Wet van 7 juni 1990, houdende vaststelling van de Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau
- BWB-id
- BWBR0004782
- Type
- Wet
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 1994-01-01 t/m 2006-05-09
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004782
- ELI
- /eli/nl/wet/1990/wet-loonkostenreductie-op-minimumloonniveau
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/wet/1990/wet-loonkostenreductie-op-minimumloonniveau/1994-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004782&g=1994-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004782&z=2026-06-06&g=1994-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004782/1994-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/wet/1990/wet-loonkostenreductie-op-minimumloonniveau
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Stb. dienstbetrekking, werknemer, werkgever, loon, minimumloon en normale arbeidsduur: hetgeen daaronder wordt verstaan in de(1968, 657), met dien verstande dat de werkgever tevens inhoudingsplichtige voor de heffing van de loonbelasting dient te zijn. 1990 330 07-06-1990 21145 1990 330 07-06-1990 21145 29-06-1990
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder: a. dienstbetrekking: de arbeidsverhouding van degene die is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn en van degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst is van een publiekrechtelijk lichaam; b. a Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag minimumloon: het minimumloon waarop de werknemer, bedoeld in onderdeel, ingevolge derecht zou hebben, indien die wet op hem van toepassing zou zijn. 1992 536 24-09-1992 22191 1992 536 24-09-1992 22191 01-01-1993
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De werkgever heeft in de periode van 1 april 1990 tot en met 31 maart 1994 over elk kalenderkwartaal recht op een tegemoetkoming in de loonkosten van f 800,- voor elke dienstbetrekking met een werknemer die bij de aanvang van het kwartaal de leeftijd van 23 jaar doch niet die van 65 jaar heeft bereikt, en die gedurende dat gehele kwartaal in dienst is geweest tegen een loon dat gelijk is aan het voor die werknemer geldende minimumloon. 2 Terzake van een in de periode van 1 januari 1990 tot en met 31 maart 1990 reeds bestaande dienstbetrekking met een werknemer als bedoeld in het eerste lid, geldt voorts als voorwaarde dat die werknemer in die periode in dienst was tegen een loon dat gelijk is aan het voor hem geldende minimumloon. 3 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Stb. Terzake van een dienstbetrekking, waarin als regel gedurende niet meer dan een derde van de normale arbeidsduur arbeid werd verricht door een werknemer als bedoeld in het eerste lid, en die reeds bestond in het kwartaal voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Wet houdende wijziging van demet betrekking tot de aanspraken van werknemers die als regel gedurende niet meer dan een derde van de normale arbeidsduur arbeid verrichten en van de Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau (1992, 536), geldt voorts als voorwaarde dat die werknemer in die periode in dienst was tegen een loon dat niet hoger was dan het minimumloon waarop hij recht zou hebben gehad indien deop hem van toepassing zou zijn geweest. 4 Voor een dienstbetrekking met een kortere dan de normale arbeidsduur heeft de werkgever recht op een evenredig deel van de tegemoetkoming. 5 In overleg met de Stichting van de Arbeid kunnen bij algemene maatregel van bestuur bijzondere groepen van werknemers worden aangewezen voor wie de toepassing van deze wet ook mogelijk is boven het minimumloonniveau. 6 Staatscourant De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vijfde lid wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in deis bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bezwaren ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. 1992 423 04-06-1992 22320 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid Teneinde het recht op een tegemoetkoming geldend te maken zendt de werkgever uiterlijk binnen één maand na het kwartaal, bedoeld in, aan Onze Minister een berekening van het bedrag aan tegemoetkoming. 2 Inzending blijft achterwege indien het recht op een tegemoetkoming over een daarop volgend kwartaal geen wijziging ondergaat. 3 Indien de werkgever geen recht meer heeft op een tegemoetkoming dient hij Onze Minister hiervan direct schriftelijk in kennis te stellen. 1990 330 07-06-1990 21145 1990 330 07-06-1990 21145 29-06-1990
