld ingegeven voor een door de rechter te bepalen duur, welke niet langer kan zijn dan een jaar en niet korter dan een half jaar na haar dagtekening. 2 De rechter beslist zo spoedig mogelijk. 3 artikelen 2 tot en met 19 artikel 32 Dezijn ten aanzien van degene die op grond van een machtiging als bedoeld inin een psychiatrisch ziekenhuis verblijft van overeenkomstige toepassing na verloop van de geldigheidsduur van die machtiging. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a 1 Een persoon van 16 jaar of ouder die in staat is zijn wil met betrekking tot opneming, verblijf en behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting te bepalen, kan zich met een daartoe strekkende verklaring, verbinden tot opneming, verblijf en behandeling van de stoornis van zijn geestvermogens in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting, hoewel de stoornis de betrokkene geen gevaar doet veroorzaken, indien de in die verklaring omschreven omstandigheden zich voordoen. 2 Voor een opneming, verblijf en behandeling als bedoeld in het eerste lid, is een rechterlijke machtiging, hierna te noemen zelfbindingsmachtiging, vereist indien de betrokkene geen blijk geeft van de nodige bereidheid tot opneming, verblijf of behandeling en de in de verklaring omschreven omstandigheden zich voordoen. 3 artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek Indien een zelfbindingsmachtiging betrekking heeft op een minderjarige die onder toezicht is gesteld, geldt die machtiging als machtiging als bedoeld in. 2014 131 27-03-2014 12-03-2014 33061 2014 443 21-11-2014 14-11-2014 01-01-2015
Artikel 34b — Artikel 34b#
Artikel 34b 1 Betrokkene zelf en een aan een psychiatrisch ziekenhuis verbonden psychiater, stellen tezamen een verklaring op waarin worden beschreven: a. onder welke omstandigheden betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis waaraan de psychiater is verbonden, wil worden opgenomen en verblijven; b. de behandeling die hij alsdan ter bestrijding van de stoornis van de geestvermogens in het ziekenhuis wil ondergaan; c. de duur van de behandeling, die niet meer dan zes weken bedraagt. 2 De patiëntenvertrouwenspersoon verleent op verzoek van betrokkene advies en bijstand in aangelegenheden, samenhangend met de in het eerste lid bedoelde verklaring. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34c — Artikel 34c#
Artikel 34c artikel 34b Een verklaring als bedoeld inkan niet worden vastgesteld dan nadat een psychiater die de betrokkene kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was, heeft verklaard dat: a. betrokkene de verklaring heeft afgelegd terwijl hij in staat was de inhoud en de gevolgen daarvan te overzien; b. het in de verklaring voorziene verblijf en de in de verklaring voorziene behandeling de situatie van betrokkene zodanig kan verbeteren dat deze tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake van een behandeling in staat is. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34d — Artikel 34d#
Artikel 34d 1 artikel 34b artikel 34b artikel 34c De verklaring, bedoeld in, wordt schriftelijk vastgelegd, gedateerd en ondertekend door betrokkene, de psychiater bedoeld inen de psychiater, bedoeld in. 2 artikel 34b De verklaring wordt door de psychiater, bedoeld in, aan betrokkene ter hand gesteld. Een gewaarmerkt afschrift wordt door hem verstrekt aan ten minste één door betrokkene aan te wijzen persoon, aan de inspecteur, en indien betrokkene een andere behandelaar heeft aan deze behandelaar. 3 De Inspectie gezondheidszorg en jeugd houdt ter bescherming van de patiënt een register bij van de verklaringen. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 34e — Artikel 34e#
Artikel 34e 1 De verklaring heeft een geldigheidsduur van een jaar en kan telkens voor een zelfde periode worden verlengd. 2 De verklaring kan tussentijds worden gewijzigd of ingetrokken. 3 artikelen 34b tot en met 34d artikel 34c Op de verlenging of de wijziging zijn devan overeenkomstige toepassing, met dien verstande datniet van overeenkomstige toepassing is indien het betreft een wijziging van de behandelaar, indien deze in de verklaring is vermeld en indien zowel betrokkene als de te benoemen behandelaar daarmee instemmen. 4 artikelen 34c 34d artikel 34c artikel 34b Op de intrekking zijn deenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande datniet van overeenkomstige toepassing is indien de psychiater, bedoeld in, met de intrekking instemt. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34f — Artikel 34f#
Artikel 34f 1 artikel 34d De rechter kan op verzoek van de officier van justitie een zelfbindingsmachtiging verlenen om een persoon die een verklaring als bedoeld inheeft vastgesteld in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting, te doen opnemen, te doen verblijven en te doen behandelen. 2 Een zelfbindingsmachtiging kan slechts worden verleend indien de in de verklaring omschreven omstandigheden zich naar het oordeel van de rechter voordoen en betrokkene geen blijk geeft van de nodige bereidheid tot opneming, verblijf of behandeling. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34g — Artikel 34g#
Artikel 34g Tot het indienen van een verzoek gericht op het verkrijgen van een zelfbindingsmachtiging zijn bevoegd: a. artikel 34b de psychiater, bedoeld in, of indien betrokkene een andere behandelaar heeft, deze behandelaar; b. de door betrokkene aangewezen persoon of personen die een afschrift hebben gekregen van de verklaring. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34h — Artikel 34h#
Artikel 34h 1 artikel 34g artikel 34d artikel 34c Bij een verzoek als bedoeld inworden overgelegd de verklaring bedoeld in, de verklaring van de psychiater, bedoeld inen een verklaring van een psychiater die betrokkene kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was waaruit blijkt dat de in de verklaring omschreven omstandigheden zich voordoen. 2 Artikel 4, tweede lid artikel 5, vierde lid , en, zijn van overeenkomstige toepassing. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34i — Artikel 34i#
Artikel 34i 1 artikel 34g Nadat een verzoek als bedoeld inis gedaan doet de officier van justitie een verzoek tot het verlenen van een zelfbindingsmachtiging, tenzij hij het verzoek kennelijk ongegrond acht. 2 artikel 34h artikel 34g, eerste lid Bij het verzoek worden de inbedoelde bescheiden, alsmede het verzoek, bedoeld in, overgelegd. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34j — Artikel 34j#
Artikel 34j Artikel 7, eerste lid artikel 8 , enzijn ter zake van een verzoek tot het verlenen van een zelfbindingsmachtiging van overeenkomstige toepassing. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34k — Artikel 34k#
Artikel 34k 1 De rechter beslist zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen vijf dagen na indiening van het verzoek door de officier van justitie. 2 De griffier zendt een afschrift van de beschikking inzake de zelfbindingsmachtiging aan: a. de betrokkene; b. de raadsman van de betrokkene; c. artikel 34b de psychiater, bedoeld in, en indien de patiënt een andere behandelaar heeft, aan deze; d. de door betrokkene aangewezen persoon of personen die een afschrift van de verklaring hebben gekregen; e. de huisarts van de betrokkene; f. de officier van justitie; g. de inspecteur. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34l — Artikel 34l#
Artikel 34l 1 Artikel 9, vijfde lid artikel 10, eerste en tweede lid , en, zijn ter zake van een zelfbindingsmachtiging van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 34b Bij de opneming van de betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis wordt een afschrift van de inbedoelde verklaring overgelegd. 3 artikel 34o De zelfbindingsmachtiging heeft een geldigheidsduur van ten hoogste de in de verklaring vastgelegde duur van de behandeling, onverminderd. 4 artikel 34p De zelfbindingsmachtiging vervalt indien ten aanzien van betrokkene een inbewaringstelling is gelast of een voorlopige machtiging is verleend. Voorzover de verklaring betrekking heeft op de behandeling geldt deze alsdan als een verklaring als bedoeld in. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34m — Artikel 34m#
Artikel 34m 1 artikelen 11 12 13 De,enzijn ter zake van een zelfbindingsmachtiging van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 34g artikel 34c Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden op de voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, nadere voorschriften gegeven met betrekking tot het verzoekschrift bedoeld inen de verklaring van de psychiater bedoeld in. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34n — Artikel 34n#
Artikel 34n 1 hoofdstuk III Ten aanzien van een patiënt die op grond van een zelfbindingsmachtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft isniet van toepassing. 2 artikel 34d Met betrekking tot de patiënt kan zonder diens toestemming uitsluitend de behandeling worden toegepast die is voorzien in de verklaring, bedoeld in. 3 artikel 34g, onder b artikelen 41 tot en met 41b De patiënt of de persoon of personen, bedoeld in, kunnen tegen het niet toepassen van die behandeling een schriftelijke klacht indienen bij het bestuur van het psychiatrisch ziekenhuis. Op de behandeling van de klacht zijn devan overeenkomstige toepassing. 4 Van de beëindiging van de behandeling geeft de geneesheer-directeur kennis aan de inspecteur. Deze stelt na beëindiging van de behandeling een onderzoek in of de behandeling is geschied overeenkomstig de zelfbindingsverklaring. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008 2005 617 13-12-2005 17-11-2005 28999 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34o — Artikel 34o#
Artikel 34o 1 artikelen 45 46 In afwijking van deengeeft de geneesheer-directeur aan een patiënt die op grond van een zelfbindingsmachtiging in het ziekenhuis verblijft verlof het psychiatrisch ziekenhuis te verlaten voorzover en voor zolang het verantwoord is hem buiten het ziekenhuis te laten verblijven. 2 artikel 48 In afwijking vanverleent de geneesheer-directeur aan een patiënt die op grond van een zelfbindingsmachtiging in het ziekenhuis verblijft ontslag zodra zich één van de volgende omstandigheden voordoet: a. de patiënt is tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake van een behandeling in staat; b. de geldigheidsduur van de zelfbindingsmachtiging is verstreken. 3 artikelen 47 49 Deenzijn niet van toepassing met betrekking tot een patiënt die op grond van een zelfbindingsmachtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 34p — Artikel 34p#
Artikel 34p 1 hoofdstuk II, § 1 § 3 Een persoon van 16 jaar of ouder die in staat is zijn wil met betrekking tot een behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting te bepalen, kan zich met een daartoe strekkende verklaring verbinden tot behandeling van de stoornis van zijn geestvermogens in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting, indien hij zal worden opgenomen ingevolgeof. 2 artikelen 34b tot en met 34e Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 49, derde of tiende lid artikel 49 Indien degene ten aanzien van wie door de officier van justitie een verzoek is gedaan tot het verlenen van een der machtigingen als bedoeld in dit hoofdstuk, dan wel tot het geven van een beslissing inzake ontslag als bedoeld in, nadeel heeft geleden doordat de rechter of de officier van justitie een der bepalingen, vervat in dit hoofdstuk of in, niet in acht heeft genomen, kent de rechter deze op verzoek van betrokkene een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding toe ten laste van de Staat. 2 artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Het verzoek tot schadevergoeding kan worden gedaan bij een zelfstandig verzoek bij een verweerschrift als bedoeld in, of bij een desbetreffend verzoekschrift ter gelegenheid van het verhoor van de betrokkene dan wel bij een afzonderlijk verzoekschrift, binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag waarop de betrokkene redelijkerwijs bekend kon zijn met de schending van het voorschrift waarop zijn verzoek betrekking heeft, of, indien in beroep in cassatie over die schending is geklaagd, binnen zes weken na de dagtekening van de beschikking van de Hoge Raad. 3 artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Indien het verzoek tot schadevergoeding wordt ingediend bij verzoekschrift ter gelegenheid van het verhoor van de betrokkene isvan overeenkomstige toepassing. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a Vervallen 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2005 95 03-03-2005 03-02-2005 29363 2005 492 18-10-2005 02-09-2005 01-01-2009
