Wet van 27 april 1989, houdende financiering van de volksverzekeringen
- BWB-id
- BWBR0004538
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2005-06-01 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004538
- ELI
- /eli/nl/wet/1989/wet-financiering-volksverzekeringen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1989/wet-financiering-volksverzekeringen/2005-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004538&g=2005-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004538&z=2026-06-06&g=2005-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004538/2005-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1989/wet-financiering-volksverzekeringen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt verstaan onder: a. b e volksverzekeringen: de verzekeringen, bedoeld in de onderdelentot en met; b. artikel 6 van de Algemene Ouderdomswet algemene ouderdomsverzekering: de verzekering, bedoeld in; c. artikel 13 van de Algemene nabestaandenwet nabestaandenverzekering: de verzekering, bedoeld in; d. artikel 5 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten algemene verzekering bijzondere Ziektekosten: de verzekering, bedoeld in; e. Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze verzekering gold tot de dag van de inwerkingtreding van de; f. Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen Algemene Arbeidsongeschiktheidswet: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende bepalingen, zoals die wet en die bepalingen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de; g. artikel 31 Spaarfonds AOW: het Spaarfonds AOW, bedoeld in. 1999 564 23-12-1999 15-12-1999 26722 1999 564 23-12-1999 15-12-1999 26722 24-12-1999
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt verstaan onder: a. b e vrijwillige verzekeringen: de verzekeringen, bedoeld in de onderdelentot en met; b. hoofdstuk IV van de Algemene Ouderdomswet vrijwillige algemene ouderdomsverzekering: de verzekering, bedoeld in; c. hoofdstuk 5 van de Algemene nabestaandenwet vrijwillige nabestaandenverzekering: de verzekering, bedoeld in; d. Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering: de verzekering, bedoeld in artikel 59a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals deze verzekering gold tot de dag van de inwerkingtreding van de; e. artikel 32a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten: de verzekering, bedoeld in. 2001 212 08-05-2001 26-04-2001 27468 2001 212 08-05-2001 26-04-2001 27468 09-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a artikel 17 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt onder de premie voor de volksverzekeringen niet begrepen de nominale premie die de verzekerde ingevolgeaan het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend orgaan verschuldigd is. 1991 587 20-11-1991 21592 1991 721 19-12-1991 01-01-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt verstaan onder verzekerde degene die in de zin van de volksverzekeringen verplicht verzekerd is. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Voor de toepassing van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, wordt onder "Onze Minister" verstaan: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Overeenkomstig hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, worden de lasten van de volksverzekeringen en de vrijwillige verzekeringen gefinancierd met premie en met rijksbijdragen. 1998 262 07-05-1998 29-04-1998 25699 1998 262 07-05-1998 29-04-1998 25699 08-05-1998 De artikelen 31-33 werken terug tot en met 1 december 1997.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Premieplichtig voor de volksverzekeringen is de verzekerde. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De maatstaf voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen is het premie-inkomen van de premieplichtige. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 hoofdstuk 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.17 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.17, tweede lid, van die wet Voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen bij wege van aanslag wordt onder premie-inkomen verstaan het belastbare inkomen uit werk en woning, bepaald volgens de regels van. De toerekening van de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen van de premieplichtige en zijn partner geschiedt overeenkomstig. In het geval de premieplichtige en zijn partner beiden belastingplichtig zijn, geldt de gemaakte keuze, bedoeld in, zowel voor de heffing van de inkomstenbelasting als voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen. 2001 640 21-12-2001 14-12-2001 28013 2001 640 21-12-2001 14-12-2001 28013 01-01-2002 01-01-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31, tweede lid, onderdelen f en g, van die wet Voor de heffing van de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding wordt onder premie-inkomen verstaan het belastbare loon in de zin van demet uitzondering van eindheffingsbestanddelen als bedoeld in 2000 571 27-12-2000 14-12-2000 27184 2000 571 27-12-2000 14-12-2000 27184 01-01-2001
