Wet van 7 juli 1987, houdende herziene regeling van de Nederlandse organisatie voor zuiver-wetenschappelijk onderzoek
- BWB-id
- BWBR0004191
- Type
- Wet
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-10-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004191
- ELI
- /eli/nl/wet/1988/wet-op-de-nederlandse-organisatie-voor-wetenschappelijk-onde
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1988/wet-op-de-nederlandse-organisatie-voor-wetenschappelijk-onde/2024-10-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004191&g=2024-10-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004191&z=2026-06-06&g=2024-10-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004191/2024-10-29
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1988/wet-op-de-nederlandse-organisatie-voor-wetenschappelijk-onde
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. artikel 2, eerste lid organisatie: de organisatie, genoemd in; c. artikel 18 instellingsplan: instellingsplan, bedoeld in. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 1a — Artikel 1a Openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba#
Artikel 1a Openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Deze wet is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 154 12-06-2024 06-06-2024 01-07-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO)#
Artikel 2 Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO) 1 Er is een organisatie, genaamd Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek. 2 De organisatie bezit rechtspersoonlijkheid; zij is gevestigd te 's-Gravenhage. 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 2a — Artikel 2a Kaderwet zbo's Toepassing#
Artikel 2a Kaderwet zbo's Toepassing Kaderwet zelfstandige bestuursorganen artikel 15 van die wet Op de organisatie is devan toepassing met uitzondering van. 2011 637 23-12-2011 27-10-2011 32875 2012 3 10-01-2012 20-12-2011 01-07-2012 Artikel II van Stb. 2011/637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3 — Artikel 3 Taken NWO#
Artikel 3 Taken NWO 1 De organisatie heeft tot taak het bevorderen van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek alsmede het initiëren en stimuleren van nieuwe ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek. 2 De organisatie voert haar taak uit in het bijzonder door het toewijzen van middelen. 3 De organisatie bevordert de overdracht van kennis van de resultaten van door haar geïnitieerd en gestimuleerd onderzoek ten behoeve van de maatschappij. 4 De organisatie richt zich bij het uitvoeren van haar taak in hoofdzaak op het universitaire onderzoek. Daarbij let zij op het aspect van coördinatie en bevordert deze waar nodig. 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Onderzoeksgegevens die louter tot stand zijn gekomen met een wetenschappelijk oogmerk en die geen betrekking hebben op de bestuursvoering van de organisatie kunnen beschikbaar worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek. 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 2021 500 27-10-2021 25-10-2021 35112 2021 499 27-10-2021 25-10-2021 33328 01-05-2022
Artikel 4 — Artikel 4 Organen#
Artikel 4 Organen De organisatie heeft een raad van bestuur, een raad van toezicht en vier domeinbesturen. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 5 — Artikel 5 Raad van bestuur: samenstelling#
Artikel 5 Raad van bestuur: samenstelling 1 De raad van bestuur bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vijf overige leden, waarvan één van die leden de portefeuille bedrijfsvoering en financiën heeft. 2 Het lidmaatschap van de raad van bestuur is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad van toezicht. Een lid van het personeel kan niet tevens worden benoemd tot lid van de raad van bestuur. 3 De voorzitters van de vier domeinbesturen zijn lid van de raad van bestuur. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter van de raad van bestuur en het overige lid met de portefeuille bedrijfsvoering en financiën. 4 Benoeming van de voorzitter en het lid met de portefeuille bedrijfsvoering en financiën geschiedt op voordracht van de raad van toezicht en geschiedt voor ten hoogste vijf jaar. De leden kunnen ten hoogste eenmaal opnieuw benoemd worden. 5 bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Onze Minister stelt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de universiteiten, genoemd in de, gezamenlijk, in de gelegenheid van hun gevoelens te doen blijken over een voornemen tot benoeming van de voorzitter. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 6 — Artikel 6 Raad van bestuur: taak#