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 hoofdstuk II Het bestuur van een psychiatrisch ziekenhuis draagt zorg dat aan een patiënt op wietoepassing heeft gevonden, aan de echtgenoot, de wettelijke vertegenwoordiger alsmede aan de naaste (familie) betrekkingen van de patiënt, zo spoedig mogelijk na zijn opneming schriftelijk wordt medegedeeld welke arts of andere persoon in het ziekenhuis in het bijzonder verantwoordelijk zal zijn voor zijn behandeling. 2 hoofdstuk II §§ 2 4 Met betrekking tot een patiënt op wie,oftoepassing heeft gevonden terwijl hij reeds in het psychiatrisch ziekenhuis verbleef, wordt aan het eerste lid uitvoering gegeven zo spoedig mogelijk na het verlenen van de rechterlijke machtiging. 3 hoofdstuk II Bij opneming in het ziekenhuis of op een later tijdstip kunnen aan de patiënt op wietoepassing heeft gevonden, slechts de voorwerpen worden ontnomen die een gevaar kunnen opleveren voor zijn veiligheid of de goede gang van zaken in het ziekenhuis. De patiënt kan daartoe aan zijn kleding of aan het lichaam worden onderzocht. 4 Indien de patiënt voorwerpen als bedoeld in het vorige lid worden ontnomen, wordt hem een bewijs van ontvangst afgegeven, waarin die voorwerpen zijn omschreven. De voorwerpen worden voor de patiënt bewaard, voor zover dit niet in strijd is met enig wettelijk voorschrift. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 hoofdstuk II artikel 41, eerste lid Artikel 36, tweede lid Het bestuur van het ziekenhuis draagt ervoor zorg dat een patiënt op wietoepassing heeft gevonden, de echtgenoot, de wettelijke vertegenwoordiger alsmede de naaste (familie)betrekkingen van de patiënt zo spoedig mogelijk na zijn opneming in het bezit worden gesteld van een schriftelijk overzicht van de in het ziekenhuis geldende huisregels alsmede van de op grond van deze wet aan de patiënt toekomende rechten. In het overzicht, bedoeld in de vorige volzin, is opgenomen het adres waaronder het bestuur van het ziekenhuis bereikbaar is voor klachten als bedoeld in. Tevens wordt de patiënt schriftelijk medegedeeld dat zijn behandelingsgegevens worden opgenomen in een voor hem aan te leggen patiëntendossier., is van overeenkomstige toepassing. 2 hoofdstuk II, par. 3 Indien ten aanzien van een reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijvende patiënt, toepassing heeft gevonden, draagt het bestuur van het ziekenhuis ervoor zorg dat de betrokkene, de echtgenoot, de wettelijke vertegenwoordiger alsmede zijn naaste (familie)betrekkingen zo spoedig mogelijk na het geven van de last door de burgemeester onderscheidenlijk na zijn opneming in het bezit worden gesteld van een afschrift van de beschikking van de burgemeester. 3 De voor de behandeling verantwoordelijke persoon draagt zorg dat de patiënt een mondelinge toelichting terzake ontvangt. 4 Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot het in het eerste lid bepaalde. Daartoe behoren in elk geval eisen waaraan de in dat lid bedoelde huisregels en het in dat lid bedoelde patiëntendossier ten minste moeten voldoen. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a De geneesheer-directeur draagt er zorg voor dat voor een patiënt aantekening wordt gehouden van diens geestelijke en lichamelijke toestand, van de op hem toegepaste behandeling en de effecten ervan. De aantekening wordt gehouden op een zodanige manier en met zodanige regelmaat dat zij duidelijk inzicht geeft in het ziekteverloop. 2000 292 13-07-2000 22-06-2000 26527 2000 420 17-10-2000 02-10-2000 26527 01-12-2000
Artikel 37b — Artikel 37b#
Artikel 37b 1 Artikel 38 hoofdstuk II is van toepassing op patiënten op wietoepassing heeft gevonden, die zijn opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, zijnde een verpleeginrichting of zwakzinnigeninrichting. 2 artikelen 38a 38b 38c hoofdstuk II De,enzijn van toepassing op patiënten op wietoepassing heeft gevonden, die zijn opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een verpleeginrichting of zwakzinnigeninrichting. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 artikel 37b, eerste lid hoofdstuk II Artikel 36, tweede lid De geneesheer-directeur draagt zorg dat voor een patiënt als bedoeld in, zo spoedig mogelijk na de opneming van een patiënt op wietoepassing heeft gevonden, door de voor de behandeling verantwoordelijke persoon, na overleg met de patiënt, een behandelingsplan wordt opgesteld., is van overeenkomstige toepassing. 2 De voor de behandeling verantwoordelijke persoon pleegt voor het opstellen van het behandelingsplan overleg met de instelling of de psychiater die de patiënt voorafgaande aan zijn opneming behandelde of begeleidde, alsmede met de huisarts van de patiënt. Indien de behandelende persoon beslist dat de patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de voorgestelde behandeling, pleegt hij ter zake overleg met de wettelijke vertegenwoordiger van de patiënt of, indien deze ontbreekt, met de persoon die daartoe door de patiënt schriftelijk is gemachtigd. Ontbreekt ook zodanige persoon of treedt deze niet op, dan wordt overleg gepleegd met de echtgenoot van de patiënt, tenzij deze dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, met een ouder, kind, broer of zus van de patiënt, tenzij deze persoon dat niet wenst, een en ander voor zover dit overleg verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener. 3 Het behandelingsplan, bedoeld in het eerste lid, is erop gericht de stoornis zodanig te behandelen dat het gevaar op grond waarvan de patiënt, zonder van de bereidheid daartoe te hebben blijk gegeven, in het ziekenhuis moet verblijven, wordt weggenomen. Bij algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld, waaraan een behandelingsplan ten minste moet voldoen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts ten aanzien van daarbij aangegeven categorieën van behandelingsmiddelen of -maatregelen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop tot toepassing daarvan moet worden besloten. 4 Indien het in het overleg, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet mogelijk is overeenstemming te bereiken over het behandelingsplan, stelt de behandelende persoon de geneesheer-directeur hiervan in kennis. 5 Indien het overleg over het behandelingsplan niet tot overeenstemming heeft geleid kan met betrekking tot de patiënt geen behandeling worden toegepast. Evenmin kan een behandeling worden toegepast indien weliswaar het overleg over het behandelingsplan tot overeenstemming heeft geleid doch de patiënt of, in geval van toepassing van de tweede volzin van het tweede lid, de met het oog op overleg aangewezen persoon of personen zich daartegen verzetten met dien verstande dat, ook al is de desbetreffende toestemming van die persoon of die personen verkregen, de behandeling niet kan worden toegepast, indien de patiënt zich daartegen verzet. In afwijking van de beide voorgaande volzinnen kan niettemin het voorgestelde, onderscheidenlijk het overeengekomen behandelingsplan worden toegepast voor zover dit volstrekt noodzakelijk is om gevaar voor de patiënt of anderen, voortvloeiende uit de stoornis van de geestvermogens, af te wenden. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van behandelingsmiddelen of -maatregelen worden aangewezen, die niet mogen worden toegepast bij een behandeling als bedoeld in de derde volzin. 6 artikelen 41 41a De geneesheer-directeur geeft uiterlijk bij het begin van een behandeling met toepassing van de derde volzin van het vijfde lid, daarvan kennis aan de inspecteur. Hij vermeldt daarbij ten minste welke personen verantwoordelijk zijn voor de beslissing tot een zodanige behandeling over te gaan en de redenen die aan de beslissing ten grondslag lagen. Indien de behandeling wordt toegepast terwijl de patiënt zich daartegen verzet, vermeldt de geneesheer-directeur tevens of de patiënt in staat kan worden geacht, gebruik te maken van de regeling, vervat in deen. Hij geeft voorts zo spoedig mogelijk na het begin van een zodanige behandeling daarvan kennis aan de in het tweede lid, tweede volzin, bedoelde personen. Van de beëindiging van een zodanige behandeling geeft hij kennis aan de inspecteur. 7 De inspecteur stelt na beëindiging van elke behandeling met toepassing van het vijfde lid, derde volzin, een onderzoek in of de beslissing tot een zodanige behandeling over te gaan, zorgvuldig is genomen en of de uitvoering van de behandeling zorgvuldig is geschied. 2012 410 21-09-2012 13-09-2012 32337 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 38a — Artikel 38a#
Artikel 38a 1 artikel 37b, tweede lid Artikel 36, tweede lid De geneesheer-directeur draagt zorg dat voor een patiënt als bedoeld in, zo spoedig mogelijk na zijn opneming een behandelingsplan wordt opgesteld. Het behandelingsplan is gericht op het zodanig wegnemen van het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de betrokkene doet veroorzaken, dat betrokkene niet langer in het ziekenhuis behoeft te verblijven. Zo mogelijk geschiedt dit door het behandelen van de stoornis. Indien dit niet mogelijk is, geschiedt dit door het anderszins wegnemen van het gevaar., is van overeenkomstige toepassing. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld, waaraan een behandelingsplan moet voldoen. 3 Het behandelingsplan wordt door de voor de behandeling verantwoordelijke persoon na overleg met de patiënt opgesteld. 4 Indien de voor de behandeling verantwoordelijke persoon beslist dat de patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake van de voorgestelde behandeling, wordt het behandelingsplan in afwijking van het derde lid opgesteld in overleg met de wettelijke vertegenwoordiger van de patiënt of, indien deze ontbreekt, met de persoon die door de patiënt schriftelijk is gemachtigd. Ontbreekt ook zodanige persoon of treedt deze niet op, dan wordt het behandelingsplan opgesteld in overleg met de echtgenoot van de patiënt, tenzij deze dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon ontbreekt, met een ouder, kind, broer of zus van de patiënt, tenzij deze persoon dat niet wenst, een en ander voor zover dit overleg verenigbaar is met de zorg van een goed hulpverlener. 5 Voorafgaand aan het opstellen van het behandelingsplan pleegt de voor de behandeling verantwoordelijke persoon overleg met de instelling of de psychiater die de patiënt voorafgaande aan zijn opneming behandelde of begeleidde, alsmede met de huisarts van de patiënt. 2012 410 21-09-2012 13-09-2012 32337 2013 99 19-03-2013 08-03-2013 01-07-2013
Artikel 38b — Artikel 38b#