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 10a, tweede lid artikel 11 De premie voor de volksverzekeringen wordt vastgesteld op een percentage van het premie-inkomen. Het in de eerste zin bedoelde percentage is het totaal van het percentage, genoemd in, en de percentages die op grond vanworden vastgesteld. 2 In afwijking van het eerste lid is geen premie voor de algemene ouderdomsverzekering verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar zal bereiken. 3 De verschuldigde premie voor de volksverzekeringen is de premie voor de volksverzekeringen verminderd met de voor de premieplichtige toepasselijke heffingskorting voor de volksverzekeringen. 4 De heffingskorting voor de volksverzekeringen is de som van: a. hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 indien betrokkene premieplichtig is voor de algemene ouderdomsverzekering: de op grond vanberekende heffingskorting voor de algemene ouderdomsverzekering; b. hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 indien betrokkene premieplichtig is voor de nabestaandenverzekering: de op grond vanberekende heffingskorting voor de nabestaandenverzekering; c. hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 indien betrokkene premieplichtig is voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten: de op grond vanberekende heffingskorting voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten. 5 artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 21c van de Wet op de loonbelasting 1964 artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding wordt geheven, worden voor de toepassing van het vierde lid de heffingskortingen, genoemd in, die geen deel uitmaken van de standaardloonheffingskorting, bedoeld in, geacht geen deel uit te maken van de standaardheffingskorting, bedoeld in. 6 artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Het premie-inkomen wordt tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het als tweede vermelde bedrag in kolom II van de tarieftabel in. 7 artikel 26b van de Wet op de loonbelasting 1964 Wet op de loonbelasting 1964 In gevalvan toepassing is, wordt de in dat artikel bedoelde werknemer geacht premieplichtig te zijn. Ten aanzien van deze werknemer wordt het in het eerste lid bedoelde percentage toegepast op het loon in de zin van de. 2000 216 30-05-2000 11-05-2000 26728 2000 216 30-05-2000 11-05-2000 26728 01-01-2001 2000 570 27-12-2000 14-12-2000 27466 2000 570 27-12-2000 14-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 De premie voor de algemene ouderdomsverzekering bedraagt ten hoogste 18,25 procent. 2 Onze Minister stelt het premiepercentage vast voor de algemene ouderdomsverzekering. 1998 262 07-05-1998 29-04-1998 25699 1998 262 07-05-1998 29-04-1998 25699 08-05-1998 De artikelen 31-33 werken terug tot en met 1 december 1997.
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b 1 Onze Minister kan bedragen vaststellen die als rijksbijdrage ten gunste komen van het Ouderdomsfonds. 2 Onze Minister besluit jaarlijks of in het desbetreffende jaar een rijksbijdrage ten gunste van het Ouderdomsfonds komt. 3 De omvang van een ten gunste van het Ouderdomsfonds komende rijksbijdrage wordt door Onze Minister bepaald. 1998 262 07-05-1998 29-04-1998 25699 1998 262 07-05-1998 29-04-1998 25699 08-05-1998 De artikelen 31-33 werken terug tot en met 1 december 1997.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Algemene nabestaandenwet Bij ministeriële regeling wordt het premiepercentage voor devastgesteld. 2 Bij ministeriële regeling wordt door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in overeenstemming met Onze Minister het percentage voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten vastgesteld. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Indien een wijziging van een premiepercentage ingaat op een ander tijdstip dan met ingang van 1 januari, wordt bij ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en indien het de premie voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten betreft mede in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een gemiddeld premiepercentage vastgesteld voor door Onze Minister aan te wijzen gevallen en tijdvakken. 1997 779 30-12-1997 24-12-1997 23652 1997 779 30-12-1997 24-12-1997 23652 01-01-1998
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De rijksbelastingdienst heft de premie voor de volksverzekeringen. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 15 artikel 3 154 van de Wet inkomstenbelasting 2001 De premie voor de volksverzekeringen wordt, onverminderd het bepaalde inen onder verrekening van krachtens dat artikel geheven premie, bij wege van aanslag geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de inkomstenbelasting geldende regels, met uitzondering van. 2000 571 27-12-2000 14-12-2000 27184 2000 571 27-12-2000 14-12-2000 27184 01-01-2001
