Wet van 10 maart 1988, houdende maatregelen ter beperking van het tabaksgebruik, in het bijzonder ter bescherming van de niet-roker
- BWB-id
- BWBR0004302
- Type
- Wet
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004302
- ELI
- /eli/nl/wet/1990/tabaks-en-rookwarenwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1990/tabaks-en-rookwarenwet/2025-07-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004302&g=2025-07-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004302&z=2026-06-06&g=2025-07-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004302/2025-07-12
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1990/tabaks-en-rookwarenwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanverwant product: elektronische dampwaar, voor roken bestemd kruidenproduct, elektronisch verhittingsapparaat, nicotineapparaat en nicotineproduct zonder tabak, met uitzondering van nicotineproduct zonder tabak voor oraal gebruik; additief: een andere stof dan tabak die aan een tabaksproduct, nicotinehoudende vloeistof, niet-nicotinehoudende vloeistof, of verpakkingseenheid of buitenverpakking ervan, wordt toegevoegd; bijlage: bijlage debij deze wet; binnenlandse verkoop op afstand: een verkoopovereenkomst tussen een detaillist en een consument die zich beiden in Nederland bevinden en die wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van detaillist en consument en waarbij, tot en met het moment van het sluiten van de verkoopovereenkomst, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand; buitenverpakking: de verpakking waarin tabaksproducten of aanverwante producten in de handel worden gebracht en die een verpakkingseenheid of een aantal verpakkingseenheden bevat, met dien verstande dat onbedrukte cellofaanverpakkingen niet als buitenverpakking worden beschouwd; consument: een natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen; detaillist: verkooppunt waar tabaksproducten en aanverwante producten in de handel worden gebracht, ook als dat door een natuurlijke persoon gebeurt; distributeur: een natuurlijke persoon of rechtspersoon in de toeleveringsketen van tabaksproducten en aanverwante producten, niet zijnde de producent, importeur of detaillist; elektronisch verhittingsapparaat: apparaat of onderdeel van dat apparaat dat gebruikt kan worden voor de consumptie van tabaksproducten via een proces van verhitting, al dan niet in combinatie met enig ander proces; elektronische dampwaar: elektronische sigaret, navulverpakking, elektronische sigaret zonder nicotine, navulverpakking zonder nicotine en patroon zonder nicotine; elektronische sigaret: een product dat gebruikt kan worden voor de consumptie van nicotinehoudende damp via een mondstuk, of een onderdeel van dat product, waaronder een patroon, een reservoir en het apparaat zonder patroon of reservoir; elektronische sigaret zonder nicotine: een wegwerpproduct dat een reservoir met niet-nicotinehoudende vloeistof bevat en slechts gebruikt kan worden voor de consumptie van niet-nicotinehoudende damp via een mondstuk; emissie: stoffen die vrijkomen wanneer een tabaksproduct of aanverwant product wordt gebruikt zoals beoogd, zoals stoffen die voorkomen in rook, of stoffen die vrijkomen bij het gebruik van rookloze tabaksproducten; Europese Economische Ruimte: het geheel van staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; gedelegeerde verordening gegevensopslagcontracten: door Onze Minister aan te wijzen gedelegeerde verordening; grensoverschrijdende verkoop op afstand: een verkoop op afstand aan consumenten waarbij: a. de consument zich op het tijdstip waarop hij het product bij een detaillist bestelt in Nederland bevindt en die detaillist in een andere staat van de Europese Economische Ruimte of een derde land gevestigd is; of b. de consument zich op het tijdstip waarop hij het product bij een detaillist bestelt in een andere staat van de Europese Economische Ruimte of een derde land bevindt en die detaillist is gevestigd in Nederland, met dien verstande dat een detaillist wordt aangemerkt als te zijn gevestigd in Nederland: 1°. in het geval van een natuurlijk persoon: indien de zetel van zijn bedrijf zich in Nederland bevindt; 2°. in andere gevallen: indien de statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging, met inbegrip van een filiaal, agentschap of enige andere vestiging, van de detaillist zich in Nederland bevindt; horeca-inrichting: a. artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet inrichting als bedoeld in; b. inrichting waarin in ieder geval bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholvrije dranken of etenswaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse; importeur van tabaksproducten en aanverwante producten: de eigenaar van tabaksproducten en aanverwante producten die in Nederland zijn binnengebracht of een persoon die het recht heeft om over die producten te beschikken; in de handel brengen: de terbeschikkingstelling van producten aan consumenten in de Europese Economische Ruimte, al dan niet tegen betaling, inclusief via de verkoop op afstand, ongeacht de plaats van productie ervan; in geval van grensoverschrijdende verkoop op afstand wordt het product geacht in de handel te zijn gebracht in Nederland indien de consument zich in Nederland bevindt; ingrediënt: tabak, een additief, en alle in een gereed tabaksproduct of aanverwant product aanwezige stoffen of elementen, met inbegrip van papier, filters, inkt, capsules en kleefstoffen; markttoezichtverordening: de door Onze Minister aan te wijzen verordening; maximumemissieniveau: de maximale hoeveelheid of emissie van een stof in een tabaksproduct, ook als zij nul bedraagt, gemeten in milligram; navulverpakking: een recipiënt die een nicotinehoudende vloeistof bevat die gebruikt kan worden voor het navullen van een elektronische sigaret; navulverpakking zonder nicotine: een recipiënt die niet-nicotinehoudende vloeistof bevat die gebruikt kan worden voor het navullen van een elektronische sigaret; nicotine: nicotinealkaloïden; nicotineapparaat: navulbaar apparaat, of onderdeel van dat apparaat, dat gebruikt kan worden om er een nicotineproduct zonder tabak mee te consumeren; nicotinehoudende vloeistof: nicotinehoudende vloeistof in een elektronische sigaret of navulverpakking; nicotineproduct zonder tabak: een product dat nicotine bevat en geen tabak, dat bestemd is om nicotine te consumeren en dat geen elektronische dampwaar of voor roken bestemd kruidenproduct is; nicotineproduct zonder tabak voor oraal gebruik: nicotineproduct zonder tabak bestemd voor oraal gebruik, in de vorm van poeder, fijne deeltjes, een combinatie daarvan of enige andere vorm, met name die welke in portiezakjes of poreuze builtjes worden aangeboden, met uitzondering van producten die bestemd zijn om te worden geïnhaleerd; niet-nicotinehoudende vloeistof: niet-nicotinehoudende vloeistof in een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine of een patroon zonder nicotine; Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; patroon zonder nicotine: een patroon die niet-nicotinehoudende vloeistof bevat en bestemd is om een elektronische sigaret te herladen; pijptabak: tabak die geconsumeerd kan worden via een proces van verbranding en die uitsluitend bestemd is voor gebruik in een pijp; producent: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een tabaksproduct of aanverwant product vervaardigt, laat ontwerpen of laat vervaardigen onder zijn naam of merk en in de handel brengt; Protocol: Protocol betreffende de uitbanning van illegale handel in tabaksproducten (Trb. 2014, 155); pruimtabak: een tabaksproduct dat niet via een proces van verbranding wordt geconsumeerd en dat uitsluitend voor pruimen bestemd is; reclame: elke handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten te bevorderen en elke vorm van commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft, met inbegrip van reclame waarmee, zonder het tabaksproduct of aanverwant product rechtstreeks te noemen, wordt getracht het reclameverbod te omzeilen door gebruik te maken van een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct of aanverwant product; rookverbod: het verbod tabaksproducten te roken, tabaksproducten anders dan door roken te consumeren, de damp van elektronische sigaretten of elektronische sigaretten zonder nicotine te consumeren of