Wet van 3 december 1987 houdende regels betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
- BWB-id
- BWBR0004244
- Type
- Wet
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2001-09-01 t/m 2002-05-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004244
- ELI
- /eli/nl/wet/1988/wet-op-de-inlichtingen-en-veiligheidsdiensten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1988/wet-op-de-inlichtingen-en-veiligheidsdiensten/2001-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004244&g=2001-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004244&z=2026-06-06&g=2001-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004244/2001-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1988/wet-op-de-inlichtingen-en-veiligheidsdiensten
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet wordt verstaan onder: 2 In deze wet wordt mede verstaan onder: ambtenaar: arbeidscontractant naar burgerlijk recht. dienst: een inlichtingen- of veiligheidsdienst; inlichtingen- en veiligheidsdiensten: de Binnenlandse Veiligheidsdienst; de Militaire Inlichtingendienst; de coördinator: de coördinator van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten; Onze betrokken Minister: ten aanzien van de Binnenlandse Veiligheidsdienst: Onze Minister van Binnenlandse Zaken; ten aanzien van de Militaire Inlichtingendienst: Onze Minister van Defensie; ten aanzien van de coördinator: Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken. 1993 759 02-12-1993 23045 1993 759 02-12-1993 23045 01-01-1994
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De coördinator en de diensten verrichten hun taak in gebondenheid aan de wet en in ondergeschiktheid aan Onze betrokken Minister. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Onze betrokken Ministers plegen regelmatig overleg over hun beleid betreffende de diensten en de coördinatie van dat beleid. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Er is een coördinator van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die tot taak heeft overeenkomstig de aanwijzingen van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, in overeenstemming met Onze overige betrokken Ministers: a. het in artikel 3 bedoelde overleg voor te bereiden; b. de uitvoering van de taken van de diensten te coördineren; c. Onze betrokken Ministers voorstellen te doen betreffende de uitvoering van de taken van de diensten. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De coördinator wordt op gemeenschappelijke voordracht van Onze betrokken Ministers bij koninklijk besluit aangewezen. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De hoofden van de diensten verlenen de coördinator medewerking voor de uitoefening van zijn taak. Zij zijn gehouden hem daartoe alle nodige gegevens te verschaffen. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De coördinator stelt Onze betrokken Ministers bij voortduring in kennis van al hetgeen van belang kan zijn. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Er is een Binnenlandse Veiligheidsdienst. 2 Deze heeft tot taak: a. het verzamelen van gegevens omtrent organisaties en personen welke door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of voor andere gewichtige belangen van de Staat; b. Wet veiligheidsonderzoeken het verrichten van veiligheidsonderzoeken als bedoeld in de; c. het bevorderen van maatregelen ter beveiliging van gegevens waarvan de geheimhouding door het belang van de Staat wordt geboden en van die onderdelen van de overheidsdienst en van het bedrijfsleven, welke naar het oordeel van Onze terzake verantwoordelijke Ministers van vitaal belang zijn voor de instandhouding van het maatschappelijk leven. 1996 525 29-10-1996 10-10-1996 24023 1997 24 30-01-1997 14-01-1997 01-02-1997
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Er is een Militaire Inlichtingendienst. 2 Deze heeft tot taak: a. het verzamelen van gegevens omtrent het potentieel en de strijdkrachten van andere mogendheden, welke nodig zijn voor een juiste opbouw en een doeltreffend gebruik van de krijgsmacht; b. Wet veiligheidsonderzoeken het verrichten van veiligheidsonderzoeken als bedoeld in de; c. het verzamelen van gegevens welke nodig zijn voor het treffen van maatregelen: 1°. ter voorkoming van activiteiten die ten doel hebben de veiligheid of paraatheid van de krijgsmacht te schaden; 2°. ter beveiliging van gegevens betreffende de krijgsmacht waarvan de geheimhouding is geboden; 3°. ter bevordering van een juist verloop van mobilisatie en concentratie der strijdkrachten. 1996 525 29-10-1996 10-10-1996 24023 1997 24 30-01-1997 14-01-1997 01-02-1997