Artikel 38b Behandeling van de patiënt vindt slechts plaats: a. voor zover deze is voorzien in het behandelingsplan b. artikel 38a, derde of vierde lid indien het overleg over het behandelingsplan, bedoeld in, tot overeenstemming heeft geleid, en c. artikel 38a, vierde lid indien de patiënt of – indien van toepassing – de in, bedoelde persoon zich niet tegen behandeling verzet. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 38c — Artikel 38c#
Artikel 38c 1 artikel 38b, onderdelen b en c Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van, kan niettemin behandeling plaatsvinden: a. voor zover aannemelijk is dat zonder die behandeling het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens betrokkene doet veroorzaken niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen, of b. voor zover dit volstrekt noodzakelijk is om het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens betrokkene binnen de inrichting doet veroorzaken, af te wenden. 2 Behandeling overeenkomstig het eerste lid vindt plaats krachtens een schriftelijke beslissing van de behandelaar. Bij een behandeling overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, wordt daarin vermeld voor welke termijn zij geldt. De termijn is zo kort mogelijk maar niet langer dan drie maanden, gerekend vanaf de dag waarop de beslissing tot stand komt. De behandelaar doet een afschrift van de beslissing aan de geneesheer-directeur toekomen. 3 Indien binnen zes maanden na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, voortzetting van de behandeling of opnieuw een behandeling overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, nodig is, geschiedt dit slechts krachtens een schriftelijke beslissing van de geneesheer-directeur. De geneesheer-directeur geeft in zijn beslissing aan waarom van een behandeling alsnog het beoogde effect wordt verwacht. Op zodanige beslissingen is het tweede lid, tweede volzin van toepassing. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van behandelingsmiddelen of -maatregelen worden aangewezen die niet mogen worden toegepast bij een behandeling overeenkomstig het eerste lid. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts ten aanzien van daarbij aangegeven categorieën van behandelingsmiddelen of -maatregelen regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop tot toepassing daarvan moet worden besloten. 5 artikelen 41 41a De geneesheer-directeur geeft, uiterlijk bij het begin van een behandeling overeenkomstig het eerste of het derde lid, daarvan kennis aan de inspecteur. Hij vermeldt daarbij in ieder geval door welke persoon de beslissing daartoe is genomen en zendt een afschrift mee van de beslissing bedoeld in het tweede of derde lid. Indien de behandeling plaatsvindt in een situatie waarin het de patiënt is die zich verzet, vermeldt de geneesheer-directeur tevens of deze in staat kan worden geacht gebruik te maken van de regeling, vervat in deen. Van de beëindiging van een behandeling overeenkomstig het eerste of het derde lid, geeft hij kennis aan de inspecteur. 6 artikel 38a, vierde lid De geneesheer-directeur geeft van een behandeling overeenkomstig het eerste lid, onderscheidenlijk van de voortzetting van de behandeling overeenkomstig het derde lid, voorts – indien van toepassing – zo spoedig mogelijk kennis aan de in, bedoelde persoon. 7 De inspecteur stelt na beëindiging van elke behandeling overeenkomstig dit artikel, doch in ieder geval na afloop van de termijn bedoeld in het tweede lid, een onderzoek in of de beslissing daartoe zorgvuldig is genomen en of de uitvoering van de behandeling zorgvuldig is geschied. 2010 269 13-07-2010 04-06-2010 32364 2010 269 13-07-2010 04-06-2010 32364 14-07-2010
Artikel 38d — Artikel 38d#
Artikel 38d 1 artikel 34p Ten aanzien van een patiënt die zich met een verklaring als bedoeld inheeft verbonden wordt voor in de verklaring voorziene duur in het behandelingsplan de in de verklaring voorziene behandeling opgenomen. 2 artikel 38c, eerste lid, onder b artikel 34p Onverminderd, kan met betrekking tot een patiënt die zich met een verklaring als bedoeld inheeft verbonden, de in de verklaring voorziene behandeling worden toegepast, ook indien de patiënt zich daartegen verzet. 3 Artikel 34n, vierde lid , is van toepassing. 2010 269 13-07-2010 04-06-2010 32364 2010 269 13-07-2010 04-06-2010 32364 14-07-2010
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 hoofdstuk II artikel 38 38b 38c Met betrekking tot een patiënt op wietoepassing heeft gevonden, kunnen, anders dan ter uitvoering van een behandelingsplan met inachtneming van,of, geen middelen of maatregelen worden toegepast dan ter overbrugging van tijdelijke noodsituaties welke door de patiënt in het ziekenhuis als gevolg van de stoornis van de geestvermogens worden veroorzaakt. 2 De middelen en maatregelen die kunnen worden toegepast in gevallen als bedoeld in het eerste lid, worden bij algemene maatregel van bestuur aangewezen. Daarbij worden termijnen aangegeven, gedurende welke ten hoogste de onderscheidene middelen en maatregelen met betrekking tot een bepaalde patiënt mogen worden toegepast. 3 De geneesheer-directeur geeft zo spoedig mogelijk na het begin van de toepassing van een middel of maatregel als bedoeld in de vorige leden daarvan kennis aan de echtgenoot, de wettelijke vertegenwoordiger of, ingeval deze ontbreken, de naaste (familie)betrekkingen, en in ieder geval aan de inspecteur. Van de beëindiging van een middel of maatregel geeft hij zo spoedig mogelijk kennis aan de inspecteur. De kennisgeving geschiedt op een daartoe door Onze Minister voorgeschreven formulier. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 39a — Artikel 39a#
Artikel 39a artikelen 38, zesde lid 38c, vijfde lid 39, derde lid De kennisgeving van de geneesheer-directeur aan de inspecteur bedoeld in de,, en, geschiedt op een daartoe door Onze Minister voorgeschreven formulier. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 hoofdstuk II De poststukken, gericht aan of afkomstig van een patiënt op wietoepassing heeft gevonden, kunnen in aanwezigheid van de patiënt worden onderworpen aan een controle op meegezonden voorwerpen. 2 Tenzij de bezoeker een advocaat is die als raadsman van de patiënt optreedt, dan wel een justitiële autoriteit of de inspecteur, kunnen beperkingen in het recht op het ontvangen van bezoek overeenkomstig de daarvoor geldende huisregels worden opgelegd, doch slechts: a. indien van het bezoek ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van de patiënt, voor zover dit telkenmale uit een uitdrukkelijke verklaring van de voor zijn behandeling verantwoordelijke persoon blijkt, dan wel b. indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals die in de huisregels is beschreven, of ter voorkoming van strafbare feiten noodzakelijk is. 3 artikel 39, tweede lid Beperkingen in het recht op bewegingsvrijheid in en rond het ziekenhuis overeenkomstig de daarvoor geldende huisregels kunnen, anders dan als middel of maatregel, aangegeven bij algemene maatregel van bestuur krachtens, worden opgelegd: a. indien naar het oordeel van de voor de behandeling verantwoordelijke persoon van de uitoefening van het recht op de bewegingsvrijheid ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van de patiënt, dan wel b. indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals die in de huisregels is beschreven, of ter voorkoming van strafbare feiten noodzakelijk is. 4 Beperkingen in het recht op vrij telefoonverkeer overeenkomstig de daarvoor geldende huisregels kunnen, tenzij het betreft verkeer met een advocaat die als raadsman van de patiënt optreedt, dan wel een justitiële autoriteit of de inspecteur, worden opgelegd: a. indien naar het oordeel van de voor de behandeling verantwoordelijke persoon van de uitoefening van het recht op vrij telefoonverkeer ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van de patiënt, dan wel b. indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals die in de huisregels is beschreven, of ter voorkoming van strafbare feiten noodzakelijk is. 5 Van de oplegging van beperkingen overeenkomstig het tweede, derde of vierde lid wordt onverwijld mededeling gedaan aan de geneesheer-directeur. 6 artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 38, tweede lid 38a, vierde lid Ten aanzien van beslissingen als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid kan toepassing vanachterwege worden gelaten indien de patiënt op grond van de stoornis van zijn geestvermogens niet in staat is zijn wil te bepalen met betrekking tot de voorgenomen beslissing. In dat geval wordt zo mogelijk de in, of, bedoelde persoon gehoord. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 40a — Artikel 40a#
Artikel 40a artikel 41, eerste lid artikelen 41 tot en met 41b De patiënt ten aanzien van wie een beslissing wordt genomen waartegen op grond van, een klacht kan worden ingediend, wordt door de zorg van de geneesheer-directeur schriftelijk geïnformeerd over de gronden waarop de beslissing berust, over de mogelijkheid de patiëntenvertrouwenspersoon in te schakelen en over de mogelijkheid gebruik te maken van de. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 4, eerste lid artikel 38, tweede lid, tweede volzin, en vijfde lid, derde volzin artikel 38a, vierde lid artikel 38c, tweede en derde lid artikelen 39 40 De patiënt, elke andere in het ziekenhuis verblijvende patiënt en ieder der in, bedoelde personen kan tegen een beslissing als bedoeld in,,en deen, alsmede tegen een beslissing over niet-toepassing van het overeengekomen behandelingsplan een schriftelijke klacht indienen bij het bestuur van het psychiatrisch ziekenhuis. 2 Het bestuur van een ziekenhuis belast een commissie met de behandeling van en de beslissing op klachten als bedoeld in het eerste lid. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de samenstelling van de commissies en met betrekking tot de wijze waarop klachten worden behandeld. 3 Het adres waar een klacht moet worden ingediend, wordt door de zorg van de geneesheer-directeur door bevestiging van een schriftelijke mededeling dienaangaande op de daarvoor in aanmerking komende plaatsen in het ziekenhuis bekendgemaakt. 4 De commissie kan de beslissing waartegen de klacht is gericht, schorsen. 5 Een klacht kan buiten behandeling worden gelaten, indien een gelijke klacht nog in behandeling is. 6 De commissie geeft binnen twee weken na ontvangst van de klacht of, indien het betreft een klacht tegen een beslissing die ten tijde van de indiening geen gevolg meer heeft of waaraan in de tijd dat de klacht bij de commissie aanhangig is het gevolg is komen te vervallen, binnen vier weken na ontvangst van de klacht, van zijn met redenen omklede beslissing op de klacht of van het niet in behandeling nemen daarvan op grond van het bepaalde in het vijfde lid, kennis aan de klager, de betrokken patiënt, de behandelende persoon, de geneesheer-directeur, het bestuur en de inspecteur. 7 De beslissing van de commissie strekt tot: a. onbevoegdverklaring van de commissie, b. niet-ontvankelijkverklaring van de klacht, c. ongegrondverklaring van de klacht, of d. gegrondverklaring van de klacht. 8 Indien de commissie de klacht gegrond verklaart, vernietigt zij de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk. Gehele of gedeeltelijke vernietiging brengt vernietiging van de rechtsgevolgen van de beslissing of het vernietigde gedeelte van de beslissing mee. 9 Indien de commissie de klacht gegrond verklaart, kan zij de voor de behandeling verantwoordelijke persoon opdragen een nieuwe beslissing te nemen of een andere handeling te verrichten met inachtneming van haar beslissing. 10 De commissie kan de voor de behandeling verantwoordelijke persoon een termijn stellen voor het nemen van een nieuwe beslissing of het verrichten van een andere handeling. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 41a — Artikel 41a#