nicotineproducten zonder tabak voor oraal gebruik te consumeren; sigaar: een tabaksrolletje dat geconsumeerd kan worden via een proces van verbranding en gelet op de kenmerken en de normale verwachtingen van de consument uitsluitend bestemd is om te worden gerookt en: a. een dekblad van natuurlijke tabak heeft, of b. bestaat uit een gebroken melange, met een dekblad van gereconstitueerde tabak dat de normale kleur heeft van een sigaar en die het product volledig omhult, in voorkomend geval met inbegrip van het filter, doch zonder het mondstuk, en waarvan het gewicht per stuk, zonder filter of mondstuk, niet minder dan 2,3 gram en niet meer dan 10 gram bedraagt en de omtrek over ten minste een derde van de lengte 34 mm of meer bedraagt; sigaret: tabaksrolletje dat geconsumeerd kan worden via een proces van verbranding en: a. dat geschikt is om als zodanig te worden gerookt en die geen sigaar of cigarillo is, en b. dat door middel van een eenvoudige niet-industriële handeling in een huls van sigarettenpapier wordt geschoven of met sigarettenpapier wordt omhuld; sponsoring: elke openbare of particuliere economische bijdrage aan een activiteit, evenement of persoon, die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel tot rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg heeft; tabak: bladeren en andere natuurlijke, getransformeerde of niet-verwerkte delen van de tabaksplant, met inbegrip van geëxpandeerde en gereconstitueerde tabak; tabaksproducten: producten die geconsumeerd kunnen worden en die, al is het slechts ten dele, bestaan uit tabak, ook indien genetisch gemodificeerd; tabaksproductenrichtlijn: de door Onze Minister aan te wijzen richtlijn; tabak voor oraal gebruik: alle geheel of gedeeltelijk uit tabak bestaande tabaksproducten voor oraal gebruik, met uitzondering van producten die bestemd zijn om te worden geïnhaleerd of gepruimd, in de vorm van poeder, fijne deeltjes of een combinatie van deze vormen, met name die welke in portiezakjes of poreuze builtjes worden aangeboden; teer: het ongezuiverde water- en nicotinevrije condensaat van rook; uitvoeringsbesluit veiligheidskenmerk: door Onze Minister aan te wijzen uitvoeringsbesluit; uitvoeringsverordening traceringssysteem: door Onze Minister aan te wijzen uitvoeringsverordening; Verkooppunt van tabaksproducten of aanverwante producten: iedere plaats waar tabaksproducten of aanverwante producten aanwezig zijn voor het in de handel brengen; verpakkingseenheid: de kleinste individuele verpakking van een tabaksproduct of aanverwant product dat in de handel wordt gebracht; voor roken bestemd kruidenproduct: een product op basis van planten, kruiden of fruit dat geen tabak bevat en geconsumeerd kan worden via een proces van verbranding; werkgever: artikel 1, eerste lid, en tweede lid, onderdeel a, van de Arbeidsomstandighedenwet de werkgever, bedoeld in, met inbegrip van degene die een persoon als vrijwilliger als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van die wet arbeid laat verrichten; werknemer: degene die arbeid verricht voor de werkgever. 2 artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet Verordening (EU) 2017/745 Richtlijn 2001/83/EG Verordening (EG) nr. 178/2002 Verordening (EG) nr. 1223/2009 Richtlijnen 90/385/EEG 93/42/EEG Het bij of krachtens deze wet bepaalde is niet van toepassing op een elektronische sigaret, navulverpakking, nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat waarvoor een handelsvergunning is vereist op grond vanof een elektronische sigaret of nicotineapparaat waarvoor een CE-markering is vereist op grond van artikel 20 vanvan het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van,en, en tot intrekking vanenvan de Raad (PbEU 2017, L 117). 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 01-01-2025 2024 409 17-12-2024 11-12-2024 36616 2024 410 17-12-2024 11-12-2024 01-01-2025 2024 292 18-10-2024 02-10-2024 36403 2024 324 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan tabaksproducten, elektronische dampwaar, nicotinehoudende vloeistof en niet-nicotinehoudende vloeistof. De eisen kunnen betrekking hebben op: a. maximumemissieniveaus; b. ingrediënten; en c. technische eisen. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan de verpakkingseenheid en de buitenverpakking van tabaksproducten en aanverwante producten. De eisen hebben betrekking op: a. de aanduidingen op verpakkingseenheden en buitenverpakkingen; b. de hoeveelheid of het aantal stuks dat is verpakt; c. de presentatie van het product; d. de sluiting, vorm, afmetingen en materiaal van de verpakkingseenheid of de buitenverpakking; en e. andere elementen van de verpakkingseenheid en de buitenverpakking die gebruikt kunnen worden om een onderscheid te maken tussen de verschillende merken van een tabaksproduct of een aanverwant product. 3 De op grond van het tweede lid gestelde eisen kunnen voor verschillende producten verschillend worden vastgesteld. 4 Afbeeldingen van een verpakkingseenheid of een buitenverpakking die gericht zijn op consumenten in de Europese Economische Ruimte, moeten voldoen aan de eisen gesteld krachtens het tweede lid. Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het in de vorige volzin gestelde. 5 De verpakkingseenheid van elektronische dampwaar bevat een bijsluiter. Onze Minister stelt nadere regels over de inhoud van de bijsluiter. 6 Bij ministeriële regeling worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan het uiterlijk van sigaretten. De eisen kunnen betrekking op: a. de kleuren van het product; b. de aanduidingen op het product; c. de wijze waarop de kleur en de aanduidingen op het product worden aangebracht; d. de vormgeving en het materiaal van het product; e. de vorm van het product; f. de afmeting van het product; en g. andere elementen op het product die gebruikt kunnen worden om een onderscheid te maken tussen de verschillende tabaksproducten of aanverwante producten. 7 Bij ministeriële regeling kunnen voorts in het belang van de volksgezondheid eisen worden gesteld aan het uiterlijk van andere tabaksproducten dan sigaretten, en aan aanverwante producten. Het zesde lid, tweede zin en onderdelen a tot en met g, is van toepassing. 8 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan nicotineproducten zonder tabak. Het eerste lid, tweede zin en onderdelen a tot en met c, is van toepassing. 9 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan nicotineapparaten. Het eerste lid, tweede zin en onderdeel c, is van toepassing. 10 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen methoden van onderzoek worden aangewezen die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot een product al dan niet aan de daaraan krachtens het eerste, achtste of negende lid gestelde eisen is voldaan. 2024 292 18-10-2024 02-10-2024 36403 2024 324 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, eerste, tweede en vijfde tot en met negende lid Het is verboden om nicotinehoudende vloeistof, niet-nicotinehoudende vloeistof, tabaksproducten en aanverwante producten in de handel te brengen, indien die producten niet aan de krachtens, gestelde eisen voldoen. 2 artikel 3b Het is verboden om nieuwe of gewijzigde tabaksproducten en aanverwante producten, met uitzondering van elektronische verhittingsapparaten en nicotineproducten zonder tabak, in de handel te brengen indien ten aanzien van deze producten niet is voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens. 2024 292 18-10-2024 02-10-2024 36403 2024 324 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Het is verboden tabak voor oraal gebruik of nicotineproducten zonder tabak voor oraal gebruik in de handel te brengen. 2024 292 18-10-2024 02-10-2024 36403 2024 324 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de door producenten en importeurs van tabaksproducten en aanverwante producten, met uitzondering van elektronische verhittingsapparaten, nicotineproducten zonder tabak en nicotineapparaten, in te dienen gegevens bij Onze Minister of bij de Europese Commissie. Voor producenten en importeurs van verschillende tabaksproducten en aanverwante producten, met uitzondering van elektronische verhittingsapparaten, nicotineproducten zonder tabak en nicotineapparaten, kunnen verschillende regels worden gesteld. Deze regels kunnen betrekking hebben op: a. de inhoud van de in te dienen gegevens; b. het tijdstip en de wijze waarop de gegevens worden ingediend; c. de uit te voeren studies en proeven en de beoordeling daarvan door een onafhankelijke wetenschappelijke instantie; en d. de bij te voegen bescheiden. 