Artikel 6 Raad van bestuur: taak 1 De raad van bestuur is belast met het besturen van de organisatie. 2 Alle bevoegdheden welke niet bij of krachtens de wet aan een ander orgaan van de organisatie zijn opgedragen, komen toe aan de raad van bestuur. 3 De raad van bestuur is, met inachtneming van het instellingsplan en de door Onze Minister goedgekeurde begroting, belast met het verstrekken van middelen ten behoeve van onderzoeksprojecten en onderzoeksprogramma’s. 4 De raad van bestuur kan voor de verstrekking van middelen regels stellen, waaronder de vaststelling van subsidieplafonds. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 7 — Artikel 7 Raad van bestuur: vertegenwoordiging NWO#
Artikel 7 Raad van bestuur: vertegenwoordiging NWO 1 De voorzitter van de raad van bestuur vertegenwoordigt de organisatie in en buiten rechte. 2 De raad van bestuur wijst uit zijn midden een vice-voorzitter aan, die bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter deze vervangt. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 8 — Artikel 8 Raad van bestuur: reglement#
Artikel 8 Raad van bestuur: reglement 1 artikel 11 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdstelt de raad van bestuur een bestuursreglement voor de organisatie vast. 2 Het bestuursreglement regelt nader het bestuur en de inrichting van de organisatie. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 9 — Artikel 9 Raad van bestuur: personeelsbeleid#
Artikel 9 Raad van bestuur: personeelsbeleid 1 De raad van bestuur voert het personeelsbeleid en personeelsbeheer, daaronder begrepen het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met het personeel. 2 artikel 4.5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Voor zover bij algemene maatregel van bestuur niet anders is bepaald, is op het personeel van de organisatie het bij of krachtensbepaalde van overeenkomstige toepassing. 2019 395 07-11-2019 27-09-2019 35089 2019 434 28-11-2019 20-11-2019 01-01-2020
Artikel 10 — Artikel 10 Raad van toezicht: samenstelling#
Artikel 10 Raad van toezicht: samenstelling 1 De raad van toezicht bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vijf overige leden. 2 Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad van bestuur. Een lid van het personeel kan niet tevens worden benoemd tot lid van de raad van toezicht. 3 Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de raad van toezicht. 4 Een van de overige leden wordt benoemd op voordracht van Onze Minister van Economische Zaken. 5 Voor een van de andere overige leden kan de ondernemingsraad van de organisatie personen aanbevelen. 6 Benoeming geschiedt voor ten hoogste vijf jaar en leden kunnen ten hoogste eenmaal opnieuw worden benoemd. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 11 — Artikel 11 Raad van toezicht: taak#
Artikel 11 Raad van toezicht: taak 1 artikel 3 De raad van toezicht staat de raad van bestuur met raad ter zijde en geeft desgevraagd of uit eigen beweging advies over het beleid van de raad van bestuur. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad zich naar het belang van de organisatie en neemt daarbij de doelstelling van de organisatie, bedoeld in, als uitgangspunt. 2 De raad van toezicht stelt een reglement vast betreffende zijn werkwijze waarin in ieder geval in het bijzonder aandacht is voor: a. goed bestuur van de organisatie; b. de voordrachten voor de leden van de raad van bestuur; c. de wijze waarop hij zijn advies geeft over de begroting, de jaarrekening, het jaarverslag en het instellingsplan. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 12 — Artikel 12 Onderzoeksdomeinen#
