Wet van 26 oktober 1988, houdende regels betreffende de overgang van personeel van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie naar de naamloze vennootschap PTT Nederland NV
- BWB-id
- BWBR0004421
- Type
- Wet
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004421
- ELI
- /eli/nl/wet/1989/personeelswet-ptt-nederland-nv
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1989/personeelswet-ptt-nederland-nv/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004421&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004421&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004421/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1989/personeelswet-ptt-nederland-nv
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder: a. het Staatsbedrijf: het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie; b. overgangsdatum: de datum waarop de naamloze vennootschap PTT Nederland NV wordt opgericht; c. personeelslid: degene die op de dag voor de overgangsdatum in dienst is bij het Staatsbedrijf, hetzij als ambtenaar, hetzij krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, met uitzondering van degene ten aanzien van wie voor de overgangsdatum een besluit tot verplaatsing binnen de rijksdienst is genomen; d. de NV PTT: de naamloze vennootschap PTT Nederland NV, daaronder mede begrepen een vennootschap waarin PTT Nederland NV voor meer dan de helft in het geplaatste kapitaal deelneemt; e. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Ieder personeelslid heeft het recht om op de overgangsdatum op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht over te gaan in dienst van de NV PTT. 2 De in het eerste lid bedoelde arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd, indien het personeelslid bij het Staatsbedrijf is aangesteld als ambtenaar in vaste dienst of aldaar werkzaam is krachtens arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. 3 Voor het personeelslid dat bij het Staatsbedrijf is aangesteld als ambtenaar in tijdelijke dienst of aldaar werkzaam is krachtens arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, geldt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en wel voor de periode dat de tijdelijke aanstelling of de arbeidsovereenkomst bij het Staatsbedrijf zou hebben voortgeduurd, de op de overgangsdatum nog niet gerealiseerde verlengingen buiten beschouwing gelaten. 4 De voorwaarden van de arbeidsovereenkomst zullen in totaliteit niet ongunstiger zijn dan die welke voor het personeelslid op de laatste dag van de kalendermaand voorafgaand aan de overgangsdatum gelden uit hoofde van zijn dienstbetrekking bij het Staatsbedrijf. 5 De arbeidsovereenkomst betreft een functie die zoveel mogelijk overeenkomt met de functie die het personeelslid laatstelijk vervult in dienst bij het Staatsbedrijf, uitgezonderd enkele door Onze Minister te bepalen functies. 1988 519 26-10-1988 20368 1988 550 30-12-1988 01-12-1988 01-01-1989
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Namens de op te richten NV PTT wordt door of vanwege Onze Minister een aanbod voor de arbeidsovereenkomst gedaan. 2 De NV PTT is van rechtswege gebonden aan de arbeidsovereenkomst die op basis van het in het eerste lid bedoelde aanbod tot stand is gekomen. 3 artikel 4, eerste lid artikel 4, derde en vierde lid Het aanbod dient ten minste dertig dagen voor de overgangsdatum te worden gedaan, bij gebreke waarvan, toepassing mist. Alsdan is het bepaalde in, van overeenkomstige toepassing. 1988 519 26-10-1988 20368 1988 550 30-12-1988 01-12-1988 01-01-1989
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Met ingang van de overgangsdatum is het personeelslid van rechtswege eervol ontslagen uit de dienst bij het Staatsbedrijf. 2 artikel 7, eerste lid Het in het eerste lid bedoelde ontslag treedt niet in ten aanzien van het personeelslid dat overeenkomstig de bezwarenregeling, bedoeld in, voor de overgangsdatum bezwaar heeft aangetekend tegen de aangeboden functie, op de grond dat de geboden functie, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden, voor hem niet passend is te achten, voor zover op de overgangsdatum nog niet op het bezwaar is beslist en een eventueel herplaatsingsonderzoek nog niet is afgerond. 3 In een geval als bedoeld in het tweede lid blijft de op de dag voor de overgangsdatum bestaande dienstbetrekking van het personeelslid gehandhaafd, met dien verstande dat het personeelslid met ingang van de overgangsdatum in dienst is bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. 4 artikel 3, eerste lid Indien op basis van een aanbod als bedoeld in, alsnog een arbeidsovereenkomst tot stand komt, is het in het vorige lid bedoelde personeelslid op de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst van rechtswege eervol ontslagen uit de dienst van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Dit personeelslid zal zoveel mogelijk in de positie worden gebracht die hij zou hebben gehad als hij op de overgangsdatum van rechtswege ontslagen zou zijn uit de dienst bij het Staatsbedrijf. 