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen kleine en middelgrote ondernemingen als bedoeld in de Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124) worden vrijgesteld van de verplichting tot het uitvoeren van studies, indien een andere producent of importeur de studie heeft uitgevoerd en daarover een verslag heeft opgesteld. 3 Onze Minister draagt op een door hem te bepalen wijze zorg voor openbaarmaking van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen in te dienen bescheiden en gegevens. Bij de openbaarmaking houdt Onze Minister naar behoren rekening met de noodzaak om bedrijfsgeheimen te beschermen. 4 Ingediende gegevens en bescheiden kunnen door Onze Minister met de Europese Commissie of de andere staten van de Europese Economische Ruimte worden gedeeld. 5 Indien een producent van een tabaksproduct of aanverwant product in Nederland is gevestigd, berust de verplichting om de gegevens in te dienen in eerste plaats bij de producent. Indien de importeur in Nederland en de producent buiten Europese Economische Ruimte is gevestigd, berust de verplichting om gegevens in te dienen in de eerste plaats bij de importeur. Indien de producent en de importeur beiden buiten Europese Economische Ruimte zijn gevestigd, zijn zij hoofdelijk verplicht de gegevens in te dienen. 2024 292 18-10-2024 02-10-2024 36403 2024 324 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c 1 Tabaksproducenten en -importeurs zijn verplicht medewerking te verlenen aan door Onze Minister ingestelde, aangewezen of goedgekeurde metingen en onderzoekingen, die tot doel hebben na te gaan wat het maximumemissieniveau is van teer, nicotine, koolmonoxide en andere stoffen die tabaksproducten, opgesplitst naar merk en type per eenheid product, voortbrengen, alsook om de gevolgen van deze andere stoffen voor de gezondheid na te gaan, daarbij onder meer rekening houdend met het inherente gevaar van afhankelijkheid. 2 De metingen en onderzoekingen voor de maximumemissieniveaus van teer, nicotine en koolmonoxide worden geverifieerd door laboratoria die zijn erkend door en onder toezicht staan van Onze Minister. 3 De resultaten van de metingen en onderzoekingen worden jaarlijks aan Onze Minister overgelegd of zo veel minder frequent als bij regeling van Onze Minister is bepaald. 4 Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het eerste, tweede en derde lid. 5 Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van bindende besluiten van een instelling van de Europese Unie metingen en onderzoekingen van maximumemissieniveaus worden aangewezen die worden geverifieerd door laboratoria die zijn erkend en onder toezicht staan van Onze Minister. 2016 175 18-05-2016 26-04-2016 34234 2016 178 18-05-2016 04-05-2016 20-05-2016
Artikel 3d — Artikel 3d#
Artikel 3d artikel 3c Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de erkenning van laboratoria, die metingen en onderzoekingen als bedoeld inverrichten. 2003 89 04-03-2003 06-02-2003 28401 2003 155 17-04-2003 04-04-2003 18-04-2003
Artikel 3e — Artikel 3e#
Artikel 3e 1 Producenten, importeurs en distributeurs van aanverwante producten, met uitzondering van elektronische verhittingsapparaten, nicotineproducten zonder tabak en nicotineapparaten, zetten een systeem op voor het vergaren van informatie over alle vermoedelijke schadelijke effecten van deze producten op de menselijke gezondheid. De producenten, importeurs en distributeurs van deze producten houden dit systeem bij. 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. 2024 292 18-10-2024 02-10-2024 36403 2024 324 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 In het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde wordt onder de begrippen die gedefinieerd worden in artikel 2 van de gedelegeerde verordening gegevensopslagcontracten, artikel 2 van het uitvoeringsbesluit veiligheidskenmerk en artikel 2 van de uitvoeringsverordening traceringssysteem verstaan hetgeen daaronder wordt begrepen in de genoemde artikelen van deze Europese rechtshandelingen. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Producenten en importeurs van tabaksproducten merken elke geproduceerde of ingevoerde verpakkingseenheid van een tabaksproduct met een unieke identificatiemarkering als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de tabaksproductenrichtlijn en nemen daarbij de uitvoeringsverordening traceringssysteem in acht. 2 Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan de door de producenten en importeurs aan te brengen unieke identificatiemarkering. De eisen hebben betrekking op de technische wijze waarop de unieke identificatiemarkering wordt aangebracht op de verpakkingseenheid. 3 De op grond van het tweede lid gestelde eisen kunnen voor verschillende producten verschillend worden vastgesteld en er kunnen verschillende tijdstippen worden vastgelegd waarop zij gaan gelden. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b artikel 4a Het is verboden om tabaksproducten te leveren, in te voeren, uit te voeren of in de handel te brengen, indien die producten niet aan de ingestelde eisen voldoen. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4c — Artikel 4c#
Artikel 4c 1 Alle bij de handel in tabaksproducten betrokken marktdeelnemers, van de producent tot en met de laatste marktdeelnemer vóór de eerste detaillist, registreren de bewegingen, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van de tabaksproductenrichtlijn en nemen daarbij artikel 15, negende lid, van de tabaksproductenrichtlijn en de uitvoeringsverordening traceringssysteem in acht. 2 Alle natuurlijke personen en rechtspersonen die deel uitmaken van de leveringsketen van tabaksproducten houden een register bij als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van de tabaksproductenrichtlijn en nemen daarbij de uitvoeringsverordening traceringssysteem in acht. 3 De producenten van tabaksproducten voorzien alle marktdeelnemers die betrokken zijn bij handel in tabaksproducten van de apparatuur, bedoeld in artikel 15, zevende en achtste lid, van de tabaksproductenrichtlijn. 4 De producenten en importeurs van tabaksproducten sluiten contracten over de opslag van gegevens met een onafhankelijke derde als bedoeld in artikel 15, achtste lid, eerste alinea, van de tabaksproductenrichtlijn. De producenten, importeurs en de onafhankelijke derde nemen daarbij de gedelegeerde verordening gegevensopslagcontracten en de uitvoeringsverordening traceringssysteem in acht. 5 Tabaksproducenten stellen een externe auditor voor die wordt goedgekeurd door de Europese Commissie. Tabaksproducenten en de externe auditor nemen daarbij artikel 15, achtste lid, tweede alinea, van de tabaksproductenrichtlijn in acht. 6 De onafhankelijke derde zorgt ervoor dat de faciliteiten voor gegevensopslag volledig toegankelijk zijn voor Onze Minister, de Europese Commissie en de externe auditor. Onze Minister kan producenten of importeurs toegang verlenen tot de opgeslagen gegevens, overeenkomstig artikel 15, achtste lid, derde alinea, van de tabaksproductenrichtlijn. 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake het eerste tot en met zesde lid, voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de bij of krachtens de tabaksproductenrichtlijn gestelde voorschriften. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4d — Artikel 4d#
Artikel 4d 1 Onze Minister wordt aangewezen als ID-uitgever, die is belast met het aanmaken en uitgeven van: a. unieke identificatiemarkeringen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de uitvoeringsverordening traceringssysteem, voor tabaksproducten die in Nederland in de handel worden gebracht; b. marktdeelnemeridentificatiecodes als bedoeld in artikel 15 van de uitvoeringsverordening traceringssysteem; c. faciliteitsidentificatiecodes als bedoeld in artikel 17 van de uitvoeringsverordening traceringssysteem; d. machine-identificatiecodes als bedoeld in artikel 19 van de uitvoeringsverordening traceringssysteem. 2 De tarieven die samenhangen met het verrichten van de in het vorige lid, onder a, genoemde werkzaamheden, worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Daarbij kunnen voor verschillende werkzaamheden verschillende tarieven worden vastgesteld. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4e — Artikel 4e#