Artikel 12 Onderzoeksdomeinen 1 De organisatie kent vier onderzoeksdomeinen. 2 De raad van bestuur bepaalt het wetenschappelijk werkterrein van elk van de onderzoeksdomeinen. 3 Een onderzoeksdomein wordt geleid door een domeinbestuur. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 13 — Artikel 13 Domeinbestuur: samenstelling#
Artikel 13 Domeinbestuur: samenstelling 1 Een domeinbestuur bestaat uit een voorzitter en ten hoogste acht leden, waarvan ten minste één niet afkomstig is uit een wetenschappelijke dienstbetrekking. 2 Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter van een domeinbestuur. Benoeming geschiedt op voordracht van de raad van toezicht. 3 De raad van bestuur benoemt, schorst en ontslaat de overige leden van een domeinbestuur. Benoeming geschiedt op voordracht van het desbetreffende domeinbestuur. 4 De benoeming van de voorzitter en de overige leden geschiedt voor ten hoogste drie jaar. De leden kunnen ten hoogste eenmaal opnieuw worden benoemd. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 14 — Artikel 14 Domeinbestuur: taak#
Artikel 14 Domeinbestuur: taak 1 Een domeinbestuur heeft tot taak de raad van bestuur desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren op het gebied van diens wetenschappelijk werkterrein. 2 De raad van bestuur kan aan een domeinbestuur mandaat verlenen om, met inachtneming van door de raad van bestuur te geven richtlijnen, het instellingsplan en de door Onze Minister goedgekeurde begroting, middelen te verstrekken ten behoeve van onderzoeksprojecten en onderzoeksprogramma’s. 3 De raad van bestuur kan in het bestuursreglement de taak van een domeinbestuur en de inrichting van een onderzoeksdomein nader bepalen. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 15 — Artikel 15 Inhoud reglement#
Artikel 15 Inhoud reglement Vervallen 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 16 — Artikel 16 Vaststelling reglement#
Artikel 16 Vaststelling reglement Vervallen 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 16a — Artikel 16a Wetenschapbudget#
Artikel 16a Wetenschapbudget 1 Onze Minister stelt het wetenschapsbudget vast. Het wetenschapsbudget heeft betrekking op een tijdvak van ten minste vier jaren. 2 Onze Minister agendeert, in overeenstemming met het gevoelen van de raad van ministers, in het wetenschapsbudget beleidsonderwerpen op het terrein van het fundamenteel en toegepast onderzoek. 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 17 — Artikel 17 Vaststelling wetenschapbudget#
Artikel 17 Vaststelling wetenschapbudget 1 Het wetenschapsbudget wordt vastgesteld uiterlijk vier jaar na het tijdstip van vaststelling van het vorige wetenschapsbudget. Na overleg met de beide Kamers der Staten-Generaal kan het wetenschapsbudget uiterlijk zes maanden na het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, worden vastgesteld. 2 Onze Minister biedt uiterlijk zes maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop het wetenschapsbudget moet zijn vastgesteld, een ontwerp daarvan aan de beide Kamers der Staten-Generaal aan. 3 Onze Minister maakt het vastgestelde wetenschapsbudget bekend in de Staatscourant. 2020 262 17-07-2020 01-07-2020 35218 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 18 — Artikel 18 Instellingsplan#
Artikel 18 Instellingsplan 1 De raad van bestuur stelt een instellingsplan op uiterlijk vier jaar na het tijdstip van het vaststellen van het vorige plan. 2 De raad van bestuur hoort de raad van toezicht over het instellingsplan en stelt het instellingsplan vervolgens vast. Na vaststelling zendt de raad van bestuur het plan onverwijld aan Onze Minister. 3 De raad van bestuur vraagt de domeinbesturen om voorstellen. Daarnaast houdt hij bij het opstellen van het instellingsplan rekening met het wetenschapsbudget, de instellingsplannen van universiteiten en verkenningen, rapporten, adviezen en aanbevelingen, een en ander voor zover die naar het oordeel van de raad van bestuur van belang zijn voor de uitvoering van de taken van de organisatie. 