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Voor zoveel de premieplichtige aan de loonbelasting is onderworpen, wordt de premie voor de volksverzekeringen bij wijze van inhouding geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de loonbelasting geldende regels. 2 artikel 5a van de Wet op de loonbelasting 1964 Voor zoveel de premieplichtige aan de loonbelasting is onderworpen ingevolge, is het eerste lid niet van toepassing. 3 artikel 25 van de Wet op de loonbelasting 1964 Bij ministeriële regeling kunnen voor daarbij aan te wijzen gevallen berekeningsvoorschriften worden vastgesteld aan de hand waarvan uit de in het tweede lid, van, bedoelde tabellen het bedrag van de premie voor de volksverzekeringen wordt afgeleid. 2002 613 19-12-2002 11-12-2002 28487 2002 613 19-12-2002 11-12-2002 28487 01-01-2003 01-01-2002 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De rijksbelastingdienst vordert de premie voor de volksverzekeringen in. 2 artikel 14 artikel 15 Ten aanzien van de invordering van de ingevolge deze wet verschuldigde premie zijn, naar gelangdan welvan toepassing is, de regels geldende voor de invordering van de inkomstenbelasting onderscheidenlijk de loonbelasting van overeenkomstige toepassing. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 paragrafen 1 tot en met 5 Bij ministeriële regeling kunnen in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport nadere regels worden gesteld met betrekking tot hetgeen in deis bepaald. 1997 779 30-12-1997 24-12-1997 23652 1997 779 30-12-1997 24-12-1997 23652 01-01-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Indien een premieplichtige nalatig is gebleven over een bepaald jaar de op aanslag verschuldigde premie voor de volksverzekeringen te betalen, houdt de Sociale verzekeringsbank daarvan aantekening indien zij beslist dat van een schuldig nalaten sprake is. 2 Een premieplichtige is schuldig nalatig indien hij nalaat de door hem op aanslag verschuldigde premie voor de volksverzekeringen te betalen. Voor zover de premieplichtige kan aantonen dat er omstandigheden aanwezig zijn op grond waarvan het niet betalen van de premie hem niet toegerekend kan worden, wordt afgezien van het schuldig nalatig stellen van de premieplichtige. 3 In afwijking van het tweede lid, wordt van het schuldig nalatig stellen niet afgezien indien: a. de aanslag voor de premie voor de volksverzekeringen ambtshalve is vastgesteld omdat de premieplichtige geen of onvoldoende medewerking heeft verleend bij het vaststellen van het premie-inkomen; b. artikelen 65, eerste tot en met derde en vijfde tot en met zevende lid 66 68 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens de premie voor de volksverzekeringen niet of niet geheel kan worden ingevorderd omdat is nagelaten te voldoen aan de krachtens de,engeldende verplichtingen; of c. artikelen 65, eerste tot en met derde en vijfde tot en met zevende lid 66 68 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens de premieplichtige de bekendmaking van de beschikking met betrekking tot het stellen van een aantekening als bedoeld in het eerste lid bemoeilijkt of onmogelijk maakt omdat is nagelaten te voldoen aan de krachtens de,engeldende verplichtingen. 4 Indien in het geval, waarin een aantekening is gesteld, de verzekerde binnen vijf jaren na de kennisgeving van die aantekening de op de in het eerste lid bedoelde aanslag verschuldigd gebleven premie voor de volksverzekeringen geheel of gedeeltelijk betaalt, wordt die betaling achtereenvolgens toegerekend aan: a. de kosten verbonden aan de invordering; b. de invorderingsrente; c. de verschuldigd gebleven inkomstenbelasting en de premie, verschuldigd gebleven voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en de nabestaandenverzekering; d. een opslag van 5% op de premie, verschuldigd gebleven voor de algemene ouderdomsverzekering; e. de premie, verschuldigd gebleven voor de algemene ouderdomsverzekering. 5 In het geval, bedoeld in het vierde lid, wordt voor zover de voor de algemene ouderdomsverzekering verschuldigd gebleven premie alsnog is betaald, de aantekening doorgehaald. De premieplichtige wordt geacht over het betrokken tijdvak in zoverre niet schuldig nalatig te zijn geweest. 6 Aan de belanghebbende wordt bij brief met ontvangstbevestiging kennis gegeven van een beslissing met betrekking tot het stellen van een aantekening als bedoeld in het eerste lid dan wel tot het doorhalen van een zodanige aantekening. De Sociale verzekeringsbank bewaart de bewijsstukken van de verzending van het besluit. 7 Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere regels worden gesteld. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a Het beroep kan niet zijn gegrond op het verweer dat de aanslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Het beroep kan slechts dan zijn gegrond op het verweer dat de aanslag niet is ontvangen, indien belanghebbende aannemelijk kan maken dat hij de aanslag nimmer ontvangen heeft en dat er geen omstandigheden zijn op grond waarvan het niet ontvangen van de aanslag hem kan worden toegerekend. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Van verplichtingen welke bij of krachtens dit hoofdstuk zijn opgelegd, wordt op zijn verzoek ontheven: a. degene, die gemoedsbezwaren heeft tegen één of meer volksverzekeringen; b. de rechtspersoon, waarbij natuurlijke personen zijn betrokken die bezwaren hebben als bedoeld in onderdeel a. 2 Een ontheffing wordt verleend door de Sociale verzekeringsbank. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Indien een ontheffing is verleend in het kader van één of meer volksverzekeringen, wordt voor geen van de volksverzekeringen premie geheven, doch vindt voor al die verzekeringen heffing van premievervangende inkomstenbelasting of premievervangende loonbelasting plaats, aldus dat: a. van degene, van wie anders premie voor de volksverzekeringen zou worden geheven bij wege van aanslag, inkomstenbelasting wordt geheven tot het bedrag van die premies; b. van degene, van wie anders premie voor de volksverzekeringen zou zijn geheven bij wijze van inhouding, loonbelasting wordt ingehouden tot het bedrag van die premie. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de loonbelasting 1964 Invorderingswet 1990 De belasting die op grond vanwordt geheven in plaats van de premie voor de volksverzekeringen wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk en voor de toepassing van de, deen debeschouwd als premie voor die verzekeringen. 2 artikel 19 artikel 10, vierde lid Voor de persoon van wie als gevolg van een ontheffing als bedoeld inpremievervangende belasting wordt geheven of ingehouden wordt een heffingskorting toegepast die wordt vastgesteld overeenkomstig de op grond van, voor een premieplichtige voor de volksverzekeringen toepasselijke heffingskorting voor de volksverzekeringen. 2000 571 27-12-2000 14-12-2000 27184 2000 571 27-12-2000 14-12-2000 27184 01-01-2001
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 3, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Wanneer de Sociale verzekeringsbank een ontheffing verleent of intrekt, doet zij daarvan mededeling aan de inspecteur, onder wie de betrokkene krachtensressorteert voor de heffing van de inkomstenbelasting. 2002 617 19-12-2002 12-12-2002 28608 2002 633 23-12-2002 13-12-2002 01-01-2003 De datum van inwerkingtreding is vastgesteld onder toepassing van
artikel 16, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet. Bij
Stb.2002/617 is in artikel XXXIV een bepaling betreffende de
toepassing gepubliceerd.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 19 Ten laste van het Rijk komt de premie voor de volksverzekeringen, voor zover die ingevolge een ontheffing als bedoeld inniet wordt geheven. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden met betrekking tot het bepaalde in deze paragraaf. 2 Deze regels betreffen: a. de voorwaarden, waaronder een ontheffing wordt verleend; b. de verdere gevolgen, die voor de toepassing van deze wet aan een ontheffing zijn verbonden; c. de gevallen, waarin een ontheffing wordt ingetrokken; en d. de gevolgen, die voor de toepassing van deze wet aan een intrekking van een ontheffing zijn verbonden. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Degene, die is toegelaten tot de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering, de vrijwillige nabestaandenverzekering, of de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten, is voor die verzekeringen een premie verschuldigd volgens het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen tarief. 2 De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2001 212 08-05-2001 26-04-2001 27468 2001 212 08-05-2001 26-04-2001 27468 09-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De verschuldigde premie voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering, of de vrijwillige nabestaandenverzekering, of de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten wordt in rekening gebracht en geïnd door de Sociale verzekeringsbank. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling van de in rekening te brengen premie en de inning. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De premie wordt betaald aan het orgaan, dat de in rekening te brengen premie vaststelt, op de wijze en het tijdstip, door dat orgaan aangegeven. 2 Een schuld aan premie voor een vrijwillige verzekering valt buiten de nalatenschap van degene, die tot die verzekering was toegelaten. De schuld moet worden betaald door degene, die krachtens de betrokken vrijwillige verzekering prestaties ontvangt. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de betaling van de premie voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering, de vrijwillige nabestaandenverzekering, of de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten. 2001 212 08-05-2001 26-04-2001 27468 2001 212 08-05-2001 26-04-2001 27468 09-05-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 29, tweede lid De Sociale verzekeringsbank beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven, bedoeld in, in de vorm van een Ouderdomsfonds dat deel uitmaakt van de Sociale verzekeringsbank. 