Artikel 4e Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 9, vierde lid, 20, vierde lid, 27, derde lid en 32, vijfde lid, van de uitvoeringsverordening traceringssysteem. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4f — Artikel 4f#
Artikel 4f Onze Minister wijst de bevoegde autoriteiten, de nationale beheerders en degene die meldingen ontvangt aan, bedoeld in de artikelen 7, tweede en vijfde lid, 8, vierde lid, tweede alinea, 15, vierde lid, 17, vierde lid, 19, vierde lid, 25, eerste lid, onderdelen f, k en l, 26, zesde lid, 27 en 35, vijfde en zevende lid, van de uitvoeringsverordening traceringssysteem. De bevoegde autoriteiten en nationale beheerders nemen die uitvoeringsverordening in acht. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4g — Artikel 4g#
Artikel 4g Onze Minister is bevoegd tot het vragen van inlichtingen en het nemen van de maatregelen, bedoeld in artikel 35, vierde, onderscheidenlijk zesde lid, van de uitvoeringsverordening traceringssysteem. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4h — Artikel 4h#
Artikel 4h 1 Producenten en importeurs van tabaksproducten merken alle verpakkingseenheden van tabaksproducten die in de handel worden gebracht met een onvervalsbaar veiligheidskenmerk als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de tabaksproductenrichtlijn. 2 Bij ministeriële regeling worden eisen gesteld aan het door producenten en importeurs aan te brengen veiligheidskenmerk. De eisen kunnen voor onderscheiden categorieën tabaksproducten verschillen en hebben betrekking op: a. de samenstelling van het veiligheidskenmerk; b. de aanbieder die de authenticatie-elementen van het veiligheidskenmerk levert; c. de wijze van aanbrengen van het veiligheidskenmerk op de verpakkingseenheden; d. andere voorschriften voor zover die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de in het uitvoeringsbesluit veiligheidskenmerk gestelde voorschriften; e. de wijze waarop het veiligheidskenmerk aangevraagd kan worden. 3 De op grond van het tweede lid gestelde eisen kunnen voor verschillende producten verschillend worden vastgesteld en er kunnen verschillende tijdstippen worden vastgelegd waarop zij gaan gelden. 4 Onze Minister kan voor bepaalde categorieën tabaksproducten een voor belastingdoeleinden gebruikt nationaal herkenningsteken aanwijzen als veiligheidskenmerk als bedoeld in artikel 16, eerste lid, tweede alinea, van de tabaksproductenrichtlijn. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4i — Artikel 4i#
Artikel 4i artikel 4h, eerste of tweede lid Het is verboden om tabaksproducten te leveren, in te voeren of in de handel te brengen, indien die producten niet aan de in, gestelde eisen voldoen. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4j — Artikel 4j#
Artikel 4j Onze Minister wijst degene die meldingen ontvangt aan, bedoeld in artikel 8, vierde en zesde lid, van het uitvoeringsbesluit veiligheidskenmerk. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4k — Artikel 4k#
Artikel 4k Onze Minister is bevoegd tot het vragen van inlichtingen en het nemen van de maatregelen, bedoeld in artikel 8, derde, onderscheidenlijk vijfde lid, van het uitvoeringsbesluit veiligheidskenmerk. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 4l — Artikel 4l#
Artikel 4l artikelen 4 4a 4c 4d 4e 4f 4g 4h 4j 4k De,,,,,,,,enkunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd in verband met aanpassingen van verwijzingen naar bindende EU-rechtshandelingen of onderdelen daarvan, voor zover de aanpassingen niet inhoudelijk van aard zijn. 2019 478 16-12-2019 04-12-2019 35204 2020 10 22-01-2020 06-01-2020 23-01-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Elke vorm van reclame of sponsoring is verboden. 2 Mediawet 2008 Onder dit verbod wordt eveneens begrepen de onder de reikwijdte van devallende reclameboodschappen, telewinkelboodschappen, sponsoring en productplaatsing voor tabaksproducten of aanverwante producten, inclusief het gebruik maken van namen, (beeld)merken of andere onderscheidende tekens die door hun sterke gelijkenis bij het publiek redelijkerwijs de indruk geven dat het sponsoring door een producent of verkoper van tabaksproducten of aanverwante producten betreft. 3 Onder dit verbod wordt eveneens begrepen het tonen van te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de wijze waarop te koop aangeboden tabaksproducten en aanverwante producten aan het zicht worden onttrokken, en kan worden bepaald dat dit verbod niet geldt voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten. 4 In afwijking van het eerste lid is sponsoring van radioprogramma’s toegestaan indien dit geschiedt door ondernemingen waarvan de hoofdactiviteit niet wordt gevormd door de vervaardiging of de verkoop van tabaksproducten of aanverwante producten. 5 Mediawet 2008 In afwijking van het eerste lid is reclame toegestaan voor andere producten of diensten met dezelfde naam als een tabaksproduct of aanverwant product, die door eenzelfde onderneming of door verschillende ondernemingen in de handel zijn gebracht of worden aangeboden, indien de naam van die andere producten of diensten reeds te goeder trouw wordt gebruikt voor zowel een tabaksproduct of aanverwant product als voor een ander product of dienst. De naam van een tabaksproduct of aanverwant product wordt alleen gebruikt indien het in een duidelijk andere presentatievorm wordt gebruikt dan die waarin hij voor een tabaksproduct of aanverwant product wordt gebruikt, met uitsluiting van enig ander onderscheidend teken dan naam, merk en symbool, dat reeds voor een tabaksproduct of aanverwant product wordt gebruikt. Dit lid is niet van toepassing op reclameboodschappen, telewinkelboodschappen, sponsoring en productplaatsing die onder de reikwijdte van devallen. 6 Het eerste lid geldt evenmin voor: a. commerciële mededelingen in de pers en andere gedrukte publicaties, alsmede in diensten van de informatiemaatschappij, die de aanprijzing van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg hebben, en die: 1°. uitsluitend bestemd zijn voor personen die werkzaam zijn in de handel in tabaksproducten of aanverwante producten; of 2°. worden gedrukt en uitgegeven in, dan wel worden verleend vanuit landen buiten de Europese Economische Ruimte, mits deze niet hoofdzakelijk voor landen binnen de Europese Economische Ruimte bestemd zijn; b. uitsluitend voor de koper van tabaksproducten of aanverwante producten bestemde reclame in aangewezen verkooppunten als bedoeld in het derde lid, mits de reclame niet op minderjarigen is gericht en voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen regels. 7 Iedere uitreiking om niet of tegen een symbolische vergoeding, die het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product ten doel of tot rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg heeft, is verboden. 8 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het bijzonder voor minderjarigen bestemde goederen en diensten worden aangewezen, die niet bedrijfsmatig mogen worden verstrekt in aangewezen verkooppunten als bedoeld in het derde lid, indien daar reclame voor tabaksproducten of aanverwante producten wordt gemaakt. 9 Dit artikel is tevens van toepassing op nicotineproducten zonder tabak voor oraal gebruik. 