4 Het instellingsplan omvat in elk geval: a. doelstellingen van de organisatie op middellange termijn; b. hoofdlijnen van het te voeren beleid en de daarin te stellen prioriteiten; c. financiële, personele, materiële en organisatorische voorwaarden die moeten worden vervuld. 5 Onze Minister brengt zijn standpunt over het instellingsplan binnen zes maanden na ontvangst van het plan ter kennis van de raad van bestuur. Onze Minister zendt een afschrift van zijn standpunt en van het plan aan beide Kamers van de Staten-Generaal. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 19 — Artikel 19 Financiële middelen van NWO#
Artikel 19 Financiële middelen van NWO 1 De inkomsten van de organisatie bestaan uit: a. de bijdrage uit ’s Rijks kas; b. inkomsten, die samenhangen met voorzieningen waarvoor de rijksbijdrage is verleend; c. andere inkomsten. 2 De rijksbijdrage wordt vastgesteld of nader vastgesteld door de vaststelling of nadere vaststelling bij wet van het hoofdstuk van de rijksbegroting waarop zij is voorgesteld. De rijksbijdrage wordt betaald in zodanige termijnen en tot zodanige bedragen als voor het doen van de betalingen door de organisatie nodig is. 3 Zolang de rijksbijdrage niet is vastgesteld of nader vastgesteld, wordt daarop een voorschot betaald overeenkomstig door Onze Minister te stellen regelen. 4 Bij vaststelling van de rijksbijdrage blijven inkomsten als bedoeld in het eerste lid onder c, buiten beschouwing. 2011 637 23-12-2011 27-10-2011 32875 2012 3 10-01-2012 20-12-2011 01-07-2012 Artikel II van Stb. 2011/637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20 Doelmatig beheer#
Artikel 20 Doelmatig beheer De raad van bestuur is belast met het doelmatig beheer van de financiën en de vermogensbestanddelen van de organisatie. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 21 — Artikel 21 Begroting#
Artikel 21 Begroting 1 De raad van bestuur stelt jaarlijks een begroting op voor het daaropvolgende kalenderjaar. Nadat de raad van toezicht over de begroting is gehoord, stelt de raad van bestuur de begroting vast. 2 artikelen 26 tot en met 30 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderd de, is in de begroting een allocatie van middelen opgenomen die in overeenstemming is met het instellingsplan. 3 De raad van bestuur zendt de begroting voor 1 november ter goedkeuring aan Onze Minister. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 22 — Artikel 22 Goedkeuring begroting#
Artikel 22 Goedkeuring begroting Vervallen 2011 637 23-12-2011 27-10-2011 32875 2012 3 10-01-2012 20-12-2011 01-07-2012 Artikel II van Stb. 2011/637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23 — Artikel 23 Tussentijdse over- of onderschrijding#
Artikel 23 Tussentijdse over- of onderschrijding Vervallen 2011 637 23-12-2011 27-10-2011 32875 2012 3 10-01-2012 20-12-2011 01-07-2012 Artikel II van Stb. 2011/637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 24 — Artikel 24 Bestuursverslag#
Artikel 24 Bestuursverslag 1 artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdgeeft het bestuursverslag aan in hoeverre de doelstellingen uit het instellingsplan zijn verwezenlijkt. 2 artikel 18, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen De raad van bestuur stelt het jaarverslag vast, gehoord de raad van toezicht. Na vaststelling draagt de raad van bestuur zorg voor de verzending, bedoeld in. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 25 — Artikel 25 Jaarrekening#
Artikel 25 Jaarrekening 1 artikel 34, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Artikel 10:30 van de Algemene wet bestuursrecht De goedkeuring, bedoeld in, kan tevens worden onthouden op de grond dat de jaarrekening naar het oordeel van Onze Minister niet of niet voldoende in overeenstemming is met het instellingsplan.is van overeenkomstige toepassing. 2 De raad van bestuur stelt de jaarrekening op. Nadat de raad van toezicht over de jaarrekening is gehoord, stelt de raad van bestuur de jaarrekening vast. 3 De raad van bestuur zendt de jaarrekening ter goedkeuring aan Onze Minister. 2020 76 04-03-2020 12-02-2020 35320 2020 98 23-03-2020 16-03-2020 01-04-2020