2 artikel 30, tweede lid De Sociale verzekeringsbank beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven, bedoeld inin de vorm van een Nabestaandenfonds dat deel uitmaakt van de Sociale verzekeringsbank. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Ten gunste van het Ouderdomsfonds komen: a. de premies voor de algemene ouderdomsverzekering en voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering; b. artikel 10b rijksbijdragen als bedoeld in; c. b artikel 18, derde lid, onderdeel de opslag, bedoeld in; d. a artikel 17van de Algemene Ouderdomswet de boeten, bedoeld in; e. artikel 44a de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in. 2 Uit het Ouderdomsfonds worden betaald: a. de lasten van de algemene ouderdomsverzekering en van de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering; b. hoofdstuk VIII van de Algemene Ouderdomswet de lasten van de regeling, vervat in. 2000 570 27-12-2000 14-12-2000 27466 2000 570 27-12-2000 14-12-2000 27466 01-01-2001
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a artikel 10b artikel 31 Onze Minister stelt een keer per jaar een prognose op van de benodigde middelen tot dekking van de lasten van de algemene ouderdomsverzekering voor de eerstkomende tien jaren, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de opbrengst van de premies voor de algemene ouderdomsverzekering, de rijksbijdragen, bedoeld in, en de ontvangsten en uitgaven van het Spaarfonds AOW, bedoeld in. 1998 262 07-05-1998 29-04-1998 25699 1998 262 07-05-1998 29-04-1998 25699 08-05-1998 De artikelen 31-33 werken terug tot en met 1 december 1997.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Ten gunste van het Nabestaandenfonds komen: a. artikel 66a van de Algemene nabestaandenwet de premies voor de nabestaandenverzekering en voor de vrijwillige nabestaandenverzekering alsmede de te ontvangen bijdragen op grond vanen de daarop berustende bepalingen; b. artikel 39 van de Algemene nabestaandenwet de boeten, bedoeld in; c. artikel 44a de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in. 2 Uit het Nabestaandenfonds worden betaald: a. de lasten van de nabestaandenverzekering en van de vrijwillige nabestaandenverzekering; b. hoofdstuk 8 van de Algemene nabestaandenwet de lasten voortvloeiend uiten de daarop berustende bepalingen. 2005 274 31-05-2005 28-04-2005 28467 2005 278 31-05-2005 23-05-2005 01-06-2005
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Er is een Spaarfonds AOW. 2 artikel 9, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 Het Spaarfonds AOW is een begrotingsfonds als bedoeld in. 3 De ontvangsten van het Spaarfonds AOW worden gevormd door bijdragen ten laste van de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en door renten op het saldo van het fonds. 4 De uitgaven van het Spaarfonds AOW strekken ter bekostiging van lasten van de algemene ouderdomsverzekering. 5 Onze Minister beheert de begroting van het Spaarfonds AOW. 6 artikelen 2, derde lid 52, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 In afwijking van de, enworden de begroting en de financiële verantwoording van het fonds uitsluitend op kasbasis gepresenteerd. 7 Het gerealiseerde batig saldo van het Spaarfonds AOW van enig jaar wordt ten gunste gebracht van de begroting van het Spaarfonds AOW van het daaropvolgende jaar. 2002 413 20-08-2002 13-07-2002 27849 2002 414 20-08-2002 13-07-2002 01-09-2002
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 artikel 31, derde lid Jaarlijks komt een bijdrage als bedoeld in, ten gunste van het Spaarfonds AOW. 2 De omvang van elke ten gunste van het Spaarfonds AOW komende bijdrage wordt door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën bepaald. 3 In het jaar 1999 komt een bijdrage ten gunste van het Spaarfonds AOW die ten minste f 250 miljoen hoger is dan de als bijdragen voor de jaren 1997 en 1998 vastgestelde bedragen. 4 In elk volgend jaar wordt een bijdrage ten gunste van het Spaarfonds AOW gebracht die ten minste € 113 445 054 hoger is dan het bedrag dat in het jaar, voorafgaande aan het desbetreffende jaar, ten minste ten gunste van het Spaarfonds AOW diende te worden gebracht. 5 Het in het Spaarfonds aanwezige saldo wordt rentedragend in 's Rijks schatkist aangehouden. 6 Onze Minister van Financiën stelt jaarlijks de rente vast die over het saldo van het Spaarfonds AOW wordt vergoed. 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 2001 481 01-11-2001 27-09-2001 27472 01-01-2002 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën besluiten vanaf het jaar 2020 uit het Spaarfonds AOW lasten van de algemene ouderdomsverzekering te betalen. 1998 262 07-05-1998 29-04-1998 25699 1998 262 07-05-1998 29-04-1998 25699 08-05-1998 01-12-1997 De artikelen 31-33 werken terug tot en met 1 december 1997.