2024 292 18-10-2024 02-10-2024 36403 2024 324 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 Het is verboden om voor een tabaksproduct of aanverwant product een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst te gebruiken. Dit verbod geldt niet voor: a. een tabaksproduct dat reeds vóór 7 november 2002 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was; b. een elektronische sigaret of navulverpakking die reeds vóór 20 mei 2016 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was; c. een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine, een patroon zonder nicotine of een voor roken bestemd kruidenproduct die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet van 10 februari 2017 houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van de elektronische sigaret zonder nicotine en nadere regeling van voor roken bestemde kruidenproducten, onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was; d. een elektronisch verhittingsapparaat dat reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van de Wet van 1 december 2021, houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van elektronische verhittingsapparaten voor tabaksproducten en in verband met de invoering van eisen aan het uiterlijk van tabaksproducten en aanverwante producten (Stb. 2021, 597), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was; e. een nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat dat reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, van de Wet van 2 oktober 2024 tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende regeling van nicotineproducten zonder tabak (Stb. 2024, 292), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was. 2 Het is verboden om voor producten of diensten een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken te gebruiken dat eerder al voor een tabaksproduct of aanverwant product werd gebruikt, tenzij de naam, het merk, het symbool of het andere onderscheidende teken van het product of de dienst in een duidelijk andere vorm dan die van het tabaksproduct of aanverwant product wordt gepresenteerd. Dit verbod geldt niet voor: a. een ander product of een andere dienst die reeds vóór 7 november 2002 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een tabaksproduct in de handel was; b. een ander product of een andere dienst die reeds vóór 20 mei 2016 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret of navulverpakking in de handel was; c. een ander product of een andere dienst die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, van de Wet van 10 februari 2017 houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van de elektronische sigaret zonder nicotine en nadere regeling van voor roken bestemde kruidenproducten, onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret zonder nicotine, navulverpakking zonder nicotine, patroon zonder nicotine of voor roken bestemde kruidenproduct in de handel was; d. een ander product of een andere dienst die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, van de Wet van 1 december 2021, houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet ter regeling van elektronische verhittingsapparaten voor tabaksproducten en in verband met de invoering van eisen aan het uiterlijk van tabaksproducten en aanverwante producten (Stb. 2021, 597), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronisch verhittingsapparaat in de handel was; e. een ander product of een andere dienst die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, van de Wet van 2 oktober 2024 tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende regeling van nicotineproducten zonder tabak (Stb. 2024, 292), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat in de handel was. 3 Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een tabaksproduct te gebruiken voor een aanverwant product. Dit verbod geldt niet voor een voor roken bestemd kruidenproduct dat vóór 7 november 2002 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een tabaksproduct in de handel was. 4 Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een elektronische sigaret, navulverpakking, elektronisch verhittingsapparaat, nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat te gebruiken voor een tabaksproduct of voor een voor roken bestemd kruidenproduct. Dit verbod geldt niet voor een voor roken bestemd kruidenproduct dat voor 1 juli 2018 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret, navulverpakking, elektronisch verhittingsapparaat, nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat in de handel was. 5 Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een elektronische sigaret zonder nicotine, navulverpakking zonder nicotine of een patroon zonder nicotine te gebruiken voor een tabaksproduct of voor een voor roken bestemde kruidenproduct. Dit verbod geldt niet voor een voor roken bestemd kruidenproduct dat reeds vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikellid onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een elektronische sigaret zonder nicotine of navulverpakking zonder nicotine in de handel was. 6 Het is verboden een naam, merk, symbool of enig ander onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct te gebruiken voor een tabaksproduct, elektronische dampwaar, een elektronisch verhittingsapparaat, een nicotineproduct zonder tabak of een nicotineapparaat. Dit verbod geldt niet voor: a. een tabaksproduct dat reeds vóór 7 november 2002 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was; b. een elektronische sigaret en een navulverpakking die voor 1 juli 2018 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was; c. een elektronische sigaret zonder nicotine, een navulverpakking zonder nicotine en een patroon zonder nicotine, die voor 1 juli 2018 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was; d. een elektronisch verhittingsapparaat dat voor 1 juli 2018 onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was; e. een nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat dat vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, van de Wet van 2 oktober 2024 tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende regeling van nicotineproducten zonder tabak (Stb. 2024, 292), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was. 2024 292 18-10-2024 02-10-2024 36403 2024 324 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b 1 artikelen 5 5a Op vordering van een rechtspersoon als bedoeld in het derde lid kan reclame of sponsoring, die in strijd is met het bepaalde in deof, onrechtmatig worden verklaard. 2 De vordering kan worden ingesteld tegen degene die verantwoordelijk is voor de reclame of sponsoring. 3 De vordering komt toe aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, die tot doel hebben de preventie van roken, het stoppen met roken of de behartiging van de belangen van jongeren, consumenten of niet-rokers. 4 artikel 5, zesde lid De eiser is niet ontvankelijk, indien niet blijkt dat hij, alvorens de vordering in te stellen, de verantwoordelijke de gelegenheid heeft geboden om de reclame of de sponsoring te verwijderen, dan wel, als, van toepassing is, de reclame of sponsoring zodanig te wijzigen dat de bezwaren die grond voor de vordering zouden opleveren, zijn weggenomen. Een termijn van twee weken na schriftelijke kennisgeving van de bezwaren is daartoe in elk geval voldoende. 2018 356 23-10-2018 03-10-2018 34923 2018 416 16-11-2018 05-11-2018 17-11-2018
Artikel 5c — Artikel 5c#
Artikel 5c 1 artikel 5b De rechtbank Rotterdam is bij uitsluiting bevoegd tot kennisneming van vorderingen als bedoeld in. 2 artikel 5b artikelen 285 376 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering 379 van dat wetboek De inbedoelde rechtspersonen hebben de bevoegdheden, geregeld in deen; artikelis niet van toepassing. 3 Op vordering van de eiser kan aan de uitspraak worden verbonden: a. een verbod van de reclame of de sponsoring; b. een gebod tot het verwijderen of doen verwijderen, dan wel tot het wijzigen of doen wijzigen, van de reclame of de sponsoring; c. een veroordeling tot het openbaar maken of laten openbaar maken van de uitspraak, zulks op door de rechter te bepalen wijze en op kosten van de door de rechter aan te geven partij of partijen. 4 artikel 5 5a De rechter kan in zijn uitspraak aangeven op welke wijze de inbreuk opofwordt weggenomen. 5 Geschillen ter zake van de tenuitvoerlegging van de in het derde lid bedoelde veroordelingen, alsmede van de veroordeling tot betaling van een dwangsom, zo deze is opgelegd, worden bij uitsluiting door de rechtbank Rotterdam beslist. 2012 313 13-07-2012 12-07-2012 32891 2012 314 13-07-2012 12-07-2012 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2012 682 27-12-2012 20-12-2012 32450 2012 684 27-12-2012 20-12-2012 01-01-2013 Deel C, artikel I, van Stb. 2012/682 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het is verboden in de instellingen, diensten en bedrijven, die door de Staat of andere openbare lichamen worden beheerd, bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten of aanverwante producten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben. Het verbod geldt niet in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. 