2018 487 27-12-2018 05-12-2018 34987 2018 488 27-12-2018 18-12-2018 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, eerste lid b artikel 1, eerste lid sub c Stb. Stb. Pensioen- en Spaarfondsenwet Met ingang van de overgangsdatum verkrijgt een personeelslid met wie een arbeidsovereenkomst als bedoeld in, is gesloten, aanspraken jegens een door de NV PTT aan te wijzen instelling als bedoeld indan wel, van de(1952, 275), die in totaliteit in elk geval gelijkwaardig zijn aan die welke dit personeelslid op de laatste dag van de kalendermaand voorafgaand aan de overgangsdatum heeft jegens het Algemeen burgerlijk pensioenfonds krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet (1986, 540) en neemt de aangewezen instelling de daarmee verband houdende verplichtingen op zich. 2 De aanspraken die een personeelslid op wie het eerste lid van toepassing is, toekomen krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet, met uitzondering van de aanspraken die voor de overgangsdatum geldend zijn gemaakt of geldend gemaakt hadden kunnen worden, vervallen op de overgangsdatum, evenals de daaruit voortvloeiende verplichtingen van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds jegens dit personeelslid. 3 artikel 4, vierde lid Het gestelde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het personeelslid als bedoeld in, met dien verstande dat de bedoelde aanspraken ontstaan respectievelijk vervallen met ingang van de dag waarop hij in dienst treedt bij de NV PTT. 4 De directie van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds draagt aan de in het eerste lid bedoelde instelling een deel van het vermogen van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds over. De overdrachtssom zal bepaald worden op basis van de lasten-en-baten-methode, waarbij het te hanteren premiepercentage wordt berekend op basis van een sluitende balans van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds per ultimo van het boekjaar voorafgaande aan de oprichting van de NV PTT. Het aldus berekende bedrag zal vermenigvuldigd worden met 1,045. Het over te dragen vermogen zal hetzelfde rendementspotentieel hebben als het bij het Algemeen burgerlijk pensioenfonds achterblijvende deel. 5 artikelen 42 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Stb. c Stb. artikel 3, eerste lid De aanspraken die aan het personeelslid uit hoofde van zijn voormalige dienstverband bij de overheid bij arbeidsongeschiktheid toekomen krachtens de(1931, 248), artikel 32van het Arbeidsovereenkomstenbesluit (1931, 354) en artikel E1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet vervallen met ingang van de datum waarop de arbeidsovereenkomst, die op basis van het aanbod als bedoeld in, is gesloten, van kracht is geworden. 1988 519 26-10-1988 20368 1988 550 30-12-1988 01-12-1988 01-01-1989
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, in afwijking vangedurende twee jaren na de overgangsdatum de op de laatste dag van de kalendermaand voorafgaand aan de overgangsdatum bestaande voorziening ten aanzien van de aanspraken op ouderdoms- en nabestaandenpensioen krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet van de personeelsleden van de NV PTT onderbrengen bij het Algemeen burgerlijk pensioenfonds. 2 De berekening van de in het eerste lid bedoelde pensioenaanspraken geschiedt volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. 3 artikel 5, eerste tot en met derde lid Bij toepassing van het eerste en tweede lid van dit artikel is, van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 5, vierde lid artikel 5, eerste lid Bij toepassing van het eerste lid van dit artikel vervalt van rechtswege, en wordt de omvang van het vermogen, dat op de overgangsdatum respectievelijk na afloop van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde termijn door de directie van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds moet worden overgedragen aan de krachtens, door de NV PTT aangewezen instelling, bepaald door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken. 5 Staatsblad Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid of een wijziging daarvan treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van hetwaarin hij wordt geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld aan de Staten-Generaal mededeling gedaan. 1988 519 26-10-1988 20368 1988 550 30-12-1988 01-12-1988 01-01-1989
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3, eerste lid Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties regels omtrent de behandeling van bezwaren van een personeelslid tegen een aanbod als bedoeld in. Een bezwarencommissie wordt opgedragen terzake advies uit te brengen, waarna door of vanwege Onze Minister op het bezwaar een beslissing wordt genomen. 2 artikel 3 van de Ambtenarenwet Stb. Een beslissing als bedoeld in het vorige lid, genomen ten aanzien van een personeelslid dat bij het Staatsbedrijf is aangesteld als ambtenaar wordt geacht een besluit te zijn in de zin van1929 (530). 2012 19 26-01-2012 22-12-2011 32871 2012 31 07-02-2012 25-01-2012 08-02-2012
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 3 4 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nadere regels vaststellen met betrekking tot de uitvoering van het in deenbepaalde. 2012 19 26-01-2012 22-12-2011 32871 2012 31 07-02-2012 25-01-2012 08-02-2012
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. 1988 519 26-10-1988 20368 1988 550 30-12-1988 01-12-1988 01-01-1989
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze wet kan worden aangehaald als Personeelswet PTT Nederland NV. 1988 519 26-10-1988 20368 1988 550 30-12-1988 01-12-1988 01-01-1989