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 35, tweede lid Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beheert en administreert afzonderlijk de middelen tot dekking van de uitgaven, bedoeld in, in de vorm van een Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds dat deel uitmaakt van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2 Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen Het beheer en de administratie in de vorm van een Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in het eerste lid, eindigen met ingang van de dag, gelegen vier jaar na de dag van inwerkingtreding van de. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Ten gunste van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds komen: a. de premies voor de algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering en voor de vrijwillige algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering; b. a de boeten, bedoeld in artikel 20van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet; c. de bedragen, verhaald op grond van artikel 57, zesde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet; d. vervallen; e. Stb. de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet arbeid gehandicapte werknemers (1986, 300). 2 Vervallen. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat andere bedragen dan als bedoeld in het tweede lid uit het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds worden betaald, voor zover deze andere bedragen betrekking hebben op lasten uit hoofde van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet. 1999 564 23-12-1999 15-12-1999 26722 1999 564 23-12-1999 15-12-1999 26722 24-12-1999
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 1994 916 15-12-1994 23775 1994 917 19-12-1994 01-01-1995
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 1997 178 29-04-1997 24-04-1997 24776 1997 794 30-12-1997 24-12-1997 25415 1997 391 18-09-1997 02-09-1997 01-01-1998
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Ziekenfondswet Het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de, verder te noemen: het College zorgverzekeringen beheert en administreert afzonderlijk een Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Ten gunste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten komen: a. de premie voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en voor de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten; b. de inkomsten, die in verband met de algemene verzekering bijzondere ziektekosten voortvloeien uit internationale overeenkomsten; c. artikel 6, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten artikel 6, vierde lid, in verbinding met het derde lid, van die wet de bijdragen in de kosten van verstrekkingen welke op grond van, dan wel in voorkomend geval op grond vanworden betaald door of namens de verzekerde, dan wel, in voorkomend geval, door het ingevolge een wettelijke regeling tot betaling van zodanige bijdragen bevoegde orgaan dat uitkeringen of pensioenen uit hoofde van die regeling aan die verzekerde betaalbaar stelt; d. artikel 44a de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in. 2 Artikel 14a, derde lid, van de Ziekenfondswet Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan jaarlijks een bijdrage verlenen aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten tot het bedrag dat daarvoor in de wet tot vaststelling van de begroting voor zijn ministerie voor dat jaar is toegestaan. De bijdrage wordt betaald in gelijke maandelijkse delen.is van overeenkomstige toepassing. 3 Uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten worden betaald: a. de gehele of gedeeltelijke kosten van de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en van de vrijwillige verzekering bijzondere ziektekosten; b. de uitgaven voor deze verzekering, voortvloeiende uit overeenkomsten, waaronder begrepen internationale overeenkomsten; c. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten de uitgaven die in verband met die verzekering voortvloeien uit enige andere wettelijke regeling dan de; d. artikel 6, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten bijdragen aan onze Minister van Justitie in verband met diens financiële verantwoordelijkheid bedoeld in; e. artikel 7, derde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten bijdragen aan Onze Minister van Defensie ingevolge; f. artikel 1p van de Ziekenfondswet uitgaven ten behoeve van subsidies, verstrekt ingevolge, voor zover zulks ingevolge dat artikel is bepaald; g. artikel 10, vierde lid artikel 34 van de Wet op de orgaandonatie de uitgaven, bedoeld in, en. 4 Uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten kunnen middelen worden gebruikt voor het vormen en in stand houden van een reserve. Bij ministeriële regeling kunnen door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met Onze Minister met betrekking tot de vorige volzin nadere regels worden gesteld. 