2 Het is verboden in inrichtingen voor gezondheidszorg, welzijn, maatschappelijke dienstverlening, kunst en cultuur, sport, sociaal-cultureel werk of onderwijs, voor zover die inrichtingen behoren tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën, bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten of aanverwante producten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben. 3 Het is verboden in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van bedrijven en organisaties bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten of aanverwante producten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben. 2017 72 02-03-2017 10-02-2017 34470 2018 112 26-04-2018 11-04-2018 01-07-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten of aanverwante producten te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Onder verstrekken wordt eveneens begrepen het verstrekken van een tabaksproduct of aanverwant product aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welk tabaksproduct of aanverwant product echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. 2 artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, blijft achterwege, indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De vaststelling geschiedt aan de hand van een document als bedoeld in, dan wel een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen document. 3 Op plaatsen waar bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten of aanverwante producten aan particulieren plegen te worden verstrekt, dient duidelijk zichtbaar en goed leesbaar te worden aangegeven dat aan personen jonger dan 18 jaar geen tabaksproducten of aanverwante producten worden verstrekt. Onze Minister kan daaromtrent nadere regels stellen en een model voorschrijven. 2017 72 02-03-2017 10-02-2017 34470 2017 247 16-06-2017 06-06-2017 01-07-2017
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikel 8, eerste lid Onze Minister kan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten of aanverwante producten verstrekt aan particulieren en die in een periode van 12 maanden drie maal, heeft overtreden, de bevoegdheid ontzeggen tabaksproducten of aanverwante producten te verkopen vanaf de locatie waar bedoeld gedrag heeft plaatsgevonden. 2 De ontzegging wordt opgelegd voor ten minste een week en ten hoogste 12 weken. 3 Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van een krachtens dit artikel opgelegde ontzegging. 2017 72 02-03-2017 10-02-2017 34470 2017 247 16-06-2017 06-06-2017 01-07-2017
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het is verboden bedrijfsmatig tabaksproducten of aanverwante producten gratis aan particulieren uit te reiken, toe te zenden of op enigerlei andere wijze beschikbaar te stellen. 2 Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sigaretten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben anders dan in een gesloten verpakking, die niet zonder kenbare beschadiging kan worden geopend. 3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen methoden voor het in de handel brengen van tabaksproducten of aanverwante producten zonder ter hand stelling door tussenkomst van een verstrekkende persoon worden verboden. Op het verbod kunnen bij algemene maatregel van bestuur beperkingen worden aangebracht. 2017 72 02-03-2017 10-02-2017 34470 2017 247 16-06-2017 06-06-2017 01-07-2017
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt binnenlandse verkoop op afstand of grensoverschrijdende verkoop op afstand van tabaksproducten en aanverwante producten aan consumenten of het voor binnenlandse verkoop op afstand of grensoverschrijdende verkoop op afstand aanbieden van tabaksproducten en aanverwante producten aan consumenten verboden of worden daaraan eisen gesteld. Voor de verschillende producten kunnen verschillende regels worden vastgesteld. 2 De eisen bedoeld in het eerste lid, kunnen ten minste betrekking hebben op: a. het registreren van detaillisten die grensoverschrijdende verkoop op afstand verrichten aan consumenten; b. het openbaar maken van de geregistreerde detaillisten; c. het aanwijzen van een natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor het verifiëren dat de tabaksproducten of aanverwante producten voldoen aan de eisen bij of krachtens deze wet gesteld; d. het hanteren van een leeftijdsverificatiesysteem; of e. het beperken van de mogelijkheden voor detaillisten om persoonsgegevens van consumenten te verwerken. 2024 305 23-10-2024 10-10-2024 36503 2024 338 12-11-2024 06-11-2024 01-01-2025 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 01-01-2025
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 In de navolgende gevallen is de navolgende persoon of het navolgende orgaan verplicht tot het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod: a. in een gebouw of inrichting, dat onderscheidenlijk die bij de Staat of een ander openbaar lichaam in gebruik is: het binnen dat lichaam bevoegde orgaan; b. in een gebouw of inrichting, dat onderscheidenlijk die in gebruik is bij een instelling of vereniging voor gezondheidszorg, welzijn, maatschappelijke dienstverlening, kunst en cultuur, sport, sociaal-cultureel werk of onderwijs: degene die – anders dan in een hoedanigheid als bedoeld onder a – over dat gebouw of die inrichting het beheer heeft; c. in een ruimte, gebouw of inrichting waar een werknemer zijn werkzaamheden verricht of pleegt te verrichten: de werkgever van die werknemer; d. in andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gebouwen of inrichtingen of delen daarvan: degene die – anders dan in een hoedanigheid als bedoeld onder a of b – het beheer heeft over het daar bedoelde gebouw of die inrichting of delen daarvan; e. in een horeca-inrichting: de exploitant van die horeca-inrichting; f. in een middel voor personenvervoer: de ondernemer die dat middel exploiteert; g. in een vliegtuig tijdens gebruik voor burgerluchtvaart op vluchten van en naar op Nederlands grondgebied gelegen luchthavens: de Nederlandse ondernemer die dat vliegtuig exploiteert. 2 Op het rookverbod, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij algemene maatregel van bestuur beperkingen worden aangebracht, waarbij onder meer kan worden bepaald dat het rookverbod niet geldt voor bij die maatregel aangewezen: Daarbij kunnen nadere regels worden gesteld. a. categorieën van ondernemers; b. ruimten in gebouwen; c. andere plaatsen waar werkzaamheden worden verricht. 2a Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 Wet op de expertisecentra Wet educatie en beroepsonderwijs Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het instellen, aanduiden en handhaven van een rookverbod op de terreinen behorende tot een gebouw of inrichting, die in gebruik zijn bij een school als bedoeld in de, deen de, of een instelling als bedoeld in deen de, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen de verschillende scholen en instellingen. 3 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, onder e, prevaleert als de hoedanigheid van exploitant van een horeca-inrichting samenvalt met een andere hoedanigheid als bedoeld in dit artikel. 4 Tot het treffen van de krachtens het tweede lid gestelde maatregelen zijn verplicht de bij die algemene maatregel van bestuur aangewezen personen of organen. 2021 57 10-02-2021 27-01-2021 35611 2022 116 21-03-2022 23-02-2022 35946 2021 599 09-12-2021 29-11-2021 01-08-2022
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 90a, tweede lid, van de Wet op de accijns Producenten, importeurs en exporteurs van tabak, tabaksproducten en tabaksproductieapparaten als bedoeld in, nemen voorafgaand aan en bij het onderhouden van zakelijke relaties voldoende zorgvuldigheid in acht door hun klanten te identificeren als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Protocol. 2 artikel 90a, tweede lid, van de Wet op de accijns Producenten, importeurs en exporteurs van tabak, tabaksproducten en tabaksproductieapparaten als bedoeld in, administreren de verkoop aan hun klanten om te verzekeren dat de hoeveelheden verenigbaar zijn met de vraag naar dergelijke producten op de beoogde markt voor verkoop en gebruik. 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop klanten geïdentificeerd worden als bedoeld in het eerste lid en de wijze waarop verkoop aan klanten geadministreerd wordt als bedoeld in het tweede lid. 4 artikel 13 De ingevolgeaangewezen ambtenaren zijn bevoegd elk bewijs te vorderen van een producent, importeur of exporteur van tabak, tabaksproducten en tabaksproductieapparaten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, van het Protocol. 2020 150 25-05-2020 08-04-2020 35356 2020 327 11-09-2020 31-08-2020 01-10-2020