Artikel 41a 1 Artikel 7, tweede lid Indien de commissie niet tijdig een beslissing heeft genomen of indien de beslissing van de commissie niet inhoudt dat de klacht gegrond is, kan de klager de inspecteur schriftelijk vragen om een verzoekschrift bij de rechter in te dienen ter verkrijging van de beslissing over de klacht. Bevoegd is de rechtbank van het arrondissement waarin het betrokken psychiatrisch ziekenhuis is gelegen., is van overeenkomstige toepassing. De termijn voor het indienen van een verzoek bedraagt zes weken, ingaande op de dag na die waarop de commissie uiterlijk had moeten beslissen dan wel ingaande op de dag waarop de beslissing van de commissie aan de klager bekend is gemaakt. De klager voegt bij het verzoek een afschrift van de klacht en een afschrift van de beslissing op de klacht. 2 De inspecteur behoeft geen gevolg te geven aan het verzoek, indien hij de klacht kennelijk niet ontvankelijk acht. Van een niet-ontvankelijk-verklaring doet hij binnen twee weken na de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, mededeling aan de klager, de patiënt, indien hij niet de klager is, de raadsman van de klager, de voor de behandeling verantwoordelijke persoon, de geneesheer-directeur, het bestuur en de commissie. In andere gevallen dient hij binnen twee weken na de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, een verzoekschrift bij de rechter in, waarin de beslissing over de klacht wordt gevraagd. 3 Indien de klager niet de patiënt is, hoort de inspecteur de patiënt om vast te stellen of deze bedenkingen heeft tegen de indiening van een verzoekschrift ter verkrijging van de beslissing van de rechter over de klacht. De inspecteur kan slechts om gewichtige redenen besluiten om aan het verzoek gevolg te geven indien de patiënt hiertegen bedenkingen heeft. 4 De inspecteur geeft in zijn verzoekschrift met redenen omkleed blijk van zijn zienswijze. Hij voegt bij zijn verzoekschrift een afschrift van de klacht en een afschrift van de beslissing op de klacht. 5 Indien de klager de patiënt is, kan hij, onverminderd de eerste volzin van het eerste lid, in de gevallen bedoeld in die volzin, zelf een verzoekschrift bij de rechter indienen ter verkrijging van de beslissing over de klacht. Het eerste lid, tweede tot en met vijfde volzin, is van overeenkomstige toepassing. 6 Artikel 8, met uitzondering van het derde lid artikel 8, vierde lid , is met betrekking tot de behandeling van een verzoekschrift van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de rechter in elk geval hoort de klager, de patiënt, indien deze niet de klager is en deze bereid is zich te doen horen, en de voor de behandeling verantwoordelijke persoon. De overige personen, bedoeld in, worden slechts zo nodig gehoord. Indien niet blijkt dat de klager reeds een raadsman heeft, kan uitsluitend de rechter aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last geven tot toevoeging van een raadsman. 7 De rechter kan de beslissing waartegen de klacht is gericht, schorsen. 8 Indien de rechter de klacht kennelijk ongegrond acht, kan hij zonder behandeling ter terechtzitting onmiddellijk op het verzoekschrift beschikken. 9 De rechter beslist binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift. Tegen de beslissing van de rechter staat geen hoger beroep open. 10 De beslissing strekt tot: a. onbevoegdverklaring van de rechtbank, b. niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek of de klacht, c. ongegrondverklaring van de klacht, of d. gegrondverklaring van de klacht. 11 Indien de rechtbank de klacht gegrond verklaart, vernietigt zij de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk. Gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing brengt vernietiging van de rechtsgevolgen van de beslissing of het vernietigde gedeelte van de beslissing mee. 12 Indien de rechtbank het beroep gegrond verklaart, kan zij de voor de behandeling verantwoordelijke persoon opdragen een nieuwe beslissing te nemen of een andere handeling te verrichten met inachtneming van haar uitspraak. 13 De rechtbank kan de voor de behandeling verantwoordelijke persoon een termijn stellen voor het nemen van een nieuwe beslissing of het verrichten van een andere handeling. 14 artikelen 611a tot en met 611i van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering De rechtbank kan bepalen dat, indien of zolang de voor de behandeling verantwoordelijke persoon niet voldoet aan de beslissing van de rechter, de rechtspersoon die het psychiatrisch ziekenhuis in stand houdt, aan de patiënt op wie de klacht betrekking heeft een in de beslissing vast te stellen dwangsom verbeurt. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 15 De griffier zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de beslissing aan de klager, de patiënt, indien hij niet de klager is, de raadsman van de klager, de voor de behandeling verantwoordelijke persoon, de geneesheer-directeur, het bestuur, de commissie en de inspecteur. 2010 2 12-01-2010 17-12-2009 31835 2010 234 24-06-2010 14-06-2010 01-07-2010
Artikel 41b — Artikel 41b#
Artikel 41b 1 artikel 41a, eerste lid, onderscheidenlijk vijfde lid Indien de klager de patiënt is, kan de inspecteur of de klager bij een verzoekschrift als bedoeld in, verzoeken de klager een schadevergoeding toe te kennen ten laste van de rechtspersoon die het betrokken psychiatrisch ziekenhuis in stand houdt, op de grond dat de beslissing waartegen de klacht is gericht, onrechtmatig is. De rechter kan op dit verzoek afzonderlijk beslissen. 2 artikel 41a, negende lid Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid is, niet van toepassing. 2005 617 13-12-2005 17-11-2005 28999 2006 47 07-02-2006 03-01-2006 01-03-2006
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 artikelen 41 41a Artikel 41a, eerste lid, tweede en derde volzin Artikel 41a, vierde lid, eerste volzin, zesde lid, eerste en tweede volzin, negende tot en met vijftiende lid De inspecteur, bevindend dat een patiënt die zich tegen de toepassing van een behandeling verzet, niet in staat kan worden geacht gebruik te maken van de regeling, vervat in deen, kan een verzoekschrift indienen ter verkrijging van de beslissing van de rechter over de beslissing ter zake van de noodzaak de behandeling waartegen de patiënt zich verzet, toe te passen., is van overeenkomstige toepassing. De inspecteur dient zo spoedig mogelijk een verzoekschrift bij de rechter in., is van overeenkomstige toepassing. 2005 617 13-12-2005 17-11-2005 28999 2006 47 07-02-2006 03-01-2006 01-03-2006 Artikel VIII, lid 2 van Stb. 2005/617 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 hoofdstuk II De patiënt op wietoepassing heeft gevonden, kan, onverminderd zijn recht om zelf een overplaatsing te bewerkstelligen, aan de geneesheer-directeur mondeling of schriftelijk overplaatsing verzoeken naar een al dan niet door hem met name genoemd ander ziekenhuis. 2 Indien de geneesheer-directeur van oordeel is dat het in het belang van de patiënt is aan het verzoek gevolg te geven, neemt hij terzake de nodige stappen. 3 Indien de geneesheer-directeur meent aan het verzoek niet te kunnen voldoen, stelt hij schriftelijk de patiënt daarvan in kennis, onder mededeling van de redenen waarom hij meent aan het verzoek geen gevolg te kunnen geven. Hij zendt een afschrift van zijn beslissing aan de inspecteur. 4 De inspecteur hoort zo nodig de patiënt. Indien de inspecteur overplaatsing gewenst voorkomt, treft hij de nodige maatregelen om opneming in een ander ziekenhuis te bewerkstelligen. De geneesheer-directeur draagt op aanwijzing van de inspecteur zorg voor overbrenging van de patiënt naar het andere ziekenhuis. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 hoofdstuk II Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aanvullende regels worden gegeven ter waarborging van de rechten van de personen op wietoepassing heeft gevonden. 2 artikel 37, vierde lid 38, derde lid, tweede volzin 38a, tweede lid 38c, vierde lid 39, tweede lid 41, tweede lid Een algemene maatregel van bestuur op grond van het eerste lid of op grond van,,,,, of, wordt vastgesteld op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 hoofdstuk II artikel 4, eerste lid Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van een met toepassing vanin een psychiatrisch ziekenhuis niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting, opgenomen patiënt zover is verminderd dat het verantwoord is hem tijdelijk in de maatschappij te doen terugkeren, geeft de geneesheer-directeur hem, voor zover dit in het belang van de patiënt gewenst is, verlof het psychiatrisch ziekenhuis niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting, voor een daarbij aan te geven periode te verlaten. Zo mogelijk en nodig wordt tevoren overleg gepleegd met de in, bedoelde personen, met degene door wie de patiënt voorafgaande aan zijn opneming in een ziekenhuis werd verzorgd, alsmede met de instelling of psychiater, die betrokkene voorafgaande aan zijn opneming behandelde of begeleidde, en de huisarts van betrokkene. 2 Verlof voor een aaneengesloten periode van meer dan 60 uren kan per kalenderjaar ten hoogste twee maal worden gegeven en wel telkens voor ten hoogste twee weken. Indien overwogen wordt het verlof langer dan 60 uren te doen duren, wordt overleg gepleegd met de inspecteur. 3 Aan het verlof kunnen voorwaarden betreffende de behandeling of het gedrag van de patiënt, voorzover dit gedrag het gevaar voortvloeiend uit de stoornis van de geestvermogens, beïnvloedt, worden verbonden. De voorwaarden mogen de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging dan wel de staatkundige vrijheid niet beperken. De geneesheer-directeur verleent slechts verlof indien de patiënt zich bereid heeft verklaard tot naleving van de voorwaarden of redelijkerwijs is aan te nemen dat betrokkene de voorwaarden zal naleven. 4 Tot de voorwaarden, bedoeld in het derde lid, kan de opdracht behoren dat de betrokkene zich stelt onder toezicht van een daarbij aangewezen instelling of natuurlijke persoon, die hem bij de naleving van de andere voorwaarden hulp en steun verleent. 5 Onze Minister stelt een lijst samen van instellingen die aangewezen kunnen worden voor het uitoefenen van toezicht, als in het vierde lid bedoeld. 6 De geneesheer-directeur verschaft aan de patiënt bij het verlenen van verlof een schriftelijke verklaring, inhoudende dat aan hem verlof is verleend. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 artikel 45 De geneesheer-directeur trekt het inbedoelde verlof in, wanneer de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van betrokkene dit noodzakelijk maakt en wanneer het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. Het verlof kan door de geneesheer-directeur worden ingetrokken wanneer de patiënt de gestelde voorwaarden niet nakomt of op verzoek van de patiënt. De geneesheer-directeur stelt zich op de hoogte van de actuele geestelijke gezondheidstoestand van de patiënt. De geneesheer-directeur stelt de patiënt uiterlijk vier dagen na de intrekking van het verlof schriftelijk in kennis van zijn beslissing, onder mededeling van de redenen die tot de intrekking hebben geleid. 2 artikel 4, eerste lid artikel 14e, derde en vierde lid Met betrekking tot het besluit van de geneesheer-directeur tot intrekking van het verlof staat voor betrokkene en voor ieder der in, bedoelde personen de mogelijkheid open de officier van justitie te verzoeken de beslissing van de rechter te verzoeken overeenkomstig. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 46a — Artikel 46a#