Artikel 26 — Artikel 26 Aanvullende eis jaarrekening#
Artikel 26 Aanvullende eis jaarrekening artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Onverminderdkan Onze Minister, indien uitgaven zijn geschied in strijd met het bepaalde bij of krachtens de wet, dan wel indien werkzaamheden ten behoeve waarvan de rijksbijdrage is verleend, niet behoorlijk zijn uitgevoerd of de rijksbijdrage ondoelmatig is aangewend, bepalen dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de rijksbijdrage. Hij maakt dit binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening bekend aan het algemeen bestuur. 2011 637 23-12-2011 27-10-2011 32875 2012 3 10-01-2012 20-12-2011 01-07-2012 Artikel II van Stb. 2011/637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 27 — Artikel 27 Voorschriften begroting, bestuursverslag, jaarrekening en accountantsprotocol#
Artikel 27 Voorschriften begroting, bestuursverslag, jaarrekening en accountantsprotocol 1 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld voor de inrichting van de begroting, het bestuursverslag en de jaarrekening. 2 Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld voor de inrichting van het accountantsprotocol. 2024 109 30-04-2024 18-04-2024 36478 2024 314 28-10-2024 22-10-2024 29-10-2024 01-01-2024
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 30 — Artikel 30 Besluiten van een gebiedsbestuur#
Artikel 30 Besluiten van een gebiedsbestuur Vervallen 2011 637 23-12-2011 27-10-2011 32875 2012 3 10-01-2012 20-12-2011 01-07-2012 Artikel II van Stb. 2011/637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 31 — Artikel 31 Besluiten van het algemeen bestuur#
Artikel 31 Besluiten van het algemeen bestuur Vervallen 2011 637 23-12-2011 27-10-2011 32875 2012 3 10-01-2012 20-12-2011 01-07-2012 Artikel II van Stb. 2011/637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 32 — Artikel 32 Besluiten van een gebiedsbestuur#
Artikel 32 Besluiten van een gebiedsbestuur Vervallen 2011 637 23-12-2011 27-10-2011 32875 2012 3 10-01-2012 20-12-2011 01-07-2012 Artikel II van Stb. 2011/637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 33 — Artikel 33 Taakverwaarlozingsregeling#
Artikel 33 Taakverwaarlozingsregeling Vervallen 2011 637 23-12-2011 27-10-2011 32875 2012 3 10-01-2012 20-12-2011 01-07-2012 Artikel II van Stb. 2011/637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 2001 207 10-05-2001 11-04-2001 27265 2001 208 10-05-2001 20-04-2001 11-05-2001
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 41 — Artikel 41 Overgangsbepaling instellingplan#
Artikel 41 Overgangsbepaling instellingplan Vervallen 2011 637 23-12-2011 27-10-2011 32875 2012 3 10-01-2012 20-12-2011 01-07-2012 Artikel II van Stb. 2011/637 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Vervallen 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 45 — Artikel 45 Overgangsrecht eerste benoemingen raad van bestuur en domeinvoorzitters#
Artikel 45 Overgangsrecht eerste benoemingen raad van bestuur en domeinvoorzitters artikel 5, vierde lid artikel 13, tweede lid In afwijking van, en, vindt de benoeming van de eerste leden van de raad van bestuur en de voorzitters van de domeinbesturen plaats op basis van openbaar gemaakte functieprofielen en laat Onze Minister zich adviseren door een benoemingsadviescommissie. 2017 1 04-01-2017 14-11-2016 34531 2017 2 04-01-2017 29-11-2016 01-02-2017
Artikel 46 — Artikel 46 Inwerkingtreding#
Artikel 46 Inwerkingtreding Deze wet treedt in werking met ingang van 1 februari 1988. 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003
Artikel 47 — Artikel 47 Citeertitel#
Artikel 47 Citeertitel Deze wet wordt aangehaald als: Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek. 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 2003 188 13-05-2003 03-04-2003 28466 01-08-2003