5 artikel 1p van de Ziekenfondswet artikel 1s van de Ziekenfondswet Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt jaarlijks aan het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten een bijdrage verleend voor de uitvoering van de Regeling Ziekenfondsraad Abortusklinieken 1992 dan wel de regeling die ingevolgeter vervanging van die regeling is vastgesteld. Op de bijdrage worden voorschotten verleend. De bijdrage voor enig jaar is gelijk aan het saldo van de uitgaven en ontvangsten in het desbetreffende jaar met betrekking tot de uitvoering van de bedoelde regeling, voor zover door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aanvaard. Het College zorgverzekeringen neemt een specificatie van de ontvangsten en uitgaven op in het financieel verslag, bedoeld in. Onze Minister voornoemd stelt de bijdrage uiterlijk drie maanden na ontvangst van het financieel verslag vast. 2003 544 30-12-2003 19-12-2003 28978 2003 545 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het College zorgverzekeringen doet jaarlijks uitkeringen uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten ter dekking van de noodzakelijke uitgaven, gedaan voor de uitvoering van de in degeregelde verzekering, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen. 2 Ziekenfondswet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Het College van toezicht op de zorgverzekeringen, bedoeld in de, verder te noemen: het College toezicht, is bevoegd vast te stellen dat uitgaven niet verantwoord waren voorzover deze door hem niet noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de verzekering ingevolge de. Met de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, evenals met de daarmee verkregen opbrengsten worden geen uitgaven gedekt waarvan het College toezicht heeft vastgesteld dat zij niet verantwoord waren, tenzij het College toezicht anders besluit. 3 Op de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschotten worden verleend overeenkomstig door het College zorgverzekeringen te stellen regels. 2003 69 25-02-2003 30-01-2003 28678 2004 256 17-06-2004 25-05-2004 01-01-2005
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 Het College zorgverzekeringen houdt de financiële middelen die deel uitmaken van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën. 2 Het College zorgverzekeringen kan, voor de uitvoering van zijn wettelijke taken, beschikken over de financiële middelen die hij in rekening-courant bij Onze Minister van Financiën houdt. 3 In afwijking van het eerste lid kan het College zorgverzekeringen een deel van de in het eerste lid bedoelde financiële middelen buiten de in het eerste lid bedoelde rekening-courant houden. 4 Onze Minister van Financiën stelt in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, na overleg met het College zorgverzekeringen, de omvang van het in het derde lid bedoelde deel van de financiële middelen vast. 5 Bij een tekort aan financiële middelen maakt het College zorgverzekeringen gebruik van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden verleend. 6 Onze Minister van Financiën informeert dagelijks het College zorgverzekeringen ten aanzien van de rekening-courant in elk geval met betrekking tot: a. de slotstanden per dag; b. alle dagelijks geboekte mutaties of transacties in de rekening-courant. 7 Het College zorgverzekeringen informeert Onze Minister van Financiën ten aanzien van de rekening-courant, in elk geval met betrekking tot de prognoses van de saldi van de rekening-courant. 8 Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de rekening-courant geen kosten in rekening. 9 Onze Minister van Financiën stelt in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, na overleg met het College zorgverzekeringen, regels omtrent de rente die over de saldi van de in het eerste lid bedoelde rekening-courant wordt vergoed onderscheidenlijk in rekening wordt gebracht. 10 Onze Minister van Financiën kan in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, na overleg met het College zorgverzekeringen, regels stellen omtrent het eerste, zesde en zevende lid. 2001 23 16-01-2001 13-12-2000 27038 2001 100 27-02-2001 16-02-2001 01-04-2001
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Vervallen 1999 185 29-04-1999 27-03-1999 26011 1999 240 17-06-1999 01-06-1999 01-07-1999
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Invorderingswet 1990 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen Stb. De invorderingsrente en de heffingsrente op grond van deonderscheidenlijk op grond van de(1959, 301) komen ten laste en ten gunste van de fondsen, waarin de premie moet worden gestort. 1990 222 31-05-1990 30-05-1990 21135 1990 222 31-05-1990 30-05-1990 21135 01-06-1990
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Door Onze Minister, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Financiën kunnen bij ministeriële regeling regels gesteld worden met betrekking tot de afdracht van de premie voor de volksverzekeringen door de rijksbelastingdienst aan de betrokken fondsen. 1998 742 30-12-1998 24-12-1998 26239 1998 742 30-12-1998 24-12-1998 26239 31-12-1998