Artikel 46a De geneesheer-directeur geeft een met toepassing van hoofdstuk II in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting opgenomen patiënt verlof voor zover en voor zolang het verantwoord is hem buiten de inrichting te laten verblijven. 2000 292 13-07-2000 22-06-2000 26527 2000 420 17-10-2000 02-10-2000 26527 01-12-2000
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 hoofdstuk II Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van een met toepassing vanin een psychiatrisch ziekenhuis verblijvende patiënt zover is verminderd dat het verlenen van ontslag uit het psychiatrisch ziekenhuis onder daaraan te verbinden voorwaarden verantwoord is, verleent de geneesheer-directeur hem, voor zover dit in het belang van de patiënt gewenst is, voorwaardelijk ontslag. 2 Artikel 45, eerste lid, laatste volzin, derde lid, en vierde, vijfde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. De geneesheer-directeur stelt tevoren de echtgenoot, de wettelijke vertegenwoordiger alsmede de naaste (familie) betrekkingen van de patiënt op de hoogte van het voorgenomen voorwaardelijk ontslag. 3 artikel 46 Met betrekking tot intrekking van het voorwaardelijk ontslag isvan overeenkomstige toepassing. 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2003 467 20-11-2003 04-11-2003 01-01-2004
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 hoofdstuk II Tenzij voortzetting van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis als vrijwillig patiënt gewenst is en betrokkene blijk geeft van de nodige bereidheid daartoe, verleent de geneesheer-directeur een patiënt op wietoepassing heeft gevonden, ontslag uit het ziekenhuis zodra zich één van de volgende omstandigheden voordoet: a. de betrokkene niet of niet langer in zijn geestvermogens gestoord of gevaarlijk is dan wel het gevaar door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend; b. hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 4 de geldigheidsduur van een der in, bedoelde rechterlijke machtigingen is verstreken, tenzij voor het einde van de termijn een verzoek is gedaan tot het verlenen van een aansluitende rechterlijke machtiging; in dat geval verleent de geneesheer-directeur ontslag 1°. zodra op het verzoek is beschikt en de beschikking niet strekt tot voortgezet verblijf; 2°. zodra de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken; c. door de officier geen verzoek wordt gedaan of door de rechter afwijzend wordt beschikt ter zake van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van een met toepassing van artikel 20 in het ziekenhuis verblijvend persoon dan wel - indien binnen de daarvoor gestelde termijn geen beschikking is gegeven - zodra de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken; of d. artikel 49 door de rechter ontslag na toepassing vanwordt bevolen. 2 b c In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder, ten tweede, en onder, verleent de geneesheer-directeur hangende het onderzoek van de rechter geen ontslag, indien de rechter de beschikking niet binnen de gestelde termijn heeft gegeven ten gevolge van het horen van een deskundige op verzoek van de betrokken patiënt. 3 Artikel 45, eerste lid, laatste volzin, tweede lid, laatste volzin en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. De geneesheer-directeur stelt tevoren de echtgenoot, de wettelijke vertegenwoordiger alsmede de naaste (familie)betrekkingen van de patiënt op de hoogte van het voorgenomen ontslag. 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2003 467 20-11-2003 04-11-2003 01-01-2004
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 hoofdstuk II, §§ 1 tot en met 4 artikel 4, eerste lid Een met toepassing van, in een psychiatrisch ziekenhuis verblijvende patiënt, ieder der in, bedoelde personen alsmede de inspecteur en de officier van justitie, in wiens ambtsgebied het psychiatrisch ziekenhuis is gelegen, kan aan de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis het voorwaardelijk ontslag of het ontslag van de patiënt uit het ziekenhuis verzoeken. 2 artikel 47 artikel 48 De geneesheer-directeur beslist op het verzoek met inachtneming van, onderscheidenlijk. De beslissing wordt aan de inspecteur medegedeeld. Voor de toepassing van het derde en het tiende lid wordt met een afwijzende beslissing van de geneesheer-directeur gelijk gesteld het niet beslissen binnen twee weken na ontvangst van het verzoek. 3 In geval van een afwijzende beslissing kan degene die de beslissing heeft verkregen, zo deze niet is de officier van justitie, de officier van justitie verzoeken de beslissing van de rechter te verzoeken. Het verzoek aan de officier van justitie wordt schriftelijk gedaan; bij het verzoek wordt gevoegd afschrift van het oorspronkelijk verzoek alsmede van de beslissing van de geneesheer-directeur. 4 De inspecteur geeft desgevraagd of eigener beweging aan de officier van justitie schriftelijk zijn oordeel over het ontslagverzoek. 5 Onverminderd het bepaalde in het zesde lid verzoekt de officier van justitie na ontvangst van het in het derde lid bedoelde verzoek met de bijbehorende stukken zo spoedig mogelijk de beslissing van de rechter. Aan de verzoeker wordt schriftelijk medegedeeld of het in de eerste volzin bedoelde verzoek door de officier van justitie is ingesteld. 6 De officier van justitie behoeft geen gevolg te geven aan het in het derde lid bedoelde verzoek indien hij de verzoeker kennelijk niet ontvankelijk acht dan wel indien tijdens de vier maanden, voorafgaande aan het verzoek, reeds een verzoek door hem is ingediend bij de rechter en uit het nieuwe verzoek aan de officier van justitie niet blijkt van nieuwe feiten. 7 Indien het verzoek aan de officier van justitie, bedoeld in het derde lid, afkomstig is van een ander dan de betrokken patiënt, hoort de officier van justitie de patiënt. Indien de patiënt bezwaar heeft tegen het uitlokken van een rechterlijke uitspraak over zijn ontslag uit het ziekenhuis, behoeft de officier van justitie evenmin gevolg te geven aan het verzoek. 8 Een door de officier van justitie ingesteld verzoek om de beslissing van de rechter als bedoeld in het derde lid vervalt wanneer met betrekking tot dezelfde patiënt door de officier van justitie een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf wordt gedaan. 9 Artikel 8 Artikel 9, eerste lid, tweede volzin, en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het verzoek, indien dit afkomstig is van de patiënt, wordt behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank., is van overeenkomstige toepassing. De griffier zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de beschikking aan de verzoeker, de patiënt, zo deze niet is de verzoeker, de geneesheer-directeur en aan de inspecteur. 10 artikel 45, eerste lid, tweede volzin, derde, vierde en vijfde lid Indien een beschikking tot ontslag onder voorwaarden wordt genomen, is, van overeenkomstige toepassing. 11 In geval van een afwijzende beslissing op een door de officier van justitie gedaan verzoek als bedoeld in het eerste lid, kan de officier van justitie bij de rechter een verzoek doen tot het bevelen van ontslag onder voorwaarden dan wel ontslag. Het negende en tiende lid zijn van overeenkomstige toepassing. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kunnen nadere regels worden gegeven met betrekking tot het in dit hoofdstuk bepaalde. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikelen 10, tweede lid 15 tot en met 18 36 tot en met 50 56 tot en met 58 artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht De,,enzijn, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot personen die op grond van een uitspraak van de strafrechter als bedoeld inin een psychiatrisch ziekenhuis verblijven. 2 artikelen 47 48 49 artikel 45 artikel 15, vijfde lid, van de Penitentiaire beginselenwet Met betrekking tot degenen die op grond van deze wet in een psychiatrisch ziekenhuis verblijven, zijn, indien zij tevens ter beschikking zijn gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, de,enniet van toepassing en wordtmet dien verstande toegepast dat verlof door de geneesheer-directeur slechts wordt verleend in overeenstemming met Onze Minister van Justitie. Met het oog op de tenuitvoerlegging van het bevel tot verpleging van overheidswege kan de geneesheer-directeur het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis, bedoeld in dit lid en het eerste lid, na overleg met Onze Minister van Justitie, beëindigen. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op degenen die op grond van deze wet en tevens met toepassing vanin een psychiatrisch ziekenhuis verblijven. 3 artikelen 36 tot en met 41b 44, 56 57 58 artikel 90, quinquies, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht De,,enzijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot personen die ter beschikking zijn gesteld, personen aan wie de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd, personen aan wie de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is opgelegd en personen tegen wie voorlopige hechtenis en overbrenging ter observatie is bevolen, indien de tenuitvoerlegging van die maatregel of dat bevel plaatsvindt in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in. 4 Artikel 10, tweede lid artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht , is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot personen aan wie op grond van een uitspraak van de rechter als bedoeld inde voorwaarde is gesteld tot opneming in een psychiatrisch ziekenhuis. 2014 540 22-12-2014 26-11-2014 33771 2014 541 22-12-2014 15-12-2014 01-01-2015
Artikel 51a — Artikel 51a#
Artikel 51a 1 artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden Wetboek van Strafvordering Wetboek van Strafrecht Penitentiaire beginselenwet Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen Bij de eerste opname in een psychiatrisch ziekenhuis, bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld inen voor zover dit anderszins noodzakelijk is voor de vaststelling van de identiteit, wordt de identiteit vastgesteld van een persoon die krachtens een beslissing op grond van het, het, de, deof dein een psychiatrisch ziekenhuis is geplaatst. 2 Wetboek van Strafvordering Vreemdelingenwet 2000 artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht Artikel 29a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering Het vaststellen van de identiteit van de persoon, bedoeld in het eerste lid, omvat bij de eerste opname in het psychiatrisch ziekenhuis het vragen naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats buiten het psychiatrisch ziekenhuis. In de gevallen waarin van betrokkene vingerafdrukken zijn genomen en verwerkt overeenkomstig hetof de, omvat het vaststellen van zijn identiteit tevens het nemen van zijn vingerafdrukken en het vergelijken van die vingerafdrukken met de van hem verwerkte vingerafdrukken. In de andere gevallen omvat het vaststellen van zijn identiteit een onderzoek van het identiteitsbewijs, bedoeld in.is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden Wetboek van Strafvordering Bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld inworden van de persoon, bedoeld in het eerste lid, een of meer vingerafdrukken overeenkomstig hetgenomen en verwerkt en is het tweede lid, tweede en derde volzin, van overeenkomstige toepassing. In een ander geval waarin het noodzakelijk is de identiteit van de persoon, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen, is het tweede lid, tweede en derde volzin, van overeenkomstige toepassing, 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de persoonsgegevens, bedoeld in het tweede en derde lid. 2013 316 26-07-2013 10-07-2013 33555 2013 494 09-12-2013 28-11-2013 06-01-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet basisregistratie
personen in werking treedt.