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1993 759 02-12-1993 23045 1993 759 02-12-1993 23045 01-01-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het hoofd van een dienst stelt Onze betrokken Minister bij voortduring in kennis van al hetgeen van belang kan zijn. 2 Door de zorg van Onze betrokken Minister worden daarvoor in aanmerking komende gegevens onverwijld doorgegeven aan Onze Ministers wie deze aangaan. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het hoofd van een dienst kan door Onze betrokken Minister voor zover nodig in overeenstemming met Onze Minister wie het aangaat, worden gemachtigd deze Minister en andere overheidsorganen en -diensten gegevens rechtstreeks ter kennis te brengen. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 De diensten verlenen elkaar, mede door het verschaffen van gegevens, zoveel mogelijk medewerking. 2 De hoofden van de diensten dragen zorg voor het onderhouden van verbindingen met daarvoor in aanmerking komende veiligheids- en inlichtingendiensten van andere mogendheden. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De coördinator en de hoofden van de diensten dragen zorg voor: a. de geheimhouding van daarvoor in aanmerking komende gegevens en van de bronnen waaruit die afkomstig zijn; b. de veiligheid van personen met wier medewerking die gegevens worden verzameld. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 b c De coördinator en de hoofden van de diensten zijn bevoegd zich voor het verkrijgen van gegevens te wenden tot andere overheidsorganen, overheidsdiensten of ambtenaren, en voorts tot een ieder die geacht wordt deze gegevens te kunnen verstrekken. Het hoofd van de Militaire Inlichtingendienst handelt hierbij, voorzover het de uitvoering van de in artikel 9, tweede lid, onderen, genoemde taken betreft, in nauw en voortdurend overleg met het hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Door een dienst worden slechts persoonsgegevens verzameld, geregistreerd en aan derden verstrekt, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn in deze wet omschreven taak. 2 Met betrekking tot de verstrekking van persoonsgegevens aan derden gedraagt het hoofd van de dienst zich naar de aanwijzingen van Onze betrokken Minister. Verstrekking van persoonsgegevens aan anderen dan overheidsorganen geschiedt niet dan na machtiging daartoe van Onze betrokken Minister in de in die machtiging omschreven gevallen of soorten van gevallen. 3 Onze betrokken Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Justitie regels vast omtrent het beheer van de verzamelingen van persoonsgegevens die door de betrokken dienst worden gehouden. 4 De in het vorige lid bedoelde regels houden tenminste voorschriften in betreffende: a. de doeleinden van de verzamelingen; b. de geheimhouding van de daarin vastgelegde gegevens; c. de controle op de juistheid van die gegevens; d. de termijnen gedurende welke gegevens vastgelegd mogen blijven; e. de overige gronden tot verwijdering van gegevens uit de verzamelingen; f. de vernietiging van verwijderde gegevens. 5 De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op de verzamelingen van persoonsgegevens die door de in artikel 18 bedoelde ambtenaren worden gehouden in het kader van werkzaamheden ten behoeve van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De coördinator en de hoofden van de diensten zijn bevoegd zich voor het verkrijgen van persoonsgegevens te wenden tot de verantwoordelijke voor een gegevensverwerking: a. ten behoeve van een veiligheidsonderzoek ter zake van de vervulling van een vertrouwensfunctie; b. in bij machtiging van Onze betrokken Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk omschreven gevallen of soorten van gevallen. 2 Een machtiging, als bedoeld in het eerste lid, houdt de termijn in, waarvoor zij geldt. Deze termijn beloopt ten hoogste een jaar, gerekend vanaf het tijdstip, waarop de machtiging wordt verleend. 3 De bij of krachtens de wet geldende voorschriften voor de verantwoordelijke voor een gegevensverwerking betreffende de verstrekking van zodanige gegevens zijn niet van toepassing op verstrekkingen gedaan ingevolge een in het eerste lid bedoeld verzoek. 4 Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag Stb. Dit artikel is niet van toepassing op justitiële gegevens die krachtens de(1955, 395) zijn geregistreerd of ten aanzien waarvan ingevolge artikel 36 van die wet een geheimhoudingsplicht geldt. 2001 180 19-04-2001 05-04-2001 26410 2001 337 19-07-2001 05-07-2001 25892 01-09-2001 De wijziging op artikel 17, tweede lid kan niet worden doorgevoerd. Abusievelijk is door Stb. 2001/180 onderdeel b
i.p.v. de aanhef gewijzigd. Abusievelijk is door Stb. 2001/180 onderdeel b
i.p.v. de aanhef gewijzigd. Abusievelijk is door Stb. 2001/180 onderdeel b
i.p.v. de aanhef gewijzigd. Treedt in werking als het voorstel van wet 25892 (Wet
bescherming persoonsgegevens) tot wet wordt verheven en in
werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De korpschef van een politiekorps en de commandant van de Koninklijke marechaussee en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen ambtenaren, belast met de grensbewaking, verrichten werkzaamheden ten behoeve van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. 2 Onze Ministers, onder wie de bij of krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren ressorteren, onderscheidenlijk de korpsbeheerders van een regionaal politiekorps wijzen in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken ondergeschikten van deze ambtenaren aan tot de feitelijke uitvoering van de aldaar bedoelde werkzaamheden. 3 De in dit artikel bedoelde werkzaamheden worden verricht onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en overeenkomstig de aanwijzingen van het hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst. 4 hoofdstuk X van de Politiewet 1993 Met betrekking tot het optreden van ambtenaren van politie ter uitvoering van de in dit artikel bedoelde werkzaamheden blijftbuiten toepassing. 1993 725 09-12-1993 23088 1994 27 13-01-1994 07-01-1994 01-04-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Omtrent de organisatie, de werkwijze en het beheer van een dienst kunnen nadere regels worden gesteld door Onze betrokken Minister. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De ambtenaren van de diensten bezitten geen bevoegdheid tot het opsporen van strafbare feiten. 2 De in artikel 18 bedoelde ambtenaren oefenen bij het verrichten van de daar bedoelde werkzaamheden geen bevoegdheden tot het opsporen van strafbare feiten uit. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het is de ambtenaar van een dienst verboden, anders dan in de uitoefening van zijn functie, te reizen naar dan wel te verblijven in: a. een land waar feitelijk een gewapend conflict bestaat; b. bij koninklijk besluit aangewezen landen, waarin het verblijf door een ambtenaar van een dienst een bijzonder risico voor de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat kan opleveren. 2 Onze betrokken Minister kan ontheffing van het in het eerste lid bedoelde verbod verlenen, indien dringende persoonlijke belangen van de betrokken ambtenaar dat vereisen en de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat zich daartegen niet verzetten. 3 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de coördinator, de aan hem ondergeschikte ambtenaren en de in artikel 18, tweede lid, bedoelde ambtenaren van politie en van de Koninklijke marechaussee. 1993 725 09-12-1993 23088 1994 27 13-01-1994 07-01-1994 01-04-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De leden van het openbaar ministerie doen, door tussenkomst van het College van procureurs-generaal, mededeling van de te hunner kennis gekomen gegevens, die zij voor een dienst van belang achten, aan die dienst. 2 De ambtenaren van politie, van de grensbewaking en van de Koninklijke marechaussee doen mededeling van de te hunner kennis gekomen gegevens, die zij voor een dienst van belang achten, aan hun korpschef, onderscheidenlijk aan de in artikel 18, eerste lid, bedoelde ambtenaar. Deze zendt de gegevens, indien hij dat van belang acht, aan die dienst. 3 Steeds wanneer de vervulling van de taak van het openbaar ministerie en van een dienst daartoe aanleiding geeft, plegen een lid van het College van procureurs-generaal en het hoofd van de betrokken dienst overleg. 1999 194 27-05-1999 19-04-1999 25392 1999 198 27-05-1999 19-05-1999 01-06-1999
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 c Wetboek van Strafrecht Onverminderd het bepaalde bij de artikelen 98-98van het, is een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht. Deze verplichting duurt voort, nadat het betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet is geëindigd. 2 Artikel 272, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing in geval van handelen of nalaten in strijd met de in het eerste lid omschreven verplichting. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De verplichting tot geheimhouding van een ambtenaar, die betrokken is bij de uitvoering van deze wet, geldt niet tegenover hem aan wie de ambtenaar middellijk of onmiddellijk ondergeschikt is, noch in zover hij door een boven hem gestelde van die verplichting is ontslagen. 2 De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, die krachtens een wettelijke bepaling verplicht wordt als getuige of deskundige op te treden, legt slechts een verklaring af omtrent datgene waartoe zijn verplichting tot geheimhouding zich uitstrekt, voorzover Onze betrokken Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk hem daartoe schriftelijk van die verplichting hebben ontheven. Daarbij wordt voor ambtenaren die in hun functie kennis hebben gekregen van gegevens welke krachtens de artikelen 11 en 12 door een dienst zijn verstrekt als: "Onze betrokken Minister" aangemerkt: Onze Minister onder wie de dienst ressorteert, die de gegevens heeft verstrekt. 3 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing in het geval, dat het betrokken zijn bij de uitvoering van deze wet is geëindigd. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Stb. Het koninklijk besluit van 5 augustus 1972, houdende regeling van de taak, de organisatie, de werkwijze en de samenwerking van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (1972, 437) wordt ingetrokken. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 2 Zij kan worden aangehaald als: Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. 1987 635 03-12-1987 17363 1988 11 14-01-1988 01-02-1988