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a 1 Ten gunste van het Ouderdomsfonds, het Nabestaandenfonds en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten wordt jaarlijks ten laste van het Rijk een bijdrage in de kosten van de heffingskortingen toegekend. 2 De bijdrage in de kosten van de heffingskortingen per fonds wordt bij ministeriële regeling jaarlijks vastgesteld volgens de formule: t t-1 t-1 t t-1 BIKK= (BIKK+ A*K)*K/K t waarbij: BIKK= de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen ten gunste van het fonds in een bepaald jaar; t-1 BIKK= de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen ten gunste van het fonds in het voorafgaande jaar; artikel 8.1, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001 A = het aandeel van de premie ten gunste van het fonds in het gecombineerde heffingspercentage, bedoeld in, in het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend, verminderd met het aandeel in het daaraan voorafgaande jaar; t K= de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij ministeriële regeling bekendgemaakte geraamde totale kosten voor de heffingskortingen in het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend; t-1 K= de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij ministeriële regeling bekendgemaakte geraamde totale kosten voor de heffingskortingen in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage wordt toegekend. 2005 274 31-05-2005 28-04-2005 28467 2005 278 31-05-2005 23-05-2005 01-06-2005
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Vervallen 1997 706 23-12-1997 11-12-1997 25342 1997 706 23-12-1997 11-12-1997 25342 01-01-1998
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 hoofdstuk III Degene, die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, bedoeld invan deze wet, is verplicht aan de Sociale verzekeringsbank of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk is, dat zij van invloed zijn op de hoogte van de verschuldigde premie. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 De Sociale verzekeringsbank, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het College zorgverzekeringen, het College toezicht, de organen, betrokken bij de uitvoering van de algemene verzekering bijzondere ziektekosten, de belastingdienst, het Centraal Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn verplicht desgevraagd aan elkaar, aan het College zorgverzekeringen, aan het College toezicht en aan Onze Minister, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kosteloos de opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanwordt de belanghebbende in een bezwaarschriftprocedure ten aanzien van een besluit inzake de verschuldigde premie te betalen voor een vrijwillige verzekering gehoord op zijn verzoek. 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht In afwijking vanbeslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen respectievelijk de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken na ontvangst van het bezwaarschrift. 2001 625 18-12-2001 29-11-2001 27665 2001 682 27-12-2001 13-12-2001 27665 01-01-2002
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Vervallen 1993 650 30-12-1993 16-12-1993 22495 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikel 40, eerste of derde lid artikel 40, tweede lid Een belanghebbende kan beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen besluiten van het College zorgverzekeringen, genomen krachtens, alsmede tegen besluiten van het College toezicht, genomen krachtens. 2003 69 25-02-2003 30-01-2003 28678 2004 256 17-06-2004 25-05-2004 01-01-2005
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 46 Hij die niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie. 2 Het in het eerste lid bedoelde strafbare feit wordt als een overtreding beschouwd. 2003 544 30-12-2003 19-12-2003 28978 2003 545 30-12-2003 19-12-2003 01-01-2004
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Artikel 30 Wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het tot stand brengen van een recht op langdurend zorgverlof en het aanbrengen van enkele verbeteringen artikel IXa van die wet hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg , zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van de(Stb. 274) blijft van toepassing voor de duur van de periode waarin op grond vanrecht bestaat op een financiële tegemoetkoming op grond van. 2005 274 31-05-2005 28-04-2005 28467 2005 278 31-05-2005 23-05-2005 01-06-2005
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Wijzigt deze wet. 1989 611 28-12-1989 1989 611 28-12-1989 30-12-1989
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 wet vereenvoudiging tariefstructuur en aftrekposten in de loon- en inkomstenbelasting Deze wet treedt in werking op dezelfde dag waarop het bij koninklijke boodschap ingediende voorstel vanin werking treedt. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Wet financiering volksverzekeringen. 1989 129 10-05-1989 27-04-1989 20625 1989 123 27-04-1989 01-01-1990