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De berekening is ingericht overeenkomstig een door Onze Minister vast te stellen model. 1990 330 07-06-1990 21145 1990 330 07-06-1990 21145 29-06-1990
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Onze Minister stelt na tijdige ontvangst van de berekening de werkgever hiervan schriftelijk in kennis binnen vier maanden na het kwartaal waarop de berekening betrekking heeft en doet hiervan opgave aan de inspecteur die ten aanzien van de werkgever bevoegd is voor de heffing van de loonbelasting. 1990 330 07-06-1990 21145 1990 330 07-06-1990 21145 29-06-1990
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Een tegemoetkoming kan tot het bedrag van de door Onze Minister voor ontvangst bevestigde berekening uitsluitend dienen tot betaling van de op aangifte af te dragen loonbelasting en premie volksverzekeringen naar evenredigheid over de aangiftetijdvakken die geheel liggen in het tweede kwartaal volgende op dat waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. Daartoe vermeldt de werkgever het bedrag van de tegemoetkoming op het aangiftebiljet loonbelasting en premie volksverzekeringen. 2 In afwijking van het eerste lid kan een tegemoetkoming welke betrekking heeft op het tweede kwartaal van 1990 uitsluitend dienen tot betaling van de op aangifte af te dragen loonbelasting en premie volksverzekeringen naar evenredigheid over de aangiftetijdvakken die geheel liggen in het eerste kwartaal van 1991. 1990 330 07-06-1990 21145 1990 330 07-06-1990 21145 29-06-1990
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 11 van de Wet financiering volksverzekeringen Stb. Het bedrag aan tegemoetkoming komt overeenkomstig de verhouding tussen het premiepercentage voor de algemene verzekering bijzondere ziektekosten en het premiepercentage voor de algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering, bedoeld in(1989, 129), ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten onderscheidenlijk het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds. 1990 330 07-06-1990 21145 1990 330 07-06-1990 21145 29-06-1990
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Onze Minister wijst ambtenaren aan, belast met het inwinnen van gegevens in het belang van de uitvoering van deze wet en met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde. 2 De werkgever is verplicht aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaren desgevraagd binnen een daartoe gestelde termijn opgaven en inlichtingen te verstrekken en voorts inzage te verlenen in alle bescheiden, waarvan de raadpleging redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. De opgaven en inlichtingen moeten, indien dit wordt verzocht, schriftelijk worden verstrekt. 1990 330 07-06-1990 21145 1990 330 07-06-1990 21145 29-06-1990
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Onze Minister kan bij beschikking een tegemoetkoming vervallen verklaren: a. artikel 4 indien een werkgever ten onrechte dan wel tot een te hoog bedrag een berekening, als bedoeld in, heeft ingezonden; b. artikel 9, tweede lid indien een werkgever, na ingebreke te zijn gesteld, nalatig blijft om aan een verzoek, als bedoeld in, te voldoen. 2 a b Daarbij bepaalt Onze Minister het verschuldigde bedrag op het bedrag dat, gelet op de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeelof, ten onrechte heeft gediend tot betaling van de op aangifte af te dragen loonbelasting en premie volksverzekeringen. 3 De invordering van het ingevolge het eerste en tweede lid verschuldigde bedrag geschiedt door de ontvanger der rijksbelastingen met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de invordering van naheffingsaanslagen in de loonbelasting. 1992 423 04-06-1992 22320 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Onze Minister en Onze Minister van Financiën kunnen regelen stellen ter bevordering van een goede uitvoering van deze wet. 1990 330 07-06-1990 21145 1990 330 07-06-1990 21145 29-06-1990
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Staatsblad Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin zij wordt geplaatst. 1990 330 07-06-1990 21145 1990 330 07-06-1990 21145 29-06-1990
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze wet kan worden aangehaald als: Wet loonkostenreductie op minimumloonniveau. 1990 330 07-06-1990 21145 1990 330 07-06-1990 21145 29-06-1990