Wet van 13 december 1989, tot het uitgeven en belenen van schatkistpapier en het aangaan van geldleningen ten laste van de Staat der Nederlanden in 1990
- BWB-id
- BWBR0004663
- Type
- Wet
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 1990-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004663
- ELI
- /eli/nl/wet/1990/leningwet-1990
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1990/leningwet-1990/1990-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004663&g=1990-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004663&z=2026-06-06&g=1990-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004663/1990-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1990/leningwet-1990
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Onze Minister van Financiën wordt gemachtigd in 1990 schatkistpapier uit te geven en te belenen en geldleningen ten laste van de Staat der Nederlanden aan te gaan ter voorziening in de financieringsbehoefte van de Staat alsmede uit monetaire overwegingen. 1989 556 13-12-1989 21224 1989 556 13-12-1989 21224 01-01-1990
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De looptijd van de geldleningen zal ten hoogste vijftig jaar zijn. 1989 556 13-12-1989 21224 1989 556 13-12-1989 21224 01-01-1990
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Stb. Onze Minister van Financiën stelt met inachtneming van het bepaalde in de Wet schatkistpapier (1976, 110) en deze wet de voorwaarden vast, waarop schatkistpapier wordt uitgegeven en beleend en geldleningen ten laste van de Staat der Nederlanden worden aangegaan. 1989 556 13-12-1989 21224 1989 556 13-12-1989 21224 01-01-1990
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Minister van Financiën kan ter zake van geldleningen welke door middel van openbare inschrijvingen worden aangegaan, aan bankiers, makelaars in effecten en commissionairs in effecten over het nominale bedrag, toegewezen op de door hun tussenkomst gedane inschrijvingen, waarvoor het verschuldigde is gestort, een provisie toekennen van ten hoogste ½% (een half ten honderd). 2 Onze Minister van Financiën kan aan bemiddelaars in onderhandse geldleningen over het nominale bedrag van door hun tussenkomst tot stand gekomen onderhandse geldleningen een provisie toekennen van ten hoogste 1/8% (een achtste ten honderd). 1989 556 13-12-1989 21224 1989 556 13-12-1989 21224 01-01-1990
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het recht tot opvordering van een hoofdsom van de overeenkomstig deze wet aangegeven vaste schuld, welke aflosbaar is gesteld, verjaart tien jaar na de eerste dag, waarop die hoofdsom aflosbaar is. 1989 556 13-12-1989 21224 1989 556 13-12-1989 21224 01-01-1990
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1990; zij kan worden aangehaald als: Leningwet 1990. 1989 556 13-12-1989 21224 1989 556 13-12-1989 21224 01-01-1990