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Voor de uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde, voor zover van toepassing op personen ten aanzien van wie krachtens enige wettelijke bepaling Onze Minister van Justitie medeverantwoordelijkheid draagt, handelt Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 hoofdstuk II Door een psychiatrisch ziekenhuis worden personen door wie of ten aanzien van wie in de zin vangeen blijk wordt gegeven van de nodige bereidheid tot opneming of verblijf, slechts opgenomen tegen overlegging van één der in het tweede lid bedoelde bescheiden, dat op die personen betrekking heeft. 2 De in het eerste lid bedoelde bescheiden zijn: a. hoofdstuk II, §§ 1 4 4a een afschrift van een rechterlijke beschikking, houdende een machtiging als bedoeld in,of; b. hoofdstuk II, § 3 een afschrift van een beschikking van de burgemeester of de rechter als bedoeld in; c. een afschrift van een beslissing van de geneesheer-directeur en een afschrift van de rechterlijke beschikking, houdende een voorwaardelijke machtiging; d. artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht een uittreksel uit een uitspraak van de strafrechter als bedoeld in, voor zover die uitspraak betrekking heeft op de opneming; e. artikel 37b artikel 38c van het Wetboek van Strafrecht een uittreksel uit een rechterlijke uitspraak, waarbij met toepassing vanofbevel wordt gegeven tot verpleging van overheidswege van een ter beschikking gestelde, voor zover die beslissing betrekking heeft op de terbeschikkingstelling en dit bevel; f. artikel 13 van het Wetboek van Strafrecht een afschrift van een last tot plaatsing in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in; g. een afschrift van een tot opneming strekkende beschikking op grond van het bij en krachtens de Penitentiaire beginselenwet bepaalde; h. h artikel 77van het Wetboek van Strafrecht een uittreksel uit een rechtelijke uitspraak, waarbij met toepassing vanplaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt bevolen, voor zover die uitspraak betrekking heeft op deze maatregel; i. een afschrift van een tot opneming voor onderzoek of observatie strekkende beschikking op grond van enige daartoe de mogelijkheid openende wettelijke bepaling. 3 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ten aanzien van een persoon door wie niet blijk wordt gegeven van de nodige bereidheid, is bij opneming en verblijf van een persoon in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting overlegging van de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, vereist, indien door die persoon blijk wordt gegeven van verzet tegen opneming en verblijf. 2002 431 20-08-2002 13-07-2002 27289 2005 95 03-03-2005 03-02-2005 29363 2005 492 18-10-2005 02-09-2005 01-01-2009
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 artikel 53, tweede lid hoofdstuk II hoofdstuk II artikel 3 Indien door of ten aanzien van een in een ziekenhuis, al dan niet zijnde een psychiatrisch ziekenhuis, op grond van één der in, bedoelde beslissingen opgenomen persoon na verloop van de geldigheidsduur daarvan in de zin vangeen blijk wordt gegeven van de bereidheid tot voortzetting van het verblijf, dan wel indien door of ten aanzien van een niet op grond van één der bedoelde beslissingen opgenomen persoon in de zin vanblijk wordt gegeven van de wil tot beëindiging van het verblijf, wordt het verblijf door het ziekenhuis slechts voortgezet tegen overlegging van één der in het tweede lid bedoelde bescheiden, dat op die persoon betrekking heeft. In afwijking van het bepaalde in de voorgaande volzin betreffende het blijk geven van de bereidheid door de opgenomen persoon, dient in het geval dat een machtiging is verleend op grond van, na verloop van de geldigheidsduur van die machtiging aan de in de eerste volzin gestelde voorwaarde te worden voldaan, indien door de opgenomen persoon blijk wordt gegeven aan verzet tegen voortzetting van het verblijf. 2 De in het eerste lid bedoelde bescheiden zijn: a. hoofdstuk II, paragrafen 1 2 3 4 een afschrift van een rechterlijke beschikking, houdende een machtiging als bedoeld in,,of; b. artikel 16, derde lid artikel 6, derde lid een mededeling van de officier van justitie ingevolge, juncto, dat door hem een verzoek is gedaan tot het verkrijgen van een machtiging tot voortgezet verblijf; c. d artikel 38van het Wetboek van Strafrecht een afschrift van een beschikking van de strafrechter tot verlenging van de terbeschikkingstelling op grond van; d. een afschrift van een tot verlenging van het verblijf strekkende beslissing op grond van enige daartoe de mogelijkheid opende wettelijke bepaling. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikelen 53 54 Bij overplaatsing naar een ander ziekenhuis, al dan niet zijnde een psychiatrisch ziekenhuis, geschiedt de opneming daarin onder overlegging van een afschrift van een beslissing als bedoeld in deen, op dat tijdstip van kracht voor de betrokken patiënt. 2 De geneesheer-directeur van het ziekenhuis, al dan niet zijnde een psychiatrisch ziekenhuis, waarin de patiënt na overplaatsing is opgenomen, geeft van de overplaatsing zo spoedig mogelijk kennis aan de griffier van de rechtbank of het gerechtshof dan wel aan de burgemeester die de in het eerste lid bedoelde beslissing heeft genomen. 3 artikelen 9, tweede lid, onder e 12, eerste en tweede lid De griffier geeft van de overplaatsing van de patiënt - onder vermelding van het ziekenhuis waar betrokkene is opgenomen - kennis aan de personen en instellingen, die op grond van de, en, door hem zijn in kennis gesteld van de in het eerste lid bedoelde beslissing, alsmede aan de inspecteur en aan de officier van justitie, in wiens ambtsgebied het ziekenhuis is gelegen, indien de overplaatsing geschiedde naar een ziekenhuis in een ander ambtsgebied. 4 artikelen 25 26 De burgemeester die de in het eerste lid bedoelde beslissing heeft genomen, geeft van de overplaatsing van de patiënt - onder vermelding van het ziekenhuis waar betrokkene is opgenomen - kennis aan de personen die door hem op grond van deenzijn in kennis gesteld van de in het eerste lid bedoelde beslissing of van een andere overplaatsing, alsmede aan de inspecteur en de officier van justitie, in wiens ambtsgebied het ziekenhuis is gelegen, indien de overplaatsing geschiedde naar een ziekenhuis in een ander ambtsgebied. 5 artikel 53, tweede lid, onder d, e, f en g artikel 54, tweede lid, onder c Het tweede, derde en vierde lid zijn niet van toepassing met betrekking tot patiënten die zijn opgenomen onder overlegging van een afschrift van een beslissing als bedoeld in, of. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 hoofdstuk II §§ 1 tot en met 4 De geneesheer-directeur draagt zorg dat in het patiëntendossier van een persoon die met toepassing vanin een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, aantekening wordt gehouden van: a. artikel 38 artikel 38a het op grond vanofopgestelde behandelingsplan; b. de voortgang per maand in de uitvoering van dit plan; c. de medewerking van betrokkene aan de uitvoering van dit plan; d. indien over een behandelingsplan geen overeenstemming is bereikt, de reden daarvoor alsmede het daartoe door de voor de behandeling verantwoordelijke persoon gedane voorstel of de daartoe gedane voorstellen; e. artikel 38, vijfde lid, derde volzin artikel 38c, eerste lid indien, oftoepassing heeft gevonden, de behandeling die is toegepast, en de redenen die hiertoe hebben geleid; f. artikel 39 de toepassing vanten aanzien van betrokkene en de redenen die hiertoe hebben geleid. 2 De geneesheer-directeur draagt voorts zorg dat in het patiëntendossier aantekening wordt gehouden van: a. hoofdstukken III IV andere beslissingen als bedoeld in deenen de gronden waarop deze beslissingen zijn genomen; b. hoofdstuk II, § 3 de ontvangen afschriften van rechterlijke beslissingen en uittreksels daaruit alsmede de afschriften van beschikkingen van de burgemeester als bedoeld in; c. artikelen 5, eerste lid 16, eerste lid 20, zevende lid 33, derde lid ontvangen of afgegeven geneeskundige verklaringen als bedoeld in de,,, en. 3 b c artikel 20, zesde lid 36, vierde lid 66, vierde lid De in het tweede lid, onder, bedoelde afschriften en uittreksels, alsmede afschriften van de in het tweede lid, onder, bedoelde verklaringen worden bij het desbetreffende patiëntendossier bewaard gedurende ten minste vijf jaren na de dagtekening van de beschikking, doch ten hoogste tot na verloop van vijf jaren na het einde van het verblijf van de betrokkene in het ziekenhuis, en vervolgens vernietigd. Bij het desbetreffende patiëntendossier wordt voorts een afschrift bewaard van het bewijs van ontvangst dat aan de patiënt overeenkomstig,en, is afgegeven. 4 Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer regels gegeven met betrekking tot de termijn gedurende welke de in het dossier opgenomen gegevens worden bewaard en met betrekking tot de overdracht van het dossier aan derden. 5 Het bijhouden van het patiëntendossier geschiedt met het oog op de kwaliteit van de individuele hulpverlening en op de rechtspositie van de patiënt en zijn vertegenwoordigers. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008
Artikel 56a — Artikel 56a#
Artikel 56a 1 hoofdstuk II, paragraaf 4a De geneesheer-directeur draagt zorg dat in het patiëntendossier van een persoon die met toepassing van, in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft aantekening wordt gehouden van: a. artikel 34a de in de verklaring, bedoeld in, voorziene behandeling; b. de voortgang per maand in de uitvoering van de behandeling; c. de medewerking van de betrokkene aan de uitvoering van de behandeling. 2 Artikel 56, vierde lid , is van toepassing. 3 artikel 34p Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een patiënt die een verklaring als bedoeld inheeft afgelegd, voorzover het gaat om de uitvoering van de in die verklaring voorziene behandeling. 2006 680 21-12-2006 20-11-2006 28283 2007 510 18-12-2007 06-12-2007 01-01-2008
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 artikel 39, tweede lid De geneesheer-directeur draagt, met het oog op het in het kader van deze wet uit te oefenen toezicht, zorg dat van elke toepassing van een middel of maatregel, aangewezen krachtens, en van de redenen die daartoe hebben geleid, aantekening wordt gehouden in een register, ingericht naar een door Onze Minister vast te stellen model. 2001 180 19-04-2001 05-04-2001 26410 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 Treedt in werking als het voorstel van wet 25892 (Wet
bescherming persoonsgegevens) tot wet wordt verheven en in
werking treedt.