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Vervallen 2014 447 27-11-2014 05-11-2014 33791 2014 546 23-12-2014 11-12-2014 01-01-2015
Artikel 11b — Artikel 11b#
Artikel 11b 1 artikelen 2 3 3a 3b 3c 3e 4a 4b 4c 4e 4h 4i 5 5a 7 8 9 9a 10 11 17a 18 Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,ofvan deze wet of artikel 7 van de markttoezichtverordening. 2 bijlage De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de, met dien verstande dat de wegens een afzonderlijke overtreding te betalen geldsom ten hoogste: a. artikel 4a 4b 4c, eerste tot en met vijfde lid 4h 4i 5 5a 11 € 450 000 bedraagt wegens overtreding van,,,,,,of, indien die overtreding is begaan door een fabrikant, groothandel of importeur van tabaksproducten, elektronische sigaretten, elektronische verhittingsapparaten, nicotineproducten zonder tabak, nicotineapparaten of navulverpakkingen; b. artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht artikelen 8 10 een bedrag bedraagt dat gelijk is aan een geldboete van de vierde categorie als bedoeld in, wegens een overtreding van het bepaalde bij of krachtens deof; c. € 4.500 bedraagt in andere dan de onder a en b bedoelde gevallen. 3 bijlage In afwijking van het eerste lid kan de overtreding niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan, indien de in deter zake van de overtreding voorziene bestuurlijke boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economische voordeel. 2024 292 18-10-2024 02-10-2024 36403 2024 324 05-11-2024 25-10-2024 01-01-2025
Artikel 11c — Artikel 11c#
Artikel 11c 1 bijlage Debepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen bestuurlijke boete. 2 bijlage Bij algemene maatregel van bestuur kan deworden gewijzigd. 3 Een krachtens het tweede lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 06-11-2024
Artikel 11d — Artikel 11d#
Artikel 11d Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 11e — Artikel 11e#
Artikel 11e Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 11f — Artikel 11f#
Artikel 11f Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 11g — Artikel 11g#
Artikel 11g Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 11h — Artikel 11h#
Artikel 11h Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 11i — Artikel 11i#
Artikel 11i Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 11j — Artikel 11j#
Artikel 11j Vervallen 2009 265 30-06-2009 25-06-2009 31124 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 2, tweede lid artikel 7 artikel 9, derde lid artikel 9a, eerste lid artikel 10 De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens,,,, en, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. 2024 291 18-10-2024 02-10-2024 36357 2024 322 05-11-2024 23-10-2024 01-01-2025
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 Degene die waren anders dan in doorvoer buiten Nederland wil brengen, kan Onze Minister verzoeken een verklaring af te geven in verband met door landen van bestemming gestelde eisen. 2 Onze Minister kan omtrent de uitvoering van de afgifte van verklaringen nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud van de verklaringen en de gronden waarop verklaringen kunnen worden geweigerd. Hierbij kunnen voor verschillende categorieën tabaksproducten en aanverwante producten verschillende regels worden gesteld. 2018 356 23-10-2018 03-10-2018 34923 2024 305 23-10-2024 10-10-2024 36503 2025 186 11-07-2025 03-07-2025 12-07-2025
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en bindende EU-rechtshandelingen die bij of krachtens deze wet zijn geïmplementeerd zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen. 2 Indien de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, wordt het desbetreffende besluit genomen in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat. 3 Staatscourant Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2023 323 04-10-2023 25-09-2023 05-10-2023
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouders zijn in afwijking van, bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van de markttoezichtverordening. 2 Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering Voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.is van overeenkomstige toepassing. 3 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het tweede lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht. 4 artikelen 2 3 van de Algemene wet op het binnentreden Deenzijn niet van toepassing. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 13b — Artikel 13b#
Artikel 13b 1 Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht De toezichthouders zijn bevoegd om onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, tabaksproducten en aanverwante producten te verkrijgen en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de invulling van hun taak noodzakelijk is.is niet van toepassing. 2 De toezichthoudende ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt: a. zijn naam of nummer en hoedanigheid; b. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid; c. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien; d. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronische adres, waar het product is verkregen en, indien de markttoezichtverordening van toepassing is en voor zover bekend, de omschrijving van de betrokken marktdeelnemer als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de markttoezichtverordening; e. de onjuiste of onvolledige gegevens die bij het verkrijgen van het product zijn verstrekt; f. de wijze waarop en het tijdvak waarin het product is verkregen; en g. hetgeen tijdens het onderzoek van het product is verricht, gebleken en overigens is voorgevallen. 2024 305 23-10-2024 10-10-2024 36503 2024 338 12-11-2024 06-11-2024 13-11-2024
Artikel 13c — Artikel 13c#
Artikel 13c Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing voor zover een toezichthoudende ambtenaar bijstand verleent aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de markttoezichtverordening uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van de artikelen 22 en 23 van de markttoezichtverordening. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 13d — Artikel 13d#
Artikel 13d 1 Ter uitvoering van de markttoezichtverordening kan Onze Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de markttoezichtverordening, gevormd door een product waarop de tabaksproductenrichtlijn van toepassing is, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan: a. degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van de markttoezichtverordening, of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing aan eindgebruikers wanneer die zich toegang tot de online interface verschaffen, of; b. indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld onder a is voldaan, een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de markttoezichtverordening om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren. 2 Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid is gericht, handelt overeenkomstig die last. 3 Op grond van het eerste lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer. 4 Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid, is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.is van overeenkomstige toepassing. 5 Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vierde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht. 6 Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste lid, bekend. 7 Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen aan degene die handelt in strijd met het tweede lid. 2023 66 01-03-2023 02-11-2022 36093 2023 125 18-04-2023 03-04-2023 19-04-2023
Artikel 13e — Artikel 13e#
Artikel 13e 1 artikel 3, eerste lid artikel 3a Onze Minister kan de inbeslagneming van de op grond van, enverboden producten gelasten. 2 Onze Minister wijst de locatie voor opslag van de op grond van het eerste lid inbeslaggenomen producten aan en bepaalt tevens de voorwaarden waaronder die opslag dient te geschieden. 3 artikel 3, eerste lid artikel 3a Onze Minister kan de vernietiging van de op grond van, enverboden producten gelasten. 4 artikel 13 De ingevolgeaangewezen ambtenaren zijn bevoegd tot inbeslagneming als bedoeld in het eerste lid en vernietiging als bedoeld in het derde lid. 5 De kosten verbonden aan de in het tweede lid bedoelde opslag en de in het derde lid bedoelde vernietiging, zijn voor rekening van de overtreder. Onze Minister kan de in de eerste volzin bedoelde kosten invorderen bij dwangbevel. 2024 305 23-10-2024 10-10-2024 36503 2024 338 12-11-2024 06-11-2024 13-11-2024