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 De geneesheer-directeur doet eens per maand, met het oog op zijn bevoegdheden in het kader van deze wet aan de inspecteur en aan de officier van justitie, in wiens ambtsgebied het ziekenhuis is gelegen, opgave van de namen der patiënten, - artikel 53 die zijn opgenomen, onder mededeling van de daarbij overgelegde bescheiden, als bedoeld in; - artikelen 45 47, eerste lid, onder artikel 34o aan wie verlof voor langer dan 60 uren of voorwaardelijk ontslag is verleend op grond van deofmededeling van de daaraan verbonden voorschriften onderscheidenlijk voorwaarden dan wel voor langer dan 60 uur verlof is verleend op grond van, eerste lid; - artikel 46 47, derde lid wier verlof of voorwaardelijk ontslag is ingetrokken op grond vanof; - artikel 34o, tweede lid artikel 48 aan wie ontslag is verleend op grond van, of; - die zijn gestorven, onder mededeling van de doodsoorzaak. 2 artikel 57 De geneesheer-directeur zendt voorts eens per maand aan de inspecteur een afschrift van de in het register, bedoeld in, in de voorafgaande maand ingeschreven middelen en maatregelen. 3 § 3 van hoofdstuk II De geneesheer-directeur zendt tevens eens per maand met betrekking tot met toepassing vanopgenomen patiënten wier inbewaringstelling in de desbetreffende maand is beëindigd, aan de inspecteur een kort verslag, houdende de bevindingen van de behandelende persoon gedurende de periode van de inbewaringstelling. 4 hoofdstuk II artikel 51 Indien een met toepassing vanopgenomen patiënt of een patiënt als bedoeld inafwezig is zonder dat hem verlof of voorwaardelijk ontslag is verleend, wordt daarvan onverwijld mededeling gedaan aan de inspecteur en de officier van justitie. De officier van justitie verleent zo nodig medewerking in het belang van een zo spoedig mogelijk terugbrengen van de patiënt naar het psychiatrisch ziekenhuis. Van de terugkeer van een patiënt na ongeoorloofde afwezigheid wordt eveneens onverwijld mededeling gedaan aan de inspecteur en de officier van justitie. 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kunnen nadere voorschriften worden gegeven ten aanzien van het in het eerste en vierde lid bepaalde. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 58a — Artikel 58a#
Artikel 58a artikel 14g, eerste lid De behandelaar doet aan de inspecteur en aan de officier van justitie in wiens ambtsgebied de woonplaats van de betrokkene is gelegen, zo spoedig mogelijk mededeling van de naam van degene aan wie hij een verklaring als bedoeld in, heeft verschaft. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 58b — Artikel 58b#
Artikel 58b Vervallen 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 58c — Artikel 58c#
Artikel 58c Vervallen 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de taak en de bevoegdheden van de patiëntenvertrouwenspersoon. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bestuur van een psychiatrisch ziekenhuis, behorende tot een bij de maatregel aan te wijzen categorie, ervoor zorg draagt dat een patiënt kan worden bijgestaan door een patiëntenvertrouwenspersoon. 3 Een algemene maatregel van bestuur op grond van het eerste of tweede lid wordt vastgesteld op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 2, derde lid, onder b of c artikel 3 Opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting van een persoon die twaalf jaar of ouder is en geen blijk geeft van de nodige bereidheid ter zake, vindt in de gevallen dat niet ingevolge, dan wel ingevolgeeen machtiging is vereist, uitsluitend plaats, indien een commissie als bedoeld in het derde lid, die opneming noodzakelijk oordeelt. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de behandeling van een aanvraag voor opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting in de gevallen dat ingevolge het eerste lid een commissie oordeelt over de noodzaak van die opneming en dat verblijf. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden niet aan een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting gebonden commissies ingesteld of aangewezen die met betrekking tot een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, oordelen over de noodzaak van opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting. 4 De in het derde lid bedoelde noodzaak is aanwezig, indien de betrokkene zich ten gevolge van de stoornis van de geestvermogens niet buiten de inrichting kan handhaven. 5 Voorafgaand aan de behandeling van de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt de betrokkene mondeling en schriftelijk medegedeeld dat hij zich kan verzetten tegen opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting. 1993 690 23-12-1993 23258 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 artikelen 36 tot en met 39 40, derde en vijfde lid 41 tot en met 44 46a 56 57 artikel 60 “46a” moet zijn “46a,” De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een persoon die met toepassing vanin een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting is opgenomen. 2 artikel 60 artikel 2, vierde lid Indien een persoon op wietoepassing heeft gevonden, ervan blijk geeft het verblijf in de inrichting te willen beëindigen, is, van toepassing. 2000 292 13-07-2000 22-06-2000 26527 2000 420 17-10-2000 02-10-2000 26527 01-12-2000
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 artikel 60 artikel 60 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven die betrekking hebben op administratieve voorschriften betreffende opneming en verblijf in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting met toepassing van, vastlegging van gegevens van personen op wieis toegepast, in het patiëntendossier en verstrekking van gegevens van die personen aan de inspecteur. 1993 671 17-12-1993 22690 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 artikel 64 Onverminderd het bepaalde inalsmede de hun bij of krachtens andere wettelijke bepalingen opgedragen taken hebben de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd tot taak te waken voor de op het terrein van de volksgezondheid betrekking hebbende belangen van alle personen wier geestvermogens zijn gestoord. Zij zien deswege toe op een verantwoorde behandeling, verpleging, verzorging en bejegening van deze personen. 2 artikelen 5:15 tot en met 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, beschikken over de bevoegdheden, genoemd in devoor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taak noodzakelijk is. Zij zijn daarbij tevens bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. 3 Het bestuur van een ziekenhuis, al dan niet een psychiatrisch ziekenhuis zijnde, de daaraan verbonden geneeskundigen alsmede alle anderen die een persoon die gestoord is in zijn geestvermogens, behandelen, verplegen of verzorgen, geven aan de genoemde ambtenaren alle door hen verlangde inlichtingen, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taak nodig is. 4 Het bestuur van een ziekenhuis, al dan niet een psychiatrisch ziekenhuis zijnde, alsmede het bestuur van elke organisatie waardoor personen die gestoord zijn in hun geestvermogens worden gehuisvest, onderzocht of behandeld, verlenen aan de genoemde ambtenaren inzage van de patiëntendossiers. 5 Het bestuur van een ziekenhuis of organisatie als bedoeld in het vierde lid, stelt de genoemde ambtenaren in de gelegenheid met de personen die gestoord zijn in hun geestvermogens te spreken, al dan niet op verzoek van die personen. 6 artikel 2 Artikel 6, eerste lid Bevindende dat zich met betrekking tot een zich in de maatschappij bevindende persoon wiens geestvermogens zijn gestoord, een geval voordoet als bedoeld in, geven de genoemde ambtenaren daarvan kennis aan de officier van justitie., is van overeenkomstige toepassing. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 artikelen 53 54 Een inspecteur bevindende dat een patiënt in een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting, verblijft, terwijl niet is gebleken van de nodige bereidheid tot het verblijf in het ziekenhuis, en bij de patiëntenadministratie geen afschrift aanwezig is van een van de in deenbedoelde bescheiden, voor deze patiënt op dat tijdstip van kracht, nodigt de geneesheer-directeur uit hem mee te delen op grond van welke bescheiden deze patiënt in het psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen. 2 artikelen 53 54 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de inspecteur bevindt dat in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting personen verblijven die blijk geven van verzet tegen dat verblijf, terwijl bij de patiëntenadministratie geen afschrift aanwezig is van een van de in deenbedoelde bescheiden. 3 De inspecteur geeft zo nodig de officier in wiens ambtsgebied het psychiatrisch ziekenhuis is gelegen, zo spoedig mogelijk kennis van de door de geneesheer-directeur verstrekte mededeling. 1992 669 29-10-1992 11270 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, kunnen nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de uitoefening van de taak van de inspecteurs. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 65a — Artikel 65a#
Artikel 65a 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd. 2 artikelen 5:18 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht De in het eerste lid bedoelde ambtenaren beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in deen. 2018 94 05-04-2018 21-03-2018 34797 2018 224 20-07-2018 04-07-2018 01-08-2018
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 hoofdstuk II, §§ 1 2 4a artikel 32 artikel 14d, eerste lid Het openbaar ministerie is belast met de tenuitvoerlegging van de krachtens deze wet gegeven rechterlijke beschikkingen op verzoeken, gedaan naar aanleiding van een daartoe ontvangen verzoek als bedoeld in,of, dan wel zonder daaraan voorafgaand verzoek. Het openbaar ministerie is voor zover nodig voorts belast met de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beschikkingen op verzoeken, gedaan op een verzoek als bedoeld inen van de beslissingen, genomen krachtens. 2 Het openbaar ministerie doet de in het eerste lid bedoelde taak uitvoeren door ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die zich voorzien van de bijstand van een of meer personen met kennis van de zorg voor personen die gestoord zijn in hun geestvermogens. De bedoelde ambtenaren kunnen daartoe elke plaats betreden waar de op te nemen persoon zich bevindt, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. 3 De ambtenaren, bedoeld in het tweede lid, kunnen aan de betrokkene voorwerpen ontnemen, die een gevaar voor de veiligheid van betrokkene of van anderen kunnen opleveren. Zij zijn bevoegd hem daartoe aan de kleding of aan het lichaam te onderzoeken. 4 Zo mogelijk worden de overeenkomstig het derde lid ontnomen voorwerpen met de betrokkene overgebracht naar het psychiatrisch ziekenhuis waarin hij wordt opgenomen. In het ziekenhuis wordt de patiënt een bewijs van ontvangst afgegeven, waarin die voorwerpen zijn omschreven. De voorwerpen worden voor de patiënt bewaard, voor zover dit niet in strijd is met enig wettelijk voorschrift. 2012 316 16-07-2012 12-07-2012 32822 2012 317 16-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 artikel 36, derde en vierde lid artikel 40 artikel 44 hoofdstukken IV VI, § 1 derde tot en met vijfde lid van artikel 63 artikel 64, eerste lid De officieren van justitie bezoeken op onbepaalde tijden de bij gezamenlijk besluit van Onze Minister van Justitie en Onze Minister aangewezen psychiatrische ziekenhuizen in hun ambtsgebied om zich ervan te verzekeren dat niemand daarin wederrechtelijk wordt opgenomen of verblijft. Zij besteden daarbij ook aandacht aan de juiste uitvoering van, en, van het bepaalde krachtensen van deen. Het, voor zover betrekking hebbend op psychiatrische ziekenhuizen, en, zijn van overeenkomstige toepassing. 2 Bij het in het eerste lid bedoelde besluit wordt de frequentie van de bezoeken van de officieren van justitie bepaald. 1992 669 29-10-1992 11270 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 artikel 67, eerste lid De officieren van justitie leggen hun bevindingen tijdens de bezoeken, bedoeld in, vast in een jaarlijks verslag. Zij zenden deze verslagen aan Onze Minister van Justitie aan Onze Minister. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 artikelen 53 54 Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij, die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt door deze persoon, zonder dat gebleken is van de nodige bereidheid daartoe, in een psychiatrisch ziekenhuis of ziekenhuis, niet zijnde een psychiatrisch ziekenhuis, te doen opnemen, op te nemen of diens verblijf aldaar te doen voortduren, terwijl hij weet dat de daarvoor benodigde bescheiden, als bedoeld in deen, niet zijn overgelegd of aanwezig zijn. 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt als opzettelijk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven, aangemerkt het in een zwakzinnigeninrichting of verpleeginrichting doen opnemen of opnemen, hoewel de betrokkene blijk heeft gegeven van verzet daartegen, terwijl de in het eerste lid bedoelde bescheiden niet zijn overgelegd of aanwezig zijn. 3 artikelen 34n, tweede lid 38, vijfde lid, 38b 38c 38d, eerste lid 39, eerste en tweede lid hoofdstuk II artikel 60 artikel 37, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de derde categorie wordt gestraft hij, die opzettelijk in strijd met het bepaalde bij of krachtens de,,,, of, middelen of maatregelen toepast met betrekking tot een patiënt op wiedan weltoepassing heeft gevonden, of die op grond van een uitspraak van de strafrechter als bedoeld inin een psychiatrisch ziekenhuis verblijft. 4 De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven. 2015 407 11-11-2015 07-10-2015 32402 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 Met geldboete van de tweede categorie wordt gestraft hij, die - artikel 3 in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens; - artikel 10, tweede lid niet voldoet aan een ingevolge, opgelegde verplichting; - artikel 14g, eerste lid geen gevolg geeft aan een beschikking van de rechter, houdende een bevel tot het verschaffen van een verklaring als bedoeld in; - artikel 24 niet voldoet aan een ingevolgeopgelegde verplichting; - artikel 37 38, eerste, tweede, derde of zesde lid 38a, eerste, derde of vierde lid 38c, vierde of vijfde lid 39, derde lid 57 63, derde, vierde of vijfde lid in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens,,,,of; - artikel 44, eerste lid 56, vierde lid in strijd handelt met het bepaalde krachtensof, voor zover zulks in de algemene maatregel van bestuur krachtens die artikelleden wordt bepaald; - artikel 45, derde lid artikel 47, tweede lid artikel 45, derde lid voorwaarden aan verlof of voorwaardelijk ontslag verbindt in strijd met het bepaalde bij of krachtens, en, juncto; - artikel 41, negende lid artikel 41a, twaalfde lid artikel 46, tweede lid 47, derde lid 49, derde of tiende lid geen gevolg geeft aan een opdracht als bedoeld in, en, of een beschikking van de rechter, houdende een beslissing als bedoeld in,, of. 2 De in dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. 2015 407 11-11-2015 07-10-2015 32402 2015 525 21-12-2015 11-12-2015 01-01-2016
Artikel 70a — Artikel 70a#
Artikel 70a 1 Onze Minister is bevoegd een bestuurlijke boete van ten hoogste € 13 400,– op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens: – artikel 3 ; – artikel 38, zesde lid ; – artikel 38c, vijfde lid ; – artikel 39, eerste, tweede of derde lid ; – artikel 40, tweede, derde, vierde, vijfde of zesde lid ; – artikel 45, zesde lid ; – artikel 46, eerste lid, laatste volzin ; – artikel 47, tweede lid ; – artikel 53, eerste of derde lid ; – artikel 54, eerste of tweede lid ; – artikel 56, derde lid . 2 Onze Minister is bevoegd een last onder dwangsom op te leggen ter zake van een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens: – artikel 37a ; – artikel 38, eerste lid ; – artikel 38, tweede lid ; – artikel 41, tweede of derde lid ; – artikel 43, derde lid of vierde lid, laatste volzin ; – artikel 48, eerste lid ; – artikel 56, eerste of tweede lid ; – artikel 57 . 2013 560 20-12-2013 04-12-2013 33507 2014 62 13-02-2014 03-02-2014 15-02-2014
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 artikel 80, tweede lid Onze Minister zendt in overeenstemming met Onze Minister van Justitie binnen drie jaar na het krachtens, vastgestelde tijdstip, en vervolgens telkens om de vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de wijze waarop de wet is toegepast. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 71a — Artikel 71a#
Artikel 71a Vervallen 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 artikel 14 23 34m, tweede lid 37 38 38a 38c 39 41 44 50 58 60 62 Staatscourant De voordracht voor een krachtens,,,,,,,,,,,,ofvast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in deis bekend gemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. 2008 80 20-03-2008 25-02-2008 30492 2008 187 29-05-2008 23-05-2008 01-06-2008 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 72a — Artikel 72a#
Artikel 72a artikel 28 35 41a, vijfde lid Ingeval ingevolge het bij deze wet bepaalde de inspecteur een verzoekschrift indient, of een verzoekschrift als bedoeld in,of, wordt ingediend, dan wel een van de daartoe bevoegde personen beroep instelt, behoeft de indiening van het verzoekschrift niet bij advocaat te geschieden. 2008 100 08-04-2008 20-03-2008 30815 2008 274 15-07-2008 03-07-2008 01-09-2008
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 Stb. artikel 80, eerste lid De artikelen 32-35 van de wet van 27 april 1884,96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen worden ingetrokken op het in, vermelde tijdstip. 2 Stb. artikel 80, tweede lid De overige bepalingen van de wet van 27 april 1884,96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen worden ingetrokken op het krachtens, vastgestelde tijdstip. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 Stb. artikelen 387 388 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek artikel 80, tweede lid artikel 15 artikel 80, tweede lid Machtigingen, verleend op grond van artikel 17, 23 of 24 van de wet van 27 april 1884,96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, en machtigingen, verleend op grond van deen, waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken op het krachtens, vastgestelde tijdstip, worden voor de toepassing van deze wet aangemerkt als machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld invan deze wet. Zij blijven tot het eind van hun geldigheidsduur, doch in elk geval gedurende negen weken na het krachtens, vastgestelde tijdstip van kracht. 2 b Stb. i artikel 80, tweede lid hoofdstuk II, paragraaf 3 artikel 80, tweede lid Inbewaringstellingen als bedoeld in artikel 35van de wet van 27 april 1884,96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, die op grond van een beslissing van de rechter krachtens artikel 35, eerste lid, van die wet zijn voortgezet, en waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken op het krachtens, vastgestelde tijdstip, worden voor de toepassing van deze wet aangemerkt als machtigingen tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in. Zij blijven tot het eind van hun geldigheidsduur, doch in elk geval gedurende twee weken na het krachtens, vastgestelde tijdstip van kracht. 3 b Stb. i artikel 80, tweede lid artikelen 25 26 Artikel 27 eerste lid van artikel 27 Inbewaringstellingen als bedoeld in artikel 35van de wet van 27 april 1884,96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, naar aanleiding waarvan op het krachtens, vastgestelde tijdstip nog geen vordering als bedoeld in artikel 35van die wet is ingesteld, worden aangemerkt als een last tot inbewaringstelling. Deenzijn van toepassing met dien verstande dat de berichtgeving door de burgemeester - voor zover zij niet reeds voor bovenbedoeld tijdstip is geschied - in elk geval plaatsvindt binnen de aangegeven termijnen na dit tijdstip.is van toepassing met dien verstande dat - indien de berichtgeving van de burgemeester voor bovenbedoeld tijdstip is geschied - het verzoek van de officier, bedoeld in hetin elk geval wordt gedaan binnen de aangegeven termijn na dit tijdstip. 4 Stb. i artikel 80, tweede lid De behandeling van verzoekschriften en requisitoiren tot het verkrijgen van een machtiging op grond van artikel 17 van de wet van 27 april 1884,96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, en van vorderingen van officieren van justitie, ingesteld op grond van artikel 35van die wet, waarop nog niet is beslist op het krachtens, vastgestelde tijdstip, wordt met toepassing van de genoemde wet voortgezet, met dien verstande dat de rechter - hoofdstuk II, § 1, van deze wet op vorderingen op grond van artikel 17 van die wet beschikt als ware de vordering ingesteld met toepassing van, en - i artikel 27, eerste lid op vorderingen op grond van artikel 35van die wet beschikt als ware de vordering een verzoek in de zin van, van deze wet. 5 Stb. artikelen 387 388 van Boek 1 van het Burgelijk Wetboek artikel 80, tweede lid De behandeling van verzoekschriften en requisitoiren tot het verkrijgen van een machtiging op grond van artikel 23 of 24 van de wet van 27 april 1884,96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, dan wel van een machtiging of een verlenging daarvan op grond van deen, waarop nog niet is beslist op het krachtens, vastgestelde tijdstip, wordt niet voortgezet. 6 Omtrent de patiënten, ten aanzien van wie ingevolge het eerste en tweede lid machtigingen en inbewaringstellingen van kracht blijven, worden aan de inspecteur en de officier van justitie de door Onze Minister te bepalen gegevens verstrekt binnen een daarbij door Onze Minister te stellen termijn. 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 Stb. artikel 80, eerste lid De bevoegdheid van de provisionele bewindvoerder, benoemd met toepassing van artikel 33 van de wet van 27 april 1884,96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, eindigt na verloop van zes maanden na het in, vermelde tijdstip, tenzij a. titel 20 van Boek 1 van het Burgelijk Wetboek binnen die termijn een beschikking waarbij met betrekking tot de patiënt een curatele is uitgesproken, een bewind als bedoeld in titel 19 of een mentorschap als bedoeld inis ingesteld, onherroepelijk is geworden; b. binnen die termijn aan de patiënt ontslag wordt verleend uit het psychiatrisch ziekenhuis; c. titel 20 van Boek 1 van het Burgelijk Wetboek een verzoek of vordering tot ondercuratelestelling, tot onderbewindstelling als bedoeld in titel 19, of tot instelling van een mentorschap als bedoeld inis gedaan en daarop binnen die termijn niet onherroepelijk is beslist. 2 a b In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderen, eindigt de bevoegdheid op de daar bedoelde tijdstippen. 3 c In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder, eindigt de bevoegdheid op het tijdstip van het onherroepelijk worden van de op dat verzoek of op die vordering gegeven beschikking. 4 Stb. Met betrekking tot het uit artikel 32 van de wet van 27 april 1884,96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, voortvloeiende verlies van het beheer van de eigen goederen is het in de voorgaande leden bepaalde van overeenkomstige toepassing. 5 Stb. artikel 73, eerste lid De patiënt die op grond van artikel 32 van de wet van 27 april 1884,96, tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, het beheer over de goederen van anderen heeft verloren, herkrijgt dit beheer niet door de inwerkingtreding van, van deze wet. 1992 669 29-10-1992 11270 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 Vervallen 1995 308 22-06-1995 29-05-1995 23040 1996 293 13-06-1996 07-05-1996 13-08-1996
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 Vervallen 2001 581 18-12-2001 06-12-2001 27824 2001 621 20-12-2001 10-12-2001 01-01-2002
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Deze wet kan worden aangehaald als Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikelen 73, eerste lid 75 Staatsblad De, entreden in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van hetwaarin deze wet wordt geplaatst. 2 De overige artikelen van de wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1992 671 17-12-1992 21239 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994