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Onze Minister is bevoegd om in het belang van de volksgezondheid en de veiligheid van personen, een last onder bestuursdwang op te leggen ter handhaving van de regels gesteld bij of krachtens deze wet en artikel 7 van de markttoezichtverordening. 2024 292 18-10-2024 02-10-2024 36403 2024 324 05-11-2024 25-10-2024 06-11-2024
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht Van elke krachtensonderzochte zaak wordt aan de belanghebbende op diens verzoek een vergoeding gegeven ter grootte van het bedrag waarmee haar verkoopwaarde ten gevolge van het onderzoek is verminderd. 2 artikel 13 De inbedoelde ambtenaren beschikken over de bevoegdheid, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het uitvoeringsbesluit veiligheidskenmerk en zijn bevoegd uitvoering te geven aan artikel 7, derde lid, van dat uitvoeringsbesluit. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2023 323 04-10-2023 25-09-2023 05-10-2023
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1997 510 18-11-1997 06-11-1997 25280 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 13 De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover dit binnentreden beperkt blijft tot het zich begeven naar en het betreden van de in de woning aanwezige bedrijfsruimten. 2023 293 13-09-2023 25-08-2023 36002 2023 323 04-10-2023 25-09-2023 05-10-2023
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a 1 Indien producenten, importeurs en distributeurs van tabaksproducten en aanverwante producten redenen hebben om aan te nemen dat tabaksproducten of aanverwante producten die bestemd zijn om in de handel te worden gebracht of in de handel zijn gebracht, niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens deze wet bepaalde, nemen zij onmiddellijk de nodige maatregelen om het product in overeenstemming te brengen met de bij of krachtens deze wet gestelde eisen, dan wel het product uit te handel te nemen of terug te roepen, naargelang het geval. 2 Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid zich voordoet, stelt de producent, importeur of distributeur onverwijld Onze Minister in kennis, met vermelding van nadere gegevens. De nadere gegevens hebben in elk geval betrekking op het risico voor de menselijke gezondheid en voor de veiligheid en eventuele corrigerende maatregelen die zijn genomen en de resultaten daarvan. 3 Indien Onze Minister vaststelt of op redelijke gronden vreest dat een specifieke elektronische sigaret of een specifieke navulverpakking, dan wel een bepaald type elektronische sigaret of een bepaald type navulverpakking die voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet, een ernstig risico voor de gezondheid van de mens zou kunnen vormen, kan hij bij ministeriële regeling passende voorlopige maatregelen nemen. 4 Bij ministeriële regeling kunnen bepaalde categorieën van tabaksproducten, elektronische sigaretten, navulverpakkingen of voor roken bestemde kruidenproducten die voldoen aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet, worden verboden, indien dit wordt gerechtvaardigd door de noodzaak de volksgezondheid te beschermen. 2017 72 02-03-2017 10-02-2017 34470 2018 112 26-04-2018 11-04-2018 01-07-2018
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap In het belang van de volksgezondheid kunnen voorts bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ter uitvoering van een bindende regeling inzake tabaksproducten en aanverwante producten, die krachtens hettot stand is gekomen. 2016 175 18-05-2016 26-04-2016 34234 2016 178 18-05-2016 04-05-2016 20-05-2016
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Aan degene ten behoeve van wie werkzaamheden worden verricht, kunnen de kosten ten laste worden gebracht die samenhangen met bij of krachtens deze wet voorgeschreven keuringen, controles, nadere controles, beoordelingen, of de ontvangst, verwerking, analyse, opslag en publicatie van bij of krachtens deze wet verstrekte gegevens en bescheiden en met de behandeling van een aanvraag van een document dat Onze Minister bij of krachtens deze wet kan verstrekken. 2 De bedragen ter vergoeding van de in het eerste lid bedoelde kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat: 1° de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden slechts worden uitgevoerd nadat het daarvoor vastgestelde bedrag is voldaan of daarvoor zekerheid is gesteld; en 2° geen werkzaamheden worden verricht indien de betalingsplichtige niet binnen de gegeven betalingstermijn de kosten verschuldigd voor eerdere werkzaamheden op grond van deze wet heeft voldaan. 3 Onze Minister kan de bedragen ter vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid, invorderen bij dwangbevel. 2018 356 23-10-2018 03-10-2018 34923 2025 186 11-07-2025 03-07-2025 12-07-2025
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a 1 Tabaksproducten die niet voldoen aan de tabaksproductenrichtlijn en die vóór 20 mei 2016 zijn geproduceerd of in het vrije verkeer zijn gebracht en geëtiketteerd in overeenstemming met Richtlijn 2001/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2001 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten (PbEG 2001, L 194), zoals gewijzigd en de tekst luidde op 3 april 2014 mogen tot 20 mei 2017 in de handel worden gebracht. 2 Voor roken bestemde kruidenproducten die niet voldoen aan de tabaksproductenrichtlijn en die vóór 20 mei 2016 zijn geproduceerd of in het vrije verkeer zijn gebracht, mogen tot 20 mei 2017 in de handel worden gebracht. 2016 175 18-05-2016 26-04-2016 34234 2016 178 18-05-2016 04-05-2016 20-05-2016
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1988 342 10-03-1988 18749 1989 615 22-12-1989 01-01-1990
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Deze wet wordt aangehaald als: Tabaks- en rookwarenwet. 2016 175 18-05-2016 26-04-2016 34234 2016 178 18-05-2016 04-05-2016 20-05-2016
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1988 342 10-03-1988 18749 1989 615 22-12-1989 01-01-1990
Artikel 11b#
artikel 11b
Artikel 2#
Artikel 2, vierde lid
Artikel 2#
Artikel 2, vijfde lid
Artikel 2#
Artikel 2, zevende lid;
Artikel 2#
Artikel 2, zesde lid
Artikel 3#
Artikel 3, eerste lid
Artikel 3#
Artikel 3, tweede lid
Artikel 3a#
Artikel 3a
Artikel 3b#
Artikel 3b, eerste lid
Artikel 3c#
Artikel 3c, eerste lid
Artikel 3c#
Artikel 3c, vierde lid
Artikel 3e#
Artikel 3e, eerste lid
Artikel 3e#
Artikel 3e, tweede lid
Artikel 4b#
Artikel 4b
Artikel 4c#
Artikel 4c, eerste en tweede lid
Artikel 4c#
Artikel 4c, zesde lid
Artikel 4e#
Artikel 4e
Artikel 4i#
Artikel 4i
Artikel 5#
Artikel 5, eerste lid
Artikel 5#
Artikel 5, derde lid
Artikel 5#
Artikel 5, zevende lid
Artikel 5#
Artikel 5, achtste lid
Artikel 5a#
Artikel 5a, eerste lid
Artikel 5a#
Artikel 5a, tweede lid
Artikel 5a#
Artikel 5a, derde lid
Artikel 5a#
Artikel 5a, vierde lid
Artikel 5a#
Artikel 5a, vijfde lid
Artikel 5a#
Artikel 5a, zesde lid
Artikel 7#
Artikel 7, eerste lid
Artikel 7#
Artikel 7, tweede lid
Artikel 8#
Artikel 8, derde lid
Artikel 9#
Artikel 9, eerste lid
Artikel 9#
Artikel 9, tweede lid
Artikel 9#
Artikel 9, derde lid
Artikel 17a#
Artikel 17a
Artikel 18#
Artikel 18
Artikel 4a#
Artikel 4a
Artikel 4b#
Artikel 4b
Artikel 4c#
Artikel 4c, eerste tot en met vijfde lid
Artikel 4h#
Artikel 4h
Artikel 4i#
Artikel 4i
Artikel 5#
Artikel 5, eerste lid
Artikel 5#
Artikel 5, zevende lid
Artikel 5a#
Artikel 5a, eerste lid
Artikel 5a#
Artikel 5a, tweede lid
Artikel 5a#
Artikel 5a, derde lid
Artikel 5a#
5a, vierde lid
Artikel 5a#
5a, vijfde lid
Artikel 5a#
5a, zesde lid
Artikel 11#
Artikel 11
Artikel 7#
artikel 7, derde lid
Artikel 8#
artikel 8, eerste lid
Artikel 9a#
artikel 9a
Artikel 7#
artikel 7, derde lid
Artikel 8#
artikel 8, eerste lid
Artikel 9a#
artikel 9a
Artikel 7#
artikel 7, derde lid
Artikel 8#
artikel 8, eerste lid
Artikel 9a#
artikel 9a
Artikel 10#
artikel 10, eerste en tweede lid, en lid 2a
Artikel 10#
artikel 10, eerste en tweede lid, en lid 2a